Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Beleidsregels arbeidsomstandighedenwetgeving[Regeling vervallen per 01-01-2013.]

Geldend van 01-09-2012 t/m 31-12-2012

Besluit van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, van 27 november 2001, Directie Arbeidsomstandigheden, Arbo/AIS 0174663, tot vaststelling van beleidsregels op het gebied van de arbeidsomstandighedenwetgeving (Beleidsregels arbeidsomstandighedenwetgeving)

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst,

Besluit:

A. Beleidsregel Arbeidsomstandighedenwet [Vervallen per 01-01-2013]

Beleidsregel 8. Voorlichting en onderricht aan zwangere werknemers en werknemers tijdens lactatie [Vervallen per 01-01-2012]

Grondslag Arbowet artikel 8, juncto Arbobesluit

Beleidsregel 33. Boeteoplegging [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1 Bij de berekening van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 33, eerste en tweede lid, en artikel 34 van de Arbeidsomstandighedenwet worden voor alle overtredingen waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd de normbedragen gehanteerd van de ‘Tarieflijst boetenormbedragen bestuurlijke boete’ welke als bijlage 1 bij deze beleidsregels is gevoegd. Bij de toepassing hiervan wordt onderscheid gemaakt tussen:

    • a. overtredingen waarvoor eerst een waarschuwing wordt gegeven of een eis wordt gesteld en pas in tweede instantie, nadat is geconstateerd dat de betreffende tekortkoming niet is opgeheven, wordt overgegaan tot boeteoplegging;

    • b. ernstige overtredingen waarvoor een bestuurlijke boete kan worden gegeven zoals genoemd in de lijst welke is opgenomen als bijlage 2 bij deze beleidsregels.

    • c. overtredingen waarvoor direct een bestuurlijke boete kan worden gegeven zoals genoemd in de lijst welke is opgenomen als bijlage 3 bij deze beleidsregels;

  • 2 De in bijlage 1 genoemde normbedragen zijn uitgangspunt voor de berekening van op te leggen bestuurlijke boetes voor bedrijven of instellingen met 500 of meer werknemers. Voor bedrijven of instellingen van geringere omvang worden de volgende uitgangspunten gehanteerd voor de berekening van op te leggen bestuurlijke boetes:

    • a. bedrijven of instellingen met minder dan 5 werknemers betalen 10 procent;

    • b. bedrijven of instellingen met 5 tot en met 9 werknemers betalen 20 procent;

    • c. bedrijven of instellingen met 10 tot en met 39 werknemers betalen 30 procent;

    • d. bedrijven of instellingen met 40 tot en met 99 werknemers betalen 50 procent;

    • e. bedrijven of instellingen met 100 tot en met 249 werknemers betalen 60 procent;

    • f. bedrijven of instellingen met 250 tot en met 499 werknemers betalen 80 procent.

    Een al dan niet op bedrijfsgrootte gecorrigeerd normbedrag is het uitgangsbedrag voor eventuele verdere boeteberekening. Voor overtredingen waarvoor een bestuurlijke boete kan worden gegeven begaan door anderen dan de werkgever, bedoeld in artikel 16, achtste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, te weten de opdrachtgever, de ontwerpende partij en de uitvoerende partij, bedoeld in artikel 1.1, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, vindt geen correctie op het aantal werknemers plaats, maar zijn de in bijlage 1 genoemde normbedragen uitgangspunt voor de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete.

  • 3 Voor de boeteberekening van overtredingen waarvoor een bestuurlijke boete kan worden gegeven geconstateerd op locaties of in filialen, wordt als bedrijfs/instellingsgrootte het aantal werknemers van de gehele juridische eenheid gehanteerd.

  • 4 Bij de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete kunnen één of meer van de volgende factoren aan de orde zijn en achtereenvolgens leiden tot verhoging respectievelijk verlaging van het al dan niet op bedrijfsgrootte gecorrigeerde normbedrag:

    • a. in geval van ernstige overtredingen waarvoor een bestuurlijke boete kan worden gegeven zoals genoemd in bijlage 2, wordt het normbedrag met twee vermenigvuldigd;

    • b. vervolgens kunnen één of meer van de volgende factoren aan de orde zijn die achtereenvolgens leiden tot verlaging van het al dan niet op bedrijfsgrootte gecorrigeerde verdubbelde normbedrag:

      • 1°. indien de werkgever aantoont dat hij de risico’s van de werkzaamheden waarbij de overtreding waarvoor een bestuurlijke boete kan worden gegeven, zich heeft voorgedaan voldoende heeft geïnventariseerd en op grond daarvan de nodige maatregelen heeft getroffen en deugdelijke, voor de arbeid geschikte, arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking heeft gesteld, wordt de bestuurlijke boete met eenderde gematigd;

      • 2°. indien de werkgever bovendien aantoont dat hij voldoende instructies heeft gegeven, wordt de bestuurlijke boete met nog eenderde gematigd.

      • 3°. indien de werkgever bovendien aantoont dat hij adequaat toezicht heeft gehouden, wordt geen bestuurlijke boete opgelegd;

    • c. indien meer dan tien, respectievelijk meer dan vijftig werknemers aan een niet-administratieve overtreding zijn blootgesteld, wordt het al dan niet op grond a. verhoogde of verlaagde normbedrag met anderhalf, respectievelijk twee vermenigvuldigd;

    • d. overtredingen waarvoor een bestuurlijke boete kan worden gegeven die meermalen voorkomen, kunnen maximaal drie keer in de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete worden meegenomen;

    • e. indien sprake is van recidive van een overtreding waarvoor een bestuurlijke boete kan worden gegeven wordt de op te leggen bestuurlijke boete met anderhalf vermenigvuldigd.

  • 5 De totale bij een boetebeschikking op te leggen bestuurlijke boete bestaat, in geval er sprake is van meerdere overtredingen waarvoor een bestuurlijke boete kan worden gegeven, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen.

  • 6 De bestuurlijke boete die per boetebeschikking aan een werkgever (rechtspersoon of een natuurlijk persoon), of anderen dan de werkgever, bedoeld in het tweede lid, kan worden opgelegd bedraagt:

    • a. minimaal € 100;

    • b. maximaal € 100.000.

  • 7 Overtredingen waarvoor ook een werknemer beboet kan worden zijn in de bijlagen 1 tot en met 3 gemarkeerd met een asterisk achter het boetenormbedrag. De bestuurlijke boete die per boetebeschikking aan een werknemer kan worden opgelegd bedraagt maximaal € 225.

  • 8 Bij een arbeidsongeval dat leidt tot de dood, een blijvend letsel of een ziekenhuisopname als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet worden vaste boetebedragen opgelegd waarbij de volgende criteria worden gehanteerd:

    • a. afhankelijk van de categorie-indeling, bedoeld in artikel 34, vierde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, van de overtreding waarvoor een bestuurlijke boete kan worden gegeven, dat de directe aanleiding is geweest voor het arbeidsongeval en afhankelijk van het aantal werknemers van het bedrijf of de instelling gelden de volgende bedragen per werkgever:

      OMVANG BEDRIJF # werknemers

      Blijvend letsel/ziekenhuisopname

      Dodelijk letsel

      Boetecategorie

      Boetecategorie

      I

      II

      I

      II

      < 5

      1.350

      2.700

      1.800

      4.500

      5–9

      2.700

      5.400

      3.600

      9.000

      10–39

      4.050

      8.100

      4.500

      10.800

      40–99

      4.500

      9.000

      5.400

      13.500

      100–249

      5.400

      10.800

      6.750

      16.200

      250–499

      6.100

      12.000

      8.100

      20.000

      > 500

      6.750

      13.500

      9.000

      22.500

    • b. indien sprake is van meer dan één slachtoffer wordt het boetebedrag als volgt verhoogd:

      • 1°. in geval van twee slachtoffers wordt het boetebedrag met anderhalf vermenigvuldigd;

      • 2°. bij drie of meer slachtoffers wordt het boetebedrag met twee vermenigvuldigd, met dien verstande dat het boetebedrag per overtreding waarvoor een bestuurlijke boete kan worden gegeven de per categorie vastgestelde maximale bedragen (€ 9.000 of € 22.500) niet overschrijdt.

    • c. bij de berekening van de op te leggen bestuurlijke boete kunnen de drie factoren aan de orde zijn, genoemd in het vierde lid, onder b, en op overeenkomstige wijze leiden tot verlaging van het al dan niet op bedrijfsgrootte gecorrigeerde normbedrag.

Beleidsregel 1.42. Organisatie van de arbeid van zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie [Vervallen per 01-01-2012]

Grondslag Arbobesluit artikel 1.42.

Beleidsregel 2-1. Verplichtstelling arbeidsveiligheidsrapport, aanwijzing installaties [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag Arbobesluit afdeling 2 van hoofdstuk 2

Beleidsregel 2-2. Aanvullende eisen risico-inventarisatie en - evaluatie, aanwijzing installaties [Vervallen per 01-01-2012]

Grondslag: Arbobesluit afdeling 2 van hoofdstuk 2

Beleidsregel 2.21. Opleidingsprofiel bedrijfshulpverlener. [Vervallen per 01-01-2007]

Grondslag Arbobesluit artikel 2.21, eerste lid , en artikel 2.22.

Beleidsregel 3.2. Buisrailsystemen in kassen [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 3.2, artikel 3.16, eerste lid, artikel 3.17, artikel 7.3, derde lid, artikel 7.4, artikel 7.4a, eerste tot en met zesde lid, artikel 7.5, eerste en vijfde lid, artikel 7.17a, eerste tot en met vierde lid, en artikel 7.18b, eerste lid.

Beleidsregel 3.4. Aanleg en gebruik van elektrische installaties [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 3.4.

Beleidsregel 3.5. Elektrotechnische, bedienings- en andere werkzaamheden [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 3.5.

Beleidsregel 3.5g -1. Onderzoek in ruimten waar gevaar bestaat voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie [Vervallen per 01-01-2012]

Grondslag: Arbobesluit artikel 3.5g, eerste lid

Beleidsregel 3.5g -2. Onderzoek in ruimten waar gevaar bestaat voor verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand of explosie [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 3.5g, tweede en vierde lid, juncto artikel 8.4

Beleidsregel 3.6. Vluchtwegen en nooduitgangen [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 3.6.

Beleidsregel 3.9. Noodverlichting [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 3.9 en artikel 3.7, vijfde lid

Beleidsregel 3.13. Automatische deuren en hekken en doorgangen voor voetgangers [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 3.13, zesde tot en met achtste lid.

Beleidsregel 3.16. Voorzieningen bij valgevaar [Vervallen per 01-01-2012]

Grondslag: Arbobesluit artikel 3.16, eerste en tweede lid.

Beleidsregel 3.19. Afmetingen van arbeidsplaatsen in kantoren [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 3.19.

Beleidsregel 3.40. Kogelwerend en slagvast glas in benzinestations [Vervallen per 01-01-2007]

Grondslag: Arbobesluit artikel 3.40 onder c.

Beleidsregel 4.1c -1. Zorgvuldigheid, ordelijkheid en zindelijkheid bij het verrichten van arbeid met gevaarlijke stoffen [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.1c, eerste lid, onder f.

Beleidsregel 4.1c -2. Etikettering gevaarlijke stoffen die op de werkplek aanwezig zijn [Vervallen per 01-01-2012]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.1c, eerste lid, onder i.

Beleidsregel 4.1c -3. Maatregelen ter preventie van huid- en luchtwegklachten bij arbeid in kappersbedrijven [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.1c, eerste lid aanhef en onder a, b, d, e en g, artikel 4.4 juncto Hoofdstuk 8, afdeling 1.

Beleidsregel 4.1c -4. Doeltreffende beheersing van blootstelling aan gevaarlijke stoffen [Vervallen per 01-01-2012]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.1c, eerste lid, juncto artikel 4.4, eerste tot en met vijfde lid, juncto artikel 4.3, derde lid.

Beleidsregel 4.1c -5. Doeltreffende maatregelen bij blootstelling aan rook als gevolg van lassen, gutsen, plasmasnijden en solderen van metaal [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.1c, eerste lid, artikel 4.3. eerste, derde en vierde lid, artikel 4.4, artikelen 4.16, 4.17, 4.18, juncto hoofdstuk 8, afdeling 1

Beleidsregel 4.1c -6. Doeltreffende beheersing van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen bij werken in of met verontreinigde grond of verontreinigd grondwater [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 3.22, tweede en vierde lid, artikel 3.23, eerste en tweede lid, juncto artikel 3.24, eerste lid, artikel 4.1c, eerste lid, artikel 4.2, eerste lid, artikel 4.4, artikel 4.6, eerste en tweede lid, artikel 4.15, eerste lid, artikel 4.18, artikel 4.19, artikel 4.20, eerste tot en met vierde lid, artikel 4.45, eerste en tweede lid, artikel 4.45a, artikel 4.45b, artikel 4.46, artikel 4.47, artikel 4.47a, artikel 4.47c, artikel 4.51, artikel 4.53.

Beleidsregel 4.1c -7. Doeltreffende beheersing van de blootstelling aan inhalatie anesthetica in ziekenhuizen [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.1c, eerste lid, artikel 4.4 en artikel 4.10d

Beleidsregel 4.2 -1. Wijze van beoordelen van blootstelling aan gevaarlijke stoffen en enkele aanvullende regels voor asbest [Vervallen per 01-01-2012]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.2, eerste tot en met vierde lid.

Beleidsregel 4.2 -2. Wijze van beoordelen van blootstelling aan gevaarlijke stoffen bij werken in of met verontreinigde grond of verontreinigd grondwater [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.2, derde lid

Beleidsregel 4.3 -1. Doeltreffende beheersing van de blootstelling aan stoffen door gebruik van persoonlijke ademhalingsbeschermingsmiddelen [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.3, vierde lid, en artikel 4.4, vijfde lid, juncto hoofdstuk 8, afdeling 1

Beleidsregel 4.4 -2. Opslag van gevaarlijke stoffen in verpakkingen [Vervallen per 01-01-2007]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.4, eerste tot en met vierde lid

Beleidsregel 4.4 -4. Noodhulp bij vergiftiging door zeer giftige stoffen [Vervallen per 01-01-2007]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.4, vierde lid.

Beleidsregel 4.4 -7. Bescherming werknemers bij automatische brandblusinstallaties met chemische en inerte blusstoffen [Vervallen per 01-01-2007]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.4, eerste lid juncto artikel 3.8, eerste lid en artikel 3.6

Beleidsregel 4.6 -1. Voorkomen van calamiteiten bij opslag, gebruik en transport van gascylinders [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.6, eerste en tweede lid

Beleidsregel 4.6 -2. Voorkomen van ongewilde gebeurtenissen bij het verladen van natriumhypochloriet [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.6, eerste lid.

Beleidsregel 4.6 -3. Voorkomen van ongewilde gebeurtenissen bij werkzaamheden met gevaarlijke stoffen [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 3.5d, vijfde lid, en artikel 4.6, eerste en tweede lid

Beleidsregel 4.6 -4. Het gebruik van chemicaliën in zweminrichtingen [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit, artikel 4.6, eerste en tweede lid

Beleidsregel 4.6 -5. Voorkomen van brand en explosie en het beperken van de gevolgen van brand bij het werken in verfspuitcabines [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.6, eerste en tweede lid en artikel 3.6, tweede lid

Beleidsregel 4.6 -6. Voorkomen van verstikking of bedwelming bij toepassing van kooldioxide [Vervallen per 01-01-2012]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.6, eerste en tweede lid.

Beleidsregel 4.6 -7. Voorkomen van verstikking bij toepassing van vloeibare stikstof [Vervallen per 01-01-2012]

Grondslag: Arbobestuit artikel 4.6, eerste en tweede lid

Beleidsregel 4.14. Beoordelen blootstelling aan kankerverwekkende stoffen waaronder enkele aanvullende regels voor asbest [Vervallen per 19-04-2002]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.14.

Beleidsregel 4.16. Doeltreffende beheersing van de blootstelling aan kankerverwekkende stoffen door gebruik van ademhalingsbeschermingsmiddelen [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag Arbobesluit artikel 4.16, derde lid en artikel 4.18, vierde lid, juncto hoofdstuk 8, afdeling 1 en artikel 9.3, eerste lid

Beleidsregel 4.18 -1. Doeltreffende beheersing van blootstelling aan kankerverwekkende stoffen [Vervallen per 01-01-2012]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.1c, eerste lid en artikel 4.18, eerste tot en met derde lid

Beleidsregel 4.18 -2. Voorkoming of beperking van blootstelling aan kankerverwekkende stoffen en schadelijk geluid bij de APK-keuring van dieselmotoren [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag Arbobesluit artikel 4.1c, eerste lid en artikel 4.18, eerste en tweede lid en artikel 6.8.

Beleidsregel 4.18 -3. Gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen bij overschrijding de grenswaarde bij werkzaamheden met asbest en asbesthoudende producten [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.18, derde lid, artikel 4.47a, derde en vierde lid, artikel 4.48a, tweede lid, onder a, juncto hoofdstuk 8, afdeling1, en artikel 9.3, eerste lid

Beleidsregel 4.18 -4. Doeltreffende beheersing van blootstelling aan kristallijn, respirabel kwarts in de bouw [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.1c, eerste lid, artikel 4.16, derde en vierde lid, artikel 4.18, eerste tot en met derde lid, juncto hoofdstuk 8, afdeling 1, en artikel 9.3, eerste lid

Beleidsregel 4.18-5. Doeltreffende beheersing van de blootstelling aan cytostatica in ziekenhuizen [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.1c, eerste lid, artikel 4.7, artikel 4.18, eerste tot en met derde lid, artikel 4.19, juncto hoofdstuk 8, afdeling 1 en 2.

Beleidsregel 4.19. Informatie voor werknemers bij het werken met kankerverwekkende en mutagene stoffen [Vervallen per 01-01-2012]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.19, onder a en c

Beleidsregel 4.45. Verpakking en vervoer van bepaalde bulkmaterialen, verontreinigd met asbesthoudende materialen [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.45 eerste en tweede lid, onder d, juncto artikel 6.2, eerste, tweede en derde lid

Beleidsregel 4.47. Doeltreffend meten van asbeststof in de lucht [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.47, derde, zevende en achtste lid

Beleidsregel 4.47c. Melding werkzaamheden met asbest [Vervallen per 01-01-2012]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.47c, eerste lid

Beleidsregel 4.51. Hygiënische beschermingsmaatregelen bij werkzaamheden met asbest in risicoklasse 2 en 3 [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.50, vierde lid, artikel 4.51, eerste lid, juncto artikel 4.20, eerste tot en met vierde lid

Beleidsregel 4.51a. Voorschriften voor de eindbeoordeling [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.47b, eerste en tweede lid, 4.51a, tweede en derde lid en artikel 4.54

Beleidsregel 4.54. Melding slopen asbest of crocidoliet [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.54, derde lid.

Beleidsregel 4.55. Voorschriften eindmeting bij asbestsloop [Vervallen per 01-01-2007]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.55, eerste lid, onder d.

Beleidsregel 4.60. Het be- en verwerken van zandsteen in monumenten [Vervallen per 01-01-2012]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.60, tweede lid, onder a.

Beleidsregel 4.87a. Doeltreffend maatregelen ter voorkoming of beperking van blootstelling aan legionellabacteriën bij het in bedrijf nemen en houden van een koeltoren die water in aërosolvorm in de lucht kan brengen [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbowet artikel 5, Arbobesluit artikel 4.87a.

Beleidsregel 4.87b. Doeltreffende maatregelen ter voorkoming of beperking van blootstelling aan legionellabacteriën bij het in bedrijf nemen en houden van een luchtbevochtigingsinstallatie en een waterinstallatie die water in aërosolvorm in de lucht kan brengen [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbowet artikel 5, Arbobesluit artikel 4.87b, eerste lid.

Beleidsregel 4.64. Wijze van beoordelen van blootstelling aan lood [Vervallen per 19-04-2002]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.64, eerste lid.

Beleidsregel 4.87-2. Voorkoming van infecties ten gevolge van accidenteel bloedcontact met humaan bloed [Vervallen per 01-01-2007]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.87, derde lid.

Beleidsregel 4.91. Vaccinatie tegen hepatitis B [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.91, zesde, achtste en negende lid.

Beleidsregel 4.113. Doeltreffende maatregelen tegen blootstelling aan gevaarlijke stoffen in thuiswerk [Vervallen per 01-01-2012]

Grondslag: Arbobesluit artikel 4.113.

Beleidsregel 5.2 -1. Fysieke belasting bij handbediende trekkenwanden [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 5.2, 5.5, eerste lid, en 5.6.

Beleidsregel 5.2 -2. Fysieke belasting in kinderdagverblijven [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 5.2 .

Beleidsregel 5.3 -1. Tillen op bouwplaatsen [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 5.3

Beleidsregel 5.3 -2. Fysieke belasting in kappersbedrijven [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag Arbobesluit artikel 5.3 en 5.4.

Beleidsregel 5.4 -1a. Zittend werk [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 5.4.

Beleidsregel 5.4 -1b. Gebruik van een stasteun [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 5.4

Beleidsregel 5.4 -2. Zitgelegenheid bij kassawerk in zelfbedieningswinkels [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 5.4.

Beleidsregel 5.4 -3. Zitgelegenheid bij baliewerk [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 5.4.

Beleidsregel 5.11. Bescherming van ogen en gezichtsvermogen bij beeldschermwerk [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 5.11.

Beleidsregel 6.1. Temperatuur [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 6.1.

Beleidsregel 6.2. Luchtverversing [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 6.2, eerste lid.

Beleidsregel 6.3. Verlichting [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 6.3.

Beleidsregel 6.4. Daglicht [Vervallen per 01-01-2007]

Grondslag: Arbobesluit artikel 6.4, derde lid.

Beleidsregel 6.7. Beoordelen en zo nodig meten van de lawaainiveaus [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 6.7.

Beleidsregel 6.8. Voorkomen of beperken van de blootstelling aan schadelijk lawaai [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 6.8 , juncto artikel 8.1.

Beleidsregel 6.9. Weekgemiddelde schadelijk geluid [Vervallen per 25-03-2006]

Grondslag: Arbobesluit artikel 6.9, eerste lid.

Beleidsregel 6.14. Caissonarbeid [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 6.14, artikel 6.15, artikel 6.19 en artikel 6.20, juncto artikel 6.18.

Beleidsregel 6.15. Duikarbeid [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit, artikel 6.15 , juncto artikel 6.16, en artikel 6.18.

Beleidsregel 6.23. Geluidsvoorschriften zeeschepen en luchtvaartuigen [Vervallen per 25-03-2006]

Grondslag: Arbobesiuit artikel 6.23.

Beleidsregel 7.3 -1. Handbediende hogedrukreinigers [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 7.3.

Beleidsregel 7.3 -2. Geschiktheid afkortzagen voor aluminium [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 7.3.

Beleidsregel 7.3 -3. Geschiktheid hijs- en hefgereedschap [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 7.3.

Beleidsregel 7.3 -4. Inventarisatie en evaluatie van gevaren van arbeidsmiddelen [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 7.3, eerste lid, juncto artikel 5 Arbowet.

Beleidsregel 7.3 -5. Geschiktheid freesgereedschap en ronde zaagbladen bij houtbewerkina [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 7.3, vierde lid .

Beleidsregel 7.3 -6. Geschiktheid werkbakken [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 7.3, vierde lid

Beleidsregel 7.3 -7. Geschiktheid hijs- en hefwerktuigen die in combinatie met werkbakken worden gebruikt [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 7.3, derde lid

Beleidsregel 7.4-1. Deugdelijkheid hijskranen [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 7.4.

Beleidsregel 7.4 -2. Deugdelijkheid hijs- en hefgereedschap [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 7.4.

Beleidsregel 7.4 -3. Deugdelijkheid van vierwielige trekkers [Vervallen per 01-01-2012]

Grondslag: Arbobesluit artikel 7.4 .

Beleidsregel 7.4 -4. Deugdelijkheid ladders [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 7.4.

Beleidsregel 7.4 -5. De kwaliteit en de constructie van steigers [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 7.4.

Beleidsregel 7.4 -6. Deugdelijkheid werkbakken [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 7.4

Beleidsregel 7.5 -1. Onderhoud werkbakken [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 7.5, eerste en vierde lid

Beleidsregel 7.7. Veiligheidsvoorzieningen in verband met bewegende delen van arbeidsmiddelen [Vervallen per 01-01-2008]

Grondslag: Arbobesluit artikel 7.7, eerste tot en met zesde lid.

Beleidsregel 7.9. Voorkoming aanraking arbeidsmiddelen met zeer hoge of zeer lage temperatuur [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 7.9..

Beleidsregel 7.13. Bedieningssystemen [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 7.13, eerste en vijfde lid.

Beleidsregel 7.14. In werking stellen van arbeidsmiddelen [Vervallen per 01-01-2008]

Grondslag: Arbobesluit artikel 7.14, eerste lid.

Beleidsregel 7.15. Stopzetten van arbeidsmiddelen [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 7.15, eerste en derde lid.

Beleidsregel 7.16. Noodstopvoorziening [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 7.16.

Beleidsregel 7.17b. Verhinderen onverhoeds in beweging komen van mobiele arbeidsmiddelen met elektrische aandrijving [Vervallen per 01-01-2007]

Grondslag: Arbobesluit artikel 7.17b, tweede lid onder b.

Beleidsregel 7.20. Hijs- en hefgereedschap; onderzoek en beproeving [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 7.20, zesde en zevende lid.

Beleidsregel 7.21. Werkzaamheden in liftschachten [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 7.21, eerste lid.

Beleidsregel 7.23d. Vervoer van personen in werkbakken [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 7.23d, eerste en zesde lid.

Beleidsregel 7.22. Vervoer van personen in werkbakken [Vervallen per 01-01-2007]

Grondslag: Arbobesluit, artikel 7.22, tweede en derde lid.

Beleidsregel 7.34. Toezicht op steigerbouw [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 7.34, eerste lid.

Beleidsregel 8.2. Keuze van persoonlijke beschermingsmiddelen [Vervallen per 01-01-2011]

Grondslag: Arbobesluit artikel 8.2.

B. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2013]

  • 1. Het besluit van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 11 oktober 1999, Directie Arbeidsomstandigheden, Arbo/AIS 9955491, tot vaststelling van beleidsregels op het gebied van de Arbeidsomstandighedenwetgeving (Beleidsregels arbeidsomstandighedenwetgeving) wordt ingetrokken.

  • 2. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.

  • 3. Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels arbeidsomstandighedenwetgeving.

De Beleidsregels arbeidsomstandighedenwetgeving zullen met de toelichting en de bijlagen in een bijlage bij de Staatscourant worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

's-Gravenhage, 27 november 2001

De

Staatssecretaris

van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

J.F. Hoogervorst

namens deze,
De

Directeur-Generaal

w.g. drs. R.IJ.M. Kuipers

Bijlage 1 [Vervallen per 01-01-2013]

behorend bij beleidsregel 33 Arbowet

Tarieflijst boetenormbedragen* bestuurlijke boete Arbeidsomstandighedenwet [Vervallen per 01-01-2013]

deel 1

tarieven Arbowet

deel 2

tarieven Arbobesluit

deel 3

tarieven Arboregeling

*Ten aanzien van de feiten waar een asterisk (*) achter de boetenormbedragen is geplaatst, kan ook een werknemer worden beboet, indien deze op grond van de desbetreffende bepalingen:

Tarieflijst boetenormbedragen deel 1 Arbowet [Vervallen per 01-01-2013]

Tarieflijst Boetenormbedragen Deel 1 Arbowet

Artikel

Lid

Beboetbare feiten

Boete normbedrag

3

1

Arbobeleid  
   

De werkgever zorgt voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers inzake alle met de arbeid verbonden aspecten en voert daartoe een beleid dat is gericht op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden, waarbij hij, gelet op de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening, het volgende in acht neemt:

€ 1.800

   

a. tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd organiseert de werkgever de arbeid zodanig dat daarvan geen nadelige invloed uitgaat op de veiligheid en de gezondheid van de werknemer;

 
   

b. tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd worden de gevaren en risico's voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemer zoveel mogelijk in eerste aanleg bij de bron daarvan voorkomen of beperkt;

 
   

naar de mate waarin dergelijke gevaren en risico's niet bij de bron kunnen worden voorkomen of beperkt, worden daartoe andere doeltreffende maatregelen getroffen waarbij maatregelen gericht op collectieve bescherming voorrang hebben boven maatregelen gericht op individuele bescherming; slechts indien redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat maatregelen worden getroffen die zijn gericht op individuele bescherming, worden doeltreffende en passende persoonlijke beschermingsmiddelen aan de werknemer ter beschikking gesteld;

 
   

c. de inrichting van de arbeidsplaatsen, de werkmethoden en de bij de arbeid gebruikte arbeidsmiddelen alsmede de arbeidsinhoud worden zoveel als redelijkerwijs kan worden gevergd aan de persoonlijke eigenschappen van werknemers aangepast;

 
   

d. monotone en tempogebonden arbeid wordt, zoveel als redelijkerwijs kan worden gevergd, vermeden dan wel, indien dat niet mogelijk is, beperkt;

 
   

e. doeltreffende maatregelen worden getroffen op het gebied van de eerste hulp bij ongevallen, de brandbestrijding en de evacuatie van werknemers en andere aanwezige personen, en doeltreffende verbindingen worden onderhouden met de desbetreffende externe hulpverleningsorganisaties;

 
   

f. elke werknemer moet bij ernstig en onmiddellijk gevaar voor zijn eigen veiligheid of die van anderen, rekening houdend met zijn technische kennis en middelen, de nodige passende maatregelen kunnen nemen om de gevolgen van een dergelijk gevaar te voorkomen, waarbij artikel 29, eerste lid, derde zin, van overeenkomstige toepassing is.

 
 

2

De werkgever voert, binnen het algemeen arbeidsomstandighedenbeleid, een beleid gericht op voorkoming en indien dat niet mogelijk is beperking van psychosociale arbeidsbelasting

€ 540

 

3

Ter uitvoering van het eerste lid draagt de werkgever zorg voor een goede verdeling van bevoegdheden en verantwoordelijkheden tussen de bij de werkgever werkzame personen, waarbij hij rekening houdt met de bekwaamheden van de werknemers.

€ 540

 

4

De werkgever toetst het arbeidsomstandighedenbeleid regelmatig aan de ervaringen die daarmee zijn opgedaan en past maatregelen aan zo dikwijls als de daarmee opgedane ervaring daartoe aanleiding geeft.

€ 540

       
4   Aanpassing arbeidsplaats werknemer met structurele functionele beperking  
 

1

In aanvulling op artikel 3, eerste lid, aanhef en onder c, past de werkgever, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, onder 1°, uit hoofde van de uitoefening van zijn taak, bedoeld in artikel 7:658a van het Burgerlijk Wetboek en artikel 76e van de Ziektewet,

€ 1.800

   

a. de inrichting van de arbeidsplaats, de werkmethoden en de bij de arbeid gebruikte arbeidsmiddelen, alsmede de arbeidsinhoud aan zijn werknemer, die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is de bedongen arbeid te verrichten aan, en

 
   

b. de inrichting van het bedrijf aan die werknemer aan, voorzover de behoefte daaraan wordt opgeroepen door de deelneming van die werknemer aan de werkzaamheden of het daarmee samenhangende verblijf in het bedrijf.

 
       
5   Inventarisatie en evaluatie van risico's  
 

1

De werkgever legt in een inventarisatie en evaluatie schriftelijk vast welke risico’s de arbeid voor werknemers met zich mee brengt. Deze risico-inventarisatie en -evaluatie bevat tevens een beschrijving van de gevaren en de risico-beperkende maatregelen en risico's voor bijzondere categorieën van werknemers.

€ 1.800

 

2

In de risico-inventarisatie en -evaluatie wordt aandacht besteed aan de toegang van werknemers tot een deskundige werknemer of persoon, bedoeld in de artikelen 13 en 14, of de arbodienst.

€ 450

 

3

Een plan van aanpak, waarin is aangegeven welke maatregelen zullen worden genomen in verband met de bedoelde risico’s en de samenhang daartussen, een en ander overeenkomstig artikel 3, maakt deel uit van de risico-inventarisatie en -evaluatie.

€ 450

   

In het plan van aanpak wordt tevens aangegeven binnen welke termijn deze maatregelen zullen worden genomen.

 
 

4

De risico-inventarisatie en -evaluatie wordt aangepast zo dikwijls als de daarmee opgedane ervaring, gewijzigde werkmethoden of werkomstandigheden of de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening daartoe aanleiding geven.

€ 450

 

5

Indien de werkgever arbeid doet verrichten door een werknemer die hem ter beschikking wordt gesteld, verstrekt hij tijdig voor de aanvang van de werkzaamheden aan degene, die de werknemer ter beschikking stelt, de beschrijving uit de risico-inventarisatie en -evaluatie van de gevaren en risicobeperkende maatregelen en van de risico’s voor de werknemer op de in te nemen arbeidsplaats, opdat diegene deze beschrijving verstrekt aan de betrokken werknemer.

€ 900

 

6

De werkgever zorgt ervoor dat iedere werknemer kennis kan nemen van de risico-inventarisatie en -evaluatie

€ 90

       
8   Voorlichting en onderricht  
 

1

De werkgever dient de werknemer doeltreffend te informeren over de te verrichten werkzaamheden en daaraan verbonden risico's alsmede over de maatregelen die erop gericht zijn deze risico’s te voorkomen of te beperken.

€ 540

   

Tevens zorgt de werkgever ervoor dat de werknemers doeltreffend worden ingelicht over de wijze waarop de deskundige bijstand in zijn bedrijf of inrichting is georganiseerd.

€ 540

 

2

De werkgever zorgt ervoor dat aan de werknemers doeltreffend en aan hun onderscheiden taken aangepast onderricht wordt verstrekt met betrekking tot de arbeidsomstandigheden.

€ 540

 

3

Indien persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking van de werknemers worden gesteld en indien op arbeidsmiddelen of anderszins beveiligingen zijn aangebracht, zorgt de werkgever ervoor dat de werknemers op de hoogte zijn van hun doel en werking en de wijze waarop zij deze dienen te gebruiken.

€ 540

 

4

De werkgever ziet toe op naleving van instructies en voorschriften gericht op het voorkomen of beperken van in het eerste lid genoemde risico's alsmede op het juiste gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen

€ 1.800

 

5

Indien binnen de onderneming werknemers jonger dan 18 jaar werkzaam zijn, houdt de werkgever bij de uitvoering van de in de voorgaande leden genoemde verplichtingen in het bijzonder rekening met de aan de jeugdige leeftijd inherente werkervaring en onvoltooide lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van deze werknemers.

€ 540

       
9   Melding arbeidsongevallen  
 

1

De werkgever meldt arbeidsongevallen die leiden tot de dood, een blijvend letsel of een ziekenhuisopname direct aan de daartoe aangewezen toezichthouder en rapporteert hierover desgevraagd zo spoedig mogelijk schriftelijk aan deze toezichthouder.

€ 4.500

 

2

De werkgever houdt een lijst bij van de gemelde arbeidsongevallen en van arbeidsongevallen welke hebben geleid tot een verzuim van meer dan drie werkdagen en registreert daarop de aard en datum van het ongeval.

€ 270

       
11   Algemene verplichtingen van de werknemers  
   

De werknemer is verplicht om in zijn doen en laten op de arbeidsplaats, overeenkomstig zijn opleiding en de door de werkgever gegeven instructies, naar vermogen zorg te dragen voor zijn eigen veiligheid en gezondheid en die van de andere betrokken personen. Met name is hij verplicht om:

€ 450*

   

a. arbeidsmiddelen en gevaarlijke stoffen op de juiste wijze te gebruiken;

 
   

b. de hem ter beschikking gestelde persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste wijze te gebruiken en na gebruik op de daartoe bestemde plaats op te bergen, een en ander voor zover niet krachtens deze wet is bepaald dat werknemers niet verplicht zijn beschermingsmiddelen als vorenbedoeld te gebruiken;

 
   

c. de op arbeidsmiddelen of anderszins aangebrachte beveiligingen niet te veranderen of buiten noodzaak weg te halen en deze op de juiste wijze te gebruiken;

 
   

d. mede te werken aan het voor hem georganiseerde onderricht bedoeld in artikel 8;

 
   

e. de door hem opgemerkte gevaren voor de veiligheid of de gezondheid terstond ter kennis te brengen aan de werkgever of degene die namens deze ter plaatse met de leiding is belast;

 
   

f. de werkgever en de werknemers en de andere deskundige personen, bedoeld in artikel 13, eerste tot en met derde lid, de personen, bedoeld in artikel 14, eerste lid, en de arbodienst, indien nodig bij te staan bij de uitvoering van hun verplichtingen en taken op grond van deze wet.

 
       
13   Bijstand deskundige werknemers op het gebied van preventie en bescherming  
 

1

De werkgever laat zich ten aanzien van de naleving van zijn verplichtingen op grond van deze wet bijstaan door een of meer deskundige werknemers.

€ 900

 

2

Voorzover de mogelijkheden onvoldoende zijn om de bijstand binnen het bedrijf of de inrichting te organiseren, wordt de bijstand verleend door een combinatie van deskundige werknemers en andere deskundige personen.

€ 900

 

3

Indien er geen mogelijkheden zijn om de bijstand binnen het bedrijf of de inrichting te organiseren, wordt de bijstand verleend door andere deskundige personen.

€ 900

 

4

De werknemers en de andere deskundige personen beschikken over een zodanige deskundigheid, ervaring en uitrusting, zijn zodanig in aantal, gedurende zoveel tijd beschikbaar en zodanig georganiseerd, dat zij de bijstand naar behoren kunnen verlenen.

€ 1.800

 

9

In de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5, worden de maatregelen beschreven die nodig zijn om te voldoen aan het vierde en tiende lid.

€ 450

 

10

In afwijking van het eerste tot en met het derde lid, kunnen bij werkgevers met niet meer dan 25 werknemers de taken in het kader van de bijstand ook worden verricht door de werkgever zelf, indien deze natuurlijk persoon is, of door de directeur indien de werkgever rechtspersoon is, indien deze personen beschikken over voldoende deskundigheid, ervaring en uitrusting om deze taken naar behoren te vervullen.

€ 900

       
14   Maatwerkregeling aanvullende deskundige bijstand bij specifieke taken op het gebied van preventie en bescherming  
 

1

In aanvulling op artikel 13 laat de werkgever zich bij de volgende taken bijstaan door een of meer deskundige personen ten behoeve van wie overeenkomstig artikel 20 een certificaat is afgegeven of die als bedrijfsarts is ingeschreven in een erkend specialistenregister als bedoeld in artikel 14 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg:

€ 900

   

a. het toetsen van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5, en daarover adviseren;

 
   

b. de bijstand bij de begeleiding van werknemers die door ziekte niet in staat zijn hun arbeid te verrichten, met inbegrip van de bijstand bij de uitvoering van bij of krachtens artikel 25, eerste, tweede, derde, vierde en zevende lid van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, dan wel bij of krachtens artikel 71a, eerste, tweede, derde, vierde en zevende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering gestelde regels;

 
   

c. het uitvoeren van:

 
   

1°. het arbeidsgezondheidskundig onderzoek, bedoeld in artikel 18;

 
   

2°. de aanstellingskeuring, indien de werkgever deze laat verrichten.

 
 

2

Bij de toepassing van het eerste lid wordt het volgende in acht genomen:

€ 900

   

a. de bijstand bij de taken, bedoeld in het eerste lid, wordt doeltreffend uitgevoerd;

 
   

b. de bijstand bij de taak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt binnen het bedrijf of de inrichting georganiseerd;

 
   

c. voorzover de mogelijkheden onvoldoende zijn om de bijstand bij de taak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, binnen het bedrijf of de inrichting te organiseren, wordt de bijstand verleend door een of meer andere deskundige personen ten behoeve van wie overeenkomstig artikel 20 een certificaat is afgegeven;

 
   

d. de personen die de bijstand verrichten zijn zodanig in aantal, gedurende zoveel tijd beschikbaar en zodanig georganiseerd, dat zij de bijstand van de taken, bedoeld in het eerste lid, naar behoren kunnen verlenen.

 
 

7

De deskundige werknemers en andere deskundige personen, bedoeld in artikel 13, en de personen, bedoeld in het eerste lid, werken bij het verlenen van bijstand aan een werkgever samen.

€ 270

       
14a   Vangnetregeling aanvullende deskundige bijstand op het gebied van preventie en bescherming  
 

2

De werkgever laat zich met betrekking tot de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, bijstaan door een arbodienst, ten behoeve waarvan overeenkomstig artikel 20 een certificaat is afgegeven en die deel uitmaakt van de organisatie van het bedrijf of de inrichting.

€ 900

 

3

Voorzover de mogelijkheden onvoldoende zijn om de bijstand binnen het bedrijf of de inrichting te organiseren, wordt de bijstand verleend door een andere arbodienst ten behoeve waarvan, overeenkomstig artikel 20, een certificaat is afgegeven.

€ 900

 

4

De deskundige werknemers en andere deskundige personen, bedoeld in artikel 13, en de werknemers van een arbodienst, werken bij het verlenen van bijstand aan een werkgever samen.

€ 270

       
15   Deskundige bijstand op het gebied van bedrijfshulpverlening  
 

1

De werkgever laat zich ten aanzien van de naleving van zijn verplichtingen op grond van artikel 3, eerste lid, onder e, van deze wet bijstaan door een of meer werknemers die door hem zijn aangewezen als bedrijfshulpverleners.

€ 1.800

 

3

De bedrijfshulpverleners beschikken over een zodanige opleiding en uitrusting, zijn zodanig in aantal en zodanig georganiseerd dat zij de in het tweede lid genoemde taken naar behoren kunnen vervullen .

€ 1.800

       
18   Arbeidsgezondheidskundig onderzoek  
   

De werkgever stelt de werknemers periodiek in de gelegenheid een onderzoek te ondergaan, dat erop gericht is de risico's die de arbeid voor de gezondheid van de werknemers met zich mee brengt zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

€ 90

       
19   Verschillende werkgevers  
 

1

Indien in een bedrijf of inrichting verschillende werkgevers arbeid doen verrichten, moeten zij onderling op doelmatige wijze samenwerken, teneinde naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde te verzekeren.

€ 270

 

2

Alvorens werkzaamheden behorende tot een bij AMvB aangewezen categorie aanvangen, moeten de werkgevers ervoor zorgen dat schriftelijk is vastgelegd op welke wijze zal worden samengewerkt, welke voorzieningen daarbij zullen worden getroffen en op welke wijze op die voorzieningen toezicht zal worden uitgeoefend.

€ 90

Tarieflijst boetenormbedragen deel 2 Aarbeidsomstandighedenbesluit [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel

Lid

Beboetbare feiten

Boete normbedrag

Hoofdstuk 1 Definities en toepassingsgebied  
Afdeling 8 Jeugdige werknemers  
1.36   Nadere voorschriften inventarisatie en evaluatie  
 

1

Indien in een bedrijf of inrichting een of meer jeugdige werknemers werkzaam zijn of plegen te zijn wordt in de risico-inventarisatie en evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, in het bijzonder aandacht besteed aan:

€ 450

   

a. de specifieke gevaren op het gebied van arbeidsomstandigheden als gevolg van een gebrek aan werkervaring, het niet goed kunnen inschatten van gevaren en het niet voltooid zijn van de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van de jeugdige werknemer;

 
   

b. de uitrusting en inrichting van de arbeidsplaats;

 
   

c. de aard, de mate en de duur van de blootstelling aan stoffen, agentia en fysische factoren;

 
   

d. de keuze en het gebruik van arbeidsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen;

 
   

e. het geheel van werkzaamheden in het bedrijf of de inrichting en de organisatie daarvan, en

 
   

f. het opleidingsniveau van de jeugdige werknemers en de aan hen te geven voorlichting.

 
 

2

Indien in een bedrijf of inrichting een of meer jeugdige werknemers werkzaam zijn, dan moet in de ri&e bijzondere aandacht worden besteed aan de niet-volledige lijst van agentia, procédés en werkzaamheden opgenomen in de bijlage van Richtlijn nummer 94/33/EEG.

€ 450

       
1.37   Deskundig toezicht  
 

1

Indien in een bedrijf of inrichting jeugdige werknemers arbeid verrichten, moet op die arbeid adequaat deskundig toezicht worden uitgeoefend. De inhoud en mate van dit toezicht is afhankelijk van uit de ri&e gebleken gevaren.

€ 1.800

 

2

Indien uit de ri&e blijkt dat jeugdige werknemers arbeid moeten verrichten waaraan specifieke gevaren zijn verbonden, mag die arbeid slechts worden verricht, indien deskundig toezicht zodanig is georganiseerd dat die gevaren worden voorkomen. Indien dat niet mogelijk is, mag die arbeid niet door jeugdige werknemers worden verricht.

€ 2.700

       
1.38   Arbeidsgezondheidskundig onderzoek  
   

Indien jeugdige werknemers blijkens de ri&e blootstaan aan specifieke gevaren worden zij in de gelegenheid gesteld tot het ondergaan van arbeidsgezondheidskundig onderzoek.

€ 90

       
Afdeling 9 Zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie  
1.41   Risico-inventarisatie en evaluatie  
   

Indien in een bedrijf of inrichting een zwangere werknemer, of een werknemer tijdens de lactatie werkzaam is of pleegt te zijn, wordt in de ri&e in het bijzonder aandacht besteed aan de niet-limitatieve lijst van agentia, procédés en arbeidsomstandigheden, opgenomen in bijlage 1 van de Richtlijn nr. 92/85/EEG.

€ 450

       
1.42   Organisatie van de arbeid  
 

1

De werkgever organiseert de arbeid van een zwangere werknemer en een werknemer tijdens de lactatie zodanig, richt de arbeidsplaats zodanig in, past een zodanige productie- en werkmethode toe en laat zodanige arbeidsmiddelen gebruiken dat de arbeid voor die werknemer geen gevaren met zich kan brengen voor haar veiligheid en gezondheid en geen terugslag kan veroorzaken op de zwangerschap of lactatie.

€ 900

 

2

Indien nakoming van het eerste lid redelijkerwijs niet mogelijk is, wordt door tijdelijke aanpassing van de arbeid of arbeids- en rusttijden voorkomen dat gevaar voor de veiligheid en de gezondheid van de zwangere werknemer, en de werknemer tijdens de lactatie wordt veroorzaakt en wordt voorkomen dat een terugslag kan worden veroorzaakt op de zwangerschap of lactatie.

€ 900

 

3

Indien nakoming van het tweede lid redelijkerwijs niet mogelijk is, wordt aan de zwangere werknemer en de werknemer tijdens lactatie tijdelijk andere arbeid gegeven.

€ 900

 

4

Indien nakoming van het derde lid redelijkerwijs niet mogelijk is, worden de zwangere werknemer en de werknemer tijdens de lactatie tijdelijk vrijgesteld van het verrichten van arbeid.

€ 900

1.42a   Voorlichting  
   

De werkgever zorgt voor doeltreffende voorlichting over de risico’s van de arbeid tijdens zwangerschap en lactatie en de maatregelen die zijn genomen om de risico’s te voorkomen. De voorlichting vindt plaats binnen twee weken nadat de zwangere werknemer of werknemer tijdens de lactatie aan de werkgever heeft gemeld zwanger te zijn dan wel werkzaam te zijn tijdens de lactatie.

€ 540

       
Afdeling 10 Plaatsonafhankelijke arbeid  
1.46   Toepasselijkheid hoofdstuk 4  
 

2

Met betrekking tot de in het eerste lid, onder a, genoemde stoffen, met uitzondering van stoffen die alleen voldoen aan de krachtens artikel 9.2.3.1 van de Wet milieubeheer vastgestelde criteria voor indeling in de categorie «milieugevaarlijk», wordt in het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, in ieder geval vastgesteld aan welke stoffen de werknemers worden of kunnen worden blootgesteld en welke de gevaren zijn die aan die stoffen zijn verbonden.

€ 450

 

3

Met betrekking tot de verpakking van een stof die gevaar voor de veiligheid of gezondheid kan opleveren alsmede met betrekking tot de sluiting van die verpakking, is artikel 9.2.3.3, eerste tot en met derde lid, van de Wet milieubeheer van overeenkomstige toepassing.

€ 540

 

4

Op de verpakking van een stof, bedoeld in het derde lid, worden de aanduidingen die voor die stof op grond van het voldoen aan de criteria voor indeling in de categorieën, bedoeld in het eerste lid, onder a, ten behoeve van de aflevering van die stof bij of krachtens de Wet milieubeheer zijn voorgeschreven, opvallend en goed leesbaar vermeld, met uitzondering van de aanduidingen die betrekking hebben op de categorie «milieugevaarlijk».

€ 540

 

5

Doeltreffende maatregelen zijn genomen om te voorkomen dat de werknemers bij hun arbeid kunnen worden blootgesteld aan stoffen in zodanige mate dat schade kan worden toegebracht aan hun gezondheid.

€ 4.500

 

6

Huidcontact is voorkomen of geminimaliseerd door het dragen van doelmatige persoonlijke beschermingsmiddelen bij mogelijke blootstelling aan een enkelvoudige of samengestelde stof:

a. die voldoet aan de criteria voor classificatie met een effect op de huid of de ogen, inclusief de classificatie kankerverwekkend voor de huid, volgens Richtlijn 67/548/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juni 1967 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PbEG 1967, 196) of Richtlijn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten (PbEG 1999, L 200); of

b. als bedoeld in artikel 4.3, eerste of tweede lid, of 4.16, eerste of tweede lid.

€ 4.500

 

7

Indien met brandgevaarlijke stoffen wordt gewerkt, zijn aan de werknemer deugdelijke en doelmatige middelen voor het blussen of doven van een brand ter beschikking gesteld.

€ 1.350

 

8

Indien stoffen aanwezig zijn die gevaar voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemer kunnen opleveren, zijn zodanige maatregelen getroffen dat het gevaar, dat zich met betrekking tot die stoffen een ongewilde gebeurtenis voordoet, zoveel mogelijk is vermeden.

€ 4.500

 

9

Bij het verrichten van arbeid met stoffen als bedoeld in het achtste lid, zijn zodanige maatregelen getroffen dat het gevaar, dat zich bij die arbeid een ongewilde gebeurtenis voordoet, zoveel mogelijk is vermeden.

€ 4.500

 

10

Voorts zijn zodanige maatregelen getroffen dat, in geval zich een ongewilde gebeurtenis als bedoeld in het achtste of negende lid voordoet, de gevolgen daarvan zoveel mogelijk worden beperkt.

€ 3.600

 

11

In alle gevallen waarin arbeid wordt verricht waarbij werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, wordt in overeenstemming met artikel 8 van de wet voorlichting en onderricht gegeven waarbij ten minste aandacht wordt besteed aan:

a. de uitkomsten van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in het tweede lid;

b. de maatregelen die zijn getroffen op grond van het vijfde lid; en

c. de maatregelen die zijn getroffen voor het voorkomen of beperken van ongewilde gebeurtenissen overeenkomstig het zevende, achtste, negende of tiende lid.

€ 540

1.48   Toepasselijkheid hoofdstuk 6  
   

Indien de werknemer plaatsonafhankelijke arbeid verricht in de eigen woning, dan worden door de werkgever, tenzij de werknemer daar reeds uit eigen hoofde over beschikt, voorzieningen voor kunstverlichting als bedoeld in artikel 6.3, tweede lid, ter beschikking gesteld.

€ 540

1.49   Toepasselijkheid hoofdstuk 7  
 

2

De voor de arbeid benodigde arbeidsmiddelen zijn, voor zover zij gevaar voor personen opleveren, voorzien van een doelmatige afscherming.

€ 4.500

 

3

De voor de arbeid benodigde arbeidsmiddelen met een besturingssysteem zijn, zo dicht mogelijk bij de plaats van de persoon die het arbeidsmiddel bedient, voorzien van een zodanige inrichting dat het arbeidsmiddel afzonderlijk, veilig en met zekerheid kan worden stilgezet en niet dan opzettelijk weer in beweging kan worden gebracht.

€ 4.500

 

4

De benodigde arbeidsmiddelen worden op de juiste wijze onderhouden en zo nodig gerepareerd.

€ 1.800

 

5

Aan de voor de arbeid benodigde arbeidsmiddelen met een besturingssysteem die gevaren van elektrische aard met zich brengen, zijn doeltreffende beveiligingen aangebracht, waarvan de werking zoveel mogelijk onafhankelijk is van degene die dat arbeidsmiddel bedient.

€ 1.800

 

6

Indien het in verband met het verrichten van plaatsonafhankelijke arbeid door de werknemer in een woning noodzakelijk is dat elektrische apparatuur wordt aangesloten of anderszins leidingen of kabels worden aangelegd, dan gebeurt dat op een juiste wijze opdat de werknemer daarvan veilig gebruik kan maken.

€ 1.800

1.51   Beschikbaarheid gegevens  
   

In geval van het verrichten van plaatsonafhankelijke arbeid zijn van de werknemer bij de werkgever gegevens beschikbaar omtrent naam, adres en woonplaats alsmede van de werkzaamheden die door hem worden verricht en van de stoffen, hulpmiddelen en werktuigen die daarbij worden gebruikt.

€ 90

1.52   Voorraad  
   

In geval van het verrichten van plaatsonafhankelijke arbeid is het niet toegestaan de werknemer een grotere hoeveelheid aan grondstoffen, halffabricaten of gerede producten in voorraad te geven of te laten houden dan voor de arbeid noodzakelijk is.

€ 900

1.53   Melding arbeidsongevallen  
   

Indien een werknemer bij het verrichten van plaatsonafhankelijke arbeid een arbeidsongeval als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet, overkomt doet hij daarvan onverwijld mededeling aan de werkgever.

€ 450

Hoofdstuk 2 Arbozorg en organisatie van de arbeid  
Afdeling 1 Melding beroepsziekten  
2.1   Melding gegevens  
 

1

Indien een werkgever of opdrachtgever ingevolge het bij of krachtens de wet bepaalde een melding moet doen aan de toezichthouder, doet hij dat langs elektronische weg. Indien zich een zodanige storing van het netwerk voordoet dat de werkgever of opdrachtgever de gegevens niet binnen de gestelde termijn kan leveren aan de toezichthouder, vindt de melding op een andere geschikte wijze plaats.

€ 450

 

2

In afwijking van het eerste lid doet een werkgever een melding telefonisch bij de toezichthouder bij arbeidsongevallen die leiden tot de dood van de werknemer.

€ 450

Afdeling 3 Arbodiensten en deskundigen  
2.13   Samenwerkingsverband  
 

1

Het samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 2.6a, tweede lid, wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen de werkgever en de externe deskundigen of de werkgever van deze deskundigen. In deze overeenkomst wordt in ieder geval de taakverdeling vastgelegd tussen de interne deskundige en de externe deskundigen

€ 90

 

2

Het samenwerkingsverband wordt aangegaan voor een periode die in ieder geval even lang is als de geldigheidsduur van het certificaat arbodienst, bedoeld in artikel 2.14, tweede lid, dat ten behoeve van dat samenwerkingsverband wordt verleend.

€ 90

       
2.14a   Taken deskundigen  
 

1

Bij de taak, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van de wet wordt bijstand verleend door een deskundige die in het bezit is van tenminste een van de certificaten, bedoeld in artikel 2.7, tweede lid of door een bedrijfsarts als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef, van de wet.

€ 1.800

 

2

Bij de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van de wet wordt bijstand verleend door een bedrijfsarts als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef, van de wet.

€ 1.800

       
Afdeling 4 Psychosociale arbeidsbelasting  
2.15   Maatregelen ter voorkoming of beperking van psychosociale arbeidsbelasting  
 

1

Indien werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan psychosociale arbeidsbelasting worden in het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, de risico’s ten aanzien van psychosociale arbeidsbelasting beoordeeld en worden in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 5 van de wet, met inachtneming van de stand van de wetenschap maatregelen vastgesteld en uitgevoerd om psychosociale arbeidsbelasting te voorkomen of indien dat niet mogelijk is te beperken.

€ 450

 

2

Aan werknemers die arbeid verrichten waarbij gevaar bestaat voor blootstelling aan psychosociale belasting wordt voorlichting en onderricht gegeven over de risico’s voor psychosociale arbeidsbelasting alsmede over de maatregelen die er op zijn gericht die belasting te voorkomen of te beperken

€ 540

       

Artikelen 2.18, 2.19, 2.20, 2.21 en 2.22 vervallen

Maatgevende factoren voor de bedrijfshulpverlening  
     
Afdeling 5 Bouwproces  
2.26   Algemene uitgangspunten inzake veiligheid en gezondheid bij het ontwerpen van een bouwwerk  
   

De opdrachtgever zorgt ervoor dat in de ontwerpfase rekening wordt gehouden met de verplichtingen voor de arbeidsomstandigheden die gelden in de uitvoeringsfase, in het bijzonder de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 3, 5, eerste en derde lid, en 8 van de wet.

€ 1.800

       
2.27   Melding  
 

1

De opdrachtgever, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onderdeel c, sub 1°, meldt de toezichthouder voor de aanvang van de werkzaamheden op de bouwplaats de voorgenomen totstandbrenging van een bouwwerk, indien:

€ 1.800

   

a. de geraamde duur van de totstandbrenging van het bouwwerk meer dan 30 werkdagen beslaat en op die bouwplaats meer dan 20 werknemers tegelijkertijd arbeid zullen gaan verrichten, of

 
   

b. met de totstandbrenging van het bouwwerk meer dan 500 mensdagen zullen zijn gemoeid.

 
 

2

Een afschrift van de melding wordt zichtbaar op de bouwplaats aangebracht. Indien met betrekking tot de in de melding opgenomen gegevens een verandering optreedt, wordt deze dienovereenkomstig gewijzigd.

€ 90

       
2.28   Veiligheids- en gezondheidsplan  
 

1

De opdrachtgever zorgt ervoor dat ten aanzien van bouwwerken die voor de veiligheid en gezondheid van werknemers bijzondere gevaren met zich meebrengen als bedoeld in bijlage II bij de richtlijn of een bouwwerk ten aanzien waarvan een melding verplicht is, een veiligheids- en gezondheidsplan wordt opgesteld.

€ 1.800

 

2

Afhankelijk van de voortgang in het bouwproces, worden in het veiligheids- en gezondheidsplan ten minste vermeld:

€ 1.800

   

a. een beschrijving van het tot stand te brengen bouwwerk, een overzicht van de betrokken ondernemingen op de bouwplaats, de naam van de coördinator voor de ontwerp- en uitvoeringsfase;

 
   

b. een inventarisatie en evaluatie van de specifieke gevaren die het gevolg zijn van de gelijktijdige en achtereenvolgende uitvoering van de bouwwerkzaamheden en in voorkomend geval van de wisselwerking met doorgaande exploitatiewerkzaamheden;

 
   

c. de maatregelen die volgen uit de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld onder b;

 
   

d. de afspraken met betrekking tot de uitvoering van de maatregelen, bedoeld onder c;

 
   

e. de wijze waarop toezicht op de maatregelen wordt uitgeoefend;

 
   

f. de bouwkundige, technische en organisatorische keuzen die in verband met de veiligheid en gezondheid van de werknemers in de ontwerpfase worden gemaakt;

 
   

g. de wijze waarop voorlichting en instructie aan de werknemers op de bouwplaats wordt gegeven.

 
       
2.29   Aanstelling coördinatoren  
   

Indien in de uitvoeringsfase werkzaamheden worden verricht door:

€ 1.800

   

a. twee of meer werkgevers;

 
   

b. één werkgever en één of meer zelfstandigen of

 
   

c. twee of meer zelfstandigen,

 
   

stelt de opdrachtgever één of meer coördinatoren voor de ontwerpfase aan en stelt de uitvoerende partij één of meer coördinatoren voor de uitvoeringsfase aan.

 
       

2.30 + 2.31 vervallen

Coördinatietaken gedurende de ontwerpfase + verplichtingen opdrachtgever  
       
2.32   Aanvullende verplichtingen opdrachtgever  
 

1

De opdrachtgever neemt zodanige maatregelen dat:

€ 1.800

   

a. de coördinator de taken, bedoeld in artikel 2.30, naar behoren kan vervullen;

 
   

b. de coördinator de taken, bedoeld in artikel 2.30, naar behoren uitoefent;

 
   

c. het veiligheids- en gezondheidsplan, bedoeld in artikel 2.28, deel uitmaakt van het bestek betreffende het bouwwerk en vóór aanvang van de werkzaamheden op de bouwplaats beschikbaar is.

 
 

2

De opdrachtgever zorgt ervoor dat de verplichtingen voor de uitvoerende partij, bedoeld in de artikelen 2.29 en 2.33, zijn vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst met de uitvoerende partij.

€ 1.800

       
2.33   Aanvullende verplichtingen uitvoerende partij  
   

De uitvoerende partij neemt zodanige maatregelen dat:

€ 1.800

   

a. de coördinator de taken, bedoeld in artikel 2.31, naar behoren kan vervullen;

 
   

b. de coördinator de taken, bedoeld in artikel 2.31, naar behoren uitoefent.

 
       
2.34   Verplichtingen ontwerpende partij  
   

In het geval van een opdrachtgever-consument zorgt de ontwerpende partij of, indien er sprake is van meer ontwerpende partijen, zorgen de ontwerpende partijen ervoor dat aan alle verplichtingen van de opdrachtgever wordt voldaan.

€ 1.800

       
2.35   Verplichtingen werkgever  
 

1

Bij de uitvoering van zijn verplichtingen op grond van de artikelen 3, 5, 8 en 19, eerste lid, van de wet neemt de werkgever, die bij de totstandbrenging van een bouwwerk arbeid doet verrichten, doeltreffende maatregelen ter bescherming van de veiligheid en de gezondheid van zijn werknemers. Deze maatregelen hebben met name betrekking op:

 
   

a. het in goede orde en met voldoende bescherming van de veiligheid en gezondheid van de werknemers in stand houden van de bouwplaats;

€ 1.800

   

b. de veilige plaatsing van de verschillende werkplekken op de bouwplaats, rekening houdend met de toegangsmogelijkheden tot die bouwplaats en de verbindingswegen daarop;

€ 1.800

   

c. het interne transport van de verschillende materialen op de bouwplaats;

€ 1.800

   

d. het onderhoud, de controle vóór inbedrijfstelling en de periodieke controle van installaties en toestellen, teneinde gebreken te voorkomen die de veiligheid en gezondheid van werknemers in gevaar kunnen brengen;

€ 1.800

   

e. de afbakening en inrichting van zones voor definitieve en tussenopslag van verschillende materialen, met name in geval van gevaarlijke materialen of stoffen;

€ 450

   

f. de voorzieningen voor de verwijdering van gebruikte gevaarlijke materialen;

€ 1.800

   

g. de opslag en de verwijdering of de afvoer van afval en puin;

€ 540

   

h. de aanpassing van de daadwerkelijke duur van de uit te voeren werkzaamheden of de fasen waarin die werkzaamheden worden uitgevoerd, afhankelijk van de voortgang van het bouwwerk;

€ 540

   

i. de samenwerking met andere werkgevers en zelfstandigen op de bouwplaats;

€ 2.700

   

j. de wisselwerking met exploitatiewerkzaamheden op of in de nabijheid van de bouwplaats.

€ 2.700

 

2

De mede op grond van het eerste lid te nemen maatregelen voldoen in ieder geval aan de afdelingen 1 en 2 van hoofdstuk 3 van dit besluit.

€ 1.800

 

3

De werkgever is verplicht tot naleving van en medewerking aan het veiligheids- en gezondheidsplan, bedoeld in artikel 2.28, voor zover en op de wijze als daarin ten aanzien van de door hem te doen verrichten werkzaamheden is bepaald en daarbij rekening te houden met de aanwijzingen van de coördinator voor de uitvoeringsfase.

€ 2.700

       

2.36, 2.37 en 2.38 vervallen

Verplichtingen ontwerpende en uitvoerende partij en werkgever  
     
Afdeling 6 Winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen  
2.41   Verplichtingen van de werkgever  
 

1

Indien bemande arbeidsplaatsen in de winningsindustrie in gebruik zijn, wordt toezicht uitgeoefend door een verantwoordelijke persoon.

€ 1.800

 

2

Werkzaamheden waaraan een bijzonder gevaar is verbonden, worden uitsluitend opgedragen aan vakbekwaam personeel met voldoende ervaring en uitgevoerd overeenkomstig de verstrekte instructies.

€ 1.800

 

3

In verband met het veilig gebruik van een helikopterdek op een mijnbouwinstallatie worden werknemers aangewezen, die belast zijn met het toezicht op dit gebruik van het helikopterdek en daartoe over de noodzakelijke vaardigheid en deskundigheid beschikken.

€ 1.800

 

4

Op arbeidsplaatsen in de winningsindustrie worden met regelmatige tussenpozen veiligheidsoefeningen gehouden.

€ 270

 

5

Opdat in geval van nood onmiddellijk hulp-, vlucht-, evacuatie- en reddingsmaatregelen genomen kunnen worden, worden in aanvulling op de bedrijfshulpverlening de nodige alarm- of andere communicatiesystemen ter beschikking gesteld.

€ 540

 

6

Indien op een arbeidsplaats in de winningsindustrie slechts een werknemer aanwezig is, beschikt deze over telecommunicatiemiddelen om zich met anderen in verbinding te kunnen stellen.

€ 270

       
2.42   Samenwerking, veiligheids- en gezondheidsdocument  
 

2

Voor de aanvang van het werk moet een veiligheids- en gezondheidsdocument worden opgesteld.

€ 1.800

 

3

In aanvulling op het tweede lid, onder d, coördineert de op de arbeidsplaats verantwoordelijke werkgever de uitvoering van alle veiligheids- en gezondheidsmaatregelen en geeft daarbij in het veiligheids- en gezondheidsdocument het doel, de maatregelen en de wijze van uitvoering van de coördinatie aan.

€ 1.800

 

4

Het veiligheids- en gezondheidsdocument wordt bij iedere belangrijke wijziging, uitbreiding of verbouwing van de arbeidsplaats in de winningsindustrie herzien.

€ 900

 

6

De werkzaamheden moeten overeenkomstig het veiligheids- en gezondheidsdocument worden uitgevoerd.

€ 1.800

       
2.42a   Werkvergunning  
   

Wanneer de veiligheid en de gezondheid van de werknemers dat vereisen, wordt een systeem van werkvergunningen toegepast voor de uitvoering van gevaarlijke werkzaamheden en voor de uitvoering van gewoonlijk ongevaarlijke werkzaamheden die in combinatie met andere werkzaamheden ernstige risico's met zich mee kunnen brengen.

€ 1.800

   

De werkvergunning wordt door een verantwoordelijke persoon gegeven voor de aanvang van de werkzaamheden en daarbij wordt aangegeven aan welke voorwaarden moet worden voldaan en welke voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen voor, tijdens en na de werkzaamheden.

€ 90

       
2.42b   Personenregister  
   

Op doelmatige plaatsen is een register aanwezig, waarin van degenen die werkzaamheden verrichten in de winningsindustrie in dagbouw, de ondergrondse winningsindustrie en de winningsindustrie met behulp van boringen zijn vermeld:

€ 90

   

a. naam, voornamen, geslacht;

 
   

b. aard, nummer en een afschrift van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht;

 
   

c .gegevens en data betreffende indiensttreding en tewerkstelling;

 
   

d. de onderscheiden functies, waarin zij zijn tewerkgesteld en de data van tewerkstelling daarin;

 
   

e. data en aard van geneeskundige onderzoeken en geneeskundige verklaringen, voorzover deze op grond van dit besluit zijn vereist;

 
   

f. gegevens van certificaten, voorzover die voor het verrichten van de werkzaamheden op grond van dit besluit en het Mijnbouwbesluit zijn vereist.

 
       
2.42c   Melding van ongevallen en bijna-ongevallen  
 

1

In aanvulling op artikel 9, eerste lid, van de wet doet de werkgever tevens onverwijld melding aan de toezichthouder:

€ 4.500

   

a. van alle belangrijke bij het verkeer of vervoer voorgekomen bijzondere gebeurtenissen die de veiligheid in gevaar hebben gebracht of hadden kunnen brengen;

 
   

b. wanneer de veiligheid op enigerlei wijze wordt bedreigd of personen zich in levensgevaar bevinden of bevonden hebben;

 
   

c. van alle bij het gebruik, het vervoer of de opslag van ontplofbare stoffen opgetreden voorvallen, die de veiligheid in gevaar hadden kunnen brengen of hebben gebracht.

 
 

2

Eenmaal per maand wordt van alle ongevallen en andere voorvallen die de veiligheid in gevaar hebben gebracht of hadden kunnen brengen, melding gedaan aan de toezichthouder, voorzover er geen melding is gedaan als bedoeld in het eerste lid.

€ 90

       
Afdeling 6a Winningsindustrieën met behulp van boringen  
2.42f   Veiligheids- en gezondheidsdocument  
 

2

Bij de planning en tenuitvoerlegging van alle in artikel 3.2, eerste lid, tweede volzin, bedoelde fasen worden de in het desbetreffende veiligheids- en gezondheidsdocument vermelde procedures en uitvoeringsbepalingen in acht genomen.

€ 1.800

       
2.42g   Veiligheidsoefeningen  
   

Op alle normaliter bemenste arbeidsplaatsen worden op gezette tijden veiligheidsoefeningen gehouden die erop gericht zijn:

€ 270 *

   

a. werknemers aan wie in noodgevallen concrete taken worden opgedragen, waarbij noodapparatuur moet worden gebruikt, gehanteerd of bediend, hierin te trainen en na te gaan of zij bekwaam zijn die taken te vervullen;

 
   

b. alle bij de oefeningen gebruikte noodapparatuur te controleren, schoon te maken en zo nodig opnieuw op te laden of te vervangen en alle gebruikte draagbare apparatuur opnieuw naar de plaats te brengen waar zij zich normaliter bevindt;

 
   

c. na te gaan of de reddingsvaartuigen gebruiksklaar zijn.

 
       
2.42h   Handelingen in noodgevallen  
 

1

De werknemers worden getraind in het uitvoeren van de handelingen die in noodgevallen moeten worden verricht.

€ 1.800

 

2

Op mijnbouwinstallaties waar werknemers langere tijd verblijven zijn bij helikopterbewegingen op het helikopterdek voldoende werknemers aanwezig die tot taak hebben bij noodgevallen in actie te komen. Deze werknemers zijn hiertoe voldoende getraind.

€ 270

 

3

In aanvulling op het eerste en tweede lid worden werknemers die werkzaam zijn op mijnbouwinstallaties ook getraind in het uitvoeren van de handelingen die op een specifieke arbeidsplaats moeten worden verricht. Deze handelingen worden voor de desbetreffende arbeidsplaats nader omschreven in het veiligheids- en gezondheidsdocument, bedoeld in artikel 2.42.

€ 270

 

4

Werknemers die werkzaam zijn op mijnbouwinstallaties worden getraind in de toepassing van overlevingstechnieken, met inachtneming van de criteria die zijn vastgesteld in het veiligheids- en gezondheidsdocument bedoeld in artikel 2.42.

€ 270

       
Afdeling 7 Nachtarbeid  
    Arbeidsgezondheidskundig onderzoek  
 

2

Iedere werknemer die voor de eerste keer arbeid in nachtdienst gaat verrichten wordt, in aanvulling op artikel 18 van de Arbowet, in de gelegenheid gesteld om voor de aanvang van die arbeid een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan

€ 90

       
Hoofdstuk 3 Inrichting arbeidplaatsen  
Afdeling 1 Definities en toepasselijkheid  
3.1b   Gebruiksvoorschrift  
   

Een arbeidsplaats in een gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet wordt slechts gebruikt indien het gebouw voldoet aan de bij of krachtens het Bouwbesluit 2003 gegeven voorschriften met betrekking tot de van toepassing zijnde gebruiksfunctie in de zin van dat besluit.

€ 1.800

       
3.2   Algemene vereisten  
 

1

Arbeidsplaatsen zijn veilig toegankelijk en kunnen veilig worden verlaten.

€ 1.800

   

Ze worden zodanig ontworpen, gebouwd, uitgerust, in bedrijf gesteld, gebruikt en onderhouden, dat gevaar voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers zoveel mogelijk is voorkomen.

 
   

Voorts worden zij zindelijk, zoveel mogelijk vrij van stof en voor zover de veiligheid van de arbeidsplaats dat vereist, ordelijk gehouden.

 
 

2

Regelmatig wordt gecontroleerd of de op de arbeidsplaats ter bescherming van de werknemers aanwezige voorzieningen en genomen maatregelen nog adequaat functioneren.

€ 1.800

 

3

Geconstateerde gebreken met betrekking tot de in het tweede lid bedoelde voorzieningen en maatregelen die de veiligheid of gezondheid kunnen beïnvloeden, worden zo spoedig mogelijk hersteld.

€ 1.800

       
3.3   Stabiliteit en stevigheid  
 

1

Gebouwen en andere opstallen bestaan uit deugdelijk materiaal, zijn van een deugdelijke constructie en verkeren in een zodanige staat, dat er geen gevaar bestaat voor het geheel of gedeeltelijk instorten of omvallen.

€ 2.700

 

2

De arbeidsplaats is zodanig ingericht, dat de daar aanwezige voorwerpen of stoffen geen gevaar voor de veiligheid of gezondheid opleveren, door instorten, verschuiven, omvallen of kantelen.

€ 2.700

       
3.4   Elektrische installaties  
 

1

Elektrische installaties zijn zodanig ontworpen, ingericht, aangelegd, onderhouden en gekenmerkt, dat een veilig gebruik van elektriciteit zo goed mogelijk is gewaarborgd. Hiertoe zijn de nodige voorzieningen en beschermingsmaatregelen aangebracht. Daarbij is rekening gehouden met bijzondere eisen die kunnen voortkomen uit de wijze van het gebruik, de gebruiksomstandigheden, de te verwachten uitwendige invloeden en onderhoudswerkzaamheden.

€ 2.700

 

2

In een elektrische installatie zijn doeltreffende maatregelen genomen tegen het gevaar van brand, ontploffing, directe en indirecte aanraking en te dichte nadering.

€ 2.700

 

3

Van iedere elektrische installatie zijn duidelijke, steeds bijgewerkte schema's beschikbaar alsmede alle overige gegevens die nodig zijn voor een veilig gebruik van de elektrische installatie.

€ 90

       
3.5   Elektrotechnische, bedienings- en andere werkzaamheden aan of nabij een elektrische installatie  
 

1

Elektrotechnische werkzaamheden en bedieningswerkzaamheden die gevaren kunnen opleveren, worden door deskundige, voldoend onderrichte en daartoe bevoegde werknemers uitgevoerd.

€ 1.800*

 

2

Een ruimte waarin zich een elektrische installatie voor hoogspanning bevindt waarvan de delen niet of onvoldoende zijn beschermd tegen directe of indirecte aanraking dan wel te dichte benadering, wordt slechts betreden in aanwezigheid van een tweede daartoe bevoegd persoon.

€ 1.800*

 

3

Werkzaamheden aan of in nabijheid van een elektrische installatie worden slechts uitgevoerd, indien de installatie of het gedeelte waaraan of in nabijheid waarvan wordt gewerkt, spanningsloos is.

€ 2.700*

 

4

De daartoe bevoegde werknemer neemt doeltreffende maatregelen om een veilig verloop van de werkzaamheden te waarborgen

€ 2.700*

 

7

Werkzaamheden bestaande uit het reinigen van elektrisch materieel in een elektrische installatie voor hoogspanning als bedoeld in artikel 3.5, zesde lid, onder c, worden slechts uitgevoerd, indien:

€ 2.700*

   

a. tot het uitvoeren van die werkzaamheden door de daartoe bevoegde werknemer uitdrukkelijk opdracht is gegeven;

 
   

b. gebruik wordt gemaakt van de voor deze werkzaamheden geschikte arbeidsmiddelen, reinigingsmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen; en

 
   

c. de werknemers zich met de arbeidsmiddelen waarmee zij fysiek in contact staan, niet behoeven te begeven in de gevarenzone van de installatie of delen daarvan die onder spanning staan

 
       
Paragraaf 2a Explosieve atmosferen  
3.5b   Samenwerking en coördinatie  
 

2

In aanvulling op artikel 19, tweede lid, van de wet coördineert de werkgever die verantwoordelijk is voor de arbeidsplaats, bedoeld in het eerste lid, de uitvoering van alle maatregelen inzake veiligheid en gezondheid.

€ 1.800

       
3.5c   nadere voorschriften risico-inventarisatie en - evaluatie; explosieveiligheidsdocument  
 

1

De gevaren in verband met explosieve atmosferen en de bijzondere risico’s die daaruit kunnen voortvloeien, worden in het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, voor de aanvang van de arbeid en bij iedere belangrijke wijziging, uitbreiding of verbouwing van de arbeidsplaats, de arbeidsmiddelen of het arbeidsproces, in hun geheel beoordeeld en schriftelijk vastgelegd in een explosieveiligheidsdocument

€ 900

 

2

Bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval rekening gehouden met:

€ 900

   

a. de waarschijnlijkheid van het voorkomen en het voortduren van explosieve atmosferen;

 
   

b. de waarschijnlijkheid dat ontstekingsbronnen, elektrostatische ontladingen daaronder begrepen, aanwezig zijn, actief worden en daadwerkelijk ontsteken;

 
   

c. de aanwezige installaties, de gebruikte stoffen, de processen en hun mogelijke wisselwerkingen;

 
   

d. de omvang van de te verwachten gevolgen

 
 

3

Bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, worden tevens ruimten in aanmerking genomen die via openingen verbonden zijn of kunnen worden verbonden met ruimten waar explosieve atmosferen kunnen voorkomen

€ 900

 

4

In het explosieveiligheidsdocument zijn ten minste vermeld:

€ 450

   

a. een identificatie en beoordeling van de explosierisico’s;

 
   

b. de wijze waarop de arbeidsplaatsen en arbeidsmiddelen, met inbegrip van de alarminstallaties, met de vereiste aandacht voor de veiligheid zijn ontworpen, worden gebruikt of bediend en onderhouden;

 
   

c. welke gebieden zijn ingedeeld in zones als bedoeld in artikel 3.5d, vijfde lid;

 
   

d. de wijze waarop uitvoering is gegeven aan de maatregelen, bedoeld in de artikelen 3.5d, 3.5e en 3.5f.

 
   

e. indien op arbeidsplaatsen als bedoeld in artikel 3.5b, eerste lid, meerdere werkgevers arbeid doen verrichten, de wijze waarop voldaan is aan artikel 19, tweede lid, van de wet en het doel, de maatregelen en de wijze van uitvoering van de coördinatie, bedoeld in artikel 3.5b, tweede lid.

 
       
3.5d   Algemene preventieve maatregelen  
 

1

Doeltreffende maatregelen zijn genomen om het ontstaan van een explosieve atmosfeer op de arbeidsplaats te voorkomen.

€ 4.500

 

2

Indien het voorkomen van het ontstaan van een explosieve atmosfeer, gezien de aard van het werk niet mogelijk is, worden in de hieronder aangegeven volgorde de volgende maatregelen genomen:

€ 4.500

   

a. de ontsteking van explosieve atmosferen wordt voorkomen, waarbij rekening wordt gehouden met elektrostatische ontladingen die van werknemers of de arbeidsplaats als ladingsdrager of ladingsproducent kunnen uitgaan;

 
   

b. de schadelijke gevolgen van een explosie worden beperkt.

 
 

3

In aanvulling op de maatregelen, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt de mogelijkheid tot uitbreiding van een explosie beperkt.

€ 4.500

 

4

Indien werknemers of anderen door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen, wordt, in aanvulling op het eerste tot en met derde lid, de arbeidsplaats zodanig ingericht dat veilig kan worden gewerkt.

€ 1.800

   

Indien werknemers of anderen door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen, wordt, in aanvulling op het tweede en derde lid, er op de arbeid passend toezicht, met inbegrip van het gebruik van passende technische middelen, uitgeoefend. De inhoud en de mate van het toezicht is afhankelijk van de uit de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, gebleken gevaren

€ 1.800

 

5

Indien uit de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, is gebleken dat er explosieve atmosferen kunnen voorkomen, worden gebieden waar deze atmosferen kunnen heersen ingedeeld in gevarenzones als bedoeld in bijlage I bij richtlijn nr. 1999/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 december 1999 (PbEG 2000, L 23) betreffende minimumvoorschriften voor de verbetering van de gezondheidsbescherming en van de veiligheid van werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen (vijftiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, eerste lid, van richtlijn nr. 89/391/EEG).

€ 900

 

6

Gevarenzones worden gemarkeerd door middel van waarschuwingsborden die voldoen aan de bepalingen, vastgesteld bij of krachtens afdeling 2 van hoofdstuk 8.

€ 540

       
3.5e   Maatregelen in gevarenzones  
   

In de gevarenzones, bedoeld in artikel 3.5d, vijfde lid, en met betrekking tot de installaties in gebieden zonder explosiegevaar die vereist zijn voor, of bijdragen tot het explosieveilig gebruik van installaties die zich op plaatsen bevinden waar explosiegevaar heerst, worden in ieder geval de volgende maatregelen genomen:

 
 

a

vrijkomende gassen, dampen, nevels of brandbaar stof die explosiegevaar kunnen doen ontstaan, worden op passende wijze afgevoerd en onschadelijk gemaakt;

€ 4.500

 

b

indien een explosieve atmosfeer meerdere soorten brandbare stoffen bevat, wordt bij de veiligheidsmaatregelen uitgegaan van het grootste mogelijke risico op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid;

€ 4.500

 

c

installaties, apparaten, beveiligingssystemen en het installatiemateriaal, worden, met inachtneming van onderdeel e, slechts in gebruik genomen indien uit het explosieveiligheidsdocument op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, is gebleken dat aan het gebruik ervan geen explosiegevaar verbonden is;

€ 1.800

 

d

onderdeel c is van overeenkomstige toepassing op arbeidsmiddelen en de verbindingsstukken ervan die geen apparaten en beveiligingssystemen zijn als bedoeld in het Warenwetbesluit explosieveilig materieel, indien hun opneming in de installaties aanleiding kan geven tot ontstekingsgevaar;

€ 1.800

 

e

voor zover het explosieveiligheidsdocument op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, geen andere eisen stelt, worden in de gevarenzones apparaten en beveiligingssystemen gebruikt overeenkomstig de categorieën als bedoeld in het Warenwetbesluit explosieveilig materieel en toegepast volgens de navolgende principes:

€ 4.500

   

1º. gevarenzone 0 of 20: categorie 1-apparatuur;

 
   

2º. gevarenzone 1 of 21: categorie 1- of categorie 2-apparatuur;

 
   

3º. gevarenzone 2 of 22: categorie 1-, categorie 2- of categorie 3-apparatuur

 
 

f

de nodige maatregelen worden getroffen ter voorkoming van verwisseling van installatiemateriaal;

€ 1.800

 

g

in gebieden waar een explosieve atmosfeer kan ontstaan wordt aan werknemers werkkleding ter beschikking gesteld die voldoet aan afdeling 1 van hoofdstuk 8 en die door de werknemers bij de arbeid steeds wordt gedragen;

€ 1.350

 

h

indien een toestand ontstaat waarin een explosie zich kan gaan voordoen, worden werknemers optisch of akoestisch gewaarschuwd en teruggetrokken;

€ 4.500

 

i

voor de eerste inbedrijfstelling van een arbeidsplaats en bij iedere belangrijke wijziging, uitbreiding of verbouwing van de arbeidsplaats, arbeidsmiddelen of het arbeidsproces waarbij explosieve atmosferen kunnen voorkomen, wordt de explosieveiligheid van de gehele installatie gecontroleerd door een ter zake deskundig persoon.

€ 1.800

       
3.5f   Bijzondere maatregelen  
   

Voor zover uit de resultaten van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, hiertoe de noodzaak is gebleken, worden in aanvulling op artikel 3.5e de volgende maatregelen genomen:

 
 

a

schriftelijke instructies worden verstrekt met betrekking tot de uitvoering van arbeid;

€ 540

 

b

voor de aanvang van arbeid dat gevaar kan opleveren, wordt toestemming verleend door een daartoe bevoegde persoon om deze arbeid te verrichten;

€ 540

 

c

apparaten en beveiligingssystemen worden, wanneer stroomuitval extra gevaren teweeg kan brengen, onafhankelijk van de rest van de installatie, bij stroomuitval in een veilige bedrijfstoestand gehandhaafd;

€ 1.800

 

d

automatisch gestuurde apparaten en beveiligingssystemen die van de voorziene bedrijfsomstandigheden afwijken, worden zonder gevaar manueel uitgeschakeld. Deze ingrepen worden door bevoegde werknemers uitgevoerd;

€ 1.800

 

e

indien de noodstopinrichtingen in werking worden gesteld, wordt de opgeslagen energie zo snel en zo veilig mogelijk afgevoerd of geïsoleerd, zodat zij niet langer een bron van gevaar vormt;

€ 1.800

 

f

vluchtmiddelen worden beschikbaar en gebruiksklaar gehouden zodat werknemers de gevaarlijke gebieden snel en veilig kunnen verlaten.

€ 2.700

       
3.5g   gevaar voor verstikking bedwelming, vergiftiging, brand of explosie  
 

4

Indien het niet mogelijk is om maatregelen, bedoeld in het tweede lid, te nemen en het noodzakelijk is om zich in de gevaarlijke atmosfeer bedoeld in het eerste lid, te begeven, dan wordt de werknemer permanent geobserveerd en worden doeltreffende maatregelen genomen om deze werknemer:

€ 4.500*

   

a. te beschermen tegen het gevaar, bedoeld in het tweede lid;

 
   

b. bij direct gevaar onmiddellijk op doeltreffende wijze hulp te bieden.

 
       
3.5h   Veiligheid aan, op of in tankschepen  
 

2

De in het eerste lid bedoelde werkzaamheden worden op veilige wijze verricht door of onder toezicht van een persoon die beschikt over voldoende deskundigheid.

€ 1.800*

 

3

Bij ministeriële regeling worden werkzaamheden aangewezen, die uitsluitend worden verricht, indien een gasdeskundige vooraf de gevaren voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers heeft beoordeeld en een verklaring heeft afgegeven die voldoet aan een bij ministeriële regeling vast te stellen model.

€ 4.500

 

4

Een gasdeskundige als bedoeld in het derde lid is in het bezit van een certificaat van vakbekwaamheid gasdeskundige, dat is afgegeven door Onze Minister of een certificerende instelling.

€ 1.800*

 

5

Het certificaat van vakbekwaamheid gasdeskundige of een afschrift daarvan is op de arbeidsplaats aanwezig en wordt desgevraagd getoond aan de toezichthouder.

€ 90*

       
3.6   Vluchtwegen en nooduitgangen  
 

1

Doeltreffende maatregelen zijn genomen teneinde het voor werknemer mogelijk te maken, indien een toestand ontstaat waarin direct gevaar voor veiligheid en gezondheid aanwezig is, zich snel via de kortst mogelijke weg in veiligheid kan stellen.

€ 2.700

 

2

Het aantal, de plaats en de afmetingen van de daartoe beschikbare vluchtwegen en nooduitgangen zijn afhankelijk van het gebruik, de uitrusting en de afmetingen van de arbeidsplaatsen alsmede van het maximum aantal werknemers en andere personen dat zich op deze plaatsen kan ophouden.

€ 2.700

       
3.7   Veilig gebruik van vluchtwegen en nooduitgangen  
 

1

Vluchtwegen en nooduitgangen zijn vrij van obstakels.

€ 2.700

 

2

Nooduitgangen kunnen te allen tijde worden geopend.

€ 2.700

 

3

Deuren van nooduitgangen en deuren op het traject van de vluchtwegen zijn op eenvoudige wijze van binnenuit naar buiten toe te openen.

€ 540

 

4

Schuif- en draaideuren worden niet als nooduitgang gebruikt.

€ 540

 

5

Vluchtwegen en nooduitgangen die bij het uitvallen van de verlichting slecht zichtbaar zijn, zijn voorzien van een adequate noodverlichting.

€ 540

 

6

Vluchtwegen, deuren en poorten op het traject van de vluchtwegen, alsmede nooduitgangen zijn gemarkeerd door signalen die voldoen aan het bij of krachtens afdeling 2 van hoofdstuk 8 bepaalde.

€ 540

       
3.8   Brandmelding en brandbestrijding  
 

1

In aanvulling op de regelgeving terzake van bedrijfshulpverlening (artikel 15 Arbowet) zijn op arbeidsplaatsen, afhankelijk van de aard van de te verrichten arbeid en de gevaren en het maximaal aantal werknemers en andere personen dat zich daar bevindt, voldoende passende brandbestrijdingsmiddelen aanwezig.

€ 900

 

2

Indien nodig moeten, in aanvulling op het eerste lid, branddetectoren en alarmsystemen aanwezig zijn.

€ 900

 

3

Niet-automatische brandbestrijdingsmiddelen zijn gemakkelijk bereikbaar en gemakkelijk te bedienen.

€ 540

 

4

Niet automatische brandbestrijdingsmiddelen zijn voorzien van signalering die voldoet aan artikel 8.4. Signalering is duurzaam en op de juiste plaats aangebracht.

€ 540

       
3.9   Noodverlichting  
   

Arbeidsplaatsen waar werknemers bij uitvallen van kunstlicht aan bijzondere gevaren zijn blootgesteld zijn voorzien van adequate noodverlichting.

€ 1.350

   

Indien noodverlichting niet mogelijk is, beschikken werknemers over individuele verlichting.

 
       
3.10   Redden van drenkelingen  
   

Op arbeidsplaatsen waar gevaar bestaat voor verdrinking wordt dit gevaar zoveel mogelijk voorkomen en zijn doelmatige middelen voor het redden van drenkelingen op goed zichtbare plaats beschikbaar.

€ 2.700

       
3.11   Vloeren, muren en plafonds van arbeidsplaatsen  
 

1

Vloeren van arbeidsplaatsen zijn zo veel mogelijk vrij van oneffenheden en gevaarlijke hellingen en zijn voorts zo veel mogelijk vast, stabiel en stroef.

€ 540

 

2

Het oppervlak van vloeren, muren en plafonds van arbeidsplaatsen. is zodanig dat deze te behoeve van de hygiëne op de arbeidsplaats kunnen worden schoongemaakt en onderhouden.

€ 270

 

3

Besloten ruimten waar arbeid wordt verricht zijn, rekening houdend met aard van werkzaamheden en te leveren fysieke belasting voldoende thermisch geïsoleerd.

€ 270

 

4

Transparante of lichtdoorlatende wanden van arbeidsplaatsen zijn voor zover mogelijk in verband met de aard van de arbeidsplaats:

€ 540

   

duidelijk gemarkeerd en van veiligheidsmateriaal vervaardigd, of

 
   

op een zodanige wijze aangebracht of afgeschermd dat de werknemers niet gewond kunnen raken.

 
       
3.12   Ramen en bovenlichtvoorzieningen van de ruimten  
 

1

Indien ramen, bovenlichtvoorzieningen en ventilatievoorzieningen geopend en gesloten kunnen worden,

€ 540

   

kan dit op veilige wijze geschieden;

 
   

kunnen zij tevens op veilige wijze geregeld en vastgezet worden; en

 
   

leveren zij in geopende stand geen gevaar op.

 
 

2

Ramen en bovenlichtvoorzieningen kunnen zonder gevaar worden schoongemaakt.

€ 540

       
3.13   Deuren, beweegbare hekken en andere doorgangen  
 

1

De plaats, het aantal en de afmeting van deuren, beweegbare hekken en andere doorgangen alsmede de materialen waarvan zij zijn vervaardigd, zijn afgestemd op de aard en het gebruik van de arbeidsplaats.

€ 540

 

2

Op transparante deuren is op ooghoogte een markering aangebracht.

€ 540

 

3

Afhankelijk van de aard van de arbeidsplaats en de arbeid die daar wordt verricht, zijn klapdeuren transparant of van transparante panelen voorzien.

€ 540

 

4

Indien deuren of andere doorgangen beschikken over transparante of licht doorlatende oppervlakten, zijn doeltreffende maatregelen genomen om te voorkomen dat werknemers door ongewild contact met die oppervlakten gewond raken.

€ 540

 

5

Deuren en beweegbare hekken die uit of van hun geleidingen kunnen raken zijn tegen uitlichten of aflopen dan wel tegen vallen geborgd.

€ 900

 

6

Automatische deuren en hekken functioneren zodanig dat zij geen gevaar opleveren. Ze zijn uitgerust met makkelijk herkenbare beveiligingen, die voorkomen dat werknemers gewond raken.

€ 900

 

7

Automatische deuren en hekken kunnen met de hand worden geopend, tenzij ze bij een stroomstoring automatisch opengaan.

€ 900

 

8

In de onmiddellijke nabijheid van deuren, beweegbare hekken of andere doorgangen die hoofdzakelijk voor verkeer van voertuigen of transportmiddelen zijn bestemd, bevinden zich – tenzij veilig voor voetgangers – afzonderlijke doorgangen voor voetgangers.

€ 540

 

9

De in het achtste lid bedoelde doorgangen voor voetgangers zijn duidelijk zichtbaar en vrij van obstakels.

€ 540

 

10

Kettingen of soortgelijke voorzieningen die worden gebruikt om te verhinderen dat een bepaalde ruimte wordt betreden, zijn goed zichtbaar en op doelmatige wijze voorzien van verbods- of waarschuwingsborden.

€ 540

       
3.14   Verbindingswegen  
 

1

De verbindingswegen op de arbeidsplaats zijn zodanig gelegen en ingericht dat zij op eenvoudige wijze, veilig en overeenkomstig hun bestemming, door voetgangers en voertuigen of transportmiddelen kunnen worden gebruikt.

€ 900

 

2

Voorkomen wordt dat werknemers die in de nabijheid van de verbindingswegen arbeid verrichten, gevaar lopen.

€ 900

 

3

De afmeting van de verbindingswegen is afgestemd op het aantal gebruikers en de aard van de arbeid die in het bedrijf of de inrichting wordt verricht.

€ 900

 

4

Indien op verbindingswegen – voorzover het niet op de openbare weg betreft – voertuigen of transportmiddelen worden gebruikt, zijn de nodige verkeersregels vastgesteld.

€ 900

 

5

In gevallen als bedoeld in het vierde lid, is tevens een veilige ruimte voor de voetgangers gewaarborgd of zijn andere doeltreffende maatregelen ter bescherming van de voetgangers genomen.

€ 900

 

6

De voor voertuigen of transportmiddelen bestemde verbindingswegen zijn gelegen op voldoende afstand van de overige verbindingswegen op de arbeidsplaats.

€ 900

 

7

Voor zover het gebruik of de inrichting van de arbeidsplaats zulks vereist, zijn de verbindingswegen duidelijk afgebakend.

€ 900

       
3.15   Markering gevaarlijke plaatsen  
 

1

De plaatsen waar door de aard van het werk gevaar, met inbegrip van valgevaar of gevaar voor vallende voorwerpen voorkomt of waar obstakels niet verwijderd kunnen worden, een gevaar voor de veiligheid vormen bij verplaatsing van voertuigen of personen worden duidelijk gemarkeerd door signalen die voldoen aan artikel 8.4.

€ 540

 

2

Alleen werknemers, die beroepshalve of uit hoofde van hun functie de in het eerste lid bedoelde plaatsen moeten betreden, worden daar toegelaten.

€ 900

       
3.16   Voorkomen valgevaar  
 

1

Bij het verrichten van arbeid waarbij valgevaar bestaat:

€ 4.500

   

– is zo mogelijk een veilige steiger, stelling, bordes of werkvloer aangebracht, of

 
   

– is het gevaar tegengegaan door het aanbrengen van doelmatige hekwerken, leuningen of andere dergelijke voorzieningen.

 
 

5

Indien de voorzieningen van valgevaar niet of slechts ten dele kunnen worden aangebracht of indien het aanbrengen of wegnemen daarvan grotere gevaren meebrengt dan de arbeid ter beveiliging waarvan zij zouden moeten dienen:

– zijn voldoende sterke en voldoende grote vangnetten op doelmatige plaatsen en wijze aangebracht, of

– worden doelmatige veiligheidsgordels met vanglijnen van voldoende sterkte gebruikt, of

– worden andere technische middelen toegepast, die een zelfde mate van beveiliging geven.

Daarbij hebben maatregelen gericht op collectieve bescherming de voorrang boven maatregelen gericht op individuele bescherming.

€ 4.500

       
3.17   Voorkomen gevaar door voorwerpen, producten, vloeistoffen of gassen  
   

Het gevaar te worden getroffen of geraakt door voorwerpen, producten of onderdelen daarvan dan wel vloeistoffen of gassen, of het gevaar bekneld te raken tussen voorwerpen, producten of onderdelen daarvan, wordt voorkomen en indien dat niet mogelijk is zoveel mogelijk beperkt. Artikel 3.16, vijfde lid, laatste volzin, is van toepassing: maatregelen op collectief niveau hebben de voorkeur boven maatregelen op individueel niveau.

€ 4.500

       
3.18   Specifieke maatregelen voor roltrappen, rolpaden en laadplatforms  
 

1

Roltrappen en -paden functioneren veilig en zijn uitgerust met noodzakelijke veiligheidsvoorzieningen, waaronder gemakkelijk herkenbare en toegankelijke noodstopvoorzieningen.

€ 2.700

 

2

Laadplatforms en -hellingen zijn afgestemd op de afmetingen van te vervoeren ladingen. Zij beschikken over ten minste één uitgang.

€ 540

       
3.19   Afmetingen en luchtvolume van ruimten; bewegingsruimte op de arbeidsplaats  
 

1

Afmetingen en luchtvolume van de arbeidsplaats zijn zodanig dat de werknemer zonder gevaar voor de veiligheid of de gezondheid zijn arbeid kan verrichten.

€ 540

 

2

Afmetingen van de arbeidsplaats zijn zodanig dat de werknemer bij het verrichten van zijn arbeid over voldoende bewegingsruimte beschikt.

€ 540

 

3

Indien in verband met de aard van de arbeid niet over voldoende bewegingsruimte kan worden beschikt, is in de nabijheid een andere open of besloten ruimte met voldoende bewegingsvrijheid voor betrokken werknemers beschikbaar.

€ 540

       
3.20   Ontspanningsruimten  
   

In het bedrijf of de inrichting of in de directe nabijheid is een gemakkelijk toegankelijke ruimte beschikbaar waar werknemers de pauzes kunnen doorbrengen.

€ 540

   

De ruimte waar werknemers de pauzes kunnen doorbrengen,

 
   

is daartoe geschikt en afhankelijk van het aantal werknemers, voldoende ruim bemeten en uitgerust met voldoende tafels en stoelen.

 
       
3.21   Nachtverblijven  
   

Voor werknemers die gedurende de tijdsruimte tussen het einde en het begin van de dagelijkse arbeidstijd, in het bedrijf of de inrichting waar zij werkzaam zijn, plegen te verblijven is een nachtverblijf beschikbaar.

€ 540

   

Een nachtverblijf is adequaat ingericht.

 
   

Een nachtverblijf is uitsluitend bestemd voor personen van gelijk geslacht.

 
       
3.22   Kleedruimten  
 

1

Iedere werknemer beschikt over een plaats om zijn kleding op te hangen.

€ 270

 

2

Voor werknemers die speciale werkkleding moeten dragen zijn doelmatige voldoende ruime, van stoelen of banken voorziene en naar seksen gescheiden kleedruimten beschikbaar.

€ 540

   

Deze ruimten zijn zoveel mogelijk in de nabijheid van de open of besloten ruimten waar de arbeid pleegt te worden verricht.

 
   

Natte werkkleding kan zo nodig worden gedroogd.

€ 270

 

3

In de kleedruimten kan kleding die werknemers tijdens arbeid niet dragen op doelmatige wijze en afgesloten worden bewaard.

€ 270

 

4

Indien omstandigheden zulks vereisen kunnen de speciale werkkleding en de persoonlijke kleding van de werknemers gescheiden van elkaar op doelmatige wijze en afgesloten worden bewaard.

€ 270

       
3.23   Wasgelegenheden en douche ruimten  
 

1

Indien werknemers blootstaan aan vuil of stof is een wasruimte met een voldoende aantal wasbakken aanwezig.

€ 270

   

De wasbakken zijn functioneel geplaatst en naar seksen gescheiden.

 
   

De wasbakken beschikken over koud, en zo nodig over warm stromend water

 
 

2

Indien werknemers zodanig bloot staan aan vuil, stof of hoge temperaturen dat een reiniging van het lichaam nodig is die meer omvat dan die van handen en gezicht of zulks uit de aard van hun arbeid of de zorg voor de gezondheid voortvloeit, is tevens een doucheruimte met een voldoende aantal douches aanwezig.

€ 540

   

De doucheruimte is voldoende ruim, doelmatig ingericht en naar seksen gescheiden.

 
   

De douches beschikken over warm en koud stromend water.

 
 

3

Indien douche- of wasruimten en de kleedruimten zich niet in dezelfde ruimte bevinden, zijn deze onderling gemakkelijk en binnendoor bereikbaar.

€ 270

       
3.24   Toiletten en wastafels  
 

1

In een bedrijf of inrichting zijn in de nabijheid van de ruimten waar de werknemers hun werkzaamheden verrichten een voldoende aantal toiletten aanwezig.

€ 540

 

2

In of in de onmiddellijke nabijheid van de ruimten waarin de toiletten zich bevinden zijn voldoende wastafels.

€ 540

 

3

De toiletten of het gebruik van de toiletten zijn naar seksen gescheiden.

€ 540

       
3.25   Eerstehulpposten  
 

1

Indien de aard van de arbeid of de daaraan verbonden gevaren dit noodzakelijk maken, zijn in aanvulling op artikel 15 Arbowet, in het bedrijf of de inrichting voldoende eerstehulpposten aanwezig.

€ 540

 

2

In de eerstehulpposten zijn duidelijk zichtbare instructies voor eerste hulp bij ongevallen aanwezig.

€ 270

 

3

In de eerstehulpposten is een alarmnummer duidelijk zichtbaar aangebracht.

€ 270

 

4

De eerstehulpposten zijn voorzien van de noodzakelijke eerstehulpuitrusting.

€ 270

 

5

De eerstehulpposten zijn gemakkelijk met brancards bereikbaar.

€ 270

 

6

De eerstehulpposten en de eerstehulpuitrusting zijn voorzien van een signalering die aan artikel 8.4 voldoet.

€ 540

       
Afdeling 2 Aanvullende voorschriften bouwplaatsen  
3.27   Algemene vereisten  
 

1

Een bouwplaats is gemarkeerd en afgebakend.

€ 540

 

2

Op een bouwplaats is voldoende drinkwater of andere alcoholvrije drank beschikbaar.

€ 270

 

3

Op een bouwplaats zijn zo nodig faciliteiten voor het bereiden van maaltijden beschikbaar.

€ 270

       
3.28   Stabiliteit en stevigheid  
 

1

Werkplekken op een bouwplaats die niet op de begane grond zijn gesitueerd, zijn stabiel en stevig, waarbij rekening wordt gehouden met het aantal werknemers dat zich daar bevindt, de maximale belasting en de verdeling daarvan en met externe invloeden.

€ 4.500

   

Zo nodig zijn ten behoeve van de stabiliteit doeltreffende bevestigingsmiddelen aangebracht.

 
 

2

De stabiliteit en stevigheid worden regelmatig en in ieder geval na iedere relevante verandering van de hoogte of de diepte van de hiervoor bedoelde werkplekken, doeltreffend gecontroleerd.

€ 1.800

       
3.29   Elektrische installaties en leidingen  
 

1

Elektrische installaties die voor aanvang van de werkzaamheden reeds op de bouwplaats aanwezig zijn, worden geïdentificeerd, gecontroleerd en duidelijk gekenmerkt.

€ 1.800

 

2

Bovengrondse elektriciteitsleidingen worden zoveel mogelijk buiten de bouwplaats om geleid of spanningsloos gemaakt.

€ 2.700

   

Indien dat niet mogelijk is worden hekken of waarschuwingsborden geplaatst.

 
 

3

Indien voertuigen onder elektriciteitsleidingen door moeten rijden worden beschermingen onder de leidingen aangebracht.

€ 2.700

 

4

Ondergrondse elektriciteitsleidingen, leidingen voor andere distributiesystemen en kabels worden voor de aanvang van grondverzetwerkzaamheden geïdentificeerd.

€ 1.800

 

5

Doeltreffende maatregelen worden genomen om de gevaren voor de werknemers, verbonden aan beschadiging van ondergrondse leidingen en kabels, zoveel mogelijk te voorkomen.

€ 2.700

       
3.30   Bouwputten, tunnels, uitgravingen,en andere ondergrondse werkzaamheden en grondverzetwerkzaamheden  
 

1

In een bouwput, een tunnel, bij een uitgraving of andere ondergrondse werkzaamheden worden doeltreffende stut- of taludvoorzieningen aangebracht ter voorkoming van instorting of overstroming.

€ 2.700

 

2

Bij grondverzetwerkzaamheden worden de uitgegraven aarde, het gebruikte materiaal en de daarbij gebruikte voertuigen op veilige afstand van de uitgraving gehouden.

€ 2.700

   

Zo nodig wordt rond een uitgraving doeltreffend hekwerk geplaatst.

 
       
3.31   Metaal- en betonconstructies, bekistingen en zware prefab-elementen  
 

1

Metaal- en betonconstructies alsmede onderdelen daarvan, bekistingen, prefab-elementen of tijdelijke stutten en schoren worden slechts gemonteerd of gedemonteerd onder toezicht van een speciaal daartoe aangewezen persoon.

€ 1.800

 

2

Bekistingen, tijdelijke stutten en schoren kunnen zonder gevaar voor de werknemers de krachten dragen waaraan zij blootstaan.

€ 2.700

       
Afdeling 3 Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw, ondergronds of met behulp van boringen  
3.33   Schriftelijke voorlichting  
   

Voor iedere arbeidsplaats in de winningsindustrie zijn schriftelijke instructies opgesteld, waarin de regels zijn opgenomen die moeten worden nageleefd om de veiligheid en gezondheid van de werknemers, alsmede het veilig gebruik van de arbeidsmiddelen te garanderen. Deze instructies bevatten tevens aanwijzingen voor het gebruik van de noodapparatuur en de te volgen handelwijze in noodsituaties.

€ 540

       
3.34   Gevaar voor explosie  
   

De maatregelen gericht op het voorkomen van gevaar voor explosie, bedoeld in artikel 3.5g. tweede lid, worden opgenomen in het veiligheids- en gezondheidsplan, bedoeld in artikel 2.42, tweede lid.

€ 450

       
3.35   Reanimatie-apparatuur  
 

1

In aanvulling op artikel 15 van de wet, zijn in zones waar gevaar voor verstikking, bedwelming of vergiftiging bestaat doelmatige reanimatieapparaten aanwezig

€ 2.700

 

2

Op de arbeidsplaats in de winningsindustrie zijn voldoende werknemers aanwezig die de in het eerste lid bedoelde reanimatieapparaten kunnen bedienen

€ 2.700

 

3

De reanimatie apparaten worden doelmatig onderhouden en opgeslagen.

€ 540

       
3.36   Beperken en bestrijden van brand  
   

Vervallen.

 
       
Afdeling 3a Aanvullende voorschriften winningsindustrieën in dagbouw  
3.37   Voorkomen instabiliteit  
 

1

Telkens voor aanvang van werkzaamheden aan afgravings- of ontginningsfronten boven werkterreinen of verkeerswegen wordt nagegaan of er geen instabiele massa's of rotsblokken zijn. Losse steenblokken worden zo nodig verwijderd.

€ 900

 

2

Voor het ontstaan van instabiliteit bij het ontginnen van fronten of steenhopen wordt gewaakt.

€ 900

       
Afdeling 3b Aanvullende voorschriften ondergrondse winningsindustrieën  
3.37b   Plattegronden en bewegwijzering  
 

1

Er worden plattegronden gemaakt en regelmatig bijgewerkt, waarop de galerijen en de ontginningswerkzaamheden en alle bekende factoren die van invloed kunnen zijn op de ontginning en de veiligheid daarvan zijn aangegeven op een schaal die een duidelijke voorstelling mogelijk maakt. De plattegronden zijn op de arbeidsplaats aanwezig en worden desgevraagd getoond aan de toezichthouder. De plattegronden zijn gemakkelijk toegankelijk en worden zolang bewaard als met het oog op de veiligheid noodzakelijk is.

€ 540

 

2

In de galerijen is een bewegwijzering aangebracht, zodat de werknemers zich gemakkelijk kunnen oriënteren.

€ 540

       
3.37c   Uitgangen  
 

1

Iedere ondergrondse ontginning staat via ten minste twee afzonderlijke uitgangen met de oppervlakte in verbinding. Deze uitgangen zijn degelijk geconstrueerd en gemakkelijk toegankelijk voor de werknemers die ondergrondse werkzaamheden verrichten.

€ 2.700

 

2

Wanneer voor het gebruik van deze uitgangen een bijzondere krachtsinspanning nodig is, zijn zij uitgerust met mechanische transportmiddelen voor de werknemers.

€ 2.700

       
3.37d   Transportinstallaties  
 

1

Transportinstallaties worden zodanig aangelegd, gebruikt en onderhouden, dat de veiligheid en de gezondheid van de werknemers die ze besturen of gebruiken, of zich in de nabijheid daarvan ophouden, gewaarborgd is.

€ 4.500

 

2

Bij vervoer van werknemers met mechanische transportmiddelen wordt gezorgd voor passende voorzieningen en speciale schriftelijke instructies.

€ 4.500

       
3.37e   Ondersteuning en stabiliteit  
 

1

Zo spoedig mogelijk na het delven worden er ondersteuningen aangebracht, tenzij dit vanwege de stabiliteit van het terrein niet noodzakelijk is voor de veiligheid van de werknemers. Deze ondersteuningen worden volgens schema's en schriftelijke instructies aangebracht.

€ 2.700

 

2

Alle voor werknemers toegankelijke werkplekken worden regelmatig op de stabiliteit van het terrein onderzocht.

€ 900

 

3

Bij het onderhoud van de ondersteuningen wordt rekening gehouden met de uitkomsten van het onderzoek, bedoeld in het tweede lid.

€ 900

       
3.37f   Instortingen en waterdoorbraken  
 

1

In zones waar zich instortingen of waterdoorbraken kunnen voordoen, wordt een winningsprogramma opgesteld en uitgevoerd dat zoveel mogelijk gericht is op een veilig werksysteem en op de bescherming van de werknemers.

€ 2.700

 

2

Er worden maatregelen genomen om de zones, bedoeld in het eerste lid, te kunnen herkennen, om de werknemers die in of in de nabijheid van die zones werken te beschermen en om de risico's te beheersen.

€ 2.700

       
3.37g   Voorkoming van brand en temperatuurstijging  
 

1

Er worden maatregelen genomen om temperatuurstijgingen te voorkomen of vroegtijdig te signaleren.

€ 4.500

 

2

Het gebruik van brandbare materialen wordt tot het strikt noodzakelijke minimum beperkt.

€ 1.350

 

3

De te gebruiken hydraulische vloeistoffen zijn voorzover mogelijk moeilijk ontvlambaar en voldoen aan specificaties en beproevingsvoorwaarden betreffende de brandbaarheid ervan alsmede aan criteria betreffende de hygiëne. Indien de te gebruiken hydraulische vloeistoffen niet aan de in de eerste volzin gestelde eisen voldoen, worden aanvullende maatregelen genomen.

€ 2.700

       
3.37h   Verlichting  
   

In aanvulling op artikel 3.9 beschikt elke werknemer over een voor het werk geschikte lamp.

€ 540

       
3.37i   Aanwezigheidscontrole  
   

Het werk is zodanig georganiseerd dat op ieder moment kan worden vastgesteld wie er ondergronds is.

€ 90

       
Afdeling 3c Aanvullende voorschriften winningsindustrieën met behulp van boringen  
3.37k   Vereisten inrichting mijnbouwinstallaties  
 

1

In aanvulling op de artikelen 3.2 en 3.3 zijn mijnbouwinstallaties zodanig ontworpen, gebouwd, ingericht, bediend, gecontroleerd en onderhouden dat zij aan de te verwachten omgevingskrachten weerstand kunnen bieden. Zij dienen een constructie en stevigheid te hebben die zijn afgestemd op het gebruik dat ervan wordt gemaakt.

€ 2.700

 

2

Op mijnbouwinstallaties worden zo nodig brandbarrières aangebracht met het oog op de afscheiding van zones waar brandrisico bestaat.

€ 2.700

       
3.37l   Verkeer en vervoer  
   

Vervallen.

 
       
3.37m   Onderhoud van veiligheidsapparatuur  
   

Doelmatige veiligheidsapparatuur staat steeds gebruiksklaar en wordt in goede staat gehouden. Bij het onderhoud daarvan wordt naar behoren rekening gehouden met de uitgeoefende activiteiten.

€ 4.500

       
3.37n   Nooduitgangen  
 

1

Woon- en verblijfruimten op mijnbouwinstallaties hebben op elk niveau ten minste twee afzonderlijke nooduitgangen, die zo ver mogelijk van elkaar zijn gelegen en uitkomen in een veilige zone, een veilig verzamelpunt of een veilig evacuatiestation.

€ 2.700

 

2

In afwijking van artikel 3.7, vierde lid, zijn nooduitgangen op mijnbouwinstallaties voorzien van deuren die op eenvoudige wijze van binnenuit naar buiten toe zijn te openen of indien dit niet mogelijk is, van schuifdeuren.

€ 540

       
3.37p   Gevarenzones  
 

1

Arbeidsplaatsen waar door de aard van het werk gevarenzones, met inbegrip van valgevaar of gevaar voor vallende voorwerpen, voorkomen, worden zoveel mogelijk uitgerust met voorzieningen die beletten dat werknemers deze zones zonder toestemming betreden.

€ 4.500

 

2

Er worden doeltreffende maatregelen getroffen om de werknemers die de gevarenzones mogen betreden te beschermen.

€ 4.500

       
3.37q   Afstandsbediening in noodgevallen  
 

1

Indien de veiligheid en de gezondheid van de werknemers dat vereisen wordt bepaalde apparatuur in geval van nood vanaf geschikte locaties op afstand bediend.

€ 1.800

 

3

Ten behoeve van de afstandsbediening, bedoeld in het eerste lid, zijn er controleposten op geschikte locaties die in geval van nood kunnen worden gebruikt, indien nodig met inbegrip van controleposten op veilige verzamelpunten en in evacuatiestations.

€ 1.800

       
3.37r   Communicatiesystemen  
 

1

Indien de veiligheid en de gezondheid van de werknemers dat vereisen wordt iedere bemande arbeidsplaats uitgerust met:

€ 2.700

   

a. een audiovisueel systeem waarmee een alarmmelding zo nodig kan worden doorgestuurd naar elk bemand deel van de arbeidsplaats;

 
   

b. een luidsprekersysteem, dat duidelijk kan worden gehoord in alle delen van de installatie waar zich vaak werknemers ophouden;

 
   

c. een systeem waarmee de verbinding met het vasteland en de hulpdiensten kan worden onderhouden.

 
 

2

Op mijnbouwinstallaties blijven de systemen, bedoeld in het eerste lid, in geval van nood operationeel. Het luidsprekersysteem wordt aangevuld met communicatiesystemen die niet afhankelijk zijn van kwetsbare stroomvoorzieningsinstallaties.

€ 2.700

 

3

De voorzieningen voor het slaan van alarm zijn op doelmatige plaatsen aangebracht.

€ 2.700

 

4

Indien werknemers aanwezig zijn op arbeidsplaatsen die normaliter niet door werknemers bemand zijn, is er een doelmatig communicatiesysteem.

€ 2.700

       
3.37s   Verzamelpunten en monsterrol  
 

1

Indien de veiligheid en de gezondheid van de werknemers dat vereisen worden er verzamelpunten vastgesteld, wordt een monsterrol bijgehouden en worden de hiervoor noodzakelijke maatregelen getroffen.

€ 90

 

2

Doelmatige maatregelen worden genomen om:

€ 4.500

   

a. de evacuatiestations en de veilige verzamelpunten te beschermen tegen warmte en rook, en, zoveel mogelijk, tegen de gevolgen van explosies;

 
   

b. de vluchtroutes van en naar de evacuatiestations en verzamelpunten te allen tijde bruikbaar te laten blijven;

 
   

c. de evacuatiestations en de veilige verzamelpunten gemakkelijk bereikbaar te laten zijn vanuit de verblijfsaccommodatie en de werkruimten.

 
 

3

De maatregelen, bedoeld in het tweede lid, zijn zodanig dat ze de werknemers lang genoeg bescherming bieden om, indien nodig, in alle veiligheid een evacuatie- en reddingsoperatie te kunnen organiseren en uitvoeren.

€ 4.500

 

4

Indien de veiligheid en de gezondheid van de werknemers dat vereisen, is een van de beschermde plaatsen, bedoeld in het eerste lid, voorzien van afstandbedieningssystemen voor noodgevallen als bedoeld in artikel 3.37q en van een communicatiesysteem als bedoeld in artikel 3.37r, eerste lid, onder c.

€ 1.350

 

5

Op een mijnbouwinstallatie wordt voor elk veilig verzamelpunt een lijst opgesteld, bijgehouden en ter plaatse aangeplakt met de namen van de werknemers voor wie dat verzamelpunt is bestemd.

€ 90

 

6

Een lijst met de namen van de werknemers die in geval van nood speciale taken hebben wordt opgesteld en bijgehouden en op doelmatige plaatsen aangeplakt. De namen van deze werknemers worden eveneens vermeld in de schriftelijke instructies, bedoeld in artikel 3.33.

€ 90

       
3.37t   Reddingsmiddelen  
 

1

Op een mijnbouwinstallatie zijn voor onmiddellijk gebruik voldoende geschikte middelen voor redding, evacuatie en voor directe ontsnapping in zee in noodgevallen beschikbaar.

€ 2.700

 

2

Als evacuatie van werknemers moet geschieden langs moeilijke vluchtwegen of via plaatsen waar de lucht niet of mogelijk niet ingeademd kan worden, staat zelfreddingsapparatuur voor onmiddellijk gebruik op de werkplek ter beschikking van de werknemers.

€ 2.700

 

3

Reddingsmiddelen als bedoeld in het eerste lid voldoen aan de volgende voorschriften:

€ 900

   

a. ze zijn functioneel en zo nodig uitgerust met voorzieningen om lang genoeg te kunnen overleven;

 
   

b. er zijn er voldoende van om alle werknemers die zich in de installatie kunnen ophouden te kunnen evacueren;

 
   

c. het type is afgestemd op de arbeidsplaats;

 
   

d. ze zijn van betrouwbare materialen gemaakt, rekening houdend met de reddingsfunctie en de omstandigheden waarin ze eventueel zullen worden gebruikt of waarin ze gebruiksklaar worden gehouden; en

 
   

e. ze hebben een kleur die opvalt wanneer ze worden gebruikt en zijn uitgerust met voorzieningen waarmee de gebruiker de aandacht van de redders kan trekken.

 
 

4

Het materiaal, dat nodig is in geval bij een ongeval vervoer per helikopter plaatsvindt, ligt gebruiksklaar opgeslagen in de onmiddellijke nabijheid van de helikopterlandingsplaats.

€ 2.700

       
3.37u   Beveiliging noodsystemen  
   

Op mijnbouwinstallaties worden branddetectie- en brandbeschermingssystemen, inrichtingen voor brandblussing of branddoving en alarmsystemen afgeschermd tegen ongelukken en wel op zodanige wijze dat hun functies in noodgevallen operationeel blijven. Zo nodig worden dergelijke systemen in dubbele uitvoering aangebracht.

€ 2.700

       
3.37w   Verblijfsaccommodatie  
 

1

In aanvulling op artikel 3.21 wordt, wanneer de aard, de omvang en de duur van de werkzaamheden op een mijnbouwinstallatie zulks vereisen, de nodige verblijfsaccommodatie ter beschikking gesteld.

€ 540

 

2

Leidingen die in geval van lekkage direct gevaar voor de gezondheid kunnen opleveren worden buiten de accommodatie en de hiermee in verbinding staande gangen gehouden. Deze accommodatie:

 
   

a. is afdoende beschermd tegen de gevolgen van explosies, binnendringen van rook en gas en het uitbreken en de verbreiding van brand, zoals omschreven in het veiligheids- en gezondheidsdocument, bedoeld in artikel 2.42;

€ 4.500

   

b. is beschermd tegen weersomstandigheden en tegen geluids- en stankhinder en ontwikkeling van rookgassen uit andere ruimten, welke gevaarlijk voor de gezondheid kunnen zijn;

€ 1.800

   

c. staat niet in rechtstreekse verbinding met besloten ruimten, waarin machines, ketels, tanks, drukvaten en dergelijke zijn opgesteld;

€ 1.800

   

d. is afgescheiden van elke werkplek en buiten gevarenzones liggen;

€ 1.800

   

e. staat, voorzover het een slaapverblijf betreft, niet in rechtstreekse verbinding met ontspanningsruimten, noch met ruimten voor het bereiden en bewaren van voedsel.

€ 1.800

 

3

De verblijfsaccommodatie is voorzien van voldoende bedden of kooien, rekening houdend met het aantal werknemers dat naar verwachting in de installatie zal slapen. In een slaapverblijf bevinden zich ten hoogste twee slaapplaatsen.

€ 540

 

4

Elke verblijfsaccommodatie beschikt over voldoende plaats voor het opbergen van kleding.

€ 270

       
3.37x   Kookgelegenheid  
   

Vervallen.

 
       
3.37y   Veiligheid en stabiliteit  
   

Tijdens de plaatsing van een mijnbouwinstallatie worden alle noodzakelijke maatregelen genomen om de veiligheid en de gezondheid van de werknemers te waarborgen.

€ 2.700

       
Afdeling 4 Aanvullende voorschriften benzinestations  
3.39 t/m 3.40

Vervallen.

 
       
Afdeling 5 Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers  
3.46   Deskundig toezicht (jeugdigen)  
   

Deskundig toezicht als bedoeld in artikel 1.37 is van toepassing op jeugdige werknemers die:

€ 2.700

   

arbeid verrichten waarbij gevaar voor instorting bestaat, of

 
   

arbeid verrichten aan, met of in directe nabijheid van hoogspanningsinstallaties.

 
       
3.48   Rustruimten (zwangere werknemers)  
   

Voor zwangere werknemers en werknemers tijdens de lactatie is een geschikte, af te sluiten besloten ruimte beschikbaar, waarin gelegenheid is of onmiddellijk kan worden gemaakt voor het nemen van rust.

€ 540

   

In een rustruimte is een deugdelijk, al of niet opvouwbaar bed of een deugdelijke rustbank beschikbaar.

 
       
Tarieflijst Boetenormbedragen Deel 2 Arbeidsomstandighedenbesluit (vervolg)

Artikel

Lid

Beboetbare feiten

Boete normbedrag

Hoofdstuk 4 Gevaarlijke stoffen en biologische agentia  
Afdeling 1 Gevaarlijke stoffen  
4.1b   Zorgplicht van de werkgever  
 

1

In alle gevallen waarin werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, zorgt de werkgever voor een doeltreffende bescherming van de gezondheid en veiligheid van de werknemer.

€ 1.800

 

2

Aan het bepaalde in het eerste lid wordt voldaan indien:

 
   

a. in het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, de aard, mate en duur van de blootstelling is beoordeeld in overeenstemming met artikel 4.2;

 
   

b. doeltreffende maatregelen zijn getroffen ter voorkoming of beperking van de blootstelling in overeenstemming met de artikelen 4.1c en 4.4 dan wel in overeenstemming met de artikelen 4.17, 4.18 en 4.19;

 
   

c. preventieve maatregelen zijn getroffen ter voorkoming van ongewilde gebeurtenissen in overeenstemming met artikel 4.6.

 
   

Lid 2 wordt beboet via lid 1.

 
       
4.1c   Beperken van blootstelling; algemene preventieve maatregelen  
 

1

In alle gevallen waarin arbeid wordt verricht waarbij werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, wordt, in het kader van artikel 3 van de wet, de blootstelling van werknemers aan gevaarlijke stoffen voorkomen of geminimaliseerd door:

 
 

a

het ontwerp en de organisatie van de arbeidssystemen op de werkplek;

€ 4.500

 

b

gebruik te maken van adequate arbeidsmiddelen;

€ 4.500

 

c

gebruik te maken van adequate voorzieningen bij het uitvoeren van reparatie- of onderhoudswerkzaamheden;

€ 4.500

 

d

het aantal werknemers, dat wordt of kan worden blootgesteld te minimaliseren;

€ 4.500

 

e

de mate en duur van de blootstelling te minimaliseren;

€ 4.500

 

f

huidcontact te voorkomen of te minimaliseren door het dragen van doelmatige persoonlijke beschermingsmiddelen bij mogelijke blootstelling aan een enkelvoudige of samengestelde stof:

1°. die voldoet aan de criteria voor classificatie met een effect op de huid of ogen, inclusief de classificatie kankerverwekkend voor de huid, volgens Richtlijn 67/548/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juni 1967 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PbEG 1967, 196) of Richtlijn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten (PbEG 1999, L 200);

2°. als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, of artikel 4.16, eerste lid, en waarbij is aangegeven dat die door de huid kan worden opgenomen;

€ 4.500

 

g

de grootst mogelijke zorgvuldigheid, ordelijkheid en zindelijkheid in acht te nemen;

€ 900*

 

h

de hoeveelheid gevaarlijke stoffen op de werkplek zoveel mogelijk te beperken;

€ 4.500

 

i

passende werkmethoden in te voeren, met inbegrip van regelingen voor de veilige behandeling, opslag en vervoer op de werkplek van gevaarlijke stoffen en van afvalstoffen die gevaarlijke stoffen bevatten;

€ 4.500

 

j

arbeid slechts te laten verrichten door personen die in een zodanige lichamelijke en geestelijke toestand verkeren en op het gebied van die arbeid over een zodanige basiskennis beschikken, dat zij voldoende in staat zijn de daaraan verbonden gevaren te onderkennen en te voorkomen;

€ 540*

 

k

te zorgen dat op plaatsen waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, niet wordt gerookt, gegeten, gedronken, geslapen of voedsel wordt bewaard;

€ 4.500*

 

2

De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn in overeenstemming met de stand van de wetenschap en techniek.

€ 4.500

       
4.1d   Beperking van blootstelling; werkpleketikettering  
 

1

In alle gevallen waarin arbeid wordt verricht waarbij werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, wordt in het kader van artikel 3 van de wet de blootstelling van werknemers aan gevaarlijke stoffen voorkomen of geminimaliseerd door op de verpakking van de gevaarlijke stof opvallend en goed leesbaar te vermelden:

a. de officiële naam van de gevaarlijke stof en de relevante gevaarlijke bestanddelen; en

b. de gevaarsymbolen, gevaarbenamingen en de waarschuwingszinnen.

 
 

2

In afwijking van het eerste lid hoeven op laboratoriumhulpmiddelen die voor steeds wisselende chemicaliën worden gebruikt, niet steeds alle verplichte aanduidingen te zijn aangebracht. Worden deze hulpmiddelen alleen gebruikt voor kortdurende handelingen dan zijn geen aanduidingen verplicht. Worden deze hulpmiddelen gebruikt voor andere dan kortdurende handelingen dan zijn op deze hulpmiddelen opvallend en goed leesbaar vermeld:

a. voor een enkelvoudige stof: de officiële naam van de gevaarlijke stof; en

b. voor een meervoudige stof: de officiële naam of namen van de relevante gevaarlijke bestanddelen.

 
 

3

In het geval van opslag van gevaarlijke stoffen in grotere hoeveelheden in speciale opslagruimten wordt aan het eerste lid voldaan als de verplichte aanduidingen voor meerdere identieke verpakkingen door middel van één etiketafdruk opvallend en goed leesbaar zijn aangebracht. De aanduidingen zijn zodanig aangebracht dat voor elke afzonderlijk opgeslagen verpakking te allen tijde ter plekke duidelijk is dat de aanduidingen van toepassing zijn. Als gevaarlijke stoffen uitsluitend voor de handel zijn opgeslagen, kan worden volstaan met het aanbrengen van de bij aflevering in Nederland wettelijk verplichte aanduidingen.

 
 

4

In geval van vervoer en laden en lossen van gevaarlijke stoffen wordt aan het eerste lid voldaan als de vervoerders en de laders en lossers tijdens hun werkzaamheden ter plekke beschikken over de gegevens die op grond van het bij of krachtens de Wet milieubeheer bepaalde op het etiket zouden moeten worden vermeld.

 
 

5

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing voor zover de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden van toepassing zijn.

€ 540

       
4.2   Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie, beoordelen  
 

1

Indien werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, ongeacht of met deze stoffen daadwerkelijk arbeid wordt of zal worden verricht , worden in het kader van de ri&e: de aard, mate en duur van die blootstelling beoordeeld teneinde de gevaren of de hinder voor de werknemers te bepalen.

€ 900

 

2

Met betrekking tot de aard van de blootstelling wordt in ieder geval vastgesteld aan welke gevaarlijke stoffen werknemers worden of kunnen worden blootgesteld, wat de gevaren zijn die aan die stoffen zijn verbonden, in welke situaties blootstelling zich kan voordoen en op welke wijze blootstelling kan plaatsvinden.

€ 900

 

3

Met betrekking tot de mate van blootstelling aan gevaarlijke stoffen wordt in ieder geval vastgesteld wat het blootstellingsniveau is.

€ 900

 

4

Voor het doeltreffend vaststellen van het blootstellingniveau wordt gebruik gemaakt van geschikte, genormaliseerde meetmethodes, dan wel andere voor het doel geschikte meetmethodes of kwantitatieve evaluatiemethodes.

€ 900

 

5

Bij de beoordeling bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken:

€ 900

   

a. de informatie over de veiligheid en gezondheid die door de leverancier van een gevaarlijke stof bij of krachtens wettelijk voorschrift moet worden verstrekt, alsmede de voor de risico-evaluatie noodzakelijke aanvullende informatie van de leverancier of uit andere gemakkelijk toegankelijke bronnen;

 
   

b. de omstandigheden tijdens werkzaamheden waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, waaronder begrepen de hoeveelheid gevaarlijke stoffen waaraan werknemers worden of kunnen worden blootgesteld;

 
   

c. de redelijkerwijs voorzienbare gebeurtenissen die kunnen leiden tot een aanzienlijke toename van de mate van blootstelling ook indien er preventieve maatregelen zijn getroffen;

 
   

d. de effectiviteit van de genomen of te nemen preventiemaatregelen;

 
   

e. voor zover van toepassing, de resultaten van de arbeidsgezondheidskundige onderzoeken, bedoeld in de artikelen 4.10a en 4.10b.

 
 

6

Indien sprake is van verschillende gevaarlijke stoffen, wordt de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, gebaseerd op het risico dat die gevaarlijke stoffen in combinatie opleveren.

€ 900

 

7

De in het eerste lid bedoelde mate van blootstelling wordt overeenkomstig het vierde lid getoetst aan de voor de betrokken stof vastgestelde grenswaarde.

€ 900

 

8

De beoordeling, bedoeld in het eerste lid, wordt regelmatig herzien, in ieder geval indien wordt aangevangen met nieuwe werkzaamheden waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken en voorts wanneer gewijzigde omstandigheden of de resultaten van de arbeidsgezondheidskundige onderzoeken, bedoeld in de artikelen 4.10a en 4.10b, hiertoe aanleiding geven.

€ 1.800

       
4.2a   Nadere voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie, aanvullende registratie  
   

Indien op de arbeidsplaats in verband met de aard van de werkzaamheden die daar worden uitgevoerd, gevaarlijke stoffen plegen voor te komen die bij of krachtens de Wet milieubeheer worden ingedeeld in de categorie ‘voor de voortplanting vergiftig’, bedoeld in artikel 9.2.3.1, tweede lid, onder n, van die wet, alsmede stoffen als bedoeld in richtlijn nr. 67/548/EEG van de Raad van de Europese Economische Gemeenschap van 27 juni 1967 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke

€ 450

   

bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PbEG L 196) die met de waarschuwingszin R64 worden gekenmerkt overeenkomstig de criteria in paragraaf 3.2.8 van bijlage VI bij deze richtlijn, worden met betrekking tot die stoffen in de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, in aanvulling op artikel 4.2, de volgende gegevens vermeld:

 
   

a. de hoeveelheid van de stof die per jaar pleegt te worden vervaardigd of gebruikt dan wel aanwezig pleegt te zijn in verband met opslag;

 
   

b. het aantal werknemers dat arbeid pleegt te verrichten op de arbeidsplaats waar de stof pleegt voor te komen;

 
   

c. de vorm van de arbeid die met de stof pleegt te worden verricht.

 
       
4.2b   Zorgvuldigheid, ordelijkheid en zindelijkheid  
   

Vervallen.

 
       
4.3   Grenswaarden  
 

2

Indien er geen wettelijke grenswaarde voor een bepaalde gevaarlijke stof is vastgesteld, stelt de werkgever een grenswaarde voor die stof vast. Deze grenswaarde is op een zodanig niveau vastgesteld dat er geen schade kan ontstaan aan de gezondheid van de werknemer.

€ 4.500

 

3

Bij overschrijding van een grenswaarde worden, met inachtneming van artikel 4.4, onverwijld doeltreffende maatregelen genomen om de concentratie terug te brengen tot beneden die waarde.

€ 4.500

 

4

Zolang de maatregelen, bedoeld in het derde lid, nog niet volledig ten uitvoer zijn gelegd of niet tot een doeltreffende bescherming leiden, wordt de arbeid alleen voortgezet, indien doeltreffende maatregelen zijn genomen om schade aan de gezondheid van de werknemers te voorkomen.

€ 4.500

       
4.3a   Beperken van blootstelling; algemene preventieve maatregelen  
   

a. Vervallen.

 
       
4.4   Arbeidshygiënische strategie  
 

1

Voor zover uit de resultaten van de beoordeling, bedoeld in artikel 4.2, blijkt dat er gevaar voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemers bestaat, zijn doeltreffende maatregelen genomen om te voorkomen dat de werknemers bij hun arbeid kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen in zodanige mate, dat hun veiligheid in gevaar kan worden gebracht of dat schade kan worden toegebracht aan hun gezondheid.

€ 4.500

 

2

Voor zover dit redelijkerwijs mogelijk is, worden bij de toepassing van het eerste lid gevaarlijke stoffen vervangen door stoffen waarbij de werknemers, gelet op de eigenschappen van die stoffen, de aard van de arbeid, de werkmethoden en de werkomstandigheden, niet of minder aan gevaar voor hun veiligheid of gezondheid worden blootgesteld.

€ 4.500

 

3

Indien vervanging redelijkerwijs niet mogelijk is of indien er nog een gevaar voor de veiligheid of gezondheid van de werknemers resteert, worden voor de toepassing van het eerste lid, zodanige technische maatregelen, werkprocessen, uitrustingen en materialen toegepast, dat het vrijkomen van gevaarlijke stoffen is voorkomen of zodanig beperkt, dat gevaar voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemers is voorkomen of zoveel mogelijk verminderd.

€ 4.500

 

4

Voor zover de maatregelen, genoemd in het tweede en derde lid, redelijkerwijs niet mogelijk zijn of het gevaar voor de veiligheid of de gezondheid niet volledig wegnemen, worden voor de toepassing van het eerste lid collectieve beschermingsmaatregelen bij de bron of organisatorische maatregelen getroffen, zodanig dat gevaar voor de veiligheid of de gezondheid wordt voorkomen.

€ 4.500

 

5

Voor zover de maatregelen zoals genoemd in het tweede, derde en vierde lid, redelijkerwijs niet mogelijk zijn of het gevaar voor de veiligheid of de gezondheid niet volledig wegnemen, worden voor de toepassing van het eerste lid, daarvoor geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking gesteld.

€ 4.500

 

6

De duur van het dragen van de persoonlijke beschermingsmiddelen, bedoeld in het vijfde lid, wordt voor ieder van de werknemers tot het strikt noodzakelijke beperkt.

€ 1.800

       
4.5   Ventilatie  
 

1

Indien verontreinigde lucht wordt afgevoerd, is gelijktijdig voldoende toevoer van niet-verontreinigde lucht gewaarborgd.

€ 1.350

       
4.6   Voorkomen van ongewilde gebeurtenissen  
 

1

In alle gevallen waarin werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen zijn zodanige maatregelen getroffen dat het gevaar, dat zich met betrekking tot die stoffen of met betrekking tot de arbeid met die stoffen een ongewilde gebeurtenis voordoet, zoveel mogelijk is vermeden. Met name worden maatregelen getroffen om:

€ 4.500

   

a. de aanwezigheid van gevaarlijke concentraties van ontvlambare stoffen of gevaarlijke hoeveelheden chemisch onstabiele stoffen op de werkplek te voorkomen of, wanneer dat gezien de aard van de werkzaamheden niet mogelijk is;

 
   

b. ervoor te zorgen dat er geen ontbrandingsbronnen aanwezig zijn die brand en explosies kunnen veroorzaken, of om ongunstige omstandigheden te vermijden die ertoe kunnen leiden dat chemisch onstabiele stoffen of mengsels van stoffen ongelukken met ernstige fysieke gevolgen veroorzaken, en

 
   

c. de schadelijke gevolgen voor de gezondheid en de veiligheid van de werknemers als gevolg van brand en explosies ten gevolge van het ontbranden van ontvlambare stoffen, of ernstige fysieke gevolgen ten gevolge van ongelukken veroorzaakt door chemisch onstabiele stoffen of mengsels van stoffen te verminderen.

 
 

2

De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn afgestemd op de aard van de activiteiten, waaronder begrepen opslag, behandeling en scheiding van onverenigbare gevaarlijke stoffen, en deze maatregelen beschermen de werknemers tegen de gevaren van fysisch-chemische eigenschappen van gevaarlijke stoffen.

€ 4.500

       
4.7   Maatregelen bij ongewilde gebeurtenissen  
 

1

Voor zover uit de resultaten van de beoordeling, bedoeld in artikel 4.2, blijkt dat er gevaar voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemers bestaat, zijn in aanvulling op artikel 15 van de wet doeltreffende procedures opgesteld die in werking treden indien zich een ongewilde gebeurtenis voordoet.

€ 1.800

 

2

Op grond van de procedures, bedoeld in het eerste lid, zijn zodanige technische of organisatorische maatregelen genomen, dat wanneer zich een ongewilde gebeurtenis voordoet de gevolgen hiervan zoveel mogelijk worden beperkt.

€ 4.500

 

3

Ter naleving van het tweede lid worden in ieder geval de volgende maatregelen genomen:

 
   

a. er worden onmiddellijk doeltreffende maatregelen genomen om de gevolgen van een ongewilde gebeurtenis zoveel mogelijk te beperken en er wordt zo spoedig mogelijk zorg gedragen voor het herstel van de veilige toestand;

€ 3.600

   

b. de werknemers worden onverwijld ingelicht over de ongewilde gebeurtenis en er wordt zorg voor gedragen dat zij zich verwijderen uit de getroffen zone;

€ 540

   

c. uitsluitend de werknemers of andere personen, belast met het uitvoeren van de noodzakelijke herstelwerkzaamheden, betreden, met gebruik van doeltreffende middelen en persoonlijke beschermingsmiddelen, de getroffen zone;

€ 4.500*

   

d. de werknemers en andere personen, bedoeld in onderdeel c, zijn niet langer dan strikt noodzakelijk voor het herstel van de veilige toestand in de getroffen zone aanwezig;

€ 4.500*

   

e. er zijn in aanvulling op artikel 15 van de wet doeltreffende waarschuwings- en andere communicatiesystemen beschikbaar ten behoeve van de signalering van een toegenomen risico voor de veiligheid en gezondheid en die voldoen aan het bepaalde bij of krachtens afdeling 2 van hoofdstuk 8;

€ 1.800

   

f. er wordt voorkomen dat anderen dan de personen, bedoeld in onderdeel c., de getroffen zone betreden.

€ 540

 

4

De werkgever zorgt ervoor dat de bedrijfshulpverleners, bedoeld in artikel 15 van de wet , en de externe hulpverleningsorganisaties desgewenst kennis kunnen nemen van de maatregelen, bedoeld in het derde lid.

€ 90

 

5

De informatie over de maatregelen, bedoeld in het vierde lid, omvat in ieder geval:

€ 90

   

a. een beschrijving van de gevaren op grond van de beoordeling, bedoeld in artikel 4.2;

 
   

b. een beschrijving van de redelijkerwijs voorzienbare specifieke gevaren op grond van de beoordeling, bedoeld in artikel 4.2, die kunnen ontstaan bij een ongewilde gebeurtenis;

 
   

c. een beschrijving van de maatregelen die zijn getroffen ter naleving van artikel 4.6, eerste en tweede lid;

 
   

d. een omschrijving van de procedures, bedoeld in het eerste lid.

 
       
4.7   Veiligheid aan, op of in tankschepen  
   

Vervallen.

 
       
4.8   Ontplofbare stoffen  
 

1

Arbeid waarbij voor demolitie, zijnde het springen van objecten of materialen, of voor onderhoud, gebruik wordt gemaakt van stoffen die op grond van de Wet milieubeheer voldoen aan de criteria voor indeling in de categorie ‘ontplofbaar’, bedoeld in artikel 9.2.3.1, tweede lid, onder a, van die wet, wordt verricht volgens een vooraf opgesteld springplan of bij de verkenning naar, opsporing of winning van delfstoffen, een vooraf opgesteld programma. De inhoud van het springplan of programma bevat een deugdelijke beschrijving van de uit te voeren werkzaamheden, de daaraan verbonden gevaren en de wijze waarop deze gevaren zoveel mogelijk voorkomen of beperkt zullen worden.

€ 1.800

 

2

Demolitie- en onderhoudswerkzaamheden als bedoeld in het eerste lid worden verricht door of onder voortdurend toezicht van een persoon die in het bezit is van een certificaat van vakbekwaamheid springmeester met betrekking tot de soort arbeid die wordt verricht dat is afgegeven door Onze Minister of een certificerende instelling.

€ 1.800*

 

3

Werkzaamheden bestaande uit het springen van materialen ten behoeve van de verkenning, opsporing of winning van delfstoffen als bedoeld in het eerste lid worden verricht door personen die in het bezit zijn van een getuigschrift van schietmeester dat is afgegeven door Onze Minister of een door Onze Minister daartoe aangewezen instelling.

€ 1.800*

 

4

Het springplan of programma, bedoeld in het eerste lid, het certificaat van vakbekwaamheid springmeester, bedoeld in het tweede lid, dan wel het getuigschrift van schietmeester, bedoeld in het derde lid of een afschrift daarvan zijn op de arbeidsplaats beschikbaar en worden desgevraagd getoond aan de toezichthouder.

€ 90*

       
4.9   Professioneel vuurwerk  
 

1

Arbeid waarbij professioneel vuurwerk als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit tot ontbranding wordt gebracht, ten behoeve daarvan ter plaatse wordt opgebouwd, geïnstalleerd, gemonteerd, geassembleerd, dan wel na ontbranding verwijderd, wordt verricht volgens een vooraf opgesteld werkplan, dat een deugdelijke beschrijving bevat van de uit te voeren werkzaamheden, de daaraan verbonden gevaren en de wijze waarop deze gevaren zoveel mogelijk voorkomen of beperkt zullen worden.

€ 4.500

 

2

De arbeid, bedoeld in het eerste lid, alsmede arbeid bestaande uit het bewerken van professioneel vuurwerk in een inrichting als bedoeld in artikel 3.2.1 van het Vuurwerkbesluit, wordt verricht door of onder voortdurend toezicht van een persoon, die in het bezit is van een certificaat van vakbekwaamheid professioneel vuurwerk dat is afgegeven door de minister van SZW of een certificerende instelling.

€ 1.800*

 

3

Het in het eerste onderscheidenlijk tweede lid bedoelde werkplan en certificaat van vakbekwaamheid of een afschrift daarvan zijn op de arbeidsplaats aanwezig en worden desgevraagd getoond aan de toezichthouder.

€ 90*

       
4.8b   Grenswaarden  
   

Vervallen.

 
       
4.9   Arbeidshygiënische strategie  
   

Vervallen.

 
       
4.10   Conventionele explosieven  
 

2

Arbeid bestaande uit het opsporen van conventionele explosieven wordt verricht door een bedrijf dat voor de te verrichten arbeid in het bezit is van een procescertificaat opsporen conventionele explosieven dat is afgegeven door Onze Minister of een certificerende instelling.

€ 1.800

 

3

Het certificaat, bedoeld in het tweede lid, of een afschrift daarvan is op de arbeidsplaats aanwezig en wordt desgevraagd getoond aan de toezichthouder.

€ 90

       
4.10a   Onderzoek  
 

1

Iedere werknemer die voor de eerste keer kan worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, wordt, in aanvulling op artikel 18 van de wet, in de gelegenheid gesteld om vóór de aanvang van de werkzaamheden waarbij blootstelling kan ontstaan een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan.

€ 90

 

2

Indien bij een werknemer een schadelijke invloed op de gezondheid dan wel een aantoonbare ziekte wordt geconstateerd die het gevolg zou kunnen zijn van blootstelling aan gevaarlijke stoffen, worden werknemers, die op soortgelijke wijze zijn blootgesteld, tussentijds in de gelegenheid gesteld een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan.

€ 90

 

4

De werknemer wordt geïnformeerd over de wijze waarop hij na beëindiging van de blootstelling in de gelegenheid wordt gesteld een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan.

€ 90

 

5

Alle gegevens die nodig zijn om de blootstelling van de werknemers aan gevaarlijke stoffen te kunnen beoordelen en te kunnen adviseren over de periodiciteit en inhoud van de arbeidsgezondheidskundige onderzoeken, en de te nemen preventieve maatregelen kunnen worden ingezien door de deskundige persoon, bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of de arbodienst.

€ 90

       
4.10b   Onderzoek en biologische grenswaarden  
 

1

Iedere werknemer die wordt of kan worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen waarvoor een biologische grenswaarde als bedoeld in artikel 4.1, tweede lid, onderdeel b, is vastgesteld, wordt in de gelegenheid gesteld om een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan:

€ 90

   

a. vóór de aanvang van de blootstelling;

 
   

b. bij het overschrijden van de biologische grenswaarde.

 
 

2

Het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, omvat onder meer een onderzoek naar het gehalte van de betreffende stof in het bij de biologische grenswaarde vastgestelde biologische medium.

€ 90

       
4.10c   Uitvoering en inhoud van onderzoek  
   

Vervallen.

 
       
4.10c   Dossiers en registratie  
 

4

De resultaten van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek worden in passende vorm geregistreerd en voor iedere werknemer tot ten minste 40 jaar na beëindiging van diens blootstelling aan gevaarlijke stoffen bewaard, evenals de lijst van werknemers, bedoeld in artikel 4.15, en het register van blootgestelde werknemers, bedoeld in artikel 4.53, eerste lid.

€ 90

 

5

In geval de werkzaamheden in het bedrijf of de inrichting van de werkgever gedurende de termijn van 40 jaar, bedoeld in het vierde lid, worden gestaakt, worden de documenten, bedoeld in het vierde lid, overgedragen aan de toezichthouder.

€ 90

       
4.10d   Voorlichting en onderricht  
 

1

In alle gevallen waarbij arbeid wordt verricht waarbij werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen, wordt in overeenstemming met artikel 8 van de wet, voorlichting en onderricht gegeven, waarbij ten minste aandacht wordt besteed aan:

€ 540

   

a. mogelijke gevaren voor de gezondheid die zijn verbonden aan het werken met gevaarlijke stoffen op grond van de resultaten van de beoordeling, bedoeld in artikel 4.2;

 
   

b. aard van de blootstelling, bedoeld in artikel 4.2, eerste lid;

 
   

c. grenswaarden;

 
   

d. de te treffen voorzorgsmaatregelen om blootstelling te voorkomen of te beperken tot een zo laag mogelijk niveau;

 
   

e. de te treffen voorzorgsmaatregelen om zoveel mogelijk te voorkomen dat zich met betrekking tot gevaarlijke stoffen een ongewilde gebeurtenis voordoet;

 
   

f. de hygiënische maatregelen;

 
   

g. het dragen en gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen;

 
   

h. de te nemen maatregelen in geval zich een ongewilde gebeurtenis voordoet met gevaarlijke stoffen.

 
 

2

De werkgever brengt de werknemers op de hoogte van de informatie over de veiligheid en gezondheid die door de leverancier van een gevaarlijke stof wordt verstrekt, waaronder begrepen de verplichte informatie die bij of krachtens wettelijk voorschrift wordt verstrekt.

€ 90

 

3

De wijze van voorlichting en onderricht is afgestemd op de resultaten van de beoordeling, bedoeld in artikel 4.2.

€ 540

 

4

De voorlichting en het onderricht worden geactualiseerd indien gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding geven.

€ 540

       
Afdeling 2 Aanvullende voorschriften kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen  
4.13   Nadere voorschriften inventarisatie en evaluatie  
   

In alle gevallen waarin arbeid wordt verricht waarbij werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan kankerverwekkende of mutagene stoffen of aan stoffen die vrijkomen bij kankerverwekkende processen, worden, met betrekking tot deze stoffen of processen in de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet en in aanvulling op artikel 4.2, in ieder geval de volgende gegevens opgenomen:

€ 450

   

a. de reden waarom het gebruik van een kankerverwekkende stof of het toepassen van een kankerverwekkend proces voor het verrichten van de arbeid strikt noodzakelijk is en vervanging technisch niet uitvoerbaar is;

 
   

b. de hoeveelheid van de kankerverwekkende of mutagene stof die per jaar pleegt te worden vervaardigd of gebruikt dan wel aanwezig pleegt te zijn in verband met de opslag respectievelijk de frequentie waarmee een proces per jaar pleegt te worden toegepast;

 
   

c. de soort arbeid die met de kankerverwekkende of mutagene stof pleegt te worden verricht of waarbij het kankerverwekkende proces pleegt te worden toegepast;

 
   

d. het aantal werknemers dat aan een kankerverwekkende of mutagene stof of een kankerverwekkend proces pleegt te worden blootgesteld of kan worden blootgesteld;

 
   

e. de preventieve maatregelen die zijn genomen om de blootstelling van werknemers aan kankerverwekkende of mutagene stoffen of aan stoffen die vrijkomen bij kankerverwekkende processen te voorkomen of te minimaliseren;

 
   

f. de persoonlijke beschermingsmiddelen die worden gebruikt bij arbeid waarbij werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan kankerverwekkende of mutagene stoffen of aan stoffen die vrijkomen bij kankerverwekkende processen;

 
   

g. de gevallen waarin kankerverwekkende of mutagene stoffen of kankerverwekkende processen worden vervangen door stoffen of processen waarbij de werknemers niet of minder aan gevaar voor hun veiligheid of gezondheid worden blootgesteld.

 
       
4.15   Lijst van werknemers  
 

1

Er wordt een lijst bijgehouden van werknemers die worden of kunnen worden blootgesteld aan kankerverwekkende of mutagene stoffen of stoffen die vrijkomen bij een kankerverwekkend proces, , onder vermelding van de blootstelling die zij hebben ondergaan.

€ 90

 

2

Iedere werknemer heeft recht op inzage in de gegevens die in voornoemde lijst met betrekking tot hem zijn opgenomen.

€ 90

       
4.16   Grenswaarden  
 

2

Indien er geen wettelijke grenswaarde voor een bepaalde kankerverwekkende of mutagene stof of stof die vrijkomt bij een kankerverwekkend proces is vastgesteld, stelt de werkgever een zo laag mogelijke grenswaarde voor die stof vast.

€ 4.500

 

3

Bij overschrijding van een grenswaarde worden, met inachtneming van de artikelen 4.17 en 4.18, onverwijld doeltreffende maatregelen genomen om de concentratie terug te brengen tot beneden die waarde.

€ 4.500

 

4

Zolang de maatregelen, bedoeld in het derde lid nog niet volledig ten uitvoer zijn gelegd of niet tot een doeltreffende bescherming leiden, wordt de arbeid alleen voortgezet, indien doeltreffende maatregelen zijn genomen om schade aan de gezondheid van de werknemers te voorkomen, dan wel om het blootstellingniveau tot een zo laag mogelijk niveau onder de grenswaarde te brengen.

€ 4.500

       
4.17   Voorkomen van blootstelling; vervangen  
   

Zodanige technische en organisatorische maatregelen zijn genomen dat de kans op blootstelling van werknemers aan kankerverwekkende of mutagene stoffen of stoffen die vrijkomen bij kankerverwekkende processen zoveel mogelijk bij de bron daarvan wordt voorkomen, met name door kankerverwekkende of mutagene stoffen en kankerverwekkende processen, voor

€ 4.500

   

zover dit technisch uitvoerbaar is, te vervangen door stoffen of processen waarbij de werknemers, gelet op de eigenschappen van die stoffen of processen, de aard van de arbeid, de werkmethoden en de werkomstandigheden, niet of minder aan gevaar voor hun veiligheid of gezondheid worden blootgesteld.

 
       
4.18   Voorkomen of beperken van blootstelling  
 

1

Voor zover uit de resultaten van de beoordeling, bedoeld in het artikel 4.2, eerste lid, blijkt dat er gevaar voor de gezondheid van de werknemers bestaat en dat het op doeltreffende wijze voorkomen van blootstelling door het nemen van maatregelen als bedoeld in artikel 4.17 technisch niet uitvoerbaar is, wordt de blootstelling, voor zover dit technisch uitvoerbaar is, bij de bron voorkomen of teruggebracht tot een zo laag mogelijk niveau onder de grenswaarde, met name door de productie en het gebruik van kankerverwekkende of mutagene stoffen of kankerverwekkende processen plaats te doen vinden in een gesloten systeem.

€ 4.500

 

2

Indien het voorkomen van blootstelling of het terugbrengen van blootstelling tot een zo laag mogelijk niveau onder de grenswaarde technisch niet uitvoerbaar is, worden collectieve maatregelen genomen om kankerverwekkende of mutagene stoffen of stoffen die vrijkomen bij kankerverwekkende processen op doeltreffende wijze bij de bron te verwijderen, onder meer door plaatselijke afvoer van de lucht, zo nodig aangevuld door algemene ventilatie, waarbij, met inachtneming van artikel 4.5, gelijktijdig voldoende toevoer van niet-verontreinigde lucht is gewaarborgd zonder dat hierbij gevaar ontstaat voor de volksgezondheid en het milieu.

€ 4.500

 

3

Indien het technisch niet uitvoerbaar is om blootstelling van werknemers te voorkomen of te beperken tot een zo laag mogelijk niveau onder de grenswaarde door middel van de maatregelen, bedoeld in het tweede lid , worden aan de werknemers die worden of kunnen worden blootgesteld, persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking gesteld.

€ 4.500*

    Voor dit feit kan een werknemer uitsluitend worden beboet voor het niet gebruiken van de ter beschikking gestelde persoonlijke beschermingsmiddelen.  
 

4

Indien de werkzaamheden worden verricht met gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen overeenkomstig het derde lid, wordt de duur van het dragen daarvan voor ieder van deze werknemers tot het strikt noodzakelijke beperkt.

€ 1.800

       
4.19   Beperken van blootstelling  
   

In alle gevallen waarin arbeid wordt verricht waarbij werknemers worden of kunnen worden blootgesteld aan kankerverwekkende of mutagene stoffen of stoffen die vrijkomen bij kankerverwekkende processen, worden in aanvulling op artikel 4.1c, 4.1d en artikel 4.18 de volgende maatregelen genomen om blootstelling van werknemers te voorkomen of te beperken tot een zo laag mogelijk niveau onder de grenswaarde:

 
   

a. de werknemers zijn voldoende vertrouwd met de aard van hun werkzaamheden en hebben voldoende kennis van de gevaren die aan de blootstelling zijn verbonden en van de voorzieningen die getroffen zijn of door hen moeten worden getroffen om die gevaren te voorkomen of te beperken, volgens voorlichting of instructie die tenminste één keer per jaar plaatsvindt;

€ 1.800*

   

b) voorkomen wordt dat gevarenzones worden betreden door anderen dan de werknemers of andere personen die de zones in verband met hun arbeid moeten betreden;

€ 1.350

   

c) gevarenzones worden gemarkeerd door middel van waarschuwings- en veiligheidssignalen die voldoen aan het bij of krachtens afdeling 2 van hoofdstuk 8 bepaalde;

€ 540

   

d) gebruik wordt gemaakt van doeltreffende middelen voor veilig opslaan, hanteren en vervoeren van kankerverwekkende of mutagene stoffen, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van hermetisch gesloten en duidelijk zichtbaar gekenmerkte houders;

€ 4.500

   

e) gebruik wordt gemaakt van doeltreffende middelen voor het veilig verzamelen, opslaan en verwijderen van afvalstoffen, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van hermetisch gesloten en duidelijk zichtbaar gekenmerkte houders.

€ 4.500

       
4.20   Hygiënische beschermingsmaatregelen  
 

1

Zones zijn ingericht waar de werknemers zonder gevaar voor blootstelling kunnen eten en drinken.

€ 1.350

 

2

Aan werknemers die worden of kunnen worden blootgesteld aan mutagene of kankerverwekkende stoffen of stoffen die vrijkomen bij kankerverwekkende processen wordt doeltreffende werkkleding ter beschikking gesteld die voldoet aan afdeling 1 van hoofdstuk 8 en die door de werknemers bij de arbeid steeds wordt gedragen.

€ 1.350*

 

3

In aanvulling op artikel 3.22 wordt de werkkleding op een andere plaats opgeborgen dan de overige kleding.

€ 1.350*

 

4

In aanvulling op artikel 3.23 zijn voor de werknemers doelmatige wasgelegenheden en doucheruimten beschikbaar.

€ 1.350

 

5

Persoonlijke beschermingsmiddelen worden volgens instructie op de daartoe aangewezen plaats bewaard en na ieder gebruik gereinigd en voor ieder gebruik gecontroleerd.

€ 1.350*

    Voor de feiten in dit artikel kan een werknemer uitsluitend worden beboet voor het niet gebruiken van de ter beschikking gestelde persoonlijke beschermingsmiddelen.  
       
4.23   Uitvoering en inhoud van onderzoek  
 

2

De deskundige persoon, bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of de arbodienst heeft recht op inzage in de in artikel 4.15 bedoelde lijst van blootgestelde werknemers. Hem staan voorts alle gegevens ter beschikking die hij nodig heeft om de blootstelling van de werknemers aan kankerverwekkende of mutagene stoffen en stoffen die vrijkomen bij kankerverwekkende processen te kunnen beoordelen en te kunnen adviseren over de periodiciteit en inhoud van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek, bedoeld in het eerste lid, de te nemen preventieve maatregelen of persoonlijke beschermende maatregelen.

€ 90

       
Afdeling 4 Benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen  
4.36   Verbod van benzeen en gechloreerde koolwaterstoffen  
   

Vervallen.

 
       
Afdeling 5 Aanvullende voorschriften asbest  
4.45   Preventieve maatregelen  
 

1

De concentratie van asbeststof in de lucht wordt zo laag mogelijk onder de grenswaarde, bedoeld in artikel 4.46, gehouden.

€ 4.500

    Ter naleving van het eerste lid worden de volgende maatregelen genomen:  
   

a. de werkmethoden zijn zo ingericht dat er geen asbeststof wordt geproduceerd of indien dat technisch niet mogelijk is, dat geen asbeststof in de lucht vrijkomt;

*

   

b. gebouwen, installaties en uitrustingen die dienen voor het toepassen of het bewerken van asbest of van asbesthoudende producten worden doeltreffend en regelmatig gereinigd en onderhouden;

*

   

c. asbest, een asbesthoudend product en een product waaruit asbeststof vrijkomt worden opgeborgen en vervoerd in een daartoe geschikte en gesloten verpakking;

*

   

d. afvalstoffen, ontstaan als gevolg van het bewerken of verwerken van asbest of van asbesthoudende producten, worden zo spoedig mogelijk verzameld en afgevoerd in een daartoe geschikte en gesloten verpakking, voorzien van een etiket met de duidelijke en goed leesbare vermelding dat de inhoud daarvan asbest bevat.

*

   

Voor het ten laste leggen van één of meer van deze onderdelen wordt het boetenormbedrag bij het eerste lid gehanteerd (€ 4.500).

 
       
4.45a   Voorlichting  
   

Aan werknemers die arbeid verrichten waarbij gevaar voor blootstelling aan asbeststof bestaat, wordt doeltreffende voorlichting gegeven over:

€ 540

   

a. mogelijke gevaren voor de gezondheid van blootstelling aan asbeststof;

 
   

b. de noodzaak van het toezicht op het asbestgehalte in de lucht en de daarvoor geldende grenswaarden;

 
   

c. de maatregelen inzake de hygiëne, bedoeld in artikel 4.51;

 
   

d. maatregelen om de blootstelling aan asbeststof zo laag mogelijk te houden;

 
   

e. het juiste gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en kleding.

 
       
4.45b   Onderricht  
 

1

Voor alle werknemers die werkzaamheden verrichten waarbij zij aan asbeststof worden of kunnen worden blootgesteld wordt met regelmatige tussenpozen een passende opleiding verzorgd.

€ 540

 

2

Deze opleiding is toegespitst op het kennisniveau en de ervaring van de werknemers en verschaft hen de nodige kennis en vaardigheden inzake veiligheid en preventie met name met betrekking tot:

€ 540

   

a. eigenschappen van asbest en de invloed van asbest op de gezondheid, met inbegrip van het synergetische effect van roken;

 
   

b. soorten producten en materialen die asbest kunnen bevatten;

 
   

c. handelingen die kunnen leiden tot blootstelling aan asbest en het belang van preventieve controles om blootstelling tot een minimum te beperken;

 
   

d. veilige werkwijzen, controles en beschermingsmiddelen;

 
   

e. de keuze en selectie, de beperkingen en het juiste gebruik van ademhalingsapparatuur;

 
   

f. noodprocedures;

 
   

g. ontsmettingsprocédés;

 
   

h. de wijze waarop de verwijdering van afvalstoffen veilig kan worden uitgevoerd;

 
   

i. de eisen inzake medisch toezicht.

 
       
4.46   Grenswaarde  
   

De concentratie van asbeststof in de lucht overschrijdt niet de grenswaarde van 0,01 vezel per kubieke centimeter, berekend over een referentieperiode van 8 uur.

€ 4.500

       
4.47   Meten en monsterneming  
 

1

Om de naleving van de grenswaarde, bedoeld in artikel 4.46, te kunnen waarborgen, wordt, in het kader van de risicobeoordeling, bedoeld in artikel 4.2, de concentratie asbeststof in de lucht waaraan de werknemers in verband met de arbeid worden blootgesteld, gemeten.

€ 900

 

2

Het meten geschiedt op gezette tijden, afhankelijk van de resultaten van de eerste risicobeoordeling, bedoeld in artikel 4.2.

€ 900

 

5

De monsterneming is representatief voor de individuele blootstelling van de werknemers aan asbeststof.

€ 900

 

6

De monsterneming wordt zodanig uitgevoerd dat door meting, of door berekening van deze meting, gewogen in de tijd, de blootstelling van werknemers aan asbeststof kan worden vastgesteld die representatief is voor een referentieperiode van 8 uur.

€ 900

 

7

Het nemen van monsters wordt uitgevoerd door een persoon die de daarvoor vereiste deskundigheid bezit.

€ 1.800

 

8

De na het nemen van monsters uit te voeren monsteranalyse wordt uitgevoerd in een laboratorium dat daarvoor adequaat is toegerust alsmede ervaring heeft met de vereiste identificatietechnieken.

€ 1.800

       
4.47a   Maatregelen bij overschrijding van de grenswaarde  
 

1

Bij overschrijding van de grenswaarde, bedoeld in artikel 4.46, worden de oorzaken voor de overschrijding opgespoord en worden zo spoedig mogelijk doeltreffende maatregelen genomen om de concentratie terug te brengen tot beneden die waarde.

€ 4.500

 

3

Zolang de in het eerste lid bedoelde maatregelen om de concentratie terug te brengen nog niet volledig ten uitvoer zijn gelegd, wordt de arbeid op de betreffende arbeidsplaats alleen voortgezet indien de betrokken werknemers doeltreffend zijn beschermd tegen blootstelling aan asbeststof.

€ 4.500*

 

4

Wanneer in de situatie, bedoeld in het derde lid, de blootstelling niet met andere middelen kan worden beperkt en de grenswaarde het dragen van individuele ademhalingsapparatuur vereist, wordt de duur van het dragen daarvan voor iedere werknemer tot het strikt noodzakelijke beperkt.

€ 900

 

5

Wanneer individuele ademhalingsapparatuur wordt gebruikt, wordt voorzien in rustpauzes.

€ 900

 

6

Het aantal rustpauzes, bedoeld in het vijfde lid, en de duur daarvan wordt bepaald door de fysieke en klimatologische belasting waaronder de werknemer de werkzaamheden moet verrichten.

€ 900

 

8

Nadat de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn genomen wordt de concentratie van asbeststof in de lucht gemeten overeenkomstig artikel 4.47 en wordt de indeling in een risicoklasse als bedoeld in de artikelen 4.44, 4.48 of 4.53a opnieuw bepaald.

€ 900

       
4.47b   Visuele inspectie  
 

1

Na werkzaamheden met asbest wordt, voordat met andere werkzaamheden een aanvang wordt gemaakt, op de betreffende arbeidsplaats een eindbeoordeling uitgevoerd.

€ 1.800

 

2

De eindbeoordeling, bedoeld in het eerste lid, betreft een visuele inspectie waarbij is vastgesteld dat de aanwezigheid van asbest niet meer visueel waarneembaar is.

€ 900

       
4.47c   Melding  
 

1

Uiterlijk twee dagen voor aanvang van de werkzaamheden wordt door de werkgever melding gedaan aan een daartoe aangewezen toezichthouder. Deze melding bevat tenminste een beknopte beschrijving van:

a. de plaats waar de werkzaamheden worden verricht;

b. de soorten en hoeveelheden asbesthoudende producten;

c. de werkzaamheden die met asbest of asbesthoudende producten worden verricht, werkmethoden alsmede de indeling van de concentratie asbeststof in de lucht in een risicoklasse;

d. het aantal betrokken werknemers;

e. de datum en het tijdstip waarop de werkzaamheden aanvangen alsmede de duur ervan;

f. de maatregelen die zullen worden getroffen om blootstelling aan asbest te beperken.

€ 1.800

 

2

Telkens wanneer een verandering in de arbeidsomstandigheden kan leiden tot een aanzienlijke toename van de blootstelling aan asbeststof of asbesthoudende producten, wordt een nieuwe melding gedaan.

€ 1.800

       
4.48a   Aanvullende maatregelen  
 

1

Indien, gelet op de aard van de werkzaamheden, overschrijding van de grenswaarde, bedoeld in artikel 4.46, kan worden verwacht ondanks preventieve technische maatregelen ter beperking van de asbestconcentratie in de lucht, neemt de werkgever doeltreffende maatregelen ter bescherming van de betrokken werknemers.

€ 4.500*

 

2

Tot de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, behoren in ieder geval:

 
   

a. het ter beschikking stellen en het verplichten te dragen van passende ademhalingsapparatuur en andere persoonlijke beschermingsmiddelen;

*

   

b. het aanbrengen van waarschuwingsborden die voldoen aan het bij of krachtens afdeling 2 van hoofdstuk 8 bepaalde, ter aanduiding dat een overschrijding van de in artikel 4.46 genoemde grenswaarde kan worden verwacht;

 
   

c. het voorkomen van de verspreiding van stof afkomstig van asbest of asbesthoudende materialen buiten de ruimten waar de werkzaamheden plaatsvinden.

 
    Voor dit feit kan een werknemer uitsluitend worden beboet voor het niet gebruiken van de ter beschikking gestelde persoonlijke beschermingsmiddelen.  
   

Indien uitsluitend onderdeel 2b) ten laste wordt gelegd, geldt een boetenormbedrag van € 540,–. In andere gevallen wordt het boetenormbedrag bij het eerste lid gehanteerd (€ 4.500,–).

 
 

4

Voordat wordt aangevangen met andere werkzaamheden, wordt respectievelijk worden het aanwezige asbest dan wel de aanwezige asbesthoudende producten verwijderd, behalve wanneer dit voor de werknemers een groter gevaar voor de veiligheid en gezondheid zou inhouden.

€ 4.500*

       
4.50   Werkplan  
 

1

Voordat wordt aangevangen met de werkzaamheden wordt door de werkgever van het bedrijf, bedoeld in artikel 4.54d, eerste lid, een schriftelijk werkplan opgesteld dat doeltreffende, op de specifieke situatie van de betreffende arbeidsplaats toegespitste, maatregelen bevat ter bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de betrokken werknemers.

€ 1.800

 

2

Indien een inventarisatierapport als bedoeld in artikel 4.54a, derde lid, is opgesteld, worden de resultaten van dat rapport opgenomen in het werkplan.

€ 1.800

 

3

In het werkplan wordt voorgeschreven dat de werkgever van het bedrijf, bedoeld in artikel 4.54d, eerste lid, zich ervan vergewist dat na de eindbeoordeling, bedoeld in artikel 4.51a, er geen risico’s van bloostelling aan asbest of asbesthoudende producten meer zijn.

€ 1.800

 

4

In het werkplan worden de volgende gegevens opgenomen:

€ 1.800

   

a. een beschrijving van de maatregelen, bedoeld in de artikelen 4.1c, eerste lid, aanhef en onderdelen d en g, 4.7, derde lid, onderdelen b, c en e, 4.18, 4.19, aanhef en onderdelen b en c, 4.20, eerste tot en met vierde lid, 4.45, eerste en tweede lid, onderdelen a, b, en d, 4.48a, tweede en vierde lid, en 4.51;

 
   

b. een beschrijving van de aard, duur en plaats van de werkzaamheden alsmede van de werkmethode;

 
   

c. een beschrijving van de werktuigen, machines, toestellen en overige hulpmiddelen die bij de werkzaamheden worden gebruikt;

 
   

d. de namen van de werknemers en personen, bedoeld in artikel 4.54d, vijfde en zevende lid.

 
 

5

De werkzaamheden worden overeenkomstig het opgestelde werkplan uitgevoerd.

€ 4.500*

 

6

Het werkplan of een afschrift daarvan is op de arbeidsplaats aanwezig en wordt desgevraagd getoond aan de toezichthouder.

€ 90*

       
4.51   Hygiënische beschermingsmaatregelen  
 

1

De werkkleding mag uitsluitend buiten het bedrijf of de inrichting worden gebracht indien dit geschiedt met het doel deze te laten reinigen in daartoe adequaat uitgeruste wasserijen.

€ 1.350*

 

2

In gevallen, als bedoeld in het eerste lid, wordt de werkkleding in daartoe geschikte en gesloten verpakking vervoerd.

€ 1.350*

 

3

Wanneer beschermende uitrusting wordt verstrekt, wordt deze op een daartoe aangewezen plaats bewaard en na ieder gebruik gecontroleerd en gereinigd. Defecte uitrusting mag niet worden gebruikt.

€ 1.350*

       
4.51a   Eindbeoordeling  
 

1

Na de werkzaamheden wordt na reiniging van de arbeidsplaats en voordat met andere werkzaamheden een aanvang wordt gemaakt, op de betreffende arbeidsplaats in een binnenruimte een eindbeoordeling uitgevoerd waarbij de monsterneming wordt uitgevoerd door een persoon als bedoeld in artikel 4.47, zevende lid, en de monsteranalyse door een laboratorium als bedoeld in artikel 4.47, achtste lid.

€ 1.800

 

2

De eindbeoordeling, bedoeld in het eerste lid, betreft een visuele inspectie gevolgd door een eindmeting, teneinde vast te stellen of de concentratie van asbeststof in de lucht lager is dan 0,01 vezel per kubieke centimeter, uitgaande van een referentieperiode van twee uur.

€ 1.800

 

3

Na de werkzaamheden wordt na reiniging van de arbeidsplaats en voordat met andere werkzaamheden een aanvang wordt gemaakt, op de betreffende arbeidsplaats in de buitenlucht door een bedrijf dat daartoe adequaat is toegerust een visuele inspectie uitgevoerd, waarbij is vastgesteld dat de aanwezigheid van asbest niet meer visueel waarneembaar is.

€ 1.800

 

4

Indien de werkzaamheden in de buitenlucht betrekking hebben op asbesthoudende grond, wordt na het beëindigen van die werkzaamheden door een bedrijf dat daartoe adequaat is toegerust, een visuele inspectie uitgevoerd op de aanwezigheid van asbest teneinde vast te stellen dat de concentratie asbest niet hoger is dan honderd milligram per kilogram droge stof als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van het Productenbesluit asbest.

€ 1.800

       
4.52   Arbeidsgezondheidskundig onderzoek  
 

1

Zolang de blootstelling aan asbeststof duurt, worden, in aanvulling op artikel 4.10a, derde lid, de betrokken werknemers ten minste éénmaal in de drie jaar opnieuw in gelegenheid gesteld om een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in artikel 4.10a te ondergaan.

€ 90

 

3

Indien het resultaat van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek, bedoeld in artikel 4.10a, daartoe aanleiding geeft, worden doeltreffende maatregelen genomen om schade voor de gezondheid van de betrokken werknemer door blootstelling aan asbeststof te voorkomen.

€ 4.500

 

4

In aanvulling op artikel 4.10a, vierde lid, kan een deskundige persoon, bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of de arbodienst verklaren dat het medisch toezicht na de beëindiging van de blootstelling zolang moet worden voortgezet als voor de gezondheid van de betrokkene noodzakelijk wordt geacht.

€ 90

       
4.53   Registratie  
 

1

Van iedere werknemer die in verband met de arbeid wordt blootgesteld aan asbeststof wordt aantekening gehouden in een register, waarbij de aard en de duur van de arbeid alsmede de mate van de blootstelling worden vermeld.

€ 90

 

2

De gegevens die in het register zijn vermeld kunnen worden ingezien door de deskundige persoon, bedoeld in artikel 2.14a, tweede lid, of de arbodienst.

€ 90

 

3

Iedere werknemer krijgt inzage in zijn persoonlijke gegevens in het register.

€ 90

       
4.54   Verzwaarde eindbeoordeling  
   

In aanvulling op artikel 4.51a, eerste en tweede lid, wordt er tevens een eindbeoordeling uitgevoerd in de naast de arbeidsplaats gelegen ruimten. Artikel 4.51a, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

€ 1.800

       
4.54a   Asbestinventarisatie  
 

1

In het kader van de beoordeling, bedoeld in artikel 4.2, wordt de aanwezigheid van asbest of asbesthoudende producten volledig geïnventariseerd voordat wordt aangevangen met de volgende werkzaamheden:

€ 1.800

   

a. het geheel of gedeeltelijk afbreken of uit elkaar nemen van bouwwerken, met uitzondering van grondwerken, of objecten waarin asbest of asbesthoudende producten is respectievelijk zijn verwerkt;

 
   

b. het verwijderen van asbest of asbesthoudende producten uit de bouwwerken of objecten, bedoeld in onderdeel a;

 
   

c. het opruimen van asbest of asbesthoudende producten die ten gevolge van een incident zijn vrijgekomen.

 
 

2

Op grond van de inventarisatie, bedoeld in het eerste lid, wordt in het kader van de risicobeoordeling, bedoeld in artikel 4.2, door het bedrijf, bedoeld in het vierde lid, bepaald in welke risicoklasse als bedoeld in de artikelen 4.44, 4.48 of 4.53a de werkzaamheden vallen.

€ 1.800

 

3

De resultaten van de inventarisatie, bedoeld in het eerste lid, en de indeling in een risicoklasse, bedoeld in het tweede lid, worden opgenomen in een inventarisatierapport.

€ 1.800

 

4

De inventarisatie, bedoeld in het eerste lid, en het inventarisatierapport, bedoeld in het derde lid, worden uitgevoerd , onderscheidenlijk opgesteld, door een bedrijf dat in het bezit is van een certificaat asbestinventarisatie dat is afgegeven door Onze Minister of een certificerende instelling.

€ 1.800

 

5

Een afschrift van het inventarisatierapport wordt verstrekt aan het bedrijf dat asbest verwijdert.

€ 90

 

6

Het certificaat asbestinventarisatie of een afschrift daarvan is op de arbeidsplaats aanwezig en wordt desgevraagd getoond aan een ambtenaar als bedoeld in artikel 24 van de wet.

€ 90

       
4.54d   Deskundigheid bij het werken met asbest  
 

1

De volgende werkzaamheden, indien de concentratie van asbeststof is ingedeeld in risicoklasse 2 of 3, worden verricht door een bedrijf dat in het bezit is van een certificaat asbestverwijdering, dat is afgegeven door Onze Minister of een certificerende instelling:

€ 1.800

   

a. de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4.54a, eerste lid;

 
   

b. het reinigen van de arbeidsplaats nadat een handeling als bedoeld in artikel 4.54a, eerste lid, onderdeel a of b, is uitgevoerd.

 
 

3

Voordat wordt aangevangen met het verwijderen van asbest is het bedrijf, bedoeld in artikel 4.54a, vijfde lid, in het bezit van een afschrift van een inventarisatierapport als bedoeld in artikel 4.54a, derde lid, voorzover van toepassing.

€ 90

 

4

Bij de uitvoering van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, wordt in het kader van de risicobeoordeling, bedoeld in artikel 4.2, de indeling van de risicoklasse in het inventarisatierapport als ondergrens gehanteerd.

€ 1.800*

 

5

De werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, worden verricht door of onder voortdurend toezicht van een persoon die in het bezit is van een certificaat van vakbekwaamheid voor het toezicht houden op het werken met asbest, dat is afgegeven door Onze Minister of een certificerende instelling.

€ 1.800

 

6

Bij een bedrijf als bedoeld in het eerste lid is ten minste één persoon als bedoeld in het vijfde lid werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst.

€ 1.800*

 

7

Voorzover de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, mede worden verricht door een andere persoon dan de persoon, bedoeld in het vijfde lid, is deze andere persoon in het bezit van een certificaat vakbekwaamheid voor het verwijderen van asbest, dat is afgegeven door Onze Minister of een certificerende instelling.

€ 1.8001

 

8

Indien de handelingen, bedoeld in artikel 5, onderdelen e en f, van het Productenbesluit asbest betrekking hebben op werkzaamheden met asbesthoudende grond, worden deze werkzaamheden begeleid door een persoon die in het bezit is van een certificaat van vakbekwaamheid arbeidhygiëne of veiligheidskunde als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid.

€ 1.800*

 

9

De certificaten, bedoeld in het eerste, vijfde en zevende lid, of afschriften daarvan en een afschrift van het inventarisatierapport, bedoeld in artikel 4.54a, derde lid, zijn op de arbeidsplaats aanwezig en worden desgevraagd getoond aan een ambtenaar als bedoeld in artikel 24 van de wet.

€ 90

       
Afdeling 6 Specifieke gezondheidsschadelijke stiffen  
4.61   Zandstraalverbod  
 

3

Het ontzanden mag slechts plaatsvinden in voor dat doel bestemde gesloten toestellen of ruimten.

€ 2.700*

 

4

Het bij het ontzanden ontstane stof moet op doelmatige wijze worden afgezogen, uit de luchtstroom afgescheiden en verzameld.

€ 2.700*

 

5

De bij het ontzanden afgezogen lucht mag niet worden afgevoerd naar een ruimte waarin personen moeten verblijven.

€ 2.700*

       
Afdeling 7 Vluchtige organische stoffen  
4.62b   Voorkomen van blootstelling; vervangen  
   

Ten aanzien van bij ministeriële regeling aangewezen werkzaamheden wordt het gevaar van blootstelling van werknemers aan vluchtige organische stoffen zoveel mogelijk voorkomen door vluchtige organische stoffen te vervangen door onschadelijke of minder schadelijke stoffen of door producten die vluchtige organische stoffen bevatten te vervangen door bij ministeriële regeling ten aanzien van die werkzaamheden aangewezen producten.

€ 4.500

   

Loodwit (Vervallen)

 
       
4.79 en 4.80   Schriftelijke voorlichting en wasgelegenheden en doucheruimten  
   

Vervallen.

 
       
Afdeling 9 Biologische agentia  
4.85   Nadere voorschriften risico-inventarisatie en evaluatie  
 

1

Indien een werknemer wordt of kan worden blootgesteld aan een of meer specifiek bij zijn arbeid voorkomende of naar verwachting voorkomende biologische agentia, wordt, in het kader van de in artikel 5 van de wet bedoelde risico-inventarisatie en evaluatie, de aard, de mate en de duur van de blootstelling beoordeeld teneinde het gevaar voor de werknemer te bepalen. Deze beoordeling geschiedt met inachtneming van met name:

€ 900

   

a. de categorie of categorieën,waarin de biologische agentia waaraan werknemers kunnen worden blootgesteld, zijn ingedeeld;

 
   

b. informatie over ziekten die werknemers kunnen oplopen of al hebben opgelopen als gevolg van blootstelling aan biologische agentia;

 
   

c. mogelijke allergische of vergiftigingseffecten die de werknemers als gevolg van blootstelling aan biologische agentia ondervinden of kunnen ondervinden;

 
   

d. de resultaten van de arbeidsgezondheidskundige onderzoeken, bedoeld in artikel 4.91, alsmede de ziekten waarvan bekend is dat een werknemer hieraan lijdt en de medicijnen waarvan bekend is dat die door een werknemer worden gebruikt, een en ander in statistische, niet tot individuen herleidbare vorm;

 
   

e. de door een daartoe bevoegde instantie verstrekte aanbevelingen om het biologische agens onder controle te houden teneinde de gezondheid van de werknemers te beschermen wanneer de werknemers ten gevolge van hun werk aan een dergelijk agens worden of kunnen worden blootgesteld.

 
 

2

Indien sprake is van verschillende biologische agentia, wordt de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, gebaseerd op het risico dat die biologische agentia in combinatie opleveren.

€ 900

 

3

De beoordeling, bedoeld in het eerste lid, wordt regelmatig herzien, in ieder geval telkens wanneer er een wijziging plaatsvindt in de omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de blootstelling van werknemers aan biologische agentia.

€ 450

       
4.86   Gevolgen categorie-indeling  
 

3

In alle, niet in artikel 4.86, eerste en tweede lid bedoelde gevallen, wordt bij de arbeid de grootst mogelijke zorgvuldigheid, ordelijkheid en zindelijkheid in acht genomen en worden de noodzakelijke hygiënische voorzieningen getroffen.

€ 900*

       
4.87   Voorkomen van blootstelling; vervangen  
   

Indien de aard van de arbeid het toelaat, worden schadelijke biologische agentia vervangen door biologische agentia die, gelet op de stand van de wetenschap en de techniek en de werkomstandigheden, niet of minder gevaarlijk zijn voor de veiligheid of gezondheid van de werknemers.

€ 4.500

       
4.87a   Voorkomen of beperken van blootstelling  
 

1

Voor zover uit de resultaten van de beoordeling, bedoeld in artikel 4.85, blijkt dat er risico voor de veiligheid of gezondheid van de werknemers bestaat en dat het in verband met de aard van de arbeid niet uitvoerbaar is om biologische agentia te vervangen door biologische agentia die niet gevaarlijk zijn, worden, voor zover dit technisch uitvoerbaar is, zodanige andere maatregelen genomen dat blootstelling van werknemers aan biologische agentia wordt voorkomen en de risico’s beperkt

€ 4.500

 

2

Voor zover de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, technisch niet uitvoerbaar zijn, wordt blootstelling van werknemers aan biologische agentia tot een zodanig laag niveau teruggebracht als voor een adequate bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers noodzakelijk is.

€ 4.500

 

3

Ter uitvoering van het tweede lid worden ten minste de volgende maatregelen genomen:

*

    a. de kans op blootstelling wordt zoveel mogelijk beperkt;  
    b. het aantal werknemers dat gevaar loopt aan een of meer biologische agentia te worden blootgesteld is niet groter dan voor het verrichten van de arbeid strikt noodzakelijk is;  
    c. er worden collectieve beschermingsmaatregelen genomen en, wanneer dit geen of geen afdoende bescherming biedt, worden persoonlijke beschermingsmiddelen ter beschikking gesteld;  
    d. bij de arbeid wordt de grootst mogelijke ordelijkheid en zindelijkheid betracht om te voorkomen dan wel de kans te beperken dat een of meer biologische agentia buiten de arbeidsplaats terecht komen;  
    e. biologische agentia worden zodanig bewaard en vervoerd en afvalstoffen worden op zodanige wijze verzameld, opgeslagen en verwijderd, zo nodig na passende behandeling en voorzien van een deugdelijk opschrift, dat de kans op blootstelling zoveel mogelijk wordt voorkomen alsmede wordt voorkomen dat zij in handen van onbevoegden kunnen geraken;  
    f. indien noodzakelijk en technisch mogelijk wordt onderzoek gedaan naar de aanwezigheid op de werkplek van biologische agentia buiten de eerste fysieke omhulling;  
    g. op de arbeidsplaats is een doeltreffende schriftelijke werkinstructie voor de werknemers voorhanden, waarvan ten minste deel uitmaken de bij de arbeid in acht te nemen procedures, waaronder een regeling voor het veilig omgaan met en het vervoeren van biologische agentia binnen het bedrijf of de inrichting alsmede een doeltreffend noodplan voor het geval zich ongevallen of incidenten met biologische agentia voordoen.  
   

Lid 3 wordt beboet via lid 2.

 
       
4.87b   maatregelen ter voorkoming of beperking van blootstelling aan legionellabacteriën bij het in bedrijf nemen en houden van een luchtbevochtiginginstallatie en een waterinstallatie  
 

1

Bij het in bedrijf nemen en houden van:

€ 4.500

   

a. een luchtbevochtigingsinstallatie anders dan een stoombevochtiger;

 
   

b. een waterinstallatie die water in aërosolvorm in de lucht kan brengen, niet zijnde een collectieve watervoorziening als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder j, of een collectief leidingnet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder k, van de Waterleidingwet;

 
   

zijn de maatregelen, bedoeld in artikel 4.87a, eerste en tweede lid, ter voorkoming of beperking van de blootstelling aan legionellabacteriën, doeltreffend, indien het water in deze installaties minder dan 100 kolonievormende eenheden legionellabacteriën per liter bevat.

 
 

2

Het nemen en analyseren van monsters ter controle van de aanwezigheid van legionellabacteriën geschiedt overeenkomstig een geschikte genormaliseerde methode.

€ 900

       
4.88   Veiligheidssignalering  
   

De plaatsen waar arbeid wordt verricht met biologische agentia worden duidelijk afgebakend en worden gemarkeerd met een veiligheidssignalering dat voldoet aan het bij of krachtens afdeling 2 van hoofdstuk 8 bepaalde.

€ 540

       
4.89   Hygiënische beschermingsmaatregelen  
 

1

Op plaatsen waar gevaar bestaat voor blootstelling aan biologische agentia wordt niet gerookt noch wordt daar voedsel of drank genuttigd.

€ 1.350*

 

2

Werkkleding die voldoet aan afdeling1 van hoofdstuk 8 wordt aan de werknemers ter beschikking gesteld en wordt bij de arbeid gedragen.

€ 1.350

    Voor dit feit kan een werknemer uitsluitend worden beboet voor het niet gebruiken van de ter beschikking gestelde persoonlijke beschermingsmiddelen.  
 

3

in aanvulling op artikel 3.23 zijn voor de werknemers doelmatige sanitaire voorzieningen beschikbaar met inbegrip van, voor zover noodzakelijk, douches, oogdouches en huidantiseptica.

€ 1.350

 

4

Indien aan de werknemer persoonlijke beschermingsmiddelen worden verstrekt, worden deze op een daartoe aangewezen plaats bewaard en na ieder gebruik gereinigd en voor ieder gebruik gecontroleerd.

€ 1.350*

 

5

In aanvulling op artikel 3.22 worden de werkkleding en andere persoonlijke beschermingsmiddelen waarin of waarop zich biologische agentia bevinden of kunnen bevinden bij het verlaten van de arbeidsplaats uitgetrokken en op een andere plaats opgeborgen dan de overige kleding.

€ 1.350

 

6

De werkkleding en andere persoonlijke beschermingsmiddelen, bedoeld in het vijfde lid, worden ontsmet, gereinigd of zo nodig vernietigd.

€ 1.350

 

7

De werkkleding en andere persoonlijke beschermingsmiddelen, bedoeld in het vijfde lid, worden buiten het bedrijf of de inrichting gebracht in een daartoe geschikte en gesloten verpakking en uitsluitend met het doel deze te laten reinigen, ontsmetten of vernietigen.

€ 1.350

       
4.90   Registratie  
 

1

In een register wordt bijgehouden welke werknemers aan biologische agentia van categorie 3 en 4 worden of kunnen worden blootgesteld.

€ 450

 

2

In dit register wordt tevens per werknemer geregistreerd welke werkzaamheden hij heeft verricht en, voor zover dit te bepalen is, aan welk biologisch agens of welke biologische agentia hij als gevolg van deze werkzaamheden of als gevolg van een incident of ongeval, eventueel is blootgesteld.

€ 90

 

3

Het in het eerste lid bedoelde register wordt ten minste tien jaar na de laatste blootstelling of mogelijke blootstelling bewaard.

€ 90

 

4

Het register wordt een navenant langere tijd, doch niet meer dan veertig jaar na de laatste blootstelling bewaard, in geval een werknemer is blootgesteld of mogelijk is blootgesteld aan een biologisch agens dat infecties tot gevolg kan hebben die:

€ 90

   

naar bekend is latent of hardnekkig kunnen zijn;

 
   

op basis van de huidige stand van de techniek naar verwachting eerst jaren later kunnen worden onderkend;

 
   

een lange incubatietijd hebben;

 
   

ondanks behandeling steeds weer terugkeren, of

 
   

ernstige complicaties op langere termijn hebben.

 
 

5

Iedere werknemer heeft recht op inzage in de hem betreffende gegevens uit het register.

€ 90

 

6

Aan de bedrijfsarts, bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef, van de wet, of de arbodienst wordt desgevraagd inzage verschaft in het register, bedoeld in het eerste lid

€ 90

       
4.91   Onderzoek en vaccins  
 

1

Iedere werknemer die is of kan worden blootgesteld aan biologische agentia wordt in aanvulling op artikel 18 van de wet, in de gelegenheid gesteld bij de aanvang van de arbeid waarbij blootstelling kan ontstaan, een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan.

€ 90

 

2

iedere werknemer die een infectie of ziekte heeft opgelopen als gevolg van blootstelling aan een biologisch agens, wordt – in aanvulling op het eerste lid – tussentijds in de gelegenheid gesteld een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan.

€ 90

 

3

Iedere werknemer die aan eenzelfde biologisch agens is blootgesteld als gevolg waarvan een andere werknemer een infectie of ziekte heeft opgelopen, wordt – in aanvulling op het eerste lid – in de gelegenheid gesteld een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan.

€ 90

 

5

Indien het resultaat van het arbeidsgezondheidskundig onderzoek daartoe aanleiding geeft, worden doeltreffende maatregelen genomen om schade voor de gezondheid van de betrokken werknemer door blootstelling aan biologische agentia te voorkomen.

€ 4.500

 

6

Voor zover mogelijk worden aan iedere werknemer die nog niet immuun is voor de biologische agentia waaraan hij is of kan worden blootgesteld, doeltreffende vaccins ter beschikking gesteld. Daarbij wordt bijlage VII bij EU-richtlijn nr. 2000/54/EG in acht genomen.

€ 1.350

 

10

Iedere werknemer wordt geïnformeerd over de wijze waarop hij na beëindiging van de blootstelling in de gelegenheid wordt gesteld een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan.

€ 90

       
4.94   Melding  
 

1

Ten minste 30 dagen voordat voor de eerste maal arbeid met één of meer biologische agentia van categorie 2, 3 of 4 wordt verricht, wordt hiervan melding gedaan aan een daartoe aangewezen toezichthouder

€ 1.800

 

3

Met inachtneming van het eerste lid wordt tevens melding gedaan van arbeid met ieder volgend biologisch agens van categorie 4 en, wanneer door de werkgever dit agens voorlopig zelf is ingedeeld, van arbeid met ieder volgend nieuw biologisch agens van categorie 3.

€ 1.800

 

5

De in dit artikel bedoelde melding wordt opnieuw gedaan indien er in de procedés of procedures wezenlijke veranderingen hebben plaatsgevonden die gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers, waardoor eerdere meldingen zijn achterhaald.

€ 1.800

       
4.95   Ongevallen of incidenten  
   

De toezichthouder of een door Onze Minister aan te wijzen andere instantie wordt zo spoedig mogelijk melding gedaan van ieder ongeval of incident dat zich heeft voorgedaan en heeft geleid of mogelijkerwijs heeft geleid tot het vrijkomen van een of meer biologische agentia van categorie 3 of 4 en dat besmetting van werknemers door deze agentia kan veroorzaken.

€ 1.800

       
4.96   Overdracht gegevens  
   

In geval de werkgever de werkzaamheden beëindigt worden het in artikel 4.90 bedoelde register en de resultaten van het in artikel 4.91 bedoelde arbeidsgezondheidskundig onderzoek – in geval deze bij de werkgever berusten – overgedragen aan een daartoe aangewezen toezichthouder.

€ 90

       
4.97   Gezondheidszorg en diergeneeskunde  
 

1

In aanvulling op artikel 4.85 wordt bij de ri&e van gevaren, verbonden aan andere dan microbiologisch diagnostische arbeid in de gezondheidszorg en in de diergeneeskunde, aandacht besteed aan:

€ 450

   

a. de onzekerheid omtrent de aanwezigheid van biologische agentia en de daaraan verbonden gevaren bij patiënten of dieren en in monsters of materiaal van patiënten of dieren;

 
   

b. de aan de aard van het werk verbonden gevaren.

 
 

2

Bij de in het eerste lid bedoelde arbeid worden ter bescherming van de veiligheid en de gezondheid van de betrokken werknemers doeltreffende maatregelen genomen. Deze bestaan in ieder geval uit:

a. het opstellen en bekend maken van ontsmettings- en desinfectieprocedures aan de betrokken werknemers;

b. het opstellen en bekend maken van procedures voor een veilige omgang met en verwijdering van met biologische agentia besmet afvalmateriaal;

c. het ter beschikking stellen van een medisch hulpmiddel met ingebouwd veiligheids- en beschermingsmechanisme, indien er gevaar is voor letsel of infectie door een scherp medisch hulpmiddel;

d. het verbod op het terugzetten van doppen op injectienaalden.

€ 540

       
4.98   Beschermingsmaatregelen  
   

In isolatieafdelingen met patiënten of dieren die besmet zijn of mogelijkerwijs besmet zijn met biologische agentia van categorie 3 of 4 worden passende beschermingsmaatregelen als bedoeld in bijlage V, kolom A, bij EU-richtlijn nr. 2000/54/EG, getroffen.

€ 4.500

       
4.99   beheersingsniveaus laboratoria en ruimten voor proefdieren  
 

1

In laboratoria en in ruimten waarin zich dieren bevinden die opzettelijk zijn besmet met biologische agentia van de categorie 2, 3 of 4 dan wel dieren die drager zijn of mogelijk zouden kunnen zijn van biologische agentia van een van deze categorieën, worden afhankelijk van de inventarisatie en evaluatie als bedoeld in artikel 4.85, en met inachtneming van artikel 16, eerste lid, van de richtlijn, tenminste respectievelijk de beheersingsniveaus 2, 3 en 4 van bijlage V bij richtlijn nr. 2000/54/EG in acht genomen

€ 4.500

 

2

Indien in de in het eerste lid bedoelde laboratoria arbeid wordt verricht met materiaal waarvan het onzeker is of zich hierin biologische agentia van categorie 2, 3 of 4 bevinden en de arbeid niet is gericht op het werken met biologische agentia, wordt, met inachtneming van artikel 16, eerste lid, van de richtlijn, ten minste beheersingsniveau 2 van bijlage V bij richtlijn nr. 2000/54/EG, in acht genomen

€ 4.500

       
4.100   Beheersingsniveaus industriële procédés  
 

1

Indien in de in het eerste lid bedoelde laboratoria arbeid wordt verricht met materiaal waarvan het onzeker is of zich hierin biologische agentia van categorie 2, 3 of 4 bevinden en de arbeid niet is gericht op het werken met biologische agentia, wordt, met inachtneming van artikel 16, eerste lid, van de richtlijn, ten minste beheersingsniveau 2 van bijlage V bij richtlijn nr. 2000/54/EG, in acht genomen

€ 4.500

    Van industriële procédés is sprake indien de arbeid is gericht op het werken met biologische agentia van categorie 2, 3 of 4 in reactorvaten van tien liter of meer  
       
4.101   Beheersingsniveau van niet in bijlage III bij de richtlijn genoemde biologische agentia  
   

Indien arbeid als bedoeld in de artikelen 4.99 en 4.100 wordt verricht met biologische agentia die niet op grond van bijlage III bij EU-richtlijn nummer 2000/54//EG in één van de in artikel 4.84, derde lid, bedoelde categorieën zijn ingedeeld, maar waarvan wel aanwijzingen bestaan dat deze agentia naar verwachting dienen te worden ingedeeld in categorie 3 of 4, wordt ten minste beheersingsniveau 3 van bijlage V respectievelijk VI bij EU-richtlijn nummer 2000/54//EG, in acht genomen.

€ 4.500

       
4.102   Voorlichting en onderricht  
 

1

Aan werknemers die arbeid verrichten als bedoeld in artikel 4.86, eerste en tweede lid, wordt, in aanvulling op artikel 8 van de wet, voorlichting en onderricht gegeven, waarbij ten minste aandacht wordt besteed aan:

€ 540

   

a. de mogelijke gevaren voor de gezondheid die zijn verbonden aan het werken met biologische agentia;

 
   

b. de te treffen voorzorgsmaatregelen om blootstelling te voorkomen;

 
   

c. de te nemen actie in geval zich een ongeval voordoet met biologische agentia;

 
   

d. de bestaande hygiënische voorschriften;

 
   

e. het dragen en gebruiken van werkkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen.

 
 

2

De voorlichting en het onderricht worden geactualiseerd indien gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding geven.

€ 90

       
Afdeling 10 Bijzondere sectoren en bijzondere categorieën werknemers  
4.106   Deskundig toezicht bij arbeid met gevaarlijke stoffen (jeugdigen)  
   

Jeugdige werknemers die:

€ 2.700

   

a. arbeid verrichten met stoffen die voldoen aan de krachtens de artikelen 9.2.3.1, eerste, tweede en derde lid, 9.2.3.2, 9.2.3.3, 9.2.3.4 en 9.2.3.5 van de Wet milieubeheer vastgestelde criteria voor indeling:

 
   

1°. in één of meer van de categorieën ‘ontplofbaar’, ‘bijtend’ en ‘irriterend’;

 
   

2°. in categorie ‘schadelijk’, indien deze stoffen tevens voldoen aan de bij of krachtens de Wet milieubeheer vastgestelde criteria voor toekenning van R-zin 40;

 
   

b. arbeid verrichten met persgassen, onder druk vloeibaar gemaakte gassen, door sterke temperatuur verlaging vloeibaar gemaakte gassen en opgeloste gassen;

 
   

c. arbeid verrichten aan of met kuipen, bassins, leidingen of reservoirs, waarin zich een of meer onder a of b genoemde stoffen of gassen bevinden;

 
   

d. artikelen die ontplofbare stoffen, bedoeld in artikel 2.2, onderdeel e, bevatten, vervaardigen of hanteren, mogen deze arbeid slechts verrichten indien het deskundig toezicht zodanig is georganiseerd dat de gevaren die aan deze werkzaamheden zijn verbonden kunnen worden voorkomen. Indien dat niet mogelijk mogen deze werkzaamheden niet door jeugdige werknemers worden verricht.

 
       
Hoofdstuk 5 Fysieke belasting  
Afdeling 1 Fysieke belasting  
5.2   Voorkomen gevaren  
   

De arbeid wordt zodanig georganiseerd, de arbeidsplaats wordt zodanig ingericht, een zodanige productie en werkmethode wordt toegepast of zodanige hulpmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen, worden gebruikt, dat de fysieke belasting geen gevaren met zich kan brengen voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemer.

€ 3.600

       
5.3   Beperken gevaren en risico-inventarisatie en -evaluatie  
   

Voorzover de gevaren, bedoeld in artikel 5.2, redelijkerwijs niet kunnen worden voorkomen:

 
   

a. wordt met inachtneming van bijlage I bij de richtlijn, de arbeid zodanig georganiseerd, de arbeidsplaats zodanig ingericht, een zodanige productie- en werkmethode toegepast of worden zodanige hulpmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt dat die gevaren zoveel als redelijkerwijs mogelijk is worden beperkt;

€ 3.600

   

b. worden in de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, met inachtneming van bijlage I bij de richtlijn, de veiligheids- en gezondheidsaspecten van de fysieke belasting beoordeeld, waarbij met name wordt gelet op de kenmerken van de last, de vereiste lichamelijke inspanning, de kenmerken van de werkomgeving en de eisen van de taak.

€ 450

       
5.4   Zitgelegenheid  
   

Tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd worden werkplekken ingericht volgens de ergonomische beginselen.

€ 540

       
5.5   Voorlichting  
 

1

Aan werknemers die arbeid verrichten waarbij sprake is van het handmatig hanteren van lasten wordt met inachtneming van de bijlagen I en II bij de richtlijn doeltreffende voorlichting en onderricht gegeven over:

€ 540

   

de wijze waarop lasten moeten worden gehanteerd;

 
   

de aan het handmatig hanteren van lasten verbonden gevaren voor hun veiligheid en gezondheid en de te nemen maatregelen om deze gevaren zoveel mogelijk te be