Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verordening Benaming Gedistilleerde en Zwak Gedistilleerde Dranken Productschap Dranken 2003[Regeling vervallen per 01-01-2006.]

Geldend van 01-07-2003 t/m 31-12-2005

Verordening d.d. 13 november 2002 van het Productschap Dranken, houdende regels terzake van de aan de onder het Productschap Dranken op grond van artikel 3 lid 2 onder c van het Instellingsbesluit Productschap Dranken ressorterende ondernemingen op te leggen regels omtrent de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gedistilleerde dranken en zwakgedistilleerde dranken; Verordening Benaming Gedistilleerde en Zwak Gedistilleerde DrankenProductschap Dranken 2003

Het Bestuur van het Productschap Dranken;

gelet op:

artikel 93, 95, 100 lid 3, 102 en 104 van de Wet op de bedrijfsorganisatie;

de artikelen 11 en 12 van het Instellingsbesluit Productschap Dranken;

gezien:

het advies van de Commissies ex artikel artikel 5 lid 1 onder c van het Instellingsbesluit Productschap Dranken;

besluit:

vast te stellen de navolgende Verordening.

§ 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 2 In het bij of krachtens deze Verordening bepaalde wordt voorts verstaan onder:

    • a. gedistilleerde drank: zijnde een alcoholhoudende vloeistof:

      • 1. bestemd voor menselijke consumptie;

      • 2. met bijzondere organoleptische kenmerken en, uitgezonderd de producten als vermeld in Bijlage III van Verordening (EG) 1576/89 van de Raad van 29 mei 1989 met een minimum-alcoholgehalte van 14 procent vol, een minimum-alcoholgehalte van 15 procent vol bevattend; en

      • 3. verkregen:

        • hetzij rechtstreeks door distillatie van natuurlijke gegiste producten, al dan niet in aanwezigheid van aroma's, en/of door aftrekking van plantaardige stoffen en/of door toevoeging van aroma's, suikers of andere zoetstoffen, en/of van andere landbouwproducten, aan ethylalcohol uit landbouwproducten, en/of aan distillaat uit landbouwprodukten en/of aan eau-de-vie zoals gedefinieerd in de EG verordening van 29 mei 1989;

        • hetzij door vermenging van een gedistilleerde drank met:

          • 1. een of meer andere gedistilleerde dranken,

          • 2. ethylalcohol of distillaat uit landbouwproducten, of eau-de-vie zoals gedefinieerd in de EG-verordening van 29 mei 1989;

          • 3. een of meer alcoholische dranken,

          • 4. een of meer dranken

        • hetzij door vermenging van ethylalcohol uit landbouwproducten met water;

      • 4. waarvoor in geval van ge- of verbruik hier te lande alcoholaccijns verschuldigd is.

      Dranken die vallen onder de GN-codes 2203 00, 2204, 2205, 2206 00 en2207 worden evenwel niet als gedistilleerde dranken beschouwd.

    • b. zwak gedistilleerde dranken: alcoholhoudend product met minder dan 15% vol, met uitzondering van advocaat, behorend tot GN-code 2208 van de EG-verordening van 23 juli 1987, waarvoor in geval van ge- of verbruik hier te lande alcoholaccijns verschuldigd is.

    • c. verzoeting: bewerking waarbij voor de bereiding van gedistilleerde dranken een of meer van de volgende producten worden gebruikt: halfwitte suiker , witte suiker, geraffineerde witte suiker, dextrose, fructose, glucosestroop, vloeibare suiker, vloeibare invertsuiker, invertsuikerstroop, gerectificeerde geconcentreerde druivemost, geconcentreerde druivemost, druivemost, gekaramelliseerde suiker (karamel), honing, sint- jansbroodstroop of andere natuurlijke zoetmakende stoffen met een soortgelijke werking als bovengenoemde producten;

    • d. ethylalcohol uit landbouwproducten: ethylalcohol met de in bijlage 1 van de Verordening (EEG) 1576/89 genoemde kenmerken, verkregen door distillatie, na alcoholische vergisting van Landbouwproducten van bijlage II van het Verdrag, met uitzondering van de in lid 2 omschreven gedistilleerde dranken. Bij vermelding van de gebruikte grondstof moet de alcohol uitsluitend uit deze grondstof zijn verkregen;

