Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling infrastructuur technostarters[Regeling vervallen per 28-10-2004.]

Geldend van 19-04-2002 t/m 27-10-2004

Subsidieregeling infrastructuur technostarters

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 28-10-2004]

Artikel 1 [Vervallen per 28-10-2004]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. minister:

de Minister van Economische Zaken;

b. kennisinstelling:

een instelling als vermeld in bijlage 1 bij deze regeling;

c. groep:

een economische eenheid, waarin organisatorisch zijn verbonden:

  • 1°. een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die direct of indirect:

    • -

      meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,

    • -

      volledig aansprakelijk vennoot is van of

    • -

      overwegende zeggenschap heeft over een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

  • 2°. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;

d. technostartersproject:

een planmatig en met elkaar samenhangend geheel van activiteiten met als doel om tegen zo laag mogelijke kosten zo veel mogelijk personen zich te laten ontwikkelen tot technostarter en technostarters te stimuleren tot het opbouwen van een succesvol bedrijf, welke activiteiten bestaan uit het aanbieden van infrastructuur in de vorm van ruimte in een bedrijfsverzamelgebouw, apparatuur, advies en begeleiding bij het ontwikkelen van een ondernemingsplan, en die worden uitgevoerd in aantoonbare samenwerking met ten minste één onafhankelijke deskundige derde op het gebied van ondersteuning van technostarters;

e. technostarter:

een natuurlijke of een rechtspersoon die:

  • 1°. voor eigen rekening en risico producten, processen of diensten - niet zijnde adviezen - verkoopt en levert, die op basis van een technische vinding of een nieuwe combinatie van bestaande technologie mede door eigen kennisontwikkeling nieuw uitgevonden of substantieel vernieuwd zijn,

  • 2°. ten tijde van het aanvangen van het technostartersproject nog niet, of niet langer dan vijf jaar, is ingeschreven bij een Kamer van Koophandel en Fabrieken, en

  • 3°. niet deel uitmaakt van een groep;

f. bedrijfsverzamelgebouw:

bedrijfsgebouw dat uitsluitend bestemd is voor technostarters, in beheer is van een instelling zonder winstoogmerk en beschikt over kantoor- en onderzoeksruimten en gemeenschappelijke voorzieningen;

g. de minimisverordening:

verordening (EG) nr. 69/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op de de minimis-steun (PbEG L 10);

h. ondernemingsplan:

plan dat ten minste bestaat uit een analyse en een beoordeling van de technische en economische mogelijkheden om voor eigen rekening en risico een onderneming op te richten;

i. looptijd van het technostartersproject:

de termijn tussen de aanvang van het technostartersproject en het moment waarop het technostartersproject op grond van deze regeling moet zijn voltooid.

Artikel 2 [Vervallen per 28-10-2004]

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een kennisinstelling die voor eigen rekening en risico een technostartersproject uitvoert.

  • 2 Geen subsidie wordt verstrekt:

    • a. indien voor het technostartersproject reeds door de minister subsidie is verstrekt;

    • b. voor die onderdelen van een technostartersproject waarvoor de aanvrager voor het indienen van de aanvraag ter zake van het technostartersproject reeds verplichtingen is aangegaan.

Artikel 3 [Vervallen per 28-10-2004]

  • 1 De subsidie bedraagt 40 procent van de projectkosten, maar niet meer dan € 4.000.000. Het in de eerste volzin genoemde percentage wordt verhoogd, indien binnen de looptijd van het technostartersproject meer dan 75 procent van het in het projectplan geraamde aantal technostarters is ondersteund met gebruikmaking van de in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, 3°, 4° of 5°, genoemde faciliteiten. In dat geval wordt het hogere percentage vastgesteld naar rato van het meerdere aantal technostarters maar bedraagt het niet meer dan 50 procent van de projectkosten, en de subsidie bedraagt niet meer dan € 5.000.000.

  • 2 Indien ter zake van de projectkosten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan van het Rijk of door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale bedrag aan subsidies, uitgedrukt in een percentage van de projectkosten, niet meer bedraagt dan het ingevolge het eerste lid geldende percentage.

