Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Heffingsverordening Commissie detailhandel in brood en banket 2003

Geldend van 01-01-2003 t/m heden

Verordening van het Hoofdbedrijfschap Ambachten van 2 oktober 2002, houdende vaststelling bestemmingsheffing ten behoeve van de Commissie detailhandel in brood en banket voor het jaar 2003 (Heffingsverordening Commissie detailhandel in brood en banket 2003)

Het Bestuur van het Hoofdbedrijfschap Ambachten;

Gelet op artikel 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie juncto artikel 10, tweede en derde lid, van de Instellingsverordening Hoofdbedrijfschap Ambachten;

Gezien het advies van de Commissie detailhandel in brood en banket d.d. 3 juli 2002;

Besluit:

§ 1. Begripsbepaling en toepassingsgebied

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a. de ondernemer: degene die een onderneming drijft dan wel degenen die gezamenlijk een onderneming drijven;

  • b. een onderneming: een onderneming waarin het banketbakkersbedrijf wordt uitgeoefend;

  • c. een verkoopplaats: elke voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waar waren aan particulieren worden verkocht;

  • d. banketbakkersproducten: gebak dat is toebereid met slagroom, banketbakkersroom of een dergelijke grondstof, of met vers of gesteriliseerd fruit;

  • e. broodbakkersproducten: de gebakken eetwaar als bedoeld in artikel 1 sub d van het warenwetbesluit meel en brood;

  • f. overige bakkersartikelen: andere dan brood- en banketbakkersartikelen die geheel of gedeeltelijk uit meel of bloem bereide artikelen, die gewoonlijk in brood- en banketbakkerswinkels verkocht worden, dan wel die naar de aard van de verwerkte grondstoffen of de wijze van verwerking van die grondstoffen vergelijkbaar zijn met de hier bedoelde artikelen, zoals beschuit, koek, koekjes, ragoutwerk, kerstbrood of dergelijke (gelegenheids)producten;

  • g. franchiseformule: een commerciële samenwerkingsvorm tussen ondernemers, waarbij de ene partij, de franchisegever, aan de andere partij, de franchisenemer, tegen een vergoeding het recht verleent om een onderneming te exploiteren volgens een door de franchisegever ontwikkeld systeem en onder een door hem voorgeschreven handelsnaam;

  • h. de voorzitter: de voorzitter van het Hoofdbedrijfschap Ambachten.

Artikel 2

  • 1 Deze verordening is van toepassing op de ondernemers die een onderneming drijven waarin het banketbakkersbedrijf wordt uitgeoefend.

  • 2 Deze verordening is niet van toepassing op ondernemers die het banketbakkersbedrijf uitoefenen in het kader van een franchiseformule en de franchisegever schriftelijk heeft verklaard, dat de verkoopplaatsen van de franchisenemers kunnen worden aangemerkt als eigen verkoopplaatsen in de zin van deze verordening.

§ 2. De heffing

Artikel 3

  • 1 Aan de ondernemers die op of na de dag van inwerkingtreding van deze verordening een onderneming drijven waarin het banketbakkersbedrijf wordt uitgeoefend, wordt voor het jaar 2003 een heffing opgelegd ten behoeve van collectie promotie.

  • 2 De heffing bedraagt € 140,74 per verkoopplaats waarin hoofdzakelijk brood-, banketbakkersproducten of overige bakkersartikelen worden verkocht, met een maximum van € 703,70 voor ten hoogste 5 verkoopplaatsen.

Artikel 4

  • 1 Aan de ondernemer die lid is van:

    • a. de Nederlandse Brood- en Banketbakkers Ondernemers Vereniging; of

    • b. de Nederlandse Vereniging voor de Bakkerij;

    en over het jaar 2002 de volledige contributie aan een van deze organisaties heeft betaald, wordt een aftrek toegestaan van 50%, met een maximum van 50% van de aan een van de organisaties betaalde contributie (exclusief BTW). De aftrek wordt slechts toegestaan indien uit door de in de eerste volzin genoemde organisaties verstrekte opgaven blijkt dat de contributie is betaald.

  • 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de ondernemers die, al dan niet rechtstreeks, lid zijn van een organisatie van ondernemers die een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid is en die:

    • a. krachtens haar statutaire doelstelling haar werkzaamheid kan uitstrekken tot ten minste een belangrijk gedeelte van het terrein waarop het bedrijfslichaam een taak heeft te vervullen,

    • b. voldoet aan de kwalitatieve representativiteitscriteria, genoemd in de artikelen 3 tot en met 7 van de Verordening representativiteit organisaties,

    • c. tot de werkingssfeer van het bedrijfslichaam behorende leden heeft, waarvan het gewogen aantal niet-onbetekend is,

    • d. met betrekking tot de behartiging van sociaal-economische belangen van ondernemers een positie van enige betekenis inneemt binnen de groep van ondernemers die zij beoogt te organiseren, hetgeen onder meer kan blijken uit de mate van representativiteit binnen die groep, de deelname aan het arbeidsvoorwaardenoverleg, het verrichten van studies of diensten die ook buiten die groep van belang worden geacht en de deelname aan regelmatig overleg met de overheid, en

    • e. haar activiteiten, al dan niet door middel van een federatie van gelijksoortige organisaties, landelijk ontplooit.

  • 3 De in het vorige lid bedoelde aftrek wordt slechts toegestaan indien daartoe door het bestuur van de desbetreffende organisatie een verzoek is gedaan.

  • 4 Op een verzoek als in het derde lid van dit artikel bedoeld, wordt door het dagelijks bestuur van het Hoofdbedrijfschap Ambachten beslist.

§ 3. Overige bepalingen en slotbepalingen

Artikel 5

De artikelen 5 tot en met 14 van de Heffingsverordening Hoofdbedrijfschap Ambachten 2003 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6

De bevoegdheid de heffing bedoeld in artikel 3 op te leggen alsmede de bevoegdheid de overige krachtens deze verordening te nemen besluiten te nemen, is gedelegeerd aan de voorzitter.

Artikel 7

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2003.

Artikel 8

Deze verordening wordt aangehaald als: Heffingsverordening Commissie detailhandel in brood en banket 2003.

Deze verordening zal worden bekend gemaakt in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Den Haag, 2 oktober 2002

P. Kalle

voorzitter

J.W. Nelson

secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 21 november 2002 en door de Minister van Economische Zaken mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij beschikking van 11 december 2002, nr. ME/MW 02061 122.