Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Interimbesluit Duurzaam Veilig[Regeling vervallen per 06-04-2005 met terugwerkende kracht tot en met 16-03-2005.]

Geldend van 03-08-2002 t/m 15-03-2005

Besluit van 18 september 2001, houdende vaststelling van een jaarlijkse financiële bijdrage aan provincies en regionale openbare lichamen in het kader van regionaal en lokaal verkeersveiligheidsbeleid (Interimbesluit Duurzaam Veilig)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 13 juli 2001, nr.CDJZ/WBI/2001–935, Centrale Directie Juridische Zaken;

Gelet op artikel 16, vijfde lid, van de Kaderwet bestuur in verandering en artikel 1 van de Wet van 24 april 1991, houdende regels met betrekking tot enkele specifieke uitkeringen aan provincies en gemeenten op het terrein van Verkeer en Waterstaat (Stb. 255);

De Raad van State gehoord van 23 augustus 2001, nr. W09.01.0364/V.

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 5 september 2001, CDJZ/WBI-2001–1131, Centrale Directie Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1 [Vervallen per 06-04-2005]

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;

  • b. regionaal openbaar lichaam: regionaal openbaar lichaam als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Kaderwet bestuur in verandering;

  • c. EG-subsidie: een subsidie die door de Raad van de Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Commissie van de Europese Gemeenschappen op grond van een vastgesteld programma rechtstreeks of middellijk wordt verstrekt.

Artikel 2 [Vervallen per 06-04-2005]

  • 1 Onze Minister verstrekt vanaf het jaar 2001 jaarlijks een bijdrage aan provincies en regionale openbare lichamen, als tegemoetkoming in de kosten van regionaal en lokaal verkeersveiligheidsbeleid van provincies, regionale openbare lichamen, waterschappen en gemeenten. De bijdrage kan in ieder geval worden besteed aan de maatregelen die zijn opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

  • 2 De bijdrage wordt verstrekt onder de voorwaarde dat voor het deel van de bijdrage dat ten laste van een nog niet vastgestelde begroting komt, voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

  • 4 De bijdrage dient niet tot bekostiging van algemene bestuurslasten.

  • 5 De bijdrage wordt besteed voor het einde van het derde kalenderjaar na de beschikking.

Artikel 3 [Vervallen per 06-04-2005]

De bijdrage wordt vastgesteld overeenkomstig de volgende percentages van het in de geldende begroting beschikbare bedrag:

  • a. provincie Drenthe 3,51%;

  • b. provincie Flevoland 1,31%;

  • c. provincie Friesland 3,16%;

  • d. provincie Gelderland 9,45%;

  • e. provincie Groningen 4,10%;

  • f. provincie Limburg 7,29%;

  • g. provincie Noord-Brabant 11,38%;

  • h. provincie Noord-Holland 7,18%;

  • i. provincie Overijssel 3,46%;

  • j. provincie Utrecht 2,50%;

  • k. provincie Zeeland 3,30%;

  • l. provincie Zuid-Holland 8,00%;

  • m. Regionaal Openbaar Lichaam Arnhem-Nijmegen 3,74%;

  • n. Regio Twente 4,96%;

  • o. Bestuur Regio Utrecht 5,04%;

  • p. Regionaal Orgaan Amsterdam 6,14%;

  • q. Stadsgewest Haaglanden 5,09%;

  • r. Samenwerkingsverband Regio Eindhoven 5,45%;

  • s. Stadsregio Rotterdam 4,94%.

Artikel 4 [Vervallen per 06-04-2005]

  • 1 Over de besteding van de bijdrage treedt de provincie in overleg met de in de provincie gelegen gemeenten, met uitzondering van gemeenten die vertegenwoordigd zijn in een regionaal openbaar lichaam, en met de waterschappen die in de provincie wegen in beheer hebben.

  • 2 Over de besteding van de bijdrage treedt het regionaal openbaar lichaam in overleg met de provincie en de waterschappen die wegen in het betrokken gebied in beheer hebben.

Artikel 5 [Vervallen per 06-04-2005]

  • 1 De bijdrage wordt uiterlijk in de maand juni van het betreffende kalenderjaar betaald.

  • 2 De bijdrage voor het jaar 2001 wordt betaald binnen acht weken na bekendmaking van de beschikking.

Artikel 6 [Vervallen per 06-04-2005]

  • 1 De provincie onderscheidenlijk het regionaal openbaar lichaam brengt jaarlijks voor 15 november onderscheidenlijk voor 15 september, volgend op het jaar waarin de bijdrage is betaald, over het desbetreffende jaar verslag uit aan onze Minister, overeenkomstig het door Onze Minister vastgestelde model. Dit verslag omvat in ieder geval:

    • a. een rapportage over het in artikel 4 bedoelde overleg;

    • b. een rapportage over de voornemens tot besteding van de bijdrage in relatie tot de verkeersveiligheidsdoelstellingen;

    • c. een rapportage over de voortgang van de activiteiten waaraan de bijdrage is besteed;

    • d. een financieel overzicht van de aan de activiteiten besteedde middelen.

  • 2 Het verslag gaat vergezeld van een accountantsverklaring. In deze accountantsverklaring wordt het controleprotocol in acht genomen zoals dat door Onze Minister is vastgesteld.

  • 3 Het bedrag dat aan het eind van een jaar niet is besteed, wordt vermeerderd met de daarover verkregen rente en toegevoegd aan de bijdrage die in het volgend jaar op grond van dit besluit wordt verstrekt.

  • 4 Het bedrag en de toegevoegde rente, bedoeld in het derde lid, blijken uit de accountantsverklaring en het financiële gedeelte van het verslag bedoeld in het eerste lid, onderdeel d.

  • 6 De provincie onderscheidenlijk het regionaal openbaar lichaam legt bij de verstrekking van een subsidie die wordt bekostigd uit de bijdrage bedoeld in artikel 2, de subsidieontvanger de verplichting op om:

    • a. in het jaar volgend op het jaar waarin het subsidiebedrag is betaald tijdig een financieel verslag uit te brengen over de besteding van de subsidie en dit vergezeld te doen gaan van een accountantsverklaring.

    • b. medewerking te verlenen aan een door of vanwege gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur te verrichten onderzoek naar de besteding van de subsidie.

Artikel 7 [Vervallen per 06-04-2005]

De provincie onderscheidenlijk het regionaal openbaar lichaam verleent medewerking aan een door of vanwege Onze Minister te verrichten onderzoek naar de besteding van de bijdrage.

Artikel 8 [Vervallen per 06-04-2005]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de zestigste dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en vervalt vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding.

Artikel 9 [Vervallen per 06-04-2005]

Dit besluit wordt aangehaald als: Interimbesluit Duurzaam Veilig.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 18 september 2001

Beatrix

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

T. Netelenbos

Uitgegeven vierde oktober 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Bijlage bij het Interimbesluit Duurzaam Veilig [Vervallen per 06-04-2005]

Overzicht van verkeersveiligheidsmaatregelen die in aanmerking kunnen komen voor een bijdrage op grond van het Interimbesluit Duurzaam Veilig

I. Besluitvorming en participatie [Vervallen per 06-04-2005]

Hiertoe wordt gerekend het (doen) evalueren en voorbereiden van activiteiten ter verbetering van de verkeersveiligheid:

  • A. het uitwerken van beleidsplannen en uitvoeringsprogramma's;

  • B. het uitwerken van categoriseringsplannen (indeling van het wegennet in erftoegangswegen, gebiedsontsluitingswegen, stroomwegen en eventuele voorlopige verkeersaders);

  • C. het uitwerken van plannen voor afzonderlijke verkeersveiligheidsmaatregelen;

  • D. het verrichten van onderzoek, zoals een verkeersveiligheidsaudit; en daarnaast:

  • E. het uitwerken van participatie door burgers en (andere) belanghebbenden:

    • 1. via belangenorganisaties,

    • 2. in schoolverband,

    • 3. individueel.

Bovengenoemde werkzaamheden worden in de verantwoording onderscheiden naar het niveau van besluitvorming en participatie, zoals

nat.

nationaal,

reg.

regionaal,

lok.

lokaal,

buurt

wijk, of dorp,

werk

bedrijf, school o.i.d.,

groep

vereniging, groep weggebruikers.

II. Infrastructurele maatregelen in verblijfsgebieden [Vervallen per 06-04-2005]

Hiertoe wordt gerekend de omvorming van wegen en hun omgeving, met het oog op de verkeersveiligheid, waaronder:

  • A. snelheidsbeheersing en attentieverhoging

    • 1. voetgangersgebied,

    • 2. (woon)erf,

    • 3. 30 km-gebied/weg,

    • 4. 60 km-gebied/weg,

    • 5. incidenteel;

  • B. regulering van het parkeren en stallen, respectievelijk laden en lossen;

  • C. geleiding van verkeersstromen door middel van bijvoorbeeld:

    • 1. geheel of gedeeltelijk «doorknippen» van doorgaande routes,

    • 2. geheel of gedeeltelijk «doorknippen» van aansluitingen van/naar gebiedsontsluitingswegen;

  • D. verbetering van de herkenbaarheid van de wegcategorie door middel van bijvoorbeeld:

    • 1. wegmarkering,

    • 2. aanduiding van in- en uitgangen (overgang naar wegen met andere maximumsnelheid);

  • E. herinrichting van bermen buiten de bebouwde kom door middel van bijvoorbeeld:

    • 1. semi-verharding,

    • 2. afscherming of verwijdering van obstakels;

  • F. aanpassing van het wegontwerp aan richtlijnen/aanbevelingen.

Bovengenoemde werkzaamheden worden in de verantwoording onderscheiden naar de bestemming van de betrokken wegen in het categoriseringsplan van de betreffende wegbeheerder:

ETW. bi

beoogde erftoegangswegen binnen de bebouwde kom,

ETW. bu

beoogde erftoegangswegen buiten de bebouwde kom

III. Infrastructurele maatregelen op (voorlopige) verkeersaders [Vervallen per 06-04-2005]

Hiertoe wordt gerekend de omvorming van wegen en hun omgeving, met het oog op de verkeersveiligheid, waaronder:

  • A. rijbaanscheiding

    • 1. (moeilijk) overrijbaar,

    • 2. niet overrijbaar,

    • 3. het in dat verband aanbrengen van passeermogelijkheden;

  • B. scheiding van verkeerssoorten door middel van bijvoorbeeld:

    • 1. aanleg van parallelwegen,

    • 2. aanleg van parallelfietspaden,

    • 3. aanleg van parallelvoetpaden,

    • 4. nieuwe ontsluiting van percelen via een andere route;

  • C. herinrichting van kruisingen, aansluitingen en oversteekplaatsen, waaronder:

    • 1. aanleg van ongelijkvloerse kruising van wegen,

    • 2. aanleg van ongelijkvloerse kruising van fiets/voetpaden,

    • 3. omvorming tot rotonde,

    • 4. overige verbeteringen ter bescherming van overstekende (brom)fietsers en voetgangers,

    • 5. inperking van het aantal linksafbewegingen,

    • 6. verbetering van verkeerslichtinstallaties;

  • D. herinrichting van wegvakken door middel van bijvoorbeeld:

    • 1. vermindering van het aantal wegaansluitingen voor autoverkeer,

    • 2. vermindering van het aantal erfaansluitingen voor autoverkeer,

    • 3. geleiding van (brom)fietsers en voetgangers naar veilige oversteekplaatsen

    • 4. snelheidsbeheersing,

    • 5. aanbrengen van fietsstroken,

    • 6. andere wijziging van de rijstrookindeling;

  • E. regulering van het parkeren en stallen, respectievelijk laden en lossen;

  • F. verbetering van de herkenbaarheid van de wegcategorie door o.a.:

    • 1. wegmarkering,

    • 2. aanduiding van de overgang naar wegen met andere maximum snelheid;

  • G. herinrichting van bermen door middel van bijvoorbeeld:

    • 1. semi-verharding,

    • 2. pechvoorzieningen,

    • 3. afscherming, respectievelijk verwijdering van obstakels;

  • H. aanpassing van het wegontwerp aan richtlijnen/aanbevelingen:

    • 1. aanpassing van de diameter van rotondes

    • 2. uniformering van de voorrang op rotondes (hoofdrijbaan),

    • 3. uniformering van de voorrang op rotondes (fietspaden),

    • 4. anderszins.

Bovengenoemde werkzaamheden worden in de verantwoording onderscheiden naar de bestemming van de betrokken wegen in het categoriseringsplan van de betreffende wegbeheerder:

SW. bi

beoogde stroomwegen binnen de bebouwde kom,

GOW. bi

beoogde gebiedsontsluitingswegen binnen de bebouwde kom,

VV. bi

voorlopige verkeersader binnen de bebouwde kom,

SW. bu

beoogde stroomwegen buiten de bebouwde kom,

GOW. bu

beoogde gebiedsontsluitingswegen buiten de bebouwde kom,

VV. bu

voorlopige verkeersader buiten de bebouwde kom.

IV. Bewustwording, educatie en training [Vervallen per 06-04-2005]

Hiertoe worden gerekend onder andere:

  • A. facilitering binnen het onderwijs en kinderopvang:

    • 1. peuters en hun ouders,

    • 2. basisonderwijs,

    • 3. voortgezet onderwijs;

  • B. activiteiten buiten het onderwijs naar individuele weggebruikers:

    • 1. beginnende bromfietsers,

    • 2. nieuwkomers,

    • 3. oudere weggebruikers,

    • 4. bestuurders van landbouwvoertuigen,

    • 5. andere specifieke groepen, zoals skaters en skeelers;

  • C. activiteiten via bedrijven en wagenparkbeheerders:

    • 1. bewustwording en beloning (safety culture),

    • 2. omgaan met specifieke voertuigen;

  • D. activiteiten in verband met vrijetijdsbesteding, zoals:

    • 1. jeugdorganisaties,

    • 2. verenigingen en kantines,

    • 3. horeca en disco,

    • 4. overige recreatie en toerisme.

  • E. andere educatieactiviteiten met het oog op de verkeersveiligheid.

V. Bevordering van persoonlijke bescherming en naleving van verkeersregels [Vervallen per 06-04-2005]

Hiertoe wordt gerekend onder andere:

  • A. publiciteit over:

    • 1. snelheid motorvoertuigen,

    • 2. snelheid bromfiets

    • 3. opvolgen verkeerslichten,

    • 4. niet rijden onder invloed,

    • 5. dragen van gordel,

    • 6. dragen van helm,

    • 7. gebruik van kinderzitjes in motorvoertuigen,

    • 8. gebruik van kinderzitjes en spaakafscherming op de (brom)fiets,

    • 9. overige verkeersvoorschriften;

  • B. andere communicatieactiviteiten met het oog op de verkeersveiligheid.

Bovengenoemde werkzaamheden worden in de verantwoording onderscheiden naar:

handh.

activiteiten in samenhang met gerichte verkeershandhaving

overig

overige activiteiten