Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Stimuleringsregeling vacaturevervulling door werklozen en met werkloosheid bedreigde werknemers[Regeling vervallen per 04-03-2005.]

Geldend van 02-02-2003 t/m 03-03-2005

Stimuleringsregeling vacaturevervulling door werklozen en met werkloosheid bedreigde werknemers

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelet op artikel 20, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

Gezien het voorstel van de Commissie Voorbereiding Raad voor Werk en Inkomen van 5 oktober 2001,

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 04-03-2005]

Artikel 1. (definities) [Vervallen per 04-03-2005]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. Minister:

de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

b. Wet SUWI:

de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

c. CWI:

de Centrale organisatie werk en inkomen;

d. regionaal platform:

een regionaal platform als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Wet SUWI;

e. onderneming:

een onderneming als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de ondernemingsraden;

f. samenwerkingsverband:

een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid waarin een aantal ondernemingen samenwerkt, dan wel een stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, opgericht door een of meer landelijk representatieve organisaties van werkgevers en een of meer landelijk representatieve organisaties van werknemers;

g. aanvrager:

een onderneming of een samenwerkingsverband met vacatures, dan wel met werknemers als bedoeld in onderdeel j;

h. dienstbetrekking:

een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 610 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek voor de duur van tenminste 6 maanden, met een omvang van tenminste 12 uur per kalenderweek, waarin de loondoorbetalingsplicht van artikel 628 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek niet is uitgesloten, dan wel een publiekrechtelijke aanstelling voor de duur van tenminste 6 maanden, met een omvang van tenminste 12 uur per kalenderweek;

i. werkloze:

de persoon die blijkens een niet langer dan 8 weken voor de aanvang van een traject door de CWI verstrekte verklaring als bedoeld in artikel 25, geen werk heeft of minder dan 12 uur per week werkt, staat ingeschreven bij de CWI en door die organisatie op grond van de administratieve indeling, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Wet SUWI is ingedeeld in fase 2, 3 of 4 als bedoeld in artikel 2.1, onderdelen b, c en d, van de Regeling SUWI, dan wel is ingedeeld in fase 1 als bedoeld in artikel 2.1, onderdeel a, van de Regeling SUWI en na het moment van die indeling langer dan zes maanden niet gewerkt heeft;

j. werknemer:

de persoon met een dienstbetrekking die een schriftelijke mededeling van zijn werkgever ontvangt dat deze het voornemen heeft de arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 610 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel de publiekrechtelijke aanstelling, te beëindigen;

k. werkzoekende:

een werkloze of een werknemer;

l. reïntegratieactiviteiten:

het samenhangend geheel van activiteiten gericht op de plaatsing in een dienstbetrekking van werkzoekenden op vacatures, inhoudende de activiteiten werving en selectie, trajecten, bemiddeling en nazorg, dan wel overige reïntegratieactiviteiten;

m. werving en selectie:

activiteiten die direct gericht zijn op de instroom van werkzoekenden in trajecten;

n. traject:

het geheel van activiteiten onderscheidenlijk activiteiten op het terrein van scholing, direct gericht op het geschikt maken van werklozen onderscheidenlijk werknemers voor inpassing in dienstbetrekkingen;

o. bemiddeling en nazorg:

activiteiten die direct gericht zijn op de plaatsing en de bestendiging van die plaatsing van werkzoekenden in een dienstbetrekking;

p. overige reïntegratieactiviteiten:

activiteiten die de activiteiten, bedoeld in de onderdelen m, n en o, kunnen ondersteunen;

q. reïntegratiebedrijf:

de natuurlijke of rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in het arbeidsproces bevordert.

Artikel 2. (subsidie aan aanvrager) [Vervallen per 04-03-2005]

De Minister verstrekt overeenkomstig deze regeling subsidie aan een aanvrager.

Artikel 3. (aard subsidie) [Vervallen per 04-03-2005]

Subsidie wordt verstrekt voor de reïntegratieactiviteiten werving en selectie en trajecten, voor voorbereidings- en beheerskosten van projecten, en in het geval van duurzame arbeidsinpassing van werklozen.

§ 2. Aanvraag subsidie en beslissing op de aanvraag [Vervallen per 04-03-2005]

Artikel 4. (aanvragen) [Vervallen per 04-03-2005]

  • 1 De Minister stelt vast en maakt in de Staatscourant bekend:

    • a. de perioden voor de indiening van aanvragen voor subsidie;

    • b. het minimum aantal werkzoekenden per aanvraag per aanvraagperiode.

  • 2 Een aanvrager kan per aanvraagperiode maximaal één aanvraag indienen.

Artikel 5. (indiening aanvraag) [Vervallen per 04-03-2005]

  • 1 Een aanvraag wordt bij aangetekend schrijven ingediend bij de Minister, waarbij de aanvrager gebruik maakt van het daarvoor door de Minister verstrekte aanvraag- en begrotingsformulier dat is ingericht overeenkomstig het model dat is opgenomen in bijlage 1, welke onderdeel uitmaakt van deze regeling.

