Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit vaststelling draaiboek Bestrijding Ziekte van Aujeszky in de artikel 9 situatie[Regeling vervallen per 31-12-2006.]

Geldend van 31-05-2003 t/m 30-12-2006

Besluit vaststelling draaiboek Bestrijding Ziekte van Aujeszky in de artikel 9 situatie

Het bestuur van het Productschap Vee en Vlees heeft,

gelet op artikel 2, vierde lid en artikel 8b, van de Verordening bestrijding Ziekte van Aujeszky 2002,

op 11 december 2002 vastgesteld het navolgende

BESLUIT

Artikel 1 [Vervallen per 31-12-2006]

In het in de bijlage opgenomen draaiboek is in het kader van de bestrijding van een (mogelijke) uitbraak uitgewerkt in welke gevallen bepaalde onderzoeken dienen te worden gedaan en welke maatregelen genomen dienen te worden.

Artikel 2 [Vervallen per 31-12-2006]

  • 1 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vaststelling draaiboek Bestrijding Ziekte van Aujeszky in de artikel 9 situatie.

  • 2 Dit besluit zal worden gepubliceerd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie en treedt in werking met ingang van de dag na die van zijn publicatie.

Voor het bestuur

J.J. Ramekers

voorzitter

S.B.M. Jongerius

secretaris

Bijlage Beleidsdraaiboek Bestrijding Ziekte van Aujeszky in de artikel 9 situatie [Vervallen per 31-12-2006]

Inhoud [Vervallen per 31-12-2006]

  • 1. INLEIDING

  • 2. OVERLEG- EN COMMUNICATIESTRUCTUUR

  • 3. SIGNALERING EN MELDING VAN UITBRAKEN

  • 4. WERKWIJZE EN ACTIES BIJ DE MELDING VAN EEN (MOGELIJKE)UITBRAAK VAN DE ZIEKTE VAN AUJESZKY

  • 5. BESTRIJDINGSMAATREGELEN IN HET GEVAL VAN EEN (MOGELIJKE) UITBRAAK VAN DE ZIEKTE VAN AUJESZKY

  • 6. FINANCIËLE CONSEQUENTIES

  • 7. RISICO MEMORANDUM

1. Inleiding [Vervallen per 31-12-2006]

In Nederland geldt een vaccinatieplicht voor de Ziekte van Aujeszky (Verordening Bestrijding Ziekte van Aujeszky, 2000). Deze verplichting heeft er in combinatie met een verplicht certificeringsprogramma toe geleid dat Nederland Aujeszky-vrij is geworden. Nederland heeft de zogenaamde artikel 9 status, hetgeen inhoudt dat Brussel het Nederlandse bestrijdingsprogramma officieel erkent.

In verband met de eis, met betrekking tot de intracommunautaire handel in varkens (Beschikking 2001/618/EG], van minimaal een jaar niet hebben gevaccineerd tegen de Ziekte van Aujeszky op het bedrijf van oorsprong, kan door het PVV op aanvraag ontheffing van de vaccinatieplicht worden verleend voor de export naar zogenaamde artikel 10 status gebieden. Artikel 10 status gebieden zijn die gebieden die door Brussel zijn erkend als Aujeszky-vrij. In artikel 10 status gebieden geldt dat er, en dat al gedurende minimaal één jaar, niet meer wordt gevaccineerd tegen de Ziekte van Aujeszky.

Hierdoor zijn in Nederland bedrijven waarop niet meer gevaccineerd wordt. Op deze bedrijven is vervolgens een zeer Aujeszky-gevoelige varkenspopulatie ontstaan en daardoor is het risico op een uitbraak van de Ziekte van Aujeszky sterk toegenomen. Behalve de schade die deze bedrijven in het geval van een uitbraak zelf lijden, is er het risico dat andere bedrijven, met name de bedrijven in de directe omgeving, ook schade ondervinden doordat de ziekte gaat spreiden.

Het is daardoor voor de gehele sector varkenshouderij van belang dat de bestrijding van de Ziekte van Aujeszky in het geval van een uitbraak, effectief wordt aangepakt. In het onderhavige Beleidsdraaiboek bestrijding Ziekte van Aujeszky in de artikel 9 situatie, wordt de wijze waarop deze ziekte in het geval van een uitbraak in de artikel 9 situatie zal worden bestreden, beschreven.

Naast het Beleidsdraaiboek Ziekte van Aujeszky artikel 9 situatie bestaat een Draaiboek Uitvoering van de GD, De PVE hebben hun taken in de uitvoering van de bestrijding en de daarbij horende procedures in een intern draaiboek vastgelegd.

De benodigde communicatie in het geval van een uitbraak en de daarbij behorende bestrijding is van groot belang en wordt in grote lijnen aangegeven in dit Beleidsdraaiboek. Het komt deels terug in het interne "Draaiboek Uitvoering" van de GD en deels is dit een taak voor de afdeling communicatie van de PVE en opgenomen in het "Interne draaiboek bestrijding Ziekte van Aujeszky in de artikel 9 situatie" van de PVE.

2. Overleg- en communicatiestructuur [Vervallen per 31-12-2006]

In dit hoofdstuk worden de basisstructuur voor zowel het overleg met betrekking tot de bestrijding van een uitbraak van de Ziekte van Aujeszky in de artikel 9 situatie, als de communicatie die hierbij nodig is behandeld. In verschillende volgende hoofdstukken komen deze zaken in meer detail, per onderdeel gespecificeerd, aan de orde.

2.1. Basisoverleg bestrijding van de Ziekte van Aujeszky in de artikel 9 situatie (Basisoverleg ZvA-9) [Vervallen per 31-12-2006]

Door het "Basisoverleg bestrijding van de Ziekte van Aujeszky in de artikel 9 situatie" ("Basisoverleg ZvA-9") wordt het "Beleidsdraaiboek bestrijding Ziekte van Aujeszky in de artikel 9 situatie" uitgewerkt en in concept vastgesteld. In het geval van een uitbraak wordt het Basisoverleg ZvA-9 door de PVE bijeen geroepen om te bepalen of het vastgestelde Beleidsdraaiboek verder kan worden gevolgd of dat hiervan zou moeten worden afgeweken. Het Basisoverleg ZvA-9 adviseert de PVE. De PVE beslissen en zijn hiertoe gemandateerd door het bestuur PVV. Het PVV-bestuur keurt de genomen beslissingen achteraf goed. De bestrijding heeft op dat moment al een aanvang genomen conform de in het Beleidsdraaiboek vastgelegde afspraken. Aan het Basisoverleg ZvA-9 nemen de volgende partijen deel:

  • Productschappen Vee, Vlees en Eieren, Sectorafdeling Vee en Vlees (PVE-SVV)

  • Productschappen Vee, Vlees en Eieren, Afdeling Juridische Zaken (PVE-JZ)

  • Productschappen Vee, Vlees en Eieren, Afdeling Communicatie (PVE-COM)

  • Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO)

  • Nederlandse Vakbond voor Varkenshouders (NVV)

  • Centrale Organisatie voor de Vleessector (COV)

  • Nederlandse Bond van Handelaren in Vee (NBHV)

  • Gezondheidsdienst voor Dieren (GD)

  • Centraal Instituut voor Dierziektecontrole Lelystad (CIDC-Lelystad)

  • Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD)

  • Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV), Afdeling Keuringen

  • Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees (RVV), Afdeling Dierziekten

  • Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Directie Voedings- en Veterinaire Aangelegenheden (LNV-VVA)

Na het ontwikkelen van het beleidsdraaiboek bestrijding Ziekte van Aujeszky in de artikel 9 situatie zal dit worden doorgesproken met:

  • Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Algemene Inspectie Dienst (AID) en zal worden vastgesteld of de AID deel moet/zal nemen aan het Basisoverleg ZvA-9.

De PVE verzorgen via de afdeling communicatie de informatie naar overige belanghebbende organisaties. Indien gewenst wordt voor dit doel een breder "informerend overleg" gestart. Zo nodig kan een persconferentie belegd worden voor de informatie naar alle doelgroepen.

2.2. Communicatie richting varkenshouders [Vervallen per 31-12-2006]

De specifieke communicatie richting varkenshouders wordt verzorgd door de afdeling Communicatie van de GD. Hierbij gaat het om specifieke informatie per bedrijf conform het onderhavige draaiboek. Naast specifieke communicatie richting varkenshouder, zal er, in de in het onderhavige draaiboek beschreven situaties, ook specifiek gecommuniceerd worden met de op de betrokken bedrijven praktiserende dierenartsen. In die gevallen waarin het draaiboek voorziet dat de GD een varkenshouder, bijvoorbeeld telefonisch, op de hoogte brengt van zijn situatie, wordt dat ook schriftelijk gedaan. De betreffende brief wordt namens de PVE door de GD opgemaakt en aangetekend verstuurd dan wel bezorgd.

