Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling Beurzen en stipendia 2004

Geldend van 22-07-2003 t/m heden

Subsidieregeling Beurzen en stipendia 2004

Deze regeling vervangt per 1 september 2003 de regeling Beurzen en stipendia 2003.

1. Doel van de subsidieregeling

Het doel van de subsidieregeling Beurzen en stipendia 2004 is:

  • 1. Het bevorderen van de ontwikkeling en het kwaliteitsniveau van de professionele podiumkunsten in Nederland door middel van het toekennen van beurzen en stipendia aan personen die professioneel werkzaam zijn in de podiumkunsten. Voor dit doel worden ingezet: I startstipendium,II studiebeurs, III reisbeurs, IV werkbeurs en V oeuvre-stipendium. Onder 'podiumkunsten' verstaat het Fonds kunsten op het gebied van muziek, dans, theater, muziektheater en mengvormen van genoemde disciplines, al dan niet in combinatie met nieuwe media.

  • 2. Het bevorderen van de kwaliteitsontwikkeling en de diversiteit in de amateurkunst door de ontwikkeling van het artistiek kader van de amateurkunst te ondersteunen.

In aanmerking komen professioneel werkzame personen in artistieke functies (regisseurs, choreografen, dirigenten en dergelijke), die op landelijk niveau actief zijn. Voor dit doel wordt de beurs amateurkunst (VI) ingezet. Onder 'amateurkunst' verstaat het Fonds kunsten op het gebied van toneel, dans, literatuur, muziek, beeldende kunst, en audiovisuele kunst die beoefend worden door liefhebbers, personen die niet beroepsmatig in deze kunsten actief zijn.

Aanvragers dienen in het bezit te zijn van de Nederlandse nationaliteit of een geldige verblijfsvergunning. Dit maakt een beroep op de openbare kas mogelijk.

Het Fonds verleent geen tegemoetkoming in de kosten voor een studie aan een instelling gefinancierd door het Ministerie van OCenW.

2. Beschikbaar budget

Het bestuur van het Fonds stelt het beschikbare budget voor de regeling Beurzen en Stipendia 2004 vast. Subsidie wordt slechts verleend voor zover de middelen van het Fonds toereikend zijn. Dit betekent dat niet alle aanvragen gehonoreerd kunnen worden, of gehonoreerd kunnen worden voor het gevraagde bedrag.

3. Aanvraag- en beslistermijn, uitvoeringsperiode

Uw aanvraag voor de regeling Beurzen en stipendia 2004 kunt u het hele jaar indienen. Aanvragen worden in beginsel op drie momenten in behandeling genomen: op vrijdag 26 september 2003, op vrijdag 16 januari 2004 en op vrijdag 16 april 2004, telkens om 15.00 uur. Aanvragen voor startstipendia en oeuvre-stipendia worden slechts eenmaal per jaar in behandeling genomen. Deze aanvragen én aanvragen voor studiebeurzen voor een periode van een jaar moeten uiterlijk vrijdag 16 januari 2004 om 15.00 uur worden ingediend.

De aanvrager ontvangt ongeveer dertien weken na een sluitingsdatum de beslissing of de aanvraag wordt gehonoreerd. Voor de derde ronde (in april) is dit acht weken, wanneer het aanvragen voor studiebeurzen gericht op zomercursussen betreft. De uitvoeringsperiode van het plan mag niet starten voor het bestuur over de aanvraag beslist heeft.

4. Aanvragen

Voor het indienen van een aanvraag maakt u gebruik van het aanvraagformulier Beurzen en stipendia 2004 met bijbehorend begrotingsmodel.

De aanvraag, gesteld in de Nederlandse taal, bestaat uit:

  • - een volledig ingevuld aanvraagformulier (in negenvoud, zie 4.1.);

  • - een gemotiveerd plan (in negenvoud, zie 4.2.);

  • - een begroting met toelichting (in negenvoud, zie 4.3.);

  • - en voor de beoordeling noodzakelijke bijlagen (zie 4.4.).

4.1. Aanvraagformulier

Op het aanvraagformulier geeft u aan:

  • - uw persoonlijke gegevens;

  • - op welke discipline (dans, theater, muziek of muziektheater) de aanvraag betrekking heeft;

  • - welk subsidie binnen de regeling het betreft;

  • - wat het doel is van de aanvraag;

  • - waar en in welke periode het plan plaatsvindt.

4.2. Gemotiveerd plan

Het gemotiveerde plan beslaat bij voorkeur maximaal vier A-viertjes. Het bevat de volgende informatie:

  • - de periode waarin het plan (studie, reis, onderzoek enzovoort) plaatsvindt;

  • - korte omschrijving van het plan;

  • - indien van toepassing: informatie over de (duur van de) opleiding, docenten, toelatingsvoorwaarden en procedures. Is de inschrijving of toelating al gerealiseerd?

  • - wat draagt het plan bij aan de individuele artistieke ontwikkeling en professionele carrière van de aanvrager?

  • - wat zijn de plannen voor de tijd nadat het voornemen (studie, reis enzovoort) is gerealiseerd?

4.3. Begroting

Voor de subsidies binnen de regeling Beurzen en stipendia 2004 wordt gebruik gemaakt van het bijbehorende begrotingsmodel. De begrotingsposten dienen zoveel mogelijk gespecificeerd te worden in een toelichting.

4.4. Voor de beoordeling noodzakelijke bijlagen

Voor de beoordeling noodzakelijke bijlagen zijn:

  • - een curriculum vitae (in negenvoud);

  • - minimaal twee referenties of aanbevelingsbrieven (in negenvoud);

  • - kopie diploma- en cijferlijst kunstvakopleiding (uitsluitend bij de subsidies I, II en VI; in enkelvoud);

  • - een opgave van de inkomsten uit arbeid of uitkering (WIK, WW, ABW, anderszins) en een opgave van verplichtingen/schulden (in enkelvoud).

5. Werkwijze

Zo spoedig mogelijk na de ontvangst van uw aanvraag zendt het Fonds u een ontvangstbevestiging. Hierna wordt getoetst of uw aanvraag past binnen de regeling en volledig en op tijd is ingediend. Over het besluit van het Fonds volgt altijd schriftelijk bericht. Desgevraagd retourneert het Fonds van een niet in behandeling genomen aanvraag acht exemplaren.

Het bestuur legt een in behandeling genomen aanvraag voor aan een adviescommissie. Het Fonds benoemt adviseurs op basis van hun specifieke deskundigheid en voor een periode van twee aaneengesloten seizoenen, met een mogelijkheid van verlenging. Een adviescommissie bestaat uit een voorzitter en minimaal drie leden. Het bestuur van het Fonds stelt de adviescommissies samen. Vergaderingen van de adviescommissies zijn niet openbaar.

De commissie bepaalt of de aanvrager wordt uitgenodigd voor een gesprek. Bij dans, muziek en muziektheater kan een auditie deel uitmaken van de procedure. Dit laatste geldt niet voor beurzen amateurkunst (VI).

De commissie beoordeelt een in behandeling genomen aanvraag aan de hand van de beoordelingscriteria zoals vermeld in het betreffende onderdeel van de subsidieregeling. De commissie preadviseert het college van advies. Het college van advies bestaat uit een externe voorzitter en een door het bestuur te bepalen aantal externe leden en de voorzitters van de adviescommissies. Vergaderingen van het college van advies zijn niet openbaar. Het college van het advies brengt advies uit aan het bestuur.

Tijdens de behandeling van een aanvraag wordt over de voortgang daarvan geen informatie verstrekt.

Het bestuur besluit uiterlijk dertien weken na het sluiten van een behandeltermijn over de subsidieaanvraag. Het besluit van het bestuur bestaat uit de subsidiebeschikking met daarbij de motivatie, het uitgebrachte advies. Als uw aanvraag wordt gehonoreerd, berichten wij u het maximaal verleende subsidie of de voorwaarden waaronder een reservering kan worden omgezet in een subsidieverlening. Aan een subsidie zijn verplichtingen verbonden zoals vermeld in paragraaf 6 Subsidieverplichtingen en zoals eventueel aanvullend opgenomen in de beschikking.

Aan het honoreren van een aanvraag in het kader van de regeling Beurzen en stipendia 2004 kunnen geen rechten worden ontleend met betrekking tot de honorering van een volgende aanvraag en/of een met betreffende activiteiten verband houdende aanvraag.

6. Subsidieregelingen

Als uw aanvraag wordt gehonoreerd, gelden de volgende subsidieverplichtingen.