  • 2 De aanvraag gaat vergezeld van:

    • a. een projectplan;

    • b. informatie omtrent de aanvrager, waaronder begrepen de rechtsvorm en de bedrijfstak waaronder de aanvrager ressorteert;

    • c. een uittreksel uit de registers van de Kamer van Koophandel, dan wel uit het Stichtingen- of Verenigingenregister, en zo nodig een schriftelijke machtiging waaruit blijkt wie bevoegd is de aanvrager te vertegenwoordigen voor de aanvraag;

    • d. in het geval een onderneming onderscheidenlijk samenwerkingsverband namens een aantal ondernemingen onderscheidenlijk samenwerkingsverbanden een aanvraag indient, de overeenkomst die ten grondslag ligt aan de samenwerking tussen die ondernemingen onderscheidenlijk samenwerkingsverbanden ten behoeve van de aanvraag, met daarin opgenomen een opgave van de betrokken ondernemingen onderscheidenlijk samenwerkingsverbanden, alsmede een verdeling van de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en financiële verplichtingen tussen die ondernemingen onderscheidenlijk samenwerkingsverbanden;

    • e. in het geval de aanvraag betrekking heeft op werknemers en de aanvraag wordt ingediend door een onderneming of een samenwerkingsverband met werknemers de overeenkomst, bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel b, of artikel 8, vierde lid, onderdeel b;

    • f. in het geval een aanvrager in de zin van artikel 9 samenwerkt met een gemeente of meerdere gemeenten, de overeenkomst die aan de samenwerking ten grondslag ligt, met daarin opgenomen de mate waarin en de wijze waarop door die gemeente of gemeenten in de kosten van de reïntegratie-activiteiten van het betreffende project wordt bijgedragen;

    • g. een verklaring onderscheidenlijk verklaringen waaruit blijkt dat met de aanvraag wordt ingestemd door de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging van de bij het project betrokken onderneming onderscheidenlijk ondernemingen, dan wel door een of meer landelijk representatieve werknemersorganisaties.

  • 3 In het geval een aanvraag wordt ingediend door een onderneming namens een aantal ondernemingen of door een samenwerkingsverband waarin een aantal ondernemingen samenwerkt, kunnen verklaringen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel g, worden vervangen door een advies van een regionaal platform.

  • 4 De aanvraag bevat een verklaring van de aanvrager dat voor het project, dan wel voor onderdelen daarvan, geen subsidie uit het Europees Sociaal Fonds zal worden aangevraagd, dan wel gebruikt.

Artikel 6. (het projectplan) [Vervallen per 04-03-2005]

  • 1 Het projectplan, bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel a, bevat:

    • a. een schets van de bestaande en te verwachten arbeidsmarkt- en werkgelegenheidssituatie in de aanvragende onderneming, dan wel in de bedrijfstak waaronder de aanvrager ressorteert;

    • b. een opgave en onderbouwing van het aantal werkzoekenden, alsmede een beschrijving van de aard van de functies, dan wel beroepen en de vacatures waarop de aanvraag betrekking heeft;

    • c. een beschrijving van de voorgenomen reïntegratie-activiteiten, uitgesplitst naar de activiteiten werving en selectie, trajecten, bemiddeling en nazorg en overige reïntegratie-activiteiten, alsmede van de voorgenomen activiteiten op het terrein van voorbereiding en beheer;

    • d. voorzover bekend, een opgave van de regio's waar de in onderdeel b bedoelde vacatures zich bevinden;

    • e. de planning en de doorlooptijd van de voorgenomen reïntegratie-activiteiten;

    • f. een opgave van de bij de voorgenomen reïntegratie-activiteiten betrokken samenwerkingspartners en uitvoerders.

  • 2 Het projectplan bevat voorts een begroting, een postgewijze toelichting op die begroting, alsmede een liquiditeitenplanning.

Artikel 7. (voorwaarden) [Vervallen per 04-03-2005]

  • 1 Subsidie wordt slechts verleend voor activiteiten die betrekking hebben op het door de Minister vastgestelde minimum aantal werkzoekenden.

  • 2 Subsidie wordt voorts slechts verleend:

    • a. voor trajecten van werkzoekenden, die noodzakelijk zijn voor plaatsing van die werkzoekenden op vacatures;

    • b. voor trajecten die aanvangen binnen 12 maanden na het moment van subsidieverlening;

    • c. voor trajecten met een duur van maximaal 12 maanden;

    • d. indien de vacatures betrekking hebben op openstaande arbeidsplaatsen op de Nederlandse arbeidsmarkt;

    • e. indien de aanvrager de reïntegratie-activiteiten niet uitvoert in de uitoefening van beroep of bedrijf;

    • f. indien de reïntegratie-activiteiten niet leiden tot arbeid als bedoeld in artikel 4 van de Wet inschakeling werkzoekenden, dan wel de artikelen 2 en 7 van de Wet sociale werkvoorziening;

    • g. voorzover de in het projectplan opgenomen scholingstrajecten geen betrekking hebben op het volgen van bekostigd onderwijs volgens een van de onderwijswetten;

    • h. indien de aanvrager de kosten van de reïntegratieactiviteiten, die niet of niet volledig vergoed worden door de subsidie op grond van deze regeling, voor eigen rekening neemt en daarvoor geen andere subsidies of vergoedingen ontvangt.