Algemene communicatie met betrekking tot uitbraken en de bestrijding ervan richting varkenshouderij gaat ook via de communicatiekanalen van de GD. Voordat dergelijke algemene communicatie door de GD naar buiten gebracht wordt, dient deze te zijn afgestemd met de afdeling Communicatie van de PVE.

2.3. Communicatie richting media en publiek [Vervallen per 31-12-2006]

De communicatie richting media, zoals de regionale of landelijke pers en de vakbladen, met betrekking tot uitbraken van de Ziekte van Aujeszky en de bestrijding ervan, wordt uitgevoerd door of via de afdeling Communicatie van de PVE.

Indien nodig wordt een persconferentie onder leiding van de voorzitter van de PVE belegd.

Voor de informatie richting publiek wordt ook een document gemaakt met de meest gestelde vragen en de antwoorden daarop. Dit document wordt, met andere relevante informatie over de Ziekte van Aujeszky, op het publieksnet van de PVE website gezet.

2.4. Interne communicatie PVE [Vervallen per 31-12-2006]

Er wordt door de PVE intern een intern crisisteam ("Crisisteam ZvA-9") samengesteld en er wordt via Intranet aan de medewerkers van de PVE informatie gegeven over de samenstelling en functies binnen dit crisisteam. Duidelijk moet worden welke vragen waar naar toe moeten en wie voor welke doelgroep als woordvoerder optreedt, opdat binnenkomende vragen zo efficiënt mogelijk afgehandeld kunnen worden.

3. Signalering en melding van uitbraken. [Vervallen per 31-12-2006]

Indien er sprake is van een uitbraak dan dient deze zo snel mogelijk te worden gesignaleerd en gemeld, zodat zo snel mogelijk gestart kan worden met de bestrijding. Een uitbraak kan worden gesignaleerd aan de hand van klinische verschijnselen (verschijnselen die door het Aujeszky virus veroorzaakt (kunnen)zijn), op grond van serologisch onderzoek (antilichamen tegen het Aujeszky virus) en/of door agens detectie (het aantonen van het Aujeszky virus zelf).

In figuur 1 (pagina 8) is de procedure van signaleren en melden tot en met de start van de bestrijding, het in werking treden en al dan niet volgen van het draaiboek, schematisch weergegeven.

Gezien het feit dat de bedrijven, die een ontheffing van de vaccinatieplicht in het kader van export naar artikel 10 status gebieden verkregen hebben, zeer regelmatig bloed moeten insturen voor onderzoek, zullen uitbraken op dergelijke bedrijven relatief snel worden gesignaleerd. Daar elke dag echter belangrijk is en er enkele weken tussen initiële besmetting en signalering op basis van serologie kunnen zitten, is melding van mogelijke klinische gevallen (hiervoor bestaat een meldingsplicht!) van zeer groot belang. Evenals de actie die daar vervolgens op kan worden ondernomen. Tenslotte kunnen bijvoorbeeld bevindingen in de sectiezaal worden gedaan die een sterke verdenking opleveren. Het kan zelfs zijn dat het virus direct in sectiemateriaal wordt aangetoond.

3.1. Melding van klinische verschijnselen [Vervallen per 31-12-2006]

De Ziekte van Aujeszky is, in het geval van klinische verschijnselen, aangifteplichtig op basis van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren (GWWD). Deze aangifteplicht geldt o.a. voor de varkenshouder en de dierenarts. De melding in het kader van de GWWD dient te geschieden bij de RVV. De RVV dient een dergelijke melding direct door te melden aan de PVE, zodat daarop verder actie genomen kan worden. Een varkenshouder is, als deelnemer aan het Aujeszky certificeringssysteem, bovendien verplicht bij verdenking van de aanwezigheid van de Ziekte van Aujeszky de eigenaar of beheerder van het systeem in te lichten. Op grond hiervan dient de varkenshouder dit dus te melden bij de GD. De GD dient deze melding direct door te melden aan de PVE.

3.2. Melden van gevallen op basis van serologisch onderzoek [Vervallen per 31-12-2006]

Door de GD en/of CIDC-Lelystad worden bevindingen op basis van het monitorings-, bewakings- en exportonderzoek en bevindingen op basis van om andere redenen uitgevoerd serologisch onderzoek, direct gemeld aan de PVE.

Bij de beoordeling van de bevindingen door de GD/CIDC-Lelystad wordt een onderscheid gemaakt tussen vaccinerende en niet vaccinerende bedrijven.

In het geval van vaccinerende bedrijven wordt volgens de procedure die geldt voor de certificering gehandeld. Indien meer dan 3 positieve bevindingen worden gedaan en geconfirmeerd wordt het Aujeszky-vrij Certificaat ingetrokken. Hiervan worden de PVE in kennis gesteld.

Van niet vaccinerende bedrijven moet ook bij slechts 1 positief monster per direct confirmatie-onderzoek uitgevoerd worden door CIDC-Lelystad, indien dit onderzoek positief is worden de PVE hiervan door de GD in kennis gesteld en wordt het draaiboek gevolgd.

3.3. Melden van gevallen op basis van ander (niet serologisch) onderzoek [Vervallen per 31-12-2006]

Indien op basis van enig onderzoek (bijvoorbeeld sectie-onderzoek) moet worden aangenomen dat er sprake is van een besmetting met het Aujeszky-virus, dan moet dit gemeld worden aan de PVE. In veel gevallen loopt dit onderzoek bij de GD en zal de GD dus direct melden aan de PVE en het draaiboek volgen.

3.4. Melden van gevallen die zich in het buitenland voordoen [Vervallen per 31-12-2006]

Indien Aujeszky in één van de landen met de 9 of 10 status wordt geconstateerd, dan zal dat ook bij de PVE bekend moeten worden om daar maatregelen op te kunnen nemen. De meldingen komen binnen bij LNV-VVA, bij de Chief Veterinary Officer (CVO). De Directie VVA / de CVO dient de PVE hiervan direct op de hoogte te brengen. Blokkering van bedrijven die hebben geïmporteerd en extra controle van deze bedrijven kan nodig zijn. Ook berichten over uitbraken van de Ziekte van Aujeszky in derde landen zijn in dit kader van belang.

Gevallen binnen een straal van 5 kilometer van de grens met Nederland zullen als zodanig bekend gemaakt moeten worden, omdat ze ook zullen resulteren in maatregelen aan de Nederlandse kant van de grens.

De RVV is actief in het monitoren van de dierziektesituatie in het buitenland, bovendien wordt de RVV door LNV-VVA / de CVO op de hoogte gebracht van gemelde dierziekte-uitbraken. Voor een adequate reactie op de ontwikkelingen in het buitenland dient de RVV de PVE op de hoogte te brengen van (mogelijke) uitbraken van de Ziekte van Aujeszky in voor Nederland relevante landen. Daar de RVV bovendien kan nagaan of er importen zijn geweest (Animo Systeem voor lidstaten en Grens Passage Systeem voor derde landen) uit de betreffende regio of van het betreffende bedrijf. Deze informatie wordt, ten behoeve van de bestrijding van uitbraken van de Ziekte van Aujeszky in de artikel 9 situatie, ook doorgegeven naar de PVE.

3.5. Melden van Aujeszky naar aanleiding van bevindingen onder wilde zwijnen [Vervallen per 31-12-2006]

Indien Aujeszky onder wilde zwijnen wordt geconstateerd, bijvoorbeeld in de grensgebieden, dan zal dit ook bekend moeten worden bij de PVE. Met LNV directie VVA, moet de afspraak worden gemaakt dat dit wordt gemeld. Tot op heden is er geen aanwijzing dat wilde zwijnen een belangrijke factor vormen in de epidemiologie van Aujeszky.

3.6. Procedure na melding [Vervallen per 31-12-2006]

Indien de PVE in kennis worden gesteld van een (mogelijke) uitbraak, dan wordt met de bestrijding, conform de afspraken vastgelegd in dit Beleidsdraaiboek, per direct aangevangen. Daarnaast wordt het Basisoverleg Ziekte van Aujeszky artikel 9 status hiervan ook op de hoogte gebracht. In principe wordt het Basisoverleg Ziekte van Aujeszky artikel 9 situatie ook op korte termijn bijeen geroepen.