6.1. Wijzigingen

Het subsidie is uitsluitend bestemd voor de uitvoering van het in de beschikking genoemde plan, binnen de in de beschikking genoemde periode. Als zich belangrijke wijzigingen voordoen in de planning of anderszins inhoudelijk en/of financieel, dient het Fonds daarvan per omgaande schriftelijk in kennis gesteld te worden. Op grond hiervan kan opnieuw advies gevraagd worden over het herziene plan. Wanneer blijkt dat het subsidie niet langer wordt besteed aan doeleinden waarvoor het oorspronkelijk is verleend, kan deze verlening worden gewijzigd of ingetrokken.

Let wel: van eventuele verlening van subsidie(s) door derden moet het Fonds op de hoogte worden gesteld.

6.2. Verzoek om voorschot

Wanneer een aanvraag gehonoreerd is, kan een voorschot van maximaal 90% van het verleend subsidie aangevraagd worden. In de beschikking worden nadere voorwaarden opgenomen.

6.3. Verzoek tot vaststelling van het subsidie

Uiterlijk drie maanden na afloop van de uitvoering van het plan dient u een verantwoording in. Wanneer dit wordt nagelaten, kan het Fonds in ieder geval besluiten de subsidieverlening in te trekken of het subsidiebedrag te verlagen.

6.4. Verantwoording van het subsidie

Een verantwoording voor beurzen en stipendia bestaat in principe uit een inhoudelijk en een financieel verslag.

In het inhoudelijk verslag wordt het oorspronkelijke plan geëvalueerd. De inhoudelijke verantwoording bevat ten minste de volgende elementen:

  • - een korte omschrijving van het oorspronkelijke plan en een omschrijving van de feitelijke gang van zaken;

  • - een evaluatie: een gemotiveerd oordeel over de vraag of - en in hoeverre - de doelstellingen van het plan zijn gerealiseerd;

  • - zo mogelijk, een korte omschrijving van praktische problemen en tips voor toekomstige aanvragers die een soortgelijk plan willen ondernemen.

Het financieel verslag bestaat uit een afrekening en een toelichting op de werkelijk gemaakte kosten. Hiervoor maakt u opnieuw gebruik van het model van het Fonds. Voor de onderbouwing van de afrekening dient u eventuele bewijsstukken te bewaren. Het Fonds kan u hierom vragen.

6.5. Vaststelling en verrekening van het subsidie

Het Fonds streeft ernaar binnen zes weken na ontvangst van de verantwoording het subsidie vast te stellen. Het subsidie kan evenwel nooit meer bedragen dan het verleende bedrag of het tekort op de afrekening.

Binnen veertien dagen na deze vaststelling wordt het subsidie onder verrekening van reeds betaalde voorschotten per bank uitbetaald. Tenzij het Fonds heeft besloten tot verrekening op andere wijze stort u het te veel ontvangen en/of de ten onrechte betaalbaar gestelde voorschotten binnen veertien dagen na ontvangst daarvan terug.

6.6. Intellectuele eigendom

Bij subsidieverlening geeft de aanvrager het Fonds toestemming om delen van het inhoudelijk en financieel eindverslag of overige op de aanvraag van toepassing zijnde documentatie (inclusief beeldmateriaal) openbaar te maken of anderszins te presenteren of te verveelvoudigen, zonder dat de aanvrager daarvoor een vergoeding ontvangt. Openbaarmaking, presentatie of verveelvoudiging vindt uitsluitend plaats ter verantwoording van de werkzaamheden van het Fonds.

6.7. Overige bepalingen

In de gevallen waarin de Wet, de statuten van het Fonds of de subsidieregeling niet voorzien, beslist het bestuur van het Fonds.

7. Bezwaar

Op de subsidieregelingen van het Fonds is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Een belanghebbende kan bezwaar maken tegen een besluit van het Fonds. De mogelijkheden tot bezwaar worden in voorkomende gevallen in de correspondentie vermeld.

Het maken van bezwaar geschiedt door het indienen van een bezwaarschrift gericht aan het bestuur van het Fonds.

De termijn hiervoor bedraagt zes weken. Het bezwaarschrift vermeldt in ieder geval wie de indiener is en bevat de redenen van het bezwaar. De werkwijze is voor bezwaar ontvankelijk; het kwaliteitsoordeel van adviseurs is dat niet. De bezwaarschriftenprocedure heeft geen schorsende werking.

