Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001

Geldend van 23-06-2011 t/m 08-05-2012

Regeling van de Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid van 7 september 2001, houdende regels in verband met de verstrekking van reisdocumenten door de burgemeesters

De Minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid, handelende in overeenstemming met de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Justitie;

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, onder g, tweede en derde lid, 3, eerste, derde, vierde en zevende lid, 16, tweede lid, 26, eerste lid, onder d en derde lid, 27, eerste lid, 30, eerste lid, 31, derde lid, 40, eerste lid, onder d en zesde lid, 43, 57 en 59 van de Paspoortwet en artikel 3 van het Besluit paspoortgelden;

Besluit:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

§ 1. Definities en reikwijdte

Artikel 1

  • 1 In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a. de wet: de Paspoortwet;

    • b. aanvraag, weigering, verstrekking, uitreiking, houder, wijziging, inhouding, vervallen of vervallenverklaring en vermissing: hetgeen ingevolge artikel 1, eerste lid, van de wet daaronder wordt verstaan;

    • c. aanvrager: degene die een aanvraag als bedoeld in artikel 1, onder a, van de wet indient of op wie een dergelijke aanvraag betrekking heeft;

    • d. register paspoortsignaleringen: het register, bedoeld in artikel 25, derde lid, van de wet;

    • e. signalerende autoriteit: de autoriteit, bedoeld in de artikelen 18 tot en met 24 van de wet, die op grond van artikel 25 van de wet een verzoek tot weigering of vervallenverklaring heeft ingediend;

    • f. basisadministratie: de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens als bedoeld in artikel 2 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, dan wel een basisadministratie als bedoeld in artikel 2 van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES;

    • g. basisregister reisdocumenten: het register, bedoeld in artikel 4a van de wet;

    • h. aanvraagsysteem reisdocumenten: het geheel van apparatuur, programmatuur, opslagmedia en overige materialen, waarvan door de bevoegde autoriteit gebruik wordt gemaakt bij de aanvraag, verstrekking, uitreiking en registratie van reisdocumenten;

    • i. reisdocumentenstation: de door de leverancier beschikbaar gestelde apparatuur en programmatuur, waarin gegevens met betrekking tot aangevraagde en uitgereikte reisdocumenten worden verwerkt en gearchiveerd en waarmee de gegevensuitwisseling tussen de bevoegde autoriteit en de leverancier plaatsvindt (reisdocumentenaanvraag- en archiefstation);

    • j. reisdocumentenadministratie: de in het reisdocumentenstation en op andere wijze bij de bevoegde autoriteit opgeslagen gegevens met betrekking tot aangevraagde en uitgereikte reisdocumenten;

    • k. reisdocumentenmodule: de apparatuur en programmatuur, waarmee de bevoegde autoriteit bij de aanvraag en uitreiking gegevens uitwisselt met het reisdocumentenstation en de basisadministratie;

    • l. standaardclausule: een clausule, waarvan de tekst in bijlage A van deze regeling is opgenomen en die door de leverancier dan wel de bevoegde autoriteit in het reisdocument wordt aangebracht;

    • m. standaardformulier: een voorbedrukt formulier, opgenomen in bijlage B van deze regeling;

    • n. modelformulier: een model voor een formulier, opgenomen in bijlage C van deze regeling;

    • o. openbaar lichaam: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

    • p. aanvraagnummer: het nummer dat voorgedrukt is op het foto- en handtekeningformulier;

    • q. administratienummer: het administratienummer, bedoeld in artikel 50 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, dan wel in de artikelen 10 en 11 van de Wet basisadministraties persoonsgegevens BES;

    • r. burgerservicenummer : het nummer, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;

    • s. bijschrijving: bijschrijving van kinderen als bedoeld in artikel 17 van de wet;

    • t. bijschrijvingssticker: sticker waarop de gegevens van een bij te schrijven kind zijn vermeld;

    • u. spoedopdracht: de opdracht aan de leverancier om versneld over te gaan tot vervaardiging en levering van een reisdocument dan wel een bijschrijvingssticker, bedoeld in artikel 37;

    • v. agentschap BPR: het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

    • w. identificatiekaart: een document als bedoeld in artikel 80, waarmee op elektronische wijze toegang kan worden verkregen tot het reisdocumentenstation en de daarin opgeslagen programmatuur en gegevens;

    • x. leverancier: een bedrijf dat in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties belast is met het verrichten van een of meerdere diensten die verband houden met de verstrekking van reisdocumenten;

    • y. distributeur: het bedrijf dat zorg draagt voor de distributie van reisdocumenten, bijschrijvingsstickers, identificatiekaarten en overige materialen die door de leverancier worden geleverd;

    • z. bestelkantoor: het plaatselijke kantoor van de distributeur;

    • aa. besteller: een werknemer in dienst bij de distributeur, die belast is met de feitelijke aflevering van de documenten en overige materialen;

    • bb. uitgiftelocatie: de locatie bij een bevoegde autoriteit waar de aanvragen aan de leverancier worden verzonden en de documenten en overige materialen door de distributeur worden afgeleverd;

    • cc. transporteur: het bedrijf dat, in voorkomende gevallen met inschakeling van tussenpersonen, zorg draagt voor de distributie van reisdocumenten, bijschrijvingsstickers, identificatiekaarten en overige materialen tussen het ministerie van Buitenlandse Zaken en de bevoegde autoriteiten in de openbare lichamen;

    • dd. verblijfsdocument: een document waaruit het verblijfsrecht van de vreemdeling ingevolge de Vreemdelingenwet 2000 of de Wet toelating en uitzetting BES blijkt;

    • ee. aanvraagstation: de door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen apparatuur en programmatuur voor het ondersteunen van het aanvraag- en uitgifteproces van reisdocumenten;

    • ff. foto- en handtekeningformulier: het in bijlage B van deze regeling opgenomen standaardformulier B8 dat bestemd is voor het in de aanvraag opnemen van de foto en handtekening, bedoeld in artikel 38, eerste en tweede lid;

    • gg. aanvraagstationlocatie: de locatie waar de bevoegde autoriteit met inachtneming van artikel 91 één of meerdere aanvraagstations heeft geplaatst;

    • hh. mobiel vingerafdrukopname-apparaat: de door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen apparatuur en bijbehorende programmatuur voor het opnemen van vingerafdrukken indien de aanvrager op grond van artikel 28, derde lid, van de wet niet in persoon verschijnt.

  • 2 Deze regeling is van toepassing op de verstrekking van reisdocumenten door de burgemeesters en de gezaghebbers.

§ 2. Andere reisdocumenten van het Koninkrijk der Nederlanden

Artikel 2

Andere reisdocumenten van het Koninkrijk der Nederlanden ingevolge artikel 2, eerste lid, onder g, van de wet zijn:

  • a. faciliteitenpaspoort;

  • b. tweede paspoort.

§ 3. Modellen van de reisdocumenten

Artikel 3

  • 1 Met betrekking tot de in artikel 2, eerste lid, onder a tot en met e, van de wet bedoelde reisdocumenten bestaan de navolgende modellen:

    • a. nationaal paspoort: model nationaal paspoort met 34 bladzijden, dan wel met 66 bladzijden (zakenpaspoort);

    • b. diplomatiek paspoort: model diplomatiek paspoort;

    • c. dienstpaspoort: model dienstpaspoort en model nationaal paspoort voorzien van standaardclausule IX;

    • d. reisdocument voor vluchtelingen: model reisdocument voor vluchtelingen;

    • e. reisdocument voor vreemdelingen: model reisdocument voor vreemdelingen.

  • 3 Met betrekking tot de ingevolge artikel 2, eerste lid, onder g, van de wet vastgestelde reisdocumenten bestaan de navolgende modellen:

    • a. faciliteitenpaspoort: model nationaal paspoort met 34 bladzijden, dan wel met 66 bladzijden (zakenpaspoort), voorzien van standaardclausule VI;

    • b. tweede paspoort: model nationaal paspoort met 34 bladzijden, dan wel met 66 bladzijden (zakenpaspoort), voorzien van standaardclausule VII.

  • 4 Met betrekking tot de ingevolge artikel 2, tweede lid, van de wet genoemde Nederlandse identiteitskaart bestaat het navolgende model: model Nederlandse identiteitskaart.

  • 5 In de modellen, genoemd in het eerste, derde en vierde lid, is een machineleesbare strook en een chip opgenomen.

  • 6 In het model, genoemd in het tweede lid, onder a, is een machineleesbare strook opgenomen.

Artikel 3a. Documenten zonder vingerafdrukken

Een nooddocument als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder f, van de wet wordt niet voorzien van vingerafdrukken van de houder.

§ 4. Register paspoortsignaleringen

Artikel 4. Vestigingsplaats van het register

Het register paspoortsignaleringen is ondergebracht bij het agentschap BPR.

Artikel 5. Administratie van kennisgevingen uit het register

  • 1 De tot verstrekking dan wel inhouding bevoegde autoriteiten dragen er zorg voor dat de administratie, bedoeld in artikel 25, vierde en vijfde lid, van de wet, te allen tijde de naam, voornamen, geboortedatum en geboorteplaats bevat van de personen ten aanzien van wie zij op grond van de wet bevoegd zijn tot verstrekking dan wel inhouding.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde administratie is op naam toegankelijk en kan desgewenst worden gevoerd door het bewaren en raadplegen van de regelmatig toegezonden signaleringslijst en de tussentijdse aanvullingen daarop.

§ 5. Aangewezen autoriteiten

Artikel 6. Burgemeester en gezaghebber

  • 1 De burgemeester of de gezaghebber neemt ten behoeve van personen die als ingezetene in de basisadministratie van zijn gemeente, onderscheidenlijk openbaar lichaam zijn ingeschreven naast de in de wet genoemde gevallen tevens de aanvragen in ontvangst voor en gaat over tot verstrekking van:

    • a. faciliteitenpaspoorten;

    • b. tweede paspoorten.

  • 2 De gezaghebber neemt ten behoeve van een persoon die in aanmerking komt voor een reisdocument als bedoeld in de artikelen 9, 11, 12, 13, 14 of 15, tweede lid, van de wet, maar op het moment van vertrek uit het openbaar lichaam niet in het bezit is van een geldig nationaal paspoort, reisdocument voor vluchtelingen of reisdocument voor vreemdelingen, met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk XIVa, een aanvraag in ontvangst voor en gaat over tot de verstrekking van:

    • a. een noodpaspoort, indien de aanvrager Nederlander is;

    • b. een laissez-passer, indien verstrekking van een noodpaspoort met gebruikmaking van het reisdocumentenstation niet mogelijk is of de aanvrager vreemdeling is.

Artikel 7. De burgemeesters van Den Haag, Enschede, Maastricht, Echt-Susteren en Oldambt

De burgemeesters van Den Haag, Enschede, Maastricht, Echt-Susteren en Oldambt verrichten de handelingen ingevolge de wet en artikel 6 tevens ten behoeve van personen die niet als ingezetene in de basisadministratie van een gemeente zijn ingeschreven.

Artikel 8. Verwijzing

De burgemeester of de gezaghebber die niet bevoegd is tot het in ontvangst nemen van de aanvraag verwijst de betrokken persoon terstond naar de burgemeester of de gezaghebber die ingevolge de wet en de artikelen 6 en 7 van deze regeling daartoe wel bevoegd is.

Hoofdstuk II. Vaststelling aanspraken op reisdocumenten en geldigheid

§ 1. Nationale paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten

Artikel 9. Vaststelling van het Nederlanderschap

  • 1 Voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over het Nederlanderschap van de aanvrager die als ingezetene in een basisadministratie is ingeschreven, wordt gebruik gemaakt van de daarin opgenomen gegevens.

  • 2 Indien onzekerheid bestaat over het Nederlanderschap van de aanvrager wordt daarnaar een gericht onderzoek ingesteld. Dit onderzoek omvat zoveel mogelijk verificatie van de nationaliteit met behulp van door de aanvrager over te leggen documenten die zijn afgegeven door een bevoegde autoriteit, waaronder zijn geboorteakte, en eventuele andere bewijsstukken.

Artikel 10. Geldigheid

  • 1 Het nationaal paspoort is geldig voor vijf jaren en voor alle landen.

  • 2 De Nederlandse identiteitskaart is geldig voor vijf jaren en voor de landen die behoren tot de Europese Unie, alsmede voor Andorra, Liechtenstein, Monaco, Noorwegen, San Marino, Turkije, IJsland en Zwitserland.

  • 3 Indien als gevolg van een tijdelijke verhindering bij de aanvrager geen vingerafdrukken in het document worden opgenomen, bedraagt in afwijking van het eerste en tweede lid, de geldigheidsduur van het betreffende reisdocument één jaar.

§ 2. Reisdocumenten voor vluchtelingen en reisdocumenten voor vreemdelingen

Artikel 11. Vaststelling aanspraken op reisdocumenten als bedoeld in artikel 11 en 13 van de wet

  • 1 De vaststelling van het recht op een reisdocument voor vluchtelingen als bedoeld in artikel 11 van de wet geschiedt op grond van de gegevens die over het verblijfsrecht en de nationaliteit van de aanvrager in de basisadministratie zijn opgenomen, alsmede aan de hand van het door de aanvrager overgelegde verblijfsdocument waaruit diens nationaliteit blijkt, en:

  • 2 De vaststelling van het recht op een reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 13 van de wet geschiedt op grond van de gegevens die over het verblijfsrecht en de staatloosheid van de aanvrager in de basisadministratie zijn opgenomen, alsmede aan de hand van het door de aanvrager overgelegde verblijfsdocument, waaruit het gegeven van diens staatloosheid blijkt, en:

  • 3 Indien de in de basisadministratie opgenomen gegevens als bedoeld in het eerste en tweede lid afwijken van de gegevens die zijn vermeld in het door de aanvrager overgelegde verblijfsdocument dan wel anderszins onzekerheid bestaat over deze gegevens, wordt daarnaar een gericht onderzoek ingesteld waarbij de gegevens die over het verblijfsrecht en de nationaliteit dan wel staatloosheid van de aanvrager in de vreemdelingenadministratie zijn opgenomen, mede worden betrokken.

Artikel 12. Vaststelling aanspraken op reisdocumenten als bedoeld in artikel 12, 14 en 15, tweede lid, van de wet

  • 2 In het formulier worden naast de geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum en geboorteplaats van de aanvrager de navolgende gegevens vermeld:

    • I. met betrekking tot de nationaliteit:

      • a. welke nationaliteit de aanvrager bezit, dan wel

      • b. door welke oorzaak de aanvrager staatloos of van onbekende nationaliteit is, dan wel

      • c. op grond van welke wettelijke regeling of administratieve beslissing de aanvrager zijn nationaliteit heeft verloren;

    • II. met betrekking tot de (gewezen) echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner:

      de geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats, nationaliteit en burgerlijke staat van de echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner, dan wel laatste gewezen echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner, alsmede het bezit van een verblijfsdocument met vermelding van het verblijfsrecht, het documentnummer en de geldigheidsduur van het document indien de betrokkene niet het Nederlanderschap bezit;

    • III. met betrekking tot de binnenkomst in het Europese dan wel Caribische deel van Nederland:

      • a. de datum van binnenkomst van de aanvrager;

      • b. het land van waar de aanvrager voor binnenkomst laatstelijk was vertrokken of het deel van Nederland indien de aanvrager voor binnenkomst laatstelijk was vertrokken uit het Europese dan wel Caribische deel van Nederland;

      • c. de gemeente dan wel het openbaar lichaam waar de aanvrager bij binnenkomst voor het eerst als ingezetene in de basisadministratie is ingeschreven;

      • d. het documentnummer, de geldigheidsduur, alsmede de datum en autoriteit van verstrekking van het reisdocument waarover de aanvrager bij binnenkomst beschikte;

    • IV. met betrekking tot het rechtmatig verblijf van de aanvrager in Nederland:

      • a. de in de basisadministratie opgenomen gegevens over het verblijfsrecht van de aanvrager;

      • b. het door de aanvrager ter inzage overgelegde verblijfsdocument met vermelding van het verblijfsrecht, het documentnummer en de geldigheidsduur van het document, dan wel de reden waarom geen geldig verblijfsdocument ter inzage kan worden overgelegd;

    • V. met betrekking tot de redenen om aanspraak te kunnen maken op een reisdocument:

      • a. de reden waarom de aanvrager geen reisdocument van een ander land kan verkrijgen, dan wel

      • b. de reden waarom van de aanvrager niet kan worden gevergd, dat hij een reisdocument van een ander land aanvraagt, dan wel

      • c. indien de aanvrager een verzoek om naturalisatie tot Nederlander heeft ingediend, op welke datum dit is geschied, in welk stadium de procedure zich bevindt en wat het daarop betrekking hebbende behandelingsnummer van het ministerie van Justitie is, dan wel

      • d. indien de aanvrager van een reisdocument als bedoeld in artikel 12 of 15, tweede lid, van de wet niet in het bezit is van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd of voor onbepaalde tijd, met welk doel hij zich wenst te begeven buiten het Europese dan wel het Caribische deel van Nederland.

  • 3 De daartoe aangewezen ambtenaar voorziet het formulier op de bestemde plaats van zijn handtekening.

  • 4 De burgemeester of de gezaghebber verwijst een persoon die een aanvraag voor de verstrekking van een reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet wil indienen naar de Minister van Buitenlandse Zaken, indien de betrokken persoon zich naar een land wenst te begeven waar hij met een laissez-passer toegang en verblijf kan verkrijgen.

Artikel 13. Opmerkingen van de Minister van Justitie

  • 1 Het formulier en de eventuele overgelegde bewijsstukken worden doorgezonden aan de Minister van Justitie in wiens vreemdelingenadministratie de aanvrager ten tijde van de aanvraag is opgenomen.

  • 2 Bij het formulier worden afschriften van de in het bezit van de aanvrager zijnde buitenlandse reisdocumenten, dan wel van de buitenlandse reisdocumenten waarin hij staat bijgeschreven (met alle bestempelde visumbladzijden) meegezonden.

  • 3 In het formulier worden de navolgende gegevens die over de aanvrager in de vreemdelingenadministratie zijn opgenomen, vermeld:

    • a. geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats en nationaliteit;

    • b. de datum sedert welke de aanvrager in de vreemdelingenadministratie is ingeschreven;

    • c. het verblijfsrecht van de aanvrager met de datum waarop dit eindigt;

    • d. het aan de aanvrager verstrekte verblijfsdocument met vermelding van het documentnummer en de geldigheidsduur, dan wel de reden waarom de aanvrager niet in aanmerking komt voor een verblijfsdocument.

  • 4 In het formulier wordt tevens vermeld of en zo ja, op welke punten de ingevolge artikel 12 vermelde gegevens afwijken van de gegevens die omtrent de aanvrager in de vreemdelingenadministratie zijn opgenomen.

  • 5 De daartoe aangewezen ambtenaar voorziet het formulier op de bestemde plaats van zijn handtekening.

Artikel 13a. Beslissing inzake de aanspraak op een reisdocument als bedoeld in artikel 12 van de wet, aangevraagd in de openbare lichamen

  • 1 De Minister van Justitie vermeldt in het formulier of tegen het verlenen van een reisdocument voor vluchtelingen als bedoeld in artikel 12 van de wet op verblijfsrechtelijke gronden bedenkingen bestaan. Indien dit het geval is, vermeldt de Minister van Justitie in het formulier zijn bedenkingen.

  • 2 De daartoe aangewezen ambtenaar voorziet het formulier op de bestemde plaats van zijn handtekening en zendt het aan de Minister van Buitenlandse Zaken.

  • 3 De Minister van Buitenlandse Zaken vermeldt in het formulier of en zo ja, welke bedenkingen hij heeft tegen de verstrekking van het aangevraagde reisdocument. Het formulier wordt door de daartoe aangewezen ambtenaar op de bestemde plaats voorzien van zijn handtekening en teruggezonden aan de gezaghebber waar de aanvraag is ingediend. Het teruggezonden formulier wordt door de gezaghebber aangemerkt als de in artikel 40, zesde lid, van de wet vereiste vaststelling door de Minister van Justitie in overeenstemming met de Minister van Buitenlandse Zaken of door de aanvrager is voldaan aan de voorwaarden voor een aanspraak op verstrekking van een reisdocument voor vluchtelingen als bedoeld in artikel 12 van de wet. In dat geval is het in het teruggezonden formulier neergelegde oordeel van de Minister van Buitenlandse Zaken doorslaggevend.

Artikel 14. Beslissing inzake de aanspraak op een reisdocument als bedoeld in artikel 14 van de wet

  • 1 Indien de Minister van Justitie heeft vastgesteld, dat de aanvrager niet beschikt over een geldige verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel voor onbepaalde tijd, zendt hij het formulier met deze mededeling terug aan de burgemeester of de gezaghebber waar de aanvraag is ingediend. Het teruggezonden formulier wordt door de burgemeester of de gezaghebber aangemerkt als de in artikel 40, vijfde en zesde lid, van de wet vereiste vaststelling door de Minister van Justitie in overeenstemming met de Minister van Buitenlandse Zaken, inhoudende dat door de aanvrager niet is voldaan aan de voorwaarden voor een aanspraak op verstrekking van een reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 14 van de wet.

  • 2 Indien de Minister van Justitie heeft vastgesteld, dat de aanvrager beschikt over een geldige verblijfsvergunning voor bepaalde tijd dan wel voor onbepaalde tijd, zendt hij het aanvraagformulier met deze mededeling aan de Minister van Buitenlandse Zaken, die beslist of aan de aanvrager die geen reisdocument van een ander land kan verkrijgen dan wel die kan aantonen dat van hem redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat hij van een ander land een reisdocument aanvraagt, een reisdocument voor vreemdelingen kan worden verstrekt.

  • 3 De Minister van Buitenlandse Zaken vermeldt in het formulier zijn beslissing inzake de verstrekking van het aangevraagde reisdocument. De daartoe aangewezen ambtenaar voorziet op de bestemde plaats het formulier van zijn handtekening en zendt het terug aan de burgemeester of de gezaghebber waar de aanvraag is ingediend.

  • 4 Indien de Minister van Buitenlandse Zaken geen bedenkingen heeft tegen het verlenen van het aangevraagde reisdocument, wordt het teruggezonden formulier door de burgemeester of de gezaghebber aangemerkt als de in artikel 40, vijfde en zesde lid, van de wet vereiste vaststelling door de Minister van Justitie in overeenstemming met de Minister van Buitenlandse Zaken, inhoudende dat door de aanvrager is voldaan aan de voorwaarden voor een aanspraak op verstrekking van een reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 14 van de wet.

  • 5 Indien de Minister van Buitenlandse Zaken bedenkingen heeft tegen het verlenen van het aangevraagde reisdocument, legt hij deze bedenkingen vast in een beschikking die rechtstreeks aan de aanvrager wordt gezonden. Bij de terugzending van het formulier aan de burgemeester of de gezaghebber wordt een afschrift van de beschikking meegezonden. Het teruggezonden formulier wordt door de burgemeester of de gezaghebber aangemerkt als een mededeling van de Minister van Justitie in overeenstemming met de Minister van Buitenlandse Zaken, inhoudende dat bij beschikking van de Minister van Buitenlandse Zaken is vastgesteld, dat door de aanvrager niet is voldaan aan de voorwaarden voor een aanspraak op verstrekking van een reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 14 van de wet.

  • 6 De burgemeester of de gezaghebber aan wie het formulier ingevolge het vijfde lid is teruggezonden, neemt geen beslissing op de aanvraag gedurende de periode dat nog een beroepstermijn tegen de beschikking van de Minister van Buitenlandse Zaken open staat dan wel een daarop betrekking hebbende beroepsprocedure aanhangig is. Indien door de aanvrager beroep is aangetekend tegen de beschikking van de Minister van Buitenlandse Zaken, stelt deze de burgemeester of de gezaghebber hiervan en van de afloop van deze beroepsprocedure terstond in kennis.

Artikel 15. Beslissing inzake de aanspraak op een reisdocument als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet

  • 1 De Minister van Justitie vermeldt in het formulier of tegen het verlenen van een reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet op verblijfsrechtelijke gronden bedenkingen bestaan. Indien dit het geval is, vermeldt de Minister van Justitie in het formulier als bedenkingen:

    • a. de aanvrager dient in het bezit te zijn van een geldig reisdocument voor grensoverschrijding, verstrekt door de autoriteiten van een ander land, dan wel

    • b. de verblijfsvergunning van de aanvrager zal niet meer worden verlengd, dan wel

    • c. de verblijfsvergunning van de aanvrager is of wordt ingetrokken, dan wel

    • d. andere bedenkingen.

  • 2 De daartoe aangewezen ambtenaar voorziet het formulier op de bestemde plaats van zijn handtekening en zendt het aan de Minister van Buitenlandse Zaken.

  • 3 De Minister van Buitenlandse Zaken vermeldt in het formulier of en zo ja, welke bedenkingen hij heeft tegen de verstrekking van het aangevraagde reisdocument. Het formulier wordt door de daartoe aangewezen ambtenaar op de bestemde plaats voorzien van zijn handtekening en teruggezonden aan de burgemeester of de gezaghebber waar de aanvraag is ingediend. Het teruggezonden formulier wordt door de burgemeester of de gezaghebber aangemerkt als de in artikel 40, vijfde en zesde lid, van de wet vereiste vaststelling door de Minister van Justitie in overeenstemming met de Minister van Buitenlandse Zaken of door de aanvrager is voldaan aan de voorwaarden voor een aanspraak op verstrekking van een reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet. In dat geval is het in het teruggezonden formulier neergelegde oordeel van de Minister van Buitenlandse Zaken doorslaggevend.

