Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Samenstelling en werkwijze Bedrijfscommissie voor de Overheid 2002[Regeling vervallen per 01-01-2015.]

Geldend van 18-04-2002 t/m 31-12-2014

Samenstelling en werkwijze Bedrijfscommissie voor de Overheid 2002

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op artikel 46d, onderdeel c, juncto artikel 46e van de Wet op de ondernemingsraden;

Gehoord het advies van de WOR-kamer van de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid van 20 december 2001, nr. WOR-k/01.00043/G11;

Besluit:

§ 1. Samenstelling van de bedrijfscommissie [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Er is een Bedrijfscommissie voor de Overheid, nader te noemen de bedrijfscommissie.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De bedrijfscommissie bestaat uit 10 leden en 10 plaatsvervangende leden. Van de leden en de plaatsvervangende leden worden:

    • a. 5 leden en 5 plaatsvervangende leden benoemd door het Verbond Sectorwerkgevers Overheid, waarvan

      • 2 leden en 2 plaatsvervangende leden op voordracht van de Minister van Binnenlandse Zaken;

      • 1 lid en 1 plaatsvervangend lid op voordracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;

      • 1 lid en 1 plaatsvervangend lid op voordracht van het Interprovinciaal Overleg;

      • 1 lid en 1 plaatsvervangend lid op voordracht van de Unie van Waterschappen;

    • b. 5 leden en 5 plaatsvervangende leden benoemd door de Samenwerkende Centrales van Overheidspersoneel.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De leden en de plaatsvervangende leden van de bedrijfscommissie treden om de vier jaar tegelijk af en kunnen terstond opnieuw worden benoemd.

  • 2 Het tijdstip waarop de eerste zittingsperiode aanvangt, wordt bepaald door de WOR-Kamer van de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid.

  • 3 Hij die tot lid of tot plaatsvervangend lid van de bedrijfscommissie is benoemd ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, had moeten aftreden.

  • 4 Van de benoeming van een lid of een plaatsvervangend lid geven het Verbond Sectorwerkgevers Overheid en de Samenwerkende Centrales van Overheidspersoneel schriftelijk kennis aan de bedrijfscommissie.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De bedrijfscommissie wijst uit haar midden een lid, benoemd door een werkgever of vereniging van werkgevers, en een lid, benoemd door een centrale van overheidspersoneel, aan die bij toerbeurt volgens een door de bedrijfscommissie op te maken rooster als voorzitter en plaatsvervangend voorzitter optreden.

  • 2 In afwijking van het eerste lid kan de bedrijfscommissie een voorzitter buiten haar leden aanwijzen en aan deze al dan niet stemrecht toekennen.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2015]

De bedrijfscommissie kan al dan niet uit haar midden kamers vormen. Aan deze kamers kunnen, geheel of gedeeltelijk en al dan niet voorwaardelijk, bevoegdheden van de bedrijfscommissie worden overgedragen.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2015]

De bedrijfscommissie voorziet in haar secretariaat.

§ 2. De werkwijze van de bedrijfscommissie [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2015]

De bedrijfscommissie vergadert niet indien blijkens de presentielijst niet meer dan de helft van de zitting hebbende leden is opgekomen. Nadat eenmaal tot een vergadering is opgeroepen, zonder dat meer dan de helft van de zitting hebbende leden is opgekomen wordt de daarna uitgeschreven vergadering gehouden, ongeacht het aantal opgekomen leden.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2015]

De leden van de bedrijfscommissie stemmen zonder last of ruggespraak.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2015]

De leden van een bedrijfscommissie onthouden zich van medestemmen over zaken die hen, hun echtgenoten of hun geregistreerde partners of hun bloed- of aanverwanten tot de derde graad ingesloten, persoonlijk aangaan, dan wel op grond van andere feiten of omstandigheden waardoor hun onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Over zaken wordt mondeling, over personen bij gesloten en ongetekende briefjes gestemd.

  • 2 Indien bij het nemen van een besluit over een zaak geen der leden stemming vraagt, wordt het voorstel geacht te zijn aangenomen.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Een stemming is nietig, indien niet meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden, die zich niet van medestemmen moeten onthouden, aan de stemming heeft deelgenomen.

  • 2 Bij stemming over personen worden leden die blanco briefjes hebben ingeleverd, voor de toepassing van dit artikel geacht aan de stemming te hebben deelgenomen.

  • 3 In geval van een nietige stemming vindt in een volgende vergadering herstemming plaats. Deze is geldig, ongeacht het aantal leden dat eraan heeft deelgenomen.

  • 4 Een stemming gehouden in een vergadering als bedoeld in de tweede volzin van artikel 7 is geldig, ongeacht het aantal leden dat aan de stemming heeft deelgenomen.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Ieder lid kan één stem uitbrengen.

  • 2 Voor het tot stand komen van een besluit is volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen vereist. Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Bij staking van stemmen in een voltallige vergadering wordt, indien het zaken betreft, het voorstel geacht niet te zijn aangenomen, en beslist, indien het personen betreft, het lot.

  • 2 Bij staking van stemmen in een andere dan een voltallige vergadering wordt het nemen van een besluit tot een volgende vergadering uitgesteld, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Indien de stemmen dan opnieuw staken, is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 2 De bedrijfscommissie zendt een verzoek als bedoeld in het eerste lid, tot behandeling waarvan kennelijk een andere bedrijfscommissie bevoegd is, onverwijld door naar die commissie, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de verzoeker.

  • 3 Verklaart de bedrijfscommissie zich onbevoegd op een andere grond dan in het tweede lid bedoeld, of verklaart zij de verzoeker niet ontvankelijk, dan geeft zij daarvan onverwijld een gemotiveerde mededeling aan de verzoeker.

