KruimelpadGeldend op 09-02-2012
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om een reïntegratieverslag en verlenging van de wachttijd in de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering in te voeren, de bepalingen over de ziekmelding in de Ziektewet en over de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever in het Burgerlijk Wetboek alsmede, in verband met het voorgaande, de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten en enige andere wetten, te wijzigen met het oog op verbetering van de procesgang tijdens het eerste ziektejaar van de werknemer en een heldere verantwoordelijkheidsverdeling van werkgevers, werknemers, arbodiensten en uitvoeringsinstanties daarbij;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
[Wijzigt de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.]
[Wijzigt de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.]
[Wijzigt de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen.]
[Wijzigt de Wet beslistermijnen sociale verzekeringen.]
[Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekerng zelfstandigen.]
[Wijzigt de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.]
1.Ten aanzien van de verzekerde wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte is gelegen voor de dag van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel M, zijn de artikelen 46, 71a, 75e, en 75f van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de artikelen 8, eerste lid, 15, tweede lid, 16 en 18, tweede lid, van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten, 15 van de Wet inschakeling werkzoekende, 52j van de Werkloosheidswet, en 14 van de Arbeidsomstandighedenwet zoals deze luiden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel M, van toepassing en zijn de artikelen 34a en 71b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en artikel 629 lid 11, onderdeel d, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, en artikel 76a, zesde lid, onderdeel b, van de Ziektewet niet van toepassing.
2.Ten aanzien van de verzekerde die voor de dag van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel B, zonder redelijke gronden weigert deel te nemen aan een voor hem gewenste opleiding of scholing of onvoldoende meewerkt aan het bereiken van een gunstig resultaat ervan, is artikel 28, onderdeel g, van de Wet op de arbeidsongeschiktheid niet van toepassing en is artikel 21, vierde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheid, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel B, van toepassing.
3.Ten aanzien van de verzekerde die voor de dag van inwerkingtreding van artikel XII, onderdeel A, zonder redelijke gronden weigert deel te nemen aan een voor hem gewenste opleiding of scholing of onvoldoende meewerkt aan het bereiken van een gunstig resultaat ervan, is artikel 46, onderdeel g, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen niet van toepassing en is artikel 9, derde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel XII, onderdeel A, van toepassing.
4.Ten aanzien van de jonggehandicapte die voor de dag van inwerkingtreding van artikel XIII, onderdeel A, zonder redelijke gronden weigert deel te nemen aan een voor hem gewenste opleiding of scholing of onvoldoende meewerkt aan het bereiken van een gunstig resultaat ervan, is artikel 38, onderdeel g, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten niet van toepassing en is artikel 8, derde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel XIII, onderdeel A, van toepassing.
5.Indien op grond van het eerste lid toepassing wordt gegeven aan de artikelen 46, 71a, derde of vierde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of artikel 52j van de Werkloosheidswet, zoals die luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel M, zijn de artikelen 89 en 97e, onderdeel h, van de Werkloosheidswet, zoals die luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel V, onderdeel B, onder 2, van toepassing, met dien verstande dat in artikel 89, onderdeel f, en artikel 97e, onderdeel h, van de Werkloosheidswet voor «artikel 71a, tweede en derde lid» wordt gelezen: artikel 71a, derde en vierde lid.
6.Indien artikel 8, eerste lid, van de Wet op de (re)ïntegratie arbeidsgehandicapten, zoals dat lid luidde op het moment voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, toepassing vindt en op grond van dat artikel het reïntegratieverslag wordt verstrekt aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, is artikel 34a, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering niet van toepassing.
7.Bij ministeriële regeling kunnen in verband met de goede overgang van taken van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen naar verplichtingen van de werkgever regels van overgangsrecht worden gesteld.
1.De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2.Indien het bij koninklijke boodschap van 2 maart 2000 ingediende voorstel van een Tijdelijke referendumwet (Kamerstukken II 1999/2000, 27 034) tot wet wordt verheven en in werking treedt, en deze wet wordt bekrachtigd op of na het tijdstip van inwerkingtreding van de Tijdelijke referendumwet, kan bij de toepassing van het eerste lid worden afgeweken van de artikelen 12 en 13 van de Tijdelijke referendumwet en vindt in dat geval artikel 16 van laatstgenoemde wet toepassing.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Beatrix
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. F. Hoogervorst
De Minister van Justitie,
A. H. Korthals
De Minister van Justitie,
A. H. Korthals