Artikel 15a. Vaststelling aanspraken op een reisdocument als bedoeld in artikel 14 van de wet voor in Nederland geboren minderjarige vreemdelingen

  • 2 De vaststelling van de aanspraak op verstrekking van het reisdocument dat ingevolge het eerste lid wordt aangevraagd, geschiedt aan de hand van het door de aanvrager overgelegde verblijfsdocument, waaruit diens verblijfsrecht ingevolge artikel 14 of 20 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel ingevolge de Wet toelating en uitzetting BES, en diens nationaliteit blijkt, alsmede op grond van de gegevens die over het verblijfsrecht en de nationaliteit van de aanvrager in de basisadministratie zijn opgenomen.

Artikel 16. Geldigheid

  • 1 Een reisdocument voor vluchtelingen, verstrekt aan een persoon die beschikt over een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33 van de Vreemdelingenwet 2000, is geldig voor vijf jaren en voor alle landen, met uitzondering van het land waarvan de houder de nationaliteit bezit.

  • 2 Een reisdocument voor vluchtelingen, verstrekt aan een persoon die beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel als bedoeld in artikel 12a van de Wet toelating en uitzetting BES, is geldig:

    • a. tot de datum waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning eindigt, met een minimale geldigheidsduur van een jaar en een maximale geldigheidsduur van drie jaren, en

    • b. voor alle landen, met uitzondering van het land waarvan de houder de nationaliteit bezit.

  • 3 Een reisdocument voor vreemdelingen, verstrekt aan een persoon die beschikt over een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel als bedoeld in de Wet toelating en uitzetting BES, is geldig voor vijf jaren en voor alle landen, met uitzondering van het land waarvan de houder de nationaliteit bezit.

  • 4 Een reisdocument voor vreemdelingen, verstrekt aan een persoon die beschikt over een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000, dan wel als bedoeld in de Wet toelating en uitzetting BES, is geldig:

    • a. tot de datum waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning eindigt, met een maximale geldigheidsduur van vijf jaren, en

    • b. voor alle landen, met uitzondering van het land waarvan de houder de nationaliteit bezit.

  • 5 Een reisdocument voor vreemdelingen, verstrekt aan een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld, is geldig voor vijf jaren en voor alle landen.

  • 6 Op een reisdocument voor vreemdelingen, verstrekt op grond van artikel 15a, is het bepaalde in het derde en vierde lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het reisdocument ten hoogste geldig is tot de datum waarop de houder de leeftijd van zestien jaren bereikt.

  • 7 Een reisdocument voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet, is geldig:

    • a. voor het land van bestemming en de landen waarvan de houder op zijn doorreis de grens passeert, met uitzondering van het land waarvan de houder de nationaliteit bezit;

    • b. voor de duur van de reis, waarbij rekening wordt gehouden met de door het land van bestemming en de landen van doorreis vereiste minimale geldigheid van het reisdocument na binnenkomst, dan wel na vertrek van de houder, met een maximum van een jaar.

  • 8 Indien als gevolg van een tijdelijke verhindering bij de aanvrager geen vingerafdrukken in het document worden opgenomen, bedraagt in afwijking van het eerste, tweede, derde en vijfde lid, de geldigheidsduur van het betreffende reisdocument één jaar en bedraagt in afwijking van het vierde, zesde en zevende lid, de geldigheidsduur van het betreffende reisdocument maximaal één jaar.

§ 3. Faciliteitenpaspoorten

Artikel 17. Aanspraken

  • 1 Aan een staatloze persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld, wordt op zijn verzoek binnen de grenzen bij de wet bepaald een faciliteitenpaspoort verstrekt.

  • 2 Indien onzekerheid bestaat over de behandeling als Nederlander van de aanvrager, wordt daarnaar een gericht onderzoek ingesteld. Dit onderzoek omvat zoveel mogelijk verificatie van de behandeling als Nederlander met behulp van door de aanvrager over te leggen documenten die zijn afgegeven door een bevoegde autoriteit, waaronder zijn geboorteakte, en eventuele andere bewijsstukken.

Artikel 18. Geldigheid

  • 1 Een faciliteitenpaspoort is geldig voor vijf jaren en voor alle landen.

  • 2 Indien als gevolg van een tijdelijke verhindering bij de aanvrager geen vingerafdrukken in het document worden opgenomen, bedraagt in afwijking van het eerste lid, de geldigheidsduur van het betreffende reisdocument één jaar.

§ 4. Tweede paspoorten

Artikel 19. Aanspraken

  • 1 Ingevolge artikel 30, eerste lid, van de wet kan een tweede paspoort worden verstrekt op verzoek van houders van een nationaal paspoort, die aantonen dat zij voor zakelijke of beroepsmatige redenen:

    • a. in een reis achtereenvolgens verschillende landen moeten bezoeken waarbij zij de gerede kans lopen dat hun toelating tot een land op problemen zal stuiten, omdat uit het daartoe over te leggen nationaal paspoort blijkt dat zij eerder in een ander land zijn geweest, dan wel

    • b. regelmatig dringend moeten reizen op een tijdstip dat hun nationaal paspoort zich in verband met visering bij een buitenlandse vertegenwoordiging bevindt.

  • 2 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt na overleg met de Minister van Buitenlandse Zaken een overzicht op van de in het eerste lid, onder a, bedoelde landen.

  • 3 Bij de aanvraag dient het oorspronkelijke paspoort en het eventueel eerder uitgereikte tweede paspoort te worden overgelegd.

  • 4 In afwijking van het derde lid kan bij de aanvraag worden volstaan met afschriften van de houderpagina en van alle bestempelde visumbladzijden van het oorspronkelijke paspoort en het eventueel eerder uitgereikte tweede paspoort, indien de aanvrager met een door een buitenlandse vertegenwoordiging verstrekte verklaring of ander schriftelijk bewijs kan aantonen, dat het over te leggen reisdocument zich op dat moment in verband met visering bij de desbetreffende buitenlandse vertegenwoordiging bevindt.

  • 5 Indien bij de aanvraag blijkt dat de geldigheidsduur van het oorspronkelijke paspoort binnen zes maanden zal verstrijken, wordt de beslissing op de aanvraag pas genomen nadat het oorspronkelijke paspoort is vervangen door een nieuw nationaal paspoort.

Artikel 20. Geldigheid

  • 1 Een tweede paspoort is geldig voor twee jaren en voor alle landen.

  • 2 Indien als gevolg van een tijdelijke verhindering bij de aanvrager geen vingerafdrukken in het document worden opgenomen, bedraagt in afwijking van het eerste lid, de geldigheidsduur van het betreffende reisdocument één jaar.

Hoofdstuk III. Aanvraagprocedure

§ 1. Algemeen

Artikel 21. Het opmaken van de aanvraag voor een reisdocument

  • 1 De gegevens voor de aanvraag van een reisdocument worden opgenomen met behulp van de reisdocumentenmodule en het aanvraagstation.

  • 2 In de aanvraag wordt de in artikel 83 bedoelde locatiecode, behorende bij de uitgiftelocatie, vermeld.

  • 3 In de aanvraag wordt aangegeven op welk model reisdocument deze betrekking heeft.

  • 4 In de aanvraag wordt het aantal gelijktijdig in het reisdocument bij te schrijven kinderen vermeld.

  • 5 In de aanvraag wordt het aanvraagnummer vermeld.

Artikel 22. Vaststelling van de identiteit van de aanvrager

  • 1 Voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over de identiteit van de aanvrager wordt gebruik gemaakt van het door de aanvrager overgelegde Nederlandse reisdocument, alsmede van de gegevens die over de aanvrager in de basisadministratie zijn opgenomen.

  • 2 Indien de aanvrager niet in staat is een eerder uitgereikt Nederlands reisdocument over te leggen, de in het overgelegde reisdocument vermelde gegevens afwijken van de gegevens die over de aanvrager in de basisadministratie zijn opgenomen, dan wel anderszins onvoldoende zekerheid bestaat over de identiteit van de aanvrager, worden de in de reisdocumentenadministratie opgenomen gegevens behorende bij het eerder aan betrokkene uitgereikte reisdocument, niet zijnde een nooddocument, geraadpleegd. Tevens worden in dat geval nadere identificerende vragen gesteld.

  • 3 Berusten de in het tweede lid bedoelde gegevens bij een andere autoriteit, dan wordt deze verzocht om kosteloze verstrekking van een afschrift van de gevraagde gegevens uit de reisdocumentenadministratie. In de aanvraag wordt vermeld bij welke autoriteit de gegevens zijn opgevraagd.

  • 4 In afwijking van het tweede en het derde lid kan bij vermissing van een eerder uitgereikt reisdocument het raadplegen van de gegevens uit de reisdocumentenadministratie achterwege blijven, indien de identiteit van de aanvrager met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld aan de hand van een ander op grond van artikel 30 van de wet aan de aanvrager uitgereikt geldig reisdocument.

  • 5 De aanvrager aan wie niet eerder een Nederlands reisdocument is verstrekt, dient bij zijn aanvraag andere identiteitsdocumenten die voorzien zijn van zijn foto en handtekening over te leggen. Indien hij dergelijke documenten niet kan overleggen of ondanks overlegging van deze documenten twijfel blijft bestaan over zijn identiteit, wordt daarnaar een gericht onderzoek ingesteld. Dit onderzoek omvat zoveel mogelijk verificatie van de identiteit met behulp van door de aanvrager over te leggen documenten die zijn afgegeven door een bevoegde autoriteit, waaronder zijn geboorteakte, en eventuele andere bewijsstukken.

  • 6 In de aanvraag wordt vermeld dat de identiteit van de aanvrager is vastgesteld en met welke documenten of andere bewijsstukken de identiteitsvaststelling heeft plaatsgevonden.

Artikel 23. Persoonsgegevens van de aanvrager

  • 1 In de aanvraag voor een reisdocument worden de volgende persoonsgegevens van de aanvrager vermeld:

    • a. geslachtsnaam en voornamen;

    • b. geboortedatum en geboorteplaats;

    • c. adres en woonplaats;

    • d. geslacht;

    • e. nationaliteit;

    • f. lengte.

  • 2 De in het eerste lid, onder a tot en met e, bedoelde gegevens worden geverifieerd in de basisadministratie waarin de aanvrager als ingezetene is ingeschreven.

  • 3 De geslachtsnaam omvat tevens de voorvoegsels en adellijke titels, de voornaam omvat tevens de adellijke predikaten. Op verzoek van de aanvrager kan de vermelding van adellijke titels en predikaten achterwege blijven.

  • 4 Indien alleen een naam, voornaam of een roepnaam bekend is, wordt deze als geslachtsnaam beschouwd.

  • 5 Indien de naam van de geboorteplaats niet kan worden ontleend aan de basisadministratie waarin de aanvrager als ingezetene is ingeschreven, dient de naam te worden vermeld zoals deze is opgenomen in zijn geboorteakte. In alle andere gevallen wordt de naam gevolgd zoals deze luidde ten tijde van de geboorte van de aanvrager, waarbij zoveel mogelijk de Nederlandse schrijfwijze wordt gebruikt. Indien de geboorteplaats niet kan worden vastgesteld, blijft de vermelding daarvan in de aanvraag achterwege. Het vermelden van het land achter de geboorteplaats is slechts toegestaan op verzoek van de aanvrager die aantoont daarbij een zwaarwegend belang te hebben en voorzover het reisdocument daartoe voldoende ruimte bevat.

  • 6 De geboortedatum omvat de dag, de maand en het jaar. Van vermelding van de dag en de maand kan worden afgezien, voor zover deze niet bekend zijn.

  • 7 In de aanvraag wordt het administratienummer vermeld waaronder de aanvrager in de basisadministratie is ingeschreven.

  • 8 In de aanvraag voor een nationaal paspoort, een zakenpaspoort, een tweede paspoort, een faciliteitenpaspoort of een Nederlandse identiteitskaart wordt, indien de aanvrager een burgerservicenummer heeft, tevens het burgerservicenummer van de aanvrager vermeld.

Artikel 24. Vermelding pseudoniem aanvrager

In de aanvraag voor een reisdocument, niet zijnde een Nederlandse identiteitskaart, kan op verzoek van de aanvrager die door middel van schriftelijke bewijsstukken aantoont in het maatschappelijk verkeer zakelijk of beroepshalve bekend te staan onder een andere naam, tevens deze andere naam worden vermeld ter opneming van dit gegeven in het reisdocument.

Artikel 25. Gegevens van de (gewezen) echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner

  • 1 In de aanvraag voor een reisdocument worden tevens de geslachtsnaam van de huidige echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner, dan wel van de laatste gewezen echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner, alsmede de burgerlijke staat op het moment van de aanvraag vermeld, indien de aanvrager om opneming van deze gegevens in het aangevraagde reisdocument verzoekt.

  • 2 Indien de aanvraag betrekking heeft op de Nederlandse identiteitskaart wordt aan het in het eerste lid bedoelde verzoek slechts gevolg gegeven voorzover het reisdocument voldoende ruimte bevat voor vermelding van deze gegevens.

Artikel 26. Bezit van of vermelding in andere reisdocumenten

  • 1 Van de door de aanvrager overgelegde Nederlandse of buitenlandse reisdocumenten die op zijn naam zijn gesteld, dan wel van de reisdocumenten waarin hij staat bijgeschreven, worden het soort reisdocument, het documentnummer, de datum waarop de geldigheid van het document eindigt en de autoriteit die het document heeft verstrekt, in de aanvraag vermeld.

  • 2 Het bezit van of de vermelding in een buitenlands reisdocument wordt geregistreerd in de basisadministratie waarin de aanvrager als ingezetene is ingeschreven.

  • 3 Indien het overgelegde Nederlandse reisdocument bladzijden met een nog geldig visum of een geldige verblijfstitel bevat, wordt op verzoek van de aanvrager in de aanvraag vermeld, dat in het aangevraagde reisdocument standaardclausule XII met het documentnummer van het in te leveren reisdocument wordt opgenomen.

Artikel 27. Vermist of ingenomen reisdocument bij aanvraag

  • 1 Indien een eerder uitgereikt Nederlands reisdocument is vermist of op andere gronden dan ingevolge de wet door een daartoe bevoegde autoriteit is ingenomen, wordt dit gegeven, alsmede het nummer van het desbetreffende reisdocument en de autoriteit die het heeft verstrekt, in de aanvraag vermeld. Indien deze gegevens op het moment van de aanvraag niet voorhanden zijn, wordt hiernaar een gericht onderzoek ingesteld.

  • 2 De ingevolge artikel 31, eerste lid, van de wet door de aanvrager af te leggen schriftelijke verklaring omtrent de vermissing geschiedt ten overstaan van de daartoe aangewezen ambtenaar overeenkomstig modelformulier C2. De in artikel 31, tweede lid, van de wet genoemde gewaarmerkte kopie van het proces-verbaal vormt een integraal onderdeel van de schriftelijke verklaring omtrent de vermissing en wordt aan deze verklaring toegevoegd.

  • 3 De daartoe aangewezen ambtenaar maakt een kopie van de door de aanvrager over te leggen schriftelijke verklaring omtrent de inname van zijn reisdocument als bedoeld in artikel 31, vierde lid, van de wet.

  • 4 De schriftelijke verklaring omtrent de vermissing en de bijgevoegde gewaarmerkte kopie van het proces-verbaal van de politie dan wel de kopie van de schriftelijke verklaring omtrent de inname worden bewaard in de reisdocumentenadministratie.

  • 5 De datum waarop de schriftelijke verklaring omtrent de vermissing wordt afgelegd dan wel de schriftelijke verklaring omtrent de inname wordt overgelegd, alsmede het nummer van het proces-verbaal van de politie, bedoeld in het tweede lid, worden in de aanvraag vermeld.

  • 6 Indien een eerder uitgereikt Nederlands reisdocument, niet zijnde een nooddocument, is vermist of op andere gronden dan ingevolge de wet door een daartoe bevoegde autoriteit is ingenomen, wordt dit gegeven terstond opgenomen in de basisadministratie van de gemeente waar de houder als ingezetene is ingeschreven.

Artikel 28

  • 1 Bij het indienen van een aanvraag voor een reisdocument wordt een pasfoto overgelegd die een goedgelijkend beeld van de aanvrager geeft.

  • 2 De overgelegde pasfoto voldoet aan de acceptatiecriteria van de in bijlage L bij deze regeling opgenomen fotomatrix.

  • 3 In afwijking van het tweede lid kan een pasfoto worden geaccepteerd indien de aanvrager heeft aangetoond dat godsdienstige of levensbeschouwelijke redenen zich verzetten tegen het niet bedekken van het hoofd.

  • 4 In afwijking van het tweede lid kan een pasfoto worden geaccepteerd indien op grond van objectief vast te stellen fysieke of medische redenen, door de aanvrager niet kan worden voldaan aan alle in de fotomatrix opgenomen acceptatiecriteria. Bij gerede twijfel aan de medische redenen kan van de aanvrager worden verlangd, dat deze daartoe een door een bevoegde arts of medische instelling ondertekende verklaring overlegt.

  • 5 In afwijking van het tweede lid kan een pasfoto van een aanvrager die de leeftijd van zes jaar nog niet heeft bereikt worden geaccepteerd, indien de foto voldoet aan de in de fotomatrix voor die leeftijdscategorie opgenomen minimum vereisten.

Artikel 28a. Vingerafdrukken

  • 1 Bij het indienen van een aanvraag voor een reisdocument, worden de afdrukken van vier vingers van de aanvrager opgenomen.

  • 2 Bij de aanvrager worden platte afdrukken van de linker- en de rechterwijsvinger opgenomen voor opslag in het reisdocument. Indien de kwaliteit van de vingerafdrukken van de wijsvingers ontoereikend is, worden platte afdrukken van de middelvingers, ringvingers of duimen opgenomen.

  • 3 In de reisdocumentenadministratie worden de vingerafdrukken opgeslagen die ingevolge het tweede lid zijn opgenomen. Daarnaast worden bij de aanvrager platte afdrukken van twee andere in het tweede lid genoemde vingers opgenomen voor opslag in de reisdocumentenadministratie. Indien de kwaliteit van deze vingers ontoereikend is, worden platte afdrukken van de pinken opgenomen.

  • 4 Indien van slechts één vinger een afdruk van voldoende kwaliteit kan worden opgenomen, wordt uitsluitend de afdruk van die vinger opgeslagen in het reisdocument en in de reisdocumentenadministratie.

  • 5 In afwijking van het eerste lid wordt van het opnemen van vingerafdrukken afgezien, indien de aanvrager op het moment van het indienen van de aanvraag de leeftijd van twaalf jaar nog niet heeft bereikt.

  • 6 Indien de daartoe aangewezen ambtenaar van oordeel is dat het fysiek dan wel als gevolg van een tijdelijke verhindering onmogelijk is om van de aanvrager te verlangen dat bij hem op het moment van het indienen van de aanvraag vier vingerafdrukken worden opgenomen, worden in ieder geval de afdrukken opgenomen van de vingers waarbij dit volgens de daartoe aangewezen ambtenaar wel mogelijk is. Bij gerede twijfel of het fysiek dan wel als gevolg van een tijdelijke verhindering onmogelijk is om vier vingerafdrukken op te nemen, kan van de aanvrager worden verlangd, dat deze daartoe een door een bevoegde arts of medische instelling ondertekende verklaring overlegt.

  • 7 Indien van de aanvrager geen vingerafdrukken worden opgenomen, wordt in de aanvraag de reden voor het niet opnemen vermeld.

Artikel 29. Onbekwaamheid tot het plaatsen van een handtekening

Indien de persoon aan wie het aangevraagde reisdocument moet worden verstrekt door leeftijd of een handicap niet in staat is zijn handtekening te plaatsen, wordt daarvan in de aanvraag melding gemaakt.

Artikel 30. Verschijning van de aanvrager in persoon

Indien de aanvrager ingevolge artikel 28, derde lid, van de wet niet persoonlijk bij het indienen van de aanvraag is verschenen, wordt dit gegeven met de reden daarvan in de aanvraag vermeld.

§ 2. Aanvraag ten behoeve van een handelingsonbekwame

Artikel 31. Overleggen verklaring van toestemming

  • 2 In de verklaring van toestemming worden tevens de naam en de handtekening vermeld van degene die de aanvraag ten behoeve van een handelingsonbekwame indient.

  • 3 In de aanvraag wordt melding gemaakt van de overlegging van de betreffende verklaring van toestemming.

Artikel 32. Vaststelling identiteit en bevoegdheid van degene die het gezag uitoefent of curator

  • 1 Op de procedure voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over de identiteit van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent of van de curator is artikel 22 van overeenkomstige toepassing.

  • 2 Indien degene die een verklaring van toestemming moet afgeven niet in persoon verschijnt, kan de aanvraag slechts in behandeling worden genomen indien uit de overgelegde schriftelijke verklaring van toestemming en eventuele andere overgelegde stukken met de nodige zekerheid kan worden afgeleid dat de verklaring van toestemming van de betreffende persoon afkomstig is.

  • 3 Voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over de bevoegdheid tot het afgeven van de verklaring van toestemming van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent of van de curator wordt gebruik gemaakt van de door de betreffende persoon overgelegde stukken en de omtrent het gezag of de curatele in de basisadministratie opgenomen gegevens.

  • 4 Indien onzekerheid bestaat over de bevoegdheid van degene die het gezag over de minderjarige uitoefent of van de curator wordt daarnaar een gericht onderzoek ingesteld.

§ 3. Aanvraag voor een bijschrijving

Artikel 33. Algemeen

  • 1 Bijschrijving van kinderen is toegestaan in ieder geldig Nederlands reisdocument met uitzondering van de Nederlandse identiteitskaart, het diplomatiek paspoort, het dienstpaspoort, het tweede paspoort, het noodpaspoort, het laissez-passer en het reisdocument waarin een noodverlenging is aangebracht.

  • 2 Onverminderd het bepaalde in artikel 7 kan bijschrijving in een reeds uitgereikt geldig reisdocument uitsluitend worden verzocht aan de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waar de houder van het reisdocument dan wel waar het bij te schrijven kind als ingezetene in de basisadministratie is ingeschreven.

  • 3 Voor elke bijschrijving van een kind in een reisdocument dient een afzonderlijke aanvraag te worden opgemaakt. Artikel 21, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

  • 4 In de aanvraag wordt aangegeven of deze betrekking heeft op een bijschrijving in een gelijktijdig aangevraagd reisdocument dan wel op een bijschrijving in een reeds uitgereikt geldig reisdocument.

  • 5 Indien om bijschrijving wordt verzocht in een gelijktijdig aangevraagd reisdocument, wordt in de aanvraag het aanvraagnummer, behorende bij de aanvraag voor het desbetreffende reisdocument, vermeld.

  • 6 Indien om bijschrijving wordt verzocht in een reeds uitgereikt geldig reisdocument, wordt in de aanvraag voor de bijschrijving het documentnummer van het desbetreffende reisdocument vermeld.

Artikel 34. Vaststelling van de identiteit en de nationaliteit van het bij te schrijven kind

  • 1 Voor het verkrijgen van de nodige zekerheid over de identiteit van het bij te schrijven kind en over het gegeven of deze, evenals de houder van het reisdocument waarin de bijschrijving wordt verzocht, Nederlander dan wel vreemdeling is, wordt gebruik gemaakt van het door de aanvrager overgelegde reisdocument, alsmede van de gegevens die in de basisadministratie van de gemeente of het openbaar lichaam waar de aanvraag in ontvangst wordt genomen, zijn vermeld.

  • 2 Indien het bij te schrijven kind niet als ingezetene in de basisadministratie van de gemeente waar de aanvraag in ontvangst wordt genomen, is ingeschreven, worden de in het eerste lid bedoelde gegevens geverifieerd:

    • a. in de gemeente waar het bij te schrijven kind als ingezetene in de basisadministratie is ingeschreven, dan wel

    • b. aan de hand van de bewijsstukken die, door degene die het verzoek tot bijschrijving doet, worden overgelegd, indien het bij te schrijven kind niet als ingezetene in enige basisadministratie van een gemeente is ingeschreven.

  • 3 Indien het bij te schrijven kind niet als ingezetene in de basisadministratie van het openbaar lichaam waar de aanvraag in ontvangst wordt genomen, is ingeschreven, worden de in het eerste lid bedoelde gegevens geverifieerd:

    • a. in het openbaar lichaam waar het bij te schrijven kind als ingezetene in de basisadministratie is ingeschreven, dan wel

    • b. aan de hand van de bewijsstukken die, door degene die het verzoek tot bijschrijving doet, worden overgelegd, indien het bij te schrijven kind niet als ingezetene in enige basisadministratie van een openbaar lichaam is ingeschreven.

  • 4 Indien onzekerheid blijft bestaan over de juistheid van de in het eerste lid bedoelde gegevens, wordt daarnaar een gericht onderzoek ingesteld. Dit onderzoek omvat zoveel mogelijk verificatie met behulp van door de aanvrager over te leggen documenten die zijn afgegeven door een bevoegde autoriteit, waaronder de geboorteakte van het bij te schrijven kind, en eventuele andere bewijsstukken. Tevens worden in dat geval nadere identificerende vragen gesteld.

