Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

MVO-verordening 2002, Eetbare oliën en vetten[Regeling vervallen per 23-08-2014.]

Geldend van 02-08-2003 t/m 22-08-2014

MVO-verordening 2002, Eetbare oliën en vetten

Het bestuur van het Produktschap Margarine, Vetten en Oliën heeft,

gelet op artikel 93 van de Wet op de bedrijfsorganisatie en artikel 5 van de Instellingsverordening Produktschap Margarine, Vetten en Oliën, op 23 mei 2002 vastgesteld de navolgende

VERORDENING

Artikel 1 [Vervallen per 23-08-2014]

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

spijsoliën en spijsvetten

:

de voor rechtstreekse aflevering aan consumenten en bereidplaatsen voor het bakken of frituren van levensmiddelen bestemde waren, die bij 20°C vloeibaar respectievelijk vast zijn en die bestaan uit triglyceriden van vetzuren van dierlijke of plantaardige oorsprong, en die afhankelijk van hun oorsprong geringe hoeveelheden van mono- en diglyceriden en andere lipiden, zoals fosfatiden, onverzeepbare bestanddelen en vrije vetzuren kunnen bevatten. Aan deze producten kunnen worden toegevoegd: aroma's, specerijen, andere kruidachtige planten, extracten en distillaten van specerijen.

Verordening 136/66

:

Verordening No. 136/66/EEG van de Raad van 22 september 1966, houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten (PB EG. 1966, L 172)

Artikel 2 [Vervallen per 23-08-2014]

Het is verboden spijsoliën en spijsvetten af te leveren of ter aflevering voorhanden te hebben, welke andere smaakgevende bestanddelen bevatten dan

  • -

    specerijen, andere kruidachtige planten,

  • -

    extracten en distillaten van specerijen, van andere kruidachtige planten, van citrusvruchten,

Artikel 3 [Vervallen per 23-08-2014]

  • 1 Het is verboden spijsoliën en spijsvetten af te leveren of ter aflevering voorhanden te hebben, welke niet voldoen aan de in het volgende lid vermelde hoedanigheidseisen.

  • 2

    • a. Spijsoliën en spijsvetten moeten in vloeibare toestand na roeren homogeen en helder zijn.

    • b. Geraffineerde spijsoliën mogen een zuurgetal bezitten, uitgedrukt in mg. KOH/g olie, van ten hoogste 0,6.

    • c. Olijfolie, verkregen bij de eerste persing, mag een zuurgetal bezitten, uitgedrukt in mg. KOH/g olie, van ten hoogste 6,6.

    • d. Ongeraffineerde spijsoliën, andere dan olijfolie, mogen een zuurgetal bezitten, uitgedrukt in mg. KOH/g olie, van ten hoogste 4,0.

    • e. Bij mengsels van geraffineerde spijsoliën en spijsoliën verkregen bij de eerste persing kan het hoogste zuurgetal worden aangehouden voor de totaliteit van het mengsel.

    • f. Spijsoliën en spijsvetten mogen geen hoger gehalte aan bij 105° C vluchtige stoffen bevatten dan 0,2% met uitzondering van spijsvetten van dierlijke oorsprong, welke ten hoogste 0,5% van deze stoffen mogen bevatten.

    • g. Spijsoliën en spijsvetten mogen geen hoger gehalte aan erucazuur en zijn isomeren bezitten dan 6,5% met dien verstande, dat zij geen hoger gehalte aan erucazuur mogen bezitten dan 5% een en ander berekend op het totale gehalte aan vetzuren in de vetfase.

    • h. Olijfolie moet voldoen aan de bij of krachtens Verordening 136/66 vastgestelde handels- normen en gebruiksvoorwaarden, waaronder het verbod bepaalde olijfoliesoorten als spijsolie te verhandelen.

Artikel 4 [Vervallen per 23-08-2014]

  • 1 Het is verboden spijsoliën en spijsvetten af te leveren of ter aflevering voorhanden te hebben, indien op de verpakking andere naamsaanduidingen voorkomen dan die, welke in overeenstemming zijn met de in de volgende leden gestelde voorschriften, onverminderd het recht daarnaast een merkte voeren.

  • 2 Het woord “olie” of “vet“ dient te worden vermeld, voorafgegaan of gevolgd, hetzij door een aanduiding van de specifieke aard van de grondstof, en/of door een aanduiding betreffende het gebruiksdoel.

  • 3 Benamingen samengesteld uit het woord “olie“ of “vet” en de naam van een dier of plant, of van een gedeelte van een dier of plant, mogen uitsluitend worden gebezigd voor spijsoliën resp. spijsvetten, bereid uit het dier of de plant of uit een gedeelte van het dier of de plant, in die aanduiding vermeld.

  • 4 In afwijking van het in de voorgaande leden bepaalde mogen de benamingen palmolie, kokosolie of palmpitolie worden gebruikt, niettegenstaande het feit, dat deze waren bij 20°C vast zijn.

  • 5 Indien een spijsoliesoort of een spijsvetsoort is veresterd of getransformeerd, waardoor de vetzuursamenstelling of de consistentie is gewijzigd, mag de soortnaam van die spijsolie respectievelijk van dat spijsvet niet worden gebruikt, tenzij in combinatie met een aanduiding, waaruit de aard van de bedoelde behandeling blijkt.

  • 6 Indien een spijsoliesoort of een spijsvetsoort is gearomatiseerd, dient de naamsaanduiding de aanduiding gearomatiseerd of het specifieke aroma te bevatten.

  • 7 Naamsaanduidingen voor de diverse olijfoliesoorten mogen slechts worden gebezigd, indien deze in overeenstemming zijn met de bij of krachtens Verordening 136/66 vastgestelde benamingen en definities.

Artikel 5 [Vervallen per 23-08-2014]

Ten aanzien van oliën en vetten, die kennelijk zijn bestemd voor uitvoer, is het bepaalde in het Warenwetbesluit Uitvoer van waren van overeenkomstige toepassing.

Het bepaalde in deze verordening is niet van toepassing ten aanzien van spijsoliën en spijsvetten, die geen andere dan van melk of cacaobonen afkomstige vetstoffen bevatten.

Artikel 6 [Vervallen per 23-08-2014]

Overtredingen van het bepaalde in deze verordening zijn strafbare feiten.

Artikel 7 [Vervallen per 23-08-2014]

De in deze verordening gestelde regelen zijn bindend voor, de natuurlijke of rechtspersonen, die ondernemingen drijven, waarvoor het productschap is ingesteld alsmede voor andere natuurlijke of rechtspersonen, voorzover deze handelingen verrichten, die bedrijfsmatig plegen te worden verricht in ondernemingen, waarvoor het productschap is ingesteld.

Artikel 10 [Vervallen per 23-08-2014]

Deze verordening is niet van toepassing op spijsoliën en spijsvetten, die rechtmatig zijn bereid of in het verkeer gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat, die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

Artikel 11 [Vervallen per 23-08-2014]

Deze verordening, die kan worden aangehaald als “MVO-verordening 2002, Eetbare oliën en vetten", treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie. Per die datum wordt de MVO-verordening 1975, Eetbare Oliën en Vetten ingetrokken.

Rijswijk, 23 mei 2002

Voor het bestuur,

G. Bresser,

voorzitter

R.T.R. Hiel,

secretaris

Goedgekeurd door de Bestuurskamer van de Sociaal-Economische Raad bij besluit van 24 juli 2003 en door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bij beschikking van 12 juni 2003, nr. TRCJZ/2002/6559.