Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen scheepvaartverkeer[Regeling vervallen per 01-01-2014.]

Geldend van 01-01-2013 t/m 31-12-2013

Besluit van 4 december 2002, houdende regels met betrekking tot de bevoegdheid tot het geven van verkeersinformatie dan wel verkeersaanwijzingen en de daartoe aan de bevoegde personen te stellen eisen (Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen scheepvaartverkeer)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 20 september 2001, nr. DGG/J-01/006295, Directoraat-Generaal Goederenvervoer, Stafafdeling Wetgeving, bestuurlijke en juridische zaken;

Gelet op artikel 9 van de Scheepvaartverkeerswet;

De Raad van State gehoord (advies van 9 november 2001, nr. W09.01.0492/V);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 27 november 2002, nr. HDJZ/SCH/2002–53, Hoofddirectie Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2014]

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a. Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;

  • b. Onze Ministers: Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Veiligheid en Justitie;

  • c. bevoegd gezag: het gezag, bedoeld in artikel 2 van de Scheepvaartverkeerswet, met dien verstande dat:

    • 1°. voor het zeegebied dat wordt begrensd door een lijn vanuit het havenlicht op de kop van de Noorderdam (51°59’.7 N 004°02’.8 E) via boei MN 3 (52°07’.0 N 004°00’.0 E), via boei MN 2 (52°07’.4 N 003°51’.4 E), via boei MNW 2 (52°07’.4 N 003°45’.0 E), via boei MNW 3-MW 6 (52°04’.8 N 003°41’.0 E), via boei MW 5 (51°57’.2 N 003°42’.0 E) naar 51°58’.0 N 003°56’.9 E en vervolgens naar boei MV-C (51°57’.8 N 003°56’.7 E), vandaar naar boei MV-B (51°56’.5 N 003°57’.2 E), vandaar naar boei MV-A (51°55’.5 N 003°57’.8 E) en dan naar 51°54’.9 N 003°59’.6 E, alsmede de Maasmond, het Beerkanaal, het Calandkanaal, het Hartelkanaal, de Nieuwe Waterweg, de Nieuwe Maas voor zover gelegen benedenstrooms kilometerraai 991,7, de Oude Maas voor zover gelegen benedenstrooms kilometerraai 998, en de aan deze scheepvaartwegen gelegen havens en verbindingen, voor zover die in beheer zijn bij het Rijk;

    • 2°. voor het gedeelte van de territoriale zee met een straal van 12 zeemijlen vanuit de koppen van de havenhoofden te IJmuiden, de IJ-Geul, de buitenhaven van IJmuiden, het Noorder- en Zuiderbuitenkanaal, het verbindingskanaal daartussen en de buitentoeleidingskanalen naar de Noordzeesluizen te IJmuiden, alsmede het buitenspuikanaal, de Noordzeesluizen te IJmuiden, de binnentoeleidingskanalen naar de Noordzeesluizen te IJmuiden, de 1e, 2e en 3e rijksbinnenhaven, het binnenspuikanaal en de Staalhaven, alsmede het binnenspuikanaal te IJmuiden, zijkanaal A naar Beverwijk en zijkanaal G naar Zaandam tot aan de Dr. J.M. den Uyl brug, het Noordzeekanaal en het IJ, voor zover gelegen ten westen van kilometerraai 21.250 en de aan de genoemde scheepvaartwegen gelegen havenbekkens, voor zover die in beheer zijn bij het Rijk; en

    • 3°. voor de scheepvaartwegen Schulpengat, Molengat, Rede van Den Helder, de Marinehaven Willemsoord en de Veerhaven van Den Helder, aan de westzijde begrensd door een lijn door de punten:

      1°. 52°52'.9 NB, 04°42'.9 OL (lichtopstand «Grote Kaap»),

      2°. 52°52'.9 NB, 04°38'.0 OL,

      3°. 52°54'.7 NB, 04°34'.8 OL,

      4°. 52°56'.8 NB, 04°33'.9 OL,

      5°. 53°00'.3 NB, 04°35'.4 OL,

      6°. 53°03'.6 NB, 04°39'.3 OL,

      7°. 53°03'.8 NB, 04°43'.4 OL (paal 15, Texel), en aan de oostzijde begrensd door een lijn door de punten:

      8°. 53°01'.4 NB, 04°48'.7 OL,

      9°. 53°00'.7 NB, 04°50'.8 OL,

      10°. 52°59'.7 NB, 04°52'.3 OL,

      11°. 52°59'.3 NB, 04°52'.6 OL,

      12°. 52°58'.2 NB, 04°50'.0 OL,

      13°. 52°57'.9 NB, 04°48'.1 OL;

      de bij besluit door Onze Minister aangewezen en in de Staatscourant gepubliceerde persoon het bevoegd gezag is;

  • d. verkeersbegeleidend systeem: een systeem, ingesteld teneinde de veilige en vlotte afwikkeling van het scheepvaartverkeer en de bescherming van het mariene milieu te bevorderen en dat een of meer verkeerscentrales of verkeersposten omvat;

  • e. deelexamen: elk examen ter toetsing van de kennis en vaardigheden op de in artikel 16 en 17 genoemde vakgebieden;

  • f. regionale kwalificatie: de op grond van een regionaal examen vastgestelde geschiktheid om verkeersinformatie dan wel verkeersaanwijzingen te geven in een daarbij aangegeven verkeersbegeleidend systeem dan wel op een of meer verkeerscentrales of verkeersposten;

  • g. boekje «VTS-kwalificatie»: het boekje waarin de regionale kwalificatie wordt aangetekend en dat een integraal onderdeel uitmaakt van het basisdiploma;

  • h. verkeersdienstsimulator: een didactisch hulpmiddel dat in staat is als een integraal geheel de functionaliteit van een verkeersbegeleidend systeem op een enkelvoudige verkeerspost dan wel één of meer verkeerscentrales na te bootsen;

  • i. vaarbekwaamheidsbewijs politie: vaarbekwaamheidsbewijs voor het zijn van schipper van een klein politievaartuig op rivieren, kanalen en meren, of voor het zijn van schipper van een klein politievaartuig op alle binnenwateren, afgegeven door de politie, dan wel tussen 1 januari 2013 en 1 april 1994 afgegeven door het Korps landelijke politiediensten of voor 1 april 1994 afgegeven door het Korps Rijkspolitie;

  • j. klein vaarbewijs: het klein vaarbewijs, bedoeld in artikel 16 van het Binnenvaartbesluit, of een document dat daarvoor op grond van artikel 32, eerste en tweede lid, van de Binnenvaartwet en artikel 17, tweede, derde en vierde lid, van het Binnenvaartbesluit in de plaats treedt;

  • k. groot vaarbewijs: het groot vaarbewijs, bedoeld in artikel 14 van het Binnenvaartbesluit, of een document dat daarvoor op grond van artikel 32, eerste en tweede lid, van de Binnenvaartwet en artikel 17, tweede, derde en vierde lid, van het Binnenvaartbesluit in de plaats treedt.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Het bevoegd gezag wijst personen aan die bevoegd zijn tot het geven van verkeersinformatie dan wel verkeersaanwijzingen. Aan een dergelijke aanwijzing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.

  • 2 Van de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, en eventueel daaraan verbonden voorschriften en beperkingen wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De personen die verkeersinformatie dan wel verkeersaanwijzingen geven op een verkeerscentrale of op een verkeerspost in een verkeersbegeleidend systeem, worden slechts aangewezen indien zij met goed gevolg het landelijk examen en een regionaal examen hebben afgelegd, dan wel voldoen aan de krachtens artikel 33, eerste lid, van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties voor het verkrijgen van erkenning van EG-kwalificaties voor het beroep van VTS-operator gestelde regels met betrekking tot het doorlopen van een aanpassingsstage of het afleggen van een proeve van bekwaamheid.

