Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Toezicht op beheer bijzondere politieregisters[Regeling vervallen per 14-03-2006.]

Geldend van 14-03-2002 t/m 13-03-2006

Toezicht op beheer bijzondere politieregisters

Aan: de korpsbeheerders van de regionale politiekorpsen, de beheerder van het Korps landelijke politiediensten, de beheerder van de rijksrecherche, de beheerder van de Koninklijke marechaussee
i.a.a. de korpschefs, de hoofden van de criminele inlichtingendiensten van de regionale politiekorpsen, het Korps landelijke politiediensten, de rijksrecherche en de Koninklijke marechaussee

Toezicht op het beheer van de bijzondere politieregisters [Vervallen per 14-03-2006]

Inleiding [Vervallen per 14-03-2006]

Aanleiding voor deze circulaire zijn onder meer de door de Parlementaire Enquete Commissie Opsporingsmethoden (de commissie-Van Traa; Kamerstukken II 1995-1996, 24 072, nrs. 10-11) geconstateerde gebreken in de informatiehuishouding van de toenmalige criminele inlichtingendiensten (CID-en). De kwaliteit van de informatie in de registers van de CID-en was, aldus de commissie, beneden de maat. De commissie pleitte ervoor informatie op te nemen over een beperktere kring van mensen, informatie die zorgvuldig op rechtmatigheid en betrouwbaarheid wordt getoetst. Ook diende te worden voorzien in een adequaat beheer van de informatie, mede met het oog op de behandeling van een zaak ter terechtzitting.

De kaders voor de werkzaamheden van de CID-en werden en worden gevormd door de Politiewet 1993, het Wetboek van Strafvordering en de Wet politieregisters. Nadat door de wijzigingen van het Besluit beheer regionale politiekorpsen (Stb. 1999, 501), van het Wetboek van Strafvordering (de wet bijzondere opsporingsbevoegdheden; Stb. 1999, 245) en de Wet politieregisters (de wet bijzondere politieregisters; Stb. 1999, 244) een helder beeld is ontstaan van de nieuwe kaders waarbinnen de criminele inlichtingendienst in de toekomst haar taak moest vervullen, is de Regeling criminele inlichtingen eenheden (CIE-regeling) met ingang van 1 november 2000 in werking getreden (Stcrt. 2000, 198). Tevens heeft de toenmalige Registratiekamer een verklaring van overeenstemming ingevolge artikel 12 van de Wet politieregisters afgegeven ten aanzien van de reglementen bij de registers die worden gevoerd door de CIE-en, te weten het register zware criminaliteit, het voorlopig register en het informantenregister.

In de toelichting bij de CIE-regeling hebben wij aangegeven dat de Registratiekamer destijds heeft geadviseerd een verplichte periodieke auditvoorziening op te nemen in deze regeling. Wij hebben in dat verband opgemerkt dat een auditvoorziening ook naar ons oordeel een adequaat middel kan zijn om toezicht te houden op het beheer van de bijzondere politieregisters. Vanwege hun specifieke karakter zijn de voorschriften omtrent het toezicht niet opgenomen in de CIE-regeling. Wij hebben in de toelichting bij die regeling aangekondigd het toezicht te regelen in een afzonderlijke circulaire. De onderhavige circulaire bevat de aangekondigde voorschriften.

Teneinde de beheerders van de bij de CIE-en gevoerde registers (het register zware criminaliteit, het voorlopig register en het informantenregister) in staat te stellen uitvoering te geven aan een onderdeel van hun wettelijk opgedragen taak (zie artikel 7 van de Wet politieregisters), te weten het adequaat toezicht houden op de kwaliteit van de in politieregisters opgenomen persoonsgegevens, is een instrument ontwikkeld aan de hand waarvan de kwaliteit en de kwantiteit van die gegevens kunnen worden bezien.

Het bedoelde kwaliteitsbevorderende instrument bestaat uit twee elementen:

  • - een jaarlijkse zelfevaluatie aan de hand van een vragenformulier met daarop in het eerste jaar na de inwerkingtreding van de onderhavige circulaire een zogenaamde review door een externe deskundige, en

  • - een vierjaarlijkse externe onafhankelijke audit.

Deze circulaire heeft alleen betrekking op de zelfevaluatie en de review. De wijze waarop de onafhankelijke audit zal worden uitgevoerd, wordt op een later moment ingevuld. Een en ander zal mede worden vormgegeven aan de hand van de met de zelfevaluatie door de CIE-en opgedane ervaringen. De zelfevaluatie is derhalve de eerste stap in een proces tot kwaliteitsverbetering.

In het kader van het 'Project implementatie en voorlichting nieuwe wetgeving' (bedoeld zijn de eerder genoemde wet bijzondere opsporingsbevoegdheden en de wet bijzondere politieregisters), waarin vertegenwoordigers van de ministeries van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de politie en het openbaar ministerie participeren, zijn de opzet en invulling van het auditsysteem getoetst door middel van pilots in een drietal regionale politiekorpsen. Doel van de pilots was niet om de desbetreffende korpsen c.q. de CIE-en te beoordelen en te voorzien van een kwalificatie 'goed' of 'slecht'. De pilots dienden aan het licht te brengen of het voorgestane model voor de zelfevaluatie een adequaat en bruikbaar instrument zou kunnen zijn waarbij kwaliteitverbetering voorop staat.

Uit de ervaringen met de pilots is naar voren gekomen dat de in deze circulaire opgenomen zelfevaluatie een nuttig instrument is om die gegevens te kunnen verkrijgen die voor de beheerder van de (bijzondere) politieregisters nodig zijn ter uitoefening van diens taken en bevoegdheden. Belangrijke uitkomst van de pilots is ook dat de waarde van de zelfevaluatie door de CIE-en en de betrokken CIE-officieren van justitie is onderkend en dat op basis van de resultaten van de pilots in de desbetreffende korpsen inmiddels verbetertrajecten zijn geïnitieerd.

In de toelichting bij de CIE-regeling hebben wij reeds aangegeven dat de beheerder van het korps c.q. van de registers dient te kunnen rekenen op betrokkenheid van het openbaar ministerie met het oog op een juiste werking van de bijzondere politieregisters. In de memorie van toelichting bij de wet bijzondere politieregisters hebben wij aangegeven dat het openbaar ministerie immers bij uitstek beschikt over de vereiste deskundigheid op het gebied van het strafrecht om te kunnen beoordelen of personen mogen worden geregistreerd in de registers. Te dien aanzien mag de beheerder op de inbreng van het openbaar ministerie rekenen. Het uiteindelijke toezicht op de inhoud van de registers moet dan ook in onze visie beschouwd worden als een gezamenlijke aangelegenheid; er is sprake van gedeelde verantwoordelijkheden, met dien verstande dat de beheerder uit hoofde van artikel 7 van de Wet politieregisters de eindverantwoordelijkheid draagt (Kamerstukken II, 25 398, nr. 3, blz. 11). De afstemming tussen de verschillende betrokkenen vindt plaats in het reguliere driehoeksoverleg. De Minister van Justitie heeft gezien het voorstaande het College van procureurs-generaal gevraagd te bevorderen dat het openbaar ministerie meewerkt aan het instrument van de zelfevaluatie en de review. Tijdens de pilots is gebleken dat het tijdbeslag voor de direct betrokkenen bestaat uit het invullen van een vragenlijst en het meewerken aan de review door de externe deskundige, door middel van een interview. Het College van procureurs-generaal heeft aangegeven dat in de nog te wijzigen instructie van het College voor de officier van justitie, belast met de gezagsuitoefening over de informatiehuishouding, nog aandacht zal worden besteed aan de bijdrage van het openbaar ministerie aan het onderhavige toezichtsinstrument.

