Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling impuls groen beroepsonderwijs 2001[Regeling vervallen per 23-12-2004.]

Geldend van 01-01-2002 t/m 22-12-2004

Regeling impuls groen beroepsonderwijs 2001

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Gelet op artikel 2.2.3, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 23-12-2004]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. minister:

minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

b. wet:

Wet educatie en beroepsonderwijs;

c. instelling:

instelling als bedoeld in artikel 1.3.3 van de wet;

d. project:

samenhangend geheel van werkzaamheden gericht op de doelstelling, bedoeld in artikel 2;

e. vmbo-groen:

voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en natuurlijke omgeving, verzorgd aan een instelling;

f. beroepsonderwijs:

beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid, van de wet;

g. hbo:

hoger beroepsonderwijs;

h. beroepskolom:

onderwijs verzorgd door scholen en instellingen voor vmbo en beroepsonderwijs;

i. AOC-raad:

Vereniging AOC-raad;

j. landelijk orgaan:

landelijk orgaan als bedoeld in artikel 1.5.1 van de wet;

k. kwalificatiewinst:

verbeterde uitstroom en doorstroom binnen de beroepskolom.

Artikel 2 [Vervallen per 23-12-2004]

  • 1 De minister kan aan instellingen subsidie verlenen ten behoeve van projecten indien deze projecten bijdragen aan het realiseren van kwalificatiewinst in het beroepsonderwijs door het verbeteren van:

    • a. de aansluiting binnen de beroepskolom, en

    • b. de aansluiting tussen de basisberoepsopleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b, en de vakopleidingen, middenkaderopleidingen en specialistenopleidingen, bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen c tot en met e, van de wet.

  • 2 De instellingen verlenen de AOC-raad een vergoeding ten behoeve van landelijke coördinatie van de uitvoering van de projecten.

  • 3 De hoogte van de vergoeding, bedoeld in het vorige lid, wordt door de AOC-raad aan de instellingen bekendgemaakt.

Artikel 3 [Vervallen per 23-12-2004]

  • 1 De subsidie bedraagt een voor de instelling evenredig gedeelte van het voor het jaar 2001 totaal beschikbare budget van € 504.830,- (f 1.112.500,-) en bedraagt ten minste € 11.344,- (f 25.000,-).

  • 2 De omvang van het evenredig gedeelte wordt berekend naar rato van de omvang van de rijksbijdrage voor het jaar 2000 ten behoeve van het groen middelbaar beroepsonderwijs.

Artikel 4 [Vervallen per 23-12-2004]

  • 1 De minister verleent de subsidie indien het bevoegd gezag van de instelling uiterlijk op 15 november 2001 een schriftelijk verzoek daartoe indient bij de AOC-raad op een daarvoor door de AOC-raad ter beschikking gesteld formulier.

  • 2 In het verzoek is opgenomen:

    • a. de naam van de contactpersoon voor het project bij de instelling;

    • b. een verklaring dat de instelling vóór 1 december 2001 aan de AOC-raad meedeelt voor welke kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen de subsidie wordt ingezet en met welke personen of instanties wordt samengewerkt ten behoeve van de realisering van de beoogde kwalificatiewinst;

    • c. een verklaring dat de instelling vóór 1 februari 2002 een afsluitende rapportage aan de minister zendt, volgens het formulier dat hiertoe door de AOC-raad ter beschikking wordt gesteld, en

    • d. een verklaring dat het bevoegd gezag het afsluitende rapport en de in het kader van het project voortgebrachte producten ter beschikking stelt aan de AOC-raad.

  • 3 De verklaring, bedoeld in het vorige lid, onderdeel b, wordt ingediend op een daartoe vastgesteld formulier.

  • 4 In het rapport, bedoeld in het tweede lid, onderdelen c en d, wordt tenminste vermeld:

    • a. voor welke aansluitingen, bedoeld in artikel 2, de subsidie is besteed;

    • b. de wijze waarop met scholen als bedoeld in artikel 21, eerste lid, tweede volzin, van de Wet op het voortgezet onderwijs die vmbo verzorgen in de regio, landelijke organen, Regionale Opleidingscentra als bedoeld in artikel 1.3.2 van de wet, vakinstellingen, hbo en het bedrijfsleven wordt samengewerkt;

    • c. welke kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen zijn gesteld om de beoogde kwalificatiewinst te realiseren;

    • d. in welke mate de gestelde kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen zijn gerealiseerd en een analyse van eventuele verschillen tussen doelstelling en realisatie.

  • 5 Het project wordt vóór 1 juli 2002 afgerond.

Artikel 5 [Vervallen per 23-12-2004]

Het bevoegd gezag verantwoordt de besteding van de subsidie door middel van:

  • a. een inhoudelijke verantwoording, bestaande uit de afsluitende rapportage, bedoeld in artikel 4;

  • b. een financiële verantwoording over de jaren 2001 en 2002 op de wijze zoals omschreven in de Regeling financieel jaarverslag (jaarrekening) voor instellingen/organen in de bve-sector met ingang van het verslagjaar 2000.

Artikel 6 [Vervallen per 23-12-2004]

De instellingen werken mee aan een onafhankelijke monitoring van de effecten van deze regeling.

Artikel 7 [Vervallen per 23-12-2004]

De subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd van de instelling indien:

  • a. er uiterlijk 1 december geen kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen zijn vastgesteld die bijdragen aan het realiseren van de beoogde kwalificatiewinst;

  • b. er uiterlijk 1 oktober 2002 geen afsluitende rapportage die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 4, is ingediend bij de minister;

  • c. de aanvrager onjuiste, niet tijdige of voor de beoordeling van de uitvoering van de regeling onvolledige gegevens heeft verstrekt;

  • d. het project niet is gestart, aanzienlijk is vertraagd of voortijdig wordt beëindigd, of

  • e. de ontvanger van de subsidie heeft gehandeld in strijd met de verplichtingen die aan de subsidieverlening zijn verbonden.

Artikel 8 [Vervallen per 23-12-2004]

Op 1 januari 2002 vervallen de in artikel 3 vermelde guldensbedragen, met inbegrip van de guldentekens en de haakjes.

Artikel 9 [Vervallen per 23-12-2004]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 oktober 2001.

Artikel 11 [Vervallen per 23-12-2004]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling impuls groen beroepsonderwijs 2001.

Deze regeling wordt met de toelichting in de Staatscourant gepubliceerd.

De

Minister

van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

L.J. Brinkhorst