Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling vaststelling programma Ruimtelijke Ordening en Vervoer[Regeling vervallen per 01-01-2009.]

Geldend van 04-11-2001 t/m 31-12-2008

Regeling vaststelling programma Ruimtelijke Ordening en Vervoer

De Minister van Verkeer en Waterstaat;

Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Subsidieregeling CO2

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2009]

Het Subsidieprogramma Ruimtelijke Ordening en Vervoer wordt vastgesteld, overeenkomstig de bij dit besluit gevoegde bijlagen.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling subsidieprogramma Ruimtelijke Ordening en Vervoer.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling wordt met de bijlagen in de Staatscourant geplaatst.

De

Minister

van Verkeer en Waterstaat,

T. Netelenbos

Bijlage Subsidieprogramma Ruimtelijke Ordening en Vervoer in het kader van de Subsidieregeling CO2 [Vervallen per 01-01-2009]

De Minister van Verkeer en Waterstaat stelt het CO2-programma Ruimtelijke Ordening en Vervoer vast. Dit programma is een uitvoeringsprogramma als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Subsidieregeling CO2-reductie Verkeer en Vervoer, hierna te noemen: de subsidieregeling.

1. Inleiding

Doel van dit CO2-programma is het opleiden en adviseren van gemeenteambtenaren en -bestuurders in de toepassing en het gebruik van energiebewuste ontwerpmethoden voor de afwikkeling van mobiliteit bij de (her)inrichting van woonwijken.

Een instrument dat hiervoor gebruikt kan worden is de ontwerpmethode Vervoersprestatie op Locatie, hierna te noemen: VPL-aanpak. Deze methode richt zich bij uitstek op een meer duurzame afwikkeling van mobiliteit, en is toepasbaar op alle ruimtelijke plannen op lokaal niveau, zowel in nieuwbouwsituaties, als in herstructureringsgebieden. De VPL-aanpak leidt tot een stedelijk ontwerp met aandacht voor mobiliteit en kwaliteit van de leefomgeving, waarbij bewoners steeds op een vanzelfsprekende manier voor die vervoerwijze kiezen die voor hen én voor de omgeving het meest geschikt is. Aldus wordt een bijdrage geleverd aan de rijksdoelstellingen zoals een beperking van het energiegebruik en de emissies van CO2 en NOx in het verkeer en vervoer. Tegelijkertijd wordt tegemoetgekomen aan locale doelstellingen, zoals een verhoging van de verkeersveiligheid, het tegengaan van geluidhinder door het verkeer, en vergroting van de stedelijke diversiteit en de ruimtelijk-functionele kwaliteit.

De VPL-aanpak wordt gekenmerkt door een integrale planontwikkeling, waarbij intensieve samenwerking tussen stedenbouwkundigen en verkeerskundigen in een vroegtijdig stadium van het planproces voorop staat. Een ander kernelement van de VPL-aanpak is dat alle ruimtelijke schaalniveaus worden betrokken in het ontwerp, waarbij steeds vanuit het laagste schaalniveau wordt geredeneerd. Het gemak van de gebruiker geldt daarmee steeds als uitgangspunt. De VPL-aanpak voorziet daarnaast in een rekenmodel, waarmee de effecten van verschillende planvarianten op de mobiliteit en de resulterende CO2-emissie kunnen worden bepaald ten opzichte van de referentiesituatie (= bestaande situatie), uitgedrukt in de zogenaamde VPL-score.

Inmiddels is de VPL-aanpak toegepast in een vijftigtal gemeenten in Nederland. De ervaringen zijn gunstig, de resultaten laten zien dat de aanpak werkt. Belangrijke voorwaarde voor het welslagen van de VPL-aanpak echter, is bestuurlijk en ambtelijk draagvlak voor het streven naar een meer duurzame afwikkeling van de mobiliteit.

Voor degenen die meer willen weten over de VPL-aanpak, is de Gereedschapskist VPL ontwikkeld, bestaande uit een boek en CD-ROM. Het boek geeft een uitgebreide beschrijving van de theorie en praktijk van de VPL-aanpak en bevat daarnaast de Leidraad voor Samenwerking, waarmee betrokkenen daadwerkelijk aan de slag kunnen. De CD-ROM bevat het rekenmodel VPL-KISS en een Powerpoint presentatie van de VPL-aanpak.

Het is ook mogelijk een andere aanpak te gebruiken, zoals bijvoorbeeld een Milieu Effect Rapportage. Het gebruik van een andere aanpak moet eveneens voldoen aan de criteria zoals genoemd in de onderdelen 2 en 3.

2. Subsidiabele activiteiten

(a) Het CO2-programma staat open voor kennisoverdrachtprojecten, zoals bedoeld in artikel 1, aanhef en onder d, van de subsidieregeling.

(b) Projectkosten als bedoeld in artikel 5 van de subsidieregeling, komen uitsluitend in aanmerking voor subsidie voor zover deze betrekking hebben op de overdracht van kennis omtrent de toepassing en het gebruik van de VPL-aanpak of een andere aanpak die leidt tot een stedelijk ontwerp met potentieel substantiële CO2-emissiereductie. Hieronder volgt een specificatie van de subsidiabele projectkosten uit artikel 5, derde lid, van de subsidieregeling:

- de extra tijdsbesteding van gemeenteambtenaren en -bestuurders die benodigd is voor het doorlopen van het plan- en ontwerpproces volgens de VPL-aanpak of een andere aanpak ten opzichte van het volgen van een regulier planproces;

- advieswerkzaamheden ten behoeve van de VPL-studie (of een andere studie) door externe deskundigen op stedenbouwkundig, verkeerskundig of infrastructureel terrein;

- werkzaamheden met betrekking tot het aanpassen of bouwen van een (uni- of multimodaal) verkeersmodel, indien het gebruik van een dergelijk model voorwaarde is om de effecten van mogelijke VPL-varianten, of varianten behorend bij een ander gebruikt model, aan te kunnen tonen (zie voor de VPL-varianten de Gereedschapskist).

(c ) De subsidie bedraagt ten hoogste 50% van de projectkosten, tot een maximum van € 25.000,- per project.

(d) Het subsidieplafond is vastgesteld op € 750.000,-.

3. Criteria voor subsidie

Een project moet aan de volgende criteria voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen:

(a) Het project wordt uitgevoerd met behulp van de VPL-aanpak, zoals beschreven in de Gereedschapskist VPL. Het gebruik van een andere ontwerpmethode is toegestaan indien aan de overige onder dit punt genoemde criteria wordt voldaan alsmede aan de verplichtingen van de subsidieontvanger (zie punt 4 van dit programma).

(b) Het project behelst ten minste 500 woningen.

(c) Het ambitieniveau ten aanzien van de te behalen CO2-emissiereductie bedraagt ten minste 5% ten opzichte van de referentiesituatie, zowel bij een herstructurerings- als bij een nieuwbouwproject. In bijlage I van het aanvraagformulier wordt aangegeven hoe op eenvoudige wijze de referentiesituatie en het ambitieniveau kan worden bepaald (indien de gemeente over recent, eigen onderzoek beschikt dat de locale situatie aantoonbaar meer recht doet, mag de referentiesituatie en het ambitieniveau bepaald worden op basis van dat onderzoek).

(d) Bij de uitvoering van het project werken - blijkend uit de projectorganisatiestructuur - ten minste de verkeers- en de stedenbouwkundig verantwoordelijken samen. Betrokkenheid van andere belanghebbende organisaties is nadrukkelijk gewenst.

(e) Tijdens het project worden, naast de referentiesituatie, ten minste drie alternatieve planvarianten uitgewerkt en doorgerekend.

(f) De totale projectduur is ten hoogste 12 maanden.

4. Verplichtingen van de subsidieontvanger

Bij subsidieverlening worden in elk geval de volgende verplichtingen opgelegd:

(a) Resultaat van het project is een eindrapport, dat ten minste een beschrijving zal bevatten van:

- het verloop van het plan- en ontwerpproces;

- inhoud en effecten van de te onderscheiden planvarianten, waaronder de referentiesituatie;

- de te implementeren beleidslijn, volgend uit de geselecteerde planvariant en vastgesteld door de gemeenteraad.

(b) De subsidieontvanger verstrekt desgevraagd gedurende een periode van ten hoogste vijf jaar, ingaand na goedkeuring van het eindrapport, informatie met betrekking tot het verdere gebruik van het resultaat van het project alsmede de consequenties hiervan op de CO2-emissiereductie;

(c) De subsidieontvanger vult een factsheet in met betrekking tot de kenmerken en resultaten van het project zoals dat door de subsidieverlener wordt verstrekt.

5. Procedures

(a) Subsidieaanvragen kunnen uitsluitend ingediend worden door Nederlandse gemeenten.

(b) Aanvragen voor kennisoverdrachtprojecten die voldoen aan het vereiste van artikel 8, tweede lid, van de subsidieregeling worden behandeld in volgorde van ontvangst.

(c) Het programma treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening in de Staatscourant waarin de Regeling vaststelling programma Ruimtelijke Ordening en Vervoer wordt geplaatst. Aanvragen kunnen worden ingediend met ingang van de datum waarop de regeling waarbij dit programma is vastgesteld, in werking treedt en dienen uiterlijk op 31 oktober 2002 te zijn ontvangen door Novem.

(d) De subsidieaanvraag kan slechts worden ingediend met behulp van het daartoe vastgestelde aanvraagformulier.

6. Nadere informatie

Aanvragen kunnen worden ingediend bij Novem, waar tevens een aanvraagformulier verkrijgbaar is. Het adres is:

Novem,

Catharijnesingel 59

Postbus 8242

3503 RE Utrecht

e-mail: roenv@novem.nl

tel.: 030-2393616

fax: 030-2316491

De volgende informatie inzake de VPL is beschikbaar:

- informatie op de Novem-site over de VPL (www.novem.nl/ebit/vpl);

- de VPL-brochure;

- de VPL-gereedschapskist.

Nadere informatie is verkrijgbaar bij Novem, secretariaat cluster 402: 030-2393616.