Wij hechten eraan nogmaals op te merken dat een eventuele kwalificatie 'goed' of 'slecht' van de respectieve CIE-en niet aan de orde is. De zelfevaluatie heeft niet het doel tot een kwaliteitsvergelijking van de verschillende CIE-en te komen. De zelfevaluatie kan, naast de kwaliteitsverbetering van de gegevensbewerking bij de CIE-en, ook de wet- en regelgever op het onderhavige beleidsterrein ten goede komen. Over bijvoorbeeld de normen, zoals neergelegd in eerder genoemde (wettelijke) kaders, kan de zelfevaluatie bruikbare informatie opleveren die bijvoorbeeld tot bijstelling daarvan aanleiding zou kunnen geven. Zo kunnen bijvoorbeeld de ervaringen van de zelfevaluatie worden gebruikt bij het traject tot herziening van de Wet politieregisters waarmee dit najaar zal worden gestart.

De zelfevaluatie en de onafhankelijke audit hebben derhalve tot hoofddoel de kwaliteit te bevorderen van de bij de CIE-en in gebruik zijnde criminele informatie. Hieruit vloeit voort dat beide onderdelen van het instrumentarium verplicht worden voorgeschreven voor alle organisatorische eenheden van de Nederlandse politie die criminele inlichtingen verwerken. Het gaat om de CIE-en van de regionale politiekorpsen, de eenheden die ten behoeve van de kernteams op dit gebied werkzaam zijn, het Korps landelijke politiediensten, de Koninklijke marechaussee en de rijksrecherche.

Onderzocht wordt momenteel of een dergelijke systematiek eveneens zal worden ingevoerd voor de eenheden die zich bij de bijzondere opsporingsdiensten zullen gaan bezighouden met het verwerken van criminele informatie.

Op grond van de Wet politieregisters zijn het register zware criminaliteit en het voorlopig register bijzondere politieregisters. Deze circulaire zal zich evenwel ook uitstrekken tot het bij de CIE-en in gebruik zijnde informantenregister. Enkele beheerders van politieregisters hebben zich reeds gewend tot de Minister van Justitie met het verzoek ook het informantenregister te brengen onder paragraaf 3a van de Wet politieregisters. De Minister van Justitie heeft in zijn antwoord op deze vraag aangegeven dat het de voorkeur verdient ook ten aanzien van het informantenregister regels te stellen op formeelwettelijk niveau. In de toelichting bij de CIE-regeling is aangegeven dat op termijn zal worden voorzien in een formeelwettelijke regeling voor de registratie van informantengegevens.

Andere politieregisters die gevoelige informatie (kunnen) bevatten, zoals registers van de regionale inlichtingendienst, vallen niet onder de reikwijdte van deze circulaire. Het is van belang de omvang van de nu voorgestane systematiek beheersbaar te houden, zowel in aantallen te betrekken registers als in tijd gemeten.

Relatie tot bestaande instrumenten [Vervallen per 14-03-2006]

De Regeling informatiebeveiliging politie (Stcrt. 1997, 60) geeft regels met betrekking tot de informatievoorziening van de regionale politiekorpsen, het Korps landelijke politiediensten en de ITO, in het bijzonder met betrekking tot de beveiliging daarvan. De regeling is van toepassing op 'het gehele proces van informatievoorziening en de gehele levenscyclus van informatiesystemen, ongeacht de toegepaste technologie en ongeacht het karakter van de informatie'.

Ter uitvoering van de regeling is het stelsel voor de aanpak van de informatiebeveiliging ontwikkeld. Het stelsel bevat normen en criteria voor zowel beleid, plan, uitvoering als auditing. Elke korpsbeheerder is op grond van de Regeling informatiebeveiliging politie, nader uitgewerkt in het stelsel, gehouden om volgens een vastgesteld schema een onafhankelijk oordeel (audits) te verkrijgen over de kwaliteit van de getroffen beveiligingsmaatregelen, over het handhaven of indien voorkomend het nalaten daarvan.

De criminele inlichtingen en informantgegevens die door de CIE-en worden verzameld en geregistreerd in de bijzondere politieregisters, maken onderdeel uit van de informatiehuishouding van het korps. Deze informatie vormt een bijzonder deel van de informatiehuishouding, aangezien voor de in bijzondere politieregisters opgeslagen gegevens specifieke voorschriften gelden. Het in deze circulaire opgenomen instrumentarium is afgestemd met en past in de aanpak van het hiervoor bedoelde stelsel voor de aanpak van de informatiebeveiliging, in die zin dat de review niet haaks staat op de Regeling informatiebeveiliging politie. Voor de specifieke beveiliging van de bijzondere politieregisters worden de relevante onderdelen van het bedoelde stelsel voor de aanpak van de informatiebeveiliging gevolgd. Hoewel de Regeling informatiebeveiliging politie niet van toepassing is op de Koninklijke marechaussee, is het systeem van zelfevaluatie wel toepasbaar op de Koninklijke marechaussee.

Het instrument van zelfevaluatie (inclusief review) en de EDP-audit [Vervallen per 14-03-2006]

Het instrument dat bijdraagt aan verbetering van de kwaliteit van de informatiehuishouding van de CIE-en wat betreft de criminele inlichtingen en informantengegevens bestaat uit twee gedeelten en zal als volgt worden uitgevoerd binnen de CIE-en waarop deze circulaire van toepassing is:

  • 1. Een jaarlijks uit te voeren zelfevaluatie: aan de hand van een vragenlijst wordt door de eigen CIE binnen het eigen korps c.q. organisatie bezien hoe het ervoor staat. De eerste keer dat de CIE-en dit op basis van de bij deze circulaire gevoegde vragenlijst dienen te doen, zal door een team, bestaande uit de privacyfunctionaris, de chef CIE, de betrokken officier van justitie en een externe deskundige, direct na het invullen van de vragenlijst een korte review worden gehouden. In het kader van de review zal ook een gesprek met één van de leden van de korpsleiding plaatsvinden.

    Wat betreft de uitvoering van de zelfevaluatie en van de review wordt verwezen naar de hierna komende toelichting op de vragenlijst, punten 2 en 7.

  • 2. Een toetsing door een onafhankelijke EDP-auditor. Deze toetsing wordt niet jaarlijks uitgevoerd, doch eens in de vier jaren. Een dergelijke periode is vergelijkbaar met die voor de audit op basis van het stelsel voor de aanpak van de informatiebeveiliging van de Nederlandse politie. Met inachtneming van de resultaten van de zelfevaluaties zal nadere invulling worden gegeven aan de EDP-audit.

De externe deskundige [Vervallen per 14-03-2006]

Voor de review wordt gedurende het eerste jaar van de geldigheidsduur van deze circulaire een externe deskundige ingeschakeld. De externe deskundige wordt aangewezen door de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie.

De externe is bekend met de werkzaamheden van de CIE, de relevante normen, alsmede de verschillende auditinstrumentaria. Derhalve is de externe tevens deskundig op het terrein van het uitvoeren van reviews. De externe is een onafhankelijke en onpartijdige EDP-auditor (RE).

De externe zal, voorafgaand aan het uitvoeren van de review op basis van de ingevulde vragenlijsten, worden gescreend.

De externe voert zijn werkzaamheden uit aan de hand van een vooraf door de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie geaccordeerd plan van aanpak dat voor alle betrokken CIE-en zal worden gevolgd. Het uitvoeren van deelwaarnemingen in de registers is afhankelijk van de informatie die is te destilleren uit de vragenlijsten. Niet in alle gevallen is het immers noodzakelijk externe deelwaarnemingen uit te voeren. Daarvoor moet de externe de noodzaak en toegevoegde waarde eerst aantonen. Uit veiligheidsoverwegingen hoeven aan de externe nimmer persoonsgegevens te worden verstrekt.

Ten kantore van de externe deskundige zal geen dossier worden aangelegd. Dossiervorming geschiedt op de locatie van de CIE. De op de zelfevaluatie en review betrekking hebbende dossiers zullen door de externe worden verzegeld.

De externe deskundige zal na het houden van de review een rapport opstellen. Het rapport - dat voor iedere review op dezelfde wijze wordt vormgegeven - wordt aan de (korps)beheerder van de registers, de korpschef, de chef CIE en de betrokken CIE-officier van justitie overhandigd. Tevens ontvangen de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie een exemplaar, en ontvangt de Minister van Defensie een exemplaar van het rapport over de CIE van de Koninklijke marechaussee.

De uitkomsten van de zelfevaluatie en de review, in termen van sterke en verbeterpunten, zullen aanleiding vormen om binnen het korps c.q. de CIE een verbetertraject op te zetten. Afhankelijk van de 'zwaarte' van de gesignaleerde verbeterpunten en de organisatie van korps en CIE kan een plan van aanpak met tijdplanning worden geformuleerd. Het is voorstelbaar dat enkele verbeterpunten direct kunnen worden aangepakt, terwijl voor de realisatie van andere punten meer tijd nodig is. Over de vorderingen en resultaten van het verbetertraject dient de chef van de CIE periodiek te rapporteren aan de korpsleiding. Over de kwaliteit van de gegevensverwerking wordt periodiek aan het managementoverleg gerapporteerd en dient de korpsleiding regelmatig te worden geïnformeerd.

De rapporten zullen niet worden verstrekt aan het College bescherming persoonsgegevens. Wel zal genoemd college in algemene zin een terugkoppeling krijgen van de bevindingen. Het voorgaande laat overigens onverlet dat het College bescherming persoonsgegevens naar aanleiding van een concrete zaak gebruik kan maken van zijn bevoegdheden.

De rapporten worden onder geen andere dan de genoemde functionarissen verspreid.

Indien een verzoek tot openbaarmaking van een rapport op grond van de Wet openbaarheid van bestuur wordt ingediend, dient de beoordeling van het verzoek altijd plaats te vinden in overleg met het bevoegd gezag dat de verantwoordelijkheid draagt voor de desbetreffende CIE, zijnde de (korps)beheerder en de CIE-officier van justitie. Dit kan ertoe leiden dat aan de hand van de weigeringsgronden van de Wet openbaarheid van bestuur het verzoek geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen.

Mutatis mutandis geldt dit gelijkelijk voor de Koninklijke marechaussee en de rijksrecherche.

Planning; kosten [Vervallen per 14-03-2006]

In overleg met de externe deskundige wordt een planning voor de te houden reviews vastgesteld. De CIE-en worden hiervoor door de externe deskundige benaderd voor aanvang van de zelfevaluatie; daarbij zal tevens een planning voor het retourneren van de vragenlijsten worden gemaakt. Eén jaar na vaststelling van deze circulaire dienen de zelfevaluatie en de review te zijn gehouden ten aanzien van alle bijzondere politieregisters.

De kosten van de externe deskundige komen de eerste keer ten laste van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Justitie. Indien voor de opvolgende jaren de korpsen de zelfevaluatie eveneens willen laten volgen door een extern begeleide review, dienen de korpsen de kosten daarvan zelf te voldoen. Hierbij kan worden opgemerkt dat door het op een adequate wijze doorvoeren van verbeteringsacties de volgende zelfevaluaties en reviews beperkt kunnen worden gehouden, zodat ook de kosten daarvan beperkt zijn.

De vanaf het tweede jaar door de korpsen zelf in te schakelen externe reviewer dient uiteraard te voldoen aan dezelfde kwaliteitseisen als hiervoor beschreven: onafhankelijk, deskundig wat betreft zowel de materie als de praktijk.

De

Minister

van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K.G. de Vries

De

Minister

van Justitie,

A.H. Korthals

De

Minister

van Defensie,

F.H.G. de Grave

Vragenlijst zelfevaluatie met review voor criminele inlichtingen eenheden [Vervallen per 14-03-2006]

CIE: ...

Datum interview: ...

Naam geïnterviewde: ...

Functie: ...

Sinds: ...

Specificatie autorisaties per CIE-register: ...

Korte omschrijving taak geïnterviewde: ...

Verantwoording beschikbaar gestelde brondocumenten: ...

Toelichting op het gebruik van de vragenlijst en de uit te voeren review

  • 1. Het doel van de zelfevaluatie is:

    • a. het stimuleren van het norm- en kwaliteitsbewustzijn bij iedere functionaris van de CIE;

    • b. het verkrijgen van een goed beeld van hoe de CIE er op het gebied van de relevante normen en de gewenste kwaliteit voor staat;

    • c. het stimuleren van de follow-up op de eventuele verbeterpunten.

    Het doel van de review is:

    • a. objectivering van het voorgestelde beeld van de CIE;

    • b. de vertaling van het beeld in sterke en zwakke (verbeter)punten door een team bestaande uit de chef CIE, de CIE-OvJ, de privacyfunctionaris en een externe deskundige.

  • 2. De checklist wordt aan de functionarissen van de CIE uitgereikt (runners, coördinatoren, administratief medewerkers, analisten, chefs CIE). Iedereen heeft de vrijheid om de checklist vanuit zijn perceptie naar de bestaande situatie in te vullen.

