Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Tijdelijke stimuleringsregeling zelforganisaties minderheden[Regeling vervallen per 01-01-2004.]

Geldend van 14-12-2001 t/m 31-12-2003

Tijdelijke stimuleringsregeling zelforganisaties minderheden

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op artikel 10 van de Welzijnswet 1994,

Besluit:

§ 1. Algemeen [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2004]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. minister:

de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

b. project:

een activiteit of een samenhangend geheel van activiteiten met een incidenteel karakter;

c. projectsubsidie:

een subsidie in de redelijkerwijs te maken kosten van een project;

d. zelforganisatie:

een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die uitsluitend of in hoofdzaak bestaat uit en werkzaam is voor en met minderheden, die een landelijk werkterrein heeft, op landelijk niveau is georganiseerd en die nagenoeg uitsluitend uit vrijwilligers bestaat;

e. minderheden:

de volgende groepen van personen die in Nederland verblijven:

  • personen afkomstig uit Turkije, Marokko, Tunesië, Kaapverdië, Portugal, Spanje, Italië, Joegoslavië, Slovenië, Kroatië, Bosnië, Macedonië, Griekenland, China, Suriname, de Nederlandse Antillen, Aruba of de Molukken, die:

  • zigeuners;

  • verdragsvluchtelingen in de zin van artikel 1, onder l, van de Vreemdelingenwet 2000 dan wel tot Nederlander genaturaliseerde oorspronkelijke verdragsvluchtelingen;

  • kinderen van personen die tot de hierboven genoemde groepen behoren.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2004]

De minister kan op aanvraag eenmaal een projectsubsidie verstrekken aan een zelforganisatie voor een project dat is gericht op:

  • a. de informatievoorziening aan de doelgroep van de zelforganisatie;

  • b. de bevordering van de communicatie binnen de doelgroep van de zelforganisatie; en

  • c. de bevordering van het functioneren en de levensvatbaarheid van de zelforganisatie.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2004]

Een projectsubsidie wordt slechts verstrekt, indien naar het oordeel van de minister:

  • a. het verstrekken van de subsidie zijn beleid ondersteunt dat is neergelegd in de welzijnsnota, bedoeld in artikel 8 van de Welzijnswet 1994, dan wel anders openbaar is gemaakt;

  • b. mag worden verwacht dat de met de subsidiëring beoogde doeleinden zullen worden bereikt;

  • c. de zelforganisatie naar het oordeel van de minister de behoefte aan subsidie heeft aangetoond; en

  • d. de zelforganisatie aannemelijk heeft gemaakt dat de financiële middelen, met inbegrip van subsidie, voldoende zullen zijn om de voorgenomen activiteiten uit te voeren.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2004]

  • 1 Voor een projectsubsidie komen niet in aanmerking zelforganisaties:

    • a. die subsidie hebben ontvangen op grond van de Landelijke subsidieregeling vluchtelingen, minderheden en asielzoekers; of

    • b. waaraan op grond van de Subsidieregeling welzijnsbeleid eerder subsidie is verleend.

  • 2 Voor projectsubsidie komen voorts niet in aanmerking de kosten van:

    • a. investeringen;

    • b. het in dienst nemen of hebben van personeel;

    • c. activiteiten met een politiek dan wel religieus karakter;

    • d. feesten, vieringen, herdenkingen, culturele manifestaties; en

    • e. coördinerende en voorwaardenscheppende werkzaamheden als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Wet overleg minderhedenbeleid.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2004]

Een projectsubsidie kan worden verstrekt voor een periode die zich uitstrekt uiterlijk tot en met 31 december 2003.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2004]

  • 1 Een projectsubsidie bestaat uit het verschil tussen de met het project samenhangende lasten, voorzover opgenomen in de door de minister goedgekeurde begroting, verminderd met de in die begroting met het project samenhangende opgenomen overige baten.

  • 2 Een projectsubsidie bedraagt ten hoogste € 22.690 per project.

§ 2. Subsidieplafond [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2004]

  • 1 Het subsidieplafond ten behoeve van subsidieverstrekking op grond van deze regeling bedraagt per kalenderjaar € 453.780.

  • 2 Het beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt verdeeld in volgorde van ontvangst van de aanvragen met dien verstande, dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling als de datum van ontvangst geldt.

§ 3. Subsidieaanvragen [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2004]

  • 1 De zelforganisatie die subsidie voor een project verlangt, dient tenminste 13 weken vóór aanvang van het project een aanvraag in. De aanvraag wordt onderbouwd met een projectplan en een begroting. Indien het project wordt uitgevoerd in meerdere kalenderjaren, gaat de aanvraag bovendien vergezeld van een liquiditeitsprognose per kalenderjaar.

  • 2 In het projectplan worden de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten beschreven. Daarbij wordt aangegeven welke doelstelling de aanvrager met de activiteiten nastreeft en op welke wijze die zullen worden uitgevoerd.

  • 3 De begroting geeft inzicht in de lasten en baten van het project. De begroting is voorzien van een postgewijze toelichting.

  • 4 Het projectplan en de begroting worden ingericht conform de bijlage bij deze regeling.

  • 5 De minister kan ontheffing verlenen van de in het eerste lid bedoelde aanvraagtermijn.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2004]

  • 1 Bij de aanvraag van een projectsubsidie door een zelforganisatie worden tevens overgelegd:

    • a. een afschrift van de oprichtingsakte of de statuten;

    • b. een afschrift waaruit de inschrijving van de zelforganisatie in het geldende openbaar register blijkt; en

    • c. indien de aanvraag is ondertekend door een of meer andere personen dan de personen die op grond van de statuten bevoegd zijn de zelforganisatie te vertegenwoordigen: een afschrift van de volmacht op grond waarvan de aanvraag door die andere persoon of personen is ondertekend.

  • 2 De minister kan een zelforganisatie tevens verplichten tot het overleggen van een volledig overzicht van de financiële toestand van de zelforganisatie op het tijdstip van de aanvraag.

  • 3 Voorzover de zelforganisatie voor dezelfde begrote uitgaven tevens subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd bij een of meer andere bestuursorganen of organisaties, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag, onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.

  • 4 Overlegging van in het eerste lid bedoelde afschriften kan achterwege blijven, indien de zelforganisatie er redelijkerwijs vanuit kan gaan dat deze gegevens aan de minister bekend zijn.

§ 4. Subsidieverstrekking [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2004]

De minister geeft een beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in artikel 8, eerste lid.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2004]

Indien het project wordt uitgevoerd in meerdere kalenderjaren, wordt de projectsubsidie betaald in jaarlijkse termijnen. De beschikking tot subsidievaststelling vermeldt welk bedrag elk kalenderjaar wordt betaald. Daarbij wordt rekening gehouden met de ingediende liquiditeitsprognose.

§ 5. Verplichtingen [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2004]

De zelforganisatie zorgt ervoor dat:

  • a. de doeleinden, gesteld in het projectplan, op doelmatige wijze worden nagestreefd;

  • b. de werkzaamheden op een zodanige manier worden geregeld dat een goed beleid en beheer worden gevoerd; en

  • c. de subsidie op doelmatige wijze wordt gebruikt voor de doeleinden waarvoor deze wordt verstrekt.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2004]

De zelforganisatie zorgt er voorts voor dat:

  • a. de administratie op overzichtelijke en doelmatige wijze wordt gevoerd;

  • b. de administratie een juist, volledig en actueel beeld geeft van het functioneren van de zelforganisatie; en

  • c. van alle ontvangsten en uitgaven deugdelijke bewijsstukken aanwezig zijn, waaruit de aard en de omvang van de geleverde goederen of van de verrichte diensten duidelijk blijken.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2004]

De zelforganisatie doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot intrekking of wijziging van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2004]

  • 1 De zelforganisatie zendt binnen drie maanden na afloop van het project waarvoor de subsidie is verstrekt aan de minister een verslag dat inzicht geeft in de aard, duur en omvang van de in het kader van de subsidiëring verrichte activiteiten. Het verslag vergelijkt de verrichte activiteiten met de in het projectplan voorgenomen activiteiten. Het verslag heeft dezelfde opzet en volgorde als het projectplan.

  • 2 De minister kan voor het indienen van het verslag formulieren vaststellen.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2004]

De zelforganisatie vrijwaart de Staat der Nederlanden voor aanspraken van derden terzake van alle schade die zij lijden ten gevolge van de door of vanwege de zelforganisatie in het kader van het project verrichte publicaties.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2004]

  • 1 De zelforganisatie verstrekt aan de door de minister aangewezen ambtenaren of andere personen op hun verzoek alle bescheiden en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor een juiste vervulling van hun taak. De bescheiden worden op één adres getoond en de inlichtingen, op verzoek, schriftelijk verstrekt. Indien de zelforganisatie slechts kan voldoen aan deze verplichting door inbreuk te maken op het recht van enig persoon op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer, verstrekt de zelforganisatie de verlangde gegevens op zodanige wijze dat deze niet tot personen herleidbaar zijn.

  • 2 Ook anderszins wordt zoveel mogelijk medewerking verleend teneinde de door de minister aangewezen ambtenaren of andere personen in staat te stellen hun taak op een juiste wijze te vervullen.

  • 3 De zelforganisatie werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de uitvoering van de landelijke functie.

§ 6. Overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2004]

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2004]

De minister kan, gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voorzover strikte toepassing leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2004]

Tot en met 31 december 2001 bedraagt het bedrag genoemd in artikel 6, tweede lid: f 50.000,- en het bedrag genoemd in artikel 7, eerste lid: f 1.000.000,-.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2004]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2004.

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2004]

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke stimuleringsregeling zelforganisaties minderheden.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Staatssecretaris

van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

M. Vliegenthart

Bijlage behorende bij de Tijdelijke stimuleringsregeling zelforganisaties minderheden, artikel 8, vierde lid [Vervallen per 01-01-2004]

Projectplan [Vervallen per 01-01-2004]

In het projectplan bij de aanvraag van een projectsubsidie op grond van de Tijdelijke stimuleringsregeling zelforganisaties minderheden dienen tenminste de hieronder genoemde onderwerpen aan de orde te komen. Het niet de bedoeling dat wordt volstaan met trefwoordgewijze aanduidingen, maar dat op de verschillende onderwerpen, voorzover mogelijk, inhoudelijk en beschrijvend wordt ingegaan. Globaal kan worden gesteld dat een projectplan antwoord moet kunnen geven op vragen als: wie, wat, waar, wanneer, waarom, hoe, hoeveel, waartoe, enz.

  • 1. Correspondentiegegevens: naam zelforganisatie, adres, postcode, woonplaats, telefoonnummer, naam contactpersoon, bank- of gironummer, e-mailadres;

  • 2. Het jaar/de periode waarop de subsidie-aanvraag betrekking heeft;

  • 3. Per activiteit binnen het project afzonderlijk:

    • a. het beoogde resultaat van de activiteit en op wie de activiteit is gericht;

    • b. de omvang van de activiteit: hoeveel personen/organisaties zullen bereikt worden;

    • c. de aard van de activiteit: hoe de activiteit wordt uitgevoerd (korte beschrijving van de aanpak) en welke organisatie(s) daarbij eventueel worden ingeschakeld.

De begroting [Vervallen per 01-01-2004]

De begroting moet sluitend zijn en dient een inzicht te geven in de totale lasten en baten van een project. Het is een activiteitenbegroting. Overheadkosten dienen toegerekend te zijn aan activiteiten binnen het project; overheadkosten zijn als op zichzelf staande post niet subsidiabel.

Duidelijk dient te zijn op welke manier (door welke instantie) wordt voorzien in de benodigde baten; daarmee wordt ook duidelijk voor lasten van welke activiteiten subsidie wordt gevraagd van het ministerie.

De verschillende posten in de begroting dienen te worden toegelicht.

Bij een aanvraag die betrekking heeft op meerdere kalenderjaren gaat de begroting vergezeld van een liquiditeitsprognose per kalenderjaar. Deze liquiditeitsprognose geeft gemotiveerd inzicht in het verloop van de liquiditeitsbehoefte van het project per kalenderjaar.