  • 3 Onder de in het tweede lid, onderdeel h, bedoelde andere subsidies of vergoedingen worden niet begrepen:

    • a. de mogelijkheden tot fiscale afdrachtsvermindering;

    • b. subsidies of vergoedingen die worden ontvangen voor overige reïntegratieactiviteiten;

    • c. de bijdragen die van gemeenten worden ontvangen op grond van artikel 9, tweede lid, alsmede bijdragen van gemeenten in de kosten van de reïntegratieactiviteiten werving en selectie en bemiddeling en nazorg.

Artikel 8. (bijzondere voorwaarden scholing werknemers) [Vervallen per 04-03-2005]

  • 1 In het geval subsidie wordt aangevraagd voor scholingstrajecten ten behoeve van werknemers gelden in aanvulling op de voorwaarden, bedoeld in artikel 7, bijzondere voorwaarden.

  • 2 Indien de aanvraag wordt ingediend door een onderneming of een samenwerkingsverband met vacatures, luiden de bijzondere voorwaarden als volgt:

    • a. de betrokken werknemers maken op basis van de in artikel 1, onderdeel j, bedoelde schriftelijke mededeling aan hun werkgevers en de aanvrager schriftelijk kenbaar deel te willen nemen aan reïntegratie-activiteiten op het terrein van scholing;

    • b. de werknemers worden geschoold voor werkzaamheden in een andere onderneming en voor een andere functie of een ander beroep dan waarin zij voorafgaande aan het moment van de aanvang van de scholing werkzaam waren;

    • c. de werknemers zijn bij aanvang van de scholing een dienstbetrekking aangegaan in de bedrijfstak waaronder de aanvrager ressorteert.

  • 3 Indien de aanvraag wordt ingediend door een onderneming of een samenwerkingsverband met werknemers waar de scholingstrajecten ten behoeve van die werknemers plaatsvinden, luiden de bijzondere voorwaarden als volgt:

    • a. de betrokken werknemers maken op basis van de in artikel 1, onderdeel j, bedoelde schriftelijke mededeling aan hun werkgevers schriftelijk kenbaar deel te willen nemen aan reïntegratie-activiteiten op het terrein van scholing gericht op het aangaan van een dienstbetrekking in de bedrijfstak waaronder de onderneming of het samenwerkingsverband met vacatures ressorteert;

    • b. de aanvrager sluit met de onderneming of het samenwerkingsverband met vacatures een overeenkomst met daarin tenminste opgenomen:

      • 1. het aantal werknemers op wie de overeenkomst betrekking heeft;

      • 2. de inhoud van de scholingstrajecten;

      • 3. de toezegging van de onderneming of het samenwerkingsverband met vacatures dat direct aansluitend op de voltooiing van de scholingstrajecten aan de werknemers een dienstbetrekking zal worden aangeboden in de bedrijfstak waaronder die onderneming of dat samenwerkingsverband ressorteert;

      • 4. de toezegging van de werkgever als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, dat de dienstbetrekking met de betrokken werknemers gedurende de scholingstrajecten niet zal worden beëindigd;

    • c. de werknemers worden geschoold voor werkzaamheden in de bedrijfstak waaronder de onderneming of het samenwerkingsverband met vacatures ressorteert en voor een andere functie of een ander beroep dan waarin zij voorafgaande aan het moment van de aanvang van de scholing werkzaam waren;

    • d. de werknemers gaan direct aansluitend op de voltooiing van de scholingstrajecten een dienstbetrekking aan in de bedrijfstak waaronder de onderneming of het samenwerkingsverband met vacatures ressorteert.

  • 4 Indien de aanvraag wordt ingediend door een onderneming of een samenwerkingsverband met werknemers en de scholingstrajecten ten behoeve van die werknemers gedeeltelijk bij de aanvrager en gedeeltelijk bij een onderneming of een samenwerkingsverband met vacatures plaatsvinden, luiden de bijzondere voorwaarden als volgt:

    • a. de betrokken werknemers maken op basis van de in artikel 1, onderdeel j, bedoelde schriftelijke mededeling aan hun werkgevers schriftelijk kenbaar deel te willen nemen aan reïntegratie-activiteiten op het terrein van scholing gericht op het aangaan van een dienstbetrekking in de bedrijfstak waaronder de onderneming of het samenwerkingsverband met vacatures ressorteert;

    • b. de aanvrager sluit met de onderneming of het samenwerkingsverband met vacatures een overeenkomst met daarin tenminste opgenomen:

      • 1. het aantal werknemers op wie de overeenkomst betrekking heeft;

      • 2. de inhoud van de scholingstrajecten;

      • 3. de toezegging van de onderneming of het samenwerkingsverband met vacatures dat de scholingstrajecten ten behoeve van betrokken werknemers voor het deel dat die trajecten bij die onderneming of dat samenwerkingsverband geschieden met een dienstbetrekking zullen plaatsvinden en dat deze dienstbetrekkingen na voltooiing van de scholingstrajecten zullen worden gecontinueerd;