  • 3. In ieder geval wordt op een vraag één van de drie antwoorden aangekruist: 'ja', 'nee', of 'niet van toepassing'. Op het antwoord wordt een korte, zakelijke en goed leesbare toelichting vermeld. Wanneer een vraag niet wordt begrepen, komt dit in de toelichting tot uiting. Als de geïnterviewde iets niet weet, kan worden volstaan met die vermelding. In dat geval wordt dus geen keuze gemaakt uit ja/nee/nvt.

  • 4. Het kan zijn dat in het vakje van een vraag één of meer aanvullende vragen zijn opgenomen. Die vragen worden in ieder geval ook in de toelichting beantwoord. Als voor de beantwoording van een vraag te weinig ruimte is, wordt de beantwoording van de vraag op de tegenoverliggende blanco pagina voortgezet onder vermelding van het nummer.

  • 5. De korpsbeheerder verzoekt de CIE-OvJ bij te dragen aan de zelfevaluatie door de onderdelen 4 (Informatieregistratie, -inwinning en -verstrekking) en 5 (Inhoudelijke sturing) van de Instructie van de P.G.'s voor de CIE-OvJ's, registratienummer 1991004, van 02.02.1999 als vragen te beschouwen en vervolgens te beantwoorden.

  • 6. De review op de zelfevaluatie wordt uitgevoerd door een team bestaande uit de privacyfunctionaris, de chef CIE, de CIE-OvJ en een externe deskundige.

  • 7. De review richt zich primair op de antwoorden van de chef CIE, een andere leidinggevende functionaris en de CIE-OvJ. De vragenlijsten van de andere medewerkers van de CIE staan ter beschikking van het reviewteam. Centraal staat de vorming van een getrouw beeld van de huidige situatie op basis van alle antwoorden. De review vindt in die zin plaats op grond van de ingevulde vragenlijst van de chef CIE, de andere leidinggevende functionaris, de CIE-OvJ met ondersteuning van de andere vragenlijsten. Hierbij worden de vragen met de antwoorden gezamenlijk doorgenomen.

  • 8. Er zijn vragen die betrekking hebben op het aanwezig zijn van beleidsdocumenten, richtlijnen, instructies, et cetera. Indien een vraag voorzien is van een #, wordt het document door de externe deskundige marginaal beoordeeld. De desbetreffende documenten worden op het moment van de review ter beschikking gesteld van het team.

  • 9. Per vraag en antwoord wordt een sterk punt en/of een verbeterpunt benoemd. Indien dit nodig is, wordt op deze score een toelichting gegeven. De externe deskundige zal het proces aansturen. Indien binnen het team verschil van mening over een bepaalde score bestaat, is de mening van de externe deskundige doorslaggevend.

  • 10. Indien de vragenlijsten daartoe aanleiding geven, kunnen de chef CIE en de CIE-OvJ - aansluitend op de review van de vragenlijsten - deelwaarnemingen verrichten in het informantenregister, het voorlopig register en het register zware criminaliteit, eventueel eveneens in overige binnen de CIE gevoerde registers. De externe deskundige geeft aan op welke manier de deelwaarneming plaatsvindt. Het gaat hier om het herkennen van bepaalde aandachtspunten die eerder aan de orde zijn geweest.

  • 11. De review wordt afgerond binnen de gestelde termijn (afhankelijk van de omvang van de CIE twee of drie dagen) met een verslag van de sterke punten en de eventuele verbeterpunten.

  • 12. De ervaring met enkele pilots leert, dat binnen de CIE behoefte kan bestaan om de ingevulde vragenlijsten te anonimiseren. In dat geval vermeldt de geïnterviewde achter diens naam en op de eerste pagina van de vragenlijst een willekeurige code. De externe deskundige ontvangt de ingevulde vragenlijst in een gesloten envelop voorafgaande aan de review. Na ontvangst worden voorblad en vragenlijst door de externe deskundige van elkaar gescheiden. Uitsluitend de vragenlijst met de code wordt ter beschikking van het team gesteld.

A. Organisatiestructuur CIE [Vervallen per 14-03-2006]

1) a. Is er een actuele en formele organisatiebeschrijving van de CIE?

Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van het brondocument vermelden. #

c. Indien dit er niet is, gaarne kort en inzichtelijk de organisatie van de CIE beschrijven.

Toelichting: ...

2) a. Zijn de specifieke doelstellingen van de CIE vastgelegd en geformaliseerd? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van het brondocument vermelden. #

c. Zo nee, gaarne de specifieke doelstellingen beschrijven.

Toelichting: ...

3) a. Verricht de CIE de in de Regeling criminele inlichtingen eenheden (CIE-regeling) voorgeschreven werkzaamheden? Ja/Nee/Nvt

b. Zo nee, welke werkzaamheden niet en waarom niet?

Toelichting: ...

4) a. Zijn de functies met de bijbehorende taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden binnen de CIE beschreven en geformaliseerd? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van het brondocument vermelden. #

c. Zo nee, gaarne de specifieke functies met de bijbehorende taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden beschrijven.

Toelichting: ...

5) a. Is binnen de CIE sprake van functiescheiding? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van het brondocument vermelden (#) of de functiescheiding beschrijven.

c. Zo nee, aangeven waarom niet.

Toelichting: ...

B. Informatiestructuur [Vervallen per 14-03-2006]

1) a. Zijn door de registerbeheerder reglementen conform de modelreglementen vastgesteld en op de bestemde plaatsen ter inzage gelegd en publiekelijk bekendgemaakt? Ja/Nee/Nvt#

b. Zo nee, welke reglementen niet en waarom niet?

Toelichting: ...

2) a. Is er een actueel en geformaliseerd document waarin is beschreven met welke informatiesystemen het informantenregister, het voorlopig register en het register zware criminaliteit worden gevoerd? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van het brondocument vermelden. #

c. Zo nee, gaarne in het kort beschrijven met welk informatiesysteem de genoemde registers worden gevoerd.

Toelichting: ...

3) a. Is er een actueel en geformaliseerd document waarin is beschreven op welke wijze de criminele inlichtingen in de bedoelde registers worden verwerkt? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van het brondocument vermelden. #

c. Zo nee, gaarne in het kort beschrijven hoe de criminele inlichtingen worden verwerkt.

Toelichting: ...

4) a. Is in het informantenregister inzichtelijk onderscheid gemaakt tussen de voorlopige, de geregistreerde en de uitgeschreven informant? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, op welke wijze?

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

5) a. Wordt in elk CIE-informatierapport, proces-verbaal, verslag of mutatie specifiek vermeld:

  • 1. of de informatie afkomstig is uit een ander lopend onderzoek of regio? Ja/Nee/Nvt

  • 2. van welke regio de informatie afkomstig is? Ja/Nee/Nvt

  • 3. de informatie is ingewonnen door een informant dan wel anderszins? Ja/Nee/Nvt

  • 4. de informatie afkomstig is uit een technische actie, van een observatieactie of anderszins? Ja/Nee/Nvt

b. Zo nee, in welke gevallen gebeurt dit niet en waarom niet?

