Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit vaststelling protocol Experimentele stimuleringsregeling opvang en integratie Antilliaanse jongeren

Geldend van 19-07-2002 t/m heden

Besluit vaststelling protocol Experimentele stimuleringsregeling opvang en integratie Antilliaanse jongeren

Artikel 1

Het protocol, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de Experimentele stimuleringsregeling opvang en integratie Antilliaanse jongeren, wordt vastgesteld overeenkomstig de bij dit besluit behorende bijlage.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 5 mei 2002.

Artikel 3

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vaststelling protocol Experimentele stimuleringsregeling opvang en integratie Antilliaanse jongeren.

Dit besluit zal met bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

voor Grote Steden- en Integratiebeleid,

R.H.L.M. van Boxtel

Protocol in het kader van de Experimentele stimuleringsregeling opvang en integratie Antilliaanse jongeren

Procedures voor indiening en behandeling projectplannen

1. Inleiding

Op 4 mei 2002 trad de Experimentele stimuleringsregeling opvang en integratie Antilliaanse jongeren in werking. Deze regeling is bedoeld om lokale projecten gericht op het aanbieden van voorzieningen aan Antilliaanse jongeren te ondersteunen door het verstrekken van subsidies. Genoemde voorzieningen moeten zijn gericht op het bevorderen van de beheersing van de Nederlandse taal, scholing of toegang tot de arbeidsmarkt en worden in combinatie met huisvesting en persoonlijke begeleiding aan jongeren aangeboden. Deze voorzieningen worden slechts tijdelijk en onder de voorwaarde dat de jongere meewerkt aan de bevordering van zijn inburgering of integratie aan de jongere aangeboden.

De Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV) is in de regeling aangewezen als uitvoeringsorganisatie. De SEV voert in het kader van deze regeling een aantal taken uit. Een van deze taken betreft het toetsen van het projectplan. Op grond van artikel 11, tweede lid, toetst de SEV de projectplannen aan de voorwaarden, genoemd in artikel 9 van de regeling, en aan de hand van het onderhavige protocol dat door de minister is vastgesteld.

2. Begripsbepalingen

In dit protocol wordt verstaan onder:

2.1. minister:

de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid;

2.2. regeling:

de Experimentele stimuleringsregeling opvang en integratie van Antilliaanse jongeren;

2.3. intermediair:

de rechtspersoon, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de regeling;

2.4. subsidie:

de subsidie, bedoeld in artikel 2 van de regeling;

2.5. projectplan:

het projectplan, bedoeld in artikel 9 van de regeling.

3. Indiening en termijnen

  • 3.1 Projectplannen dienen schriftelijk te worden ingediend bij de minister door tussenkomst van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting, Postbus 1878, 3000 BW te Rotterdam.

  • 3.2 De projectplannen worden minimaal driemaal per jaar in behandeling genomen, voor de duur van de regeling en zolang er beschikbaar budget is dan wel het subsidieplafond voor het betreffende begrotingsjaar niet is bereikt.

  • 3.3 De eerste datum waarop projectplannen in behandeling worden genomen is 1 september 2002. De volgende data worden door de SEV bekend gemaakt op haar website en door middel van gerichte mailing aan belangstellenden. Uiterste datum om een projectplan in te dienen is 1 oktober 2004.

  • 3.4 Binnen zes weken na het in behandeling nemen van het projectplan

    • -

      brengt de SEV advies uit aan de minister, voor deze de directeur Coördinatie Integratiebeleid Minderheden, bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de regeling; of

    • -

      stelt de SEV de intermediair in de gelegenheid om het projectplan aan te passen als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de regeling.

4 Team van externe deskundigen

  • 4.1 De SEV stelt een team van externe deskundigen, inclusief een voorzitter, samen.

  • 4.2 De taak van het team van externe deskundigen is de SEV te adviseren over de kwaliteit en kansrijkheid van de projectplannen.

  • 4.3 De SEV voert het secretariaat van het team van externe deskundigen en roept het team ter vergadering bijeen.

  • 4.4 Het team van externe deskundigen kent, inclusief de voorzitter, maximaal vijf leden.

  • 4.5 Het team van externe deskundigen wordt samengesteld uit personen die kennis hebben van de problematiek en affiniteit met de doelgroep. Het team bestaat tenminste uit:

    • 4.5.1 Een vertegenwoordiger van de Antilliaanse gemeenschap, voor te dragen door het Overlegorgaan Caribische Nederlanders.

    • 4.5.2 Leden met expertise op het gebied van:

      • -

        inburgering en integratie;

      • -

        scholing en werk(-toeleiding);

      • -

        woon- en leefomgeving;

      • -

        opvang en begeleiding van jongeren.

5. Interdepartementale klankbordgroep

  • 5.1 Door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt een interdepartementale klankbordgroep samengesteld.

