Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling acceptatie geconditioneerde gevaarlijke afvalstoffen op stortplaatsen[Regeling vervallen per 21-07-2009.]

Geldend van 18-07-2002 t/m 20-07-2009

Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, houdende regels met betrekking tot de acceptatie van geconditioneerde gevaarlijke afvalstoffen op stortplaatsen

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gelet op artikel 11b, derde lid, van het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 21-07-2009]

Artikel 1 [Vervallen per 21-07-2009]

In deze regeling wordt verstaan onder:

blok:

vaste vorm van bepaalde afmetingen die door uitharding van een mengsel van gevaarlijke anorganische afvalstoffen en toeslagstoffen met een bekende constante samenstelling als één geheel in een bekisting in een compartiment of op een daarvoor geëigende plaats wordt gevormd;

compartiment:

afzonderlijk deel van een stortplaats, bestemd voor het storten van te conditioneren gevaarlijke afvalstoffen, dat niet beïnvloed kan worden vanuit andere compartimenten van de stortplaats en voorzien is van een separate afvoer van het percolaat uit het compartiment;

doorlatend materiaal:

materiaal met een onverzadigde doorlatendheid voor water van ten minste 1000 m/dag;

geconditioneerde gevaarlijke afvalstoffen:

gevaarlijke anorganische afvalstoffen die door menging met toeslagstoffen of andersoortige bewerkingen zijn omgevormd tot afvalstoffen met beperkte uitloging en een duurzame vaste vorm, die voldoen aan de kwaliteitseisen gesteld in deze regeling en zijn gestort in een compartiment;

proefstuk:

uit hetzelfde materiaal als een blok gevormd voorwerp bestemd voor de in de artikelen 8 en 9 bedoelde proeven.

§ 2. Het conditioneren van gevaarlijke anorganische afvalstoffen [Vervallen per 21-07-2009]

Artikel 2 [Vervallen per 21-07-2009]

Te conditioneren gevaarlijke afvalstoffen worden in een compartiment als blok gestort dan wel in een compartiment tot blok gevormd, waarbij het blok uithardt in een duurzame vaste vorm.

Artikel 3 [Vervallen per 21-07-2009]

Het volume van de toeslagstoffen voor de vervaardiging van een blok bedraagt niet meer dan 25% van het volume van de te conditioneren gevaarlijke afvalstoffen.

Artikel 4 [Vervallen per 21-07-2009]

Per mengsel met dezelfde samenstelling van te conditioneren gevaarlijke afvalstoffen en toeslagstoffen ten behoeve van het vervaardigen van één blok worden voor aanvang van het uithardingsproces ten minste twee representatieve monsters genomen. Deze monsters worden gebruikt voor het vervaardigen van ten minste twee proefstukken die op overeenkomstige wijze als het gehele blok worden uitgehard. De kwaliteit van de geconditioneerde afvalstoffen wordt bepaald aan de hand van deze proefstukken.

§ 3. Kwaliteitseisen voor het conditioneren van gevaarlijke afvalstoffen [Vervallen per 21-07-2009]

Artikel 5 [Vervallen per 21-07-2009]

De druksterkte van een proefstuk bedraagt na 28 dagen uitharden minimaal 1,0 N/mm².

Artikel 6 [Vervallen per 21-07-2009]

  • 1 De emissiewaarden van een proefstuk overschrijden niet de waarden van de tabel van de bij deze regeling behorende bijlage.

  • 2 In afwijking van het vorige lid mogen de emissiewaarden voor Br, Cl en SO4 de waarden van de tabel overschrijden wanneer de te conditioneren afvalstoffen zonder toeslagstoffen in totaal niet meer dan 20% (gewicht) van deze parameters bevatten.

Artikel 7 [Vervallen per 21-07-2009]

In afwijking van artikel 6 mogen de emissiewaarden van de andere dan in artikel 6, tweede lid genoemde parameters van een proefstuk in geval van buitengewone omstandigheden wel de waarden van de tabel van de bijlage overschrijden, voorzover het totaal van de te conditioneren gevaarlijke afvalstoffen die de waarden van de tabel overschrijden, in een compartiment niet meer dan 10% (gewicht) van de totale vergunde capaciteit van dat compartiment bedraagt en het betreffende blok niet direct naast de afscheiding van het compartiment is gesitueerd.