Toelichting: ...

6) a. Is er landelijk en/of lokaal beleid vastgesteld met betrekking tot de wijze waarop CIE-informatie aan de regionale infodesk wordt doorgegeven? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van de brondocumenten vermelden. #

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

C. Omgang met informanten [Vervallen per 14-03-2006]

1) a. Zijn de eisen waaraan een CIE-medewerker moet voldoen om informanten te kunnen runnen, schriftelijk vastgelegd? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van het brondocument vermelden. #

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

2) a. Bent u goed op de hoogte van de landelijk vastgestelde criteria en/of schriftelijke instructies voor het omgaan met informanten? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van de brondocumenten vermelden. #

c. Wanneer heeft u de brondocumenten voor het laatst geraadpleegd?

d. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

3) a. Wordt voor iedere ingeschreven informant een ICS-code aangemaakt? Ja/Nee/Nvt

b. Zo nee, in welke gevallen niet?

Toelichting: ...

4) a. Wordt een ingeschreven informant met een ICS-code altijd bij de NCIE aangemeld? Ja/Nee/Nvt

b. Zo nee, in welke gevallen niet?

Toelichting: ...

5) a. Worden aangemaakte ICS-codes altijd gecheckt in het landelijke ICS-code bestand? Ja/Nee/Nvt

b. Zo nee, in welke gevallen niet?

Toelichting: ...

6) a. Is er een intakeprotocol (procedure) voor informanten? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van dit protocol vermelden. #

c. Wanneer heeft u het protocol voor het laatst geraadpleegd?

d. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

7) a. Wordt een informant altijd voorafgaand aan de intake en daarna in andere politieregisters of overige bronnen geverifieerd (HKS, VROS, BPS, e.d.)? Ja/Nee/Nvt

b. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

8) a. Bent u in staat om kort en zakelijk weer te geven wat het onderscheid is tussen de artikel 2 Politiewet 1993-informant en de 126v Strafvordering-informant? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne een korte beschrijving.

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

9) a. Houdt u bij het instrueren van de informant en het opnemen van diens verklaring altijd rekening met een bewijsfunctie of sturingsfunctie? Ja/Nee/Nvt

b. Zo nee, in welke gevallen niet?

Toelichting: ...

10) a. Wordt de eventuele betrokkenheid van de informant bij het onderzoek waarvoor de informatie is bestemd altijd gecheckt? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, op welke wijze?

c. Zo nee, in welke gevallen niet?

Toelichting: ...

11) a. Bestaan er schriftelijke instructies over hoe ver een informant kan gaan bij het verrichten van hand- en spandiensten? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van de brondocumenten vermelden. #

c. Wanneer heeft u de brondocumenten voor het laatst geraadpleegd?

Toelichting: ...

12) a. Bestaan er interne instructies van de korpsleiding en/of het OM met betrekking tot het te hanteren omslagpunt tussen de inzet van de twee soorten informanten (artikel 126v Strafvordering c.q. artikel 2 Politiewet 1993) c.q. overgang van informant naar burgerpseudokoper, burgerpseudodienstverlener, en/of infiltrant? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van de brondocumenten vermelden. #

c. Wanneer heeft u de brondocumenten voor het laatst geraadpleegd?

d. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

13) a. Wordt de informant door de CIE begeleid bij het vergaren van informatie? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, op welke wijze?

Toelichting: ...

14) a. Houdt de chef CIE en/of de CIE-OvJ altijd toezicht op en vindt controle/verificatie plaats op de betrouwbaarheid van de informant? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, wanneer gebeurt dit door wie en op welke wijze?

c. Zo nee, in welke gevallen niet?

Toelichting: ...

15) a. Wordt geverifieerd of de informant concurrerende belangen had? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, door wie en op welke wijze?

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

16) a. Zijn er afspraken over de wijze waarop:

  • 1. buitenlandse informanten in het buitenland worden gerund? Ja/Nee/Nvt

  • 2. buitenlandse informanten in Nederland worden gerund? Ja/Nee/Nvt

  • 3. in het buitenland woonachtige Nederlandse informanten in Nederland worden gerund? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van het brondocument vermelden. #

c. Zo nee, gaarne beschrijven hoe in de praktijk in de genoemde gevallen informanten worden gerund.

Toelichting: ...

17) a. Bestaan er voorschriften voor het benaderen of runnen van personen uit de 'bovenwereld' of met een geheimhoudingsverplichting? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van de brondocumenten vermelden. #

c. Wanneer heeft u die documenten voor het laatst geraadpleegd?

d. Zo nee, gaarne beschrijven hoe in de praktijk de genoemde informanten worden gerund.

Toelichting: ...

18) a. Controleert u of de informant eventueel in het buitenland of door een andere inlichtingendienst wordt gerund? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, op welke wijze?

Toelichting: ...

19) a. Wordt het door de korpsleiding en/of het OM afgebakende terrein met betrekking tot de omgang met informanten altijd gevolgd? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, waaruit blijkt dit?

c. Indien periodiek aan de korpsleiding over dit onderwerp wordt gerapporteerd, gaarne de naam van het document vermelden. #

d. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

20) In hoeverre is het huidige informantenbestand toereikend voor de door de korpsleiding en het OM aangegeven speerpunten van criminaliteitsbeleid?

Toelichting: ...

21) a. In hoeverre is het huidige informantenbestand effectief?

b. Op welke wijze kunnen eventueel verbeteringen worden aangebracht?

Toelichting: ...

D. Inwinnen en opslaan van criminele informatie [Vervallen per 14-03-2006]

1) a. Heeft u een toereikende opleiding gevolgd voor het inwinnen en/of verder verwerken van CIE-gegevens? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, welke opleidingen heeft u wanneer gevolgd?

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

2) a. Bestaan er (landelijke) vastgestelde criteria en schriftelijke instructies met betrekking tot de methode van inwinning? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van de brondocumenten vermelden. #

c. Wanneer heeft u die brondocumenten voor het laatst geraadpleegd?

d. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

3) a. Bent u goed op de hoogte van de regels die toepasselijk zijn op de methode van inwinning van:

  • 1) informanten? Ja/Nee/Nvt

  • 2) rechercheonderzoek (eigen onderzoek (niet BOB), verklaring getuige/aangever/verdachte, toepassing BOB, gvo)? Ja/Nee/Nvt

  • 3) open bronnen (zelfstandig ingewonnen, spontane verstrekking)? Ja/Nee/Nvt

  • 4) overige bronnen (zelfstandig ingewonnen, spontane verstrekking, buitenlandse informatie)? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne uw referentiekader vermelden.