Figuur 1.

Bijlage 138950.png

4. Werkwijze en acties bij de melding van een (mogelijke) uitbraak van de ziekte van Aujeszky. [Vervallen per 31-12-2006]

In dit hoofdstuk worden de acties weergegeven, die zullen volgen op een melding van een (mogelijke) uitbraak van de Ziekte van Aujeszky. De aanpak om na een verdacht melding vast te kunnen stellen of er daadwerkelijk sprake is van een (mogelijke) uitbraak van de Ziekte van Aujeszky / besmetting met het Aujeszkyvirus, en er dus moet worden overgegaan tot bestrijding, staat hierbij centraal.

4.1. Aanvullend onderzoek bij melding van klinische verschijnselen en/of positieven in serologisch onderzoek onder de actiegrens (zie verder). [Vervallen per 31-12-2006]

Indien er klinische verschijnselen zijn gemeld of indien in het serologisch onderzoek op niet- vaccinerende bedrijven een aantal positieven onder de actiegrens is gevonden, moeten (naast het in gang zetten van het confirmatie-onderzoek) na 7 dagen na de oorspronkelijke bemonstering, de positief reagerende varkens opnieuw worden bemonsterd en moeten er bovendien per positief monster minimaal 9 aanvullende bloedmonsters van contactdieren worden verzameld en ingestuurd (bij minder dan tien varkens op het bedrijf worden alle dieren bemonsterd).

Zolang dit onderzoek loopt mag het bedrijf geen varkens afvoeren. De bloedmonsters worden in opdracht van de varkenshouder door de praktiserend dierenarts afgenomen en ingezonden. De GD informeert hiertoe zowel de varkenshouder als de praktiserend dierenarts.

De aanvullende monsters moeten worden genomen uit de groep contactdieren. Tevens worden serologisch positief reagerende varkens en contactdieren beoordeeld op verschijnselen die kunnen duiden op de Ziekte van Aujeszky. Indien er varkens worden gevonden met klinische Verschijnselen (zoals algemeen ziek, koorts, nerveuze verschijnselen, respiratoire problemen) dan worden de neusswabs van dergelijke dieren afgenomen.

De bloedmonsters worden onderzocht met behulp van de gE-ELISA (Enzyme Linked ImmunoSorbens Assay)- test op gE(glycoprotei'ne E)-antistoffen (positieve reacties moeten worden geconfirmeerd) en de neusswabs worden met behulp van de PCR(Polymerase Chain Reaction)-techniek onderzocht op Aujeszkyvirus.

Op vaccinerende bedrijven wordt de werkwijze conform de certificering gevolgd (ook extra bloedmonsters in het geval van een geconfirmeerd positief monster). Indien op dergelijke bedrijven klinische verschijnselen worden gezien, moeten van varkens met klinische verschijnselen bovendien neusswabs genomen worden.

4.2. Uitbraak [Vervallen per 31-12-2006]

Van een officiële " uitbraak van de Ziekte van Aujeszky " is sprake indien het Aujeszky-virus is aangetoond.

Volgens de OIE (Office Internationale des Epizoöties} International Animal Health Code is er ook sprake van een besmet bedrijf, indien een bedrijf op grond van positieve serologie als zodanig aangemerkt moet worden.

Indien het virus zelf nog niet is aangetoond, maar op andere gronden wel moet worden aangenomen dat er sprake is van een besmetting, zal met de bestrijding worden aangevangen.

In dit draaiboek zal gebruik gemaakt worden van de term "(mogelijke) uitbraak van de Ziekte van Aujeszky", voor al die meldingen/gevallen die, gezien de gestelde actiegrens (paragraaf 4.3.), zullen resulteren in de in dit draaiboek beschreven bestrijdingsmaatregelen.

4.3. Actiegrens voor de start van bestrijdingsmaatregelen [Vervallen per 31-12-2006]

In één of meer van de volgende gevallen zal melding in het kader van de Ziekte van Aujeszky resulteren in bestrijdingsmaatregelen conform dit draaiboek en is er dus sprake van een "(mogelijke) uitbraak van de Ziekte van Aujeszky":

  • 1. verlies van het Aujeszky-vrij Certificaat op een vaccinerend bedrijf op basis van positieve serologie, conform de beslisboom van GD en CIDC-Lelystad voor de Aujeszky-vrij certificering,

  • 2. meer dan 1 geconfirmeerd positief monster op een niet vaccinerend bedrijf (bij meer dan 3 positieve monsters in de ELISA-test - na hertest door de GD -, moet, conform de beslisboom van GD en CIDC-Lelystad voor bedrijven met een ontheffing van de vaccinatieplicht, eerst een confirmatietest worden gedaan; deze moet dan wel per direct worden ingezet),

  • 3. indien het Aujeszky-virus is aangetoond (bijvoorbeeld door middel van virus kweek of PCR- techniek) en/of

  • 4. indien een (mogelijke) uitbraak de Ziekte van Aujeszky binnen een straal van 5 km van de Nederlandse grens heeft plaats gevonden.

Ad 1 en 2. indien het aantal positieven onder de actiegrens ligt, moet er conform de beslisboom voor de Aujeszky-certificering aanvullend onderzoek worden uitgevoerd. Er is dan nog geen sprake van "bestrijding" binnen het bestek van dit draaiboek.

Ad 2. Indien één of twee monsters (ook bij hertest) positief zijn in de ELISA (bijvoorbeeld in het kader van de exportcertificering), dan moeten na 7 dagen na de oorspronkelijke bemonstering aanvullende bloedmonsters (9 stuks per positief monster) worden genomen van contactdieren. Totdat de uitslag van het aanvullend onderzoek bekend (en negatief bevonden) is, wordt het bedrijf wel geblokkeerd (zie 4.1.).

Aan één geconfirmeerd positief monster (een zogenaamde "Singleton reactor") worden dus geen consequenties verbonden.

4.4. Tracering [Vervallen per 31-12-2006]

Indien de actiegrens wordt overschreden en dus wordt overgegaan tot bestrijdingsmaatregelen, dient ook tracering plaats te vinden. De bedrijven met recente diercontacten, de bedrijven die gedurende de voorafgaande vier weken hebben toegeleverd of hebben ontvangen van het bedrijf waar een (mogelijke) uitbraak is vastgesteld, moeten worden geblokkeerd (zie verder: 5.2.). De blokkade van een dergelijk contactbedrijf blijft van kracht totdat resultaten van extra onderzoek aangetoond hebben dat het bedrijf niet is besmet. De contactbedrijven moeten door de praktiserend dierenarts worden gecontroleerd en worden bemonsterd overeenkomstig de bedrijven in de straal van 5 kilometer rond een (mogelijke) uitbraak (zie verder: 5.2.). Wat betreft het risico op buurtinfectie en aerogene transmissie wordt er van uitgegaan dat het onderzoek in een straal van 5 km voldoende is om dit op te sporen. Indien er een (mogelijke) uitbraak (bijvoorbeeld positieve serologie) in het buitenland wordt gemeld (in een artikel 10-status gebied), dan kan dit vanwege importen gevolgen voor Nederland hebben. Nagegaan dient te worden of er relaties zijn met het bedrijf of met de regio (met een straal van 5 km) waar de uitbraak wordt gemeld. Er dient een waarschuwing uit te gaan met betrekking tot het risico van importen uit een dergelijke regio.

4.5. Uitbreiding van gebieden [Vervallen per 31-12-2006]

Bij meerdere (mogelijke)uitbraken worden nieuwe gebieden bepaald dan wel de bestaande gebieden op basis van dezelfde systematiek uitgebreid. Dat is dus door, op basis van de bedrijfscoördinaten, de bedrijven in een straal van 5 km te bepalen.

5. Bestrijdingsmaatregelen in het geval van een (mogelijke) uitbraak van de ziekte van Aujeszky [Vervallen per 31-12-2006]

De bestrijding richt zich op het bedrijf waarop de (mogelijke) uitbraak is vastgesteld (een bedrijf waarop de actiegrens voor de start van de bestrijding is overschreden), op de varkensbedrijven in een straal van 5 km rond dat bedrijf en op de bedrijven met recente diercontacten met het bedrijf waarop een {mogelijke) uitbraak is vastgesteld. In tabel 1 en 2 aan het eind van dit hoofdstuk worden de maatregelen samengevat en wordt een indicatie van de tijd gegeven gedurende welke het bedrijf volledig, wat betreft aan- en afvoer, wordt geblokkeerd.

