Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit financiële bijsluiter[Regeling vervallen per 01-01-2006.]

Geldend van 30-09-2005 t/m 31-12-2005

Besluit van 20 december 2001, houdende regels met betrekking tot het door financiële ondernemingen ter beschikking stellen van een financiële bijsluiter bij complexe producten (Besluit financiële bijsluiter)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 5 juni 2001, no. FM 2001-888-M, Generale Thesaurie, Directie Financiële Markten, Afdeling Marktgedrag;

Gelet op artikel 26, eerste lid, van de Wet op het consumentenkrediet, artikel 12, eerste lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen, artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, artikel 85a, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992, artikel 25, eerste lid, van de Wet toezicht natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en artikel 51, eerste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993;

De Raad van State gehoord (advies van 30 juli 2001, no. W06.01.0266/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 13 december 2001, no. FM 2001-2080-M;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2006]

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 Een financiële onderneming draagt er zorg voor dat voor complexe producten die zij aanbiedt een actuele financiële bijsluiter beschikbaar is en dat deze aan een afnemer voor of bij het sluiten van een overeenkomst inzake een complex product, kosteloos ter beschikking wordt gesteld.

  • 2 De toezichthoudende autoriteit stelt regels omtrent de wijze waarop een financiële bijsluiter ter beschikking wordt gesteld en wordt gehouden.

  • 3 De toezichthoudende autoriteit kan met betrekking tot door haar aan te wijzen complexe producten geheel of gedeeltelijk vrijstelling of ontheffing verlenen van het eerste lid of van de op grond van het tweede lid vastgestelde regels, indien de in het eerste lid genoemde verplichtingen of de op grond van het tweede lid vastgestelde regels de handel in het betreffende complexe product onevenredig zou belemmeren of de belangen die met de financiële bijsluiter worden beoogd te beschermen anderszins voldoende worden gewaarborgd. Aan een vrijstelling en een ontheffing kunnen beperkingen worden gesteld en voorschriften worden verbonden. Van een op grond van dit lid verleende vrijstelling of ontheffing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

  • 4 Indien de vrijstelling of ontheffing betrekking heeft op het tijdstip van het ter beschikking stellen van een financiële bijsluiter, draagt een financiële onderneming er zorg voor dat een afnemer voor of bij het sluiten van een overeenkomst inzake een complex product, er van in kennis wordt gesteld dat hem desgevraagd, onverwijld en kosteloos een financiële bijsluiter ter beschikking wordt gesteld. In ieder geval wordt aan de afnemer in een dergelijk geval binnen vier weken na het sluiten van de overeenkomst kosteloos een financiële bijsluiter ter beschikking gesteld.

  • 5 De toezichthoudende autoriteit kan een andere financiële dienst of financieel product dan bedoeld in artikel 1, onderdeel c, eveneens aanwijzen als een complex product, indien dit ten behoeve van de vergelijkbaarheid van complexe producten met deze financiële dienst of financieel product in verband met de goede informatieverstrekking aan afnemers wenselijk is. Van deze aanwijzing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

  • 6 Op de financiële dienst of het financiële product dat ingevolge het vijfde lid is aangewezen is het eerste lid van toepassing met ingang van de eerste dag van de vierde kalendermaand na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin van deze aanwijzing mededeling wordt gedaan.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 In de financiële bijsluiter worden, onverminderd het derde lid, in duidelijke en voor de afnemer begrijpelijke bewoordingen, uitsluitend de volgende onderwerpen behandeld:

    • a. de vermelding dat het een financiële bijsluiter betreft, welk product het betreft en de naam en het adres van de financiële onderneming;

    • b. informatie over de doelstellingen van de financiële bijsluiter en over het toezicht op de financiële onderneming;

    • c. de aard en het doel van het product;

    • d. informatie over de met het product samenhangende financiële risico's;

    • e. de verplichtingen voor de afnemer;

    • f. informatie over het voorbeeldrendement en de voor de afnemer aan het product verbonden kosten;

    • g. de mogelijkheid of onmogelijkheid voor de afnemer om de overeenkomst binnen een korte periode na het sluiten van de overeenkomst of anderszins tussentijds op te zeggen, de daaraan verbonden kosten en de overige gevolgen;

    • h. fiscale aspecten van het product;

    • i. de op de overeenkomst van toepassing zijnde klachtenregeling of klachtenregelingen;

    • j. de op de overeenkomst van toepassing zijnde garantieregeling of garantieregelingen.

  • 2 De toezichthoudende autoriteit stelt regels inzake de informatie die in ieder van de in het eerste lid bedoelde onderdelen van de financiële bijsluiter wordt opgenomen en inzake de wijze waarop die informatie wordt vermeld.

  • 3 De toezichthoudende autoriteit kan, in het belang van een goede informatieverstrekking aan afnemers, regels stellen inzake de informatie die naast de in het eerste lid genoemde informatie in de financiële bijsluiter wordt opgenomen en inzake de wijze waarop die informatie wordt vermeld.