  • 5 In de aanvraag wordt vermeld of de identiteit van het bij te schrijven kind is vastgesteld en met welke documenten of andere bewijsstukken de identiteitsvaststelling heeft plaatsgevonden.

Artikel 35. Aanvraaggegevens van het bij te schrijven kind

  • 1 In de aanvraag voor een bijschrijving worden de volgende persoonsgegevens van het bij te schrijven kind vermeld:

    • a. geslachtsnaam en voornamen;

    • b. geboortedatum en geboorteplaats;

    • c. adres en woonplaats;

    • d. geslacht.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde gegevens worden geverifieerd in de basisadministratie waarin het bij te schrijven kind als ingezetene is ingeschreven. Artikel 34, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

  • 3 In de aanvraag wordt de datum vermeld waarop de geldigheidsduur eindigt van het reisdocument waarin de bijschrijving zal plaatsvinden.

Artikel 36. Overleggen verklaring van toestemming

  • 3 Artikel 32 is van overeenkomstige toepassing op de vaststelling van de identiteit en de bevoegdheid van degene die het gezag over het bij te schrijven kind uitoefent.

§ 4. Spoedopdracht

Artikel 37

  • 1 De aanvrager kan de burgemeester verzoeken om een versnelde uitreiking van het aangevraagde reisdocument dan wel om een versnelde plaatsing van een bijschrijvingssticker in zijn reisdocument, mits hij aangeeft daarbij een dringend belang te hebben.

  • 2 Indien de aanvrager verzoekt om de versnelde uitreiking van het aangevraagde reisdocument dan wel om de versnelde plaatsing van een bijschrijvingssticker in zijn reisdocument, wordt in de aanvraag voor het reisdocument en in de eventuele aanvragen voor de gelijktijdige bijschrijving van kinderen in dat reisdocument dan wel in de aanvraag voor de bijschrijvingssticker, een vermelding opgenomen waaruit blijkt dat het een spoedopdracht betreft.

  • 3 In het geval van een spoedopdracht draagt de burgemeester er zorg voor dat de aanvraag nog dezelfde dag vóór 16.00 uur de leverancier bereikt, opdat het uit te reiken reisdocument dan wel de te plaatsen bijschrijvingssticker de daarop volgende werkdag op het reguliere tijdstip, doch uiterlijk 16.00 uur, op de uitgiftelocatie kan worden afgeleverd.

§ 5. Het opnemen van de foto, de vingerafdrukken en de handtekening

Artikel 38

  • 1 De daartoe aangewezen ambtenaar vergelijkt, behoudens in het in artikel 30 bedoelde geval, nauwkeurig de overgelegde foto van de aanvrager dan wel van degene ten behoeve van wie de aanvraag wordt ingediend met de persoon die voor hem staat en brengt deze foto op de bestemde plaats in het foto- en handtekeningformulier aan.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde ambtenaar ziet, behoudens in het in artikel 29 bedoelde geval, er op toe dat in het foto- en handtekeningformulier op de bestemde plaats de duidelijk leesbare handtekening wordt geplaatst van de aanvrager dan wel van de persoon ten behoeve van wie de aanvraag van het reisdocument wordt gedaan.

  • 3 Het foto- en handtekeningformulier wordt door de in het eerste lid bedoelde ambtenaar met gebruikmaking van het aanvraagstation gedigitaliseerd.

  • 4 Het opnemen van de vingerafdrukken als bedoeld in artikel 28a, geschiedt met gebruikmaking van het aanvraagstation. Indien de aanvrager op grond van artikel 28, derde lid, van de wet niet in persoon verschijnt, worden zijn vingerafdrukken opgenomen met behulp van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat.

§ 6. Beslissing op de aanvraag en vastlegging van de gegevens in het reisdocumentenstation

Artikel 39

  • 2 Indien de daartoe aangewezen ambtenaar, met inachtneming van het bij of krachtens de wet bepaalde, heeft beslist dat het aangevraagde reisdocument kan worden uitgereikt dan wel de aangevraagde bijschrijving kan plaatsvinden, worden in de aanvraag vermeld het feit van deze verstrekking, de datum van deze verstrekking en de datum waarop de geldigheidsduur van het uit te reiken reisdocument eindigt.

  • 3 In de aanvraag voor een reisdocument waarbij sprake is van een weigering of vervallenverklaring wordt, afhankelijk van de genomen beslissing, vermeld voor welke landen het reisdocument geldig is.

  • 4 In de aanvraag voor een reisdocument voor vluchtelingen dan wel een reisdocument voor vreemdelingen wordt, afhankelijk van de nationaliteit van de persoon aan wie het reisdocument wordt uitgereikt, aangegeven welk land van de territoriale geldigheid is uitgesloten.

  • 5 In de aanvraag voor een reisdocument voor vreemdelingen, uit te reiken aan een staatloze, wordt aangegeven dat diens status van staatloze in het reisdocument moet worden vermeld.

  • 6 De daartoe aangewezen ambtenaar vermeldt in de aanvraag de verstrekkende autoriteit.

Artikel 40

  • 1 De daartoe aangewezen ambtenaar draagt zorg dat de aanvraaggegevens, genoemd in de artikelen 21 tot en met 27, 30 tot en met 37 en 39 in de reisdocumentenmodule en de foto, vingerafdrukken en handtekening in het aanvraagstation worden vastgelegd.

  • 2 Indien bij de aanvraag voor het opnemen van de vingerafdrukken gebruik is gemaakt van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat worden de gegevens uitsluitend verwerkt in een aanvraagstation dat zich op de uitgiftelocatie bevindt. Het mobiel vingerafdrukopname-apparaat wordt in het locale netwerk van de uitgiftelocatie aangesloten, waarna de daarin vastgelegde vingerafdrukken door het aanvraagstation uit het mobiel vingerafdrukopname-apparaat worden opgehaald en samengevoegd met de ingevolge artikel 38, derde lid, gedigitaliseerde foto en handtekening.

  • 3 De in de reisdocumentenmodule en het aanvraagstation vastgelegde gegevens worden verwerkt en doorgezonden naar het reisdocumentenstation.

  • 4 Indien de aanvraaggegevens zijn doorgezonden aan het reisdocumentenstation, maar de beslissing op de aanvraag is aangehouden, worden de in artikel 39, tweede en derde lid, genoemde gegevens in het reisdocumentenstation vastgelegd, nadat de verstrekking heeft plaatsgevonden.

Hoofdstuk IV. Verzending van het aanvraagbestand en levering van documenten

Artikel 41. Het toevoegen van de foto, de vingerafdrukken en de handtekening aan de aanvraag

De in het aanvraagstation vastgelegde foto, handtekening en vingerafdrukken worden met de aanvraaggegevens, bedoeld in artikel 40, samengevoegd tot een aanvraagbestand in het reisdocumentenstation.

Artikel 42. Het verzenden van het aanvraagbestand

De daartoe aangewezen ambtenaar zendt, nadat is vastgesteld dat het aangevraagde reisdocument kan worden uitgereikt dan wel de aangevraagde bijschrijving kan plaatsvinden, het aanvraagbestand met gebruikmaking van het reisdocumentenstation naar de leverancier van de reisdocumenten. Het te verzenden aanvraagbestand wordt voorzien van een digitale handtekening van deze ambtenaar.

Artikel 43. In ontvangstneming van geleverde documenten in de gemeenten

  • 1 De reisdocumenten, bijschrijvingsstickers en identificatiekaarten worden in ontvangst genomen door een daartoe aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 81, eerste lid.

  • 3 De aflevering van de zending vindt plaats op het voor de desbetreffende uitgiftelocatie afgesproken tijdstip. Bij aflevering kan de besteller worden verplicht zich te identificeren met een door de distributeur aan haar werknemers beschikbaar gestelde legitimatie.

  • 4 Indien de persoon die de zending in ontvangst neemt zich desgevraagd niet of niet voldoende kan legitimeren dan wel onvoldoende zekerheid bestaat met betrekking tot zijn bevoegdheid om de zending in ontvangst te nemen, dan wel om enige andere reden door een handelen of nalaten van de bevoegde autoriteit een veilige aflevering op de uitgiftelocatie niet mogelijk is, draagt de besteller de zending niet over.

Artikel 43a. In ontvangstneming van geleverde documenten in de openbare lichamen

  • 2 De in het eerste lid bedoelde documenten worden door de transporteur afgeleverd bij de uitgiftelocatie in de openbare lichamen.

  • 3 Op de uitgiftelocatie worden de in het eerste lid bedoelde documenten in ontvangst genomen door een daartoe aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 81a, eerste lid, die zich legitimeert met een geldig identiteitsdocument.

  • 4 De aflevering van de zending vindt plaats op het voor de desbetreffende uitgiftelocatie afgesproken tijdstip.

  • 5 Indien de persoon die de zending in ontvangst neemt zich desgevraagd niet of niet voldoende kan legitimeren dan wel onvoldoende zekerheid bestaat met betrekking tot zijn bevoegdheid om de zending in ontvangst te nemen, dan wel om enige andere reden door een handelen of nalaten van de bevoegde autoriteit een veilige aflevering op de uitgiftelocatie niet mogelijk is, wordt de zending niet overgedragen.

Artikel 44. Controle zending bij in ontvangstneming

  • 1 De tot ontvangst bevoegde ambtenaar controleert in het bijzijn van de besteller of de zending voor hem bestemd is. Indien dit het geval is en het pakket is onbeschadigd, tekent de tot ontvangst bevoegde ambtenaar de door de besteller overgelegde distributielijst voor ontvangst.

  • 2 Indien de zending niet voor de uitgiftelocatie bestemd is, afwijkingen vertoont, beschadigd is dan wel documenten ontbreken wordt gehandeld overeenkomstig bijlage D. Het in kennis stellen van de leverancier geschiedt met gebruikmaking van modelformulier C9.

  • 3 Bij de constatering dat het pakket beschadigd is, wordt het pakket in het bijzijn van de besteller in een voor het publiek afgesloten ruimte gecontroleerd. Ook in geval van beschadiging wordt het pakket in ontvangst genomen.

  • 4 Indien de tot ontvangst bevoegde ambtenaar vaststelt dat er documenten zijn beschadigd of ontbreken, wordt hiervan door de besteller een proces-verbaal opgemaakt.

  • 5 Het afschrift van het proces-verbaal wordt door de autoriteit bewaard.

Artikel 45. Controle zending in het reisdocumentenstation

  • 1 De daartoe aangewezen ambtenaar gaat na of de in de zending aanwezige documenten overeenkomen met de aanvraagnummers in het op de zending betrekking hebbende elektronische bericht in het reisdocumentenstation, dat door de leverancier is verzonden.

  • 2 In het reisdocumentenstation wordt geregistreerd of een reisdocument of bijschrijvingssticker overeenkomstig de opgave in het elektronisch bericht, bedoeld in het eerste lid, is ontvangen, al dan niet is beschadigd en op de juiste wijze is geproduceerd of gepersonaliseerd. Deze gegevens kunnen in verband met de raadpleging daarvan tevens op elektronische wijze worden doorgegeven aan de reisdocumentenmodule.

Artikel 46. Ophalen verkeerd geleverde reisdocumenten en bijschrijvingsstickers bij gemeenten

  • 1 De reisdocumenten of bijschrijvingsstickers, die na de controle van de zending als bedoeld in artikel 44 of 45 in een gemeente voor een andere burgemeester blijken te zijn bestemd, worden op de uitgiftelocatie op de in artikel 91 aangegeven wijze opgeslagen tot ze worden opgehaald door de leverancier.

  • 2 Het overdragen van de verkeerd geleverde documenten aan de leverancier geschiedt overeenkomstig bijlage D, met gebruikmaking van standaardformulier B4.

Artikel 46a. Vernietigen van verkeerd geleverde documenten bij de openbare lichamen

De documenten die na de controle van de zending als bedoeld in de artikelen 44 of 45 in de openbare lichamen voor een andere autoriteit blijken te zijn bestemd, worden op de uitgiftelocatie vernietigd op de in artikel 67, tweede lid, aangegeven wijze.

Artikel 47. Nabezorgen niet ontvangen reisdocumenten en bijschrijvingsstickers

  • 1 Indien reisdocumenten of bijschrijvingsstickers niet op het verwachte tijdstip worden ontvangen, wordt op een speciaal daarvoor bestemd telefoonnummer informatie ingewonnen over de te verwachten levertijd.

  • 2 In het geval de zending zich nog onder de distributeur bevindt, draagt deze er zorg voor dat de zending alsnog de volgende dag wordt afgeleverd bij de uitgiftelocatie in het Europese deel van Nederland, onderscheidenlijk bij de Minister van Buitenlandse Zaken, indien de zending bestemd is voor een gezaghebber.

  • 3 In het geval reisdocumenten of bijschrijvingsstickers op een verkeerde uitgiftelocatie in het Europese deel van Nederland zijn afgeleverd, draagt de leverancier er zorg voor dat de desbetreffende documenten, zo mogelijk nog dezelfde dag, op de juiste uitgiftelocatie in het Europese deel van Nederland worden aangeboden.

  • 4 Het in ontvangst nemen van reisdocumenten of bijschrijvingsstickers als bedoeld in het derde lid geschiedt overeenkomstig bijlage D, met gebruikmaking van standaardformulier B4.

  • 5 In het geval de zending zich nog onder de transporteur bevindt, draagt deze er zorg voor dat de zending alsnog zo spoedig mogelijk wordt afgeleverd.

Artikel 48. Herzending van de aanvraag

Indien een reisdocument of een bijschrijvingssticker is beschadigd, onjuist is geproduceerd of gepersonaliseerd, dan wel niet op het verwachte tijdstip is ontvangen en niet alsnog ingevolge artikel 47, tweede, derde of vijfde lid, zal worden bezorgd, wordt het op het reisdocument, op de daarin opgenomen bijschrijving of op de bijschrijvingssticker betrekking hebbende aanvraagbestand opnieuw verzonden aan de leverancier.

Artikel 49. Terugzending onjuist geproduceerde of gepersonaliseerde, beschadigde of te laat afgeleverde documenten

Reisdocumenten en bijschrijvingsstickers die:

  • a. bij de controle van de zending in het reisdocumentenstation dan wel bij de uitreiking onjuist blijken te zijn geproduceerd of gepersonaliseerd, dan wel blijken te zijn beschadigd;

  • b. na het verwachte tijdstip zijn ontvangen en waarvan inmiddels het daarop betrekking hebbende aanvraagbestand ingevolge artikel 48 opnieuw is verzonden, worden per aangetekende post, met gebruikmaking van modelformulier C10, teruggestuurd aan de leverancier.

Hoofdstuk V. Uitreiking van het reisdocument en bijschrijvingssticker

Artikel 50. Algemeen

  • 1 Tot uitreiking van het reisdocument of plaatsing van een bijschrijvingssticker wordt slechts overgegaan, nadat de identiteit van de aanvrager in zijn aanwezigheid is vastgesteld en de aanvrager de in het document weergegeven persoonsgegevens op juistheid heeft gecontroleerd, tenzij artikel 28, derde lid, van de wet van toepassing is.

  • 2 De plaatsing van een bijschrijvingssticker vindt plaats door dezelfde autoriteit die de aanvraag daartoe in ontvangst heeft genomen, tenzij artikel 51 van toepassing is.

Artikel 50a. Verificatie vingerafdrukken bij uitreiking

  • 1 Indien de tot uitreiking bevoegde ambtenaar twijfelt aan de identiteit van de aanvrager worden de vingerafdrukken van de aanvrager geverifieerd tegen de vingerafdrukken die in het uit te reiken reisdocument zijn opgenomen.

  • 2 Indien de verificatie niet slaagt, wordt het reisdocument niet uitgereikt.

Artikel 51. Verhuizing binnen het Europese deel van Nederland

  • 1 Indien de aanvrager op het moment van de uitreiking in de basisadministratie van een andere gemeente als ingezetene is ingeschreven, wordt het document uitgereikt in die gemeente.

  • 2 Indien de aanvraag tot plaatsing van een bijschrijvingssticker is gedaan in de gemeente waar de aanvrager als ingezetene in de basisadministratie was ingeschreven en de aanvrager op het moment van de plaatsing als ingezetene is ingeschreven in de basisadministratie van een andere gemeente, geschiedt de plaatsing van de bijschrijvingssticker in die andere gemeente.

  • 3 Indien de aanvraag tot plaatsing van een bijschrijvingssticker is gedaan in de gemeente waar de bij te schrijven persoon als ingezetene in de basisadministratie was ingeschreven en deze persoon op het moment van de plaatsing als ingezetene is ingeschreven in de basisadministratie van een andere gemeente, geschiedt de plaatsing van de bijschrijvingssticker in die andere gemeente.

  • 4 Het reisdocument of de bijschrijvingssticker wordt per aangetekende post verstuurd naar het hoofd burgerzaken van de gemeente waar de aanvrager dan wel de bij te schrijven persoon inmiddels in de basisadministratie is ingeschreven.

  • 5 De burgemeester van de gemeente, bedoeld in het vierde lid, gaat tot uitreiking van het reisdocument of plaatsing van de bijschrijvingssticker over met in achtneming van artikel 50. De op de uitreiking betrekking hebbende gegevens worden geregistreerd in de basisadministratie van zijn gemeente.

  • 6 Van de uitreiking van het reisdocument of de plaatsing van de bijschrijvingssticker wordt met gebruikmaking van modelformulier C3 kennis gegeven aan de burgemeester van de gemeente waar de aanvraag in behandeling is genomen.

  • 7 De burgemeester die een kennisgeving ontvangt zoals bedoeld in het zesde lid registreert de uitreiking van het reisdocument of de plaatsing van de bijschrijvingssticker in het reisdocumentenstation en de reisdocumentenmodule, waarin de gegevens betreffende de aanvraag zijn vastgelegd.

Artikel 52. Vermist of ingenomen reisdocument bij de uitreiking

  • 1 Indien het bij de uitreiking van het aangevraagde reisdocument in te leveren reisdocument is vermist of op andere gronden dan ingevolge de wet door een daartoe bevoegde autoriteit is ingenomen, wordt dit gegeven, alsmede het nummer van het desbetreffende reisdocument en de autoriteit die het heeft verstrekt, alsnog in de aanvraag met betrekking tot het uit te reiken reisdocument opgenomen. Indien deze gegevens op het moment van de uitreiking niet voorhanden zijn, wordt hiernaar een gericht onderzoek ingesteld.

Artikel 53. Bijschrijving door middel van een sticker

De ten behoeve van de bijschrijving in een bestaand reisdocument vervaardigde bijschrijvingssticker wordt door de daartoe aangewezen ambtenaar op de daarvoor bestemde pagina in het reisdocument aangebracht.

Artikel 54

  • 1 Uitsluitend indien op grond van artikel 7 door een burgemeester als genoemd in artikel 7 een reisdocument wordt verstrekt en de aanvrager bij de aanvraag aannemelijk heeft gemaakt dat van hem redelijkerwijs niet kan worden gevergd dat hij in persoon verschijnt bij de uitreiking, wordt het reisdocument per aangetekende post aan hem toegezonden.

  • 2 De inlevering van de Nederlandse reisdocumenten als bedoeld in artikel 32 van de wet geschiedt in dat geval door deze reisdocumenten per aangetekende post toe te sturen aan de in het eerste lid bedoelde autoriteit.

  • 3 Tot toezending van het uit te reiken reisdocument wordt niet overgegaan dan na ontvangst van de ingevolge het tweede lid toegestuurde reisdocumenten.

Artikel 55. Registratie in de reisdocumentenmodule en het reisdocumentenstation

  • 1 De daartoe aangewezen ambtenaar registreert de uitreiking van of de bijschrijving in een reisdocument, alsmede de inlevering van het vorige reisdocument, in de reisdocumentenmodule en geeft dit door aan het reisdocumentenstation.

  • 2 Indien bij de uitreiking blijkt dat het reisdocument of de bijschrijvingssticker is beschadigd, onjuist is geproduceerd of gepersonaliseerd dan wel uit de opslag is verdwenen, wordt dit in de reisdocumentenmodule geregistreerd en doorgegeven aan het reisdocumentenstation.

  • 3 Indien de registratie, bedoeld in het eerste lid, niet kan plaatsvinden in de reisdocumentenmodule, geschiedt deze in eerste instantie in het reisdocumentenstation en wordt dit later alsnog doorgegeven aan de reisdocumentenmodule.

  • 4 Indien binnen drie maanden na de datum van ontvangst bij de uitgiftelocatie geen uitreiking van een geleverd reisdocument of plaatsing van een geleverde bijschrijvingssticker heeft plaatsgevonden, wordt dit geregistreerd in de reisdocumentenmodule en het reisdocumentenstation.

Artikel 56. Registratie in de basisadministratie

  • 1 Bij uitreiking van een reisdocument, niet zijnde een nooddocument, worden de daarop betrekking hebbende gegevens geregistreerd in de basisadministratie waarin de houder als ingezetene is ingeschreven.

  • 2 De bijschrijving in een reisdocument waarvan de aanvraag is ingediend bij een burgemeester wordt geregistreerd in de basisadministratie van de gemeente waarin het bijgeschreven kind als ingezetene is ingeschreven.

  • 3 Van een bijschrijving in een reisdocument door de burgemeester van een gemeente waar het bijgeschreven kind niet als ingezetene in de basisadministratie is ingeschreven, wordt met gebruikmaking van modelformulier C3 kennis gegeven aan de burgemeester van de gemeente waar het bijgeschreven kind als ingezetene in de basisadministratie is of voor het laatst was ingeschreven.

  • 4 In de openbare lichamen kan uitsluitend de gezaghebber van het openbaar lichaam waar het kind als ingezetene in de basisadministratie is ingeschreven het kind bijschrijven in een reisdocument.

Hoofdstuk VI. Procedures inzake weigering en vervallenverklaring

Artikel 57. Uitsluiting Nederlandse identiteitskaart

Dit hoofdstuk is niet van toepassing op Nederlandse identiteitskaarten.

Artikel 58. Informatie over de gesignaleerde persoon

  • 1 De burgemeester of de gezaghebber die een aanvraag in behandeling neemt dan wel een ingehouden reisdocument ontvangt betreffende een persoon die blijkens de in artikel 5 bedoelde administratie in het register paspoortsignaleringen is opgenomen, verzoekt ingevolge artikel 44, tweede lid, van de wet bij brief of per faxbericht aan het agentschap BPR hem mede te delen of zulks nog steeds het geval is.

  • 2 In afwijking van het eerste lid kan in spoedgevallen het verzoek ook met gebruikmaking van andere communicatiemiddelen worden gedaan, mits het daarna bij brief of per faxbericht wordt bevestigd.

  • 3 De burgemeester of de gezaghebber die ingevolge artikel 44, derde lid, van de wet de in het register paspoortsignaleringen opgenomen gegevens van een persoon wenst te ontvangen, doet daartoe op de in het eerste en tweede lid voorgeschreven wijze een verzoek aan het agentschap BPR. Dit verzoek kan ook tegelijkertijd met het in het eerste lid bedoelde verzoek worden gedaan.

Artikel 59. Kennisgeving van de beslissing op grond van artikel 45, tweede lid, van de wet

De burgemeester of de gezaghebber geeft het agentschap BPR met gebruikmaking van modelformulier C6 kennis van zijn beslissing, bedoeld in artikel 45, tweede lid, van de wet.

Hoofdstuk VII. Procedures inzake vermiste, ingenomen, ingehouden, ingeleverde, van rechtswege vervallen en gevonden reisdocumenten

§ 1. Vermiste of ingenomen reisdocumenten

Artikel 60. Vermist of ingenomen reisdocument anders dan bij aanvraag of uitreiking

  • 1 Indien de houder van een uitgereikt reisdocument aan de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waar hij als ingezetene in de basisadministratie is ingeschreven buiten de gevallen, bedoeld in de artikelen 27 en 52, mededeling doet van de vermissing of de inname van het desbetreffende reisdocument, wordt de ingevolge artikel 31, eerste lid, van de wet af te leggen schriftelijke verklaring omtrent de vermissing door de houder gedaan ten overstaan van de daartoe aangewezen ambtenaar, die de mededeling omtrent de vermissing in ontvangst neemt overeenkomstig modelformulier C2. De in artikel 31, tweede lid, van de wet genoemde kopie van het proces-verbaal vormt een integraal onderdeel van de schriftelijke verklaring omtrent de vermissing en wordt aan deze verklaring toegevoegd.

  • 2 De schriftelijke verklaring omtrent de vermissing en de bijgevoegde kopie van het proces-verbaal van de politie dan wel de overgelegde kopie van de schriftelijke verklaring die omtrent de inname is overgelegd, worden bewaard in de reisdocumentenadministratie in de gemeente of het openbaar lichaam waar de in het eerste lid bedoelde mededeling is gedaan.

  • 3 Indien een eerder uitgereikt Nederlands reisdocument, niet zijnde een nooddocument, is vermist of op andere gronden dan ingevolge de wet door een daartoe bevoegde autoriteit is ingenomen, wordt dit gegeven terstond opgenomen in de basisadministratie van de gemeente of het openbaar lichaam waar de houder als ingezetene is ingeschreven.

  • 4 De burgemeester verwijst de houder die een mededeling van vermissing van het aan hem uitgereikte reisdocument wil doen en niet in de basisadministratie van zijn gemeente als ingezetene is ingeschreven, naar de burgemeester van de gemeente waar de houder in de basisadministratie als ingezetene is ingeschreven dan wel naar een burgemeester als genoemd in artikel 7 indien de houder niet als ingezetene in de basisadministratie van een gemeente is ingeschreven.