    • e. distillaat uit landbouwproducten: alcoholhoudende vloeistof verkregen door distillatie, na alcoholische vergisting, van Landbouwproducten van bijlage 11 van het Verdrag, die niet de kenmerken van ethylalcohol als gedefinieerd onder b) of van een gedistilleerde drank vertoont maar die een aroma en een smaak heeft behouden die van de gebruikte grondstoffen afkomstig zijn. Bij vermelding van de gebruikte grondstof moet het distillaat uitsluitend uit deze grondstof zijn verkregen;

    • d. moutwijn: granen eau-de-vie en/of granendistillaat zoals omschreven in Verordening (EEG) 1576/89, bereid door distillatie met een alcoholpercentage van tenminste 46% vol. en ten hoogste 48% vol;

    • f. alcohol-volumegehalte: verhouding tussen het volume zuivere alcohol bij een temperatuur van 20° C dat het betrokken product bevat, en het totale volume van het product bij die temperatuur.

    • g. rijping: bewerking waarbij men in geschikte recipiënten langs natuurlijke weg bepaalde reacties tot stand laat komen waardoor de betrokken gedistilleerde drank organoleptische eigenschappen krijgt die deze voordien niet had;

    • h. verordening (EEG) 1576/89: de verordening van de Europese Economische Gemeenschap nr. 1576/89 van de Raad van 29 mei 1989 tot vaststelling van algemene voorschriften betreffende de definitie, de aanduiding en de aanbiedingsvorm van gedistilleerde dranken (Pb EG L 160);

    • i. productschap: Productschap Dranken

    • j. secretaris: de door het Bestuur aangestelde secretaris van de Commissie;

    • k. commissie: een orgaan als bedoeld in artikel 88a van de Wet op de bedrijfsorganisatie, hier: de Commissie voor Gedistilleerd ex artikel 5 lid c van het Instellingsbesluit Productschap Dranken:

§ 2. Definities van jenever en korenwijn [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Jenever of genever: een gedistilleerde drank die overeenkomstig de bepalingen van artikel 1 lid 4 onder m van de Verordening (EEG) 1576/89 wordt verkregen door aromatisering met jeneverbessen (Juniperus Communis) van ethylalcohol uit landbouwproducten en/of moutwijn Daarnaast mogen als aanvulling worden gebruikt andere natuurlijke aromastoffen als omschreven in artikel 1, lid 2, letter b), ander i) van de Richtlijn 88/388/EEG, en/of aromatiserende preparaten als omschreven in artikel 1, lid 2, letter c), van die richtlijn en/of planten of plantendelen met aromatische eigenschappen; de organoleptische eigenschappen van de jeneverbes behoeven niet waarneembaar te zijn. Het alcoholgehalte is tenminste 35% vol.

    De benaming kan worden aangevuld met de termen klare, Schiedam(mer), Friesche en Schiedamse, eventueel voorafgegaan door "jonge" of "oude".

  • 2 Jonge jenever: een jenever, die:

    • a. bereid is met ethylalcohol uit landbouwproductenen voor minder dan 15% bestaat uit moutwijn;

    • b. kan zijn gezoet tot een maximum van 10 gram suiker per liter;

    • c. kleurloos moet zijn;

    • d. een alcoholgehalte heeft van tenminste 35% vol.

  • 3 Oude jenever: een jenever, die:

    • a. bereid is met ethylalcohol uit landbouwproducten en voor minstens 15% bestaat uit moutwijn;

    • b. moet zijn lichtgeel of lichtbruin van kleur;

    • c. kan zijn bijgekleurd met uitsluitend karamel;

    • d. kan zijn gezoet tot een maximum van 20 gram suiker per liter;

    • e. een alcoholgehalte heeft van tenminste 35% vol;

    • f. de organoleptische eigenschappen van de jeneverbes heeft.

  • 4 Graanjenever: een jenever, die:

    • a. bereid is met ethylalcoholuitsluitend van granen of producten afkomstig van granen en/of moutwijn;

    • b. kan zijn bijgekleurd met uitsluitend karamel;

    • c. kan zijn gezoet tot een maximum van 20 gram suiker per liter;

    • d. moet zijn kleurloos, lichtgeel of lichtbruin van kleur;

    • e. een alcoholgehalte heeft van tenminste 35% vol.

    Graanjenever kan worden voorafgegaan door de aanduiding "Friesche" of "Schiedamse". De toevoeging "jonge" of "oude" kan worden gebruikt als bovendien wordt voldaan aan het bepaalde in lid 2 sub a. en c. resp. lid 3 sub a., b. en f.

