Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsvoornemen en subsidieplafond Vredesfonds 2002[Regeling vervallen per 01-01-2006.]

Geldend van 08-08-2002 t/m 31-12-2005

Besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken tot vaststelling van een beleidsvoornemen tot subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken (Vredesfonds)

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Gelet op de artikelen 1.1.6, 1.1.7, 1.1.8, 1.1.10 en 2.1.5 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2006]

Voor subsidieverlening op grond van artikel 2.1.5 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken in het kader van het Vredesfonds geldt voor de periode van 1 mei 2002 tot en met 31 december 2002 het als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsvoornemen. Voor deze periode geldt een subsidieplafond van € 1.000.000.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2006]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het geplaatst wordt.

Dit besluit zal met de daarbij behorende bijlage en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Buitenlandse Zaken,
namens deze,

H.H. Siblesz,

directeur-generaal Politieke Zaken

van het Ministerie van Buitenlandse Zaken

Bijlage [Vervallen per 01-01-2006]

Doelstelling [Vervallen per 01-01-2006]

Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer van de begroting van Buitenlandse Zaken voor het jaar 2000 is de Motie-Koenders (Kamerst. II, 2000/01, 26 800 V, nr. 38) aangenomen met het oog op het oprichten van een Vredesfonds waaruit een bijdrage kan worden geleverd aan non-VN vredesoperaties door ontwikkelingslanden en aan formele of informele vredesdialogen. Bij de behandeling in de Tweede Kamer van de Defensienota 2000 is voorts de Motie-Harrewijn (Kamerst. II, 2000/01, 26 900, nr. 24) aangenomen. Deze motie heeft betrekking op financiering van initiatieven op het gebied van conflictpreventie, conflictbemiddeling en civiel-militaire samenwerking en sluit aldus aan bij de Motie-Koenders.

Gezien de raakvlakken van beide moties zal de uitvoering ervan worden gecombineerd met de opzet van één Vredesfonds. Het Vredesfonds richt zich op de financiering van activiteiten in het kader van crisisbeheersing, conflictpreventie en vredesopbouw, belangrijke doelstellingen van het Nederlands buitenlands beleid. Het betreft activiteiten die niet kwalificeren voor financiering uit ODA-middelen. Een deel van de middelen van het Fonds is beschikbaar voor subsidieverlening (€ 1.000.000).

Vanuit het subsidiegedeelte van het Vredesfonds kan een bijdrage worden geleverd aan activiteiten die strekken tot of dienstig zijn aan:

  • -

    formele of informele vredesdialogen,

  • -

    conflictpreventie,

  • -

    conflictbemiddeling en

  • -

    civiel-militaire samenwerking.

Activiteiten [Vervallen per 01-01-2006]

Vanuit het Vredesfonds kunnen activiteiten worden gefinancierd die de genoemde doelstellingen van het Nederlands buitenlands beleid direct of indirect steunen. Meer in het bijzonder dienen de activiteiten gericht te zijn op één of meer van de volgende deelterreinen:

  • -

    Ondersteunen van zowel formele als informele onderhandelingsprocessen en vredesdialogen in (post-) conflictsituaties;

  • -

    Handhaven en uitbreiden van nationale en regionale capaciteit voor vredeshandhaving, o.a. door middel van technische en materiële ondersteuning en training van militairen (t.b.v. vredesoperaties);

  • -

    Capaciteitsopbouw op het gebied van civiel-militaire samenwerking;

  • -

    Vergroting van participatie van `civil society' bij conflictpreventie en conflictbemiddeling.

  • -

    Er zal een grote terughoudendheid worden betracht m.b.t. de financiering van op zichzelf staande seminars, workshops en conferenties.

Uit het Vredesfonds kunnen zowel activiteiten met een korte looptijd worden gefinancierd als langer lopende projecten (meerjarig).

Procedure [Vervallen per 01-01-2006]

Projectvoorstellen worden ingediend bij de Minister van Buitenlandse Zaken, t.a.v. de Directie Veiligheidsbeleid (DVB). De voorstellen worden beoordeeld door DVB/CV. De Directie Mensenrechten en Vredesopbouw (DMV) en de Directie Verenigde Naties en Internationale Financiële Instellingen (DVF) worden bij de besluitvorming betrokken. Indien nodig worden de relevante vakdepartementen en ambassades geconsulteerd.

Inhoudelijke criteria [Vervallen per 01-01-2006]

Bij de inhoudelijke beoordeling spelen, onverminderd het overigens in de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken bepaalde, de volgende inhoudelijke criteria een rol:

  • -

    Politieke prioriteit;

  • -

    Kwaliteit van de aanvraag;

  • -

    Financiële, thematische en geografische spreiding binnen het Vredesfonds;

  • -

    Doelgroep.

Overige Criteria [Vervallen per 01-01-2006]

Activiteiten komen slechts voor subsidiering ten laste van het Vredesfonds in aanmerking indien voor subsidiëring geen andere grondslag in de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken voorhanden is.

De omvang van de subsidie voor de afzonderlijke aanvragen zal van dien aard zijn dat wordt voorkomen dat één enkel project een onevenredig groot beslag op de beschikbare middelen legt.