Artikel 4 [Vervallen per 28-10-2004]

  • 1 Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:

    • a. de volgende rechtstreeks aan de uitvoering van het technostartersproject toe te rekenen, na de indiening van de aanvraag door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde kosten:

      • 1°. loonkosten voor het coördineren en ondersteunen van het technostartersproject, met dien verstande dat wordt uitgegaan van een uurloon, berekend op basis van het jaarloon bij een volledige dienstbetrekking volgens de kolom `loon voor de loonbelasting' van de loonstaat van het betrokken directe personeel, voor zover in dienst van de kennisinstelling, verhoogd met de wettelijke dan wel de op grond van een individuele of collectieve arbeidsovereenkomst verschuldigde opslagen voor sociale lasten, en van 1400 productieve uren per jaar;

      • 2°. kosten in verband met een exploitatietekort van een bedrijfsverzamelgebouw tot een bedrag van ten hoogste € 1.800.000, bestaande uit de stichtingskosten van dat gebouw voor zover aan het technostartersproject toegerekend over de looptijd van het technostartersproject, vermeerderd met de kosten voor het gebruik van gas, elektriciteit, water, telecommunicatievoorzieningen en brandvoorzieningen, en verminderd met de huuropbrengsten en huurvergoedingen;

      • 3°. kosten van machines en apparatuur die zijn aangeschaft met het oog op de ondersteuning van technostarters en van natuurlijke personen die voornemens zijn binnen de looptijd van het technostartersproject technostarter te worden, tot een bedrag van ten hoogste € 500.000 per technostartersproject, met dien verstande dat wordt uitgegaan van de aan het technostartersproject toe te rekenen afschrijvingskosten, berekend op basis van de historische aanschafprijzen en de door de belastingdienst geaccepteerde afschrijvingstermijnen, met uitzondering van mogelijkheden tot vervroegde afschrijving, of lease-termijnen, met uitzondering van financieringskosten, en gebaseerd op de bedrijfseconomische levensduur;

      • 4°. kosten van het opstellen van ondernemingsplannen voor technostarters en natuurlijke personen die voornemens zijn binnen de looptijd van het technostartersproject technostarter te worden, tot een maximum van € 40.000, te vergoeden voor een periode van ten hoogste twee jaar per beoogde onderneming;

      • 5°. kosten van advies van derden aan technostarters en natuurlijke personen die voornemens zijn binnen de looptijd van het technostartersproject technostarter te worden, die voor rekening van de kennisinstelling komen, met uitzondering van binnenlandse reis- en verblijfkosten, tot een bedrag van ten hoogste € 100.000 per technostarter;

    • b. een opslag voor algemene kosten, groot 50 procent van de onder a, onder 1°, bedoelde kosten.

  • 2 De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger die de kosten heeft gemaakt, omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.

  • 3 Kosten in verband met een exploitatietekort van een bedrijfsverzamelgebouw worden slechts als projectkosten op de voet van het eerste lid, onder a, onder 2°, in aanmerking genomen, indien over de looptijd van het technostartersproject de huuropbrengsten van het gebouw voor ten minste een kwart bestaan uit van technostarters ontvangen huuropbrengsten.

  • 4 Kosten van machines en apparatuur die niet uitsluitend voor het technostartersproject zijn aangeschaft, worden slechts als projectkosten op de voet van het eerste lid, onder a, onder 3°, in aanmerking genomen indien een door middel van een sluitende tijdschrijving vastgestelde urenverantwoording per machine respectievelijk van de apparatuur aanwezig is, waaruit blijkt dat de machine of de apparatuur, op jaarbasis, voor ten minste 50 procent van de daarvoor geldende gebruikelijke gebruikstijd wordt gebruikt door tenminste twee personen, waaronder tenminste één technostarter of natuurlijke persoon die voornemens is binnen de looptijd van het technostartersproject technostarter te worden.

  • 5 Kosten voor het opstellen van een ondernemingsplan en van het advies van derden worden slechts als projectkosten op de voet van het eerste lid, onder a, onder 4° en 5°, in aanmerking genomen indien de betrokken technostarter of natuurlijke persoon die voornemens is binnen de looptijd van het technostartersproject technostarter te worden, nog geen ondersteuning voor het opstellen van een ondernemingsplan of advies van derden heeft verkregen in het kader van Twinning Holding of op grond van de Subsidieregeling zaaiprojecten life sciences.

