KruimelpadGeldend op 31-01-2010
De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling.
Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van
in de balk hierboven.
1. De werkinstructie, bedoeld in artikel 6.15, eerste lid, onder a. van het Arbeidsomstandighedenbesluit, wordt als deugdelijk aangemerkt indien bij de weergave van de veiligheidsvoorzieningen en de noodprocedures ten minste aandacht is besteed aan:
a. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden
b. Materieel en onderhoud
c. Duikprocedures
d. Inschakeling reserveduiker
e. Voorzieningen en procedures voor situaties die afwijken van de algemeen voorkomende werksituaties
f. Richtlijnen voor decompressie
g. Ongevalsmelding en medische hulp
h. Samenstelling en gebruik van de EHBO-uitrusting.
2. Het aan de werknemers ter beschikking te stellen materieel als bedoeld in artikel 6.15, eerste lid, onder b, van het Arbeidsomstandighedenbesluit bestaat ten minste uit:
a. voorzieningen waarmee de ploegleider en de duikers met elkaar kunnen communiceren, waartoe in elk geval wordt gerekend een seinlijn van voldoende sterkte voor iedere duiker, indien de aard van de arbeid het gebruik van een seinlijn toelaat;
b. voorzieningen waarmee de duiker op veilige wijze in en uit de vloeistof kan komen, waarin duikarbeid wordt verricht;
c. een voorziening waardoor de ploegleider voortdurend op de hoogte kan zijn van de diepte waarop de duiker zich bevindt;
d. indien de duiklocatie niet of onvoldoende verlicht is, een aan de duiker bevestigde voorziening die de positie van de duiker bij verblijf aan de oppervlakte aangeeft, alsmede verlichting van de plaats vanwaar wordt gedoken;
e. voorzieningen om de lichaamstemperatuur van de duiker op peil te houden, indien het gevaar bestaat dat die temperatuur te veel daalt of stijgt;
f. een duiksysteem (waaronder ten minste een duikklok), indien wordt gedoken naar een diepte van 50 meter of meer;
g. een voorziening die tijdens duikarbeid het ademgas aan de duiker toevoert;
h. een voorziening om bij het duiken met oppervlakteademgasvoorziening (SSE) bij het gebruik van ademgas anders dan lucht, de kwaliteit van het ademgas aan de oppervlakte permanent te bewaken, alsmede een alarmsysteem dat een afwijking van de vereiste samenstelling onmiddellijk meldt.
3. Met betrekking tot het ter beschikking te stellen ademgas als bedoeld in artikel 6.15, eerste lid, onder b, wordt het volgende in acht genomen.
a. Er is sprake van voldoende ademgas wanneer de duiker gebruik kan maken van een zodanige hoeveelheid reserve-ademgas dat hij in geval van nood de duik op veilige wijze kan afbreken.
b. Bij gebruik van individuele onafhankelijke ademgasvoorziening – zoals bij scuba duikers – wordt, ter vaststelling van de voor een bepaalde activiteit geschikte kwaliteit ademgas, bij het gebruik van ademgas anders dan lucht net vóór aanvang van een duik de samenstelling van het gasmengsel gecontroleerd.
4. Voor de in artikel 6.15, eerste lid, onder c, juncto artikel 6.16, zevende lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit bedoelde persoon die de werknemers medisch kan begeleiden geldt ten minste het volgende:
a. Wanneer deze duikmedische begeleider een lid is van de duikploeg, mag hij niet zelf duiken noch mag hij in de voorafgaande 12 uur dieper dan 9 meter gedoken hebben.
b. Uitsluitend ingeval de duikploeg uit 2 personen mag bestaan (ingevolge artikel 6.16, vierde lid) kan de duikmedische begeleider als ploegleider en reserveduiker optreden, het onder a genoemde 12-uurscriterium vervalt dan.
5. De eerste-hulpuitrusting is adequaat als bedoeld in artikel 6.15, eerste lid, onder d, indien:
a. deze wordt vastgesteld in overeenstemming met de arts bedoeld in artikel 6.15, tweede lid, en een door deze arts op schrift gestelde verklaring van de vastgestelde inhoud is bijgevoegd;
b. een zuurstofkoffer daarvan deel uitmaakt.
6. Onder de hierna te noemen omstandigheden is sprake van een voorzienbare kans dat de duikers in moeilijkheden raken, bedoeld in artikel 6.16, vierde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit:
a. de reserveduiker kan duikuitrusting niet zelf aantrekken;
b. slecht zicht, te weten: op minder dan 1 meter zijn personen of voorwerpen niet duidelijk zichtbaar;
c. onmogelijkheid vrij op te stijgen;
d. aanwezigheid obstakels;
e. betreding van holle ruimten.
7. Een geschikte compressiekamer als bedoeld in artikel 6.18, eerste lid, voldoet aan de eisen die onafhankelijke classificatiebureaus stellen. Zij heeft in ieder geval de volgende voorzieningen:
a. de constructie is zodanig dat deze de benodigde decompressiedruk ruimschoots kan weerstaan;
b. aan de compressiekamer kan ademhalingsgas worden toegevoerd voor therapeutische recompressie;
c. de temperatuur in een compressiekamer is zodanig dat zij een optimale decompressie waarborgt;
d. in de compressiekamer bevindt zich een brandblusinstallatie, die onder overdruk bruikbaar is;
e. vanuit de compressiekamer is voortdurend telefonisch contact mogelijk met de persoon die de werknemers adequaat medisch begeleiden kan, bedoeld in artikel 6.15, eerste lid, onder c.
8. Ten aanzien personen die arbeid verrichten bestaande uit de instructie van sportduikers, bedoeld in artikel 6.13, derde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit en leerlingen en studenten als bedoeld in artikel 6.31, van het Arbeidsomstandighedenbesluit zijn niet van toepassing:
a. de materieeleisen, bedoeld in het tweede lid, de onderdelen a, c, d, f en h. Wel gelden de materieeleisen zoals gebruikelijk in de sportduikwereld;
b. de eisen aan de eerste-hulpuitrusting, bedoeld in het vijfde lid, onderdelen a en b. Wel is ten minste een eerste-hulpuitrusting aanwezig zoals voorgeschreven door de Nederlandse Onderwatersportbond.