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

4) a. Bestaan er schriftelijke instructies voor de CIE van uw korps voor het verwerken van criminele inlichtingen en informantgegevens in de CIE-registers (informantenregister, voorlopig register, register zware criminaliteit)? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van het document/de documenten vermelden. #

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

5) a. Bent u goed op de hoogte van de inhoud van de schriftelijke instructies voor de CIE voor het verwerken van criminele inlichtingen en informantgegevens in de CIE-registers? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, wanneer heeft u de schriftelijke instructies voor het laatst geraadpleegd?

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

6) a. Bent u goed op de hoogte van de criteria voor de opslag van gevoelige/bijzondere gegevens in de CIE-registers? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de bron voor die criteria vermelden.

c. Wanneer heeft u de bron voor het laatst geraadpleegd?

d. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

7) a. Is naar uw mening in uw CIE-praktijk sprake van het stelselmatig verkrijgen van criminele inlichtingen (126v Wetboek van Strafvordering)? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne aangeven waarom u dit vindt, en in welke mate.

c. Zo nee, gaarne aangeven waarom u dit niet vindt.

Toelichting: ...

8) a. Bestaan er schriftelijke instructies voor het stelselmatig verkrijgen van criminele inlichtingen? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van de brondocumenten vermelden. #

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

9) a. Bent u goed op de hoogte van de schriftelijke instructies? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, wanneer heeft u de schriftelijke instructies voor het laatst geraadpleegd?

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

10) a. Kunt u in geval van stelselmatige verkrijging van informatie over personen het bevel van het OM overleggen? Ja/Nee/Nvt

b. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

11) a. Wordt elk verslag (brutoverslag) over het gesprek met de informant altijd geverifieerd door ten minste een tweede CIE-rechercheur en leidinggevende? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, op welke wijze?

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

12) a. Wordt elk verslag (nettoverslag) dat of mutatie die in vervolg op het brutoverslag in het voorlopig register of het register zware criminaliteit wordt opgemaakt, altijd geverifieerd door ten minste een tweede runner en leidinggevende? Ja/Nee/Nvt

b. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

13) a. Wordt elk verslag (bruto-netto) binnen een vastgestelde termijn opgemaakt? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, welke vastgestelde termijn wordt gehanteerd?

c. Zo nee, welke termijnen worden gehanteerd?

Toelichting: ...

14) a. Wordt de rechtmatigheid van de verkrijging van de criminele inlichtingen altijd direct na de verkrijging door de runners en de leidinggevende getoetst? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, waaruit bestaat het referentiekader voor de toetsing (bron vermelden)?

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

15) a. Wordt bij binnenkomst altijd direct besloten binnen welke opslagregimes (in welke registers) de informatie wordt vastgelegd? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, wie bepaalt het opslagregime?

c. Zo nee, welke termijnen worden gehanteerd?

Toelichting: ...

16) a. Wordt de informatie over een persoon in beginsel eerst weggezet in het voorlopig register? Ja/Nee/Nvt

b. Zo nee, welke handelwijze wordt gehanteerd?

Toelichting: ...

17) a. Bent u bekend met criteria waaraan de CIE-informatie in het voorlopig register moet voldoen voordat het naar het register zware criminaliteit wordt verplaatst? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de bron voor de criteria vermelden.

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

18) a. Wordt uit anonieme bron verkregen informatie in de registers van de CIE opgeslagen? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, welke registers en onder welke voorwaarden?

c. Zo nee, wordt anonieme informatie eventueel elders opgeslagen; in welke registers en onder welke voorwaarden?

Toelichting: ...

19) a. Wordt getoetst of de in het buitenland toegepaste opsporingsmethoden wettelijk geregeld zijn (bijvoorbeeld taps die in Nederlandse onderzoeken worden verwerkt)? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, door wie en op welke wijze?

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

20) a. Heeft een geautoriseerde medewerker de mogelijkheid alsnog wijzigingen in vastgestelde mutaties of verslagen in de CIE-registers aan te brengen? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, wie, wanneer, in welke mutaties/verslagen en/of in welke registers?

Toelichting: ...

21) a. Wordt de informatie in het informantenregister voor operationele doeleinden gebruikt? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, in welke gevallen?

Toelichting: ...

22) a. Is sprake van het overhevelen van informatie uit andere registers naar het voorlopig register en het register zware criminaliteit? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, wie verricht die werkzaamheden? Op grond van welke criteria en rechtsregels?

c. Uit welke registers wordt de informatie overgeheveld?

Toelichting: ...

23) a. Indien u die werkzaamheden verricht, bent u op de hoogte van de voorschriften die op het overhevelen van informatie van toepassing zijn? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van de brondocumenten vermelden. #

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

24) a. Verwerkt u op een andere wijze de informatie in de CIE-registers (bijvoorbeeld: veredelen van informatie, het koppelen van CIE-registers aan andere registers, het analyseren van informatie ten behoeve van criminaliteitsbeelden)? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, welke werkzaamheden verricht u in welke registers?

Toelichting: ...

25) a. Indien u die werkzaamheden verricht, bent u op de hoogte van de voorschriften die op die vorm van verwerken van informatie van toepassing zijn? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van de brondocumenten vermelden. #

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

26) a. Wordt altijd alle criminele informatie die de informanten verstrekken, daadwerkelijk weggezet in het register zware criminaliteit of het voorlopig register? Ja/Nee/Nvt

b. Zo nee, waarom niet?

c. Wat gebeurt met eventuele restinformatie?

Toelichting: ...

E. Waarde informatie [Vervallen per 14-03-2006]

1) a. Bent u goed op de hoogte van de landelijk vastgestelde schriftelijke instructies voor de wijze waarop en met welke coderingen het gebruik van CIE-informatie wordt omgeven? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van de brondocumenten vermelden. #

c. Wanneer heeft u de instructies voor het laatst geraadpleegd?

d. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

2) a. Bestaan er in uw korps vastgestelde criteria en/of schriftelijke instructies voor de codes die voor de informatie en de bron daarvan moeten worden gebruikt? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van de brondocumenten vermelden. #

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

3) a. Worden de codes consistent per relevant onderdeel van een verslag of mutatie in het informantenregister, het voorlopig register en het register zware criminaliteit toegepast? Ja/Nee/Nvt

b. Zo nee, geeft u aan hoe dit in de praktijk gebeurt.

Toelichting: ...

4) a. Wordt CIE-informatie met de afhandelingscodes 00 en 01 altijd periodiek bezien op de mogelijkheden voor declassificatie (ten einde alsnog operationeel te gebruiken)? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, door wie en wanneer worden deze werkzaamheden verricht?

c. Zo nee, waarom gebeurt dit niet?

Toelichting: ...

5) a. Bent u goed op de hoogte van de criteria voor de opslag van gevoelige/bijzondere gegevens in de CIE-registers? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de bron voor die criteria vermelden.

c. Wanneer heeft u de bron voor het laatst geraadpleegd?

d. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

6) a. Wordt de betrouwbaarheid van de bijzondere gegevens altijd in het bijzonder getoetst?

b. Zo ja, door wie en wanneer vindt de toetsing plaats? Ja/Nee/Nvt

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

7) a. Wordt een aparte aanduiding voor de betrouwbaarheid van bijzondere/gevoelige gegevens in een verslag of mutatie opgenomen? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, door wie en wanneer wordt de aanduiding geplaatst?

