KruimelpadGeldend op 23-02-2009
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 12 juli 2002, VGB/VL 2300069, gedaan in overeenstemming met Onze Ministers van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van Economische Zaken, en van Justitie;
Gelet op richtlijn nr. 2001/112/EG van de Raad van de Europese Unie van 20 december 2001 inzake voor menselijke voeding bestemde vruchtensappen en bepaalde soortgelijke producten (PbEG 2002, L 10), alsmede op artikel 8, onder a, b en c, artikel 13, onder a, en artikel 32b, eerste lid, van de Warenwet;
De Raad van State gehoord (advies van 25 juli 2002, no. W13.020314/III);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 15 augustus 2002 met nummer VGB/VL 2307862, uitgebracht in overeenstemming met Onze Ministers van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, van Economische Zaken, en van Justitie;
Hebben goedgevonden en verstaan:
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. vruchten: alle soorten vruchten, met uitzondering van tomaten;
b. vruchtenmoes: de vergistbare maar niet gegiste waar die wordt verkregen door het zeven van de eetbare delen van de hele of geschilde vrucht, zonder verwijdering van het sap;
c. geconcentreerd vruchtenmoes: de door fysische verwijdering van een deel van het water uit vruchtenmoes verkregen waar;
d. suikers:
1° de suikers, bedoeld in het Warenwetbesluit Suikers;
2° fructosestroop; of
3° van vruchten afkomstige suikers;
e. honing: de honing, bedoeld in het Warenwetbesluit Honing;
f. pulp of cellen:
1° de waar die wordt verkregen uit de eetbare delen van vruchten van dezelfde soort, zonder verwijdering van het sap;
2° voor zover sprake is van citrusvruchten: de sapzakjes die worden verkregen uit het endocarpium;
g. vruchtensap:
1° de vergistbare maar niet gegiste waar die wordt verkregen uit gezonde en rijpe, verse of door koeling houdbaar gemaakte vruchten van één of meer soorten, en die de kleur, het aroma en de smaak heeft die kenmerkend zijn voor sap van de vruchten waaruit de waar gewonnen is;
2° voor zover sprake is van citrusvruchten: de sapzakjes die worden verkregen uit het endocarpium;
h. geconcentreerd vruchtensap: de waar die uit vruchtensap wordt verkregen door fysische verwijdering van een deel van het daarin aanwezige water;
i. vruchtensap uit concentraat: de waar die wordt verkregen door aan geconcentreerd vruchtensap weer toe te voegen:
1° de hoeveelheid water die tijdens het concentreren aan dat sap is onttrokken;
2° de uit het sap verdwenen maar tijdens het productieproces van de desbetreffende vruchtensap, of van het vruchtensap van dezelfde soort, teruggewonnen aroma's; en
3° in voorkomend geval pulp en cellen;
j. gedehydreerd vruchtensap: de waar die uit vruchtensap van één of meer soorten wordt verkregen door fysische verwijdering van vrijwel al het water;
k. vruchtennectar: de vergistbare maar niet gegiste waar die wordt verkregen door het toevoegen van waters en suikers of honing aan:
1° de onder g, h, i of j bedoelde waren;
2° vruchtenmoes; of
3° een mengsel van de onder 1° en 2° bedoelde waren.
1.Het is verboden de bij dit besluit bedoelde eet- en drinkwaren te verhandelen anders dan met inachtneming van de voorschriften, bij dit besluit gesteld met betrekking tot hun aanduiding.
2.Het is verboden met gebruikmaking van de bij dit besluit bedoelde aanduidingen andere eet- en drinkwaren te verhandelen dan die waaraan die aanduidingen bij dit besluit zijn voorbehouden.
3.Het is verboden de bij dit besluit bedoelde eet- en drinkwaren te verhandelen anders dan met inachtneming van de bij dit besluit gestelde voorschriften met betrekking tot het bezigen van vermeldingen betreffende de samenstelling van de waar en de wijze waarop de waar is bereid.
Bij de bereiding van de krachtens § 3 aangeduide eet- en drinkwaren wordt uitsluitend gebruik gemaakt van één of meer van de volgende grondstoffen, met inachtneming van de daarbij vermelde voorschriften:
a. vruchten;
b. vruchtenmoes;
c. geconcentreerd vruchtenmoes;
d. suikers, met dien verstande dat:
1° van vruchten afkomstige suikers slechts gebruikt worden voor de bereiding van vruchtennectar;
2° de in artikel 1, onder d, 1° en 2°, bedoelde suikers die worden gebruikt voor de bereiding van vruchtensappen, minder dan 2% water bevatten;
e. honing;
f. pulp of cellen.
1.Bij de bereiding van de krachtens§ 3 aangeduide eet- en drinkwaren mogen uitsluitend de volgende ingrediënten worden gebruikt, met inachtneming van de daarbij vermelde voorschriften:
a. wijnsteenzure zouten, uitsluitend teneinde in een als druivensap aangeduide waar het gehalte aan dat zout weer op niveau te brengen;
b. suikers, voor zover geen sprake is van een als perensap of druivensap of vruchtennectar aangeduide waar en de hoeveelheid suikers, uitgedrukt in droge stof:
1° ten hoogste 15 g/l sap bedraagt, indien de toevoeging plaatsvindt ter correctie van de zure smaak;
2° ten hoogste 150 g/l sap bedraagt, indien de toevoeging plaatsvindt ter verkrijging van een zoete smaak; met dien verstande dat de totale hoeveelheid toegevoegde suikers niet meer bedraagt dan 150 g/l;
c. citroensap of geconcentreerd citroensap, tot een in watervrij citroenzuur uitgedrukte hoeveelheid van ten hoogste 3 g/l, uitsluitend ter correctie van de zure smaak;
d. koolzuurgas.
2.De in het eerste lid, onder b, bedoelde hoeveelheden hebben geen betrekking op de bereiding van de als vruchtennectar aangeduide waar.
Bij de bereiding en behandeling van de krachtens § 3 aangeduide eet- en drinkwaren mag, onverminderd artikel 4 en het Warenwetbesluit Levensmiddelenadditieven, slechts gebruik worden gemaakt van de in bijlage 1 bedoelde behandelingen en stoffen, met inachtneming van de daarbij vermelde voorschriften.
De als vruchtensap aangeduide waar is bereid met inachtneming van de volgende voorschriften:
a. aroma's, pulp en cellen mogen weer worden toegevoegd aan uitsluitend hetzelfde sap waarvan zij tijdens de bereiding zijn gescheiden;
b. bij gebruik van citrusvruchten wordt het sap gewonnen uit het endocarpium;
c. het sap van limoenen (lemmetjes) mag worden gewonnen uit de gehele vrucht, overeenkomstig de goede bereidingspraktijken die het mogelijk maken de aanwezigheid in het sap van bestanddelen van de buitenste delen van de vrucht zoveel mogelijk te beperken;
d. suikers worden niet toegevoegd indien aan hetzelfde sap tevens wordt toegevoegd:
1° al dan niet geconcentreerd citroensap; of
2° bij of krachtens het Warenwetbesluit Levensmiddelenadditieven toegelaten voedingszuren.
De als vruchtensap uit concentraat aangeduide waar voldoet aan de volgende voorschriften:
a. aroma's, pulp en cellen die bij de bereiding weer worden toegevoegd, mogen uitsluitend afkomstig zijn van:
1° het vruchtensap waarvan zij bij de bereiding zijn afscheiden; of
2° het vruchtensap van vruchten van dezelfde soort;
b. het water dat bij de bereiding wordt toegevoegd, heeft zodanige chemische, microbiologische en organoleptische kenmerken dat de essentiële eigenschappen van het sap worden gewaarborgd;
c. de organoleptische en analytische kenmerken zijn ten minste gelijkwaardig zijn aan die van een gemiddeld soort vruchtensap dat uit dezelfde soort is verkregen.
1.De als vruchtennectar aangeduide waar:
a. voldoet aan bijlage 2;
b. mag suikers of honing bevatten voor zover het gewicht van de toegevoegde hoeveelheid ten hoogste 20% bedraagt van het totaalgewicht van de voor consumptie gerede waar;
c. mag, voor zover bij de bereiding geen suikers of slechts suikers met geringe energiewaarde zijn toegevoegd, zoetstoffen bevatten ter gehele of gedeeltelijke vervanging van de suikers, met inachtneming van de bij of krachtens het Warenwet Zoetstoffen gestelde voorschriften.
2.In afwijking van het eerste lid mag bij de bereiding van de als vruchtennectar aangeduide waar waaraan geen suikers, honing of zoetstoffen zijn toegevoegd, gebruik worden gemaakt van:
a. de in bijlage 2, onder II en III, bedoelde vruchten; of
b. abrikozen.
1.De aanduiding vruchtensap mag uitsluitend en moet worden gebezigd voor vruchtensap.
2.De in het eerste lid bedoelde aanduiding wordt aangevuld met de vermelding« gezoet» of «met toegevoegde suiker», gevolgd door de vermelding van de maximumhoeveelheid toegevoegde suikers, berekend als droge stof en uitgedrukt in gram per liter, voor zover aan de waar suikers zijn toegevoegd om een zoete smaak te krijgen,
1.In een in deze paragraaf bedoelde aanduiding van een waar die afkomstig is van één enkele soort vruchten, komt de aanduiding van deze vrucht in de plaats van het woord vruchten.
2.Een in deze paragraaf bedoelde aanduiding van een waar die is bereid uit twee of meer vruchten, wordt aangevuld met een opsomming van de gebruikte vruchtensoorten in afnemende volgorde van het volume van het gebruikte vruchtensap of vruchtenmoes.
3.In afwijking van het tweede lid mag een in deze paragraaf bedoelde aanduiding van een waar die is bereid uit drie of meer vruchten, worden aangevuld met de vermelding «verscheidene vruchten», een soortgelijke vermelding of de vermelding van het aantal gebruikte vruchtensoorten.
4.Het gebruik van citroensap, bedoeld in artikel 4, onder c, wordt bij de toepassing van het tweede en derde lid buiten beschouwing gelaten.
1.In afwijking van artikel 5, eerste lid, onder a, van het Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen, leidt reconstitutie in de oorspronkelijke toestand van een in § 3 bedoelde eet- en drinkwaar door middel van de daartoe strikt noodzakelijke stoffen, niet tot de verplichting deze stoffen te vermelden in de lijst van ingrediënten.
2.De toevoeging van extra pulp of cellen, bedoeld in artikel 3, onder f, wordt vermeld op het etiket van de desbetreffende drinkwaar.
1.Onverminderd artikel 10 van het Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen wordt bij:
a. mengsels van vruchtensap;
b. uit een concentraat verkregen vruchtensap; en
c. vruchtennectar die geheel of gedeeltelijk uit een of meer geconcentreerde waren is verkregen; voor zover van toepassing de vermelding gebezigd «vervaardigd uit sapconcentra(a)t(en» of «gedeeltelijk vervaardigd uit sapconcentra(a)t(en».
2.De in het eerste lid bedoelde vermelding wordt aangebracht in de nabijheid van de aanduiding van de waar, in duidelijk zichtbare letters en duidelijk te onderscheiden van de achtergrond.
1.Bij de als vruchtennectar aangeduide waar wordt, onverminderd artikel 10 van het Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen, de vermelding «vruchtgehalte: ten minste %» gebezigd inzake het minimumgehalte aan vruchtensap, vruchtenmoes of een mengsel van deze ingrediënten.
2.De in het eerste lid bedoelde vermelding wordt aangebracht in hetzelfde gezichtsveld als de aanduiding van de waar.
1.Bij de als geconcentreerd vruchtensap aangeduide waar die niet bestemd is voor aflevering aan de eindverbruiker, wordt een vermelding gebezigd inzake de daarin aanwezige hoeveelheid van:
a. de toegevoegde suikers of het toegevoegd citroensap; en
b. de bij of krachtens het Warenwetbesluit Levensmiddelenadditieven toegelaten voedingszuren.
2.De in het eerste lid bedoelde vermelding wordt aangebracht op:
a. de verpakking;
b. een aan de verpakking gehecht etiket; of
c. een begeleidende document.
1.Dit besluit treedt in werking met ingang van 12 juli 2003.
2.In afwijking van het eerste lid treedt artikel 2 in werking met ingang van 12 juli 2004, met dien verstande dat eet- en drinkwaren die niet voldoen aan dit besluit en voor 12 juli 2004 zijn geëtiketteerd met inachtneming van de Verordening PT Vruchtensappen en bepaalde aanverwante producten 2003, nog verhandeld mogen worden zolang de voorraad strekt.
Deze bijlage behoort bij artikel 5.
De behandelingen en stoffen, en daarbij vermelde voorschriften, bedoeld in artikel 5, zijn de volgende:
a. mechanische extractieprocédés;
b. de gebruikelijke fysische procédés, inclusief de procédés voor de extractie van water («in line»-procédé-diffusie) uit de eetbare delen van andere vruchten dan druiven voor de bereiding van geconcentreerd vruchtensap, voor zover het aldus verkregen geconcentreerd vruchtensap voldoet aan artikel 12;
c. ontzwavelen door middel van fysische procédés, van druivensap indien de druiven zijn gezwaveld door middel van zwaveldioxide, voor zover de totale hoeveelheid SO2 in de voor consumptie gerede waar niet meer bedraagt dan 10 mg/l;
d. pectolytische, proteolytische en amylolytische enzymen;
e. voedingsgelatine;
f. tannine;
g. bentoniet;
h. silicagel;
i. koolstof;
j. chemisch inert filtermedium en precipitatiestoffen, die voldoen aan de bij of krachtens het Warenwetbesluit verpakkingen en gebruiksartikelen gestelde voorschriften; of
k. chemisch inerte adsorberende stoffen die:
1° voldoen aan de bij of krachtens het Warenwetbesluit verpakkingen en gebruiksartikelen gestelde voorschriften; en
2° gebruikt worden om het limonoïde- en naringinegehalte van sap van citrusvruchten te verminderen zonder dat het gehalte aan limonoïde glucosiden, zuren, suikers (met inbegrip van de oligosacchariden) of mineralen wordt aangetast.
Deze bijlage behoort bij artikel 9.
Bijzondere bepalingen inzake vruchtennectars
Nectar van | Minimumgehalte aan sap of vruchtenmoes, uitgedrukt in procent van het volume van de voor consumptie gerede waar | |
|---|---|---|
I. | Vruchten met zuur sap dat in onbewerkte toestand niet geschikt is voor consumptie door de mens | |
passievruchten | 25 | |
gele terongs (Solynum quitoense) | 25 | |
zwarte bessen | 25 | |
witte bessen | 25 | |
rode bessen | 25 | |
kruisbessen | 30 | |
duindoornbessen | 25 | |
sleepruimen | 30 | |
pruimen | 30 | |
kwetsen | 30 | |
lijsterbessen | 30 | |
rozenbottels | 40 | |
zure kersen (morellen) | 35 | |
andere kersen | 40 | |
bosbessen | 40 | |
vlierbessen | 50 | |
frambozen | 40 | |
abrikozen | 40 | |
aardbeien | 40 | |
braambessen | 40 | |
rode bosbessen | 30 | |
kweeperen | 50 | |
citroenen en limoenen (lemmetjes) | 25 | |
andere vruchten van deze categorie | 25 |
II | Zuurarme vruchten, vruchten die veel pulp opleveren of zeer aromatische vruchten, met sap dat in onbewerkte toestand niet geschikt is voor consumptie door de mens | |
mango's | 25 | |
bananen | 25 | |
guaves | 25 | |
papaja's | 25 | |
litchi's | 25 | |
azarolmispels | 25 | |
zuurzakken | 25 | |
boeah nona's | 25 | |
cherimoya's | 25 | |
granaatappelen | 25 | |
acajounoten of cashewnoten | 25 | |
rode mombinpruimen | 25 | |
imbu-mombinpruimen | 25 | |
andere vruchten van deze categorie | 25 |
III | Vruchten met sap dat in onbewerkte toestand geschikt is voor consumptie door de mens | |
appelen | 50 | |
peren | 50 | |
perziken | 50 | |
citrusvruchten, met uitzondering van citroenen en limoenen (lemmetjes) | 50 | |
ananassen | 50 | |
andere vruchten van deze categorie | 50 |