5.1. Bedrijf waarop de (mogelijke) uitbraak is vastgesteld [Vervallen per 31-12-2006]

In alle gevallen wordt het Aujeszky-vrij Certificaat ingetrokken.

De GD levert de gegevens (zoals UBN; NAW; coördinaten; bedrijfsomvang; aanwezige diercategoriën e.d.) van het betreffende bedrijf aan de PVE en selecteert de varkensbedrijven die binnen een straal van 5 kilometer liggen met behulp van een GIS-selectie. De GD bepaalt op deze wijze een 5 kilometer "gebied". Deze gegevens worden door de GD voor vervolgacties gebruikt en eveneens aan de PVE geleverd. Bovendien wordt door de GD in overleg met Bureau I&R/RVL bepaald, welke bedrijven als gevolg van diercontacten gedurende de vier weken voorafgaand aan de (mogelijk} uitbraak, als contactbedrijf moeten worden aangemerkt. Ook deze informatie wordt door de GD gebruikt voor vervolgacties en aan de PVE geleverd.

5.1.1. (Mogelijke) uitbraak op een A(zeugen)- of C(opfok)-bedrijf met ontheffing van de vaccinatieplicht. [Vervallen per 31-12-2006]

Het bedrijf, waarop de (mogelijke) uitbraak van de Ziekte van Aujeszky wordt vastgesteld, verliest zijn Aujeszky-vrij certificaat en de verleende ontheffing van de vaccinatieplicht tegen de Ziekte van Aujeszky vervalt.

De GD brengt de varkenshouder hiervan telefonisch op de hoogte, de PVE verzorgt de formele intrekking van de ontheffing. Hierbij wordt, in verband met een eventuele verzekering, ook de grond van de intrekking genoemd.

Vervolgens is uitvoering van twee vaccinaties van het hele bedrijf (alle aanwezige dieren, zonder uitzondering) tegen de Ziekte van Aujeszky verplicht, op basis van de voorwaarden onder welke de ontheffing van de vaccinatieplicht was verleend. De eerste vaccinatie dient op dezelfde dag dat de (mogelijke ) uitbraak bekend wordt, uitgevoerd te worden (in ieder geval binnen 24 uur). De varkenshouder dient er zelf voor te zorgen dat dit ook gebeurt. De tweede vaccinatie dient, ook op initiatief van de varkenshouder, tussen drie en vijf weken na de eerste vaccinatie uitgevoerd te worden. Er mogen geen varkens aan- of afgevoerd worden voordat een periode van twee weken na de laatste vaccinatie verstreken is.

Het bedrijf zit dus minimaal vijf weken volledig op slot.

Indien er op grond van serologie een (mogelijke) uitbraak is vastgesteld, wordt dezelfde dag (in ieder geval binnen 24 uur) gepoogd door middel van het nemen van tien Neusswabs het Aujeszky-virus aan te tonen. De neusswabs worden zoveel mogelijk genomen van dieren met klinische verschijnselen die kunnen wijzen op de Ziekte van Aujeszky. Indien het aantal positieve reacties in de serologie, op grond waarvan het bedrijf als een bedrijf met een (mogelijke) uitbraak is aangewezen, kleiner was dan 10, dan worden er, tegelijk met het nemen van de neusswabs, nog minstens tien aanvullende bloedmonsters rondom de positief geteste varkens genomen. Dit aanvullend onderzoek moet worden uitgevoerd, tenzij er al aanvullend onderzoek is uitgevoerd in het traject voorafgaand aan het aanwijzen van het bedrijf als bedrijf met een (mogelijke) uitbraak (zie ook paragraaf 4.1).

Daar het varkensbedrijf op grond van de Verordening bestrijding Ziekte van Aujeszky verplicht is te beschikken over een Aujeszky-vrij certificaat, dienen (gE-) positieve varkens afgevoerd te worden. Tot het moment waarop het varkensbedrijf weer beschikt over een Aujeszky-vrij Certificaat, is slechts afvoer van (gE-) positieve varkens naar het slachthuis mogelijk. De afvoer van (gE-) positieve varkens dient zo spoedig mogelijk uitgevoerd te worden, echter niet vóór twee weken na de uitvoering van de tweede vaccinatie (het bedrijf zit dus minimaal 5 weken op slot). Er wordt vanuit gegaan dat twee weken na tweede vaccinatie de virusuitscheiding dermate laag is, dat het transport van de dieren geen risico voor andere varkensbedrijven oplevert. Voor zeugen is "zo spoedig mogelijk" uiterlijk binnen een week na spenen (eventueel na (ver-)werpen) of na constatering "niet drachtig" (terugkomen, leeg testen etc.). Vleesvarkens en opfokvarkens, die als vleesvarken afgezet worden, mogen uiterlijk worden aangehouden tot een eerstvolgend gangbaar aflevermoment voor vleesvarkens. Aanvoer van varkens is in ieder geval gedurende de eerste vijf weken niet toegestaan. Daarna is de keuze aan de ondernemer. In overleg met zijn dierenarts zal hij het risico, dat het weer gaan toevoegen van dieren aan zijn bedrijf met zich mee brengt, moeten inschatten. Er kan ook voor gekozen worden twee weken na tweede vaccinatie alle aanwezige varkens zo snel mogelijk af te voeren naar het slachthuis. Controle op het uitvoeren van de vaccinaties en de afvoer van (gE-)positieve dieren wordt uitgevoerd door de GD.

Voor bedrijven met een ontheffing van de vaccinatieplicht vanwege gewetensbezwaar (dit kunnen zowel zeugen- als vleesvarkensbedrijven zijn), worden nadere afspraken gemaakt.

Op grond van het Besluit richtlijnen ontheffing entschema Verordening bestrijding Ziekte van Aujeszky 2000 kan de ontheffing ingetrokken worden indien de bestrijding van de Ziekte van Aujeszky in gevaar komt.

Dit neemt niet weg dat er vooraf overlegd kan worden hoe hiermee in de praktijk om te gaan, met als doel daarover een vaste afspraak te maken.

Een mogelijkheid zou bijvoorbeeld kunnen zijn overname van de dieren door de PVE tegen, na slachten uit te betalen, slachtopbrengsten minus vaccinatiekosten.

Vervolgens alle dieren laten slachten (in overleg met de varkenshouder zo vroeg mogelijk of, in het geval van vleesvarkens op het eerstvolgende gangbare aflevermoment) en afrekenen van de slachtopbrengst na aftrek van de vaccinatiekosten, met de varkenshouder (alle overige kosten, zoals voer, huisvesting, verzorging, sterfte etc. zijn en blijven voor rekening van de varkenshouder en/of eigenaar).

5.1.2. (Mogelijke) uitbraak op een vaccinerend A- of B-(zeugen)bedrijf. [Vervallen per 31-12-2006]

Het Aujeszky-vrij certificaat is (op basis van serologie) of wordt ingetrokken. De formele afhandeling hiervan wordt door de GD gedaan, waarbij duidelijk moet worden gemaakt dat sprake is van een (mogelijke) uitbraak van de Ziekte van Aujeszky.

Er wordt binnen 24 uur gecontroleerd op de juiste uitvoering van het verplichte entschema door de GD. Indien nodig, wordt de varkenshouder door de GD gemaand de omissies direct (binnen 24 uur) te laten herstellen. Er worden daarnaast door de GD adviezen verstrekt met betrekking tot aanvullende vaccinaties (afhankelijk van het tijdstip van laatste vaccinatie kan geadviseerd worden de zeugenstapel, eerder dan volgens de planning zou moeten, opnieuw te laten vaccineren en afhankelijk van de ernst van de uitbraak kan geadviseerd worden ook de biggen te laten vaccineren). De adviezen worden aan zowel de varkenshouder als de begeleidend dierenarts gegeven. De basis voor deze adviezen is door de GD opgesteld en beschikbaar voor het Basisoverleg ZvA-9. Indien er vleesvarkens op het bedrijf aanwezig zijn, moeten deze op grond van het Besluit vaststelling entschema Verordening bestrijding Ziekte van Aujeszky 2000, verplicht twee keer gevaccineerd worden. Er moet zo snel mogelijk een tweede vaccinatie worden uitgevoerd (maar pas gevaccineerde groepen niet voor drie weken na de eerste vaccinatie. De (zware vlees)varkens mogen vanaf twee weken na tweede vaccinatie worden afgevoerd naar het slachthuis. Indien er opfokzeugen op het bedrijf aanwezig zijn, wordt ook daarvan het vaccinatieschema gecontroleerd en kunnen er adviezen met betrekking tot aanvullende vaccinaties worden gegeven.