  • 2 De personen, bedoeld in het eerste lid, worden slechts aangewezen voor een regio waarvoor zij over een regionale kwalificatie beschikken, dan wel voldoen aan de krachtens artikel 33, eerste lid, van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties voor het verkrijgen van erkenning van EG-kwalificaties voor het beroep van VTS-operator gestelde regels met betrekking tot het doorlopen van een aanpassingsstage of het afleggen van een proeve van bekwaamheid.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2014]

De personen die verkeersinformatie dan wel verkeersaanwijzingen geven anders dan bedoeld in artikel 3, kunnen slechts worden aangewezen indien zij naar het oordeel van het bevoegd gezag beschikken over voldoende kundigheid of werkervaring, dan wel indien zij naar het oordeel van het bevoegd gezag voldoende opleiding hebben genoten.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2014]

De ambtenaar van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die in het bezit is van een vaarbekwaamheidsbewijs politie alsmede van een groot vaarbewijs of van een groot patent, is bevoegd tot het geven van verkeersaanwijzingen anders dan bedoeld in artikel 3, aan de schipper van een schip dat zich bevindt op de scheepvaartwegen waarop het Binnenvaartpolitiereglement, het Scheepvaartreglement Eemsmonding, het Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas, het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen, het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990, het Scheepvaartreglement territoriale zee of het Rijnvaartpolitiereglement 1995 van toepassing is.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2014]

De ambtenaar van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die in het bezit is van een vaarbekwaamheidsbewijs politie en niet van een groot vaarbewijs of van een groot patent, is op de in artikel 5 bedoelde scheepvaartwegen bevoegd tot het geven van verkeersaanwijzingen anders dan bedoeld in artikel 3, aan:

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2014]

De ambtenaar van politie, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die niet in het bezit is van een vaarbekwaamheidsbewijs politie en niet van een groot vaarbewijs of van een groot patent, is op de in artikel 5 bedoelde scheepvaartwegen bevoegd tot het geven van verkeersaanwijzingen anders dan bedoeld in artikel 3, aan:

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2014]

Onze Ministers kunnen voor de toepassing van de artikelen 5 tot en met 7 een ander bewijs van bekwaamheid met het vaarbekwaamheidsbewijs politie gelijkstellen.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2014]

De registerloods die bevoegd is tot het loodsen op afstand, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het Voorschriftenbesluit registerloodsen, is eveneens bevoegd tot het geven van verkeersinformatie voor zover dit verband houdt met het loodsen op afstand.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2014]

De hoofdstukken 2 tot en met 4 zijn uitsluitend van toepassing op de personen, bedoeld in artikel 3.

Hoofdstuk 2. De examencommissies en de commissie van gecommitteerden [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Er is een landelijke examencommissie die verantwoordelijk is voor het afnemen van het landelijk examen en het afnemen van de herhalingstoets.

  • 2 Er zijn regionale examencommissies die verantwoordelijk zijn voor het afnemen van regionale examens.

  • 3 De leden van de examencommissies worden voor de tijd van ten hoogste vier jaren benoemd door Onze Minister en zijn terstond weer benoembaar. Uit de leden wijst Onze Minister de voorzitter, een of meer plaatsvervangende voorzitters, de secretaris en de plaatsvervangend secretaris van de desbetreffende examencommissie aan.

  • 4 De leden van de landelijke examencommissie ontvangen uit 's Rijks kas vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig het Reisbesluit binnenland, alsmede vacatiegelden op grond van door Onze Minister vast te stellen regels.

  • 5 Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot de taak en werkwijze van de examencommissies.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Onze Minister kan instellingen aanwijzen die bevoegd zijn tot het afnemen van een of meer deelexamens van het landelijk examen.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Er is een commissie van gecommitteerden die toezicht houdt op het landelijk examen, de regionale examens, de deelexamens, alsmede op het afleggen van de herhalingstoetsen.

  • 2 De leden worden voor de tijd van ten hoogste vier jaren als gecommitteerde benoemd door Onze Minister en zijn terstond weer benoembaar. Uit de leden wijst Onze Minister de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter, de secretaris en de plaatsvervangend secretaris aan.

  • 3 De gecommitteerden ontvangen uit 's Rijks kas vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig het Reisbesluit binnenland, alsmede vacatiegelden op grond van door Onze Minister vast te stellen regels.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Een lid van de landelijke examencommissie is niet tegelijkertijd lid van de commissie van gecommitteerden.

  • 2 Een lid van een regionale examencommissie dat tegelijkertijd lid is van de commissie van gecommitteerden treedt niet op als gecommitteerde bij een regionaal examen voor welk examen hij lid is van de regionale examencommissie.