  • 5.2 In de interdepartementale klankbordgroep zijn behalve het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de volgende ministeries vertegenwoordigd:

    • 5.2.1 het Ministerie van Justitie;

    • 5.2.2 het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;

    • 5.2.3 het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu;

    • 5.2.4 het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

    • 5.2.5 het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

  • 5.3 De voorzitter van de klankbordgroep wordt geleverd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

  • 5.4 Het secretariaat van de klankbordgroep wordt gevoerd door de SEV.

  • 5.5 De klankbordgroep wordt ter vergadering bijeengeroepen door de SEV.

  • 5.6 De taak van de klankbordgroep is:

    • 5.6.1 de SEV te adviseren over projectplannen met betrekking tot:

    • 5.6.1.1 de mate waarin projectplannen aansluiten op beleid en regelgeving van de betrokken departementen;

    • 5.6.1.2 de mate waarin beleid en regelgeving van de betrokken departementen de projecten zouden kunnen ondersteunen;

    • 5.6.2. het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te adviseren over knelpunten in beleid en regelgeving van de betrokken departementen met betrekking tot de uitvoering van de regeling.

6. Beoordeling projectplannen

  • 6.1 Projectplannen worden in behandeling genomen indien deze voldoen aan de voorwaarden, genoemd in de artikelen 5 en 9 van de regeling.

  • 6.2 Projectplannen die niet in behandeling worden genomen omdat deze niet voldoen aan de voorwaarden, genoemd in het eerste lid, worden teruggestuurd aan de intermediair en kunnen na aanvulling opnieuw ingediend worden.

  • 6.3 Projectplannen die in behandeling worden genomen, worden door de SEV voorgelegd aan:

    • 6.3.1 het team van externe deskundigen;

    • 6.3.2 de interdepartementale klankbordgroep.

  • 6.4 Het team van externe deskundigen schenkt bij haar advisering aan de SEV aandacht aan de volgende criteria:

    • 6.4.1 de mate waarin het project aansluit bij de doelstelling van de regeling;

    • 6.4.2 of de verschillende aspecten van het projectplan als bedoeld in artikel 9 van de regeling voldoende zijn uitgewerkt;

    • 6.4.3. het vernieuwende karakter van het project;

    • 6.4.4 de kans op een geslaagde uitvoering van het project;

    • 6.4.5 de kans op een geslaagde voortzetting van het project na afloop van de regeling.

  • 6.5 Het team van externe deskundigen adviseert de SEV of het nodig is voor het onderhavige projectplan af te wijken van de normbedragen, bedoeld in artikel 8, zevende lid.

  • 6.6 Het team van externe deskundigen adviseert de SEV of er aan de subsidiebijdrage aan het projectplan nadere verplichtingen, als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de regeling gesteld dienen te worden.

  • 6.7 De interdepartementale klankbordgroep adviseert de SEV over de relatie tussen de projectplannen en beleid en regelgeving van de betrokken departementen.

  • 6.8 Indien de SEV, gezien hebbende de adviezen van het team van externe deskundigen en de interdepartementale klankbordgroep, van mening is dat het projectplan aanpassing behoeft, stelt zij de intermediair daartoe in de gelegenheid als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de regeling.

7. Advies van de SEV

  • 7.1 De SEV stelt over de in behandeling genomen projectplannen een advies op voor de minister, als bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de regeling.

  • 7.2 De SEV maakt daarbij gebruik van de adviezen van het team van externe deskundigen en de interdepartementale klankbordgroep.

  • 7.3 Aan de ondersteunende activiteiten die de SEV heeft verricht bij de totstandkoming van het projectplan kunnen geen rechten worden ontleend ten aanzien van het advies over het projectplan.

  • 7.4 Bij een advies over een projectplan zijn als bijlagen het advies van het team van externe deskundigen en het advies van de interdepartementale klankbordgroep bijgevoegd.

  • 7.5 Om te komen tot een advies over de hoogte van de subsidie worden door de SEV de volgende uitgangspunten gehanteerd:

    • 7.5.1 ten hoogste 50 procent van de kosten van de projectvoorbereiding komt voor subsidiering in aanmerking;

    • 7.5.2 met projectvoorbereiding wordt in dit verband bedoeld: activiteiten die nodig zijn om het project, zoals beschreven in het projectplan, daadwerkelijk te laten starten;

    • 7.5.3 de subsidie voor de uitvoering van het projectplan is afhankelijk van het aantal wooneenheden en zal worden vastgesteld aan de hand van normbedragen per wooneenheid per jaar en wel:

      • 7.5.3.1 € 8.000 per wooneenheid gedurende het eerste projectjaar;

      • 7.5.3.2 € 6.000 per wooneenheid gedurende het tweede projectjaar;

      • 7.5.3.3 € 4.000 per wooneenheid gedurende het derde projectjaar;

      • 7.5.4 de normbedragen zijn naar eigen inzicht van de intermediair te besteden aan relevante onderdelen van de uitvoering van het project.

      • 7.5.5. in bijzondere gevallen kan de SEV de minister adviseren van de normbedragen af te wijken.

  • 7.6 De SEV kan in haar advies adviseren over het eventueel stellen van nadere verplichtingen als bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de regeling.