Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Investeringsregeling biologische varkenshouderij[Regeling vervallen per 01-04-2007.]

Geldend van 01-01-2005 t/m 31-03-2007

Investeringsregeling biologische varkenshouderij

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gelet op artikel 87, derde lid, onderdeel c, EG,

Gelet op de artikelen 2 en 4 van de Kaderwet LNV-subsidies,

Gelet op de communautaire richtsnoeren voor staatssteun in de landbouwsector (PbEG C 232 van 1 februari 2000),

Besluit:

Paragraaf I. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-04-2007]

Artikel 1 [Vervallen per 01-04-2007]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

  • b. biologische productiemethode: productiemethode als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode;

  • c. biologische varkenshouderij: het houden van varkens overeenkomstig de biologische productiemethode;

  • d. landbouwbedrijf: geheel van productie-eenheden in Nederland bestaande uit een of meer gebouwen of gedeelten daarvan en daarbijbehorende landbouwgrond, uitsluitend of onder meer dienende tot de uitoefening van de landbouw;

  • e. Stichting Skal: controle-instelling belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode bepaalde;

  • f. varkensrecht: varkensrechten onderscheidenlijk fokzeugenrechten als bedoeld in artikel 1, onderdelen h en i, van de Wet herstructurering varkenshouderij;

  • g. investeringsproject: samenhangend geheel van investeringen in productiemiddelen die in een productieproces meer jaren meegaan en waarop doorgaans wordt afgeschreven;

  • h. rechtspersoon: rechtspersoon, anders dan een publiekrechtelijke rechtspersoon;

  • i. varken: big, fokzeug, mestvarken of ander varken;

  • j. afnamecontract: juridisch afdwingbare verbintenis waarin een landbouwbedrijf met een of meerdere afnemers is overeengekomen om gedurende een periode van ten minste twee jaar een minimumaantal biologische varkens te leveren voor een prijs die ten minste niet lager is dan de bij de verbintenis vastgelegde minimumprijs;

  • k. bedrijfsaansluitingsbevestiging: bedrijfsaansluitingsbevestiging als bedoeld in artikel 2, derde lid, van het Controlereglement biologische productiemethode onderscheidenlijk artikel 2, derde lid van het Controlereglement Skal-controle van de stichting Skal;

  • l. bedrijfsaansluitingscertificaat: bedrijfsaansluitingscertificaat als bedoeld in artikel 2, achtste lid, van het Controlereglement biologische productiemethode onderscheidenlijk artikel 2, achtste lid, van het Controlereglement Skal-controle van de stichting Skal;

  • m. economische levensvatbaarheid: de omstandigheid dat een onderneming solvabel, liquide en niet structureel verliesgevend is onderscheidenlijk zal zijn, hetgeen blijkt uit de verklaring onderscheidenlijk de gegevens als bedoeld in respectievelijk artikel 8, vierde lid, onderdeel a, en artikel 8, vijfde lid;

  • n. handelsdocumenten: alle documenten als bedoeld in artikel 1, tweede lid, en artikel 3 van verordening (EEG) nr. 4045/89 van de Raad van 21 december 1989 inzake de door de Lid-Staten uit te voeren controles op de verrichtingen in het kader van de financieringsregeling van de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw en houdende intrekking van Richtlijn 77/435/EEG (PbEG L 388);

  • o. Dienst Regelingen:Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Paragraaf II. Investeringsprojecten [Vervallen per 01-04-2007]

Artikel 2 [Vervallen per 01-04-2007]

De minister kan ter vermindering van de belasting voor het milieu en de natuur door de varkenshouderij op grond van de volgende bepalingen een subsidie verstrekken voor de investeringen ten behoeve van de omschakeling van de varkenshouderij naar de biologische productiemethode.

Artikel 3 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De minister kan per kalenderjaar één of meer aanvraagperioden vaststellen voor subsidieaanvragen op grond van deze regeling.

  • 2 De minister stelt voor iedere aanvraagperiode een subsidieplafond vast voor de op grond van deze regeling te verstrekken subsidies.

  • 3 De minister verdeelt het beschikbare bedrag op volgorde van de datum van ontvangst van de aanvragen door Dienst Regelingen.

  • 4 Indien dit noodzakelijk is in verband met het bereiken van het subsidieplafond wordt door middel van loting beslist over de rangschikking van de op één dag ontvangen aanvragen.

Artikel 4 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De subsidie kan slechts worden verleend aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, indien deze:

    • a. op het tijdstip van indienen van de aanvraag tot subsidieverlening voor eigen rekening en risico:

      • als eigenaar, gerechtigde of als pachter een landbouwbedrijf exploiteert, of

      • blijkens de van kracht zijnde statuten de exploitatie van een landbouwbedrijf ten doel heeft,

    • b. als eigenaar, gerechtigde onderscheidenlijk pachter op het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening geen recht heeft op een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet,

    • c. als eigenaar, gerechtigde, of pachter dan wel als directeur/bedrijfsleider beschikt over voldoende agrarische vakbekwaamheid, hetgeen blijkt uit:

      • het bezit van een getuigschrift van een erkende landbouwkundige opleiding onderscheidenlijk van een opleiding van een hiermee gelijkwaardig niveau, of

      • de omstandigheid dat hij ten minste drie jaren op een landbouwbedrijf werkzaam is geweest,

    • d. voldoet aan de geldende nationale en Europese minimumnormen op het gebied van milieu, hygiëne en dierenwelzijn, hetgeen betekent dat hij op het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening het landbouwbedrijf uitoefent met inachtneming van de geldende nationale en Europese minimumnormen op het gebied van milieu, dierenwelzijn en hygiëne, hetgeen in ieder geval omvat de geldende normen bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet verontreiniging oppervlaktewater, de Meststoffenwet, de Wet bodembescherming, de Bestrijdingsmiddelenwet 1962, de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, de Diergeneesmiddelenwet en de Plantenziektewet.

    • e. in het bezit is van een of meerdere afnamecontracten die voor het totaal aantal te produceren varkens op het landbouwbedrijf, de afzet garandeert;

    • f. in het bezit is van een bedrijfsaansluitingsbevestiging;

    • g. een landbouwbedrijf exploiteert waarvan de economische levensvatbaarheid op het tijdstip van indiening van de aanvraag tot subsidieverlening kan worden aangetoond.

  • 2 Indien meer dan een natuurlijke persoon voor gezamenlijke rekening en risico een landbouwbedrijf exploiteren, kan een subsidie worden verleend indien ten minste een van de natuurlijke personen die het landbouwbedrijf exploiteren op het tijdstip van het indienen van de aanvraag tot subsidieverlening eigenaar, gerechtigde of pachter van dit landbouwbedrijf is en voldoet aan het bepaalde in het eerste lid. Indien meer dan een rechtspersoon voor gezamenlijke rekening en risico een landbouwbedrijf exploiteert, kan een subsidie worden verleend indien tenminste een directeur/bedrijfsleider van één van de deelnemende rechtspersonen voldoet aan het eerste lid.

Artikel 5 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De subsidie wordt verleend voor investeringen in productiemiddelen:

    • a. waarvan de aanvrager de eerste gebruiker is, en

    • b. die gericht zijn op het houden van varkens volgens de normen van de biologische productiemethode en in overeenstemming met de op Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode gebaseerde publiekrechtelijke voorschriften van Stichting Skal.

  • 2 Geen subsidie wordt verleend voor:

    • a. investeringen die dienen ter vervanging van productiemiddelen die reeds het eigendom zijn van de aanvrager,

    • b. de aankoop van varkensrechten, of

    • c. investeringen in bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, gericht op productieverhoging, waarvoor geen afnamecontract bestaat.

  • 3 Geen subsidie wordt verleend voor investeringsprojecten met de uitvoering waarvan een aanvang is gemaakt alvorens de ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening schriftelijk aan de aanvrager is bevestigd. Onder het maken van een aanvang met de uitvoering van een investering wordt in ieder geval verstaan het aangaan van verplichtingen.

Artikel 6 [Vervallen per 01-04-2007]

Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de volgende door de aanvrager gemaakte en betaalde kosten, voorzover zij noodzakelijk zijn en rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de onderdelen van het investeringsproject waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft:

  • a. de kosten van aangeschafte machines en apparatuur, gebaseerd op de historische aanschafprijzen,

  • b. de kosten van de bouw van onroerende zaken, en

  • c. de algemene kosten, met name de kosten voor architecten, ingenieurs en adviseurs en installatiekosten, tot een maximum van 12% van de onder a en b bedoelde kosten.

Artikel 7 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De subsidie bedraagt 30% van de subsidiabele kosten.

  • 2 De subsidie bedraagt ten hoogste € 250.000,-.

  • 3 Indien voor de subsidiabele kosten of een gedeelte daarvan reeds uit anderen hoofde een subsidie of ander geldelijk voordeel is of zal worden verleend, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verleend dat het totale subsidiebedrag niet meer bedraagt dan 40% van de subsidiabele kosten.

Paragraaf III. Subsidieverlening [Vervallen per 01-04-2007]

Artikel 8 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De aanvraag tot subsidieverlening wordt bij Dienst Regelingen ingediend.

  • 2 Voor de aanvraag tot subsidieverlening, bedoeld in het eerste lid, maakt de aanvrager gebruik van een daartoe vastgesteld formulier.

  • 3 Door het indienen van het aanvraagformulier verplicht de aanvrager zich tot nakoming van de daarin gestelde voorwaarden en verplichtingen en stemt hij in met een doorgifte door Stichting Skal aan Dienst Regelingen van alle gegevens betrekking hebbende op de uitoefening van de biologische productiemethode op zijn landbouwbedrijf.

  • 4 De aanvraag tot subsidieverlening gaat vergezeld van:

    • a. een verklaring van een financierende derde waaruit blijkt dat deze de voorgenomen investeringen geheel of voor een substantieel deel zal financieren;

    • b. een beschrijving van de economische positie van het landbouwbedrijf inhoudende een weergave van het eigen vermogen van het bedrijf, een opgave van de beschikbare liquide middelen en de schuldpositie,

    • c. een investeringsprojectplan, inhoudende een beschrijving van de begintoestand, de doelstellingen en achtergronden van het investeringsproject, de toestand na voltooiing van het investeringsprojectplan, de activiteiten, een tijdsplanning van de activiteiten en de wijze van uitvoering;

    • d. een gespecificeerde begroting van de beoogde investeringen en een opgave van de financieringswijze van het investeringsproject,

    • e. in voorkomend geval, de statuten van de rechtspersoon,

    • f. in voorkomend geval, het getuigschrift van de landbouwkundige opleiding,

    • g. een bedrijfsaansluitingsbevestiging,

    • h. een opgaaf van het aantal varkensrechten dat het bedrijf heeft,

    • i. een afschrift van het afnamecontract.

  • 5 Indien geen verklaring als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, wordt overlegd, wordt bij de aanvraag tot subsidieverlening overlegd:

    • a. een exploitatiebegroting en andere financiële bescheiden over de twee boekjaren volgend op het jaar waarin de subsidieaanvraag plaatsvindt waaruit kan worden afgeleid dat het eigen vermogen niet minder dan 15 procent van het totale vermogen uitmaakt, nadat de investering, waarvoor de aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend, heeft plaatsgevonden,

    • b. een meerjarenbegroting over een periode van 5 jaar volgend op het jaar waarin de subsidieaanvraag plaatsvindt, en

    • c. financiële gegevens, met inbegrip van een jaarrekening, waaruit dient te blijken dat de subsidieaanvrager gedurende de drie jaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag niet meer dan gedurende één jaar verlies heeft geleden.

Artikel 9 [Vervallen per 01-04-2007]

De minister geeft de beschikking tot subsidieverlening binnen vier maanden na afloop van de aanvraagperiode waarin de aanvraag tot subsidieverlening is ingediend.

Indien deze termijn niet kan worden gehaald, stelt de minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een redelijke termijn waarop de beschikking tegemoet kan worden gezien.

Artikel 10 [Vervallen per 01-04-2007]

De subsidieverlening kan worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de financiering van het project niet toereikend zal zijn.

Paragraaf IV. Verplichtingen van de subsidieontvanger [Vervallen per 01-04-2007]

Artikel 11 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De subsidieontvanger voert het investeringsproject uit:

    • a. overeenkomstig het investeringsplan waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft,

    • b. in Nederland, behoudens toestemming van de minister tot gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland,

    • c. binnen achttien maanden na de beschikking tot subsidieverlening.

  • 2 Wijzigingen in het investeringsplan gedurende de looptijd van het investeringsproject worden aan Dienst Regelingen gemeld. De minister kan deze wijzigingen goedkeuren, tenzij het wijzigingen ten aanzien van de doelstelling van het investeringsproject betreft.

  • 3 De subsidieontvanger is verplicht een administratie te voeren die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle kosten voor het investeringsproject kunnen worden afgelezen, gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 6 onderscheiden kostensoorten.

  • 4 De subsidieontvanger is verplicht handelsdocumenten te bewaren gedurende een periode van drie jaar nadat de beschikking tot subsidievaststelling is vastgesteld.

  • 5 In afwijking van het eerste lid, onderdeel c, kan de minister op verzoek van de subsidieontvanger wegens gewijzigde marktomstandigheden eenmalig een nieuwe termijn vaststellen waarbinnen het investeringsproject wordt uitgevoerd.

  • 6 Een verzoek als bedoeld in het vorige lid, wordt door de subsidieontvanger met redenen omkleed en bevat in ieder geval de volgende onderdelen:

    • a. een weergave van de marktomstandigheden waarom het investeringsproject niet binnen achttien maanden na de beschikking tot subsidieverlening kan worden uitgevoerd,

    • b. eventuele aanpassingen in het investeringsplan, en

    • c. een voorstel voor een termijn waarbinnen het investeringsproject alsnog wordt uitgevoerd.

  • 7 Een termijn als bedoeld in het vijfde lid bedraagt ten hoogste 30 maanden vanaf de datum van de beschikking tot subsidieverlening.

Artikel 12 [Vervallen per 01-04-2007]

De subsidieontvanger is verplicht uiterlijk binnen acht maanden nadat het investeringsproject is voltooid een bedrijfsaansluitingscertificaat voor de biologische varkenshouderij van Stichting Skal te hebben verkregen.

Paragraaf V. Subsidievaststelling [Vervallen per 01-04-2007]

Artikel 13 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De aanvraag tot subsidievaststelling wordt uiterlijk binnen acht maanden na afloop van het investeringsproject ingediend bij Dienst Regelingen, op een daartoe vastgesteld formulier.

  • 2 De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:

    • a. een verslag dat bestaat uit een beschrijving van de verrichte investeringen;

    • b. indien van toepassing, een afschrift van de bouwvergunningen en andere vergunningen die zijn verkregen voor de uitvoering van het investeringsproject;

    • c. een financiële verantwoording bestaande uit een rekening alsmede een verklaring van een accountant of een accountant-administratieconsulent als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek waaruit blijkt dat is voldaan aan de in deze regeling gestelde voorwaarden en verplichtingen;

    • d. een afschrift van het vigerende bestemmingsplan;

    • e. een afschrift van het bedrijfsaansluitingscertificaat voor de biologische varkenshouderij afgegeven door Stichting Skal.

  • 3 De accountant of accountant-administratieconsulent, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, controleert met inachtneming van het in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen controleprotocol.

  • 4 De minister geeft een beschikking tot subsidievaststelling.

Artikel 15 [Vervallen per 01-04-2007]

De Algemene Inspectiedienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is belast met het toezicht op de naleving van de in deze regeling gestelde voorschriften. Zij kan daartoe gebruik maken van de diensten van de stichting Skal.

Artikel 16 [Vervallen per 01-04-2007]

Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 4:57 van de Algemene wet bestuursrecht of artikel 6 van de Kaderwet LNV-subsidies kunnen terug te vorderen bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente over de periode vanaf de uitbetaling van het subsidiebedrag tot aan het moment van algehele voldoening.

Artikel 17 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 Artikel 4:49, eerste lid, onderdeel c, Algemene wet bestuursrecht vindt geen toepassing ten aanzien van de reeds uitbetaalde subsidie indien niet-nakoming van de uit deze regeling voortvloeiende verplichtingen het gevolg is van:

    • a. overlijden van de subsidieontvanger,

    • b. overmacht, of

    • c. onteigening of gedwongen verkoop in de zin van de Onteigeningswet, voorzover deze onteigening of gedwongen verkoop niet te voorzien was op de dag waarop de aanvraag tot subsidieverlening is ingediend.

  • 2 Een subsidieontvanger dient het beroep op een van de in het eerste lid bedoelde gevallen bij Dienst Regelingen in binnen een termijn van een maand, te rekenen vanaf het tijdstip waarop dit voor hem mogelijk is. Dit beroep gaat vergezeld van bewijzen.

Paragraaf VI. Overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 01-04-2007]

Artikel 18 [Vervallen per 06-04-2003]

Artikel 19 [Vervallen per 01-04-2007]

[Red: Wijzigt deze regeling. ]

Artikel 20 [Vervallen per 01-04-2007]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 21 [Vervallen per 01-04-2007]

Deze regeling wordt aangehaald als: Investeringsregeling biologische varkenshouderij.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

L.J. Brinkhorst

Bijlage 1. Controleprotocol als bedoeld in artikel 13, derde lid, van de Investeringsregeling biologische varkenshouderij [Vervallen per 01-04-2007]

Bij de controle, op basis waarvan de rapportage bedoeld in tweede lid van artikel 13 plaatsvindt, dient aan de naleving van de volgende artikelen op de daarbij aangegeven wijze aandacht te worden besteed.

Artikel Soort aandacht
artikel 5, eerste lid

speciale aandacht

artikel 5, tweede lid

speciale aandacht

artikel 5, derde lid

speciale aandacht

artikel 6

normale aandacht

artikel 7, derde lid

speciale aandacht

artikel 11, eerste lid

speciale aandacht

artikel 11, derde lid

speciale aandacht

artikel 12

speciale aandacht

artikel 13, lid 2c

normale aandacht

Toelichting (op de bijlage)

Artikel 5, eerste lid: Vaststellen dat de aanvrager de eerste gebruiker is van de investeringen en dat de investeringen gericht zijn op het houden van varkens volgens de normen van de biologische productiemethode en in overeenstemming met de voorschriften van Stichting Skal.

Artikel 5, tweede lid: Vaststellen of de investeringen dienen ter vervanging van productiemiddelen die reeds het eigendom zijn van de aanvrager.

Artikel 5, derde lid: Vaststellen dat met de uitvoering van de investeringen, inclusief het aangaan van verplichtingen, geen aanvang is gemaakt voordat de ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening schriftelijk is bevestigd.

Artikel 6: Vaststellen dat de voor de subsidievaststelling opgevoerde kosten daadwerkelijk zijn betaald en zijn toe te rekenen aan de onderdelen van het investeringsproject waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft. Voorts het vaststellen dat de kosten uitsluitend betrekking hebben op aangeschafte machines en apparatuur, gebaseerd op historische aanschafprijzen, kosten van de bouw van onroerende zaken en algemene kosten voor architecten, ingenieurs en adviseurs en installatiekosten.

Artikel 7, derde lid: Vaststellen dat het totale subsidiebedrag, inclusief subsidie uit anderen hoofde en ander geldelijk voordeel van overheidswege voor de subsidiabele investeringen of een gedeelte daarvan, niet meer bedraagt dan 40% van de subsidiabele kosten.

Artikel 11, eerste lid: Vaststellen dat het investeringsproject overeenkomstig het investeringsplan, binnen Nederland en binnen 18 maanden nadat de minister de beschikking tot subsidieverlening heeft verzonden, is uitgevoerd.

Artikel 11, derde lid: Vaststellen dat de subsidieontvanger een administratie voert die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle kosten voor het investeringsproject kunnen worden afgelezen, gespecificeerd naar de in artikel 6 onderscheiden kostensoorten.

Artikel 12: Vaststellen dat de aanvraag voor de vaststelling van de subsidie wordt ingediend binnen acht maanden nadat het investeringsproject is voltooid.

Artikel 13, lid 2c: Vaststellen of de financiële verantwoording van het project voldoet aan de voor dit doel eraan te stellen eisen.

Onder normale aandacht wordt verstaan: controle met een diepgang die gebruikelijk is voor het afgeven van een accountantsverklaring bij een verantwoording.

Onder speciale aandacht wordt verstaan: controle waarbij nadrukkelijk wordt bezien of de desbetreffende voorschriften zijn nageleefd. In dit geval moet dus verder worden gegaan dan normaal bij een controle van een verantwoording.

Aan de niet genoemde artikelen behoeft bij de controle geen aandacht te worden besteed, met dien verstande dat, teneinde de controle op de hierbovengenoemde artikelen goed te kunnen verrichten, kennisneming van deze overige artikelen noodzakelijk is.

De minister behoudt zich het recht voor om de Auditdienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een review te laten uitvoeren op de door de accountant van de aanvrager, aan wie de subsidie ingevolge de Investeringsregeling biologische varkenshouderij is verleend, verrichte werkzaamheden.

Tekst accountantsverklaring, als bedoeld in artikel 13, tweede lid

Goedkeurende verklaring:

Accountantsverklaring

Wij hebben de bijgevoegde financiële verantwoording met betrekking tot de beschikking tot subsidieverlening in het kader van de Investeringsregeling biologische varkenshouderij, kenmerk ... van ... (naam + zetel) gecontroleerd. Dit onderzoek is verricht in overeenstemming met algemeen aanvaarde controlegrondslagen en met de aanwijzingen die de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in het controleprotocol, behorende bij vorenbedoelde ministeriële regeling, heeft gegeven met betrekking tot de controle op de naleving van de subsidiebepalingen.

Op grond van dit onderzoek zijn wij van oordeel dat deze verantwoording voldoet aan de voor dit doel eraan te stellen eisen. Tevens delen wij mede dat de in het controleprotocol genoemde subsidiebepalingen zijn nageleefd.

Plaats en datum: ...

Handtekening: ...

Naam accountant: ...

Naam accountantskantoor: ...

Adres: ...

Postcode en woonplaats: ...

Telefoon: ...