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

8) a. Hebben twee functionarissen van de CIE rechtstreekse toegang tot de registers zware criminaliteit van andere CIE's met het oog op de aanvulling en verificatie van relevante informatie? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, welke functionarissen zijn dit?

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

9) a. Heeft u zicht op de verwerking en het verdere gebruik van de door u verstrekte CIE-informatie bij andere onderdelen van het korps? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, welke onderdelen betreffen dit en hoe beoordeelt u de kwaliteit daarvan?

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

10) a. Vindt terugkoppeling door de tactische recherche of andere politiediensten altijd plaats op verstrekkingen van CIE-informatie door de CIE? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, op welke wijze?

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

11) a. Worden de codes na terugkoppeling altijd opnieuw bekeken en zo nodig aangepast? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, welke codes en door wie gebeurt dit?

c. Zo nee, in welke gevallen vindt beoordeling niet opnieuw plaats en waarom gebeurt dit niet?

Toelichting: ...

12) a. Controleert de chef CIE of een door hem aangewezen functionaris de toekenning en evaluatie van de afhandelingscodes? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, wanneer en op welke wijze gebeurt dit?

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

13) a. Heeft de korpsbeheerder schriftelijk een gegevensbeheerder voor de registers van de CIE aangewezen? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, welke functionaris is voor het beheer van welke CIE-registers verantwoordelijk? #

c. Welke beheerstaken worden per register uitgevoerd? #

d. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

14) a. Wordt de kwaliteit van de informatieverwerking doorlopend door de chef CIE gecontroleerd, beheerst en aangestuurd? Ja/Nee/Nvt

b. Zo nee, wat is dan de frequentie en in welke gevallen gebeurt het niet?

Toelichting: ...

F. Verstrekkingen [Vervallen per 14-03-2006]

1) a. Bent u goed op de hoogte van de regelgeving die van toepassing is op het verstrekken van CIE-gegevens (instructies, reglementen, CIE-regeling, Wet politieregisters, Besluit politieregisters)? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne uw kennisniveau specificeren naar de genoemde bronnen.

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

2) a. Bestaat er in uw korps geformaliseerd beleid (afspraken) met betrekking tot interne en externe verstrekkingen uit de CIE-registers? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van het brondocument vermelden. #

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

3) a. Vindt verstrekking uit het informantenregister uitsluitend plaats aan de direct bij het runnen van de informanten betrokken politiefunctionarissen en de verantwoordelijke OvJ? Ja/Nee/Nvt

b. Zo nee, aan wie wordt verstrekt en waarom gebeurt dit?

Toelichting: ...

4) a. Heeft de korpschef voorzieningen getroffen tegen onbevoegde verstrekkingen? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, welke voorzieningen betreft dit?

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

5) a. Vinden verstrekkingen eventueel plaats op een andere wijze dan via CIE-informatieformulieren of pv's? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, op welke wijze en wanneer gebeurt dit?

Toelichting: ...

6) a. Indien een verzoek om informatie niet leidt tot een verstrekking, omdat het desbetreffende subject niet in het desbetreffende register voorkomt, wordt de gestelde vraag dan met het resultaat vastgelegd?

b. Zo ja, in welke bestand/register gebeurt dit?

Toelichting: ...

7) a. Bestaat er een regeling/instructie voor het verstrekken van informatie aan de medewerkers van de infodesks? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van het brondocument vermelden. #

c. Wanneer heeft u de regeling/instructie voor het laatst geraadpleegd?

Toelichting: ...

8) a. Zijn er functionarissen van de infodesks die rechtstreekse toegang hebben (on-line toegang) tot de CIE-registers? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, welke functionarissen betreft dit en om welke registers gaat het?

Toelichting: ...

9) a. Wordt de informatie van een informant die van belang is voor een ander onderzoek, altijd doorverstrekt aan andere politiediensten? Ja/Nee/Nvt

b. Zo nee, in welke situaties gebeurt dit niet?

Toelichting: ...

10) a. Controleert de teamchef of de coördinator altijd voorafgaand aan de verstrekking de informatie afkomstig van informanten? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, op welke wijze?

c. Zo nee, in welke gevallen niet?

Toelichting: ...

11) a. Wordt de eventuele betrokkenheid van de informant bij het onderzoek waarvoor de informatie is bestemd altijd gecheckt? Ja/Nee/Nvt

b. Zo nee, in welke gevallen niet?

Toelichting: ...

12) a. Vermeldt elk verstrekkingsjournaal of ander medium altijd de reden die aan de bevraging ten grondslag ligt? Ja/Nee/Nvt

b. Zo nee, in welke gevallen niet?

Toelichting: ...

13) a. Vindt voor een verstrekking altijd een inhoudelijke beoordeling van de kwaliteit van de CIE-informatie plaats? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, op welke wijze?

c. Zo nee, in welke gevallen niet?

Toelichting: ...

14) a. Vindt voorafgaande aan de verstrekking altijd een beoordeling plaats of de goede uitvoering van de politietaak hieraan aan de weg staat? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, op welke wijze?

c. Zo nee, in welke gevallen niet?

Toelichting: ...

15) a. Wordt in alle gevallen aan een CIE van de verzoekende politiedienst verstrekt? Ja/Nee/Nvt

b. Zo nee, in welke gevallen niet?

Toelichting: ...

16) a. Wordt altijd geverifieerd of de ontvanger van de informatie gerechtigd is deze informatie te ontvangen? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, op welke wijze?

c. Zo nee, in welke gevallen niet?

Toelichting: ...

17) a. Wordt altijd beoordeeld of de afhandelingscodes en de evaluatiecodes juist zijn en de CIE-informatie mag worden verstrekt? Ja/Nee/Nvt

b. Zo nee, in welke gevallen welke codes niet?

Toelichting: ...

18) a. Tekent de CIE-chef altijd voor akkoord voor de verstrekkingen? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, welke verstrekkingen zijn dit?

c. Zo nee, in welke gevallen niet?

Toelichting: ...

19) a. Wordt mondeling verstrekte informatie altijd schriftelijk bevestigd? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, op welke termijn?

c. Zo nee, in welke gevallen niet?

Toelichting: ...

20) a. Wordt uit het voorlopig register uitsluitend op de voorgeschreven wijze informatie verstrekt aan andere registers? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, in welke gevallen aan welke registers?

c. Zo nee, in welke gevallen wordt hiervan afgeweken?

Toelichting: ...

21) a. Wordt de CIE-informatie altijd tijdig/adequaat aan de relevante interne en externe diensten verstrekt? Ja/Nee/Nvt

b. Zo nee, in welke gevallen niet en waarom niet?