  • 4 Acht de bedrijfscommissie een verzoek onvoldoende omschreven, gemotiveerd en gedocumenteerd, dan bericht zij aan verzoeker op welke punten en met welke documenten deze zijn verzoek dient aan te vullen. Zij stelt daarbij aan de verzoeker een termijn. Een verzoek om bemiddeling is in ieder geval onvoldoende gemotiveerd, wanneer de verzoeker daarin niet zijn zienswijze weergeeft op hetgeen blijkens de door hem overgelegde documenten zijn wederpartij in het geschil schriftelijk heeft aangevoerd.

  • 5 De termijn waarbinnen een bedrijfscommissie overeenkomstig artikel 36, derde lid, van de Wet op de ondernemingsraden, schriftelijk verslag van haar bevindingen dient uit te brengen, vangt aan op de dag waarop het verzoek bij de bevoegde bedrijfscommissie is ontvangen, maar wordt opgeschort met ingang van de dag waarop een bedrijfscommissie krachtens het vierde lid de verzoeker uitnodigt het verzoek aan te vullen, tot de dag waarop het verzoek is aangevuld of de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken.

  • 6 Acht de bedrijfscommissie zich bevoegd en acht zij het verzoek voldoende omschreven, gemotiveerd en gedocumenteerd, dan doet zij daarvan mededeling aan de verzoeker en diens wederpartij, en informeert hen daarbij over de procedure en de vermoedelijke duur daarvan, alsmede de aanvang van de termijn, bedoeld in het vijfde lid, en de eventuele opschorting daarvan.

  • 7 Onverminderd artikel 36, derde lid, laatste volzin, van de Wet op de ondernemingsraden verlengt de bedrijfscommissie de termijn in elk geval indien een van de partijen zulks verzoekt en de andere partij daarmee instemt

  • 8 Indien de bedrijfscommissie er niet in slaagt het schriftelijk verslag binnen de wettelijk bepaalde uiterste termijn uit te brengen, stelt zij beide partijen daarvan zo spoedig mogelijk in kennis.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 Aangaande de wijze waarop zij, gelet op de betrokken omstandigheden, tussen de partijen in het geschil zal bemiddelen, beslist de bedrijfscommissie naar eigen oordeel, met dien verstande dat zij daarbij het bepaalde in artikel 36, derde lid, van de Wet op de ondernemingsraden in acht neemt en voorts partijen in de gelegenheid stelt hun standpunten op een hoorzitting toe te lichten.

  • 2 Het schriftelijk verslag dat de bedrijfscommissie overeenkomstig artikel 36, derde lid, van de Wet op de ondernemingsraden opmaakt van de bevindingen waartoe zij bij haar bemiddeling is gekomen, bevat ten minste de volgende onderdelen:

    • -

      de datum waarop de bemiddeling is gevraagd;

    • -

      een duidelijke vermelding van de partijen in het geschil;

    • -

      een omschrijving van het geschil en van de standpunten en argumenten van partijen, onder vermelding van het artikel of de artikelen van de Wet op de ondernemingsraden waarop het geschil betrekking heeft;

    • -

      een mededeling over de wijze waarop de bedrijfscommissie tussen partijen heeft bemiddeld;

    • -

      een advies aan partijen over de oplossing van het geschil;

    • -

      de datum van het verslag.

  • 3 De bedrijfscommissie zendt een afschrift van het verslag zo spoedig mogelijk aan de verzoeker en diens wederpartij.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De bedrijfscommissie dient de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de WOR-Kamer van de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid desgevraagd of uit eigen beweging van bericht en advies over alle zaken haar werkterrein betreffende.

  • 2 Desgevraagd dient de bedrijfscommissie de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van bericht en advies over alle zaken haar werkterrein betreffende.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De bedrijfscommissie houdt een register bij van de tot haar werkterrein behorende ondernemingen waarvoor met inachtneming van de Wet op de ondernemingsraden een ondernemingsraad is ingesteld. Onder ondernemingsraad wordt tevens verstaan: centrale ondernemingsraad en groepsondernemingsraad.

  • 2 Bij elke inschrijving van een onderneming in dit register worden vermeld:

    • -

      naam en adres van de onderneming;

    • -

      naam van de ondernemer die de onderneming in stand houdt;

    • -

      datum waarop de ondernemingsraad het reglement van de ondernemingsraad heeft vastgesteld;

    • -

      datum waarop de ondernemingsraad wijzigingen van het reglement heeft ontvangen.

  • 3 De bedrijfscommissie deelt aan een ieder desgevraagd schriftelijk mede of voor een tot haar werkterrein behorende onderneming een ondernemingsraad is ingesteld.

  • 4 De bedrijfscommissie verschaft desgevraagd inzage in het register aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de WOR-Kamer van de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg en de Unie van Waterschappen alsmede de Samenwerkende Centrales van Overheidspersoneel.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2015]

De bedrijfscommissie brengt jaarlijks verslag uit aan de WOR-Kamer van de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid, de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het verslag wordt door de bedrijfscommissie, zo nodig tegen betaling van kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2015]

  • 1 De bedrijfscommissie kan nadere regels stellen over haar werkwijze. Deze regels behoeven de goedkeuring van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde goedkeuring wordt verleend na overleg met de WOR-Kamer van de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2015]

De Regeling samenstelling en werkwijze Bedrijfscommissie voor de Overheid wordt ingetrokken.

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2015]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling samenstelling en werkwijze Bedrijfscommissie voor de Overheid 2002.

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2015]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

De

Minister

van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K.G. de Vries