  • 6 Kosten van het opstellen van een ondernemingsplan en van het advies van derden aan technostarters worden voorts slechts als projectkosten op de voet van het eerste lid, onder a, onder 4° en 5°, in aanmerking genomen:

    • a. indien de betrokken technostarter niet een onderneming is als bedoeld in artikel 1, onder a of b, van de de minimisverordening, en

    • b. voor zover de subsidie voor deze kosten, tezamen met de in de drie voorafgaande jaren door een bestuursorgaan aan de technostarter verstrekte subsidie waarvoor van de Commissie van de Europese Gemeenschappen geen goedkeuring is verkregen, niet meer bedraagt dan € 100.000.

Artikel 5 [Vervallen per 28-10-2004]

  • 1 Er is een Adviescommissie infrastructuur technostarters die tot taak heeft de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent aanvragen om subsidie op grond van deze regeling.

  • 2 De adviezen van de commissie gaan vergezeld van een deugdelijke motivering.

  • 3 De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste vier en ten hoogste zes andere leden. De leden zijn deskundig op het terrein waarop de commissie een taak heeft en zijn geen ambtenaren, werkzaam bij het Ministerie van Economische Zaken.

  • 4 De voorzitter en de leden worden door de minister voor een termijn van ten hoogste drie jaar benoemd.

  • 5 De commissie stelt haar eigen werkwijze schriftelijk vast.

  • 6 Een lid van de commissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies, indien hij een persoonlijk belang heeft bij de beschikking op de aanvraag.

  • 7 De minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de commissie bij te wonen.

  • 8 In het secretariaat van de commissie wordt door de minister voorzien.

  • 9 Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie bewaard in het archief van dat ministerie.

  • 10 De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

  • 11 De commissie stelt jaarlijks voor 1 april een verslag op van haar werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar. Uiterlijk voor 1 juli 2004 stelt de commissie tevens een evaluatieverslag op, waarin zij aandacht besteedt aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van haar taakvervulling. Het jaarverslag en het evaluatieverslag worden aan de minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.

Artikel 6 [Vervallen per 28-10-2004]

  • 1 Bij ministeriële regeling wordt een subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies op in een periode als bedoeld in artikel 7, eerste lid, ontvangen aanvragen op grond van deze regeling.

  • 2 Het subsidieplafond voor het in 2002 verlenen van subsidies op aanvragen op grond van deze regeling, ontvangen in de in artikel 7, eerste lid, genoemde periode, bedraagt € 18.000.000.

Artikel 7 [Vervallen per 28-10-2004]

  • 1 Aanvragen om subsidie op grond van deze regeling moeten zijn ontvangen in de periode van 19 april 2002 tot en met 19 juli 2002. Bij ministeriële regeling worden de volgende periode of perioden vastgesteld waarin aanvragen om subsidie op grond van deze regeling moeten zijn ontvangen.

  • 2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

  • 3 De aanvraag gaat vergezeld van een projectplan en een begroting voor het project alsmede van andere bescheiden, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.

§ 2. Aanvraag en beslissing op de aanvraag [Vervallen per 28-10-2004]

Artikel 8 [Vervallen per 28-10-2004]

  • 2 Indien de beschikking niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.

Artikel 9 [Vervallen per 28-10-2004]

De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. de aanvraag niet voldoet aan deze regeling;

  • b. hij de projectkosten raamt op minder dan € 500.000;

  • c. hij het onaannemelijk acht, dat het technostartersproject binnen ten hoogste drie jaar kan worden voltooid;

  • d. gegronde vrees bestaat dat de betrokkenen het technostartersproject niet kunnen financieren.

Artikel 10 [Vervallen per 28-10-2004]

  • 1 De minister wint omtrent de aanvragen waarop niet met toepassing van artikel 9 afwijzend is beslist, het advies in van de Adviescommissie infrastructuur technostarters.