      • 4. de toezegging van de werkgever als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, dat de dienstbetrekkingen met de betrokken werknemers niet zullen worden beëindigd gedurende de periode dat de scholingstrajecten bij die werkgever plaatsvinden;

    • c. de werknemers worden geschoold voor werkzaamheden in de bedrijfstak waaronder de onderneming of het samenwerkingsverband met vacatures ressorteert en voor een andere functie of een ander beroep dan waarin zij voorafgaande aan het moment van de aanvang van de scholing werkzaam waren;

    • d. de werknemers zijn voor het deel dat de scholingstrajecten bij de onderneming of het samenwerkingsverband met vacatures plaatsvinden een dienstbetrekking aangegaan in de bedrijfstak waaronder de onderneming of het samenwerkingsverband met vacatures ressorteert.

Artikel 9. (samenwerking met gemeenten) [Vervallen per 04-03-2005]

  • 1 De aanvrager kan in het kader van deze regeling op basis van een overeenkomst samenwerken met een gemeente of meerdere gemeenten.

  • 2 In het geval sprake is van de in het eerste lid bedoelde situatie, wordt slechts subsidie verleend indien de gemeente onderscheidenlijk gemeenten aan de aanvrager een bijdrage verstrekt onderscheidenlijk verstrekken van tenminste eenzelfde omvang als de subsidie van de Minister op grond van artikel 13, zevende tot en met negende lid, met dien verstande dat 10% van de kosten van trajecten zonder dienstbetrekking voor rekening van de aanvrager blijft.

Artikel 10. (afwijzingsgronden) [Vervallen per 04-03-2005]

  • 1 De subsidie wordt geheel of gedeeltelijk geweigerd, indien:

    • a. de aanvrager de aanvraag niet binnen de vastgestelde aanvraagperiode heeft ingediend;

    • b. de aanvrager of de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden van deze regeling;

    • c. de aanvrager failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend, dan wel anderszins onvoldoende zekerheid bestaat omtrent de solvabiliteit of liquiditeit van de aanvrager;

    • d. de subsidie naar het oordeel van de Minister in strijd met het doel en de strekking van deze regeling wordt of zal worden aangewend;

    • e. er naar het oordeel van de Minister gegronde reden bestaat om aan te nemen dat aangevraagde activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;

    • f. voor het projectplan, dan wel voor onderdelen daarvan subsidie uit het Europees Sociaal Fonds is aangevraagd, dan wel gebruikt;

    • g. de kosten van de subsidiabele activiteiten niet in een redelijke verhouding staan tot de daarvan te verwachten resultaten.

  • 2 In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, kan de Minister, gelet op bijzondere omstandigheden, besluiten de aanvraag in behandeling te nemen.

§ 3. Verlening subsidie [Vervallen per 04-03-2005]

Artikel 11. (verlening subsidie) [Vervallen per 04-03-2005]

De Minister verleent subsidie met betrekking tot de aanvraag. In de beschikking wordt het maximum subsidiebedrag bepaald.

Artikel 12. (subsidiabele kosten) [Vervallen per 04-03-2005]

  • 1 Voor subsidiëring ingevolge deze regeling komen uitsluitend in aanmerking:

    • a. de kosten van de reïntegratieactiviteiten werving en selectie en trajecten;

    • b. de voorbereidings- en beheerskosten van een project, als een percentage van de subsidie vastgesteld voor de reïntegratieactiviteiten werving en selectie en trajecten.

  • 2 De kosten van de reïntegratieactiviteit werving en selectie worden voor subsidie in aanmerking gebracht op basis van een forfaitaire vergoeding per in traject genomen werkzoekende. Deze kosten worden slechts in aanmerking genomen ten aanzien van trajecten waarvoor subsidie op grond van deze regeling wordt verstrekt.

  • 3 De kosten van de reïntegratieactiviteit trajecten worden, in het geval de trajecten plaatsvinden zonder dienstbetrekking, voor subsidie in aanmerking gebracht als een percentage van de kosten tot een maximum per werkloze en, in het geval de trajecten plaatsvinden met een dienstbetrekking, op basis van een forfaitaire tegemoetkoming in de loonkosten tot een maximum per werkzoekende. Daarbij kan slechts subsidie worden verleend voor trajecten die starten vanaf het moment van subsidieverlening en voor daadwerkelijk gemaakte kosten die voor de uitvoering van deze trajecten noodzakelijk worden geacht.

Artikel 13. (subsidiemaatstaf) [Vervallen per 04-03-2005]

  • 1 De subsidie voor werving en selectie bedraagt € 600,- per in traject genomen werkzoekende.

  • 2 De subsidie voor een traject zonder dienstbetrekking bedraagt 80% van de kosten tot een maximum van € 3.000,- per werkloze onderscheidenlijk van € 6.000,- per werkloze, indien die werkloze door de CWI is ingedeeld in fase 3 of 4 als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdelen c en d, van de Regeling SUWI.