Als het bezwaarschrift ontvankelijk is, stelt het Fonds de belanghebbende in de gelegenheid te worden gehoord door een interne bezwaarschriftencommissie. De indiener heeft dan de mogelijkheid om zijn bezwaren nog eens mondeling toe te lichten of zijn bezwaarschrift aan te vullen met nieuwe gronden. Van het horen wordt een verslag gemaakt dat ter goedkeuring wordt voorgelegd aan belanghebbende.

Let wel: Als een aanvrager gebruik maakt van de bezwaarschriftenprocedure kan deze aanvrager niet gelijktijdig dezelfde aanvraag opnieuw indienen.

8. De verschillende subsidiemogelijkheden beurzen en stipendia 2004

Er bestaan zes subsidiemogelijkheden waarvan de specifieke kenmerken, o.a. het doel, de beoordelingscriteria en de te verwachten bijdrage, hierna worden uitgewerkt:

  • I startstipendium;

  • II studiebeurs;

  • III reisbeurs;

  • IV werkbeurs;

  • V oeuvre-stipendium;

  • VI beurs amateurkunst.

I. Startstipendium

Doel van het startstipendium

Een startstipendium is bedoeld om beginnende, getalenteerde podiumkunstenaars die zijn afgestudeerd op het hoogste niveau in staat te stellen zich verder te ontwikkelen. Daarnaast kan een startstipendium worden aangevraagd door vergelijkbaar getalenteerde podiumkunstenaars zonder afgeronde kunstvakopleiding, die minimaal twee jaar professioneel actief zijn. Met een startstipendium kunnen zij zich op de artistieke en professionele ontplooiing van hun werk richten 1

Te denken valt aan:

  • - een bijdrage aan een zelfgekozen individuele coach/mentor/impresario;

  • - een ontwikkelingsbudget voor jonge zelfstandige makers en initiatiefnemers;

  • - auditiereizen of concoursen (muziek en dans).

Het is mogelijk om tot vier jaar na het afronden van een kunstvakopleiding op het hoogste niveau, respectievelijk binnen de eerste vier jaar van de eigen beroepspraktijk, een startstipendium aan te vragen. Er wordt gerekend vanaf de datum die op het diploma van de academie staat vermeld.

Beoordelingscriteria

De commissie beoordeelt in behandeling genomen aanvragen voor een beurs amateurkunst aan de hand van de volgende specifieke criteria:

  • - Kwaliteit van de aanvrager: bewezen kwaliteit in de discipline en/of een meer dan gemiddeld talent.

  • - Kwaliteit van het plan en relevantie van de aanvraag:

  • - Wat draagt het plan bij aan de individuele (artistieke) ontwikkeling en aan de professionele carrière van de aanvrager?

  • - In hoeverre kunnen de activiteiten van aanvrager in de toekomst leiden tot een waardevolle bijdrage aan de podiumkunsten in (inter)nationaal opzicht?

  • - Redelijkheid van de begroting.

Bijdrage Fonds

Het startstipendium bedraagt ten hoogste 5.000 euro. Er zijn per jaar maximaal 25 startstipendia beschikbaar voor de disciplines dans, (muziek)theater en muziek gezamenlijk.

Een startstipendium kan ten hoogste éénmaal aan een belanghebbende worden verleend.

II. Studiebeurs

Doel van de studiebeurs

Aan podiumkunstenaars, afgestudeerd aan het kunstvakonderwijs op het hoogste niveau en/of personen die professioneel werkzaam zijn binnen de podiumkunsten kan een bijdrage in de kosten van een studie binnen het eigen vakgebied verleend worden. Voor afgestudeerden aan het dans- en theatervakonderwijs geldt dat zij ten minste twee jaar professionele praktijkervaring hebben (studieperiode niet meegerekend) voordat zij voor een studiebeurs in aanmerking kunnen komen. Dit geldt ook voor podiumkunstenaars zonder afgeronde kunstvakopleiding met professionele ambities, die getuigen van een meer dan gemiddeld talent.

Te denken valt aan:

  • - (zomer)cursussen;

  • - lessen;

  • - master classes;

  • - stages;

  • - een vervolgstudie.

Deelname aan concoursen of audities wordt niet vergoed.

Vervolgstudie

Het Fonds kan een tegemoetkoming in de kosten van een vervolgstudie in het buitenland verlenen wanneer in Nederland geen vergelijkbare studie kan worden gevolgd. Bij een vervolgstudie gaat het in principe om één studiejaar. Slechts bij wijze van hoge uitzondering is een beurs voor een tweede jaar mogelijk.