Hoofdstuk 3. De examens [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2014]

Er wordt tenminste eenmaal per jaar de mogelijkheid geboden een landelijk examen, een regionaal examen, een herhalingstoets dan wel een of meerdere deelexamens af te leggen.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2014]

Het landelijk examen bestaat uit deelexamens over de volgende vakgebieden:

  • a. algemene communicatie en communicatieprocedures;

  • b. nautische kennis;

  • c. verkeersdienstapparatuur;

  • d. relevante wet- en regelgeving;

  • e. topografie;

  • f. verkeersdienst;

  • g. verkeerszaken, en

  • h. praktijkvaardigheid verkeersdienstsimulator.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2014]

Een regionaal examen bestaat uit deelexamens over de volgende vakgebieden:

  • a. regionale communicatieprocedures;

  • b. regionale nautische kennis;

  • c. regionale verkeersdienstapparatuur;

  • d. regionale scheepvaartverkeersreglementering;

  • e. regionale topografie;

  • f. regionale verkeersdienst;

  • g. regionale verkeerszaken, en

  • h. regionale praktijkvaardigheid.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Het landelijke examen en de regionale examens worden afgenomen met inachtneming van bij regeling van Onze Ministers vastgestelde regels.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde regeling bevat in ieder geval bepalingen met betrekking tot:

    • a. het oproepen en aanmelden voor het examen;

    • b. de wijze van examineren;

    • c. de beoordeling, het slagen en afwijzen;

    • d. uitsluiting van deelname aan het examen of een onderdeel daarvan;

    • e. het toezicht, voorkomen van bedrog en de goede gang van zaken tijdens het examen;

    • f. het gebruik van een verkeersdienstsimulator bij het praktisch gedeelte van het examen;

    • g. de eisen waaraan een verkeersdienstsimulator moet voldoen.

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Onze Ministers stellen voor het landelijk examen en de regionale examens het examenprogramma vast.

  • 2 In het examenprogramma is voor elk deelexamen aangegeven:

    • a. uit welke modules het deelexamen bestaat;

    • b. of het deelexamen mondeling, schriftelijk of praktisch wordt afgenomen, en

    • c. de maximale tijdsduur waarbinnen het deelexamen wordt afgenomen.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Bij regeling van Onze Ministers worden de diploma's en getuigschriften aangeduid op grond waarvan een kandidaat vrijstelling verkrijgt voor het afleggen van een deelexamen of een module van een deelexamen.

  • 2 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, wordt door de voorzitter van de desbetreffende examencommissie verleend.

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Zo spoedig mogelijk na een examen stelt de desbetreffende examencommissie de uitslag vast en deelt deze mede aan de kandidaat.

  • 2 De kandidaat die is geslaagd voor het landelijk examen, ontvangt van de voorzitter van de landelijke examencommissie als bewijs daarvan het basisdiploma met het bijbehorende boekje «VTS-kwalificatie».

  • 3 Indien de kandidaat is geslaagd voor een regionaal examen, tekent de voorzitter van de regionale examencommissie als bewijs daarvan de desbetreffende regionale kwalificatie aan in het boekje «VTS-kwalificatie».

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2014]

Onze Minister stelt het model vast van deelcertificaten, het basisdiploma en het bijbehorende boekje «VTS-kwalificatie».

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2014]

Een duplicaat van een uitgereikt basisdiploma of het bijbehorende boekje« VTS-kwalificatie» wordt slechts afgegeven, indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat het oorspronkelijke basisdiploma of het oorspronkelijke boekje «VTS-kwalificatie» verloren of in het ongerede is geraakt.

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2014]

Indien na het afleggen van een examen blijkt dat de kandidaat tijdens het examen bedrog heeft gepleegd of zich aan enige andere onregelmatigheid heeft schuldig gemaakt, kan de voorzitter van de desbetreffende examencommissie, na overleg met deze commissie, de kandidaat het basisdiploma met het bijbehorende boekje «VTS-kwalificatie» onthouden of het reeds uitgereikte diploma met het bijbehorende boekje «VTS-kwalificatie» intrekken.