  • 4 De in het tweede en derde lid bedoelde regels kunnen voor verschillende complexe producten verschillend luiden.

Artikel 3a [Vervallen per 01-01-2006]

  • 1 In afwijking van artikel 3, eerste lid, worden in de financiële bijsluiter die betrekking heeft op een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 12, eerste lid, of artikel 17c, eerste lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen in duidelijke en voor de afnemer begrijpelijke bewoordingen, uitsluitend de volgende onderwerpen behandeld:

    • a. de vermelding dat het een financiële bijsluiter betreft, welke beleggingsinstelling het betreft en een korte omschrijving van de beleggingsinstelling;

    • b. de doelstellingen van de financiële bijsluiter en het toezicht op de financiële onderneming;

    • c. de aard en het doel van de beleggingsinstelling;

    • d. de met de beleggingsinstelling samenhangende financiële risico’s;

    • e. de verplichtingen voor de afnemer;

    • f. indien beschikbaar: informatie over het historisch rendement en de voor de afnemer aan de deelnemingsrechten in de beleggingsinstelling verbonden kosten;

    • g. de mogelijkheid of onmogelijkheid voor de afnemer om de overeenkomst na het sluiten van de overeenkomst tussentijds op te zeggen, de daaraan verbonden kosten en de overige gevolgen; en

    • h. fiscale aspecten van de beleggingsinstelling.

  • 2 Het tweede en derde lid van artikel 3 zijn van overeenkomstige toepassing. Indien het een financiële bijsluiter betreft die betrekking heeft op rechten van deelneming in een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 12, derde lid, van de Wet toezicht beleggingsinstellingen kan de toezichthouder regels stellen voor zover deze strekken tot het uitvoeren van richtlijn nr. 85/611/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) met het oog op reglementering van beheermaatschappijen en vereenvoudigde prospectussen (PbEG L 41).

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2006]

  • 6 De toezichthoudende autoriteit kan het bedrag van de boete lager stellen dan in de bijlage is bepaald, indien het bedrag van de boete in een bepaald geval op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog is.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2006]

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2006]

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit financiële bijsluiter.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 20 december 2001

Beatrix

De Minister van Financiën,

G. Zalm

Uitgegeven zevenentwintigste december 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Bijlage A. bedoeld in artikel 4, eerste lid [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2006]

Het bedrag van de boete voor overtreding van de voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 2, eerste tot en met vierde lid, 3, tweede en derde lid, en 3a, eerste lid, van dit besluit, bedraagt € 5445.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2006]

1. Indien een boete wordt opgelegd, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete de volgende categorie-indeling naar eigen vermogen van toepassing, met de daarbij behorende factor:

Categorie-indeling normgeadresseerden

Categorie I: beleggingsinstellingen met een eigen vermogen van minder dan € 453 800; Factor 1;

Categorie II: beleggingsinstellingen met een eigen vermogen van ten minste € 453 800 maar minder dan € 4 538 000; Factor 2;

Categorie III: beleggingsinstellingen met een eigen vermogen van ten minste € 4 538 000 maar minder dan € 45 378 000; Factor 3;

Categorie IV: beleggingsinstellingen met een eigen vermogen van ten minste € 45 378 000 maar minder dan € 453 780 000; Factor 4;

Categorie V: beleggingsinstellingen met een eigen vermogen van ten minste € 453 780 000; Factor 5.

2. De boete wordt vastgesteld door het bedrag, genoemd in artikel 1, te vermenigvuldigen met de factor, behorende bij de categorie naar eigen vermogen, bedoeld in het eerste lid.

3. Indien de gegevens omtrent het vermogen niet aan de toezichthoudende autoriteit beschikbaar zijn gesteld, kan zij aan degene aan wie de boete wordt opgelegd verzoeken deze gegevens binnen een door haar te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete categorie V van toepassing.

Bijlage B. bedoeld in artikel 4, tweede lid [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2006]

Het bedrag van de boete voor overtreding van de voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 2, eerste tot en met vierde lid, en 3, eerste tot en met derde lid, van dit besluit, bedraagt € 5445.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2006]

1. Indien een boete wordt opgelegd, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete de volgende categorie-indeling naar eigen vermogen van toepassing, met de daarbij behorende factor:

Categorie-indeling normgeadresseerden

Categorie I: natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen met een eigen vermogen van minder dan € 136 100; Factor 1;

Categorie II: natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen met een eigen vermogen van ten minste € 136 100 maar minder dan € 272 300; Factor 2;

Categorie III: natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen met een eigen vermogen van ten minste € 272 300 maar minder dan € 453 800; Factor 3;

Categorie IV: natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen met een eigen vermogen van ten minste € 453 800 maar minder dan € 4 538 000; Factor 4;

Categorie V: natuurlijke personen, rechtspersonen en vennootschappen met een eigen vermogen van ten minste € 4 538 000; Factor 5.

2. De boete wordt vastgesteld door het bedrag, genoemd in artikel 1, te vermenigvuldigen met de factor, behorende bij de categorie naar eigen vermogen, bedoeld in het eerste lid.