  • 3 De subsidie in de loonkosten voor een traject met een dienstbetrekking van 32 uur of meer per kalenderweek bedraagt per werkloze € 250,- per maand tot een maximum van € 3.000,- onderscheidenlijk € 500,- per maand tot een maximum van € 6.000,- voor een werkloze die door de CWI is ingedeeld in fase 3 of 4. Bij een dienstbetrekking tussen 12 en 32 uur per kalenderweek wordt de subsidie naar rato berekend.

  • 4 De subsidie per werkloze die een traject gedeeltelijk zonder en gedeeltelijk met een dienstbetrekking volgt, bedraagt het bedrag van de subsidie, bedoeld in het derde lid, aangevuld met de subsidie, bedoeld in het tweede lid, tot een maximum van € 3.000,- onderscheidenlijk € 6.000,- voor een werkloze die door de CWI is ingedeeld in fase 3 of 4.

  • 5 De subsidie in de loonkosten voor een scholingstraject van werknemers dat plaatsvindt met een dienstbetrekking van 32 uur of meer per kalenderweek, bedraagt per werknemer € 250,- per maand tot een maximum van € 3.000,-. Bij een dienstbetrekking tussen 12 en 32 uur per kalenderweek wordt de subsidie naar rato berekend.

  • 6 De subsidie voor voorbereidings- en beheerskosten van een project bedraagt 10% van de subsidie vastgesteld voor de reïntegratieactiviteiten werving en selectie en trajecten met een maximum van € 115.000,- per aanvrager binnen een periode van 52 kalenderweken.

  • 7 Indien in het kader van een project wordt samengewerkt met een gemeente of meerdere gemeenten in de zin van artikel 9, bedraagt de subsidie, bedoeld in het tweede lid, voor een traject zonder dienstbetrekking 45% van de kosten met een maximum van € 1.700,- per werkloze onderscheidenlijk van € 3.400,- voor een werkloze die door de CWI is ingedeeld in fase 3 of 4.

  • 8 Indien in het kader van een project wordt samengewerkt met een gemeente of meerdere gemeenten in de zin van artikel 9, bedraagt de subsidie, bedoeld in het derde lid, voor een traject met een dienstbetrekking van 32 uur of meer per kalenderweek per werkloze € 125,- per maand tot een maximum van € 1.500,- onderscheidenlijk € 250,- per maand tot een maximum van € 3.000,- voor een werkloze die door de CWI is ingedeeld in fase 3 of 4. Bij een dienstbetrekking tussen 12 en 32 uur per kalenderweek wordt de subsidie naar rato berekend.

  • 9 Indien in het kader van een project wordt samengewerkt met een gemeente of meerdere gemeenten in de zin van artikel 9, bedraagt de subsidie, bedoeld in het vierde lid, per werkloze die een traject gedeeltelijk zonder en gedeeltelijk met een dienstbetrekking volgt, het bedrag van de subsidie, bedoeld in het achtste lid, aangevuld met de subsidie, bedoeld in het zevende lid, tot een maximum van € 1.700,- onderscheidenlijk € 3.400,- voor een werkloze die door de CWI is ingedeeld in fase 3 of 4.

Artikel 14. (bonus bij duurzame arbeidsinpassing) [Vervallen per 04-03-2005]

  • 1 Een aanvrager kan een bonus ontvangen van € 2.000,- per werkloze, die:

    • a. binnen drie maanden na voltooiing van een traject zonder dienstbetrekking of aansluitend op een voltooid traject met een dienstbetrekking geplaatst is op een dienstbetrekking, en

    • b. die dienstbetrekking vervolgens gedurende zes maanden bij één werkgever heeft vervuld.

  • 2 Het bedrag van de aan een aanvrager te verstrekken bonus wordt berekend aan de hand van de volgende formule:

    B = [WL - {WL/WZ x (0,25 x AWZ)}] x € 2000,-

    waarbij:

    • a. B de aan de aanvrager te verstrekken bonus is;

    • b. WL het aantal werklozen is, dat voldoet aan de in het eerste lid, onderdelen a en b, genoemde criteria;

    • c. WZ het aantal werkzoekenden is, dat voldoet aan de in het eerste lid, onderdelen a en b, genoemde criteria;

    • d. AWZ het in de aanvraag opgenomen aantal werkzoekenden is;

    • e. de uitkomst van de component {WL/WZ x (0,25 x AWZ)} in voorkomende gevallen op een geheel getal naar beneden wordt afgerond.

  • 3 In het geval de in het tweede lid beschreven formule tot een negatieve uitkomst leidt, wordt de aan de aanvrager te verstrekken bonus op nihil gesteld.

  • 4 De in het eerste lid bedoelde bonus wordt slechts verleend voor dienstbetrekkingen die voortvloeien uit trajecten waarvoor subsidie op grond van deze regeling wordt verstrekt en wordt niet verleend voor de inpassing op arbeid als bedoeld in artikel 6 van het Besluit in- en doorstroombanen.