  • 5 De voorzitter van de Commissie kan namens het Bestuur, na een daartoe bij hem schriftelijk ingediend, met redenen omkleed verzoek, ontheffing verlenen voor het vereiste dat jonge jenever kleurloos moet zijn. Over verzoeken tot een dergelijke ontheffing zal door de Commissie Kwaliteit en Wetgeving van de Commissie voor Gedistilleerd schriftelijk advies worden uitgebracht aan de voorzitter,

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2006]

Korenwijn: een gedistilleerde drank, die:

  • a. bereid is met ethylalcohol uitsluitend van granen en waarvan de alcoholcomponent voor minstens 51% bestaat uit moutwijn en/of tot 70% vol geherdistilleerde moutwijn;

  • b. voor wat betreft aromatiseren uitsluitend natuurlijke aromastoffen mag bevatten als omschreven in artikel 1, lid 2 letter b) onder i) van de richtlijn 88/388/EEG en/of aromatische preparaten als omschreven in artikel 1, lid 2 letter c van die richtlijn en/of planten of plantendelen met aromatische eigenschappen;

  • c. kan zijn bijgekleurd met uitsluitend karamel;

  • d. kan zijn gezoet tot een maximum van 20 gram suiker per liter;

  • e. moet zijn kleurloos, lichtgeel of lichtbruin van kleur;

  • f. een alcoholgehalteheeft van tenminste 38% vol.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 De rijping van jenever en/of korenwijn als omschreven in de artikelen 2 en 3 , vindt plaats in eikenhouten vaten met een nominaal volume van ten hoogste 700 liter .

  • 2 Als wordt verwezen naar rijping dient deze ten minste één jaar plaats te vinden.

  • 3 Het aantal jaren rijping dient op het etiket van de fles of kruik vermeld te worden.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2006]

Voor het rijpen geldt dat degene die hiertoe overgaat een register moet bijhouden met in ieder geval de volgende gegevens:

  • 1. informatie op grond waarvan de jenever en/of korenwijn per recipiënt gedurende de rijping te allen tijde kan worden geïdentificeerd;

  • 2. de datum waarop de rijping begint, dit is de datum waarop de recipiënt, waarin de jenever en/of korenwijn met het oog op de rijping wordt opgeslagen, wordt gevuld;

  • 3. de datum waarop de rijping is beëindigd, dit is de datum waarop de rijping wordt onderbroken dan wel definitief wordt stopgezet;

  • 4. de plaats van de rijping;

  • 5. in het voorkomend geval, de datum en de wijze waarop jenever en/of korenwijn onderling tijdens de rijping worden gemengd en/of worden overgestoken van de ene recipiënt naar de andere;

  • 6. indien jenever en/of korenwijn, waarvan de begindatum van de rijping verschilt, onderling worden gemengd, wordt de rijpingsduur van de gemengde jenever en/of korenwijn genoteerd aan de hand van de datum waarop het rijpingsproces van het jongste product in het mengsel is begonnen.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het bepaalde in deze verordening geldt niet voor jenever die conform de bepalingen van verordening 1576/89 is geproduceerd en uit een andere Lid-Staat rechtmatig in het vrije verkeer in Nederland wordt gebracht.

  • 2 Het bepaalde in deze verordening is niet van toepassing op de gedistilleerde dranken welke overeenkomstig de Verordening (EEG) nr. 1576/89 van de Raad van 29 mei 1989 en de hierop gebaseerde Europese uitvoerings- en wijzigingsbepalingen, als vruchtenjenevers worden gedefinieerd.

§ 3. Definitie van Advocaat [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 advocaat: een gedistilleerde drank, geel van kleur, met een alcoholgehalte van ten minste 14% vol, met een suikergehalte van ten minste 150 gram per liter eindproduct en met een zuiver eigeelgehalte van ten minste 140 gram per liter eindproduct, die als kenmerkende bestanddelen ethylalcohol en/of brandewijn, eigeel, eiwit en suiker bevat, en waaraan aroma's, kleurstoffen en verdikkingsmiddelen kunnen zijn toegevoegd.