  • 5 De gezaghebber neemt ook de verklaring van vermissing op van personen die niet als ingezetenen zijn ingeschreven in de basisadministratie van zijn openbaar lichaam.

Artikel 61. Melding van de vermissing of inname van een reisdocument

Van de vermissing of de inname van een Nederlands reisdocument als bedoeld in de artikelen 27, 52 en 60 wordt, met het oog op de vermelding daarvan in het basisregister reisdocumenten, terstond melding gedaan aan het agentschap BPR door verstrekking van dit gegeven uit de basisadministratie.

§ 2. Doorzending ingehouden reisdocumenten

Artikel 62. Reisdocumenten van gesignaleerde personen

  • 1 De burgemeester of de gezaghebber die een reisdocument heeft ingehouden dan wel bij wie een reisdocument is ingeleverd van een houder, die in verband met het bepaalde in de artikelen 18 tot en met 24 van de wet in het register paspoortsignaleringen is opgenomen en ten aanzien van wie hij niet bevoegd is tot vervallenverklaring, zendt dit reisdocument per aangetekende post en met vermelding van de reden van doorzending terstond door aan:

    • a. de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waar de houder als ingezetene in de basisadministratie is ingeschreven, dan wel

    • b. de burgemeester van Den Haag, indien de houder niet als ingezetene in enige basisadministratie is ingeschreven.

  • 2 De burgemeester of de gezaghebber aan wie een reisdocument ten onrechte is doorgezonden, draagt er zorg voor dat het reisdocument alsnog op de in het eerste lid bedoelde wijze aan de tot vervallenverklaring bevoegde burgemeester of gezaghebber wordt toegezonden.

Artikel 63. Definitief aan het verkeer te onttrekken reisdocumenten

  • 1 De burgemeester of de gezaghebber die een reisdocument heeft ingehouden of bij wie een reisdocument is ingeleverd dan wel die een gevonden reisdocument heeft ontvangen, dat blijkens artikel 67 definitief aan het verkeer moet worden onttrokken en daartoe niet bevoegd is, zendt dit reisdocument per aangetekende post en met vermelding van de reden van doorzending terstond aan de Minister van Buitenlandse Zaken, indien het een diplomatiek paspoort, een dienstpaspoort of een door de Minister van Buitenlandse Zaken op grond van artikel 15, tweede lid, van de wet aan een vreemdeling verstrekt laissez-passer betreft.

  • 2 Indien het een op grond van artikel 16, eerste lid, van de wet verstrekt nooddocument betreft, is de burgemeester of de gezaghebber bevoegd dit namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties definitief aan het verkeer te onttrekken.

Artikel 64. Doorzending reisdocumenten door de plaatselijke politie

  • 1 Behoudens het bepaalde in het tweede lid worden ingehouden of ingeleverde reisdocumenten, die niet strafrechtelijk in beslag zijn genomen, door de plaatselijke politie met een begeleidende brief per aangetekende post gezonden aan:

    • a. de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waar de houder van het reisdocument als ingezetene in de basisadministratie staat ingeschreven, dan wel

    • b. de burgemeester of de gezaghebber ter plaatse, indien niet bekend is in welke gemeente of in welk openbaar lichaam de houder als ingezetene is ingeschreven in de basisadministratie, dan wel

    • c. de Minister van Buitenlandse Zaken, indien het een diplomatiek paspoort, een dienstpaspoort of een op grond van artikel 15, tweede lid, van de wet verstrekt laissez-passer betreft.

  • 2 Indien het reisdocument op grond van een daartoe strekkende vermelding in het opsporingsregister is ingehouden, wordt terstond contact opgenomen met het agentschap BPR ten einde te vernemen aan welke autoriteit het reisdocument moet worden doorgezonden.

  • 3 Bij inhouding of inlevering wordt aan de betrokken persoon een ontvangstbewijs verstrekt.

  • 4 De in het eerste lid bedoelde begeleidende brief vermeldt de volgende gegevens:

    • a. geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats en woonplaats van de houder;

    • b. het nummer van het reisdocument;

    • c. de autoriteit die het reisdocument heeft verstrekt en het einde van de geldigheidsduur;

    • d. de datum en de reden van inhouding of inlevering van het reisdocument.

  • 5 Gevonden reisdocumenten worden met een opgave van de documentnummers ingeleverd bij de in het eerste lid genoemde autoriteiten.

§ 3. Melding van rechtswege vervallen reisdocumenten aan het register paspoortsignaleringen en het basisregister reisdocumenten

Artikel 65. Mededelingen inzake vermelding en verwijdering van de vermelding

  • 1 De burgemeester of de gezaghebber deelt met het oog op een vermelding in het register paspoortsignaleringen op grond van artikel 47, vierde lid, van de wet het agentschap BPR de gegevens mede van de houder van een reisdocument dat van rechtswege is vervallen of waarin een bijschrijving is opgenomen die van rechtswege is vervallen, indien de houder weigert het reisdocument in te leveren dan wel de woon- of verblijfplaats van de houder niet kan worden achterhaald.

  • 2 De autoriteit die het in het eerste lid bedoelde reisdocument heeft ingehouden, dan wel bij wie het desbetreffende reisdocument is ingeleverd deelt met het oog op de verwijdering van de in het eerste lid bedoelde vermelding uit het register paspoortsignaleringen het agentschap BPR zulks terstond mede.

  • 3 De in het eerste en tweede lid bedoelde mededeling geschiedt met gebruikmaking van modelformulier C7.

  • 4 Van het van rechtswege vervallen van een reisdocument ingevolge artikel 47, eerste lid, onder a, b, c, e, f of h van de wet wordt, met het oog op de vermelding daarvan in het basisregister reisdocumenten, terstond melding gedaan aan het agentschap BPR door verstrekking van dit gegeven uit de basisadministratie, dan wel met gebruikmaking van modelformulier C7 indien verstrekking van dit gegeven uit de basisadministratie niet mogelijk is.

§ 4. Melding inzake gevonden reisdocumenten

Artikel 66

De burgemeester of de gezaghebber geeft van een gevonden reisdocument, niet zijnde een nooddocument, met gebruikmaking van modelformulier C4 terstond kennis aan het Expertise Centrum Identiteitsfraude en Documenten van de Koninklijke Marechaussee.

Hoofdstuk VIII. Definitieve onttrekking van reisdocumenten en ongedaan maken van bijschrijvingen

§ 1. Definitieve onttrekking van een reisdocument aan het verkeer

Artikel 67. Redenen en wijze van onttrekking

  • 1 De burgemeester of de gezaghebber onttrekt een nationaal paspoort, een Nederlandse identiteitskaart, een faciliteitenpaspoort, een tweede paspoort, een reisdocument voor vluchtelingen, een reisdocument voor vreemdelingen of een op grond van artikel 16, eerste lid, van de wet verstrekt nooddocument dat hij onder zich heeft terstond definitief aan het verkeer, indien:

    • a. het niet binnen drie maanden, nadat het voor uitreiking beschikbaar is gesteld, door de aanvrager in ontvangst is genomen;

    • b. het daartoe, al dan niet bij de uitreiking van een nieuw reisdocument, is ingeleverd;

    • c. het vervallen is verklaard dan wel ingevolge artikel 54, eerste lid, van de wet is ingehouden, tenzij nog een beroepstermijn open staat, een beroepsprocedure aanhangig is of het reisdocument anderszins in een gerechtelijke procedure nodig is;

    • d. het na uitreiking als onbruikbaar is beschouwd ten gevolge van misdruk, verkeerde personalisatie of de onjuiste plaatsing van de bijschrijvingssticker en dientengevolge is ingehouden of ingeleverd;

    • e. het als gevonden reisdocument is ontvangen, tenzij hij in de gelegenheid is het terug te geven aan de in de basisadministratie van zijn gemeente of openbaar lichaam als ingezetene ingeschreven houder die nog geen verklaring als bedoeld in artikel 31 van de wet heeft afgelegd.

  • 2 Het reisdocument wordt definitief aan het verkeer onttrokken door het deugdelijk te vernietigen, dan wel het geheel of gedeeltelijk onbruikbaar gemaakt aan de houder terug te geven ingevolge het derde lid. De vernietiging geschiedt door het reisdocument op gecontroleerde wijze te verbranden of te versnipperen, zodat reconstructie van het reisdocument niet meer mogelijk is.

  • 3 Op verzoek van de houder wordt diens nationaal paspoort, Nederlandse identiteitskaart, faciliteitenpaspoort, tweede paspoort, reisdocument voor vluchtelingen of reisdocument voor vreemdelingen, na inlevering, onbruikbaar gemaakt aan hem teruggegeven.

  • 4 Het onbruikbaar maken geschiedt door het aanbrengen van drie ponsgaten (elk van tenminste 12 mm) door het gehele reisdocument op zodanige wijze dat het in het reisdocument aangebrachte kinegram gedeeltelijk en de aangebrachte chip geheel onbruikbaar worden gemaakt. Voordat het reisdocument wordt teruggegeven aan de houder, wordt gecontroleerd of de chip onbruikbaar is.

  • 5 Indien het ingeleverde reisdocument bladzijden met een nog geldig visum of een geldige verblijfstitel bevat en in verband daarmee het verzoek is gedaan, bedoeld in artikel 26, derde lid, worden de desbetreffende bladzijden en het documentnummer intact gelaten.

  • 6 In afwijking van het tweede lid wordt een reisdocument, dat ingevolge het eerste lid, onder d, tengevolge van misdruk of verkeerde personalisatie is ingehouden of ingeleverd, definitief aan het verkeer onttrokken door het per aangetekende post, met gebruikmaking van modelformulier C10, terug te sturen aan de leverancier.

  • 8 Een bijschrijvingssticker die niet binnen drie maanden na ontvangst bij de uitgiftelocatie in het daartoe bestemde reisdocument is aangebracht, wordt op de in het tweede lid aangegeven wijze deugdelijk vernietigd.

Artikel 68. Registratie van de onttrekking in de basisadministratie

De definitieve onttrekking van een reisdocument, niet zijnde een nooddocument of een gevonden reisdocument, wordt geregistreerd in de basisadministratie van de gemeente of het openbaar lichaam waarin de houder als ingezetene is ingeschreven.

§ 2. Ongedaan maken van een bijschrijving

Artikel 69. Wijze van ongedaan maken bijschrijving

Het ongedaan maken van een bijschrijving vindt plaats:

  • a. door het plaatsen van het in artikel 88, tweede lid, bedoelde stempel, voorzien van de paraaf van de burgemeester, de gezaghebber of de daartoe aangewezen ambtenaar over de tekst en de foto van de bijschrijving in het reisdocument, dan wel

  • b. als gevolg van de definitieve onttrekking aan het verkeer van het reisdocument waarin de bijschrijving is opgenomen.

Artikel 70. Registratie van ongedaan maken bijschrijving in de basisadministratie

Het ongedaan maken van een bijschrijving in een reisdocument, bedoeld in artikel 69, wordt geregistreerd in de basisadministratie van de gemeente of het openbaar lichaam waarin de bijgeschrevene als ingezetene is ingeschreven.

§ 3. Kennisgevingen

Artikel 71

  • 1 Van de definitieve onttrekking aan het verkeer van een reisdocument, niet zijnde een nooddocument of een gevonden reisdocument, alsmede van de uitreiking van een vervangend reisdocument, wordt met gebruikmaking van modelformulier C3 kennis gegeven aan:

    • a. het hoofd van de Nederlandse consulaire post in het buitenland, indien deze het reisdocument heeft verstrekt, dan wel

    • b. een burgemeester als genoemd in artikel 7, indien deze autoriteit het reisdocument heeft verstrekt aan een houder die ten tijde van de verstrekking niet als ingezetene in een basisadministratie was ingeschreven, dan wel

    • c. de autoriteit in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, die het reisdocument heeft verstrekt, dan wel

    • d. de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waar de houder als ingezetene in de basisadministratie is, of voor het laatst was ingeschreven, indien het definitief aan het verkeer onttrokken reisdocument niet door een in a, b of c genoemde autoriteit is verstrekt.

  • 2 Van de ongedaanmaking van een bijschrijving als bedoeld in artikel 69 wordt met gebruikmaking van modelformulier C3 kennis gegeven aan de autoriteit bedoeld in het eerste lid, onder a, b of c, die de bijschrijving heeft geplaatst, dan wel aan de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waar het bijgeschreven kind als ingezetene in de basisadministratie is, of voor het laatst was, ingeschreven, indien de bijschrijving niet door een in het eerste lid onder a, b of c genoemde autoriteit is geplaatst.

Hoofdstuk IX. Reisdocumentenadministratie

Artikel 72. Opgenomen gegevens, raadpleegbaarheid, bewaartermijn

  • 1 Van elk verstrekt reisdocument respectievelijk van elke daarin opgenomen bijschrijving wordt een administratie bijgehouden.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde reisdocumentenadministratie wordt bijgehouden in het reisdocumentenstation, voor zover het de daarin overeenkomstig de artikelen 40 en 55 opgenomen gegevens betreft.

  • 3 De overige gegevens met betrekking tot de aanvraag, verstrekking en uitreiking worden als afzonderlijke documenten in de reisdocumentenadministratie opgenomen op een wijze die raadpleging in samenhang met de in het tweede lid bedoelde gegevens mogelijk maakt.

  • 4 De in de reisdocumentenadministratie opgenomen gegevens worden gedurende elf jaren na de datum van verstrekking van het betreffende reisdocument dan wel de opneming van de bijschrijving in een reisdocument bewaard.

  • 5 In afwijking van het vierde lid worden de in de reisdocumentenadministratie opgenomen vingerafdrukken, bedoeld in artikel 28a, bewaard tot het moment dat de uitreiking van het aangevraagde reisdocument dan wel de reden voor het niet uitreiken daarvan, in het reisdocumentenstation is geregistreerd.

Artikel 73. Verstrekking van gegevens

Onverminderd het bepaalde in artikel 65, tweede lid, van de wet, wordt de verstrekking van gegevens uit de in artikel 72 bedoelde reisdocumentenadministratie uitsluitend toegestaan aan:

  • a. degenen die bij of krachtens de wet belast zijn met de uitvoering daarvan, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor het verrichten van werkzaamheden met betrekking tot reisdocumenten;

  • b. de ambtenaren, werkzaam bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, een Nederlandse consulaire vertegenwoordiging in het buitenland onderscheidenlijk het Kabinet van de Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor consulaire handelingen waarbij de identiteit van de betrokken persoon moet worden vastgesteld;

  • c. de opsporingsambtenaren bedoeld in artikel 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering en artikel 184 en 185 van het Wetboek van Strafvordering BES, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de opsporing van strafbare feiten in het kader van het onderzoek waarbij zij zijn betrokken of voor zover die noodzakelijk zijn voor de identificatie van slachtoffers;

  • d. de ambtenaren van het openbaar ministerie van het Europese deel van Nederland en het openbaar ministerie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de hun opgedragen werkzaamheden;

  • e. de ambtenaren werkzaam bij de autoriteiten, bedoeld in de artikelen 18 tot en met 24 van de wet, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor het verzoek tot weigering of vervallenverklaring en de daarmee verband houdende vermelding van deze gegevens in het register paspoortsignaleringen als bedoeld in artikel 25, derde lid, van de wet;

  • f. de ambtenaren werkzaam bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de hun opgedragen werkzaamheden in verband met de verwerking van gegevens in het basisregister reisdocumenten, in verband met de uitoefening van hun taak als bedoeld in artikel 58 van de wet, alsmede in verband met onderzoek naar onregelmatigheden met reisdocumenten;

  • g. degene die in opdracht van het college van burgemeester en wethouders of het bestuurscollege belast is met de controle op de uitvoering van de bij of krachtens de wet gestelde regels, de toepassing van de beveiligingsmaatregelen, de werking van het aanvraagsysteem reisdocumenten of de opneming van reisdocumentengegevens in de basisadministratie, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de hun opgedragen werkzaamheden;

  • h. de houder, beheerder, bewerker en degene die belast is met de invoer, wijziging, of verwijdering van gegevens, voor zover die gegevens, de rechtstreekse toegang daaronder begrepen, noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de hun in verband daarmee opgedragen werkzaamheden;

  • i. de ambtenaren werkzaam bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor de uitvoering van hun taken als bedoeld in artikel 6, tweede lid, en artikel 7, tweede lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002.

Artikel 74. Administratie van reisdocumenten die op grond van artikel 7 zijn verstrekt

  • 1 Een burgemeester als genoemd in artikel 7 voert een aparte administratie van de door hem ingevolge artikel 7 verstrekte reisdocumenten en daarin opgenomen bijschrijvingen.

  • 2 De artikelen 72 en 73 zijn van overeenkomstige toepassing op de inrichting van deze administratie en op de verstrekking van gegevens daaruit.

Artikel 75. Registratie van ontvangen kennisgevingen in de basisadministratie

  • 1 De burgemeester of de gezaghebber die door toezending van modelformulier C3 een kennisgeving ontvangt van:

    • a. de definitieve onttrekking aan het verkeer van een reisdocument en de uitreiking van een vervangend reisdocument, waarbij is vermeld of het oude reisdocument is ingehouden, ingeleverd of vermist, dan wel

    • b. de uitreiking van een reisdocument, waarbij definitieve onttrekking aan het verkeer van een eerder verstrekt reisdocument niet aan de orde is, dan wel

    • c. de definitieve onttrekking van een reisdocument, waarbij geen nieuw reisdocument is uitgereikt, dan wel

    • d. het ongedaan maken van een bijschrijving in een reisdocument, draagt zorg dat deze feiten worden geregistreerd in de basisadministratie, waarin de betrokken persoon als ingezetene is ingeschreven.

  • 2 De burgemeester of de gezaghebber die een in het eerste lid bedoelde kennisgeving ontvangt betreffende een persoon die laatstelijk in de basisadministratie van zijn gemeente of openbaar lichaam als ingezetene was ingeschreven, bewaart deze kennisgeving als onderdeel van de basisadministratie tot het moment dat de betrokken persoon weer als ingezetene in een basisadministratie wordt ingeschreven, dan wel elf jaren zijn verstreken.

  • 3 De in het eerste en tweede lid bedoelde registratie vindt niet plaats, indien de feiten betrekking hebben op een nooddocument of een gevonden reisdocument.

  • 4 De autoriteit die ten onrechte een kennisgeving als bedoeld in het eerste lid heeft ontvangen, zendt deze door aan de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waar de betrokken persoon als ingezetene in de basisadministratie is, of voor het laatst was, ingeschreven.

  • 5 Indien een persoon wederom als ingezetene in een basisadministratie wordt ingeschreven, wordt een in de tussentijd gezonden kennisgeving als bedoeld in het eerste lid opgevraagd bij de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waar de betrokken persoon laatstelijk als ingezetene in de basisadministratie was ingeschreven.

Hoofdstuk X. Personen die niet als ingezetene in de basisadministratie zijn ingeschreven

Artikel 76. Vaststelling identiteit aanvrager

  • 1 Een burgemeester als genoemd in artikel 7 verschaft zich, zoveel mogelijk overeenkomstig het bepaalde in het tweede en derde hoofdstuk, de nodige zekerheid over de identiteit en de nationaliteit van een aanvrager, die stelt niet als ingezetene in de basisadministratie te zijn ingeschreven, aan de hand van het door de aanvrager overgelegde reisdocument en eventuele andere bewijsstukken.

  • 2 Indien onvoldoende zekerheid bestaat over de juistheid van de door de aanvrager gedane mededeling dat hij niet als ingezetene in de basisadministratie is ingeschreven, dan wel over de identiteit of de nationaliteit van de aanvrager, wordt de betrokken persoon, indien deze op korte termijn over een reisdocument moet beschikken, doorverwezen naar een autoriteit die bevoegd is tot de verstrekking van nooddocumenten.

  • 3 De vaststelling van de identiteit en de nationaliteit van de echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner dan wel de gewezen echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner van de aanvrager, respectievelijk van een wettelijke vertegenwoordiger die een verklaring van toestemming moet overleggen, geschiedt op de in het eerste en tweede lid vermelde wijze, voor zover de betrokken persoon niet als ingezetene in een basisadministratie is ingeschreven.

Artikel 77. Kennisgevingen en meldingen

  • 1 Een burgemeester als genoemd in artikel 7 geeft van de definitieve onttrekking aan het verkeer van een reisdocument, niet zijnde een nooddocument of een gevonden reisdocument, alsmede van de uitreiking van een vervangend reisdocument aan een persoon die niet als ingezetene in de basisadministratie is ingeschreven met gebruikmaking van modelformulier C3 kennis aan:

    • a. de burgemeester of de gezaghebber, indien de houder laatstelijk in de basisadministratie van diens gemeente of openbaar lichaam als ingezetene was ingeschreven en het bepaalde onder b of c niet van toepassing is, dan wel

    • b. de autoriteit in Aruba, Curaçao of Sint Maarten, indien deze het definitief aan het verkeer onttrokken reisdocument heeft verstrekt, dan wel

    • c. het hoofd van de Nederlandse consulaire post in het buitenland, indien deze het definitief aan het verkeer onttrokken reisdocument heeft verstrekt en de houder ten tijde van die verstrekking niet in de basisadministratie als ingezetene was ingeschreven.

  • 2 Indien een burgemeester als genoemd in artikel 7 door toezending van modelformulier C3 op de hoogte wordt gesteld van de definitieve onttrekking aan het verkeer van een door hem verstrekt reisdocument en de uitreiking van een vervangend reisdocument, neemt hij deze feiten op in zijn administratie als bedoeld in artikel 74.

  • 3 Van de ongedaanmaking van een bijschrijving als bedoeld in artikel 69 wordt met gebruikmaking van modelformulier C3 kennis gegeven aan de autoriteit bedoeld in het eerste lid onder a, b of c, die de bijschrijving heeft geplaatst, dan wel aan de burgemeester van de gemeente of de gezaghebber van het openbaar lichaam waar het bijgeschreven kind als ingezetene in de basisadministratie is, of voor het laatst was, ingeschreven, indien de bijschrijving niet door een in het eerste lid onder a, b of c genoemde autoriteit is geplaatst.

  • 4 Van de vermissing van een Nederlands reisdocument als bedoeld in de artikelen 27, 52 en 60 wordt met gebruikmaking van modelformulier C7 melding gemaakt aan het agentschap BPR.

Hoofdstuk XI. Organisatie en beheer van het aanvraagsysteem reisdocumenten

§ 1. Aanwijzing en registratie bevoegde personen

Artikel 78. Aanwijzing en registratie algemeen

  • 1 De burgemeester dan wel de gezaghebber, of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar wijst de personen aan die bevoegd zijn tot het verrichten van de handelingen die bij of krachtens de wet zijn voorgeschreven.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde aanwijzing van personen, alsmede de registratie van hun bevoegdheden geschiedt met inachtneming van de functionele beschrijvingen met betrekking tot het aanvraagsysteem reisdocumenten en overeenkomstig de beveiligingsprocedure, bedoeld in artikel 93.

  • 3 De burgemeester of de gezaghebber draagt er zorg voor dat de handelingen, bedoeld in het eerste lid, die plaatsvinden in een niet tot de gemeentelijke organisatie, onderscheidenlijk de organisatie van het openbaar lichaam, behorende uitgiftelocatie uitsluitend worden verricht door bezoldigde ambtenaren van de gemeente onderscheidenlijk het openbaar lichaam.

Artikel 79. De autorisatiebevoegden reisdocumenten

  • 1 De burgemeester of de gezaghebber wijst per uitgiftelocatie tenminste twee ambtenaren aan die binnen het aanvraagsysteem reisdocumenten zullen functioneren als autorisatiebevoegde reisdocumentenstation overeenkomstig de gebruikershandleiding bij het reisdocumentenstation, bedoeld in artikel 87. Tevens wijst de burgemeester of de gezaghebber per aanvraagstationlocatie tenminste twee ambtenaren aan die zullen functioneren als autorisatiebevoegde aanvraagstation overeenkomstig de gebruikershandleiding bij het aanvraagstation, bedoeld in artikel 87.

  • 2 Van de aanwijzing of de vervanging van een autorisatiebevoegde wordt terstond met gebruikmaking van standaardformulier B3 melding gedaan aan het agentschap BPR, die een registratie bijhoudt van de autorisatiebevoegden en deze gegevens doorgeeft aan de leverancier.

  • 3 De burgemeester of de gezaghebber draagt er zorg voor, dat een autorisatiebevoegde in staat wordt gesteld alle handelingen te verrichten die uit zijn taak voortvloeien.

  • 4 De autorisatiebevoegden zijn rechtstreeks verantwoording verschuldigd aan de burgemeester of de gezaghebber.

Artikel 80. De identificatiekaart

  • 1 Een autorisatiebevoegde reisdocumentenstation krijgt van de leverancier de beschikking over een identificatiekaart, waarmee op elektronische wijze toegang kan worden verkregen tot het reisdocumentenstation en de daarin opgeslagen programmatuur en gegevens.

  • 2 De autorisatiebevoegde reisdocumentenstation is, met inachtneming van de gebruikershandleiding bij het reisdocumentenstation, bedoeld in artikel 87, verantwoordelijk voor het aanvragen, de bewaring, de uitgifte, de intrekking en het (autorisatie)beheer van de identificatiekaarten van andere personen die bevoegd zijn tot het verrichten van handelingen waarvoor toegang tot het reisdocumentenstation is vereist. Hij geeft wijzigingen terstond door aan de leverancier.