De GD controleert het herstel van omissies en het opvolgen van de vaccinatieverplichtingen en - adviezen.

Daar het varkensbedrijf op grond van de Verordening bestrijding Ziekte van Aujeszky verplicht is te beschikken over een Aujeszky-vrij Certificaat, dienen (gE-)positieve varkens afgevoerd te worden. De afvoer van (gE-)positieve varkens dient zo spoedig mogelijk uitgevoerd te worden. In het geval er omissies in het vaccinatieschema zijn geconstateerd, echter niet eerder dan twee weken nadat de bescherming met het oog op virusuitscheiding voldoende is hersteld (indien langere tijd niet is gevaccineerd moeten er twee vaccinaties worden uitgevoerd met drie tot vijf weken tussentijd en kan er in dat geval dus minimaal gedurende 5 weken niet worden afgevoerd).

Voor zeugen is "zo snel mogelijk" uiterlijk binnen een week na spenen (eventueel na (ver-)werpen) of na constatering "niet drachtig" (terugkomen, leeg testen etc.). Vleesvarkens en opfokvarkens, die als vleesvarken afgezet worden, mogen uiterlijk worden aangehouden tot een eerstvolgend gangbaar aflevermoment voor vleesvarkens. Totdat het bedrijf weer Aujeszky-vrij gecertificeerd is, is alleen afvoer van varkens naar het slachthuis mogelijk.

Aanvoer van varkens is niet toegestaan tot het moment waarop de virusuitscheiding als voldoende onderdrukt kan worden beschouwd. In het geval van grote omissies in het vaccinatieschema is deze periode minimaal 5 weken (na twee weken na tweede vaccinatie) en in het geval er één keer gevaccineerde vleesvarkens op het bedrijf waren, twee weken (twee weken na de tweede vaccinatie).

De GD voert de controle op de afvoer van de gE-positieve dieren uit.

5.1.3. (Mogelijke) uitbraak op een vaccinerend D-(vleesvarkens) bedrijf of C-(opfok)bedrijf. [Vervallen per 31-12-2006]

Het Aujeszky-vrij certificaat is of wordt ingetrokken. De formele afhandeling hiervan wordt door de GD gedaan, waarbij duidelijk moet worden gemaakt dat het hier gaat om een (mogelijke) uitbraak van de Ziekte van Aujeszky.

Er wordt gecontroleerd op de juiste uitvoering van het verplichte entschema door de GD. Indien nodig, wordt de varkenshouder door de GD gemaand de omissies direct te laten herstellen. Er worden daarnaast door de GD adviezen verstrekt met betrekking tot eventuele aanvullende vaccinaties (C-bedrijven). De adviezen worden aan zowel de varkenshouder als de begeleidend dierenarts gegeven.

Een vleesvarkensbedrijf dat zijn certificaat verliest is, op grond van het Besluit vaststelling entschema Verordening bestrijding Ziekte van Aujeszky 2000, verplicht de vleesvarkens twee keer te doen enten. Alle aanwezige varkens moeten zo snel mogelijk, maar de tweede vaccinatie niet binnen drie weken na de eerste vaccinatie, twee keer gevaccineerd worden.

De GD controleert het herstel van omissies en het opvolgen van de vaccinatieverplichtingen en - adviezen.

Aan en afvoer van varkens is gedurende twee weken (tot twee weken na de tweede vaccinatie) niet toegestaan. Na twee weken (na tweede vaccinatie) is weer afvoer naar de slachterij mogelijk. Indien er sprake was van omissies in het vaccinatieschema dan kan de afvoer naar de slachterij gedurende minimaal vijf weken niet plaats vinden; twee weken na tweede vaccinatie, waarbij de tweede vaccinatie tussen de drie en vijf weken na de eerste uitgevoerd moet zijn.

Afvoer naar andere bestemmingen (C-bedrijven), dan de slachterij, is pas weer mogelijk nadat het bedrijf weer Aujeszky-vrij is gecertificeerd. De GD voert de controle hierop uit.

Totdat een vleesvarkensbedrijf weer Aujeszky-vrij is gecertificeerd, is het verplicht de vleesvarkens twee keer te doen vaccineren.

5.1.4. (Mogelijke) uitbraak op een vaccinerend spermawinstation (dan wel quarantainestal voor Kl-beren). [Vervallen per 31-12-2006]

Het Aujeszky-vrij certificaat wordt ingetrokken. De formele afhandeling hiervan wordt door de GD gedaan, waarbij duidelijk moet worden gemaakt dat het hier gaat om een (mogelijke) uitbraak van de Ziekte van Aujeszky.

Er wordt gecontroleerd op de juiste uitvoering van het verplichte entschema door de GD. Indien nodig, wordt de varkenshouder door de GD gemaand de omissies direct te laten herstellen. Er worden daarnaast door de GD eventueel adviezen verstrekt met betrekking tot aanvullende vaccinaties. De adviezen worden aan zowel de varkenshouder als de begeleidend dierenarts gegeven.

Het uitvoeren van bloedonderzoek en het afvoeren naar het slachthuis van beren die gE- positief zijn, is nodig voor het opnieuw verkrijgen van het Aujeszky-vrij certificaat. Afvoeren en aanvoeren van beren is niet toegestaan gedurende de periode dat de beren Aujeszky-virus kunnen uitscheiden. Dat is niet binnen twee weken na het uitvoeren van aanvullende vaccinaties, dan wel de tweede vaccinatie. In het geval van ernstige omissies in het vaccinatieschema zal er namelijk ook hier twee maal, met een tussenperiode van 3 tot 5 weken, gevaccineerd moeten worden.

In de periode tussen het verlies van het Aujeszky-vrij certificaat en het weer vrij verklaren van het Kl-station mag er geen sperma worden uitgeleverd.

5.2. Bedrijven binnen een straal van 5 kilometer rond een uitbraak en contactbedrijven [Vervallen per 31-12-2006]

Behalve voor de (mogelijk) besmette bedrijven heeft een (mogelijke) uitbraak gevolgen voor de bedrijven die daar in een straal van 5 km omheen liggen (dit geldt ook voor bedrijven die binnen een straal van 5 km van een (mogelijke) uitbraak aan de niet-Nederlandse zijde van de landsgrens liggen). Ook voor de contactbedrijven (op grond van de tracering gebaseerd op verplaatsingen van varkens gedurende een periode van vier weken voorafgaand aan de uitbraak; dus zowel toeleverende als afnemende bedrijven} heeft een (mogelijke) uitbraak gevolgen.

Er zal moeten worden nagegaan of er op dergelijke bedrijven sprake is van een (mogelijke) uitbraak of niet. Door een (mogelijke) uitbraak worden bovendien de exportmogelijkheden van de bedrijven in een straal van 5 km rondom die uitbraak direct en voor langere tijd ernstig beperkt.

Alle bedrijven binnen een straal van 5 kilometer rond een uitbraak en de contactbedrijven dienen tweemaal bloed te laten afnemen voor serologisch onderzoek op een infectie met Aujeszky virus. De monsters voor het eerste bloedonderzoek dienen binnen 48 uur bij de GD aangeleverd te zijn.

De monsters voor het tweede bloedonderzoek dienen niet binnen 3 weken na de bemonstering voor het eerste onderzoek genomen te worden en niet later dan 4 weken

na het eerste onderzoek aangeleverd te zijn bij de GD. Met moet een aantal bloedmonsters zijn dat voldoende is om met 95% zekerheid 5% seroprevalentie aan te kunnen tonen. De monsters voor het tweede bloedonderzoek in dit kader worden niet genomen indien uit het eerste bloedonderzoek blijkt dat er sprake is van een (mogelijke) uitbraak. In dat geval valt het bedrijf namelijk onder het regime voor dergelijke bedrijven.

Het eerste bloedonderzoek moet inzicht verschaffen in de verspreiding van de infectie kort nadat de eerste (mogelijke) uitbraak is vastgesteld (ernst van de situatie, tracering e.d.). Het tweede bloedonderzoek heeft tot doel aan te tonen dat er in de periode rond het eerste bloedonderzoek ook geen infectie heeft plaats gevonden.