Toelichting: ...

22) a. Bent u goed op de hoogte van de regels die op de cid-subjectenindex (CIDSI/VROS) van toepassing zijn? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van het brondocument vermelden. #

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

23) a. Is er een specifieke regeling voor de gegevensuitwisseling met risicolanden? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van het brondocument vermelden. #

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

24) a. Wordt er uit het register zware criminaliteit aan andere registers (bijvoorbeeld HKS) verstrekt met het oog op een bijzondere opdracht? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, welke registers zijn dit?

c. Zo ja, wordt van die verstrekkingen aantekening gehouden in het register zware criminaliteit?

d. Indien de laatste vraag ontkennend wordt beantwoord, waarom niet?

Toelichting: ...

25) a. Vindt verstrekking aan buitenlandse politie-instanties altijd plaats in overleg met de CIE-OvJ? Ja/Nee/Nvt

b. Zo nee, in welke gevallen niet en waarom niet?

Toelichting: ...

26) a. Indien verstrekking buiten tussenkomst van de NCIE plaatsvindt, wordt dan altijd een afschrift gestuurd aan de NCIE? Ja/Nee/Nvt

b. Zo nee, in welke gevallen niet en waarom niet?

Toelichting: ...

G. Schoning van informatie [Vervallen per 14-03-2006]

1) a. Bent u goed op de hoogte van de regels voor het verwijderen en vernietigen van criminele informatie? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van de brondocumenten vermelden. #

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

2) a. Bent u goed op de hoogte van de schriftelijke instructies binnen het korps voor het schonen van de (oude) CID-registers? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van het brondocument vermelden. #

c. Wanneer heeft u voor het laatst het brondocument geraadpleegd?

Toelichting: ...

3) a. Zijn er binnen de CIE functionarissen geautoriseerd tot schoning van de CIE-registers? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, welke functionarissen tot welke registers?

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

4) a. Wordt periodiek de noodzaak beoordeeld van de vastgelegde CIE-gegevens? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de periodes over het afgelopen jaar vermelden en de daarbij gevolgde wijze van beoordeling.

c. Zo nee, waarom gebeurt dit niet?

Toelichting: ...

5) a. Wordt in geval van schoning in het register zware criminaliteit van die schoning altijd terstond schriftelijk mededeling gedaan aan de NCIE en desbetreffende registerbeheerder aan wie de geschoonde informatie eerder was verstrekt? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, op welke wijze?

c. Zo nee, in welke gevallen niet en waarom niet?

Toelichting: ...

6) a. Hoe lang bewaart u gegevens over zwacri-subjecten die gedetineerd zijn?

b. Wordt de bewaartermijn wel eens overschreden? Ja/Nee/Nvt

c. Zo ja, waarom?

Toelichting: ...

H. Protocol van de verstrekkingen [Vervallen per 14-03-2006]

1) a. Wordt van iedere verstrekking uit de CIE-registers langs geautomatiseerde weg aantekening (protocol) gehouden over wie, wanneer, welke gegevens heeft geraadpleegd? Ja/Nee/Nvt

b. Zo nee, bij welk(e) register(s) gebeurt dit niet, en waarom niet?

Toelichting: ...

2) a. Worden de langs geautomatiseerde weg vastgelegde aantekeningen periodiek op de rechtmatigheid van de verstrekkingen gecontroleerd? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, door wie, met welke frequentie en op welke wijze?

c. Zo nee, in welke gevallen niet, en waarom niet?

Toelichting: ...

3) a. Wordt van de verstrekkingen uit de CIE-registers op een andere wijze aantekening gehouden? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, door wie, waar, wanneer en op welke wijze?

c. Zo nee, bij welk(e) register(s) gebeurt dit niet, en waarom niet?

Toelichting: ...

4) a. Wordt de rechtmatigheid van die vastgelegde verstrekkingen altijd periodiek gecontroleerd? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, door wie, met welke frequentie en op welke wijze?

c. Zo nee, in welke gevallen niet en waarom niet?

Toelichting: ...

5) a. Heeft de registerbeheerder ten aanzien van de registers informanten, voorlopig register en zware criminaliteit schriftelijk aangegeven wie de vaste gebruikers zijn? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van het brondocument vermelden. #

c. Waar worden de autorisaties bewaard?

Toelichting: ...

I. Omgang privacyrechten geregistreerden [Vervallen per 14-03-2006]

1) a. Bent u goed op de hoogte van de regels die van toepassing zijn op de afhandeling van verzoeken om kennisneming, aanvulling, verbetering of verwijdering? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van de brondocumenten vermelden.

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

2) a. Zijn er interne instructies met betrekking tot de afhandeling van de desbetreffende verzoeken? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van de brondocumenten vermelden. #

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

3) a. Wordt bij het vastleggen van criminele informatie altijd geanticipeerd op mogelijke verzoeken om kennisneming? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, op welke wijze?

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

4) a. Zijn er het afgelopen jaar inzage- of verwijderingsverzoeken gedaan ten aanzien van CIE-registers? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne vermelden door welke functionarissen op welke wijze hiermee is omgegaan.

c. Zo ja, op welke wijze is inzage verleend?

d. Is binnen vier weken op het verzoek gereageerd?

Toelichting: ...

5) a. Heeft in geval van inzageverzoeken overleg plaatsgevonden met de desbetreffende mutanten, de tactische recherche en de CIE-OvJ? Ja/Nee/Nvt

b. Zo nee, met wie niet en waarom niet?

Toelichting: ...

J. Controle en aansturing korpsleiding en openbaar ministerie [Vervallen per 14-03-2006]

1) a. Heeft de korpsleiding in het bijzonder aandacht besteed aan de CIE in het korpsbeleidsplan/het korpsjaarplan? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van het brondocument vermelden. #

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

2) a. Is het beleid van de korpsleiding ten aanzien van de CIE door de leiding van de CIE vertaald in een specifiek CIE-jaarplan? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van het brondocument vermelden. #

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

3) a. Is het beleid ten aanzien van de CIE besproken in het driehoeksoverleg? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne een afschrift van het desbetreffende onderdeel van het verslag van het driehoeksoverleg. #

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

4) a. Legt de chef CIE periodiek in de vorm van een managementrapportage verantwoording af over de kwaliteit van de werkzaamheden en de kwaliteit van de informatieverwerking van de CIE aan de korpsleiding? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, gaarne de naam van het brondocument vermelden. #

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...

5) a. Worden alle onderdelen van de paragrafen 4 en 5 van de richtlijn van de P.G.'s voor de CIE OvJ door de CIE-OvJ nageleefd? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, op welke wijze?

c. Zo nee, welke onderdelen niet en waarom niet?

Toelichting: ...

6) a. Heeft de privacyfunctionaris een rol bij de (controle op de) verwerking van criminele informatie? Ja/Nee/Nvt

b. Zo ja, welke rol?

c. Zo nee, waarom niet?

Toelichting: ...