Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Mijnbouwbesluit

Geldend op 26-03-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Artikel 85

    • 1.De uitvoerder draagt er zorg voor dat er een rampenbestrijdingsplan is voor elke mijnbouwinstallatie die in gebruik is ten behoeve van de opsporing, winning of opslag van delfstoffen in het continentaal plat of de territoriale zee.

    • 2.Het rampenbestrijdingsplan behoeft de instemming van Onze Minister.

    • 3.Een rampenbestrijdingsplan met betrekking tot een voor de winning of opslag bestemde mijnbouwinstallatie wordt ten minste iedere vijf jaar herzien.

    • 4.Het rampenbestrijdingsplan wordt voor de eerste maal ten minste vier weken voor de aanvang van de opsporing, winning of opslag ingediend bij Onze Minister en, in het geval, bedoeld in het derde lid, vervolgens telkens vijf jaar nadat instemming is verkregen.

    • 5.Onze Minister kan zijn instemming verlenen onder beperkingen of daaraan voorschriften verbinden in het belang van het milieu of de veiligheid van de scheepvaart of de visserij.

    • 6.De instemming is van rechtswege gegeven, indien Onze Minister niet binnen vier weken na ontvangst van het plan een beslissing heeft genomen. De instemming van rechtswege wordt voor de mogelijkheid van bezwaar en beroep gelijkgesteld met een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.