Tegelijk met het nemen van monsters voor het serologisch onderzoek (beide keren) vindt er ook klinische inspectie plaats gericht op ziekteverschijnselen die kunnen duiden op de Ziekte van Aujeszky; van klinisch verdachte dieren wordt een neusswab voor virologisch onderzoek genomen (maximaal 10).

Indien de uitslag van een onderzoek daar aanleiding toe geeft, wordt vervolgonderzoek conform dit draaiboek uitgevoerd of het bedrijf verder als (mogelijke} uitbraak behandeld (bij overschrijding van de actiegrens).

5.2.1. A-(Zeugen)bedrijf of C-(opfok)bedrijf met ontheffing van de vaccinatieplicht binnen een straal van 5 km [Vervallen per 31-12-2006]

Door de PVE worden de ontheffingen van de Aujeszky-vaccinatieplicht in een straal van 5 kilometer rond een uitbraak formeel (schriftelijk bericht met reden van intrekking) ingetrokken. Vooruitlopend hierop zal de GD de betreffende varkenshouders hiervan persoonlijk op de hoogte brengen, waarbij ook op de dan ontstane vaccinatieplicht wordt gewezen. Dit geschiedt bij voorkeur telefonisch.

Daarnaast worden ook de praktiserend dierenartsen door de GD op de hoogte gebracht. Alle varkens moeten twee keer worden gevaccineerd. De eerste vaccinatie dient binnen 24 uur na berichtgeving uitgevoerd te worden. De tweede vaccinatie dient tussen drie en vijf weken na de eerste vaccinatie uitgevoerd te worden.

Het bedrijf behoudt in principe het Aujeszky-vrij certificaat, maar aan- en afvoer van varkens is niet toegestaan tot 2 weken na tweede vaccinatie. De uitslagen van de bloedonderzoeken, die moeten worden uitgevoerd vanwege de (mogelijke) uitbraak, moeten, voor afvoer anders dan naar het slachthuis, dan wel Aujeszky-negatief zijn (anders verliest het bedrijf immers zijn Aujeszky-vrij certificaat en wordt het als een (mogelijke) uitbraak behandeld.

Totdat de besmettingen in een straal van 5 km weer zijn bedwongen en alle bedrijven weer zijn gecertificeerd is een bedrijf met vleesvarkens verplicht de vleesvarkens twee keer te doen vaccineren en kunnen er geen ontheffingen van de vaccinatieplicht worden afgegeven.

NB: Ontheffingen vanwege gewetensbezwaar.

5.2.2. Vaccinerend A- of B-(zeugen)bedrijf in een straal van 5 km [Vervallen per 31-12-2006]

Er wordt gecontroleerd op de juiste uitvoering van het verplichte entschema door de GD. Indien nodig, wordt de varkenshouder door de GD gemaand de omissies direct te laten herstellen. Dit moet binnen 48 uur plaats vinden en kan tegelijk met het (afnemen van de bloedmonsters en neusswabs tijdens het) eerste onderzoek. Er worden daarnaast door de GD adviezen verstrekt met betrekking tot aanvullende vaccinaties. De adviezen worden aan zowel de varkenshouder als de begeleidend dierenarts gegeven. Indien er vleesvarkens op het bedrijf aanwezig zijn, dan moeten deze een tweede keer gevaccineerd worden (en mogen de (zware) vleesvarkens vanaf twee weken na tweede vaccinatie worden afgevoerd naar het slachthuis).

De GD controleer het herstel van omissies en het opvolgen van de vaccinatieverplichtingen en -adviezen.

Aan- en afvoer, anders dan naar het slachthuis van door vaccinatie volledig beschermde dieren, mag niet plaats vinden, dan nadat de uitslag van het tweede bloedonderzoek bekend is en er geen aanwijzingen zijn voor de Ziekte van Aujeszky. Het bedrijf behoudt in dat geval ook het Aujeszky-vrij certificaat.

Totdat de besmettingen in een straat van 5 km weer zijn bedwongen en alle bedrijven weer zijn gecertificeerd is een bedrijf met vleesvarkens verplicht de vleesvarkens twee keer te doen vaccineren.

5.2.3. Vaccinerend D-(vleesvarkens)bedrijf of C-(opfok)bedrijf in een straal van 5 km [Vervallen per 31-12-2006]

Er wordt gecontroleerd op de juiste uitvoering van het verplichte entschema door de GD. Indien nodig, wordt de varkenshouder door de GD gemaand de omissies direct te doen herstellen. Er worden daarnaast door de GD eventueel adviezen verstrekt met betrekking tot aanvullende vaccinaties. De adviezen worden aan zowel de varkenshouder als de begeleidend dierenarts gegeven.

Een vleesvarkensbedrijf is verplicht de vleesvarkens twee keer te doen enten. Alle aanwezige vleesvarkens moeten zo snel mogelijk een tweede vaccinatie krijgen (maar niet binnen drie weken na de eerste vaccinatie).

De GD controleert het herstel van omissies en het opvolgen van de vaccinatieverplichtingen en -adviezen. Dit moet binnen 48 uur plaats vinden en kan tegelijk met het (afnemen van de bloedmonsters en neusswabs tijdens het) eerste onderzoek.

Aan en afvoer van varkens is gedurende twee weken (tot twee weken na de tweede vaccinatie} niet toegestaan. Na twee weken {na tweede vaccinatie) is afvoer naar de slachterij mogelijk. Indien groepen vleesvarkens niet zijn gevaccineerd dan zullen deze varkens twee maal gevaccineerd moeten worden met drie tot vijf weken tussentijd en mag pas twee weken na tweede vaccinatie worden afgevoerd naar de slachterij (dan zit het bedrijf dus minimaal 5 weken op slot).

Afvoer naar andere bestemmingen dan het slachthuis (voor C-bedrijven) is pas weer mogelijk nadat het tweede bloedonderzoek evenals het eerste bloedonderzoek geen aanwijzingen heeft opgeleverd van een (mogelijke) besmetting met de Ziekte van Aujeszky. Het bedrijf behoudt in dat geval ook het Aujeszky-vrij certificaat.

De GD voert de controle hierop uit.

Totdat de besmettingen in een straal van 5 km weer zijn bedwongen en alle bedrijven weer zijn gecertificeerd is een vleesvarkensbedrijf verplicht de vleesvarkens twee keer te doen vaccineren.

5.2.4. Vaccinerend spermawinstation (dan wel quarantainestal voor Kl-beren) in een straal van 5 km [Vervallen per 31-12-2006]

Er moet bloedonderzoek worden uitgevoerd (gE-ELISA). Dit moet tweemaal gedaan worden met een tussentijd van 3 weken.

Gedurende de tijd tussen de vaststelling van de (mogelijke) uitbraak binnen een straal van 5 km en uitslag tweede bloedonderzoek mag er geen sperma worden uitgeleverd, dan nadat het is onderzocht op Aujeszky-virus met behulp van een daarvoor geschikt verklaarde PCR-techniek, het sperma van alle verzamelde sprongen op grond van dit onderzoek vrij van Aujeszky-virus is verklaard, van elke springende beer een neusswab is genomen, ook deze neusswab is onderzocht met behulp van een PCR methode en ook vrij van het Aujeszky-virus is verklaard. Indien het spermawinstation (of de quarantainestal) op grond van het (bloed)onderzoek besmet blijkt te zijn, zie 5.1.4.

5.2.5. Contactbedrijven [Vervallen per 31-12-2006]

Op grond van verplaatsingen van varkens naar en vanaf de (mogelijke) uitbraak gedurende de vier weken voorafgaand aan een (mogelijke) uitbraak, worden de contactbedrijven vastgesteld. Door de GD worden de contactbedrijven op de hoogte gebracht van het feit dat ze contactbedrijf zijn en wat daar de consequenties van zijn.

Alle contactbedrijven moeten het onderzoek (serologisch, klinisch en virologisch onderzoek) zoals aan het begin van paragraaf 5.2. is beschreven laten uitvoeren. Totdat de bedrijven op grond van dit onderzoek weer zijn vrijgegeven (en het Aujeszky-vrij certificaat dus behouden) vallen ze onder hetzelfde regime als ook voor de bedrijven in de straal van 5 km geldt. Van de contactbedrijven met een ontheffing van de vaccinatieplicht wordt deze ontheffing dus ook ingetrokken! Formeel (schriftelijk) wordt dat door de PVE gedaan.

5.3. Opheffen van de bestrijdingsmaatregelen [Vervallen per 31-12-2006]

Zodra dat kan moeten de maatregelen weer worden opgeheven. In principe wordt dit per bedrijf gedaan, ook voor de cluster bedrijven in de straal van 5 km.

Een bedrijf dat besmet was kan in principe twee wegen bewandelen om weer vrij te worden.

  • 1. De gE-positieve dieren uit de populatie doen slachten. Het bedrijf kan dan weer als vrij van de ziekte van Aujeszky worden beschouwd op het moment dat een laatste bloedonderzoek van alle aanwezige dieren, niet eerder dan 4 weken na afvoer van de laatste positieve dieren uitgevoerd (monstername), geen gE-positieven meer oplevert. Het eerste bloedonderzoek in dit kader mag niet eerder dan twee weken na de tweede bedrijfsvaccinatie zijn uitgevoerd. Het is bij het laatste bloedonderzoek niet nodig biggen die nog gezoogd worden te bemonsteren, maar de gespeende biggen moeten wel bemonsterd worden; per afdeling een aantal om met 95% zekerheid 2% seroprevalentie te kunnen aantonen en voor de categorie vleesvarkens kan volstaan worden met monsters van 5 varkens per afdeling (verspreid over de afdeling genomen), dan wel 5 varkens per honderd varkens, indien de afdelingen meer dan 100 varkens groot zijn. De vleesvarkens kunnen minder zwaar worden bemonsterd omdat ze twee keer zijn gevaccineerd en worden afgevoerd naar het slachthuis.

  • 2. Alle dieren van het bedrijf worden geslacht en het bedrijf (nadat het leeg, schoon en gedesinfecteerd is ) wordt herbevolkt met dieren afkomstig van een Aujeszky-vrij gecertificeerd bedrijf. Het bedrijf wordt dan conform de certificeringsprocedure behandeld en is weer officieel Aujeszky vrij op het moment dat het Aujeszky-vrij certificaat weer is behaald.

De maatregelen in een straal van 5 km rond een (mogelijke) uitbraak kunnen vervallen op het moment dat het bedrijf (en alle relevante bedrijven) weer Aujeszky-vrij gecertificeerd is (zijn). Bedrijven die een ontheffing van de vaccinatieplicht tegen de Ziekte van Aujeszky hadden, kunnen die dan, indien gewenst, opnieuw aanvragen en de verplichting tot twee keer vaccineren voor vleesvarkens kan weer worden ingetrokken.

NB: het bloedonderzoek in het kader van de bestrijding en het opheffen van de bestrijdingsmaatregelen moet tijdig resulteren in een uitslag. De uitslagen moeten in ieder geval binnen vier werkdagen na ontvangst van de monsters door de GD en/of CIDC bekend en op te vragen zijn. De betreffende dienst(en) maken duidelijk op welke wijze dit kan. Confirmatie-onderzoek kan echter noodzakelijk zijn en zal dan niet altijd binnen deze termijn kunnen zijn uitgevoerd.

Tabel 1: Overzicht bestrijdingsmaatregelen bij een (mogelijke) uitbraak voor de bedrijven waarop een (mogelijke) uitbraak is vastgesteld, per bedrijfstype (A-,B-, C-, en D-bedrijf op basis van de Regeling Varkens Leveranties (RVL)). Spermawinstations en quarantainestallen voor KI-beren zijn niet in deze tabel opgenomen.

Type bedrijf

Uitbraak op bedrijf

Maatregelen in de tijd

NB: indien resultaten van onderzoek daartoe aanleiding geven kunnen gehanteerde termijnen worden aangepast.

A(zeugen)- of C(opfok)-bedrijf met ontheffing van de vaccinatieplicht

● aanvullend onderzoek bij melding van klinische verschijnselen of positieve serologie onder de actiegrens - bedrijf geblokkeerd)

● dag -7 (binnen 24 uur na verdenking start aanvullend onderzoek en binnen 1 week moet de uitslag bekend zijn)

● verlies Aujeszky-vrij certificaat

● dag 0

● vervallen ontheffing vaccinatieplicht

 

● 1e vaccinatie binnen 24 uur (inclusief aanvullend onderzoek)

● dag 1

● 2e vaccinatie tussen 3 en 5 weken na 1e vaccinatie

● dag 22 (tot maximaal dag 36)

● afvoer naar slachthuis is vanaf 2 weken na 2e vaccinatie toegestaan (vanaf dat moment mag in principe ook weer worden aangevoerd)

● dag 36 (maximaal 50); indien eerst aanvullend onderzoek moest, dus 43 tot 57 dagen geen afvoer mogelijk!

● bloedonderzoek ter herstel Aujeszky-vrij certificaat

● kan in principe al voor dag 36 een eerste keer plaats vinden om met de afvoer van gE-positieve dieren vanaf dag 36 te kunnen beginnen

● afvoer gE-positieven naar slachthuis

 

● afvoer van varkens anders dan naar het slachthuis is pas weer mogelijk na het herkrijgen van het Aujeszky-vrij certificaat.

moment weer Aujeszky-vrij varieert

Vaccinerend A - of B- (zeugen)bedrijf

● (aanvullend onderzoek bij melding van klinische verschijnselen)

● verlies Aujeszky-vrij certificaat

● herstel omissies entschema + opvolgen adviezen aanvullende vaccinaties

● dag -7 (start binnen 24 uur na verdenking, binnen 1 week uitslag)

● dag 0

● dag 1 (advies)

● dag 2 (uitvoering, mag al op dag 1)

indien opfokdieren of vleesvarkens aanwezig; zie "Vaccinerend C (opfok)- of D (vleesvarkens)- bedrijf'.

● afvoer naar het slachthuis (en in principe ook aanvoer van varkens) is weer mogelijk vanaf 2 weken na herstel van bescherming door vaccinatie

● dag 16, tenzij 2x geënt moet worden dan 37 (tot maximaal dag 51) en indien aanvullend onderzoek zelfs 44 tot 58 dagen (alle 1 dag eerder bij 1e enting op dag 1)

 

● bloedonderzoek ter herstel Aujeszky-vrij certificaat

● afvoer gE-positieven naar slachthuis

● afvoer van varkens anders dan naar het slachthuis is pas weer mogelijk na het herkrijgen van het Aujeszky-vrij certificaat.

● kan in principe al voor dag 16 een eerste keer plaats vinden om met de afvoer van gE-positieve dieren vanaf dag 16e kunnen beginnen

moment weer Aujeszky-vrij varieert

Vaccinerend C (opfok)-of D (vleesvarkens)- bedrijf

● (aanvullend onderzoek bij melding van klinische verschijnselen)

● verlies Aujeszky-vrij certificaat

● herstel omissies entschema + opvolgen adviezen aanvullende vaccinaties

● vleesvarkens verplicht 2ekeer vaccineren (2e vaccinatie niet voor 3 weken na de 1e)

● dag -7 (start binnen 24 uur na verdenking, binnen 1 week uitslag)

● dag 0

● dag 1(advies)

● dag 2 (uitvoering, mag al op dag 1)

● dag 2 (uitvoering, mag al op dag 1)

● afvoer naar het slachthuis vanaf twee weken na tweede vaccinatie toegestaan (vanaf dat moment mag in principe ook weer worden aangevoerd)

● afvoer van varkens anders dan naar het slachthuis (C-bedrijf) is pas weer mogelijk na het herkrijgen van het Aujeszky-vrij certificaat.

● dag 16, tenzij 2x geënt moet worden: dan 37 (tot maximaal dag 51) en indien aanvullend onderzoek zelfs 44 tot 58 dagen (alle 1 dag eerder bij 1e enting op dag 1)

moment weer Aujeszky-vrij varieert

Tabel 2 : Overzicht bestrijdingsmaatregelen bij een (mogelijke) uitbraak van de Ziekte van Aujeszky voor varkensbedrijven in een straal van 5 km rond het bedrijf waarop de (mogelijke) uitbraak is vastgesteld en de contactbedrijven, per bedrijfstype (A-, B-, C-, en D-bedrijf op basis van de Regeling Varkens Leveranties (RVL)). Spermawinstations en quarantainestallen voor KI-beren zijn niet in deze tabel opgenomen

Type bedrijf

Bedrijf binnen een straal van 5 km / contactbedrijf

Maatregelen in de tijd

NB: indien resultaten van onderzoek daartoe aanleiding geven kunnen gehanteerde termijnen worden aangepast.