  • 2 De commissie geeft aan de minister in ieder geval een negatief advies indien:

    • a. aannemelijk is, dat het technostartersproject ook zonder de subsidie zonder belangrijke vertraging zou worden uitgevoerd;

    • b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om het technostartersproject naar behoren uit te voeren;

    • c. in de activiteiten van het technostartersproject al wordt voorzien door niet-gesubsidieerde aanbieders.

  • 3 De commissie rangschikt de aanvragen waarover zij positief adviseert zodanig, dat een technostartersproject hoger gerangschikt wordt naar mate:

    • a. het technostartersproject betrekking heeft op meer technostarters tegen zo laag mogelijk kosten;

    • b. regionale initiatieven ter stimulering van technostarters meer worden versterkt en gebundeld in samenwerking met deskundige derden als bedoeld in artikel 1, onder d;

    • c. er sterkere garanties zijn voor voortzetting van de resultaten van het technostartersproject na afloop van de looptijd van het technostartersproject.

  • 4 Voor de rangschikking door de commissie wegen de in het derde lid genoemde criteria even zwaar.

Artikel 11 [Vervallen per 28-10-2004]

  • 1 De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien de Adviescommissie infrastructuur technostarters een negatief advies heeft uitgebracht.

  • 2 De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van rangschikking van de aanvragen door de commissie.

  • 3 De minister kan afwijken van het eerste en tweede lid, indien een advies van de commissie in strijd is met deze regeling dan wel niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen.

§ 3. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger [Vervallen per 28-10-2004]

Artikel 12 [Vervallen per 28-10-2004]

  • 1 Op de subsidie-ontvanger rusten de in de artikelen 13 tot en met 18 opgenomen verplichtingen.

  • 2 De in de artikelen 13, 14 en 17 opgenomen verplichtingen gelden tot aan de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld. De in artikel 15 opgenomen verplichtingen gelden totdat tien jaren na die dag zijn verstreken, en de in artikel 18 opgenomen verplichtingen gelden totdat twee jaren na die dag zijn verstreken.

Artikel 13 [Vervallen per 28-10-2004]

  • 1 De subsidie-ontvanger voert het technostartersproject uit overeenkomstig het projectplan waarop de subsidieverlening betrekking heeft en voltooit het uiterlijk op het bij de verlening bepaalde tijdstip, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister voor het vertragen, het essentieel wijzigen of het stopzetten van het technostartersproject.

  • 2 De subsidie-ontvanger voert het technostartersproject in Nederland uit, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister voor gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland.

  • 3 Aan een ontheffing als bedoeld in het eerste of tweede lid kunnen voorschriften worden verbonden.

Artikel 14 [Vervallen per 28-10-2004]

  • 2 De subsidie-ontvanger gaat slechts over tot vergoeding van de kosten van het opstellen van een ondernemingsplan door de technostarter en van het advies van derden aan de technostarter, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, onder 4° of 5°, indien:

    • a. de technostarter niet een onderneming is als bedoeld in artikel 1, onder a of b, van de de minimisverordening;

    • b. de technostarter aan de subsidie-ontvanger schriftelijk meedeelt hoeveel subsidie in de drie voorafgaande jaren door een bestuursorgaan aan hem is verstrekt, voor zover daarvoor van de Commissie van de Europese Gemeenschappen geen goedkeuring is verkregen;

    • c. de subsidie voor de kosten, tezamen met de in de drie voorafgaande jaren door een bestuursorgaan aan de technostarter verstrekte subsidie waarvoor van de Commissie van de Europese Gemeenschappen geen goedkeuring is verkregen, niet meer bedraagt dan € 100.000, en

    • d. de technostarter verklaart ermee akkoord te gaan dat de vergoeding wordt teruggevorderd indien naderhand komt vast te staan dat de vergoeding is verstrekt in strijd met de de minimis verordening.

  • 3 Indien de subsidie-ontvanger de kosten van het opstellen van een ondernemingsplan door de technostarter en van advies van derden aan de technostarter, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, onder 4° en 5°, vergoedt, deelt hij de technostarter mede dat op deze vergoeding de de minimisverordening van toepassing is.

Artikel 15 [Vervallen per 28-10-2004]

  • 1 De subsidie-ontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze gegevens over ondersteunde technostarters en alle projectkosten kunnen worden afgelezen, gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 4 onderscheiden kostensoorten, met dien verstande dat ter zake van de loonkosten een door middel van een sluitende tijdschrijving vastgestelde urenverantwoording per werknemer aanwezig dient te zijn.

