Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling aanvullende bekostiging beroepskolom en innovatie in 2002 aan scholen voor voortgezet onderwijs[Regeling vervallen per 31-12-2004.]

Geldend van 02-11-2002 t/m 30-12-2004

Regeling aanvullende bekostiging beroepskolom en innovatie in 2002 aan scholen voor voortgezet onderwijs

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 31-12-2004]

In deze regeling wordt verstaan onder:

leerling praktijkonderwijs:

alle leerlingen van een op 1 augustus 2002 bestaande school voor praktijkonderwijs of afdeling voor praktijkonderwijs verbonden aan een school of scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs;

leerling vbo:

alle leerlingen in de leerjaren 3 en 4 van de basisberoepsgerichte leerweg en kaderberoepsgerichte leerweg en de leerlingen in het 4e leerjaar van een school voor vbo;

leerling avo/vwo:

alle leerlingen in de leerjaren 4 van het mavo (inclusief

de gemengde opleiding mavo/vbo), 4 en 5 van het havo en de leerjaren 4 tot en met 6 van het vwo;

leerlingen:

de leerlingen opgenomen op de door de accountant gevalideerde integrale leerlingtelling (ILT) per 1 oktober 2001.

Artikel 2. Doel van de aanvullende bekostiging [Vervallen per 31-12-2004]

De aanvullend bekostiging die beschikbaar wordt gesteld aan het bevoegd gezag van de scholen en afdelingen voor praktijkonderwijs en vbo is bedoeld als een extra impuls aan deze scholen voor activiteiten die gerelateerd zijn aan de vormgeving en invulling van de ”beroepskolom”. De aanvullende bekostiging die beschikbaar wordt gesteld aan het bevoegde gezag van de avo- of vwo-school is bedoeld als een extra bijdrage in de kosten van innovatie in het algemeen.

De school is vrij in de besteding van de bedoelde budgetten binnen deze kaders.

Artikel 3. Hoogte van de aanvullende bekostiging [Vervallen per 31-12-2004]

De aanvullende bekostiging bedraagt:

  • a. € 175,-- per leerling praktijkonderwijs,

  • b. € 140,-- per leerling vbo,

  • c. € 60,-- per leerling avo/vwo.

Artikel 4. Berekening van de aanvullende bekostiging [Vervallen per 31-12-2004]

De school ontvangt een aanvullende bekostiging gelijk aan de uitkomst van het aantal leerlingen maal het in artikel 3 voor de betreffende leerlingcategorie genoemde bedrag.

Artikel 5. Aanvraagprocedure en betaalbaarstelling [Vervallen per 31-12-2004]

Voor deze aanvullende bekostiging behoeft geen aanvraag te worden ingediend.

Het bevoegd gezag van de school ontvangt uiterlijk in december 2002 een beschikking omtrent de toekenning van de aanvullende bekostiging.

De aanvullende bekostiging wordt betaald in december 2002.

Artikel 6. Verantwoording [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De aanvullende bekostiging wordt verstrekt als tegemoetkoming in uitgaven die zijn verbonden aan het in deze regeling omschreven doel. Verrekening van eventueel niet-bestede middelen of overschotten vindt niet plaats. De verklaring van de accountant bij de jaarrekening omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van deze bekostiging.

  • 2 Voor de scholen voor praktijkonderwijs met een declaratie bekostiging geldt evenwel:

    De ontvangen bekostiging wordt herkenbaar opgenomen in de administratie van de school en de daartoe bestemde bijlage bij de Aanvraag Vaststelling Rijksbekostiging (AVR). De verklaring van de accountant bij de Aanvraag vaststelling rijksbekostiging (AVR) omvat tevens een oordeel over de rechtmatige besteding van de bekostiging.

Artikel 7. Bekendmaking [Vervallen per 31-12-2004]

Deze regeling zal met toelichting in uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 8. Inwerkingtreding [Vervallen per 31-12-2004]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen, waarin deze regeling wordt geplaatst.

Artikel 9. Citeertitel [Vervallen per 31-12-2004]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende bekostiging beroepskolom en innovatie in 2002 aan scholen voor voortgezet onderwijs.

De

minister

van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

M.J.A. van der Hoeven