§ 4. Verplichtingen van de subsidieontvanger [Vervallen per 04-03-2005]

Artikel 15. (voorschriften) [Vervallen per 04-03-2005]

  • 1 De Minister is bevoegd aan een subsidieverlening voorschriften te verbinden, voorzover deze noodzakelijk zijn ter waarborging van een correcte uitvoering van de activiteiten, dan wel voor het behoud van een voldoende inzicht in de voortgang van de uitvoering van de activiteiten.

  • 2 De aanvrager is gehouden kosteloos medewerking te verlenen aan door of namens de Minister ingesteld onderzoek, waaronder wordt begrepen toegang verlenen tot zijn administratie, dat erop gericht is de Minister inlichtingen te verschaffen over de uitvoering van deze regeling en de met de regeling bereikte effecten en behaalde resultaten.

  • 3 De aanvrager voert de reïntegratieactiviteiten uit conform het projectplan, op basis waarvan subsidie is verleend.

  • 4 Voorgenomen wijzigingen in de in het projectplan opgenomen reïntegratieactiviteiten, alsmede in de planning en de doorlooptijd daarvan, worden, voorzover deze invloed kunnen hebben op het voortbestaan van het recht op of de hoogte van de subsidie, bij de Minister gemeld en kunnen eerst tot uitvoering worden gebracht na verkregen toestemming van de Minister.

  • 5 Indien de aanvrager reïntegratieactiviteiten door een reïntegratiebedrijf of arbodienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet 1998 laat verrichten, regelt hij in een schriftelijke overeenkomst in elk geval dat het reïntegratiebedrijf of de arbodienst verplicht is:

    • a. de persoonlijke levenssfeer van de werkzoekenden van wie de inschakeling in de arbeid wordt bevorderd, te beschermen overeenkomstig een reglement dat aan die werkzoekenden wordt overgelegd;

    • b. in geval van een geschil tussen de te reïntegreren werkzoekende en het reïntegratiebedrijf of de arbodienst een klachten- en geschillenregeling toe te passen die door het reïntegratiebedrijf of de arbodienst aan de te reïntegreren werkzoekende is overgelegd;

    • c. kosteloos medewerking te verlenen aan het onderzoek, bedoeld in het tweede lid;

    • d. de gegevens die het reïntegratiebedrijf of de arbodienst in verband met deze werkzaamheden verkrijgt uitsluitend te verwerken voorzover dat noodzakelijk is voor het verrichten van die werkzaamheden, dan wel voor de naleving van verplichtingen als bedoeld in de onderdelen a tot en met c;

    • e. indien dit reïntegratiebedrijf of deze arbodienst deze werkzaamheden laat verrichten door een ander reïntegratiebedrijf of een andere arbodienst, in een schriftelijke overeenkomst met dat andere reïntegratiebedrijf of deze andere arbodienst te regelen dat voor dat bedrijf of deze dienst de verplichtingen, bedoeld in de onderdelen a tot en met d, gelden.

Artikel 16. (administratie) [Vervallen per 04-03-2005]

  • 1 De aanvrager draagt zorg voor het voeren van een dusdanige administratie van de uitgevoerde reïntegratieactiviteiten dat te allen tijde een volledig inzicht kan worden geboden in:

    • a. de aard van de uitgevoerde reïntegratieactiviteiten, de tijdstippen waarop die hebben plaatsgehad en de bereikte resultaten;

    • b. het aantal werklozen onderscheidenlijk werknemers dat aan de uitgevoerde reïntegratieactiviteiten heeft deelgenomen;

    • c. voltooide onderscheidenlijk voortijdig beëindigde reïntegratieactiviteiten, alsmede voor wat betreft de laatstgenoemde categorie reïntegratieactiviteiten de reden van beëindiging;

    • d. de wijze waarop de reïntegratieactiviteiten zijn uitgevoerd en de daarbij betrokken samenwerkingspartners en uitvoerders;

    • e. de financiering van de reïntegratieactiviteiten, de werkelijk gemaakte kosten en de ontvangen bijdragen;

    • f. de bewijsstukken ten aanzien van de uitgevoerde reïntegratieactiviteiten, de gemaakte kosten en de ontvangen bijdragen.

  • 2 Van de werklozen onderscheidenlijk werknemers als bedoeld in het eerst lid, onderdeel b, die aan trajecten deelnemen, legt de aanvrager voorts de volgende gegevens in de administratie vast:

    • a. naam en sociaal-fiscaalnummer;

    • b. leeftijd, geslacht en vooropleiding;

    • c. in het geval sprake is van werklozen, de administratieve indeling, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Wet SUWI, de werkloosheidsduur en de uitkeringsstatus;

    • d. de verklaring, bedoeld in artikel 25;

    • e. in het geval sprake is van werknemers, een afschrift van de in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, bedoelde mededeling van de werkgever en van de mededeling van de werknemer, bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel a, derde lid, onderdeel a, en vierde lid, onderdeel a;

    • f. in het geval sprake is van werknemers, de bedrijfstak waarin voorafgaande aan de scholing is gewerkt onderscheidenlijk de bedrijfstak van de werkgever met wie na voltooiing van het scholingstraject de dienstbetrekking wordt aangegaan, alsmede de laatst vervulde functie of het laatst uitgeoefende beroep.

