KruimelpadGeldend op 05-08-2009
De Minister van Justitie,
Gelet op artikel 41, vierde lid, van de Penitentiaire beginselenwet, artikel 27 van de Penitentiaire maatregel, artikel 40, vierde lid, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, artikel 39 van het Reglement verpleging ter beschikking gestelden, artikel 46, vierde lid, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen en artikel 54 van het Reglement justitiële jeugdinrichtingen;
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
een geestelijk verzorger van een overige stroming, te weten: de islamitische, hindoeïstische of boeddhistische gezindte;
de gedetineerde, bedoeld in artikel 1, onderdeel e, van de Penitentiaire beginselenwet, de verpleegde, bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, of de jeugdige, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen die verblijft in een penitentiaire inrichting onderscheidenlijk een rijksinrichting;
een verzoek van een justitiabele om geestelijke zorg;
een brutobedrag per effectief gewerkt uur;
onder theologie wordt naast westerse christelijke godsdiensten mede verstaan het hindoeïsme, boeddhisme en de islam;
Dienst Geestelijke Verzorging van de Dienst Justitiële Inrichtingen;
ambtenaar van de Dienst Geestelijke Verzorging verantwoordelijk voor de organisatie van de geestelijk verzorgers overige stromingen;
Bureau Integriteit en Veiligheid van de Dienst Justitiële Inrichtingen.
1.Een geestelijk verzorger kan slechts anders dan bij wijze van ambtelijke aanstelling aan de inrichting worden verbonden indien er een antecedentenonderzoek heeft plaatsgevonden op grond waarvan is vastgesteld dat hiertegen geen bezwaar is. Het antecedentenonderzoek wordt gedaan door het Bureau Integriteit en Veiligheid op verzoek van de portefeuillehouder overige stromingen.
2.Een geestelijk verzorger kan slechts anders dan bij wijze van ambtelijke aanstelling aan de inrichting worden verbonden indien hij:
a. in het bezit is van een geldige verblijfs- en werkvergunning;
b. in het bezit is van een Nederlandse universitaire titel in de theologie dan wel met goed gevolg een afsluitend examen heeft afgelegd op het terrein van de theologie binnen het Nederlands hoger beroepsonderwijs;
c. een verklaring omtrent gedrag overlegt;
d. de Nederlandse taal machtig is in woord; bij twijfel kan de Dienst Geestelijke Verzorging eisen dat een toets in de Nederlandse taal wordt afgelegd;
e. op grond van de Wet inburgering nieuwkomers een inburgeringsprogramma heeft gevolgd.
3.Indien niet aan het gestelde in het tweede lid, onder b, kan worden voldaan, maar er wel een buitenlands diploma op het terrein van de theologie van de desbetreffende gezindte is behaald, vindt er een onderzoek plaats naar de waarde van dit diploma. De geestelijk verzorger kan slechts aan de inrichting worden verbonden indien zijn diploma minimaal op Hbo-niveau wordt gewaardeerd. Deze waardering geschiedt op een door de Dienst Geestelijke Verzorging voorgeschreven wijze.
4.De portefeuillehouder overige stromingen kan van de eis in het derde lid gesteld ontheffing verlenen.
5.Voor de Boeddhistische gezindte kan, indien geen diploma van de desbetreffende gezindte kan worden overgelegd, de geestelijk verzorger worden voorgedragen door de Boeddhistische Unie Nederland als overkoepelend orgaan van zijn gezindte of levensovertuiging.
Het hoofd van de Dienst Geestelijke Verzorging werft geestelijke verzorgers na overleg met de portefeuillehouder overige stromingen en in samenwerking met de organisaties van de verschillende gezindten. De directeur van de inrichting wordt schriftelijk op de hoogte gesteld van het besluit dat er een kandidaat is gekozen en hoeveel uur hij aan de inrichting wordt verbonden.
1.De uurvergoeding van de geestelijk verzorger bedraagt een door het hoofd van de Dienst Justitiële Inrichtingen bij besluit vast te stellen bedrag dat verschilt afhankelijk van de opleiding van de geestelijk verzorger.
2.Door de geestelijk verzorgers worden de uurvergoedingen en reiskostenvergoedingen met gebruikmaking van het in de bijlage opgenomen declaratieformulier gedeclareerd bij het Shared Service Center van de Dienst Justitiële Inrichtingen.