3. Indien de gegevens omtrent het vermogen niet aan de toezichthoudende autoriteit beschikbaar zijn gesteld, kan zij aan degene aan wie de boete wordt opgelegd verzoeken deze gegevens binnen een door haar te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete categorie V van toepassing.

Bijlage C. bedoeld in artikel 4, derde lid [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2006]

Het bedrag van de boete voor overtreding van de voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 2, eerste tot en met vierde lid, en 3, eerste tot en met derde lid, van dit besluit, bedraagt € 5445.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2006]

1. Indien een boete wordt opgelegd, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete de volgende categorie-indeling naar balanstotaal van toepassing, met de daarbij behorende factor:

Categorie-indeling normgeadresseerden

Categorie I: kredietinstellingen met een balanstotaal van minder dan € 45 378 000; Factor 1;

Categorie II: kredietinstellingen met een balanstotaal van ten minste € 45 378 000 maar minder dan € 453 780 000; Factor 2;

Categorie III: kredietinstellingen met een balanstotaal van ten minste € 453 780 000 maar minder dan € 4 537 800 000; Factor 3;

Categorie IV: kredietinstellingen met een balanstotaal van ten minste € 4 537 800 000 maar minder dan € 45 378 020 000; Factor 4;

Categorie V: kredietinstellingen met een balanstotaal van ten minste € 45 378 020 000; Factor 5.

2. De boete wordt vastgesteld door het bedrag, genoemd in artikel 1, te vermenigvuldigen met de factor, behorende bij de categorie naar balanstotaal, bedoeld in het eerste lid.

3. Indien de gegevens omtrent het balanstotaal niet aan de toezichthoudende autoriteit beschikbaar zijn gesteld, kan zij aan degene aan wie de boete wordt opgelegd verzoeken deze gegevens binnen een door haar te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete categorie V van toepassing.

Bijlage D. bedoeld in artikel 4, vierde lid [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2006]

Het bedrag van de boete voor overtreding van de voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 2, eerste tot en met vierde lid, en 3, eerste tot en met derde lid, van dit besluit, bedraagt € 5445.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2006]

1. Indien een boete wordt opgelegd, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete de volgende categorie-indeling naar balanstotaal van toepassing, met de daarbij behorende factor:

Categorie-indeling normgeadresseerden

Categorie I: verzekeraars met een balanstotaal van minder dan € 4 538 000; Factor 1;

Categorie II: verzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 4 538 000 maar minder dan € 22 689 000; Factor 2;

Categorie III: verzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 22 689 000 maar minder dan € 113 445 000; Factor 3;

Categorie IV: verzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 113 445 000 maar minder dan € 453 780 000; Factor 4;

Categorie V: verzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 453 780 000; Factor 5.

2. De boete wordt vastgesteld door het bedrag, genoemd in artikel 1, te vermenigvuldigen met de factor, behorende bij de categorie naar balanstotaal, bedoeld in het eerste lid.

3. Indien de gegevens omtrent het balanstotaal niet aan de toezichthoudende autoriteit beschikbaar zijn gesteld, kan zij aan degene aan wie de boete wordt opgelegd verzoeken deze gegevens binnen een door haar te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete categorie V van toepassing.

Bijlage E. bedoeld in artikel 4, vijfde lid [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2006]

Het bedrag van de boete voor overtreding van de voorschriften, gesteld bij of krachtens de artikelen 2, eerste tot en met vierde lid, en 3, eerste tot en met derde lid, van dit besluit, bedraagt € 5445.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2006]

1. Indien een boete wordt opgelegd, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete de volgende categorie-indeling naar balanstotaal van toepassing, met de daarbij behorende factor:

Categorie-indeling normgeadresseerden

Categorie I: schadeverzekeraars met een balanstotaal van minder dan € 4 538 000 en levensverzekeraars met een balanstotaal van minder dan € 13 613 000; Factor 1;

Categorie II: schadeverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 4 538 000 maar minder dan € 22 689 000 en levensverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 13 613 000 maar minder dan € 68 067 000; Factor 2;

Categorie III: schadeverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 22 689 000 maar minder dan € 113 445 000 en levensverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 68 067 000 maar minder dan € 340 335 000; Factor 3;

Categorie IV: schadeverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 113 445 000 maar minder dan € 453 780 000 en levensverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 340 335 000 maar minder dan € 1 361 340 000; Factor 4;

Categorie V: schadeverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 453 780 000 en levensverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 1 361 340 000; Factor 5.

2. De boete wordt vastgesteld door het bedrag, genoemd in artikel 1, te vermenigvuldigen met de factor, behorende bij de categorie naar balanstotaal, bedoeld in het eerste lid.

3. Indien de gegevens omtrent het balanstotaal niet aan de toezichthoudende autoriteit beschikbaar zijn gesteld, kan zij aan degene aan wie de boete wordt opgelegd verzoeken deze gegevens binnen een door haar te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete categorie V van toepassing.