  • 3 Met inachtneming van het bepaalde in bijlage I kunnen extra identificatiekaarten bij de leverancier worden nabesteld.

  • 4 De identificatiekaarten worden op naam uitgegeven.

  • 5 De leverancier houdt een registratie bij van de uitgegeven en ingetrokken identificatiekaarten.

Artikel 80a. De opstartkaart

  • 1 Per aanvraagstationlocatie worden door de leverancier twee opstartkaarten verstrekt, waarmee het aanvraagstation in werking kan worden gesteld.

  • 2 De autorisatiebevoegde aanvraagstation is, met inachtneming van de gebruikershandleiding bij het aanvraagstation, bedoeld in artikel 87, verantwoordelijk voor de bewaring en het gebruik van de opstartkaart.

  • 3 Bij defect of verlies van een opstartkaart wordt terstond contact opgenomen met de leverancier.

  • 4 Een defecte opstartkaart wordt terstond aan de leverancier toegestuurd.

  • 5 De leverancier houdt een registratie bij van de uitgegeven opstartkaarten. Tevens registreert hij welke opstartkaarten vermist zijn.

Artikel 80b. Het mobiel vingerafdrukopname-apparaat

  • 1 De burgemeester dan wel de gezaghebber, of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar wijst per uitgiftelocatie ten hoogste drie ambtenaren aan die aanvragen in behandeling mogen nemen met behulp van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat overeenkomstig de gebruikershandleiding bij het mobiel vingerafdrukopname-apparaat, bedoeld in artikel 87.

  • 2 De leverancier verstrekt aan de autorisatiebevoegde aanvraagstation het wachtwoord waarmee toegang tot het mobiel vingerafdrukopname-apparaat kan worden verkregen en een authenticatiekaart waarmee het mobiel vingerafdrukopname-apparaat in het locale netwerk van de uitgiftelocatie kan worden aangesloten.

  • 3 De autorisatiebevoegde aanvraagstation brengt dit wachtwoord uitsluitend ter kennis aan de aangewezen ambtenaren bedoeld in het eerste lid en ziet er op toe dat het wachtwoord te allen tijde gescheiden van het mobiel vingerafdrukopname-apparaat wordt bewaard. Alle betrokkenen nemen alle daartoe noodzakelijke maatregelen om te voorkomen dat het wachtwoord bekend wordt. Indien het wachtwoord is zoekgeraakt of ter kennis is gekomen van een onbevoegde wordt terstond contact opgenomen met de leverancier.

Artikel 81. De tot ontvangst van zendingen bevoegde ambtenaren bij de gemeenten

  • 1 De burgemeester of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar wijst per uitgiftelocatie ten minste drie ambtenaren aan om zendingen van reisdocumenten, bijschrijvingsstickers, identificatiekaarten en foto- en handtekeningformulieren in ontvangst te nemen.

  • 2 De aanmelding, registratie en vervanging van de tot ontvangst bevoegde ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats bij de distributeur, met gebruikmaking van de door de distributeur daartoe kosteloos beschikbaar gestelde postmachtiging.

  • 3 De postmachtiging wordt gewaarmerkt met een afdruk van een dienststempel als bedoeld in artikel 88, eerste lid, en de handtekening van de burgemeester of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar.

  • 4 De gemeente bewaart een kopie van het in het derde lid genoemde formulier.

Artikel 82. De tot ontvangst van zendingen bevoegde ambtenaren bij de openbare lichamen

  • 1 De gezaghebber of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar wijst ten minste drie ambtenaren aan om zendingen van gepersonaliseerde documenten in ontvangst te nemen.

  • 2 De aanmelding, registratie en vervanging van de tot ontvangst bevoegde ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats bij de transporteur.

§ 2. Aflevering van zendingen

Artikel 83. Aanmelding en registratie van aanvraagstationlocaties en uitgiftelocaties

  • 1 De burgemeester dan wel de gezaghebber, of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar meldt met gebruikmaking van standaardformulier B2 aan het agentschap BPR de aanvraagstationlocatie in zijn gemeente of openbare lichaam waar één of meerdere aanvraagstations zijn geplaatst alsmede de uitgiftelocatie waar de verzending van de aanvragen naar de leverancier en de aflevering van de zendingen door de distributeur of de transporteur plaatsvindt.

  • 2 Indien in de gemeente of het openbaar lichaam gebruik wordt gemaakt van meerdere aanvraagstationlocaties en uitgiftelocaties als bedoeld in het eerste lid, worden deze locaties, mits de beveiliging daarvan voldoet aan de beveiligingseisen als bedoeld in hoofdstuk XII, op de in het eerste lid aangegeven wijze, eveneens aangemeld.

  • 3 Wijzigingen met betrekking tot aanvraagstationlocaties en uitgiftelocaties worden, met gebruikmaking van standaardformulier B2, uiterlijk drie maanden voor het tijdstip waarop de wijziging ingaat, gemeld aan het agentschap BPR.

  • 4 Het agentschap BPR houdt een registratie bij van de ingevolge het eerste, tweede en derde lid aangemelde aanvraagstationlocaties en uitgiftelocaties en geeft deze gegevens door aan de leverancier.

  • 5 De leverancier wijst aan elke uitgiftelocatie een unieke locatiecode toe en meldt deze terug aan het agentschap BPR en aan de burgemeester dan wel de gezaghebber.

Artikel 84. Vastlegging tijdstip van aflevering

  • 1 De burgemeester of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar spreekt met het bestelkantoor het tijdstip af waarop de zending wordt afgeleverd.

  • 2 De vastlegging van de tijdstippen waarop een zending in een openbaar lichaam wordt afgeleverd, geschiedt in overleg met de transporteur.

§ 3. Beheer van ontvangen reisdocumenten en bijschrijvingsstickers

Artikel 85. Bewaring reisdocumenten en bijschrijvingsstickers

  • 1 De reisdocumenten en bijschrijvingsstickers worden bewaard op de in artikel 91 voorgeschreven wijze tot het tijdstip dat zij worden uitgereikt, dan wel:

    • a. indien het een gemeente betreft, worden opgehaald door de leverancier ingevolge artikel 46 of per aangetekende post worden verstuurd ingevolge artikel 49 of 51;

    • b. indien het een openbaar lichaam betreft, per aangetekende post, met gebruikmaking van modelformulier C10, worden teruggestuurd aan de leverancier.

  • 2 Aan de hand van de gegevens in het reisdocumentenstation wordt nagegaan welke reisdocumenten en bijschrijvingsstickers langer dan drie maanden na de datum van verstrekking nog niet zijn uitgereikt, teneinde deze ingevolge artikel 67 definitief aan het verkeer te onttrekken.

Artikel 86. Ontbrekende reisdocumenten en bijschrijvingsstickers

  • 1 Indien op enig moment een reisdocument of bijschrijvingssticker na aflevering en registratie daarvan in het reisdocumentenstation blijkt te ontbreken, wordt terstond een inventarisatie opgemaakt van de nog aanwezige reisdocumenten of bijschrijvingsstickers aan de hand van de gegevens in het reisdocumentenstation.

  • 2 De ontbrekende reisdocumenten en bijschrijvingsstickers worden geregistreerd in het reisdocumentenstation.

§ 4. Te gebruiken apparatuur, programmatuur en overige materialen

Artikel 87. Reisdocumentenstation, aanvraagstation, mobiel vingerafdrukopname-apparaat en reisdocumentenmodule.

  • 1 De burgemeester of de gezaghebber maakt binnen het aanvraagsysteem reisdocumenten gebruik van het reisdocumentenstation, het aanvraagstation het mobiel vingerafdrukopname-apparaat en de overige materialen, overeenkomstig het bepaalde in deze regeling en met inachtneming van de bijgeleverde gebruikershandleidingen.

  • 2 De burgemeester of de gezaghebber draagt zorg voor de technische inrichting, de werking en de beveiliging van de reisdocumentenmodule en de correcte uitwisseling van de daarin opgenomen gegevens met het reisdocumentenstation en de basisadministratie, overeenkomstig het bepaalde in deze regeling en met inachtneming van de terzake door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties nader gegeven voorschriften.

Artikel 88. Dienststempel en clausulestempel

  • 1 Het dienststempel is een inktstempel van een rond formaat met een diameter van 15 mm, dat voorzien is van het gemeentewapen of het wapen van het openbaar lichaam.

  • 2 Voor het ongedaan maken van een bijschrijving wordt een door de leverancier beschikbaar gesteld clausulestempel gebruikt, dat in drie talen de tekst “vervallen” bevat.

Artikel 89. Foto- en handtekeningformulieren en andere standaardformulieren

  • 1 De in artikel 38 bedoelde foto- en handtekeningformulieren worden vier maal per jaar door de leverancier beschikbaar gesteld.

  • 2 Het aantal foto- en handtekeningformulieren dat jaarlijks beschikbaar wordt gesteld, is gebaseerd op het jaarlijkse aantal aanvraagbestanden, dat ingevolge artikel 42 vanuit de desbetreffende uitgiftelocatie aan de leverancier is gezonden, in de periode tussen 1 oktober en 30 september, vermeerderd met vijf procent. De leverancier maakt jaarlijks voor 1 november het aantal beschikbaar te stellen foto- en handtekeningformulieren voor het volgende kalenderjaar en de tijdstippen waarop deze worden afgeleverd, bekend aan de uitgiftelocatie.

  • 3 Indien tussen twee aflevertijdstippen blijkt dat de voorraad foto- en handtekeningformulieren ontoereikend zal zijn, kan met gebruikmaking van modelformulier C8 een spoedbestelling worden gedaan. De omvang van de spoedbestelling is niet groter dan noodzakelijk om de periode tot het eerstvolgende aflevertijdstip te overbruggen.

  • 4 De foto- en handtekeningformulieren worden door de leverancier binnen tien werkdagen na de spoedbestelling geleverd op de uitgiftelocatie waarvoor de bestelling is gedaan.

  • 5 De overige standaardformulieren worden eenmalig door de leverancier ter beschikking gesteld en kunnen desgewenst worden nabesteld.

  • 6 De foto- en handtekeningformulieren en andere standaardformulieren worden kosteloos verstrekt.

Hoofdstuk XII. Beveiliging

Artikel 90. Algemeen

De met de uitvoering van de wet belaste autoriteiten treffen maatregelen om de onder hen berustende reisdocumenten, bijschrijvingsstickers, apparatuur, programmatuur, opslagmedia, documentatie en overige materialen te beveiligen tegen ontvreemding dan wel vernietiging ten gevolge van inbraak, diefstal, verduistering, overvallen, brand of anderszins.

Artikel 91. Fysieke beveiliging

  • 1 Buiten de werkuren worden de van de leverancier ontvangen reisdocumenten, de ingehouden reisdocumenten, de bijschrijvingsstickers, de opslagmedia, de documentatie en de overige materialen opgeslagen in een inbraakvertragende en brandwerende voorziening, zoals een gesloten inbraakwerende waardekast of kluis, met een waardebergingsindicatie van € 1.000,-. Deze voorziening is in een af te sluiten ruimte geplaatst.

  • 2 De plaatsen waar de reisdocumenten, de bijschrijvingsstickers, de documentatie en de overige materialen zijn opgeslagen, alsmede de ruimte waarin de apparatuur en de programmatuur zich bevinden, zijn uitgerust met een electronisch inbraakalarmeringssysteem dat voorziet in een zogenoemde permanente vaste-lijn-verbinding met een door de rijksoverheid toegelaten alarmcentrale. Voor zover een openbaar lichaam niet beschikt over een inbraakalarmeringssysteem, bedoeld in de eerste zin van dit lid, dienen deze plaatsen en deze ruimte onder permanente fysieke (24-uurs) bewaking te staan.

  • 3 De apparatuur en programmatuur, alsmede de tijdens de werkuren uit te reiken of ingehouden reisdocumenten, de bijschrijvingsstickers en de te gebruiken documentatie en overige materialen bevinden zich, onder voortdurend toezicht, op een voor onbevoegden onbereikbare en afsluitbare plaats.

  • 4 In afwijking van het eerste lid blijft de authenticatiekaart ook tijdens de werkuren opgeslagen in de voorziening, bedoeld in het eerste lid. De authenticatiekaart mag zich uitsluitend buiten de desbetreffende voorziening bevinden op het moment dat deze nodig is om het mobiel vingerafdrukopname-apparaat in het locale netwerk van de uitgiftelocatie aan te sluiten.

  • 5 In afwijking van het tweede en derde lid, staat een aanvraagstation of een mobiel vingerafdrukopname-apparaat gedurende de werkuren onder voortdurend toezicht van degene die bevoegd is tot het gebruik ervan en bevindt het zich buiten de werkuren in een voor onbevoegden onbereikbare, afsluitbare en bij voorkeur beveiligde ruimte.

Artikel 92. Back-up en herstel van gegevens in het aanvraagsysteem reisdocumenten

  • 1 Van de in de reisdocumentenmodule en de in het reisdocumentenstation opgeslagen gegevens wordt dagelijks een back-up gemaakt. Na het maken van de back-up wordt gecontroleerd of deze is geslaagd.

  • 2 De bewaring van de back-ups geschiedt zodanig, dat afwisselend een exemplaar op de uitgiftelocatie wordt bewaard in de voorziening, bedoeld in artikel 91, eerste lid, terwijl een ander exemplaar elders wordt bewaard, in een vergelijkbare voorziening als bedoeld in artikel 91, eerste lid, zodat tegelijkertijd twee opeenvolgende back-ups op verschillende plaatsen voorhanden zijn.

  • 3 De verstrekkende autoriteit beschikt over een op schrift gestelde procedure inzake back-up en herstel, die er in voorziet dat reconstructie van de gegevens mogelijk is.

Artikel 93. Beveiligingsprocedure en beveiligingsfunctionaris

  • 1 De verstrekkende autoriteit beschikt over een op schrift gestelde beveiligingsprocedure. In deze beveiligingsprocedure worden in ieder geval maatregelen vastgelegd inzake:

    • a. de ontvangst, het transport, de bewaring en het beheer van de van de leverancier ontvangen reisdocumenten, de ingehouden reisdocumenten, de bijschrijvingsstickers, de apparatuur, de programmatuur, de documentatie en de overige materialen;

    • b. de verantwoordelijkheden van de beveiligingsfunctionaris als bedoeld in het tiende lid;

    • c. de functiescheiding tussen de bij de verstrekking, het beheer en de uitreiking van de reisdocumenten en bijschrijvingsstickers betrokken functionarissen;

    • d. de beveiliging van het aanvraagsysteem reisdocumenten, onder meer gericht op het voorkomen van onbevoegde toegang of gebruik van gegevens die in het systeem of tot het systeem behorende opslagmedia zijn opgenomen.

  • 2 Indien het als gevolg van de omvang van het ambtelijk apparaat niet mogelijk is om te allen tijde te voldoen aan de in het eerste lid, onder c, gestelde eis van functiescheiding, kan daarvan met inachtneming van het derde en vierde lid, worden afgeweken.

  • 3 In de situatie, bedoeld in het tweede lid, wordt schriftelijk vastgelegd:

    • a. de reden waarom tijdelijk niet aan de eis van functiescheiding kan worden voldaan;

    • b. de periode waarin niet aan de eis van functiescheiding wordt voldaan;

    • c. de namen van de ambtenaren die in de onder b bedoelde periode zijn belast met de verstrekking, het beheer en de uitreiking van de reisdocumenten en bijschrijvingsstickers.

  • 4 Na afloop van de periode, bedoeld in het derde lid, controleert de daartoe aangewezen ambtenaar, die in de desbetreffende periode niet betrokken is geweest bij de verstrekking, het beheer en de uitreiking van de reisdocumenten en bijschrijvingsstickers, of de schriftelijke vastlegging, bedoeld in het derde lid, aanwezig is en de verstrekking, het beheer en de uitreiking op de voorgeschreven wijze hebben plaatsgevonden. In het geval er sprake is van onregelmatigheden wordt gehandeld overeenkomstig artikel 95.

  • 5 De burgemeester of de gezaghebber draagt zorg, dat de bij de uitvoering van de wet betrokken ambtenaren regelmatig worden geïnformeerd over ontvreemdingsrisico's en ten minste één maal per jaar worden geïnstrueerd met betrekking tot risicobeperkende afspraken en maatregelen terzake.

  • 6 De beveiligingsprocedure wordt jaarlijks geëvalueerd en zo nodig aangepast.

  • 7 Ten behoeve van het opstellen en evalueren van de beveiligingsprocedure wordt gebruik gemaakt van de door het Agentschap BPR daarvoor beschikbaar gestelde hulpmiddelen. Afwijkingen van de beveiligingsvoorschriften worden schriftelijk vastgelegd en ten minste vijf jaren naast de beveiligingsprocedure bewaard.

  • 8 De burgemeester of de gezaghebber wijst een beveiligingsfunctionaris aan die belast is met het beheer van en het toezicht op de naleving van de beveiligingsprocedure.

  • 9 Van de aanwijzing of de vervanging van de beveiligingsfunctionaris wordt terstond melding gedaan aan het agentschap BPR met gebruikmaking van standaardformulier B5.

  • 10 De functie van beveiligingsfunctionaris is niet verenigbaar met het verrichten van andere handelingen ter uitvoering van de wet.

  • 11 De taken en verantwoordelijkheden van de beveiligingsfunctionaris worden vastgelegd in een functieomschrijving.

  • 12 De burgemeester of de gezaghebber draagt er zorg voor dat de beveiligingsfunctionaris in staat wordt gesteld alle handelingen te verrichten die uit zijn taak voortvloeien.

  • 13 De beveiligingsfunctionaris is rechtstreeks verantwoording verschuldigd aan de burgemeester of de gezaghebber.

  • 14 Indien bij de aanvraag geen gebruik wordt gemaakt van het aanvraagstation wordt in afwijking van het vierde lid als volgt gehandeld:

    • a. In de periode, bedoeld in het derde lid, worden met betrekking tot de aangevraagde en uitgereikte reisdocumenten en bijschrijvingen de aanvraagformulieren bewaard en afschriften gemaakt van de gegevens die over deze documenten in het reisdocumentenstation zijn opgenomen.

    • b. Na afloop van de periode, bedoeld in het derde lid, controleert de daartoe aangewezen ambtenaar, die in de desbetreffende periode niet betrokken is geweest bij de verstrekking, het beheer en de uitreiking van de reisdocumenten en bijschrijvingsstickers, of de schriftelijke vastlegging, bedoeld in het derde lid, alsmede de aanvraagformulieren en afschriften, bedoeld in onderdeel a, aanwezig zijn, en de verstrekking, het beheer en de uitreiking op de voorgeschreven wijze hebben plaatsgevonden. In het geval er sprake is van onregelmatigheden wordt gehandeld overeenkomstig artikel 95.

Artikel 94. Controle op de toepassing van de beveiligingsmaatregelen

  • 1 De burgemeester of de gezaghebber voert een keer per jaar een controle uit op de toepassing van de beveiligingsmaatregelen, genoemd in de artikelen 90 tot en met 93.

  • 2 Bij de controle en de verslaglegging wordt gebruik gemaakt van de daarvoor door het agentschap BPR beschikbaar gestelde hulpmiddelen.

  • 3 De burgemeester of de gezaghebber laat een keer per drie jaar een onderzoek uitvoeren door een deskundige met kennis van zaken op het terrein van auditing, die niet betrokken is of is geweest bij de beleidsvoorbereiding, planvorming of feitelijke uitvoering van de reisdocumentuitgifte of daarmee verband houdende beveiligingsmaatregelen in de gemeente of in het openbaar lichaam. Het onderzoek heeft betrekking op de wijze waarop uitvoering is gegeven aan het eerste en tweede lid, alsmede op de werking van beveiligingsmaatregelen in de praktijk.

  • 4 De deskundige voert het onderzoek uit aan de hand van het onderzoeksprotocol en de toepasselijke vragenlijst zoals die zijn opgenomen in bijlage K. Voor het invullen van de vragenlijst wordt gebruik gemaakt van de daartoe door het agentschap BPR beschikbaar gestelde internetfaciliteiten. Met behulp van deze internetfaciliteiten wordt tevens de definitieve versie van de ingevulde vragenlijst op elektronische wijze aan het agentschap BPR toegezonden.

  • 5 De burgemeester of de gezaghebber biedt de elektronische versie van de ingevulde vragenlijst, bedoeld in het vierde lid, door middel van een aanbiedingsbrief volgens modelformulier C13 aan het agentschap BPR aan, vergezeld van een door de deskundige ondertekende schriftelijke verklaring volgens modelformulier C14, waarin wordt vermeld dat deze instaat voor de juistheid van de in het kader van het onderzoek verstrekte gegevens.

  • 6 Het agentschap BPR kan in aanvulling op het in het derde lid bedoelde onderzoek steekproefsgewijze een nader onderzoek uitvoeren.

Artikel 95. Ontvreemding of vernietiging

  • 1 In het geval van ontvreemding dan wel vernietiging van reisdocumenten, bijschrijvingsstickers, apparatuur, programmatuur, opslagmedia, documentatie en overige materialen ten gevolge van inbraak, diefstal, verduistering, overvallen, brand of anderszins dient de met de uitvoering van de wet belaste autoriteit daarvan terstond aangifte te doen bij de plaatselijke politie en tevens terstond het agentschap BPR daarvan in kennis te stellen.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde autoriteit zendt het agentschap BPR vervolgens binnen één werkdag, eventueel per fax, een schriftelijke kennisgeving waarin de navolgende gegevens zijn opgenomen:

    • a. het tijdstip en de exacte toedracht van de ontvreemding of vernietiging;

    • b. de nummers van de ontvreemde of vernietigde reisdocumenten en bijschrijvingsstickers, alsmede de daarin vermelde persoonsgegevens;

    • c. de ontvreemde of vernietigde apparatuur, programmatuur, opslagmedia, documentatie en overige materialen met de eventueel daarop vermelde nummers.

  • 3 Zodra het door de plaatselijke politie opgemaakte proces-verbaal beschikbaar is, wordt daarvan een afschrift gezonden aan het agentschap BPR.

Hoofdstuk XIII. Voorkoming en bestrijding van misbruik met reisdocumenten

Artikel 96. Aanschrijving tot inlevering van reisdocumenten

Onverminderd de eigen verantwoordelijkheid van de houder van een reisdocument ingevolge de wet, draagt de burgemeester of de gezaghebber er bij wijze van faciliteit zorg voor dat de persoon, die blijkens de basisadministratie van zijn gemeente of openbare lichaam als ingezetene is ingeschreven en houder is van een reisdocument, waarvan de geldigheidsduur binnenkort zal verlopen, schriftelijk wordt gewezen op het verstrijken van de geldigheidstermijn, de verplichting het reisdocument in te leveren en de mogelijkheid om een nieuw reisdocument aan te vragen.

Artikel 97. Onderzoek op onregelmatigheden en melding

  • 1 De burgemeester of de gezaghebber die in verband met een handeling op grond van deze regeling enig Nederlands reis- of identiteitsdocument krijgt overgelegd, gaat aan de hand van de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekte lijst van toetsingspunten na of met het desbetreffende reisdocument enige onregelmatigheid is gepleegd.

  • 2 Indien het vermoeden bestaat dat met een overgelegd reisdocument enige onregelmatigheid is gepleegd, wordt daarvan met gebruikmaking van modelformulier C5 melding gemaakt aan het Expertise Centrum Identiteitsfraude en Documenten van de Koninklijke Marechaussee.

Artikel 98. Aangifte bij de politie en definitieve onttrekking aan het verkeer

  • 1 Indien het vermoeden bestaat dat de met het reisdocument gepleegde onregelmatigheden strafbare feiten opleveren en de vermoedelijke dader bekend is, wordt daarvan onder gelijktijdige overlegging van het desbetreffende reisdocument aangifte gedaan bij de plaatselijke politie. In het geval de vermoedelijke dader niet bekend is, wordt het desbetreffende reisdocument per aangetekende post met gebruikmaking van modelformulier C5 aan het Expertise Centrum Identiteitsfraude en Documenten van de Koninklijke Marechaussee gezonden.

  • 2 De burgemeester of de gezaghebber die van mening is dat met het reisdocument onregelmatigheden zijn gepleegd die geen strafbare feiten opleveren, onttrekt dit document op de in artikel 67 bedoelde wijze definitief aan het verkeer.

Hoofdstuk XIV. Verantwoording

Artikel 99

  • 1 De aan het Rijk verschuldigde kosten worden vastgesteld aan de hand van de aanvraagbestanden die met gebruikmaking van het reisdocumentenstation aan de leverancier zijn verzonden.

  • 2 Het college van burgemeester en wethouders stelt het agentschap BPR op de hoogte van:

    • a. het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van rechten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit paspoortgelden, door het zenden van een afschrift van de beschikking waarbij de kwijtschelding is verleend;

    • b. een situatie waarin een spoedlevering niet binnen de gestelde periode heeft plaatsgevonden, dan wel de met spoed geleverde reisdocumenten of bijschrijvingsstickers niet op de juiste wijze blijken te zijn vervaardigd, door het zenden van een daarop betrekking hebbende en door de leverancier geverifieerde mededeling.

  • 3 Het bestuurscollege stelt het agentschap BPR op de hoogte van het verlenen van gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van rechten als bedoeld in in artikel 2a, tweede lid, van het Besluit paspoortgelden, door het zenden van een afschrift van de beschikking waarbij de kwijtschelding is verleend.

Artikel 100. Reviewrecht accountant

Ten behoeve van de controle op de juistheid en volledigheid van de bedragen die terzake van de verschuldigde kosten als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet aan het Rijk zijn afgedragen, is het college van burgemeester en wethouders of het bestuurscollege verplicht desgevraagd aan de door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties krachtens artikel 66 van de Comptabiliteitswet 2001 daartoe aangewezen ambtenaren de voor deze controle benodigde informatie te verschaffen. Deze ambtenaren kunnen tevens informatie inwinnen bij de in artikel 213, tweede lid, van de Gemeentewet en artikel 38, derde lid, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bedoelde registeraccountants.

Hoofdstuk XIVa. De verstrekking van nooddocumenten in de openbare lichamen

§ 1. Aanspraak en geldigheid nooddocumenten

Artikel 100a. Aanspraak

  • 1 Het verstrekken van een nooddocument kan uitsluitend geschieden ten behoeve van een aanvrager ten aanzien van wie, vanwege aantoonbare medische of humanitaire redenen, voldoende aannemelijk is dat zijn reis geen uitstel gedoogt, en die niet in staat moet worden geacht op tijd een ander geldig reisdocument te verkrijgen.

  • 2 In verband met het eerste lid wordt van de aanvrager overlegging van bescheiden verlangd waaruit de medische of humanitaire redenen en de spoedeisendheid van de reis kunnen worden afgeleid, zoals bewijzen van de noodzakelijkheid van een ziekenhuisopname van betrokkene, dan wel van ziekenhuisopname of overlijden van familieleden van betrokkene, uitnodigingen van officiële instanties, alsmede vervoersbewijzen of hotelreserveringen die met het voorgaande verband houden.

Artikel 100b. Geldigheid

  • 1 Een nooddocument is maximaal een jaar geldig.

  • 2 Bij het vaststellen van de geldigheidsduur wordt rekening gehouden met de duur van de reis, alsmede de door het land van bestemming en de landen van doorreis vereiste minimale geldigheid van het reisdocument na binnenkomst, dan wel vertrek van de houder.

  • 3 De territoriale geldigheid van een noodpaspoort omvat alle landen.

  • 4 De territoriale geldigheid van een laissez-passer omvat het land van bestemming en de landen waarvan de houder op zijn doorreis de grens passeert, behoudens het bepaalde in het vijfde lid.

  • 5 Indien de verstrekking van een laissez-passer geschiedt ten behoeve van een vreemdeling, omvat de territoriale geldigheid nimmer het land waarvan de houder de nationaliteit bezit.

§ 2. Aanvraagprocedure

Artikel 100c. Verificatie identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie

  • 2 Indien de aanvrager als ingezetene is ingeschreven in een basisadministratie van een ander openbaar lichaam, in de basisadministratie van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, dan wel in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens vindt zover mogelijk verificatie van diens identiteit, nationaliteit en verblijfsrechtelijke positie in die basisadministratie plaats.

Artikel 100d. Het opmaken van de aanvraag

Artikel 100e. Beslissing op de aanvraag en machtiging tot verstrekking

  • 1 Indien de aanvraag voor een nooddocument betrekking heeft op een Nederlander dan wel op een als ingezetene in de basisadministratie van een openbaar lichaam ingeschreven vreemdeling die recht heeft op verstrekking van een reisdocument als bedoeld in artikel 11 of 13 van de wet, beslist de gezaghebber of het aangevraagde nooddocument kan worden uitgereikt, onverminderd het bepaalde in het derde lid.

  • 2 In alle andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen vindt verstrekking van een nooddocument door de gezaghebber slechts plaats na machtiging van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, aan wie daartoe per fax of op een andere beveiligde wijze een kopie van de aanvraaggegevens, waaronder het formulier C1, ter beschikking wordt gesteld.

  • 3 De gezaghebber die een aanvraag in behandeling neemt betreffende een persoon die blijkens de in artikel 5 bedoelde administratie in het register paspoortsignaleringen is vermeld, legt deze aanvraag onverwijld voor aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties die beslist of hij de gezaghebber machtigt om tot verstrekking van een nooddocument over te gaan.

Artikel 100f. Afhandeling van de aanvraag na de beslissing

  • 1 De daartoe aangewezen ambtenaar vermeldt na de beslissing dat het nooddocument kan worden verstrekt, in de aanvraag:

    • a. het gegeven dat de verstrekking heeft plaatsgevonden;

    • b. de datum van de verstrekking;

    • c. de datum waarop de geldigheidsduur van het uit te reiken nooddocument eindigt;

    • d. de verstrekkende autoriteit.

  • 2 Indien sprake is van een aanvraag als bedoeld in artikel 100e, derde lid, of een aanvraag voor een laissez-passer, wordt in de aanvraag vermeld voor welke landen het nooddocument geldig is.

Artikel 100g. Vastlegging aanvraaggegevens, foto en handtekening

  • 1 De daartoe aangewezen ambtenaar draagt zorg dat de aanvraaggegevens in het reisdocumentenstation en de foto en handtekening in het aanvraagstation worden vastgelegd.

  • 2 De in het aanvraagstation vastgelegde gegevens worden verwerkt en doorgezonden naar het reisdocumentenstation.

  • 3 Indien de beslissing op de aanvraag ingevolge artikel 100e, tweede of derde lid, is aangehouden, worden de in de artikel 100f genoemde gegevens in het reisdocumentenstation vastgelegd, nadat de verstrekking heeft plaatsgevonden.

Artikel 100h. Vastlegging tijdstip en autoriteit van inlevering nooddocument

  • 1 Na de verstrekking worden de datum waarop het nooddocument uiterlijk moet worden ingeleverd en de autoriteit bij wie de inlevering dient plaats te vinden, in het reisdocumentenstation vastgelegd.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde datum is de datum waarop de geldigheidsduur van het nooddocument eindigt.

  • 3 De ingevolge het eerste lid te vermelden autoriteit is:

    • a. de burgemeester of de gezaghebber van de woon- of verblijfplaats van de houder, dan wel

    • b. de door de Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten aangewezen autoriteit, bevoegd tot het in ontvangst nemen van aanvragen voor nationale paspoorten, indien de houder in Aruba, Curaçao of Sint Maarten woonachtig is, dan wel

    • c. de Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, indien de houder het nieuwe reisdocument bij de Gouverneur zal aanvragen, dan wel

    • d. het hoofd van de Nederlandse consulaire post in het buitenland, waar de houder het nieuwe reisdocument zal aanvragen.

§ 3. Personaliseren en uitreiking

Artikel 100i. Personaliseren

  • 1 De daartoe aangewezen ambtenaar controleert het aanvraagbestand in het reisdocumentenstation op volledigheid en autoriseert het gebruik van dit bestand voor het personaliseren van het nooddocument.

  • 2 Het personaliseren van een noodpaspoort geschiedt met behulp van het in het reisdocumentenstation opgenomen aanvraagbestand en met gebruikmaking van de daartoe bestemde reisdocumentenprinter, overeenkomstig de gebruikershandleiding bij het reisdocumentenstation.

  • 3 Het personaliseren van een laissez-passer geschiedt door de gegevens met de pen op onuitwisbare wijze in de daartoe bestemde rubrieken van het reisdocument in te vullen, overeenkomstig de in bijlage J opgenomen invulinstructie laissez-passer. Vervolgens wordt op de in de invulinstructie aangegeven wijze de autoriteit vermeld, die het document heeft verstrekt en het laissez-passer gewaarmerkt met het in artikel 88 bedoelde dienststempel.

  • 4 Na het personaliseren van het nooddocument wordt het bijbehorende laminaat over de houderpagina aangebracht.

Artikel 100j. Uitreiking en registratie in het reisdocumentenstation

  • 1 Tot uitreiking van het aangevraagde nooddocument wordt slechts overgegaan, nadat de identiteit van de aanvrager in zijn aanwezigheid is vastgesteld en de aanvrager de in het document weergegeven persoonsgegevens op juistheid heeft gecontroleerd, tenzij artikel 28, derde lid, van de wet van toepassing is.

  • 2 De daartoe aangewezen ambtenaar registreert de uitreiking van het nooddocument in het reisdocumentenstation.

  • 3 Indien bij de uitreiking blijkt dat het nooddocument is beschadigd, onjuist is geproduceerd of gepersonaliseerd dan wel uit de opslag is verdwenen, wordt dit in het reisdocumentenstation geregistreerd.

  • 4 Indien het nooddocument niet binnen drie maanden, nadat het voor uitreiking beschikbaar is gesteld, door de aanvrager in ontvangst is genomen, wordt dit geregistreerd in het reisdocumentenstation.

§ 4. Administratie nooddocumenten en verstrekking van gegevens daaruit

Artikel 100k. Administratie van nooddocumenten

  • 1 De gezaghebber voert een administratie van de door hem verstrekte nooddocumenten.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde administratie wordt bijgehouden in het reisdocumentenstation, voor zover het de daarin overeenkomstig de artikelen 100g en 100j opgenomen gegevens betreft.

  • 3 De overige gegevens met betrekking tot de aanvraag, verstrekking en uitreiking worden als afzonderlijke documenten in de administratie opgenomen op een wijze die raadpleging in samenhang met de in het tweede lid bedoelde gegevens mogelijk maakt.

  • 4 De in de administratie opgenomen gegevens worden gedurende elf jaren na de datum van verstrekking van het betreffende nooddocument bewaard.

Artikel 100l. Verstrekking van gegevens

Artikel 73 is van overeenkomstige toepassing op de verstrekking van gegevens uit de administratie van nooddocumenten.

§ 5. Bestelling, aflevering en beheer van nooddocumenten

Artikel 100m. De tot bestelling en ontvangst van blanco documenten bevoegde ambtenaren

  • 1 De gezaghebber of de door hem daartoe aangewezen ambtenaar wijst ten minste drie ambtenaren aan om namens hem bestellingen te doen van blanco noodpaspoorten en laissez-passer's bij de leverancier en tevens drie ambtenaren om leveringen daarvan in ontvangst te nemen.

  • 2 De aanmelding van de tot bestelling en van de tot ontvangst bevoegde ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, alsmede wijzigingen in deze gegevens, vindt plaats bij het agentschap BPR, met gebruikmaking van de standaardformulieren B6 en B7.

  • 3 Het ingevulde registratieformulier wordt gewaarmerkt met een afdruk van het in artikel 88 bedoelde dienststempel.

  • 4 Het agentschap BPR houdt een registratie bij van de ingevolge het eerste lid aangemelde personen en geeft deze gegevens door aan de leverancier.

Artikel 100n. Bestelling en aflevering nooddocumenten

  • 1 De nooddocumenten worden met gebruikmaking van modelformulier C11 door de daartoe aangewezen ambtenaar maximaal vier maal binnen een jaar bij de leverancier besteld. De bestelopdracht wordt gesteld op briefpapier van het openbaar lichaam en, na ondertekening van de daartoe aangewezen ambtenaar, gewaarmerkt met een afdruk van het in artikel 88 bedoelde dienststempel.

  • 2 Het aantal blanco noodpaspoorten en laissez-passer's dat binnen een jaar kan worden besteld, wordt bepaald door de leverancier en is gebaseerd op het jaarlijkse aantal verstrekte documenten, in de periode tussen 1 oktober en 30 september, vermeerderd met vijf procent. De leverancier maakt jaarlijks voor 1 november het aantal te bestellen nooddocumenten voor het daaropvolgende jaar bekend aan de gezaghebber.

  • 3 Indien tussen twee bestellingen blijkt dat de voorraad noodpaspoorten dan wel laissez-passer's ontoereikend zal zijn, kan een opdracht voor een spoedbestelling worden geplaatst. De opdracht voor een spoedbestelling kan slechts worden gedaan, nadat in overleg met de leverancier is vastgesteld dat het aflevertijdstip van de eerstvolgende bestelopdracht niet kan worden vervroegd. De omvang van de spoedbestelling is niet groter dan noodzakelijk om de periode tot de levering van de eerstvolgende bestelling te overbruggen.

  • 4 Alvorens een bestelopdracht te plaatsen, wordt nagegaan of de in artikel 100m bedoelde gegevens nog juist zijn.

  • 5 Indien gegevens zijn gewijzigd, dient het nieuwe registratieformulier minstens vijf werkdagen voor het plaatsen van een nieuwe bestelopdracht in het bezit van het agentschap BPR te zijn.

  • 6 De bestelling wordt door de leverancier bevestigd door toezending van een leveringsbevestiging aan de gezaghebber.

  • 7 De daadwerkelijke aflevering vindt gemiddeld maximaal tien werkdagen na de op de leveringsbevestigingen vermelde dagtekening plaats door de transporteur.

  • 8 Bij aflevering ondertekent de tot ontvangst bevoegde persoon, bedoeld in artikel 100m, eerste lid, de strook die aan de leveringsbevestiging is gehecht.

  • 9 De tot ontvangst bevoegde persoon legitimeert zich, op verzoek van de transporteur, met een binnen het koninkrijk uitgegeven reisdocument of rijbewijs.

  • 10 De aflevering van de zending vindt plaats in de kluisruimte. Indien aflevering in de kluisruimte niet mogelijk of niet doelmatig is, vindt aflevering plaats in een voor het publiek afgesloten ruimte zo dicht mogelijk bij de kluis.

  • 11 De tot ontvangst bevoegde persoon controleert in het bijzijn van de transporteur aan de hand van de leveringsbevestiging het aantal pakketten alsmede de verzegeling. Indien de zending niet voor de gezaghebber bestemd is, afwijkingen vertoont, beschadigd is dan wel documenten ontbreken, wordt hiervan aantekening gemaakt op de aan de leveringsbevestiging gehechte strook en het agentschap BPR hiervan terstond in kennis gesteld.

  • 12 De ingevulde en ondertekende strook wordt aan de transporteur overhandigd.

  • 13 Indien de persoon die de zending in ontvangst neemt zich desgevraagd niet of niet voldoende kan legitimeren dan wel onvoldoende zekerheid bestaat met betrekking tot zijn bevoegdheid om de zending in ontvangst te nemen, dan wel om enige andere reden door een handelen of nalaten van de gezaghebber een veilige aflevering niet mogelijk is, draagt de transporteur de zending niet over.

Artikel 100o. Ontvangst, veiligstellen en controle ontvangen nooddocumenten

  • 1 Na ontvangst van de zending wordt deze terstond veilig gesteld. Indien de aflevering niet aan de kluis geschiedt, ziet de ambtenaar die de zending in ontvangst heeft genomen erop toe, dat de zending terstond in de kluis wordt opgeslagen.

  • 2 De bij de zending gevoegde ontvangstbevestiging wordt na vergelijking van de verpakkingseenheden van de zending met de opgave in de leveringsbevestiging binnen vijf werkdagen na aflevering van de zending, aan de leverancier geretourneerd.

  • 3 De controle van de inhoud van de verpakkingseenheden als bedoeld in het tweede lid geschiedt door de tot ontvangst bevoegde persoon, en tenminste één andere persoon. Van de controle wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat bij de in artikel 100p bedoelde voorraadadministratie wordt gearchiveerd.

  • 4 Bij constatering van afwijkingen tussen de inhoud van de zending en de opgave in de leveringsbevestiging wordt terstond contact opgenomen met de leverancier. De geconstateerde afwijkingen worden schriftelijk medegedeeld aan het agentschap BPR.

Artikel 100p. Voorraadadministratie nooddocumenten

  • 1 De gezaghebber houdt een voorraadadministratie bij van de aan hem beschikbaar gestelde nooddocumenten.

  • 2 Uit de voorraadadministratie dient, uitgesplitst naar soort, aan de hand van de documentnummers te allen tijde te blijken hoeveel nooddocumenten:

    • a. in de voorraad aanwezig zijn;

    • b. aan de voorraad zijn toegevoegd;

    • c. aan de voorraad zijn onttrokken in verband met uitreiking;

    • d. zijn verschreven, gestolen, vermist of anderszins als onbruikbaar moeten worden beschouwd.

  • 3 Met betrekking tot de uitgereikte nooddocumenten wordt per opeenvolgend documentnummer apart geregistreerd aan wie uitreiking van het desbetreffende nooddocument heeft plaatsgevonden.

  • 4 De gezaghebber houdt de voorraadadministratie bij in het reisdocumentenstation.

Artikel 100q. Inventarisatie van de voorraad

  • 1 Eén maal per jaar wordt het aantal in voorraad zijnde blanco nooddocumenten met vermelding van soort en documentnummer vastgesteld.

  • 2 Indien op enig moment een omissie in de voorraad of in de administratie wordt geconstateerd, maakt de gezaghebber terstond een inventarisatie op van de aanwezige nooddocumenten.

  • 3 De inventarisatie wordt opgesteld door tenminste twee personen.

  • 4 Van de inventarisatie wordt een proces-verbaal opgemaakt, dat naar het agentschap BPR wordt gezonden.

Artikel 100r. Verbruik van nooddocumenten

  • 1 De blanco nooddocumenten worden in volgorde van de nummers verbruikt.

  • 2 Het is een tot verstrekking bevoegde autoriteit niet toegestaan nooddocumenten te verbruiken die aan een andere autoriteit daartoe ter beschikking zijn gesteld.

Artikel 100s. Verantwoording nooddocumenten

  • 1 De gezaghebber verstrekt, met gebruikmaking van modelformulier C12, een keer per kwartaal een schriftelijke verantwoording van het totale voorraadverloop met betrekking tot nooddocumenten over het voorgaande jaar aan het agentschap BPR.

  • 2 Deze verantwoording bevat, uitgesplitst naar noodpaspoorten en laissez-passer's:

    • a. de totale voorraad blanco nooddocumenten aan het begin van het kwartaal;

    • b. de in de loop van het kwartaal aan de voorraad toegevoegde blanco nooddocumenten;

    • c. de in de loop van het kwartaal aan de voorraad onttrokken nooddocumenten die zijn uitgereikt;

    • d. de in de loop van het kwartaal aan de voorraad onttrokken nooddocumenten die niet zijn uitgereikt, omdat zij zijn verschreven, gestolen, vermist of anderszins als onbruikbaar moeten worden beschouwd;

    • e. de totale voorraad blanco nooddocumenten aan het einde van het kwartaal.

  • 3 Nooddocumenten die onjuist blijken te zijn geproduceerd of beschadigd worden met het in het eerste lid bedoelde verantwoordingsformulier meegezonden aan de leverancier.

  • 4 Nooddocumenten die als gevolg van verschrijvingen of anderszins onbruikbaar zijn geworden, worden definitief aan het verkeer onttrokken door ze deugdelijk te vernietigen op de in artikel 67, tweede lid, aangegeven wijze.

  • 5 Het in het eerste lid bedoelde verantwoordingsformulier wordt ondertekend door of namens de gezaghebber.

Hoofdstuk XV. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 101. Geldigheid van reisdocumenten verstrekt voor de inwerkingtreding van deze regeling

De reisdocumenten die voor de inwerkingtreding van deze regeling zijn verstrekt, behouden de geldigheid die daarin is vermeld.

Artikel 102. Raadpleging originele aanvraagformulieren

  • 1 Indien ingevolge artikel 9 of 22 raadpleging moet plaatsvinden van gegevens, behorende bij een reisdocument dat is uitgereikt voor de inwerkingtreding van deze regeling, verstrekt de autoriteit bij wie de gegevens in de reisdocumentenadministratie berusten op verzoek van de autoriteit die de aanvraag in ontvangst neemt kosteloos het originele aanvraagformulier, behorende bij het desbetreffende reisdocument. Alvorens tot verstrekking van het originele aanvraagformulier wordt overgegaan, maakt de desbetreffende autoriteit daarvan een kopie die in zijn reisdocumentenadministratie wordt bewaard, waarop wordt aangetekend aan welke autoriteit het originele aanvraagformulier is verstrekt.

  • 2 Na vergelijking wordt het originele aanvraagformulier bewaard als onderdeel van de reisdocumentenadministratie, behorende bij het uitgereikte nieuwe reisdocument. Indien geen nieuw reisdocument wordt uitgereikt, zendt de autoriteit die de aanvraag in behandeling heeft genomen het originele aanvraagformulier terug naar de autoriteit die het heeft verstrekt.

Artikel 103. Ongedaan maken bijschrijving in reisdocumenten verstrekt voor de inwerkingtreding van deze regeling

In afwijking van artikel 69, onder a, vindt het ongedaan maken van een bijschrijving in een reisdocument dat voor de inwerkingtreding van deze regeling is verstrekt, plaats door deze bijschrijving met de pen op onuitwisbare wijze door te halen, het plaatsen van de clausule "Wijziging/doorhaling goedgekeurd d.d. <datum> en waarmerking van de doorhaling met het in artikel 88, eerste lid, bedoelde dienststempel, voorzien van de paraaf van de burgemeester of de daartoe aangewezen ambtenaar.

Artikel 104. Tijdelijke verlenging bewaartermijn reisdocumentenadministratie [Vervallen per 10-10-2010]

Artikel 105. Ingebruikneming aanvraagsysteem reisdocumenten

De burgemeester of de gezaghebber is slechts bevoegd van een aanvraagsysteem reisdocumenten in zijn gemeente of openbaar lichaam gebruik te maken nadat uit een daartoe door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ingesteld onderzoek is gebleken, dat aan het bepaalde in artikel 87, tweede lid, wordt voldaan.

Artikel 106. Gebruik aanvraagstation [Vervallen per 21-09-2009]

Artikel 107. Intrekking Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 1995

De Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 1995 wordt ingetrokken.

Artikel 108. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2001.

Artikel 109. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als “Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001”.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

voor Grote Steden- en Integratiebeleid,

R.H.L.M. van Boxtel

Bijlagen Paspoortuitvoeringsregelingen

  • A Standaardclausules

  • B Standaardformulieren

    • B1 Aanvraagformulier reisdocument

    • B2 Registratie afleveradres uitgiftelocatie

    • B3 Registratie autorisatiebevoegde reisdocumenten

    • B4 Overdracht reisdocumenten buiten locatie leverancier

    • B5 Registratie beveiligingsfunctionaris

    • B6 Registratie bestelbevoegde blanco nooddocumenten

    • B7 Registratie ontvangstbevoegde blanco nooddocumenten en afleveradres

  • C Modelformulieren

    • C1 Vaststelling aanspraak reisdocument voor vreemdelingen

    • C2 Verklaring vermissing reisdocument

    • C3 Kennisgeving uitreiking, onttrekking reisdocument, bijschrijving/verwijdering bijschrijving

    • C4 Melding gevonden reisdocument

    • C5 Melding onregelmatigheid reisdocument

    • C6 Melding beslissing signalering

    • C7 Melding vermissing reisdocument

    • C8 Spoedbestelling aanvraagformulieren

    • C9 Melding ontvangst verkeerde of beschadigde zending reisdocumenten

    • C10 Geleideformulier terugzenden reisdocumenten

    • C11 Bestelopdracht blanco nooddocumenten

    • C12 Kwartaalverantwoording nooddocumenten

  • D Foutafhandelingsprocedures

    • 1. Nederland (Gemeenten en Ministerie van Buitenlandse Zaken)

    • 2. Buitenland (Nederlandse posten)

    • 3. Aruba, Curaçao en Sint Maarten (Autoriteiten in Aruba, Curaçao en Sint Maarten)

  • E Beveiligingsnet

  • F Overzicht aanvraaggegevens

    • 1. Reisdocumenten niet zijnde nooddocumenten

    • 2. Nooddocumenten

  • G Tot verstrekking van paspoorten bevoegde buitenlandse posten

  • H Tot verstrekking van Nederlandse identiteitskaarten bevoegde buitenlandse posten

  • I Normering IAR-kaarten

  • J Invulinstructie laissez-passer

Bijlage A. Standaardclausules

  • I Standaardclausules m.b.t. de burgerlijke staat

    Burgerlijke Staat Standaardclausule I (uitgeschreven) 1 afkorting2

    H – gehuwd

       
    (geslacht houder = ‘V’)

    echtgenote van/Wife of/Epouse de

    e/v

    (geslacht houder = ‘M’)

    echtgenoot van/Husband of/ Epoux de

    e/v

    W - weduwe/weduwnaar

    gehuwd geweest met/ formerly married to/ anciennement marié(e) à

    w/v

    S - gescheiden

    gehuwd geweest met/ formerly married to/ anciennement marié(e) à

    g/v

    P - geregistreerde partner

    geregistreerde partner van/registered partner of/partenaire enregistré(e) de

    p/v

    B - gescheiden geregistreerde partner

    geregistreerd partner geweest van/ former registered partner of/ancien partenaire enregistré(e) de

    b/v

    A - achtergebleven geregistreerde partner

    geregistreerd partner geweest van/ former registered partner of/ancien partenaire enregistré(e) de

    a/v

  • II Zie pagina/See page/Voir page

  • III [Red: Vervallen.]

  • IV Pseudoniem/Pseudonym/Pseudonyme

  • V Niet in staat tot tekening/Unable to sign/Incapable de signer

  • VI Wordt als Nederlander behandeld op grond van de Wet van/Treated as Netherlands citizen pursuant to Act of/Traité comme Néerlandais conf. Loi 9-9-1976, Stb. 468

  • VII Dit paspoort is verstrekt op grond van art. 30 van de Paspoortwet (tweede paspoort)

  • VIII Houder dezes kan aan het bezit van dit reisdocument geen enkel recht op verblijf in Nederland ontlenen.

  • IX Dienstpaspoort/Service Passport/Passeport de Service

    Van/From/De...

    No...

    Tot/Until/Jusqu'au...

  • X

    • Xa Uitgezonderd/Except/à l'Exception de…

    • Xb Geldig voor reizen naar/Valid for travelling in/Valable pour voyages en...

  • XI

    • XIa Nederlandse/Netherlands/Néerlandaise

    • XIb XXA

      (Staatloze/Stateless person/Apatride)

  • XII Dit paspoort is afgegeven ter vervanging van paspoort nummer/This passport has been issued to replace passport number/Le présent passeport remplace le passeport antérieur no...

Bijlage B. Standaardformulieren

B1. Aanvraag reisdocument

Bijlage 240492.png

B2. Registratie locatie

Bijlage 244187.png

B3. Registratie autorisatiebevoegde

Bijlage 244158.png

B4. Overdracht Reisdocumenten buiten de locatie SDU Identification

Bijlage 242540.png

B5. Registratie beveiligingsfunctionaris

Bijlage 240241.png

B6. Registratie bestelbevoegde blanco nooddocumenten

Bijlage 244159.png

B7. Registratie ontvangstbevoegde blanco nooddocumenten en afleveradres

Bijlage 244160.png

B8. Foto- en handtekeningenformulier

Bijlage 244161.png

Bijlage C. Modelformulieren

C1. Vaststelling aanspraak reisdocument voor vreemdelingen

[Red: Niet opgenomen.]

C2. Verklaring vermissing reisdocument

Bijlage 42853.png

C3. Kennisgeving uitreiking, onttrekking reisdocument, bijschrijving/verwijdering bijschrijving

Bijlage 240244.png

C4. Melding gevonden reisdocument

Bijlage 247730.png
Bijlage 247731.png

C5. Melding onregelmatigheid reisdocument

Bijlage 247732.png
Bijlage 247733.png

C6. Melding beslissing signalering

Bijlage 247734.png
Bijlage 247735.png

C7. Melding vermissing reisdocument

Bijlage 240245.png

C8. Spoedbestelling foto- en handtekeningformulieren

Bijlage 245200.png

C9. Melding ontvangst verkeerde of beschadigde zending reisdocumenten

Bijlage 244163.png

C10. Geleideformulier terugzenden reisdocumenten

Bijlage 244164.png

C11. Bestelopdracht blanco nooddocumenten

Bijlage 247736.png
Bijlage 247737.png

C12. Kwartaalverantwoording nooddocumenten

Bijlage 247738.png

C13. Aanbieding resultaten onderzoek beveiligingsmaatregelen reisdocumenten

Bijlage 242658.png

C14. Verklaring deskundige inzake onderzoek beveiligingsmaatregelen reisdocumenten

Bijlage 242659.png

Bijlage D. Foutafhandelingsprocedures

In deze bijlage zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending gepersonaliseerde reisdocumenten niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken.

De foutafhandelingsprocedures zijn beschreven voor:

  • 1. Het Europese deel van Nederland (Gemeenten en Ministerie van Buitenlandse Zaken te Den Haag)

  • 2. Buitenland (Nederlandse posten)

  • 3. Aruba, Curaçao, Sint Maarten en het Caribische deel van Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba)

1. Foutafhandelingsprocedures Europese deel van Nederland (Gemeenten en Ministerie van Buitenlandse Zaken te Den Haag)

In deze bijlage zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.

  • I De aangekondigde zending wordt niet op het afgesproken tijdstip ontvangen

    Hiervan is sprake indien een uitgiftelokatie een aangekondigde zending niet op het met de distributeur afgesproken tijdstip ontvangt. De procedure die gevolgd dient te worden, is weergegeven in schema I.

  • II De ontvangen zending bevat een andere inhoud dan aangekondigd

    Dit is het geval indien de inhoud van de zending niet overeenkomt met de op de verzendbrief vermelde inhoud of met hetgeen in de elektronische vooraankondiging van de producent staat vermeld. De volgende situaties worden onderscheiden:

    • 1. de zending bevat niet alle aangekondigde documenten

      (er ontbreken dus documenten)

      In dit geval dient de procedure, vermeld in schema II 1, te worden gevolgd.

    • 2. de zending bevat (ook) andere documenten dan aangekondigd

      (het pakket bevat documenten die niet voor de uitgiftelokatie zijn bestemd; het kan zijn dat bijvoorbeeld het adresetiket op het pakket niet juist was, dat er niet voor de uitgiftelokatie bedoelde colli in het pakket zitten of dat er zich niet voor de uitgiftelokatie bedoelde documenten in een collo bevinden).

      In deze gevallen moet de procedure, vermeld in schema II 2, worden gevolgd.

  • III De ontvangen zending is beschadigd

    Hiervan is sprake indien bij ontvangst van het pakket geconstateerd wordt dat de verpakking van het pakket beschadigingen vertoont. Er worden verschillende situaties onderscheiden:

    • 1. De verpakking is beschadigd maar de inhoud is onbeschadigd en compleet

      (Alle aangekondigde documenten zijn aanwezig en onbeschadigd).

      In dit geval dient schema III 1 te worden gevolgd.

    • 2. Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd, maar de inhoud is wel compleet

      (alle aangekondigde documenten zijn aanwezig maar één of meerdere documenten zijn beschadigd).

      In dit geval dienst schema III 2 te worden gevolgd.

    • 3. Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd en de inhoud is bovendien incompleet

      (Eén of meerdere documenten zijn beschadigd en daarnaast zijn niet alle aangekondigde documenten aanwezig).

      In dit geval dient schema III 3 te worden gevolgd.

  • IV De inhoud van de zending is goed, maar niet op de afgesproken wijze verpakt

    Hiervan is sprake indien de inhoud van de zending wel overeenkomt met hetgeen door de producent is aangekondigd, maar de inhoud is niet op de juiste wijze is verpakt. Het pakket bevat bijvoorbeeld colli met verschillende documenten (er zitten bijvoorbeeld zakenpaspoorten tussen de nationale paspoorten) of de zending bevat geen of een onjuiste verzendbrief.

    In dit geval dient de procedure, beschreven in schema IV te worden gevolgd.

  • V Overige calamiteiten

    Voor het geval er zich een situatie voordoet, die niet in een van de voornoemde categorieën is onder te brengen, dient de in schema V beschreven procedure te worden gevolgd.

    Bijlage 247739.png
    Bijlage 247740.png
    Bijlage 247741.png
    Bijlage 247742.png
    Bijlage 247743.png
    Bijlage 247744.png
    Bijlage 247745.png

2. Foutafhandelingsprocedures Buitenland (Nederlandse Posten)

In deze paragraaf zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.

  • I De ontvangen zending bevat een andere inhoud dan aangekondigd

    Dit is het geval indien de inhoud van de zending niet overeenkomt met de op de verzendbrief vermelde inhoud of met hetgeen in de elektronische vooraankondiging van de producent staat vermeld. De volgende situaties worden onderscheiden:

    • 3. de zending bevat nietalle aangekondigde documenten

      (er ontbreken dus documenten)

      In dit geval dient de procedure, vermeld in schema I 1, te worden gevolgd.

    • 4. de zending bevat (ook) andere documenten dan aangekondigd

      (het pakket bevat documenten die niet voor de uitgiftelocatie zijn bestemd; het kan zijn dat bijvoorbeeld het adresetiket op het pakket niet juist was, dat er niet voor de uitgiftelocatie bedoelde colli in het pakket zitten of dat er zich niet voor de uitgiftelocatie bedoelde documenten in een collo bevinden).

      In deze gevallen moet de procedure, vermeld in schema I 2, worden gevolgd.

  • II De ontvangen zending is beschadigd

    Hiervan is sprake indien bij ontvangst van het pakket geconstateerd wordt dat de verpakking van het pakket beschadigingen vertoont. Er worden verschillende situaties onderscheiden:

    • 4. De verpakking is beschadigd maar de inhoud is onbeschadigd en compleet

      (Alle aangekondigde documenten zijn aanwezig en onbeschadigd).

      In dit geval dient schema II 1 te worden gevolgd.

    • 5. Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd, maar de inhoud is wel compleet

      (alle aangekondigde documenten zijn aanwezig maar één of meerdere documenten zijn beschadigd).

      In dit geval dienst schema II 2 te worden gevolgd.

    • 6. Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd en de inhoud is bovendien incompleet

      (Eén of meerdere documenten zijn beschadigd en daarnaast zijn niet alle aangekondigde documenten aanwezig).

      In dit geval dient schema II 3 te worden gevolgd.

  • III De inhoud van de zending is goed, maar niet op de afgesproken wijze verpakt

    Hiervan is sprake indien de inhoud van de zending wel overeenkomt met hetgeen door de producent is aangekondigd, maar de inhoud is niet op de juiste wijze is verpakt. Het pakket bevat bijvoorbeeld colli met verschillende documenten (er zitten bijvoorbeeld zakenpaspoorten tussen de nationale paspoorten) of de zending bevat geen of een onjuiste verzendbrief.

    In dit geval dient de procedure, beschreven in schema III te worden gevolgd.

  • IV Overige calamiteiten

    Voor het geval er zich een situatie voordoet, die niet in een van de voornoemde categorieën is onder te brengen, dient de in schema IV beschreven procedure te worden gevolgd.

    Bijlage 247746.png
    Bijlage 247747.png
    Bijlage 247748.png
    Bijlage 247749.png
    Bijlage 247750.png
    Bijlage 247751.png

3. Foutafhandelingsprocedure Aruba, Curaçao, Sint Maarten en het Caribische deel van Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba)

In deze paragraaf zijn de procedures weergegeven die moeten worden gevolgd indien een aangekondigde zending niet op het afgesproken tijdstip arriveert, de ontvangen zending beschadigd is, afwijkingen vertoont of indien bij controle van de zending documenten ontbreken. Er worden vijf hoofdfouten onderscheiden, waarvan er een tweetal nog nader onderverdeeld zijn. De foutsituaties worden onderstaand beschreven. Per foutsituatie wordt vervolgens per pagina schematisch aangegeven hoe gehandeld dient te worden.

  • I De aangekondigde zending wordt niet op het afgesproken tijdstip ontvangen

    Hiervan is sprake indien een uitgiftelocatie een aangekondigde zending niet op het met de distributeur afgesproken tijdstip ontvangt. De procedure die gevolgd dient te worden, is weergegeven in schema I.

  • II De ontvangen zending bevat een andere inhoud dan aangekondigd

    Dit is het geval indien de inhoud van de zending niet overeenkomt met de op de verzendbrief vermelde inhoud of met hetgeen in de elektronische vooraankondiging van de producent staat vermeld. De volgende situaties worden onderscheiden:

    • 5. de zending bevat nietalle aangekondigde documenten

      (er ontbreken dus documenten)

      In dit geval dient de procedure, vermeld in schema II 1, te worden gevolgd.

    • 6. de zending bevat (ook) andere documenten dan aangekondigd

      (het pakket bevat documenten die niet voor de uitgiftelocatie zijn bestemd; het kan zijn dat bijvoorbeeld het adresetiket op het pakket niet juist was, dat er niet voor de uitgiftelocatie bedoelde colli in het pakket zitten of dat er zich niet voor de uitgiftelocatie bedoelde documenten in een collo bevinden).

      In deze gevallen moet de procedure, vermeld in schema II 2, worden gevolgd.

  • III De ontvangen zending is beschadigd

    Hiervan is sprake indien bij ontvangst van het pakket geconstateerd wordt dat de verpakking van het pakket beschadigingen vertoont. Er worden verschillende situaties onderscheiden:

    • 7. De verpakking is beschadigd maar de inhoud is onbeschadigd en compleet

      (Alle aangekondigde documenten zijn aanwezig en onbeschadigd).

      In dit geval dient schema III 1 te worden gevolgd.

    • 8. Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd, maar de inhoud is wel compleet

      (alle aangekondigde documenten zijn aanwezig maar één of meerdere documenten zijn beschadigd).

      In dit geval dienst schema III 2 te worden gevolgd.

    • 9. Zowel de verpakking als de inhoud zijn beschadigd en de inhoud is bovendien incompleet

      (Eén of meerdere documenten zijn beschadigd en daarnaast zijn niet alle aangekondigde documenten aanwezig).

      In dit geval dient schema III 3 te worden gevolgd.

  • IV De inhoud van de zending is goed, maar niet op de afgesproken wijze verpakt

    Hiervan is sprake indien de inhoud van de zending wel overeenkomt met hetgeen door de producent is aangekondigd, maar de inhoud is niet op de juiste wijze is verpakt. Het pakket bevat bijvoorbeeld colli met verschillende documenten (er zitten bijvoorbeeld zakenpaspoorten tussen de nationale paspoorten) of de zending bevat geen of een onjuiste verzendbrief.

    In dit geval dient de procedure, beschreven in schema IV te worden gevolgd.

  • V Overige calamiteiten

    Voor het geval er zich een situatie voordoet, die niet in een van de voornoemde categorieën is onder te brengen, dient de in schema V beschreven procedure te worden gevolgd.

    Bijlage 247752.png
    Bijlage 247753.png
    Bijlage 247754.png
    Bijlage 247755.png
    Bijlage 247756.png
    Bijlage 247757.png
    Bijlage 247758.png

Bijlage E. BeveiligingsNet [Vervallen per 07-02-2009]

Bijlage F. Overzicht aanvraaggegevens

  • 1. Reisdocumenten niet zijnde nooddocumenten

    Deze lijst geldt voor reisdocumenten niet zijnde nooddocumenten. De onderstaande rubrieken moeten worden ingevuld, voor zover op de aanvraag van toepassing.

    • -

      Aanvraagnummer

    • -

      Datum aanvraag

    • -

      Spoedaanvraag (alleen voor gemeenten)

    • -

      Soort reisdocument

    • -

      Huidig reisdocument/ bijschrijving – soort

    • -

      Huidig reisdocument/ bijschrijving – nummer

    • -

      Huidig reisdocument/ bijschrijving – datum einde geldigheid

    • -

      Huidig reisdocument/ bijschrijving – autoriteit verstrekking

    • -

      burgerservicenummer (alleen voor Nederlanders die in een gemeentelijke basisadministatie zijn ingeschreven)

    • -

      Nationaliteit

    • -

      Geslachtsnaam

    • -

      Voorvoegsel geslachtsnaam

    • -

      Adellijke titel/ predikaat

    • -

      Voornamen

    • -

      Geboortedatum

    • -

      Geboorteplaats

    • -

      Geslacht

    • -

      Lengte

    • -

      Adres

    • -

      Postcode+Woonplaats

    • -

      Bijschrijven kinderen (aantal kb)

    • -

      Documentnummer ouder (als ks)

    • -

      Toestemming wettelijke vertegenwoordiger(s)

    • -

      Verblijfsdocument – nummer

    • -

      Verblijfsdocument – datum einde geldigheid

    • -

      Aanduiding vermissing

    • -

      Datum Verklaring vermissing

    • -

      Proces verbaal vermissing vorig document – nummer

    • -

      Vermist reisdocument – nummer

    • -

      Vermist reisdocument – autoriteit verstrekking

    • -

      Verzoek originele aanvraag vermist document

    • -

      Vermelding partner (SC I)

    • -

      Geslachtsnaam partner

    • -

      Voorvoegsel geslachtsnaam partner

    • -

      Adellijke titel partner

    • -

      Pseudoniem (SC IV)

    • -

      Niet in staat tot ondertekening (SC V)

    • -

      XXA (staatloze) (SC XIb)

    • -

      Dit paspoort is afgegeven ter vervanging van (SC XII)

  • 2. Nooddocumenten

    Deze lijst geldt voor nooddocumenten. De onderstaande rubrieken moeten worden ingevuld, voor zover op de aanvraag van toepassing.

    • -

      Aanvraagnummer

    • -

      Datum aanvraag

    • -

      Soort reisdocument

    • -

      Huidig reisdocument/ bijschrijving – soort

    • -

      Huidig reisdocument/ bijschrijving – nummer

    • -

      Huidig reisdocument/ bijschrijving – datum einde geldigheid

    • -

      Huidig reisdocument/ bijschrijving – autoriteit verstrekking

    • -

      Nationaliteit

    • -

      Geslachtsnaam

    • -

      Voorvoegsel geslachtsnaam

    • -

      Adellijke titel/ predikaat

    • -

      Voornamen

    • -

      Geboortedatum

    • -

      Geboorteplaats

    • -

      Geslacht

    • -

      Lengte

    • -

      Adres

    • -

      Postcode+Woonplaats

    • -

      Toestemming wettelijke vertegenwoordiger(s)

    • -

      Aanduiding vermissing

    • -

      Datum Verklaring vermissing

    • -

      Proces verbaal vermissing vorig document – nummer

    • -

      Vermist reisdocument – nummer

    • -

      Vermist reisdocument – autoriteit verstrekking

    • -

      Niet in staat tot ondertekening (SC V)

    • -

      Dit paspoort is afgegeven ter vervanging van (SC XII)

Bijlage G. Tot verstrekking van paspoorten bevoegde buitenlandse posten [Vervallen per 20-07-2007]

Bijlage H. Tot verstrekking van Nederlandse identiteitskaarten bevoegde buitenlandse posten [Vervallen per 20-07-2007]

Bijlage I. IAR-kaarten

Identificatiekaarten (IAR-kaarten) worden door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) verstrekt.

BZK verstrekt standaard vijf identificatiekaarten (IAR-kaarten) per door BZK beschikbaar gesteld reisdocumentenstation (RAAS). In de gevallen waar door BZK aanvullend nog een werkstation beschikbaar is gesteld, geldt dat voor dit werkstation drie IAR-kaarten worden verstrekt.

Een uitgiftelocatie kan extra IAR-kaarten aanvragen. IAR-kaarten mogen alleen worden aangevraagd voor vaste medewerkers, waarbij er per uitgiftelocatie in totaal niet meer dan 20 operationele IAR-kaarten mogen zijn. Deze grens is vastgesteld uit oogpunt van beveiliging.

De autorisatiebevoegde dient diefstal, verlies of onzorgvuldig gebruik van IAR-kaarten direct te melden bij Sdu Identification, zodat deze IAR-kaarten kunnen worden geblokkeerd. IAR-kaarten die defect raken bij initiële uitlevering of wegens technische mankementen worden op aanvraag vervangen.

De leveringstermijn van IAR-kaarten bedraagt circa een week. Spoedaanvragen worden alleen gehonoreerd als het een calamiteit betreft, in samenhang met het plaatsen van een nieuw RAAS en/of werkstation.

Bijlage J. Invulinstructie laissez-passer

  Algemene opmerkingen  
 

Het laissez passer wordt handmatig ingevuld op de hierna weergegeven wijze.

 
  Invulinstructie per rubriek  
Type

LP

 
Code

NLD

 
Document- nummer

Het documentnummer dat in het document geperforeerd is, overnemen.

 
Naam

De naam van de houder in volgorde:

 
 

– Adellijke titel

voluit

 

– Voorvoegsel voor de achternaam

voluit

 

– Achternaam

geslachtsnaam houder

Voornamen

Voornamen van de houder in volgorde:

 
 

– Adellijke predikaat

voluit (facultatief)

 

– Voornamen

voluit

 

Indien geen voornamen worden ingevuld wordt dit aangegeven met drie liggende streepjes, ---.

 
 

Algemene opmerking:

Indien de naam niet past in de hiervoor bestemde ruimte m.b.v. standaardclausule II verwijzen naar pagina 3.

 
Nationaliteit

Alleen in te vullen bij Nederlanders. In andere gevallen drie liggende streepjes, ---.

 
Geslacht

M: man

V/F: vrouw

 
Lengte

Voorbeeld: 1,82m

(Cijfermatig in meters en centimeters vermelden gevolgd door afkorting m).

 
Geboortedatum

Vermelden iVermelden in volgorde:

n formaat dd XXX eejj

– Twee posities dagaanduiding in cijfers.

– Spatie

– Eerste drie posities voor maandaanduiding (zie lijst hierna vermeld)

– Spatie

– Laatste vier posities eeuw- en jaartalaanduiding

 
 

Lijst maandafkortingen:

JAN FEB MAA APR MEI JUN JUL AUG SEP OKT NOV DEC

 
 

Voorbeelden:

00 --- 1956

00 JAN 1984

19 JAN 1984

Bij de toekenning van een reisdocument wordt altijd een eeuw- en jaartal aanduiding opgenomen.

 
Afgiftedatum

Zie geboortedatum

 
Geboorteplaats

Geboorteplaatsnaam vermelden

 
Geldig tot

Datum tot wanneer het document geldig is.

Datum weergeven zoals aangegeven bij geboortedatum.

 
Autoriteit

Gouverneur van

Minister van Buitenlandse Zaken

Ambassadeur te

Consul-Generaal te

Consul te

Hfd. cons. afd. te

 
Waarmerking

Stempel autoriteit moet over de foto vallen.

 
Handtekening

De houder plaatst zijn handtekening op de bestemde plaats onder de foto.

 
Opmerkingen

Pagina 3 is te gebruiken voor opmerkingen van bevoegde instanties. Op deze pagina worden de datum waarop het reisdocument uiterlijk moet worden ingeleverd en de autoriteit bij wie de inlevering dient plaats te vinden ingevuld.

 
Lamineren

Het document wordt na invulling van de houderpagina gelamineerd. Dit gebeurt niet met een laminator maar door middel van koud laminaat dat als een sticker wordt geplakt. Door de beschermlaag op de achterzijde van de folie te verwijderen kan de folie, zonder gebruik van hulpmiddelen, over de houderpagina worden geplakt.

 

Bijlage K. Onderzoek beveiligingsmaatregelen reisdocumentuitgifte

Deze bijlage behoort bij artikel 84, vierde lid, van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001

Onderzoeksprotocol beveiligingsmaatregelen reisdocumentuitgifte bij gemeenten

1. Inleiding

1.1. Doel onderzoeksprotocol

In hoofdstuk XII van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 (PUN 2001) zijn de bepalingen opgenomen over de te nemen beveiligingsmaatregelen rond de verstrekking van reisdocumenten. Daarin is aangegeven dat de burgemeester een jaarlijkse controle op de beveiligingsmaatregelen moet laten uitvoeren. Door BPR is BeveiligingsNet aangewezen als het daarvoor beschikbare hulpmiddel.

In artikel 94, derde lid van de PUN 2001 is bepaald dat iedere gemeente één keer per drie jaar door een deskundige een onderzoek moet laten uitvoeren om na te gaan op welke wijze is voldaan aan de verplichting om jaarlijks de toepassing van beveiligingsmaatregelen alsmede op de werking van de beveiligingsmaatregelen in de praktijk.

Het driejaarlijkse onderzoek is een ‘systeemgericht’ onderzoek naar de werking van het reisdocumentenproces.

Het onderzoek heeft tot doel:

  • 1. de stand van zaken weer te geven over de kwaliteit van de beveiliging en het beveiligingsbewustzijn en is daarmee tevens een prikkel voor verdere verbetering;

  • 2. inzicht te verschaffen in de verhoging van het beveiligingsniveau bij gemeenten ten opzichte van voorgaande onderzoeken;

  • 3. de minister van informatie te voorzien over de beveiliging van het reisdocumentenstelsel op gemeentelijk niveau.

1.2. Voor wie geldt dit onderzoeksprotocol?

Het onderzoeksprotocol geldt voor de afdelingen Burgerzaken/Publiekszaken van de gemeenten en voor de deskundigen die dit protocol in opdracht van de gemeente gebruiken bij de uitvoering van het onderzoek.

Bij het onderzoek binnen de gemeenten zijn de voornaamste betrokkenen:

  • hoofden Burgerzaken/Publiekszaken

  • beveiligingsfunctionarissen

  • burgemeesters (portefeuillehouder in college)

Dit protocol is ontwikkeld door het Agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten (BPR) van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), sinds 2004 in samenwerking met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken.

1.3. Het onderzoek

In artikel 94 van de PUN 2001 is de controle op de toepassing van de gemeentelijke beveiligingsmaatregelen geregeld. In het derde lid van dit artikel is bepaald dat de burgemeester één keer per drie jaar door een deskundige een controle laat uitvoeren. Deze controle is gebaseerd op de jaarlijkse interne controle door middel van het BeveiligingsNet (artikelen 90 tot en met 93 en 94, eerste lid, van de PUN 2001).

De rapportage van deze driejaarlijkse controle bestaat uit een op internet ingevulde elektronische vragenlijst, aangevuld met een schriftelijke verklaring van de deskundige over de juiste weergave van de onderzoeksresultaten. Deze verklaring van de deskundige wordt, vergezeld door een aanbiedingsbrief van de burgemeester, per post verstuurd aan het Agentschap BPR.

Onder meer met deze gemeentelijke rapportages krijgt BPR op landelijk niveau inzicht in de werking van de beveiliging van het reisdocumentenstelsel. Met de gemeentelijke rapportages kan het Agentschap BPR ook inzicht verschaffen aan de minister. Daarnaast kunnen zo nodig stuur- en stimuleringsimpulsen worden gegeven aan gemeenten en kan eventueel het beleid van het reisdocumentenstelsel worden aangepast.

Met dit protocol voor het driejaarlijkse onderzoek geeft BPR uitvoering aan het in de PUN 2001 uitgewerkte beleid van de minister van BZK voor de beveiligingsaspecten van het reisdocumentenstelsel binnen Nederland. Dit gebeurt met inachtneming van de eigen verantwoordelijkheid van de gemeenten voor hun feitelijke beveiligingsniveau.