    • g. inhoud van het traject;

    • h. de gerealiseerde dienstbetrekkingen en de duur daarvan.

Artikel 17. (informatie) [Vervallen per 04-03-2005]

  • 1 De aanvrager verstrekt de Minister desgevraagd alle gegevens die door de Minister noodzakelijk worden geacht om na te gaan of wordt voldaan aan de op grond van deze regeling geldende voorwaarden en voorschriften, waaronder in ieder geval is begrepen informatie over de voortgang van de uitvoering van de activiteiten.

  • 2 De aanvrager verstrekt de Minister de in het eerste lid bedoelde informatie in ieder geval gedurende het eerste jaar per kwartaal en vervolgens elk half jaar, waarbij hij gebruik maakt van het daarvoor door de Minister ter beschikking gestelde formulier dat is ingericht overeenkomstig het model dat is opgenomen in bijlage 2, welke onderdeel uitmaakt van deze regeling.

Artikel 18. (mededelingsplicht) [Vervallen per 04-03-2005]

De aanvrager doet onverwijld mededeling aan de Minister van een verzoek aan de rechtbank tot verlening van surséance van betaling of tot faillietverklaring.

Artikel 19. (bewaarplicht administratie) [Vervallen per 04-03-2005]

Degene aan wie subsidie is verleend, bewaart de administratie, inclusief de daarbij behorende bewijsstukken, ten minste gedurende zeven jaar na de definitieve subsidievaststelling en stelt deze desgevraagd aan de Minister ter beschikking voor controledoeleinden.

Artikel 20. (intrekking en wijziging) [Vervallen per 04-03-2005]

De Minister kan de subsidieverlening intrekken of in benedenwaartse zin wijzigen, indien:

  • a. de aanvrager zijn verplichtingen uit hoofde van de regeling niet, niet tijdig dan wel niet behoorlijk nakomt en de aanvrager het gebrek niet binnen een door de Minister gestelde periode herstelt;

  • b. de aanvrager de subsidie niet of niet geheel aan het project besteedt;

  • c. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of niet geheel zijn uitgevoerd of zullen worden uitgevoerd;

  • d. de aanvrager kosten, waarvoor in de begroting van het projectplan geen post is onderscheidenlijk posten zijn opgenomen, heeft betrokken bij een verzoek om bevoorschotting of bij de eindafrekening, zonder dat hiervoor toestemming van de Minister is verkregen;

  • e. de aanvrager onjuiste informatie heeft verstrekt over zichzelf dan wel het project, dan wel relevante informatie omtrent het project niet heeft verstrekt aan de Minister;

  • f. de aanvrager heeft gehandeld in strijd met de eisen opgenomen in artikel 10;

  • g. de aanvrager de beschikkingsmacht geheel of gedeeltelijk verliest op grond van surséance van betaling, faillissement, ontbinding of enig andere reden.

§ 5. Voorschotten en subsidievaststelling [Vervallen per 04-03-2005]

Artikel 21. (bevoorschotting) [Vervallen per 04-03-2005]

  • 1 Bevoorschotting van de subsidie kan door de Minister ten hoogste vier maal op verzoek geschieden tot een maximum van 20% van het verleende subsidiebedrag per keer. Het eerste voorschot kan worden verstrekt direct na het moment van subsidieverlening. De volgende voorschotten kunnen worden verkregen indien de door de aanvrager in te dienen periodieke informatie als bedoeld in artikel 17, tweede lid, over de mate van realisatie van de voorgenomen activiteiten, alsmede de werkelijke uitgaven en de te verwachten uitgaven daartoe aanleiding geven.

  • 2 Een verzoek om bevoorschotting geschiedt met behulp van het daarvoor door de Minister verstrekte formulier dat is ingericht overeenkomstig het model dat is opgenomen in bijlage 3, welke onderdeel uitmaakt van deze regeling, en gaat vergezeld van:

    • a. een overzicht van de werkelijke uitgaven in het kader van de subsidieverlening tot op dat moment;

    • b. de te verwachten uitgaven voor de periode, waarvoor het voorschot wordt gevraagd.

Artikel 22. (declaratie) [Vervallen per 04-03-2005]

  • 1 De aanvrager dient binnen 3 maanden na afronding van de uitvoering van het projectplan, bedoeld in artikel 5, tweede lid, bij de Minister een einddeclaratie in.

  • 2 Bij de einddeclaratie wordt door de aanvrager een eindrapportage over de met de verleende subsidie uitgevoerde activiteiten en de daarmee behaalde resultaten overgelegd.

  • 3 De einddeclaratie gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de aanvrager aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Bij de aanwijzing van de accountant bedingt de aanvrager dat aan de Minister desgevraagd inzicht wordt geboden in de controlewerkzaamheden van de accountant.

  • 4 De verklaring als bedoeld in het derde lid heeft mede betrekking op de rechtmatige verkrijging en besteding van de middelen door de aanvrager. De accountant voegt bij de verklaring een verslag van zijn bevindingen.

