Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Heffingsverordening textielreinigingsbedrijf 2003[Regeling materieel uitgewerkt per 01-01-2004.]

Geldend van 01-01-2003 t/m heden

Verordening van het bestuur van het Hoofdbedrijfschap Ambachten van 2 oktober 2002, houdende regels terzake van de door het hoofdbedrijfschap aan de ondernemers die het textielreinigingsbedrijf uitoefenen op te leggen bestemmingsheffing textielreinigingsbedrijf voor het jaar 2003 (Heffingsverordening textielreinigingsbedrijf 2003)

Het bestuur van het Hoofdbedrijfschap Ambachten;

Gelet op de artikelen 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie, juncto artikel 10, tweede en derde lid van de Instellingsverordening Hoofdbedrijfschap Ambachten;

Gehoord de Commissie textielreinigingsbedrijf;

Besluit:

§ 1. Begripsbepaling en toepassingsgebied

Artikel 1

In de verordening wordt verstaan onder:

  • a de voorzitter: de voorzitter van het Hoofdbedrijfschap Ambachten;

  • b de ondernemer: degene die een onderneming drijft, dan wel degenen die gezamenlijk een onderneming drijven.

Artikel 2

Deze verordening is van toepassing op de ondernemers die een onderneming drijven waarin het textielreinigingsbedrijf wordt uitgeoefend.

§ 2. De heffing

Artikel 3

  • 1 Aan de ondernemers die op of na de dag van inwerkingtreding van deze verordening een onderneming drijven waarin het textielreinigingsbedrijf wordt uitgeoefend, wordt voor het jaar 2003 een heffing opgelegd ten behoeve van de stimulering van de marktontwikkeling door de realisatie van projecten die in het belang zijn van de gehele branche.

  • 2 De heffing wordt vastgesteld op grondslag van het aantal vestigingen waarin door de ondernemer het textielreinigingsbedrijf wordt uitgeoefend. De heffing bedraagt € 272 voor iedere vestiging waarin het textielreinigingsbedrijf wordt uitgeoefend.

Artikel 4

  • 1 Aan de ondernemer die lid is van de Nederlandse Vereniging van Textielreinigers (Netex)en over het jaar 2002 aan deze organisatie contributie heeft betaald, wordt op de bruto heffing een aftrek toegestaan van 50%, met een maximum van 50% van de betaalde contributie over 2002 (exclusief BTW). De aftrek wordt slechts toegestaan indien uit de door de in de eerste volzin genoemde organisatie verstrekte opgave blijkt dat de contributie is betaald.

  • 2 Op het in het eerste lid bedoelde maximum van 50% van de betaalde contributie wordt in mindering gebracht de aftrek op de heffing Hoofdbedrijfschap Ambachten 2003 of de heffing Hoofdbedrijfschap Detailhandel 2003.

  • 3 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de ondernemers die, al dan niet rechtstreeks, lid zijn van een organisatie van ondernemers die een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid is en die:

    • a. krachtens haar statutaire doelstelling haar werkzaamheid kan uitstrekken tot ten minste een belangrijk gedeelte van het terrein waarop het bedrijfslichaam een taak heeft te vervullen,

    • b. voldoet aan de kwalitatieve representativiteitscriteria, genoemd in de artikelen 3 tot en met 7 van de Verordening representativiteit organisaties,

    • c. tot de werkingssfeer van het bedrijfslichaam behorende leden heeft, waarvan het gewogen aantal niet-onbetekend is,

    • d. met betrekking tot de behartiging van sociaal-economische belangen van ondernemers een positie van enige betekenis inneemt binnen de groep van ondernemers die zij beoogt te organiseren, hetgeen onder meer kan blijken uit de mate van representativiteit binnen die groep, de deelname aan het arbeidsvoorwaardenoverleg, het verrichten van studies of diensten die ook buiten die groep van belang worden geacht en de deelname aan regelmatig overleg met de overheid, en

    • e. haar activiteiten, al dan niet door middel van een federatie van gelijksoortige organisaties, landelijk ontplooit.

  • 4 De in het vorige lid bedoelde aftrek wordt slechts toegestaan indien daartoe door het bestuur van de desbetreffende organisatie een verzoek is gedaan.

  • 5 Op een verzoek als in het vierde lid van dit artikel bedoeld, wordt door het dagelijks bestuur van het Hoofdbedrijfschap Ambachten beslist.

§ 3. Vermindering van heffing

Artikel 5

  • 1 Bij cumulatie van deze bestemmingsheffing met een of meer andere door het HBA opgelegde bestemmingsheffingen, vermindert de voorzitter de heffing tot nihil, indien de uitoefening van het textielreinigingsbedrijf kan worden aangemerkt als een nevenactiviteit ten opzicht van die andere bedrijfsuitoefening of bedrijfsuitoefeningen waarvoor een bestemmingsheffing is opgelegd.

  • 2 De vermindering wordt alleen toegepast ten aanzien van de vestiging waarin één persoon alle bedrijven uitoefent waarvoor bestemmingsheffingen zijn opgelegd.

Artikel 6

Vermindering als bedoeld in artikel 5 wordt slechts verleend op aanvraag. De aanvrager toont ten genoegen van de voorzitter aan dat aan de in het betreffende artikel genoemde voorwaarden wordt voldaan.

§ 4. Overige bepalingen en slotbepalingen

Artikel 7

De artikelen 5 tot en met 14 van de Heffingsverordening Hoofdbedrijfschap Ambachten 2003 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 8

De bevoegdheid om de heffing bedoeld in artikel 3 op te leggen, alsmede de bevoegdheid om de overige krachtens deze verordening te nemen besluiten te nemen, is gedelegeerd aan de voorzitter.

Artikel 9

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2003.

Artikel 10

Deze verordening wordt aangehaald als: Heffingsverordening textielreinigingsbedrijf 2003.

Deze verordening zal in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie worden geplaatst.

Den Haag, 2 oktober 2003

P. Kalle

voorzitter

J.W. Nelson

secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 21 november 2002 en door de Minister van Economische Zaken bij beschikking van 11 december 2002, nr. ME/MW 02061122.