KruimelpadGeldend op 17-05-2012
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het gewenst is diverse wetten aan te passen aan de wijzigingen in de Wet op de rechterlijke organisatieen de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in verband met de modernisering van de gerechtelijke organisatie;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
[Wijzigt de Wet van 3 maart 1965, houdende uitvoering van het op 30 augustus 1962 te 's-Gravenhage gesloten Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken (Stb. 92).]
[Wijzigt de Wet van 4 mei 1972, houdende uitvoering van het op 27 september 1968 te Brussel tussen de Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap tot stand gekomen Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, met Protocol (Stb. 240).]
[Wijzigt de Wet van 1 november 1980, houdende aanwijzing van een rechter op grond van artikel 54 van het Verdrag van Washington van 18 maart 1965 inzake de beslechting van geschillen met betrekking tot investeringen tussen Staten en onderdanen van andere Staten (Trb. 1966, 152) (Stb. 1980, 595).]
[Wijzigt de Wet van 2 mei 1990 tot uitvoering van het op 20 mei 1980 te Luxemburg tot stand gekomen Europese Verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen, uitvoering van het op 25 oktober 1980 te 's-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen alsmede algemene bepalingen met betrekking tot verzoeken tot teruggeleiding van ontvoerde kinderen over de Nederlandse grens en de uitvoering daarvan (Stb. 202).]
[Wijzigt de Wet van 14 september 2001 tot wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Douanewet en enige andere wetten, alsmede intrekking van de Tariefcommissiewet (vervanging van beroep bij de Tariefcommissie door beroep bij de douanekamer van het gerechtshof te Amsterdam en de instelling van beroep in cassatie in douanezaken) (Stb. 419).]
[Wijzigt de Wet op de rechterlijke organisatie, de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, de Wet op de rechterlijke indeling, de Beroepswet, de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie, de Wet organisatie en bestuur gerechten, de Wet Raad voor de rechtspraak en de Algemene wet bestuursrecht.]
1.De zaken die bij een kantongerecht aanhangig zijn, worden van rechtswege in de stand waarin zij zich bevinden overgedragen aan de rechtbank van het arrondissement waartoe het kantongerecht behoorde.
2.Ten aanzien van de verdere behandeling door de rechtbank van zaken als bedoeld in het eerste lid, blijft het recht zoals het gold voor de datum van inwerkingtreding van dit artikel van toepassing.
1.Ten aanzien van de verdere behandeling door een rechtbank van zaken waarin voor de datum van inwerkingtreding van dit artikel hoger beroep is ingesteld tegen vonnissen en beschikkingen van een kantonrechter blijft het recht zoals het gold voor de datum van inwerkingtreding van dit artikel van toepassing. De kantonrechter wiens vonnissen en beschikkingen het hoger beroep betreffen, neemt aan de behandeling daarvan geen deel.
2.Ten aanzien van de mogelijkheid van het aanwenden van rechtsmiddelen tegen vonnissen en beschikkingen van een kantonrechter die voor de datum van inwerkingtreding van deze wet zijn tot stand gekomen en de termijn waarbinnen dat rechtsmiddel kan worden aangewend blijft het recht zoals het gold voor de datum van inwerkingtreding van deze wet van toepassing. De kantonrechter wiens vonnissen en beschikkingen het hoger beroep betreffen, neemt aan de behandeling daarvan geen deel.
3.Ten aanzien van de verdere behandeling van zaken waarin voor de datum van inwerkingtreding van dit artikel een rechtsmiddel is aangewend tegen vonnissen en beschikkingen in hoger beroep van een rechtbank blijft het recht zoals het gold voor de datum van inwerkingtreding van dit artikel van toepassing.
4.Ten aanzien van de mogelijkheid van het aanwenden van rechtsmiddelen tegen vonnissen en beschikkingen in hoger beroep van een rechtbank die op of na de datum van inwerkingtreding van dit artikel zijn tot stand gekomen blijft het recht zoals het gold voor de datum van inwerkingtreding van dit artikel van toepassing.
1.De tekst van de Wet op de rechterlijke organisatie wordt in het Staatsblad geplaatst. Voor de plaatsing van de Wet op de rechterlijke organisatie in het Staatsblad stelt Onze Minister van Justitie zo nodig de nummering van de artikelen, hoofdstukken en paragrafen van de Wet op de rechterlijke organisatie opnieuw vast.
2.Voor de plaatsing van deze wet in het Staatsblad brengt Onze minister van Justitie de in deze wet voorkomende aanhalingen, paragrafen, afdelingen en hoofdstukken van de Wet op de rechterlijke organisatie in overeenstemming met de nummering van die wet, vastgesteld ingevolge de artikelen XV van de Wet organisatie en bestuur gerechten en VII van de Wet Raad voor de rechtspraak en het eerste lid.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Beatrix
De Minister van Justitie,
A. H. Korthals
De Minister van Justitie,
A. H. Korthals