A(zeugen)- of C(opfok)-bedrijf met ontheffing van de vaccinatieplicht

● vervallen ontheffing vaccinatieplicht

● dag 0

● 1e vaccinatie binnen 24 uur (mag tegelijk met 1e bloedonderzoek etc. op Aujeszky)

● dag 1

● 1e bloedonderzoek binnen 48 uur en klinische inspectie en neusswabs op Aujeszky

● dag 2 (mag ook op dag 1)

● 2e vaccinatie tussen 3 en 5 weken na 1e vaccinatie

● dag 22 (maximaal. dag 36)

● 2e bloedonderzoek tussen 3 en 4 weken na le bloedonderzoek en klinische inspectie en neusswabs

● dag 23 (maximaal dag 30) (1 dag eerder bij 1e bloedonderzoek op dag 1)

● afvoer naar slachthuis is vanaf 2 weken na 2e vaccinatie mogelijk (vanaf dat moment mag in principe ook weer worden aangevoerd)

afvoer anders dan naar het slachthuis mag pas als de uitslag van het 2e (bloed) onderzoek bekend en negatief is

● 1e dag 36 (maximaal dag 50) of zoveel eerder als de uitslag van het 2e bloedonderzoek bekend en negatief is

Vaccinerend A- of B- zeugen)bedrijf

Indien opfokdieren of vleesvarkens aanwezig; die "Vaccinerend C (opfok)- of D (vleesvarkens)-bedrijf'.

● herstel omissies entschema + opvolgen adviezen aanvullende vaccinaties (mag tegelijk met 1e bloedonderzoek etc. op Aujeszky)

● dag 2 (mag ook op dag 1 )

● 1e bloedonderzoek binnen 48 uur en klinische inspectie en neusswabs op Aujeszky

● dag 2 (mag ook op dag 1)

● 2e bloedonderzoek tussen 3 en 4 weken na 1e bloedonderzoek en klinische inspectie en neusswabs

● dag 23 (maximaal dag 30) (1 dag eerder bij le bloedonderzoek op dag 1)

● afvoer naar slachthuis (en in principe ook aanvoer van varkens) is weer mogelijk vanaf 2 weken na herstel van bescherming door vaccinatie

● dag 16 tenzij 2x geënt moet worden: dan 37 (tot maximaal dag 51), (1 dag eerder bij 1e enting op dag 1)

● afvoer anders dan naar het slachthuis mag pas als de uitslag van het 2e (bloed)onderzoek bekend en negatief is

● dag 30 op zijn vroegst

Vaccinerend C (opfok)-of D (vleesvarkens)-bedrijf

● herstel omissies entschema + opvolgen adviezen aanvullende vaccinaties (mag tegelijk met 1e bloedonderzoek etc. op Aujeszky)

● dag 2 (mag ook op dag 1 )

● vleesvarkens verplicht 2e keer vaccineren (2e vaccinatie niet voor 3 weken na 1e)

● dag 2 (mag ook op dag 1)

● 1e bloedonderzoek binnen 48 uur en klinische inspectie en neusswabs op Aujeszky

dag 2 (mag ook op dag 1)

● 2e bloedonderzoek tussen 3 en 4 weken na 1e bloedonderzoek en klinische inspectie en neusswabs

● dag 23 (maximaal dag 30) (1 dag eerder bij 1e bloedonderzoek op dag 1)

● afvoer naar slachthuis (en in principe ook aanvoer van varkens) is weer mogelijk vanaf 2 weken na herstel van bescherming door vaccinatie

● dag 16 tenzij 2x geënt moet worden: dan 37 (tot maximaal dag 51), (1 dag eerder bij le enting op dag 1)

● afvoer anders dan naar het slachthuis (C- bedrijf) mag pas als de uitslag van het 2e (bloed)onderzoek bekend en negatief is

● dag 30 op zijn vroegst

6. Financiële consequenties [Vervallen per 31-12-2006]

Indien er sprake is van beperkte activiteiten van de GD in het kader van de bestrijding van uitbraken, dan zal de inzet opgevangen worden in de financiering van de GD via het productplan Bewaking vaccinatieplicht Ziekte van Aujeszky.

Indien sprake is van uitbraken en de inspanning, die door de GD en anderen geleverd moet worden, zo groot is, dat het niet opgevangen kan worden in bestaande financiering, dan zullen daarvoor extra gelden moeten worden vrij gemaakt. In eerste instantie moet dit dan ten laste komen van de begroting van het PVV (ten laste van het Veewetziektefonds).

De in het kader van de bestrijding verplichte vaccinaties en bloedonderzoeken komen voor bedrijven met een ontheffing van de vaccinatieplicht, voor rekening van betrokken varkenshouders. Hiervoor worden dus geen collectieve middelen aangewend. Bedrijven met een ontheffing van de vaccinatieplicht zijn op grond van de ontheffingsvoorwaarden (ontheffing van de vaccinatieplicht tegen de Ziekte van Aujeszky) verplicht te laten vaccineren bij een (mogelijke) uitbraak.

De extra kosten die bedrijven zonder ontheffing van de vaccinatieplicht moeten maken voor aanvullende vaccinaties en/of (bloed)onderzoek, bijvoorbeeld doordat ze zich in een straal van 5 km van een besmet bedrijf bevinden, worden uit collectieve middelen vergoed.

De genoemde extra kosten voor bedrijven binnen een straal van 5 km van een uitbraak (voor zover het geen bedrijven met een ontheffing van de vaccinatieplicht betreft) komen dan ten laste van de begroting van het PVV (ten laste van het Veewetziektefonds).

In het uiterste geval zal bij een zeer ernstige uitbraak overgegaan moeten worden tot het instellen van een extra heffing ter financiering van de kosten van de bestrijding.

Alle overige financiële consequenties voor de bedrijven (veroorzaakt door de blokkade, het vervroegd slachten, de verminderde afzetmogelijkheden van de varkens en dergelijke, zijn voor rekening van betrokken ondernemers. Het is bedrijven aan te raden zich tegen dergelijke schade te verzekeren. Voor bedrijven met ontheffing van de vaccinatieplicht bestaat de mogelijkheid reeds zich tegen de financiële gevolgen van een uitbraak te verzekeren.

7. Risico memorandum [Vervallen per 31-12-2006]

In dit hoofdstuk wordt bij de risico's van de uitvoering volgens dit draaiboek stil gestaan. Wat zijn de (resterende) risico's en hoe dient daarmee te worden omgegaan?

7.1. Situaties waarin het draaiboek niet voorziet [Vervallen per 31-12-2006]

Er wordt van uitgegaan dat de bestrijding volgens het draaiboek plaats vindt, dat dit als een automatisch proces gezien kan worden en dat er in principe dus geen extra keuzes door het Basisoverleg hoeven te worden gemaakt. Het Basisoverleg zal zich echter wel moeten uitspreken over mogelijkheden en situaties die niet voorzien zijn. Bijvoorbeeld in het geval de situatie dusdanig ernstige vormen gaat aannemen, wat betreft het aantal besmettingen, dat er algemene rigoureuze maatregelen getroffen moeten worden.

De volgende situaties zouden zich kunnen voordoen:

  • -

    Teveel uitbraken om de geplande werkwijze te blijven volgen

  • -

    De straal van 5 km blijkt te klein te zijn, hetgeen blijkt uit de infectie-opbouw binnen de 5 km en het aantal besmettingen daar (net) buiten. Het zou kunnen zijn dat gewerkt moet worden met een model, waarbij ook de weersinvloeden en de windrichting moeten worden meegenomen, om een uitbreiding van het gebied met de straal van 5 km te bepalen.

7.2. Betrokken bedrijven zijn niet verzekerd [Vervallen per 31-12-2006]

Indien een betrokken bedrijf niet is verzekerd, dan moet er rekening mee worden gehouden dat betreffende ondernemer uit financiële nood beslissingen kan nemen die de bestrijding ernstig kunnen frustreren. Zelfs de melding van een uitbraak zou hierdoor verzwegen kunnen worden. Op dit moment is er alleen de mogelijkheid tot verzekeren voor bedrijven met een ontheffing van de vaccinatieplicht in verband met export naar artikel 10 status gebieden. De mogelijkheid voor andere bedrijven zich ook te kunnen verzekeren tegen de kosten als gevolg van een (mogelijke) uitbraak van de Ziekte van Aujeszky is gewenst.

Daarnaast moet over mogelijke sancties bij te laat of niet melden van voor de bestrijding relevante zaken worden nagedacht.