Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling Functionele Valuta[Regeling vervallen per 10-08-2006.]

Geldend van 01-01-2002 t/m 09-08-2006

Regeling Functionele Valuta

De Directeur-Generaal Belastingdienst heeft namens de Staatssecretaris van Financiën het volgende besloten.

Dit besluit is een herziene versie van het besluit van 19 maart 2001, nr. CPP2001/705M. Het besluit is herzien in verband met de vervanging van de gulden door de euro per 1 januari 2002. Paragraaf 7 van het besluit van 19 maart 2001, inzake de overgang op de euro in de periode 1999–2001, is vervallen.

In artikel 7, vijfde lid van de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb 1969) is vastgesteld dat de inspecteur op verzoek van belastingplichtige kan toestaan het belastbare bedrag te berekenen in een andere geldeenheid dan de euro. Bij regeling van 21 augustus, nr. WDB97/348M, zijn de voorwaarden waaronder aan het verzoek wordt tegemoetgekomen gepubliceerd. In de praktijk zijn over de toepassing van de regeling vragen opgekomen, die als volgt zijn beantwoord.

  • 1. Dient de inspecteur te toetsen of men voldoet aan de voorwaarden van art. 362, lid 7 Boek 2 BW of is het voldoende dat de commerciële jaarstukken feitelijk in de functionele valuta zijn opgesteld?

    Voor de toepassing van de regeling functionele valuta (hierna: RFV) is onder meer vereist dat de commerciële jaarrekening op grond van artikel 362, zevende lid, boek 2 BW in een andere geldeenheid wordt opgesteld. Slechts eenmaal, in het jaar waarin de RFV voor het eerst toepassing vindt, wordt getoetst of belanghebbende aan deze voorwaarde voldoet. De inspecteur zal marginaal toetsen of aan de eisen is voldaan, het betreft immers een bepaling uit het jaarrekeningrecht.

  • 2. Kunnen buitenlandse rechtspersonen die feitelijk in Nederland zijn gevestigd (binnenlandse belastingplichtigen) gebruik maken van de regeling functionele valuta?

    Voor de toepassing van de RFV is onder meer vereist dat de belastingplichtige zijn jaarrekening op de voet van artikel 362, zevende lid, Boek 2 BW in de andere valuta opstelt. Rechtspersonen die niet naar Nederlands recht zijn opgericht kunnen formeel niet aan deze eis voldoen omdat zij niet onder de werking van artikel 362, zevende lid, Boek 2 BW vallen. Ik keur evenwel goed dat buitenlandse rechtsvormen die feitelijk in Nederland zijn gevestigd de RFV kunnen toepassen. Om van deze goedkeuring gebruik te kunnen maken, moeten de buitenlandse rechtsvormen de jaarrekening in de functionele valuta opmaken en naar het buitenland in deze functionele valuta rapporteren. Tevens is vereist dat zij een rechtsvorm hebben die vergelijkbaar is met die van de Nederlandse rechtspersonen die wel onder artikel 362, zevende lid, Boek 2 BW vallen en voorts dat zij aan de in deze wettelijke bepaling gestelde voorwaarden voldoen.

  • 3. Kunnen Nederlandse vaste inrichtingen van buitenlandse rechtsvormen (buitenlandse belastingplichtigen) gebruik maken van de RFV?

    Ingevolge artikel 17, eerste lid, Wet Vpb 1969 is artikel 7, vijfde lid, Wet Vpb 1969 van overeenkomstige toepassing ten aanzien van buitenlandse belastingplichtigen. Voor buitenlandse belastingplichtigen die niet zijn opgericht naar Nederlands recht geldt hetzelfde als onder vraag 2 is opgemerkt. Zij kunnen formeel niet voldoen aan de voorwaarde de jaarrekening op de voet van artikel 362, zevende lid, Boek 2 BW in een andere valuta op te stellen omdat zij niet onder de werking van artikel 362, zevende lid, Boek 2 BW vallen. Ik keur evenwel goed dat ook zij gebruik kunnen maken van de RFV. Om van de mogelijkheid van de RFV gebruik te kunnen maken moet de vaste inrichting de jaarrekening in de functionele valuta opmaken en naar het buitenland rapporteren in functionele valuta. Tevens is vereist dat de buitenlandse rechtsvorm een rechtsvorm is die vergelijkbaar is met die van de Nederlandse rechtspersoon die wel onder artikel 362, zevende lid, Boek 2 BW valt. De vaste inrichting moet ook overigens voldoen aan de voorwaarden van artikel 362, zevende lid, Boek 2 BW.

  • 4. Kan binnen fiscale eenheid zowel een functionele valuta als de euro worden gehanteerd?

    Neen. Bij een fiscale eenheid is er één belastingplichtige, die alleen voor het geheel voor de functionele valuta kan opteren.

  • 5. Kan een fiscale eenheid worden aangegaan door rechtspersonen waarbij de ene rechtspersoon gebruik maakt van de RFV en de andere niet?