  • 2 Voor de bereiding van advocaat wordt verstaan onder:

    • a eigeel: vloeibaar eigeel van uitsluitend kippeëieren, welke op geen enkele wijze kunstmatig gekoeld zijn tot beneden + 5° C. Het eigeel mag vóór de verwerkíng tot advocaat slechts geconserveerd worden door middel van pasteurisatie en/of toevoeging van alcohol, al dan niet onder toevoeging van suiker;

    • b eiwit: vloeibaar eiwit van uitsluitend kippeëieren, welke op geen enkele wijze kunstmatig gekoeld zijn tot beneden + 5° C. Het eiwit mag vóór de verwerking tot advocaat slechts geconserveerd worden door middel van pasteurisatie en/of toevoeging van alcohol, al dan niet onder toevoeging van suiker;

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2006]

Voor de beoordeling of advocaat voldoet aan de in artikel 7 lid 1 gestelde eisen betreffende het minimum alcoholgehalte resp. het minimum gehalte aan zuiver eigeel, moet gebruik gemaakt worden van de in de bijlagen 1 en 2 van deze verordening aangegeven onderzoekmethoden,

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 2 Voor de fabricage van advocaat mag uitsluitend gebruik gemaakt worden van eigeel en eiwit van eieren, welke onbeschadigd dienen te zijn en voldoen aan de bepalingen van de Verordening (EEG) 1907/90 van de Raad van 26-06-1990 betreffende bepaalde handelsnormen voor eieren, alsmede aan de bepalingen van de Verordening (EEG) 1274/91 van de Commissie van 15 mei 1991, alsmede de Richtlijn 89/437 van de Raad van 20 juni 1989 (laatstelijk gewijzigd per 19 december 199l) betreffende hygiëne- en gezondheidsvraagstukken bij de bereiding en het in de handel brengen van eiproducten.

§ 4. Overige gedistilleerde en zwak gedistilleerde dranken [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2006]

vieux: een gedistilleerde drank die:

  • -

    licht- tot donkerbruin van kleur is;

  • -

    vervaardigd is van ethylalcohol uit landbouwproducten;

  • -

    aromatische geur- en/of smaakstoffen bevat, weke de drank het aroma van uit wijn

    gestookt gedistilleerd verlenen;

  • -

    een suikergehalte kan hebben van maximaal 20 gram per liter;

  • -

    kleurstoffen mag bevatten;

  • -

    een alcoholgehalte heeft van ten minste 35% vol;

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2006]

brandewijn: een gedistilleerde drank, die:

  • -

    nagenoeg kleurloos is;

  • -

    vervaardigd is van uit ethylalcohol uit landbouwproducten, al dan niet

  • -

    gezuiverd over actieve koolfilters;

  • -

    is gedistilleerd over zuurmakende stoffen en/of vruchten of zaden, dan wel met toevoeging van aroma's en/of geur- en smaakstoffen, welke de drank het kenmerkende organoleptische karakter geven;

  • -

    een suikergehalte kan hebben van maximaal 20 gram per liter;

  • -

    een alcoholgehalte heeft van ten minste 35% vol.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2006]

vruchtenbrandewijn: een gedistilleerde drank, die:

  • -

    vervaardigd is met brandewijn en/of ethylalcohol uit landbouwproducten met de ingrediënten van brandewijn, door middel van distillatie en/of infuus van vrucht(en) en/of vruchten- en plantendelen en/of toevoeging van vruchtensap(pen) en/of een distillaat c.q. extract van vruchten- of plantendelen;

  • -

    aroma's, kleurstoffen en/of andere geur- en smaakstoffen mag bevatten;

  • -

    een suikergehalte heeft van minimaal 100 gram per liter;

  • -

    een alcoholgehalte heeft van minimaal 20% vol;

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2006]

likorette : een zwak gedistilleerde drank die:

  • -

    behalve ethylalcohol uit landbouwproducten als kenmerkende bestanddelen bevat suiker en een distillaat en/of infuus en/of extract van vruchten en/of vruchtendelen en/of plantendelen en/of zaden en/of kruiden en/of vruchtensappen en/of melk, room of andere zuivelprodukten;

  • -

    kleurstoffen en/of andere aroma's en/of geur- en smaakstoffen mag bevatten;

  • -

    een suikergehalteheeft van minimaal 100 gram per liter;

  • -

    een alcoholgehalte heeft van ten minste 12% doch minder dan 15% vol.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2006]

De benamingen van de in artikelen 10 tot en met 12 genoemde gedistilleerde dranken moeten in hetzelfde gezichtsveld vergezeld gaan van de benaming "gedistilleerd" of "gedistilleerde drank", tenzij wordt voldaan aan het bepaalde in EG Verordening 1576/89, artikel 1 lid 4 onder r, in welk geval het woord "likeur" vermeld moet worden.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2006]

Wanneer uit de aanduiding van een likorette en vruchtenbrandewijn blijkt, dat deze benaming in het bijzonder verwijst naar een bepaalde vrucht of plant of deel daarvan, dan moet deze in overwegende mate de geur en de smaak van de desbetreffende drank bepalen.