§ 4. Voorschriften voor uit te voeren proeven en verwerking van proefresultaten [Vervallen per 21-07-2009]

Artikel 8 [Vervallen per 21-07-2009]

  • 1 De druksterkte van een blok wordt bepaald aan de hand van één of meerdere proefstukken na een uitharding van 28 dagen volgens ontwerp NEN-EN 12394.

  • 2 De druksterkte wordt vastgesteld met een meetnauwkeurigheid beter dan 0,1 N/mm².

Artikel 9 [Vervallen per 21-07-2009]

  • 1 De uitloging van een blok wordt bepaald aan de hand van één of meerdere proefstukken met een diffusieproef overeenkomstig NEN 7345:1995.

  • 2 De cumulatieve emissie (64 dagen) wordt berekend volgens NEN 7345, paragraaf 9.5.

  • 3 Het proefstuk mag tijdens de duur van de in het eerste lid genoemde proef niet desintegreren. Van het proefstuk mag niet meer dan 1% (gewicht) vast materiaal op de bodem van de onderzoekbak neerslaan binnen de proefduur van 64 dagen.

§ 5. Aanvullende voorwaarden compartimenten voor geconditioneerde gevaarlijke afvalstoffen [Vervallen per 21-07-2009]

Artikel 10 [Vervallen per 21-07-2009]

  • 1 In een compartiment worden geen andere dan te conditioneren gevaarlijke afvalstoffen gestort.

  • 2 In afwijking van het eerste lid, kunnen niet-gevaarlijke afvalstoffen in een compartiment worden gebruikt als onderdrainage en bufferlaag.

Artikel 11 [Vervallen per 21-07-2009]

Het compartiment is zodanig ingericht dat de geconditioneerde gevaarlijke afvalstoffen, na zetting van de ondergrond, minimaal 0,7 meter boven de te verwachten gemiddeld hoogste grondwaterstand blijven.

Artikel 12 [Vervallen per 21-07-2009]

In een compartiment voor het storten van geconditioneerde gevaarlijke afvalstoffen wordt een snelle afvoer van water gewaarborgd door tussen de blokken doorlatend materiaal aan te brengen.

Artikel 13 [Vervallen per 21-07-2009]

In geval van desintegratie als gevolg van weersinvloeden worden zo spoedig mogelijk maatregelen genomen, die de gevolgen daarvan compenseren.

Artikel 14 [Vervallen per 21-07-2009]

Een volledig gevuld compartiment wordt voorafgaand aan de definitieve afdichting en uiterlijk twee maanden na de start van de uitharding van het laatst toegevoegde blok afgedekt.

§ 6. Overige bepalingen [Vervallen per 21-07-2009]

Artikel 15 [Vervallen per 21-07-2009]

De in deze regeling opgenomen verwijzingen naar NEN-normen hebben betrekking op de laatst uitgegeven NEN-normen met de daarop uitgegeven aanvullingen en correctiebladen. Een uitgegeven aanvulling, onderscheidenlijk correctieblad, wordt eerst van toepassing op 1 januari van het kalenderjaar volgende op dat waarin de uitgifte heeft plaatsgevonden.

Artikel 16 [Vervallen per 21-07-2009]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 17 [Vervallen per 21-07-2009]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling acceptatie geconditioneerde gevaarlijke afvalstoffen op stortplaatsen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 5 juli 2002

De

Minister

van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J.P. Pronk

Bijlage behorende bij artikel 6, eerste lid, van de Regeling acceptatie geconditioneerde gevaarlijke afvalstoffen op stortplaatsen [Vervallen per 21-07-2009]

In deze bijlage zijn de emissiewaarden uitgedrukt in mg/m². De in artikel 9 bedoelde proef met een proefstuk duurt totaal 64 dagen, waarbij het proefstuk vrijwel voortdurend in contact is met water dat tijdens die periode op gezette tijden wordt ververst. De uitloogwaarden in de tabel betreffen het aantal mg, per parameter, dat na 64 dagen is vrijgekomen in verhouding met het totale oppervlak van het proefstuk.

Parameter emissiewaarden in mg/m²

As

50

Ba

1500

Cd

5

Co

60

Cr

500

Cu

500

Hg

1

Mo

900

Ni

400

Pb

1000

Sb

50

Se

60

Sn

50

V

1500

W

250

Zn

800

Br

5000

Cl

250000

CN-com

220

CN-vrij

20

F

2500

SO4

250000