    Neen. Door toepassing van de RFV wordt de winst in afwijking van de normale regels berekend. Bij beide rechtspersonen zijn derhalve niet dezelfde bepalingen van toepassing, hetgeen vorming van een fiscale eenheid op basis van artikel 15, tweede lid, Wet Vpb 1969 in de weg staat.

    Het aangaan van een fiscale eenheid door een rechtspersoon die wel en een rechtspersoon die geen gebruik maakt van de RFV is evenmin mogelijk onder het stellen van de voorwaarde dat beide rechtspersonen op het verenigingstijdstip dezelfde functionele valuta of de euro hanteren.

    Dit zou er toe leiden dat de RFV met terugwerkende kracht wordt toegepast. Deze terugwerkende kracht is echter niet beoogd, zie artikel 2, tweede lid RFV.

    Indien een fiscale eenheid gevormd wordt met een nieuw opgerichte rechtspersoon geldt het bovenstaande niet. Op grond van artikel 2, tweede lid van de RFV leidt inwilliging van het verzoek in het jaar waarin de belastingplicht een aanvang neemt tot toepassing van de RFV met ingang van het tijdstip waarop de belastingplicht een aanvang neemt. In dit geval kan de RFV met terugwerkende kracht worden toegepast. Dit betekent dat de vorming van een fiscale eenheid door een moedermaatschappij die gebruik maakt van de RFV met een nieuw opgerichte dochtermaatschappij vanaf oprichtingsdatum mogelijk is indien voldaan wordt aan de vereisten van artikel 15, Wet Vpb en onder de aanvullende voorwaarde dat de nieuw opgerichte dochtermaatschappij het verzoek om toepassing van de RFV in het jaar van oprichting doet.

  • 6. Voorkoming dubbele belasting

    • a. Op welke wijze wordt de vrij te stellen winst van een vaste inrichting berekend indien in het land waar de vaste inrichting zich bevindt ook een functionele valuta wordt gehanteerd?

      Indien in het land waar de vaste inrichting zich bevindt een met de RFV vergelijkbare regeling bestaat en op basis daarvan in het andere land aangifte wordt gedaan in een functionele valuta, is het toegestaan bij de berekening van de vrij te stellen vaste inrichtingwinst uit te gaan van deze functionele valuta. Hierbij geldt als voorwaarde dat de vennootschap voor de berekening van de vrij te stellen vaste inrichtingwinst dezelfde voorwaarden accepteert als die worden gesteld ten aanzien van de toepassing van de RFV voor het generale resultaat. Slechts indien zowel de winst van het hoofdhuis als de winst van de vaste inrichting in dezelfde functionele valuta worden berekend, treden er geen vertaalresultaten op.

    • b. Moet in het kader van de aftrek elders belast voor de bepaling van de teller en de noemer van de voorkomingsbreuk worden uitgegaan van de functionele valuta?

      De vrij te stellen winst van de vaste inrichting wordt naar Nederlandse maatstaven berekend in de munt van het land waar de vaste inrichting is gevestigd. Vervolgens wordt deze winst omgerekend in euro’s. Indien gebruik gemaakt wordt van de RFV wordt het belastbaar bedrag, waaronder de wereldwinst, berekend in de functionele valuta in plaats van in euro’s. In het verlengde daarvan wordt de voorkomingsbreuk eveneens in functionele valuta berekend.

  • 7. (vervallen)

  • 8. Geldt de RFV ook voor de dividendbelasting?

    De vraag is gesteld of de RFV tevens geldt voor de berekening van het gemiddeld op aandelen gestort kapitaal voor de dividendbelasting. Het antwoord luidt ontkennend; de regeling is niet van toepassing op de dividendbelasting, de kapitaalmutaties worden derhalve in euro’s gemuteerd.

  • 9. Waar zijn de koersen te vinden?

    In art. 1, letter b, van de RFV is vermeld dat het gaat om de geldeenheid van een Mogendheid waarvan de door de Nederlandsche Bank NV (DNB) vastgestelde informatieve wisselkoers wordt gepubliceerd in de officiële prijscourant van de Nederlandse effectenbeurs. Op 1 januari 1999 is de Europese Centrale Bank (ECB) ontstaan en worden de koersen in een aantal gevallen door de ECB vastgesteld. Deze koersen worden eveneens door DNB gepubliceerd. Met ingang van 1 januari 1999 is de RFV dan ook mogelijk voor de door DNB gepubliceerde koersen, waaronder de door de ECB vastgestelde koersen. De hiervoor bedoelde, door DNB gepubliceerde koersen, de dagkoersen en de gemiddelde maandkoersen, zijn te vinden op www.statistics.dnb.nl.

Datum inwerkingtreding [Vervallen per 10-08-2006]

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.

Vervallen besluit [Vervallen per 10-08-2006]

Het besluit van 19 maart 2001, nr. CPP2001/705M vervalt per 1 januari 2002.