§ 5. Naleving Verordening (EEG) 1576/89 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het is verboden om gedistilleerde dranken aan te duiden, te verkopen, ten verkoop voorhanden te hebben, te koop aan te bieden en/of af te leveren onder de benamingen als genoemd in de Verordening (EEG) 1576/89 en de daarbij behorende overgangsmaatregelen en uitvoeringsbepalingen indien deze dranken niet voldoen aan de in die verordening en de daarbij behorende uitvoeringsverordeningen vermelde definities en voorschriften.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het is verboden om gedistilleerde en/of zwak gedistilleerde dranken aan te duiden, te verkopen, ten verkoop voorhanden te hebben, te koop aan te bieden en/of af te leveren onder de in deze verordening genoemde benamingen, indien deze dranken hier te lande zijn bereid en niet voldoen aan de in paragrafen 2, 3 en 4 van deze verordening vermelde productomschrijvingen.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Het is verboden gedistilleerde dranken en/of distillaten met een alcoholpercentage boven de 81% vol en/of pure ethylalcohol in verpakkingen met een inhoud van minder dan 10 liter in slijterijen als gereed product respectievelijk gedistilleerde drank ten behoeve van de eindverbruiker op de Nederlandse markt ten verkoop voorhanden te hebben of aan te bieden, te verkopen of af te leveren.

  • 2 Het verbod van lid 1 geldt niet voor de daarin genoemde producten in verpakkingen van 1,125 en 5,00 liter weke uitsluitend bestemd zijn voor professioneel gebruik.

§ 6. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2006]

Overtredingen van het bij of krachtens deze Verordening bepaalde zijn strafbare feiten.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2003.

  • 2 Met de inwerkingtreding van deze verordening worden de "Verordening benaming Gedistilleerde en Zwak Gedistilleerde Dranken" van 20 augustus 1998 en de "Verordening verbod verkoop ethylalcohol" van 15 december 1997 ingetrokken.

  • 3 Deze verordening kan worden aangehaald ais Verordening Benaming Gedistilleerde en Zwak gedistilleerde Dranken Productschap Dranken 2003.

Den Haag, 13 november 2002

B.A.H. van Zweden

voorzitter

W. Snijder

secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 27 februari 2003 en door de Minister van Economische Zaken bij beschikking van 19 februari 2003, nr. ME/MW 02056632.

Bijlage 1. behorend bij artikel 8 [Vervallen per 01-01-2006]

Onderzoekmethode ter bepaling van het minimum alcoholgehalte van advocaat [Vervallen per 01-01-2006]

a. Bepaling van de ρ 20 - waarde van advocaat [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1. Bepaling met behulp van Anton Paar-apparatuur.

    Deze bepaling kan op de gebruikelijke wijze worden uitgevoerd.

    N.B. De apparatuur moet na deze bepaling zorgvuldig worden gereinigd.

  • 2. Bepaling met maatkolven.

    Gebruikt worden maatkolven, die voor de bepaling van p 20- waarden geijkt zijn. Vul twee maatkolven van 50 of 100 ml tot boven de streep met het te onderzoeken monster en plaats ze vervolgens gedurende 20 minuten in een waterbad van 20° C.

    Stel daarna het vloeistofniveau op de streep in.

    Reinig de hals van de maatkolf inwendig zorgvuldig.

    Zet de maatkolven ter controle nog 10 minuten in het waterbad van 20° C.

    Droog de kolven af en weeg ze op een analytische balans. Uit het gevonden gewicht en de gegevens betreffende het leeggewicht en de inhoud van de kolven wordt berekend:

    Bijlage 134944.png

b. De distillatie [Vervallen per 01-01-2006]

Weeg in een bekerglas van 100 ml ca. 105 gram nauwkeurig advocaat af op analytische balans.

Spoel deze hoeveelheid met ongeveer 100 ml gedistilleerd water over in de destilleerkolf en meng. Voeg ca. 2 gram tannine en enkele puimsteenkorrels toe.

Destilleer 90 - 95 ml over in een maatkolf van 100 ml. Plaats de maatkolf in een waterbad van 20 graden C en vul na 20 minuten aan tot de streep met gedistilleerd water van 20° C.

Meng vervolgens de inhoud van de maatkolf.