Artikel 25 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De voorzitter van de desbetreffende examencommissie doet een ingevolge de regels gesteld krachtens artikel 18, tweede lid, onderdeel d, genomen beslissing tot uitsluiting van deelname of verdere deelname aan het examen of een examenonderdeel, dan wel een beslissing als bedoeld in artikel 24, zo spoedig mogelijk aan de betrokken kandidaat toekomen en zendt een afschrift van deze beslissing aan Onze Minister.

  • 2 Tegen een beslissing van de voorzitter als bedoeld in het eerste lid, kan de betrokken kandidaat beroep instellen bij Onze Minister.

Artikel 26 [Vervallen per 01-01-2014]

Indien zich tijdens een examen situaties voordoen waarin dit besluit dan wel de krachtens dit besluit vastgestelde regels niet voorzien, beslist de voorzitter van de desbetreffende examencommissie.

Artikel 27 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 De personen, bedoeld in artikel 3, die op grond van dit besluit bevoegd zijn tot het geven van verkeersinformatie dan wel verkeersaanwijzingen, volgen tot instandhouding van die bevoegdheid eenmaal per drie jaar een herhalingscursus, die wordt afgesloten met een herhalingstoets.

  • 2 Indien de herhalingstoets met goed gevolg is afgelegd, wordt als bewijs daarvan in het boekje «VTS-kwalificatie» de datum aangetekend waarop deze herhalingstoets met goed gevolg is afgelegd. De bevoegdheid wordt daarmee verlengd tot het einde van het derde kalenderjaar, na het kalenderjaar waarin de herhalingstoets met goed gevolg is afgelegd.

  • 3 Bij regeling van Onze Ministers worden nadere regels gesteld met betrekking tot de herhalingstoets en het gebruik van een verkeersdienstsimulator bij het praktisch gedeelte van deze herhalingstoets.

Artikel 28 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 1 Indien niet voor het einde van het vijfde kalenderjaar na het kalenderjaar waarin het basisdiploma is behaald, een regionale kwalificatie wordt behaald, verliest het basisdiploma zijn geldigheid.

  • 2 Indien niet met goed gevolg een herhalingstoets is afgelegd voor het einde van het derde kalenderjaar na het kalenderjaar waarin een regionale kwalificatie is behaald of een herhalingstoets met goed gevolg is afgelegd, verliest de regionale kwalificatie zijn geldigheid.

  • 3 Indien niet met goed gevolg een herhalingstoets is afgelegd voor het einde van het vijfde kalenderjaar na het kalenderjaar waarin een regionale kwalificatie is behaald of een herhalingstoets met goed gevolg is afgelegd, verliezen het basisdiploma en het bijbehorende boekje «VTS-kwalificatie» hun geldigheid.

Hoofdstuk 4. Bepaling met betrekking tot de eemsmonding [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 29 [Vervallen per 01-01-2014]

Dit besluit is niet van toepassing indien verkeersinformatie wordt gegeven krachtens de op 9 december 1980 te Bonn tot stand gekomen Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake de gemeenschappelijke informatie en begeleiding van de scheepvaart in de Eemsmonding door middel van walradar- en hoogfrequent-radio-installaties, met bijlagen (Trb. 1981, 2).

Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 30 [Vervallen per 01-01-2014]

  • 2 Op personen in het bezit van een basisdiploma en het bijbehorende boekje« VTS-kwalificatie» met de daarin aangetekende regionale kwalificatie als bedoeld in het eerste lid is artikel 27 van overeenkomstige toepassing.

  • 3 Op personen in het bezit van een basisdiploma en het bijbehorende boekje« VTS-kwalificatie» als bedoeld in het eerste lid is artikel 28 van toepassing, met dien verstande dat de in artikel 28 genoemde termijnen ingaan op het moment dat dit besluit in werking treedt.

Artikel 31 [Vervallen per 01-01-2014]

Hoofdstuk 6. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 33 [Vervallen per 01-01-2014]

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verkeersinformatie en verkeersaanwijzingen scheepvaartverkeer.

Artikel 34 [Vervallen per 01-01-2014]

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 4 december 2002

Beatrix

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

R. H. de Boer

Uitgegeven de negende januari 2003

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner