Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Heffingsverordening Commissie kappersbedrijf 2003[Regeling materieel uitgewerkt per 01-01-2004.]

Geldend van 01-01-2003 t/m heden

Verordening van het Hoofdbedrijfschap Ambachten van 2 oktober 2003, houdende vaststellingbestemmingsheffing ten behoeve van de Commissie kappersbedrijf voor het jaar 2003 (Heffingsverordening Commissie kappersbedrijf 2003)

Het bestuur van het Hoofdbedrijfschap Ambachten;

Gelet op artikel 126 van de Wet op de bedrijfsorganisatie, juncto artikel 10, tweede en derde lid, van de Instellingsverordening Hoofdbedrijfschap Ambachten;

Gehoord de Commissie kappersbedrijf;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a. de voorzitter: de voorzitter van het Hoofdbedrijfschap Ambachten;

  • b. de ondernemer: degene die een onderneming drijft, dan wel degenen die gezamenlijk een onderneming drijven;

  • c. werkzame personen: personen als bedoeld in artikel 9, derde lid, van het Handelsregisterbesluit 1996 die betrokken zijn bij de uitoefening van het kappersbedrijf;

  • d. omzet: de omzet op jaarbasis die in de onderneming is behaald bij de uitoefening van het kappersbedrijf.

Artikel 2

De verordening is van toepassing op de ondernemers die een onderneming drijven, waarin het kappersbedrijf wordt uitgeoefend.

§ 2. De heffing

Artikel 3

  • 1 Aan de ondernemers die op of na de dag van inwerkingtreding van deze verordening het kappersbedrijf uitoefenen, wordt voor het jaar 2003 een heffing opgelegd ten behoeve van uitvoering arboconvenant, collectieve promotie, arbeidsmarktproblematiek, scholing en professionalisering ondernemerschap.

  • 2 De heffing wordt vastgesteld op grondslag van het aantal vestigingen waarin door de ondernemer het kappersbedrijf wordt uitgeoefend. De heffing bedraagt voor iedere vestiging waarin het kappersbedrijf wordt uitgeoefend:

    • a. € 225,- voor ondernemingen met 0 of 1 werkzame persoon;

    • b. € 300,- voor ondernemingen met 2 of meer werkzame persoon.

  • 3 In afwijking van het tweede lid bedraagt de heffing, indien de ondernemer het bedrijf uitsluitend anders dan in een vestiging uitoefent, per onderneming:

    • a. € 225,- voor ondernemingen met 0 of 1 werkzame persoon;

    • b. € 300,- voor ondernemingen met 2 of meer werkzame persoon.

Artikel 4

  • 1 Aan de ondernemer die lid is van de Koninklijke Algemene Nederlandse Rappersorganisatie (ANKO) en over het jaar 2002 aan deze organisatie contributie heeft betaald, wordt op de bruto heffingen aftrek toegestaan van 50%, met een maximum van 50% van de betaalde contributie over 2002 (exclusief BTW). De aftrek wordt slechts toegestaan indien uit door de ANKO verstrekte opgave blijkt dat de contributie is betaald.

  • 2 Op het in het eerste lid bedoelde maximum van 50% van de betaalde contributie wordt in mindering gebracht de aftrek op de heffing Hoofdbedrijfschap Ambachten 2003 of de heffing Hoofdbedrijfschap Detailhandel 2003.

  • 3 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de ondernemers die, al dan niet rechtstreeks, lid zijn van een organisatie van ondernemers die een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid is en die:

    • a. krachtens haar statutaire doelstelling haar werkzaamheid kan uitstrekken tot ten minste een belangrijk gedeelte van het terrein waarop het bedrijfslichaam een taak heeft te vervullen,

    • b. voldoet aan de kwalitatieve representativiteitscriteria, genoemd in de artikelen 3 tot en met 7 van de Verordening representativiteit organisaties,

    • c. tot de werkingssfeer van het bedrijfslichaam behorende leden heeft, waarvan het gewogen aantal niet-onbetekenend is,

    • d. met betrekking tot de behartiging van sociaal-economische belangen van ondernemers een positie van enige betekenis inneemt binnen de groep van ondernemers die zij beoogt te organiseren, hetgeen onder meer kan blijken uit de mare van representativiteit binnen die groep, de deelname aan het arbeidsvoorwaardenoverleg, het verrichten van studies of diensten die ook buiten die groep van belang worden geacht en de deelname aan regelmatig overleg met de overheid, en

    • e. haar activiteiten, al dan niet door middel van een federatie van gelijksoortige organisaties, landelijk ontplooit.

