Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Regeling bescherming persoonsgegevens V&W

Geldend op 13-02-2012

[Regeling vervalt per 11-04-2014]


  • Artikel 11

    • 1.De beheerder treft zodanige organisatorische en procedurele maatregelen dat :

      • a. aan een betrokkene die persoonsgegevens aan de beheerder heeft verstrekt, zo spoedig mogelijk na de verstrekking van de gegevens wordt meegedeeld voor welke doeleinden de beheerder deze gegevens verwerkt, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de betrokkene daarvan reeds op de hoogte is;

      • b. aan een betrokkene zo spoedig mogelijk na de vastlegging van persoonsgegevens die hem betreffen wordt meegedeeld voor welke doeleinden de beheerder de gegevens verwerkt, indien de gegevens niet door opgave van de betrokkene zijn verkregen;

      • c. aan een betrokkene die een verzoek om inzage in zijn gegevens indient als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de wet, binnen vier weken na ontvangst van het verzoek schriftelijk wordt meegedeeld of hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt;

      • d. een betrokkene die een verzoek tot wijziging van zijn persoonsgegevens indient als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de wet, binnen vier weken na ontvangst van het verzoek schriftelijk wordt meegedeeld of dan wel in hoeverre de beheerder aan dit verzoek voldoet;

      • e. aan een betrokkene die gebruik maakt van het recht van verzet als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de wet, de beheerder binnen vier weken na ontvangst van het verzet hem bericht of het verzet gerechtvaardigd is;

      • f. de verwerking terstond wordt beëindigd indien het verzet gerechtvaardigd is.

    • 2.Indien een betrokkene een verzoek indient als bedoeld in het eerste lid, onderdelen c of d, draagt de beheerder zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker.