Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling vaststelling aanvraagperioden plattelandsontwikkelingsprogramma provincies 2002/2003[Regeling vervallen per 24-01-2004.]

Geldend van 10-10-2003 t/m 23-01-2004

Regeling vaststelling aanvraagperioden plattelandsontwikkelingsprogramma provincies 2002/2003

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gelet op verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) en tot wijziging en instelling van een aantal verordeningen (PbEG L 160);

Gelet op verordening (EG) nr. 445/2002 van de Commissie van 26 februari 2002 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) (PbEG L 74);

Gelet op artikel 3 van de Regeling subsidie plattelandsontwikkelingsprogramma provincies;

Gelet voordracht van Gedeputeerde Staten van de provincies Drenthe, Friesland, Groningen, Gelderland, Limburg, Noord-Brabant, Noord-Holland, Overijssel, Utrecht, Zeeland en Zuid-Holland;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 24-01-2004]

De aanvraagperioden voor subsidieaanvragen op grond van de Regeling subsidie plattelandsontwikkelingsprogramma provincies, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Regeling subsidie plattelandsontwikkelingsprogramma provincies, zijn voor de onderstaande provincies de volgende tijdvakken:

  • Drenthe, Friesland en Groningen: 1 april tot 15 mei 2002;

  • Gelderland: 1 juni 2002 tot 1 juni 2003;

  • Limburg: 1 april tot 1 juni en 1 september tot 1 november 2002;

  • Noord-Brabant: 1 mei tot 2 juli 2002;

  • Noord-Holland: 16 april tot 25 mei 2002;

  • Overijssel: 15 april tot 1 juni en 19 oktober tot 1 december 2002;

  • Utrecht: 12 augustus tot 9 september 2002 en 4 november 2002 tot 20 januari 2003;

  • Zeeland: 1 april 2002 tot 16 juli 2003;

  • Zuid-Holland: 2 september tot 2 oktober 2002.

Artikel 2 [Vervallen per 24-01-2004]

  • 2 De met de in het eerste lid bedoelde communautaire bijdragen verband houdende, ten laste van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw komende, uitgaven kunnen in de bij kolom 3 tot en met 6 van bijlage 1 vermelde periodes niet tot hogere uitgaven leiden dan de daarbij vermelde bedragen.

Artikel 3 [Vervallen per 24-01-2004]

De beoordelingscriteria, bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Regeling subsidie plattelandsontwikkelingsprogramma provincies, zijn de in bijlage 2 opgenomen criteria.

Artikel 4 [Vervallen per 24-01-2004]

Aanvragen die vanaf 1 april 2002 zijn ingediend op grond van provinciale verordeningen die ter uitvoering van het provinciaal programma, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Regeling subsidie plattelandsontwikkelingsprogramma provincies, zijn ingediend, worden geacht op grond van de Regeling subsidie plattelandsontwikkelingsprogramma provincies te zijn ingediend.

Artikel 5 [Vervallen per 24-01-2004]

[Red: Wijzigt de Regeling subsidie plattelandsontwikkelingsprogramma provincies.]

Artikel 6 [Vervallen per 24-01-2004]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 2002.

Artikel 7 [Vervallen per 24-01-2004]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling aanvraagperioden plattelandsontwikkelingsprogramma provincies 2002/2003.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

`s-Gravenhage, 14 augustus 2002

De

Minister

van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

C.P. Veerman

Bijlage 1 [Vervallen per 24-01-2004]

Drenthe, Friesland en Groningen [Vervallen per 24-01-2004]

Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3 Kolom 4 Kolom 5 Kolom 6

Maatregel

Communautaire bijdrage

16 oktober 2002 tot en met 15 oktober 2003

16 oktober 2003 tot en met 15 oktober 2004

16 oktober 2004 tot en met 15 oktober 2005

16 oktober 2005 tot en met 15 oktober 2006

c. opleiding

€ 1.550.000,-

€ 740.000,-

€ 270.000,-

€ 270.000,-

€ 270.000,-

n. dienstverlenende instanties basiszorg

€ 770.000,-

€ 360.000,-

€ 140.000,-

€ 140.000,-

€ 130.000,-

o. dorpsvernieuwing en -ontwikkeling

€ 8.230.000,-

€ 3.030.000,-

€ 1.720.000,-

€ 1.750.000,-

€ 1.730.000,-

q. waterbeheer in de -landbouw

€ 7.900.000,-

€ 3.110.000,-

€ 1.530.000,-

€ 1.630.000,-

€ 1.630.000,-

r. ontwikkeling en verbetering van landbouwinfrastructuur

€ 80.000,–

€ 80.000,–

€ 0,–

€ 0,–

€ 0,–

s. bevordering toeristische en ambachtelijke activiteiten

€ 4.140.000,-

€ 1.140.000,-

€ 1.000.000,-

€ 1.000.000,-

€ 1.000.000,-

t. milieubehoud

€ 6.160.000,-

€ 1.940.000,-

€ 1.410.000,-

€ 1.410.000,-

€ 1.400.000,-

Gelderland [Vervallen per 24-01-2004]

Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3 Kolom 4 Kolom 5 Kolom 6

Maatregel

Communautaire bijdrage

16 oktober 2002 tot en met 15 oktober 2003

16 oktober 2003 tot en met 15 oktober 2004

16 oktober 2004 tot en met 15 oktober 2005

16 oktober 2005 tot en met 15 oktober 2006

c. opleiding

€ 250.000,–

€ 100.000,–

€ 50.000,-

€ 50.000,-

€ 50.000,-

m. afzet van kwaliteitslandbouwproducten

€ 1.180.000,–

€ 250.000,–

€ 270.000,-

€ 330.000,-

€ 330.000,-

n. dienstverlenende instanties basiszorg

€ 460.000,–

€ 400.000,–

€ 20.000,-

€ 20.000,-

€ 20.000,-

o. dorpsvernieuwing en -ontwikkeling

€ 670.000,–

€ 90.000,–

€ 180.000,-

€ 200.000,-

€ 200.000,-

p. diversificatie

€ 570.000,–

€ 90.000,–

€ 120.000,-

€ 180.000,-

€ 180.000,-

q. waterbeheer in de landbouw

€ 3.770.000,–

€ 1.830.000,–

€ 1.230.000,-

€ 770.000,-

€ 770.000,-

s. bevordering toeristische en ambachtelijke activiteiten

€ 1.810.000,–

€ 550.000,–

€ 360.000,-

€ 450.000,-

€ 450.000,-

t. milieubehoud

€ 3.950.000,–

€ 930.000,–

€ 810.000,-

€ 1.090.000,-

€ 1.120.000,-

Limburg [Vervallen per 24-01-2004]

Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3 Kolom 4 Kolom 5 Kolom 6

Maatregel

Communautaire bijdrage

16 oktober 2002 tot en met 15 oktober 2003

16 oktober 2003 tot en met 15 oktober 2004

16 oktober 2004 tot en met 15 oktober 2005

16 oktober 2005 tot en met 15 oktober 2006

a. investeringen in landbouwbedrijven

€ 230.000,–

€ 10.000,–

€ 70.000,-

€ 80.000,-

€ 70.000,-

c. opleiding

€ 100.000,–

€ 10.000,–

€ 30.000,-

€ 30.000,-

€ 30.000,-

g. verbetering van de verwerking en afzet van landbouwproducten

€ 340.000,–

€ 60.000,–

€ 90.000,-

€ 90.000,-

€ 100.000,-

i. overige bosbouwmaatregelen

€ 240.000,–

€ 60.000,–

€ 60.000,-

€ 60.000,-

€ 60.000,-

k. herverkavelingen

€ 310.000,–

€ 40.000,–

€ 90.000,-

€ 90.000,-

€ 90.000,-

m. afzet van kwaliteitslandbouwproducten

€ 1.620.000,–

€ 360.000,–

€ 420.000,-

€ 420.000,-

€ 420.000,-

n. dienstverlenende instanties basiszorg

€ 40.000,–

€ 40.000,–

     

o. dorpsvernieuwing en -ontwikkeling

€ 50.000,–

€ 50.000,–

€ 0,-

€ 0,-

€ 0,-

p. diversificatie

€ 640.000,–

€ 120.000,–

€ 170.000,-

€ 180.000,-

€ 170.000,-

q. waterbeheer in de landbouw

€ 940.000,–

€ 240.000,–

€ 230.000,-

€ 230.000,-

€ 240.000,-

s. bevordering toeristische en ambachtelijke activiteiten

€ 400.000,–

€ 220.000,–

€ 60.000,-

€ 60.000,-

€ 60.000,-

t. milieubehoud

€ 990.000,–

€ 250.000,–

€ 240.000,-

€ 250.000,-

€ 250.000,-

Noord-Brabant [Vervallen per 24-01-2004]

Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3 Kolom 4 Kolom 5 Kolom 6

Maatregel

Communautaire bijdrage

16 oktober 2002 tot en met 15 oktober 2003

16 oktober 2003 tot en met 15 oktober 2004

16 oktober 2004 tot en met 15 oktober 2005

16 oktober 2005 tot en met 15 oktober 2006

c. opleiding

€ 770.000,–

€ 140.000,–

€ 210.000,-

€ 210.000,-

€ 210.000,-

m. afzet van kwaliteitslandbouwproducten

€ 1.470.000,–

€ 240.000,–

€ 410.000,-

€ 410.000,-

€ 460.000,-

n. dienstverlenende instanties basiszorg

€ 1.290.000,–

€ 330.000,–

€ 320.000,-

€ 320.000,-

€ 320.000,-

o. dorpsvernieuwing en -ontwikkeling

€ 1.240.000,–

€ 790.000,–

€ 150.000,-

€ 150.000,-

€ 150.000,-

p. diversificatie

€ 1.280.000,–

€ 0,–

€ 410.000,-

€ 460.000,-

€ 410.000,-

q. waterbeheer in de landbouw

€ 1.520.000,–

€ 940.000,–

€ 540.000,-

€ 540.000,-

€ 540.000,-

r. ontwikkeling en verbetering van landbouwinfrastructuur

€ 1.020.000,–

€ 0,–

€ 340.000,-

€ 340.000,-

€ 340.000,-

s. bevordering toeristische en ambachtelijke activiteiten

€ 850.000,–

€ 550.000,–

€ 100.000,-

€ 100.000,-

€ 100.000,-

t. milieubehoud

€ 3.620.000,–

€ 1.000.000,–

€ 860.000,-

€ 890.000,-

€ 870.000,-

Noord-Holland [Vervallen per 24-01-2004]

Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3 Kolom 4 Kolom 5 Kolom 6

Maatregel

Communautaire bijdrage

16 oktober 2002 tot en met 15 oktober 2003

16 oktober 2003 tot en met 15 oktober 2004

16 oktober 2004 tot en met 15 oktober 2005

16 oktober 2005 tot en met 15 oktober 2006

a. investeringen in landbouwbedrijven

€ 210.000,–

€ 0,–

€ 70.000,-

€ 70.000,-

€ 70.000,-

c. opleiding

€ 150.000,–

€ 0,–

€ 50.000,-

€ 50.000,-

€ 50.000,-

g. verbetering van de verwerking en afzet van landbouwproducten

€ 270.000,–

€ 0,–

€ 80.000,-

€ 90.000,-

€ 100.000,-

m. afzet van kwaliteitslandbouwproducten

€ 580.000,–

€ 180.000,–

€ 120.000,-

€ 140.000,-

€ 140.000,-

n. dienstverlenende instanties basiszorg

€ 540.000,–

€ 0,–

€ 180.000,-

€ 180.000,-

€ 180.000,-

o. dorpsvernieuwing en -ontwikkeling

€ 1.080.000,–

€ 600.000,–

€ 150.000,-

€ 180.000,-

€ 150.000,-

p. diversificatie

€ 340.000,–

€ 60.000,–

€ 80.000,-

€ 100.000,-

€ 100.000,-

q. waterbeheer in de landbouw

€ 1.610.000,–

€ 820.000,–

€ 250.000,-

€ 270.000,-

€ 270.000,-

r. ontwikkeling en verbetering van landbouwinfrastructuur

€ 410.000,–

€ 90.000,–

€ 200.000,-

€ 60.000,-

€ 60.000,-

s. bevordering toeristische en ambachtelijke activiteiten

€ 2.220.000,–

€ 1.080.000,–

€ 370.000,-

€ 370.000,-

€ 370.000,-

t. milieubehoud

€ 4.470.000,–

€ 1.850.000,–

€ 820.000,-

€ 900.000,-

€ 900.000,-

Overijssel [Vervallen per 24-01-2004]

Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3 Kolom 4 Kolom 5 Kolom 6

Maatregel

Communautaire bijdrage

16 oktober 2002 tot en met 15 oktober 2003

16 oktober 2003 tot en met 15 oktober 2004

16 oktober 2004 tot en met 15 oktober 2005

16 oktober 2005 tot en met 15 oktober 2006

a. investeringen in landbouwbedrijven

€ 210.000,-

€ 0,-

€ 70.000,-

€ 70.000,-

€ 70.000,-

c. opleiding

€ 390.000,-

€ 120.000,-

€ 90.000,-

€ 90.000,-

€ 90.000,-

k. herverkaveling

€ 500.000,-

€ 90.000,-

€ 140.000,-

€ 130.000,-

€ 140.000,-

m. afzet van kwaliteitslandbouwproducten

€ 260.000,-

€ 30.000,-

€ 70.000,-

€ 80.000,-

€ 80.000,-

n. dienstverlenende instanties basiszorg

€ 1.860.000,-

€ 1.590.000,-

€ 90.000,-

€ 90.000,-

€ 90.000,-

o. dorpsvernieuwing en -ontwikkeling

€ 2.120.000,-

€ 510.000,-

€ 480.000,-

€ 570.000,-

€ 560.000,-

p. diversificatie

€ 240.000,-

€ 30.000,-

€ 70.000,-

€ 70.000,-

€ 70.000,-

q. waterbeheer in de landbouw

€ 1.930.000,-

€ 570.000,-

€ 450.000,-

€ 450.000,-

€ 460.000,-

r. ontwikkeling en verbetering van landbouwinfrastructuur

€ 1.070.000,-

€ 370.000,-

€ 270.000,-

€ 230.000,-

€ 200.000,-

s. bevordering toeristische en ambachtelijke activiteiten

€ 650.000,-

€ 310.000,-

€ 110.000,-

€ 110.000,-

€ 120.000,-

t. milieubehoud

€ 2.820.000,-

€ 1.050.000,-

€ 590.000,-

€ 590.000,-

€ 590.000,-

Utrecht [Vervallen per 24-01-2004]

Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3 Kolom 4 Kolom 5 Kolom 6

Maatregel

Communautaire bijdrage

16 oktober 2002 tot en met 15 oktober 2003

16 oktober 2003 tot en met 15 oktober 2004

16 oktober 2004 tot en met 15 oktober 2005

16 oktober 2005 tot en met 15 oktober 2006

c. opleiding

€ 440.000,-

€ 110.000,-

€ 110.000,-

€ 110.000,-

€ 110.000,-

o. dorpsvernieuwing en -ontwikkeling

€ 990.000,-

€ 250.000,-

€ 240.000,-

€ 250.000,-

€ 250.000,-

q. waterbeheer in de landbouw

€ 1.300.000,-

€ 340.000,-

€ 340.000,-

€ 340.000,-

€ 340.000,-

s. bevordering toeristische en ambachtelijke activiteiten

€ 760.000,-

€ 80.000,-

€ 220.000,-

€ 230.000,-

€ 230.000,-

t. milieubehoud

€ 2.500.000,-

€ 1.200.000,-

€ 430.000,-

€ 440.000,-

€ 430.000,-

Zeeland [Vervallen per 24-01-2004]

Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3 Kolom 4 Kolom 5 Kolom 6

Maatregel

Communautaire bijdrage

16 oktober 2002 tot en met 15 oktober 2003

16 oktober 2003 tot en met 15 oktober 2004

16 oktober 2004 tot en met 15 oktober 2005

16 oktober 2005 tot en met 15 oktober 2006

a. investeringen in landbouwbedrijven

€ 180.000,–

€ 90.000,–

€ 30.000,–

€ 30.000,–

€ 30.000,–

c. opleiding

€ 970.000,-

€ 290.000,-

€ 22.000,-

€ 23.000,-

€ 23.000,-

g. verbetering van de verwerking en afzet van landbouwproducten

€ 240.000,-

€ 240.000,-

€ 0,-

€ 0,-

€ 0,-

m. afzet van kwaliteitslandbouwproducten

€ 260.000,-

€ 80.000,-

€ 60.000,-

€ 60.000,-

€ 60.000,-

n. dienstverlenen de instanties basiszorg

€ 380.000,-

€ 230.000,-

€ 50.000,-

€ 50.000,-

€ 50.000,-

p. diversificatie

€ 580.000,-

€ 160.000,-

€ 140.000,-

€ 140.000,-

€ 140.000,-

q. waterbeheer in de landbouw

€ 240.000,-

€ 0,-

€ 80.000,-

€ 80.000,-

€ 80.000,-

r. ontwikkeling en verbetering van landbouwinfrastructuur

€ 180.000,-

€ 0,-

€ 60.000,-

€ 60.000,-

€ 60.000,-

s. bevordering toeristische en ambachtelijke activiteiten

€ 1.090.000,-

€ 410.000,-

€ 220.000,-

€ 230.000,-

€ 230.000,-

t. milieubehoud

€ 1.930.000,-

€ 670.000,-

€ 420.000,-

€ 420.000,-

€ 420.000,-

Zuid-Holland [Vervallen per 24-01-2004]

Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3 Kolom 4 Kolom 5 Kolom 6

Maatregel

Communautaire bijdrage

16 oktober 2002 tot en met 15 oktober 2003

16 oktober 2003 tot en met 15 oktober 2004

16 oktober 2004 tot en met 15 oktober 2005

16 oktober 2005 tot en met 15 oktober 2006

c. opleiding

€ 60.000,-

€ 0,-

€ 20.000,-

€ 20.000,-

€ 20.000,-

k. herverkaveling

€ 610.000,-

€ 320.000,-

€ 70.000,-

€ 110.000,-

€ 110.000,-

m. afzet van kwaliteitslandbouwproducten

€ 150.000,-

€ 0,-

€ 50.000,-

€ 50.000,-

€ 50.000,-

n. dienstverlenende instanties basiszorg

€ 270.000,-

€ 0,-

€ 90.000,-

€ 90.000,-

€ 90.000,-

o. dorpsvernieuwing en -ontwikkeling

€ 1.150.000,-

€ 340.000,-

€ 270.000,-

€ 270.000,-

€ 270.000,-

p. diversificatie

€ 150.000,-

€ 0,00,-

€ 50.000,-

€ 50.000,-

€ 50.000,-

q. waterbeheer in de landbouw

€ 2.980.000,-

€ 2.120.000,-

€ 280.000,-

€ 290.000,-

€ 290.000,-

r. ontwikkeling en verbetering van landbouwinfrastructuur

€ 200.000,-

€ 50.000,-

€ 50.000,-

€ 50.000,-

€ 50.000,-

s. bevordering toeristische en ambachtelijke activiteiten

€ 5.340.000,-

€ 2.160.000,-

€ 1.060.000,-

€ 1.070.000,-

€ 1.050.000,-

t. milieubehoud

€ 5.520.000,-

€ 2.380.000,-

€ 1.040.000,-

€ 1.050.000,-

€ 1.050.000,-

Bijlage 2 [Vervallen per 24-01-2004]

Drenthe, Friesland en Groningen [Vervallen per 24-01-2004]

  • Inleiding

    • 1.1. Voor de verdeling van financiële middelen in het kader van het provinciaal programma van het plattelandsontwikkelingsprogramma (hierna: POP) in Drenthe, Friesland en Groningen wordt uitgegaan van evenredigheid in de verdeling over de drie provincies, dat wil zeggen dat bij de prioritering wordt gestreefd naar een zoveel mogelijk gelijke verdeling van het totale POP-budget over de drie provincies. Dit houdt mede in dat de ongelijkheden uit achterliggende jaren in volgende jaren zoveel mogelijk worden vereffend. Dit uitgangspunt wordt doelmatig toegepast met het oog op een adequate verdeling van POP-gelden (dus niet per se per maatregel gelijke verdeling, maar POP-breed beschouwen).

    • 1.2. Projecten die op grond van bijlage I van het POP (maatregelen van de rijksoverheid) in aanmerking kunnen komen voor subsidie, zullen niet in de programmering van het provinciaal programma worden opgenomen.

  • Algemeen

    Projecten moeten in overeenstemming zijn met:

    • 2.1. Kompas voor het Noorden (het Ruimtelijk-economisch ontwikkelingsprogramma Noord-Nederland 2000 t/m 2006 van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN) zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Drenthe, Friesland en Groningen op 9 februari 2000), dat wil zeggen dat het project moet passen binnen de maatregelen van Kompas voor het Noorden en moet bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen daarvan.

    • 2.2. Provinciaal beleid, zoals bijvoorbeeld neergelegd in een provinciaal omgevingsplan.

    • 2.3. Projecten moeten tijdig, dat wil zeggen vanaf medio oktober 2002, kunnen starten en een substantieel deel van het project moet medio oktober 2003 gerealiseerd en afgerekend kunnen zijn.

    • 2.4. Het verlenen van een financiële bijdrage is noodzakelijk voor de realisatie van het project en de overige financiering dient te zijn zeker gesteld.

    • 2.5. Project moet 'obstakelvrij' zijn, dat wil zeggen dat voor de uitvoering van het project geen juridische of planologische belemmeringen bestaan.

  • Ingeval van overtekening

    • Prioritering

      Is er voor één of meer maatregelen sprake van overschrijding van het budget dan vindt daarvoor prioritering per maatregel plaats. Dit houdt onderlinge vergelijking van de projecten in. Aan de hand daarvan wordt een rangorde vastgesteld.

      Richtinggevend daarvoor is:

      • Kompas voor het Noorden

        Voorrang wordt gegeven aan projecten die in hogere mate tegemoetkomen aan de doeleinden van Kompas voor het Noorden. In het bijzonder vindt daartoe toetsing plaats aan hoofdstuk 4.3. 'Criteria'.

      Onverminderd Kompas voor het Noorden worden nog de volgende criteria gehanteerd:

      • Omvang en Uitvoeringsgerichtheid

        • Kortlopende projecten die in grote mate van uitvoerings- en/of resultaatgericht zijn hebben de voorkeur boven langlopende projecten of sterk procesgerichte en onderzoeksprojecten.

        • Voorkeur voor projecten die een investering van minimaal € 50.000,- omvatten.

        • Voorkeur voor projecten die een toegevoegde waarde hebben ten opzichte van de wettelijke taken.

      • Draagvlak/integraliteit/gebiedsgerichte projecten

        • De mate waarin een project een directe bijdrage levert aan de ruimtelijk-economische structuur in de provincie of nader te benoemen prioritaire gebieden, deel uitmaakt van gebiedsprogramma etc.

        • De mate waarin het projectvoorstel in relatie staat tot andere activiteiten waaraan vanuit het provinciaal plattelandsbeleid wordt bijgedragen.

        • Projecten met meer draagvlak in de regio hebben voorkeur, bijvoorbeeld projecten die door streekcommissies zijn ingediend.

        • Projecten die voortbouwen op eerdere activiteiten en/of een versterking betekenen van andere beleidsdoelen, synergie hebben met andere projecten, genieten voorkeur.

        • De mate waarin sprake is van samenwerking tussen overheden, bedrijven en/of instellingen.

      • Doelmatigheid en duurzaamheid

        • Het project heeft een voldoende mate van kosteneffectiviteit (de verhouding POP-bijdrage ten opzichte van de totale financiering en het rendement van de investeringen (doelmatigheid)).

        • Mate waarin project leidt tot substantiële private investeringen en/of werkgelegenheid.

        • Het maatschappelijk en/of ecologisch en economisch rendement.

        • Bijdrage van project aan natuur- en milieubescherming, economische en sociale aspecten, zoals werk en inkomen.

  • Beoordelingscriteria voor maatregel Q (Waterbeheer in de landbouw)

    • 4.1. Voor de prioritering van de rioleringsprojecten wordt uitgegaan van de volgorde 'sanering riooloverstorten' - 'aanleg riolering en systemen voor individuele behandeling afvalwater (IBA's)'.

    • 4.2. Voor projecten binnen de rubriek 'sanering riooloverstorten' en de volgorde binnen de rubriek 'aanleg riolering en IBA's' zijn criteria vastgelegd in de `Beleidsregel rioleringsprojecten binnen maatregel Q `Waterbeheer in de landbouw', vastgesteld op 21 maart 2001 door de Bestuurscommissie Landelijk Gebied van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland.

Gelderland, Limburg en Overijssel [Vervallen per 24-01-2004]

  • Algemeen

    • Projecten moeten in overeenstemming zijn met het vastgestelde provinciale beleid alsmede met het relevante beleid van een gemeente en/of waterschap.

    • De totale financiering van het project moet gegarandeerd zijn.

    • Het project dient bij aanvang te beschikkingen over de benodigde vergunningen.

    • Het project dient ten minste 5 jaar na realisatie nog als zodanig gebruikt te worden.

    • Het project dient binnen de POP-uitvoeringsperiode (uiterlijk 30 juni 2006) uitgevoerd te worden.

    • Het project mag niet voorzien in:

      • -

        het saneren van problemen uit het verleden,

      • -

        enkel onderzoek en/of landbouw-promotie en/of bestrijding dierziektes.

  • Prioritering

    Is er voor één of meer maatregelen sprake van overschrijding van het budget dan vindt daarvoor prioritering per maatregel plaats. Dit houdt onderlinge vergelijking van de projecten in. Projecten worden dan onderling beoordeeld naar de mate, waarin het project:

    • bijdraagt aan de doelen, zoals die zijn omschreven in de hoofdstukken 4 en 5 van het POP,

    • past binnen het vastgestelde beleid,

    • bijdraagt aan de verbetering van de sociaal economische structuur van het platteland,

    • bijdraagt aan de bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt,

    • bijdraagt aan het duurzaam bevorderen van de milieukwaliteit (inclusief omgevingskwaliteit/natuur/landschap), met name ten aanzien van:

      • -

        de ontwikkeling van milieutechnologie

      • -

        het voorkomen, compenseren of het verminderen van de negatieve gevolgen van economische investeringen

      • -

        ontwikkeling of herstel van natuur en landschap (omgevingskwaliteit),

    • additioneel (de mate waarin het project dankzij een eventuele POP-subsidie eerder of beter door kan gaan) en/of innovatief is,

    • kosteneffectief is (de verhouding POP-bijdrage ten opzichte van de totale financiering en het rendement van de investeringen (doelmatigheid)),

    • draagvlak heeft in het gebied en/of gedragen wordt door relevante regionale en lokale partijen,

    • samenhang en/of synergie heeft met andere projecten,

    • vraaggericht is (de mate waarin het project inspeelt op een marktbehoefte en/of maatschappelijke behoefte),

    • voorziet in een eigen financiële bijdrage van de aanvrager,

    • gericht is op uitvoering (uitvoeringsprojecten hebben voorkeur boven onderzoeks- of procesmatige projecten), en

    • voorziet in samenwerking tussen overheden, bedrijven en/of instellingen.

    Projecten worden daarnaast beoordeeld op:

    • het integrale karakter van het projectvoorstel,

    • de geografische ligging van het projectvoorstel binnen een prioritair gebied,

    • de mate waarin het project leidt tot substantiële private investeringen en/of werkgelegenheid,

    • de mate van spreiding van de Europese middelen over de provincie, en

    • het afbreukrisico.

Noord-Brabant [Vervallen per 24-01-2004]

Projecten worden beoordeeld op basis van onderstaande criteria:

  • De totale financiering van het project moet gegarandeerd zijn.

  • Het project moet 'obstakelvrij' zijn, dat wil zeggen dat voor de uitvoering van het project geen juridische of planologische belemmeringen bestaan en de vereiste medewerking van grondeigenaren is verkregen.

  • Het project moet aanvullend zijn ten opzichte van reguliere taken en wettelijke verplichtingen.

  • Het project heeft een voldoende mate van kosteneffectiviteit (de verhouding POP-bijdrage ten opzichte van de totale financiering en het rendement van de investeringen (doelmatigheid)).

  • De communautaire POP-bijdrage bedraagt minimaal € 50.000,-, voor projecten onder maatregel C `opleidingen' geldt echter geen ondergrens.

  • Het project mag niet betrekking hebben op grootschalige (water)bodemsanering.

Bij dreigende overschrijding van het beschikbare budget wordt aan de projecten een prioriteit toegekend conform bijlage 2 bij de Beleidsregels POP subsidies 2003, vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant op 5 maart 2002 en gepubliceerd in het Provinciaal Blad van Noord-Brabant nr. 37/02 van 13 maart 2002.

Noord-Holland [Vervallen per 24-01-2004]

  • Algemeen

    • Projecten moeten in overeenstemming zijn met het vastgestelde provinciale beleid (Ruraal Ontwikkelingsplan Noord-Holland (ROP-NH), vastgesteld op 10 april 2001 door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland).

    • De totale financiering van het project moet gegarandeerd zijn.

    • Het project dient bij aanvang te beschikkingen over de benodigde vergunningen.

    • Het project dient ten minste 5 jaar na realisatie nog als zodanig gebruikt worden.

    • Het project dient binnen de POP-uitvoeringsperiode (uiterlijk 30 juni 2006) uitgevoerd te worden.

    • Het project moet aanvullend zijn ten opzichte van reguliere taken en wettelijke verplichtingen.

    • Het project moet gericht zijn op de uitvoering.

    • De communautaire POP-bijdrage moet groter dan € 45.000,- zijn.

  • Prioritering

    Is er voor één of meer maatregelen sprake van overschrijding van het budget dan vindt daarvoor prioritering per maatregel plaats. Dit houdt onderlinge vergelijking van de projecten in. Projecten worden dan onderling beoordeeld naar de mate, waarin het project:

    • past binnen het vastgestelde provinciaal beleid (met name paragraaf 3.4 en 4.3 van ROP-NH),

    • maatschappelijk effecten heeft,

    • direct (probleemgericht) dan wel structureel (continuïteit) effect heeft,

    • bijdraagt aan een gebiedsgerichte aanpak,

    • voorziet in samenwerking tussen overheden, bedrijven en/of instellingen,

    • kosteneffectief is (de verhouding POP-bijdrage ten opzichte van de totale financiering en het rendement van de investeringen (doelmatigheid)),

    • een integraal karakter heeft,

    • draagvlak heeft in het gebied en/of gedragen wordt door relevante regionale en lokale partijen, en

    • voorziet in een eigen financiële bijdrage van de aanvrager.

Utrecht [Vervallen per 24-01-2004]

  • Algemeen

    • Het project moet voldoen aan de eisen betreffende de minimale omvang. Voor maatregel C `opleiding' dienen de subsidiabele kosten minimaal € 20 000,- te bedragen en voor de overige maatregelen bedragen de subsidiabele kosten minimaal € 50 000,-.

    • Het project moet uitvoeringsgericht zijn.

    • Het project moet binnen twee maanden na de subsidieverlening gestart zijn en binnen twee jaar na de subsidieverlening afgerond.

    • Het project moet in overeenstemming zijn met provinciaal, gemeentelijk en waterschapsbeleid.

    • Het project moet realistisch en uitvoerbaar zijn.

    • Het project moet 'obstakelvrij' zijn, dat wil zeggen dat voor de uitvoering van het project geen juridische of planologische belemmeringen bestaan en de vereiste medewerking van grondeigenaren is verkregen.

    • Het project moet aanvullend zijn ten opzichte van reguliere taken en wettelijke verplichtingen.

    • De totale financiering van het project moet gegarandeerd zijn middels schriftelijke verklaringen.

    • Het project heeft een voldoende mate van kosteneffectiviteit (de verhouding POP-bijdrage ten opzichte van de totale financiering en het rendement van de investeringen (doelmatigheid)).

  • Prioritering

    Is er voor één of meer maatregelen sprake van overschrijding van het budget dan vindt daarvoor prioritering per maatregel plaats. Dit houdt onderlinge vergelijking van de projecten in. Projecten worden dan onderling beoordeeld naar de mate, waarin het project:

    • bijdraagt aan de doelen, zoals die zijn omschreven in de hoofdstukken 4 en 5 van het POP,

    • additioneel (de mate waarin het project dankzij een eventuele POP-subsidie eerder of beter wordt uitgevoerd) en/of innovatief is,

    • voorziet in een eigen financiële bijdrage van de aanvrager/belanghebbende,

    • een extra bijdrage levert aan de sociaal-economische participatie van vrouwen en jongeren, en

    • een extra bijdrage levert aan de milieukwaliteit, het landschap of de biodiversiteit in het landelijk gebied.

    Genoemde criteria zijn in volgorde van belang weergegeven.

Zeeland [Vervallen per 24-01-2004]

Projecten worden beoordeeld op basis van onderstaande criteria. In situaties waarin voor een groter bedrag aan subsidieaanvragen is ingediend dan het beschikbaar bedrag, bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van de Regeling subsidie plattelandsontwikkelingsprogramma provincies, heeft het laatste onderstaande criterium tevens de status van prioriteitscriterium.

  • De totale financiering van het project moet gegarandeerd zijn.

  • Het project moet 'obstakelvrij' zijn, dat wil zeggen dat voor de uitvoering van het project geen juridische of planologische belemmeringen bestaan.

  • Het project moet aanvullend zijn ten opzichte van reguliere taken en wettelijke verplichtingen.

  • Er is zicht op continuïteit van het project na de subsidievaststelling.

  • Het project is uitvoeringsgereed en dient uiterlijk 30 juni 2006 afgerond te zijn.

  • Het project mag niet voorzien in enkel onderzoek en/of landbouw-promotie en/of bestrijding dierziektes.

  • Het project moet passen binnen de doelstellingen van Vitaal Platteland Zeeland, vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Zeeland op 26 mei 1998, en de onderstaande criteria uit het uitvoeringsprogramma van Vitaal Platteland Zeeland, vastgesteld door Provinciale Staten van Zeeland op 28 april 2000

    • -

      de betekenis van het project wat betreft het realiseren van de doelstellingen van Vitaal Platteland Zeeland,

    • -

      de doelgerichtheid van het projectvoorstel in termen van verwachte effecten, zo mogelijk aan te duiden in kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren,

    • -

      doelmatigheid van het projectvoorstel,

    • -

      de mate van integraliteit van het projectvoorstel,

    • -

      de mate van samenwerking tussen overheden, bedrijven en instellingen,

    • -

      de mate waarin sprake is van innovatie, en

    • -

      de mate, waarin wordt voorzien in een eigen financiële bijdrage van de aanvrager.

Zuid-Holland [Vervallen per 24-01-2004]

  • Algemeen

    • Het project moet voldoen aan de eisen betreffende de minimale omvang. Voor maatregel C `opleiding' dienen de subsidiabele kosten minimaal € 20.000,- te bedragen en voor de overige maatregelen bedragen de subsidiabele kosten minimaal € 50.000,-.

    • Het project moet uitvoeringsgericht zijn.

    • Het project moet binnen twee maanden na de subsidieverlening gestart zijn en binnen twee jaar na de subsidieverlening afgerond.

    • Het project moet in overeenstemming zijn met provinciaal beleid.

    • Het project moet realistisch en uitvoerbaar zijn.

    • Het project moet obstakelvrij zijn wat betreft benodigde vergunningen en vereiste medewerking van grondeigenaren.

    • Het project moet aanvullend zijn ten opzichte van reguliere taken en wettelijke verplichtingen.

    • De totale financiering van het project moet gegarandeerd zijn middels schriftelijke verklaringen.

  • Prioritering

    Is er voor één of meer maatregelen sprake van overschrijding van het budget dan vindt daarvoor prioritering per maatregel plaats. Dit houdt onderlinge vergelijking van de projecten in. Projecten worden dan onderling beoordeeld naar de mate, waarin het project:

    • bijdraagt aan de doelen, zoals die zijn omschreven in de hoofdstukken 4 en 5 van het POP,

    • additioneel (de mate waarin het project dankzij een eventuele POP-subsidie eerder of beter door kan gaan) en/of innovatief is,

    • efficiënt is (een gunstige verhouding tussen kosten en de te verwachten resultaten),

    • voorziet in een eigen financiële bijdrage van de aanvrager/belanghebbende,

    • een extra bijdrage levert aan de sociaal-economische participatie van vrouwen en jongeren, en

    • een extra bijdrage levert aan de milieukwaliteit, het landschap of de biodiversiteit in het landelijk gebied.

    Genoemde criteria zijn in volgorde van belang weergegeven.