  • 4 De i n het vorige lid bedoelde aftrek wordt slechts toegestaan indien daartoe door de desbetreffende organisatie een verzoek is gedaan.

  • 5 Op een verzoek als in het vierde lid van dit artikel bedoeld, wordt door het dagelijks bestuur van het Hoofdbedrijfschap Ambachten beslist.

§ 3. Vermindering van heffing

Artikel 5

  • 1 De voorzitter vermindert de opgelegde heffing tot € 87,50 indien de omzet niet meer bedraagt dan € 4.550,- op jaarbasis.

  • 2 De voorzitter vermindert de opgelegde heffing tot € 175,- indien in een onderneming met 0 of 1 werkzame persoon de omzet niet meer bedraagt dan € 25.000 op jaarbasis.

  • 3 De voorzitter vermindert de opgelegde heffing tot nihil voor een vestiging waarin meer dan 50% van de klanten, die door de ondernemer worden behandeld, psycho-geriatrische patiënten of patiënten met een aandoening met een vergelijkbaar ziektebeeld zijn.

  • 4 De voorzitter vermindert de opgelegde heffing met 50% voor een vestiging waarin meer dan 25% maar minder dan 50% van de klanten, die door de ondernemer worden behandeld, psychogeriatrische patiënten of patiënten met een aandoening met een vergelijkbaar ziektebeeld zijn.

  • 5 Indien de ondernemer het kappersbedrijf uitoefent in meerdere vestigingen waarvan de gezamenlijke openingstijd niet meer dan 55 uur bedraagt, vermindert de voorzitter de opgelegde heffingen tot het bedrag dat zou zijn opgelegd als de ondernemer één vestiging zou exploiteren.

Artikel 6

  • 1 Bij cumulatie van deze bestemmingsheffing met een of meer andere aan het HBA te betalen bestemmingsheffingen, Vermindert de voorzitter de heffing tot nihil, indien de uitoefening van het kappersbedrijf kan worden aangemerkt als een nevenactiviteit ten opzichte van die andere bedrijfsuitoefening of bedrijfsuitoefeningen waarvoor een bestemmingsheffing is opgelegd.

  • 2 De vermindering wordt alleen toegepast ten aanzien van de vestiging of onderneming waarin één persoon alle bedrijven uitoefent waarvoor bestemmingsheffingen zijn opgelegd.

Artikel 7

Vermindering als bedoeld in artikel 5 en 6 wordt slechts verleend op aanvraag. De aanvrager toont ten genoegen van de voorzitter aan dat aan de in het betreffende artikel genoemde voorwaarden wordt voldaan.

§ 4. Overige bepalingen

Artikel 8

De artikelen 5 tot en met 14 van de heffingsverordening Hoofdbedrijfschap Ambachten 2003 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 9

De bevoegdheid om de heffing bedoeld in artikel 3 op te leggen alsmede de bevoegdheid om de overige krachtens deze verordening te nemen besluiten te nemen, is gedelegeerd aan de voorzitter.

Artikel 10

Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2003.

Artikel 11

Deze verordening wordt aangehaald als: Heffingsverordening Commissie kappersbedrijf 2003.

Deze verordening zal worden afgekondigd in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

Den Haag, 2 oktober 2002

P. Kalle

voorzitter

J.W. Nelson

secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 21 november 2002 en door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid mede namens de Minister van Economische Zaken bij beschikking van 11 december 2002, nr. AV/CAM/2002/94050.