  • 2 De administratie bevat tevens alle gegevens en documenten die betrekking hebben op de naleving door de subsidie-ontvanger van artikel 14.

  • 3 De subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling aan de minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.

Artikel 16 [Vervallen per 28-10-2004]

De subsidie-ontvanger brengt steeds na afloop van een periode van zes maanden aan de minister schriftelijk verslag uit omtrent de uitvoering van het technostartersproject, met inbegrip van een vergelijking van die uitvoering met het projectplan en de bij de subsidieverlening vermelde raming van de projectkosten. De subsidie-ontvanger brengt een dergelijk verslag voor de eerste maal uit zes maanden na verlening van de subsidie.

Artikel 17 [Vervallen per 28-10-2004]

  • 1 De subsidie-ontvanger dient zijn aanvraag om subsidievaststelling in binnen dertien weken na het tijdstip waarop het technostartersproject ingevolge artikel 13, eerste lid, moet zijn uitgevoerd.

  • 2 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

  • 3 De aanvraag gaat vergezeld van een accountantsverklaring en een eindverslag omtrent de uitvoering en de resultaten van het technostartersproject, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.

Artikel 18 [Vervallen per 28-10-2004]

  • 1 De subsidie-ontvanger draagt, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister, met betrekking tot de resultaten van het technostartersproject zorg voor:

    • a. de instandhouding van andere voor de uitvoering van het technostartersproject van belang zijnde en door de uitvoering van het project opgedane kennis;

    • b. inbreng van de bij het technostartersproject opgedane kennis in een door de stichting Dreamstart te organiseren overleg van kennisinstellingen.

  • 2 De subsidie-ontvanger brengt desgevraagd aan de minister verslag uit omtrent de toepassing van de resultaten van het technostartersproject.

  • 3 Aan een ontheffing als bedoeld in het eerste lid kunnen voorschriften worden verbonden.

§ 4. Voorschotten [Vervallen per 28-10-2004]

Artikel 19 [Vervallen per 28-10-2004]

  • 1 Op een subsidie ter zake waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt, kan op aanvraag van de subsidie-ontvanger door de minister ieder jaar eenmaal een voorschot worden verstrekt.

  • 2 Een voorschot wordt berekend naar rato van de gemaakte en betaalde projectkosten alsmede van de kosten waarvoor de subsidie-ontvanger verplichtingen is aangegaan die naar verwachting in het jaar waarop het voorschot betrekking heeft, tot betaling zullen leiden, een en ander voor zover deze kosten nog niet eerder bij de verstrekking van een voorschot in aanmerking zijn genomen. In totaal zal het bedrag aan voorschotten niet groter zijn dan 80 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.

  • 3 Bij de toepassing van het tweede lid wordt de opslag, genoemd in artikel 4, eerste lid, onder b, geacht gemaakt en betaald te zijn voor zover de kosten waarover hij wordt berekend gemaakt en betaald zijn.

Artikel 20 [Vervallen per 28-10-2004]

  • 1 Een aanvraag om een voorschot wordt ingediend gelijktijdig met het uitbrengen van een verslag als bedoeld in artikel 16.

  • 2 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

Artikel 21 [Vervallen per 28-10-2004]

De minister kan afwijzend beschikken op een aanvraag om een voorschot, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen.

§ 5. Subsidievaststelling [Vervallen per 28-10-2004]

Artikel 22 [Vervallen per 28-10-2004]

  • 1 De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

  • 2 Indien de beschikking niet binnen dertien weken kan worden gegeven, stelt de minister de betrokkene daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking tegemoet kan worden gezien.

§ 6. Overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 28-10-2004]

Artikel 23 [Vervallen per 28-10-2004]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 24 [Vervallen per 28-10-2004]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling infrastructuur technostarters.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant. De terinzagelegging vindt plaats bij het agentschap Senter, Grote Marktstraat 43, 's-Gravenhage.

's-Gravenhage, 11 april 2002

De

Minister

vanEconomische Zaken,

A. Jorritsma-Lebbink