Let wel: aanvragen voor een studieperiode van een jaar moeten uiterlijk vrijdag 16 januari 2004, voor 15.00 uur worden ingediend.

Uitzondering

Bij hoge uitzondering kunnen jonge, zeer talentvolle podiumkunstenaars die nog verbonden zijn aan een opleiding, of binnen twee jaar na afronding van hun studie in aanmerking komen voor een studiebeurs. Dit kan alleen wanneer verdere studie in Nederland geen stimulans meer biedt.

Beoordelingscriteria

De commissie beoordeelt in behandeling genomen aanvragen voor een studiebeurs aan de hand van de volgende specifieke criteria:

  • - Kwaliteit van de aanvrager: bewezen kwaliteit in de discipline en/of een meer dan gemiddeld talent.

  • - Kwaliteit van het ingediende plan en relevantie van de aanvraag:

  • - wat draagt het plan bij aan de individuele (artistieke) ontwikkeling en aan de professionele carrière van de aanvrager?

  • - wat draagt het plan bij aan de ontwikkeling van de discipline in Nederland (indien van toepassing)?

  • - Redelijkheid van de begroting.

Bijdrage Fonds

Bij honorering van de aanvraag bestaat de bijdrage van het Fonds uit een tegemoetkoming in studie-, reis- en verblijfkosten. Daarbij wordt uitgegaan van een redelijke eigen bijdrage van de aanvrager. Als de aanvrager in loondienst werkzaam is, wordt verwacht dat de werkgever eveneens een redelijke bijdrage verstrekt. De aanvrager wordt verondersteld voor studie in het buitenland ook andere fondsen te benaderen.

Een studiebeurs kan in beginsel twee keer aan een belanghebbende worden verleend.

III. Reisbeurs

Doel van de reisbeurs

Reisbeurzen zijn bestemd voor diegenen die langer dan vier jaar professioneel actief zijn en hun bijzondere betekenis voor de podiumkunsten hebben bewezen. Door middel van een verblijf in het buitenland willen zij hun (artistieke en/of professionele) horizon verbreden.

Beoordelingscriteria

De commissie beoordeelt in behandeling genomen aanvragen voor een reisbeurs aan de hand van de volgende specifieke criteria:

  • - Kwaliteit van de aanvrager: bewezen kwaliteit in de discipline.

  • - Kwaliteit van het ingediende plan/relevantie van de aanvraag:

  • - wat draagt het plan bij aan de individuele (artistieke) ontwikkeling van de aanvrager en aan haar/zijn professionele carrière?

  • - wat draagt het plan bij aan de ontwikkeling van de discipline in Nederland?

  • - Redelijkheid van de begroting.

Bijdrage Fonds

Bij honorering van de aanvraag bestaat de bijdrage van het Fonds uit een tegemoetkoming in studie-, reis- en verblijfkosten. Daarbij wordt uitgegaan van een redelijke eigen bijdrage van de aanvrager. Als de aanvrager in loondienst werkzaam is, wordt verwacht dat de werkgever eveneens een redelijke bijdrage verstrekt.

Een reisbeurs kan ten hoogste twee keer aan een belanghebbende worden verleend.

IV. Werkbeurs

Doel van de werkbeurs

Een werkbeurs heeft tot doel om de meest getalenteerde scheppend en uitvoerend kunstenaars, dramaturgen, artistiek en zakelijk leiders die langer dan vier jaar professioneel actief zijn de kans te bieden zich verder te ontwikkelen en een zekere continuïteit in hun vak uit te kunnen oefenen. Het betreft een periode van maximaal drie maanden, eventueel te spreiden over twee jaar.

Te denken valt aan:

  • - deelname aan een (internationale) cursus en/of

  • - een stage bij bijvoorbeeld een gerenommeerd podiumkunstenaar, gezelschap of ensemble en/of

  • - een verblijf in het buitenland en/of

  • - werken aan de verdieping of de uitwerking van een specifiek onderwerp of een idee op het gebied van dans, (muziek)theater of muziek (niet-productiegebonden).

Let wel: Subsidies voor presentaties worden niet verstrekt.

Beoordelingscriteria

De commissie beoordeelt in behandeling genomen aanvragen voor een werkbeurs aan de hand van de volgende specifieke criteria:

  • - Kwaliteit van de aanvrager: bewezen kwaliteit in de discipline.