  • 5 De aanvrager maakt bij de indiening van de einddeclaratie, de eindrapportage en de accountantsverklaring gebruik van de daarvoor door de Minister verstrekte formulieren die zijn ingericht overeenkomstig de modellen die zijn opgenomen in onderscheidenlijk de bijlagen 4, 5 en 6, welke onderdeel uitmaken van deze regeling.

  • 6 Het onderzoek dat resulteert in de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen, bedoeld in het vierde lid, wordt uitgevoerd met inachtneming van het controle- en rapportageprotocol dat is beschreven in bijlage 7, welke onderdeel uitmaakt van deze regeling.

Artikel 23. (opschorting betalingen) [Vervallen per 04-03-2005]

De betalingen in verband met de bevoorschotting en de einddeclaratie kunnen door de Minister worden opgeschort, indien:

  • a. de voortgang van het project afwijkt van de tijdsplanning als uitgewerkt in het projectplan op basis waarvan subsidie is verleend;

  • b. de aanvrager zijn verplichtingen niet, niet tijdig dan wel niet behoorlijk nakomt;

  • c. de aanvrager de subsidie niet besteedt of zal besteden ten behoeve van het project, dan wel de gelden niet besteedt als opgenomen in het projectplan;

  • d. de aanvrager in strijd gehandeld heeft met de eisen zoals opgenomen in artikel 10;

  • e. de informatie, bedoeld in artikel 17, daartoe aanleiding geeft.

Artikel 24. (vaststelling definitief subsidiebedrag) [Vervallen per 04-03-2005]

  • 1 Het definitieve subsidiebedrag wordt door de Minister vastgesteld op grond van de door de aanvrager ingediende einddeclaratie, eindrapportage, accountantsverklaring en verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 22.

  • 2 Het definitieve subsidiebedrag is niet hoger dan het bedrag, dat blijkens de verklaring van de accountant en het verslag van bevindingen, bedoeld in artikel 22, derde en vierde lid, controleerbaar en in overeenstemming met de voorschriften van deze regeling is, en kan nooit meer bedragen dan het in de beschikking subsidieverlening vermelde maximum subsidiebedrag.

  • 3 Het definitieve subsidiebedrag wordt door de Minister vastgesteld binnen 12 maanden na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde bescheiden.

§ 6. Slotbepalingen [Vervallen per 04-03-2005]

Artikel 25. (verklaring CWI) [Vervallen per 04-03-2005]

De CWI verstrekt desgevraagd in de vorm van een verklaring aan de aanvrager over een werkloze de gegevens als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdelen a en c, behoudens het sociaal-fiscaalnummer en de uitkeringsstatus.

Artikel 26. (subsidieplafond) [Vervallen per 04-03-2005]

  • 1 Het subsidieplafond voor de toepassing van deze regeling wordt jaarlijks door de Minister vastgesteld.

  • 2 De Minister stelt per aanvraagperiode als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, een subsidieplafond voor de verlening van subsidies ingevolge deze regeling vast en maakt dit bekend in de Staatscourant.

  • 3 Geen subsidie wordt verleend indien de subsidieplafonds voor de uitvoering van deze regeling, bedoeld in het eerste en tweede lid, door het totaal van de toezeggingen zijn bereikt.

  • 4 Voor de bepaling van het bereiken van een subsidieplafond, bedoeld in het tweede lid, worden aanvragen op volgorde van binnenkomst behandeld, waarbij alleen volledige aanvragen in aanmerking worden genomen. Van een volledige aanvraag is sprake indien wordt voldaan aan artikel 5.

Artikel 27. (inwerkingtreding) [Vervallen per 04-03-2005]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2002.

Artikel 28. (citeerartikel) [Vervallen per 04-03-2005]

De regeling wordt aangehaald als: Stimuleringsregeling vacaturevervulling door werklozen en met werkloosheid bedreigde werknemers.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen 1, 6 en 7 in de Staatscourant worden geplaatst. De bijlagen 2 tot en met 5 worden vóór 1 februari 2002 in de Staatscourant geplaatst.

's-Gravenhage, 21 december 2001

De

Minister

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

W.A. Vermeend

Bijlage 1 [Vervallen per 04-03-2005]

[Red: Raadpleeg voor de bijlage de gedrukte Staatscourant 2003/22.]

Bijlage 2 [Vervallen per 04-03-2005]

[Red: Raadpleeg voor de bijlage de gedrukte Staatscourant 2003/22.]

Bijlage 3 [Vervallen per 04-03-2005]

[Red: Raadpleeg voor de bijlage de gedrukte Staatscourant 2003/22.]

Bijlage 4 [Vervallen per 04-03-2005]

[Red: Raadpleeg voor de bijlage de gedrukte Staatscourant 2003/22.]

Bijlage 5 [Vervallen per 04-03-2005]

[Red: Raadpleeg voor de bijlage de gedrukte Staatscourant 2003/22.]

Bijlage 6 [Vervallen per 04-03-2005]

[Red: Raadpleeg voor de bijlage de gedrukte Staatscourant 2003/22.]

Bijlage 7 [Vervallen per 04-03-2005]

[Red: Raadpleeg voor de bijlage de gedrukte Staatscourant 2003/22.]