Bepaal van de inhoud van de maatkolf de ρ 20-waarde met behulp van een pyknometer (geijkt voor ρ 20) of met de Anton Paar-apparatuur.

Herleid met behulp van de OIML-tabellen de gevonden p 20- waarde tot volumeprocenten alcohol.

c. Berekening [Vervallen per 01-01-2006]

Afgewogen: a gram advocaat

Gevonden bij b.: q % vol alcohol

Het alcoholgehalte van de advocaat is dan:

Bijlage 134945.png

Bijlage 2. behorend bij artikel 8 [Vervallen per 01-01-2006]

Onderzoekmethode ter bepaling van het minimum gehalte aan zuiver eigeel [Vervallen per 01-01-2006]

Weeg in een mortier 40 tot 50 gram advocaat (= a gram) en voeg al wrijvend circa 100 ml ethanol 96% toe.

Wrijf de massa bij kamertemperatuur zorgvuldig en gedurende circa 5 minuten, opdat een zo goed mogelijke coagulatie en menging ontstaat. Breng de inhoud van het mortier met behulp van ethanol 96% als spoelvloeistof over in een maatkolf van 250 ml en vul aan tot de streep. Laat indien nodig de gesloten maatkolf een nacht staan ten behoeve van optimale coagulatie. Filtreer door een vouwfilter (type S&S nr. 604½ of gelijkwaardig) in een erlenmeyer. Verwerp de eerste 20 ml van het filtraat en pipetteer 50 ml in een platinaschaal, voeg 5 ml magnesium-acetaatoplossing toe, damp in op waterbad en droog bij 102° - 105° C.

Veras tot een wit poeder, eerst op vrije vlam en daarna nog gedurende een uur in een oven bij circa 550° C.

Neem na afkoelen van de schaal de as voorzichtig op in 20 ml zwavelzuurhoudend salpeterzuur. Filtreer de verkregen oplossing door een vouwfilter (type S&S nr. 604½ of gelijkwaardig) in een bekerglas van 250 ml. Was de platinaschaal en filter tweemaal na met 10 ml zwavelzuurhoudend salpeterzuur en breng de was vloeistof beide malen op het filter.

Was vervolgens de platinaschaal met 10 ml water. Breng dit water ook op het filter.

Breng de oplossing aan de kook, neem het bekerglas van de vlam en zwenk gedurende circa 10 seconden om, zodat de wand van het glas niet oververhit is. Voeg onmiddellijk 50 ml, zo nodig gefiltreerd, sulfaatmolybdeen-reagens ineens (niet druppelsgewijs) toe, erop lettend, dat dit reagens de wand van het bekerglas niet aanraakt. Laat daarna gedurende 2 tot 3 minuten het bekerglas onaangeroerd staan en meng dan door circa een halve minuut omzwenken. Laat vervolgens het bekerglas gedurende ten minste 12 uur staan. Filtreer het neerslag af door een gewogen filterkroes G4 en was het neerslag achtereenvolgens met 50-70 ml ammoniumnitraat- oplossingen met aceton. Plaats de kroes in een droogstoof bij 102° tot 105° C en weeg hem op 0,1 mg nauwkeurig tot constant gewicht (massa neerslag = p gram).

Het percentage eierdooier in de waar =

Bijlage 134946.png

waarin a = massa in grammen van de onderzochte hoeveelheid advocaat,

p = massa in grammen van het neerslag.

Wil men omrekenen in gram per liter dan luidt de berekening als volgt: het gehalte eierdooier in grammen per liter in de waar =

Bijlage 134947.png

waarin ρ 20 = dichtheid van advocaat bij 20° C.

Lijst van reagentia [Vervallen per 01-01-2006]

  • -

    Zwavelzuurhoudend salpeterzuur:

    Schenk 30 ml sterk zwavelzuur bij 1 liter salpeterzuur s.g. 1,20.

  • -

    Sulfaatmolybdeen oplossing:

    Los 100 g ammoniumsulfaat op in salpeterzuur s.g. 1,36 tot 1 liter oplossing; los 300 g ammoniummolybdaat op in water tot 1 liter oplossing; breng beide oplossingen op kamertemperatuur; schenk de molybdaatoplossing in een dunne straal, onder voortdurend omroeren, bij de sulfaatoplossing; filtreer het mengsel na 48 u en bewaar het filtraat in het donker; filtreer zonodig voor het gebruik.

  • -

    Magnesiumacetaat-oplossing 50%:

    Los 500 gMg (OOC-CH3)24H20 op in 500 ml water.