  • - Kwaliteit van het ingediende plan en relevantie van de aanvraag:

  • - wat draagt het plan bij aan de individuele (artistieke) ontwikkeling en aan de professionele carrière van de aanvrager

  • - wat draagt het plan bij aan de ontwikkeling van de discipline in Nederland?

  • - Redelijkheid van de begroting.

Bijdrage Fonds

Bij honorering van de aanvraag bestaat de bijdrage van het Fonds uit een tegemoetkoming in reis-, studie-, onderzoeks- of materiaalkosten en - bij uitzondering - in de kosten van levensonderhoud. Daarbij wordt uitgegaan van een redelijke bijdrage van de aanvrager. Wanneer deze een dienstverband heeft, verwacht het Fonds dat de werkgever van de aanvrager eveneens een redelijke bijdrage verstrekt.

Een werkbeurs kan ten hoogste twee keer aan een belanghebbende worden verleend.

V. Oeuvre-stipendium

Doel van het oeuvre-stipendium

Een oeuvre-stipendium is voor die scheppend en uitvoerend kunstenaar, dramaturg, artistiek leider die langer dan tien jaar professioneel actief is en zich ruimschoots heeft bewezen in het professionele circuit en gezichtsbepalend is voor de Nederlandse podiumkunsten. Met dit subsidie kan hij/zij in aanmerking komen voor een langere periode van reflectie en (her)oriëntatie, zonder directe productiedwang.

Te denken valt aan:

  • - studie, stage of onderzoek in het eigen vakgebied;

  • - zich (her)oriënteren, bijvoorbeeld op andere 'circuits' binnen en buiten het eigen vakgebied.

Beoordelingscriteria

De commissie beoordeelt in behandeling genomen aanvragen voor een oeuvre-stipendium aan de hand van de volgende specifieke criteria:

  • - Kwaliteit van de aanvrager en kwaliteit van het opgebouwde oeuvre.

  • - Redelijkheid van de begroting.

Bijdrage Fonds

Bij honorering van de aanvraag bestaat de bijdrage van het Fonds uit een tegemoetkoming in de kosten voor reis, studie, onderzoek of materialen en - bij uitzondering - in de kosten van levensonderhoud. Daarbij wordt uitgegaan van een redelijke bijdrage van de aanvrager. Wanneer deze een dienstverband heeft, verwacht het Fonds dat de werkgever van de aanvrager eveneens een redelijke bijdrage verstrekt.

Een oeuvre-stipendium kan ten hoogste éénmaal aan een belanghebbende worden verleend.

VI. Beurs amateurkunst

Doel van een beurs amateurkunst

Een beurs amateurkunst is bedoeld om de ontwikkeling van het landelijk opererend artistiek kader binnen de amateursector te stimuleren. Het subsidie richt zich bijvoorbeeld op dirigenten, regisseurs en choreografen van landelijke betekenis die werkzaam zijn in het buitenschoolse circuit.

De aanvrager heeft in een reeks van jaren zijn bijzondere betekenis voor de amateurkunst bewezen. De aanvraag betreft activiteiten die bijdragen aan de artistieke ontwikkeling.

Te denken valt aan:

  • - studie;

  • - stage;

  • - onderzoek;

  • - het verbreden van de artistieke horizon.

Beoordelingscriteria

De commissie beoordeelt in behandeling genomen aanvragen voor een beurs amateurkunst aan de hand van de volgende specifieke criteria:

  • - Kwaliteit van de aanvrager: de mate waarin de aanvrager op landelijk niveau actief is.

  • - De mate waarin het plan (op termijn) een bijdrage levert aan de ontwikkeling van de sector amateurkunst.

  • - Redelijkheid van de begroting.

Bijdrage Fonds

Bij honorering van de aanvraag bestaat de bijdrage van het Fonds uit een tegemoetkoming in de kosten voor reis, studie, onderzoek of materialen en - bij uitzondering - in de kosten van levensonderhoud. Daarbij wordt uitgegaan van een redelijke bijdrage van de aanvrager. Wanneer deze een dienstverband heeft, verwacht het Fonds dat de werkgever van de aanvrager eveneens een redelijke bijdrage verstrekt.

Een beurs amateurkunst kan ten hoogste tweemaal aan een belanghebbende worden verleend.

  • ^ [1]

    De aanschaf van instrumenten of apparatuur is niet subsidiabel. Een startstipendium is ook niet bedoeld als studiebeurs, of als aanvulling op een productiebudget.