2. Opzet onderzoek beveiliging reisdocumenten

2.1. Gemeentelijke beveiligingsniveaus

De meerwaarde van dit onderzoek ten opzichte van het jaarlijkse zelfonderzoek (BeveiligingsNet 2001) is om gemeenten te informeren over hun beveiligingsniveau in vergelijking met collegagemeenten. Daarnaast ontvangen gemeenten advies over de beveiligingsaspecten waar nog verbeteringen nodig of mogelijk zijn.

Met een internettoepassing moeten de gemeenten hun onderzoeksresultaten elektronisch rapporteren aan het Agentschap BPR. Gemeenten krijgen op basis van deze onderzoeksbevindingen een geautomatiseerde terugkoppeling. Verder maakt de centrale verwerking het mogelijk dat resultaten van gemeenten met elkaar kunnen worden vergeleken (benchmarking).

Gemeentelijke herindeling na 2007.

Het onderzoek wordt uitgevoerd op de situatie vanaf de herindeling, dus alleen voor de nieuwe gemeente. Bijvoorbeeld bij een herindeling per 1-1-2008 geldt een onderzoeksperiode vanaf 1-1-2008 tot nu. Bij een op handen zijnde herindeling na 2010 moeten de betrokken gemeenten ieder afzonderlijk het onderzoek uitvoeren.

Het onderzoek moet worden uitgevoerd voor elke locatie waar reisdocumenten worden uitgegeven. Dit betekent dat de vragenlijst van het onderzoek voor elke uitgiftelocatie moet worden ingevuld.

2.2. Steekproef

In aanvulling op het onderzoek zal bij een aantal gemeenten een steekproef worden gehouden om na te gaan of de uitkomsten van de onderzoeken een juiste afspiegeling vormen van de werkelijke situatie. De steekproef wordt uitgevoerd bij een beperkt aantal gemeenten.

De steekproef vindt plaats kort nadat de resultaten van het driejaarlijkse onderzoek door de gemeenten zijn aangeleverd bij BPR. De grootte van de steekproef ligt op ongeveer 35 gemeenten. De steekproef wordt a-select getrokken, rekening houdend met een evenredige verdeling onder grote, middelgrote en kleine gemeenten. Daarnaast kan er nog behoefte bestaan gemeenten te bezoeken met specifieke risicoprofielen, bijvoorbeeld gemeentelijke herindelingen of bij gemeenten die achterblijven op beveiligingsresultaten op het gebied van zowel reisdocumenten als GBA. De steekproefgemeenten worden vóór 1 oktober 2010, dus voorafgaand aan de start van het onderzoek, door BPR bepaald. De gemeenten die binnen het steekproefonderzoek vallen worden daarover begin 2011 door BPR geïnformeerd.

Het Agentschap BPR voert de steekproef uit en kan per gemeente de volgende stappen omvatten:

  • Analyse van de door gemeente ingezonden onderzoeksresultaten;

  • Gesprekken met hoofd Burgerzaken/Publiekszaken en/of eerstverantwoordelijke (back-office en/of front-office) voor reisdocumenten, de beveiligingsfunctionaris en afsluitend met de burgemeester;

  • Eigen waarnemingen, zoals de fysieke inrichting voor het reisdocumentenproces, de houding en inzicht van mensen ten aanzien van de beveiliging.

BPR koppelt de resultaten van elke steekproefgemeente terug aan de burgemeester, in afschrift aan het hoofd Burgerzaken/Publiekszaken. In de procedure is ruimte voor een weerwoord (hoor en wederhoor) van de gemeente of de uitvoerder van het oorspronkelijke onderzoek.

Als de bevindingen uit de steekproef daartoe aanleiding geven worden kunnen ook andere gemeenten onderzocht.

2.3. Nadruk op eigen verantwoordelijkheid van gemeenten

De eigen verantwoordelijkheid van gemeenten komt onder meer tot uitdrukking in de rol van opdrachtgever voor het onderzoek in de eigen gemeente en in de aanbieding van de onderzoeksresultaten aan BPR. Met deze aanbieding geeft de burgemeester aan de bestuurlijke verantwoordelijkheid te dragen voor het onderzoek en zorg te dragen voor (aanvullende) beveiligingsmaatregelen als de terugkoppeling door BPR daar aanleiding toe geeft.

Door waar mogelijk gebruik te maken van de uitkomsten van de jaarlijkse zelfonderzoeken van gemeenten (BeveiligingsNet 2001) kunnen de inspanningen en daarmee samenhangende kosten van het onderzoek worden beperkt. Ook bij de bepaling van degenen die in aanmerking komen om het onderzoek uit te voeren (zie paragraaf 4.1) is gezocht naar opties die kosten beperkend werken en ook recht doen aan de eigen verantwoordelijkheid van gemeenten en die BPR voldoende zekerheid/vertrouwen bieden in de uitkomsten.

3. Functie en opzet van de vragenlijst

3.1. Centrale rol vragenlijst

Bij de structurering van het onderzoek speelt de vragenlijst een centrale rol. Met de beantwoording van de vragenlijst brengt de deskundige de situatie in kaart over het beveiligingsniveau van de gemeente. De antwoorden op de vragen vormen (ook) de input voor de bepaling van het landelijke beeld en de rapportage daarover door de minister aan de Tweede Kamer.

De centrale vragen waarop het onderzoek antwoord moet geven luiden:

  • Doet de gemeente het goed?

  • Wat moet de gemeente nog doen?

  • Wie moet wat doen?

3.2. Incidenten

Van incidenten / bijna incidenten kan veel worden geleerd. Daarom worden ook vragen gesteld over het bijhouden daarvan en de eventuele doorwerking naar (actualisering) van het gemeentelijke beveiligingsplan.

3.3. Beoordeling gemeentelijk beveiligingsniveau

Voor de scores op de lacunes uit BeveiligingsNet geldt het volgende. In feite is er maar één goede score: nul lacunes. Voor dit onderzoek gelden echter de volgende uitgangspunten:

  • Goed: percentages lacunes kleiner dan of gelijk aan 3%;

  • Redelijk: percentages lacunes groter dan 3% en kleiner dan of gelijk aan 10%;

  • onvoldoende: percentage lacunes groter dan 10%.

Het percentage wordt berekend door het totaal aantal lacunes te delen op het totaal aantal vragen die op basis van de wet en regelgeving zijn gesteld in het BeveiligingsNet.

4. Werkwijze bij uitvoering van het onderzoek

4.1. Rolverdeling bij het onderzoek

4.2. Rol burgemeester

De burgemeester laat één keer per drie jaar een deskundige een controle uitvoeren. De burgemeester treedt daarmee op als opdrachtgever voor het onderzoek. De deskundige rapporteert dus ook in eerste instantie aan de burgemeester. Dit vindt plaats door het afgeven van een verklaring.

De burgemeester stuurt deze verklaring naar BPR, begeleid door een door de burgemeester ondertekende aanbiedingsbrief.

4.3. Rol beveiligingsfunctionaris

De beveiligingsfunctionaris van de te onderzoeken gemeente heeft bij de uitvoering van het driejaarlijkse onderzoek geen formele rol. Wel kan deze functionaris fungeren als één van de informatiebronnen voor de deskundige bij de verwerving van de noodzakelijke onderzoeksgegevens. In bepaalde situaties kan een gemeentelijke beveiligingsfunctionaris als deskundige optreden bij een andere gemeente. Deze beveiligingsfunctionaris mag niet betrokken zijn geweest bij de beleidsvorming en/of de uitvoering van de beveiligingsmaatregelen bij die onderzoeksgemeente.

4.4. Eisen te stellen aan de deskundige

Zoals al is aangegeven laat de burgemeester een keer per drie jaar een deskundige een controle uitvoeren op de beveiligingsmaatregelen. De deskundige zendt een (elektronisch) afschrift van de rapportage naar het Agentschap BPR. De deskundige voegt aan zijn rapportage een verklaring toe waaruit blijkt dat de juistheid van de onderzoeksbevindingen een correcte weergave vormt van de feitelijke situatie bij de onderzoeksgemeente. Ter onderbouwing van deze bevindingen legt de deskundige een onderzoeksdossier aan waarin de functionaris bijhoudt op basis van welke gegevensbronnen deze tot de bevindingen is gekomen.

Met ‘deskundige’ wordt een functionaris bedoelt met kennis van zaken op het gebied van auditing die niet betrokken is (geweest) bij de beleidsvoorbereiding, planvorming en/of het feitelijke uitvoeringsproces van reisdocumentenverstrekking of beveiligingsmaatregelen.

Samenvattend kunnen optreden als deskundige:

  • De gemeentelijke accountantsdienst respectievelijk een interne controleur die onafhankelijk opereert ten opzichte van het reisdocumentenproces;

  • Een externe (huis)accountant van de gemeente;

  • Een beveiligingsfunctionaris van een andere gemeente.

4.5. Gebruik van de vragenlijst

Bij dit onderzoeksprotocol hoort een digitale vragenlijst, bereikbaar via www.bprbzk.nl. In september ontvangt de gemeente hierover nadere informatie, een gebruikersnaam en een wachtwoord. Op de website is de werking van de internetvragenlijst aangegeven. Ook is daar een pagina raadpleegbaar met meest gestelde vragen (’frequently asked questions’; FAQ).

Een gemeente met meer uitgiftelocaties moet het onderzoek uitvoeren voor alle uitgiftelocaties. Dit betekent dat per uitgiftelocatie een vragenlijst moet worden ingevuld. Voor elke uitgiftelocatie ontvangt de gemeente een aparte gebruikersnaam en wachtwoord. De vragenlijst moet altijd vanuit het perspectief van de eigen locatie worden ingevuld. Daar waar ‘gemeente’ staat kan en moet vaak ook ‘uitgiftelocatie’ worden gelezen. Voor de duidelijkheid van de vraagstelling wordt bij een enkele vraag specifiek ‘uitgiftelocatie’ genoemd.

4.6. Rapportage aan BZK/BPR

De rapportage bestaat uit de op internet ingevulde vragenlijst, aangevuld met de schriftelijke verklaring van de deskundige over de juiste weergave van de onderzoeksresultaten en de aanbiedingsbrief van de burgemeester. De ingevulde vragenlijst is – na definitief maken – direct elektronisch beschikbaar voor BPR. Indien er meerdere uitgiftelocaties zijn, dan moet voor elke locatie een verklaring van de deskundige meegestuurd worden.

De verklaringen, worden vergezeld door één aanbiedingsbrief van de burgemeester per post gezonden aan het Agentschap BPR. Het onderzoek is afgerond als de ingevulde vragenlijst op internet definitief is gemaakt en BPR tevens per post de door de burgemeester ondertekende aanbiedingsbrief en de door de deskundige ondertekende verklaring(en) heeft ontvangen. U stuurt de volgende stukken aan BPR:

  • 1. Vragenlijst (elektronisch)

  • 2. Verklaring burgemeester (per post)

  • 3. Verklaring deskundige per uitgiftelocatie (per post)

Zodra het Agentschap BPR alle stukken heeft ontvangen, zorgt BPR voor een schriftelijke terugkoppeling naar de gemeente. Op basis van de terugkoppeling zal de gemeente – wanneer nodig – maatregelen moeten treffen om het beveiligingsniveau te verbeteren. De gemeente krijgt dan ook toegang tot benchmark-gegevens op internet zodat het eigen beveiligingsniveau kan worden vergeleken met dat van andere gemeenten.

5. Verklaring deskundige en aanbieding burgemeester

5.1. Bevindingen deskundige

Om een goed onderbouwde uitspraak te kunnen doen over het gemeentelijk beveiligingsniveau is allereerst van belang dat de resultaten van het onderzoek een correcte weergave vormen van de feitelijke situatie. De deskundige moet daarom instaan voor de juistheid van de antwoorden op de gestelde vragen. Daarvoor ondertekent de deskundige per uitgiftelocatie een verklaring. De deskundige geeft daarmee aan dat de ingevulde antwoorden een correcte weergave vormen van de feitelijke situatie bij de gemeente. Zoals in paragraaf 4.1 is aangegeven legt de deskundige ter onderbouwing van deze verklaring een onderzoeksdossier aan waarin wordt bijgehouden op basis van welke gegevensbronnen (b.v. gespreksverslagen, eigen waarnemingen, rapporten en andere documenten) hoe de deskundige tot de bevindingen is gekomen.

Deze verklaring (het modelformulier C14) is te downloaden vanaf de website van BPR.

5.2. De burgemeester stuurt de onderzoeksresultaten aan BPR

De burgemeester stuurt de verklaring(en) van de deskundige naar BPR. Hiervoor biedt het Agentschap BPR een standaard aanbiedingsbrief aan. Deze aanbiedingsbrief (het modelformulier C13) is ook te downloaden vanaf de site van BPR.

Vragenlijst onderzoek beveiligingsmaatregelen reisdocumentuitgifte

Inleiding

De vragenlijst voor het driejaarlijks onderzoek Reisdocumenten wordt door alle gemeenten (en deelgemeenten) ingevuld en verstuurd aan Agentschap Basisadministratie Persoonsgegeven en Reisdocumenten (BPR) van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Dit onderzoek wordt uitgevoerd conform artikel 94 van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001 (PUN 2001).

Het onderzoek heeft tot doel:

  • 1. Het onderzoek geeft de stand van zaken weer over de kwaliteit van de beveiliging en het beveiligingsbewustzijn en is daarmee tevens een prikkel voor verdere verbetering

  • 2. Inzicht te verschaffen in de verhoging van het beveiligingsniveau bij gemeenten ten opzichte van voorgaande onderzoeken.

  • 3. De minister van informatie te voorzien over de beveiliging van het reisdocumentenstelsel op gemeentelijk niveau.

Het onderzoek moet worden uitgevoerd voor elke locatie waar reisdocumenten worden uitgegeven. Dit betekent dat de vragenlijst voor elke uitgiftelocatie moet worden ingevuld. De vragenlijst moet altijd vanuit het perspectief van de eigen locatie worden ingevuld. Daar waar ’gemeente’ staat kan en moet vaak ook ‘uitgiftelocatie’ worden gelezen. Voor de duidelijkheid van de vraagstelling wordt bij een enkele vraag specifiek ‘uitgiftelocatie’ genoemd.

De vragenlijst moet elektronisch worden ingevuld.

De vragenlijst is zodanig opgesteld dat:

  • Het invullen zo min mogelijk inspanning vergt. Het is een ‘logisch vervolg’ op eerdere activiteiten binnen de gemeente, bijvoorbeeld het invullen van BeveiligingsNet (het door het Agentschap BPR beschikbaar gestelde hulpmiddel) en het ontwikkelen van een beveiligingsplan.

  • De informatie van de gemeente aan het Agentschap BPR doorgegeven kan worden.

In de vragenlijst treft u een aantal vragen aan die u zult herkennen uit BeveiligingsNet. Deze kunt u invullen op basis van eerdere antwoorden, uit de meest recente versie tenzij nadrukkelijk anders gevraagd.

1. Algemene vragen

Gegevens gemeente

1.1

Naam uitgiftelocatie

 
 

Gemeentecode

 
 

Locatiecode

 
 

Aantal fte voor het reisdocumentenproces op deze locatie

 

1.2

Aantal inwoners gemeente (peildatum 1 januari 2010)

 
Gegevens contactpersoon reisdocumenten van de gemeente

1.3

Naam contactpersoon binnen de gemeente voor reisdocumenten

 
 

Functie

 
 

Telefoonnummer

 
 

E-mail

 
Gegevens uitvoerder van dit onderzoek

1.4

Naam uitvoerder onderzoek Reisdocumenten

 
 

Organisatie

 
 

Functie

 
 

Telefoonnummer

 
 

E-mail

 

1.5

Is de uitvoerder van dit onderzoek een interne of een externe persoon?

□ Intern (ga naar 2.1)

□ Extern

1.6

Waarom is dit onderzoek door een externe uitgevoerd?

□ De gemeente heeft geen interne accountantsdienst

□ De gemeente heeft geen deskundige die niet betrokken is geweest bij het systeem van beveiliging van het reisdocumentenstelsel

□ De gemeente heeft gekozen voor uitwisseling met een andere gemeente in het kader van kennisuitwisseling

□ Anders, namelijk: …

2. Vragen over BeveiligingsNet (het door het Agentschap BPR beschikbaar gestelde hulpmiddel) en het onderzoek reisdocumenten

In het eerste deel van de vragenlijst stellen we enkele vragen over BeveiligingsNet en het voorliggende onderzoek.

BeveiligingsNet

2.1

Heeft de gemeente in de jaren 2008, 2009 en 2010 de beveiliging rondom de reisdocumenten onderzocht aan de hand van BeveiligingsNet?

□ Ja (ga naar 2.6)

□ Nee

2.2

Wat waren redenen voor het niet uitvoeren van de beveiliging rondom de reisdocumenten aan de hand van BeveiligingsNet in de afgelopen jaren?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ Geen prioriteit

□ Geen tijd

□ Geen personele capaciteit

□ De vragenlijst is te omvangrijk

□ Ontbreken van kennis van zaken

□ Niet op de hoogte van de noodzaak van BeveiligingsNet

□ (ICT-)Technische problemen

□ Anders, namelijk.....

2.3

Is de burgemeester op de hoogte van het feit dat de gemeente één of meerdere jaren BeveiligingsNet niet heeft ingevuld?

□ Ja

□ Nee (ga naar 2.5)

2.4

Waaruit blijkt dat de burgemeester op de hoogte is van het feit dat de gemeente één of meerdere jaren BeveiligingsNet niet heeft ingevuld?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ Notulen van het periodiek overleg tussen beveiligingsfunctionaris en burgemeester

□ Notitie/memo/e-mail aan de burgemeester

□ De burgemeester is mondeling op de hoogte gebracht

□ Anders, namelijk......

2.5

In welke jaren is de beveiliging rondom de reisdocumenten onderzocht aan de hand van BeveiligingsNet?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ 2008

□ 2009

□ 2010

□ Geen van alle

2.6

Welke procesmatige activiteiten zijn in 2010 in de gemeente ondernomen op het gebied van de beveiliging van de reisdocumenten?

(meerdere antwoorden mogelijk)

Specifiek wordt gevraagd naar de activiteiten in 2010. BPR legt bij deze vraag een relatie met de resultaten van BeveiligingsNet. Een beperkt aantal activiteiten in 2010 zou dus kunnen, omdat – blijkens de lacunes uit BeveiligingsNet – de beveiliging bij de gemeente al op niveau was (bijvoorbeeld door veel activiteit in eerdere jaren).

□ Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden

□ Vaststellen beveiligingsplan door gemeentebestuur

□ Instellen van beveiligingsadviescommissie

□ Opstellen/aanpassen functiebeschrijving hoofd Burgerzaken/Publiekszaken

□ Opstellen/aanpassen functiebeschrijving beveiligingsfunctionaris

□ Anders, namelijk......

□ Beveiligingsbeleid/-plan, communicatie en onderzoek

□ Schrijven/aanpassen beveiligingsplan

□ Opnemen functiescheiding in beveiligingsplan

□ Opnemen procedures beveiliging

□ Plaatsen beveiliging op agenda werkoverleg

□ Anders, namelijk.....

□ Organisatorische maatregelen en autorisaties

□ Uitvoeren antecedentenonderzoek bij nieuwe medewerkers

□ Opstellen/aanpassen introductie-informatie voor nieuwe medewerkers

□ Opstellen/aanpassen instructie-informatie aan medewerkers

□ Herijken en bijstellen autorisaties binnen de ICT-voorzieningen

□ Herbeoordelen en aanpassen functiescheiding

□ Organiseren of bijstellen opvang en ondersteuning van medewerkers in risicofuncties

□ Herijken en bijstellen afspraken met politie over ondersteuning

□ Verbeteren van de veiligheid op decentrale uitgiftelocaties in de gemeente

□ Geen activiteiten (ga naar 3)

□ Anders, namelijk

2.7

Heeft de gemeente hiervoor een actieplan opgesteld?

□ Ja

□ Nee (ga naar 3)

2.8

Wat is de datum van dit actieplan?

Dd-mm-jjjj

2.9

Wanneer is dit plan goedgekeurd door de burgemeester of diens gemandateerde?

□ Dd-mm-jjjj (invullen)

□ Plan is (nog) niet goedgekeurd

3. Lacunes en beveiligingsinspanning

Hierbij vragen wij u naar de resultaten van het BeveiligingsNet van de afgelopen jaren:

Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden
 

2008

2009

2010

Lacunes

     

Beveiligingsinspanning

%

%

%

Beveiligingsbeleid/-plan, communicatie en onderzoek
 

2008

2009

2010

Lacunes

     

Beveiligingsinspanning

%

%

%

Organisatorische maatregelen en autorisaties
 

2008

2009

2010

Lacunes

     

Beveiligingsinspanning

%

%

%

Bouwkundige en elektrotechnische voorzieningen
 

2008

2009

2010

Lacunes

     

Beveiligingsinspanning

%

%

%

ICT-beveiliging
 

2008

2009

2010

Lacunes

     

Beveiligingsinspanning

%

%

%

Identiteitsverificatie
 

2008

2009

2010

Lacunes

     

Beveiligingsinspanning

%

%

%

Beslissing op de aanvraag
 

2008

2009

2010

Lacunes

     

Beveiligingsinspanning

%

%

%

Ontvangst, uitreiken en onttrekking van reisdocumenten
 

2008

2009

2010

Lacunes

     

Beveiligingsinspanning

%

%

%

Beheer en administratie van reisdocumenten, formulieren en materialen
 

2008

2009

2010

Lacunes

     

Beveiligingsinspanning

%

%

%

4. Taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden

Deze vragen gaan over de betrokkenheid van verschillende functionarissen binnen de gemeente bij de beveiliging van het reisdocumentenproces. Wanneer gesproken wordt over leidinggevende/manager reisdocumentenproces, dan gaat het over degene die hier uitvoerend verantwoordelijk voor is (bijvoorbeeld het hoofd Burgerzaken/Publiekszaken, hoofd Publiekszaken, manager Front-office).

Leidinggevende/manager reisdocumentproces

4.0

Is er op deze uitgiftelocatie een eigen leidinggevende?

□ Ja

□ Nee, wij zijn een uitgiftelocatie zonder eigen leidinggevende (ga naar 4.2)

4.1

Waaruit blijkt dat de leidinggevende van het reisdocumentenproces in 2010 actief is geweest op het terrein van de beveiliging rondom reisdocumenten?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ Beveiliging vormt een vast agendapunt op het werkoverleg

□ De leidinggevende rapporteert periodiek aan burgemeester/college over de stand van zaken met betrekking tot de beveiliging

□ De leidinggevende neemt deel aan het overleg tussen beveiligingsfunctionaris en burgemeester

□ Beveiliging vormt geen vast agendapunt, maar wordt wel regelmatig besproken

□ Dit is niet aantoonbaar

□ Anders, namelijk

Beveiligingsfunctionaris

4.2

Heeft de gemeente een beveiligingsfunctionaris aangesteld voor het beheer en toezicht op de naleving van de beveiligingsprocedures?

(één antwoord mogelijk)

□ Wij zijn een uitgiftelocatie zonder eigen beveiligingsfunctionaris (ga naar 4.8)

□ Er isop dit moment geen beveiligingsfunctionaris aangesteld → naar vraag 4.3

□ Ja → naar vraag 4.3a

4.3

Om welke reden(en) heeft de gemeente op dit moment geen beveiligingsfunctionaris aangesteld?

(meerdere antwoorden mogelijk)

Ga indien geen beveiligingsfunctionaris is aangesteld door naar vraag 4.8

□ Er is geen medewerker met de juiste specifieke deskundigheden

□ Het opleidingstraject voor deze functionaris is nog niet afgerond

□ De gemeente is te klein, de functie is niet te scheiden van andere activiteiten i.h.k.v. de reisdocumenten (artikel 93, tiende lid, PUN 2001)

□ Door personeelsverloop is deze functie momenteel vacant

□ De gemeente heeft er geen prioriteit aan gegeven

□ Anders, namelijk....................

4.3a

Gegevens beveiligingsfunctionaris

Naam functionaris

 
 

Naam organisatie

 
 

Functie

 
 

Telefoonnummer

 
 

E-mailadres

 

4.4

Welke van de volgende onderwerpen zijn in de functieomschrijving van de beveiligingsfunctionaris opgenomen?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ Specifieke beveiligingstaken:

□ Beveiligingsbeleid en -plan

□ Controle op naleving beveiliging in de praktijk

□ Bevoegdheden richting leidinggevende en afdeling Burgerzaken/Publiekszaken

□ Corrigeren n.a.v. controle

□ Voorschrijven verbeteringen

□ Verantwoordelijkheden:

□ Rapportage aan burgemeester of gemandateerde

□ Het (laten) verrichten van onderzoek bij incidenten

□ Beveiligingsbudget

□ De specifieke taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn (nog) niet opgenomen in de functieomschrijving

□ Anders, namelijk.........

     

4.5

Elke week

Elke maand

Elk kwartaal

Eens per half jaar

Eens per jaar

Ad hoc

Nooit

Anders

Hoe vaak voert de beveiligingsfunctionaris overleg met de verantwoordelijk leidinggevende over de beveiliging van het reisdocumentenproces?

               

Met welke frequentie vindt overleg plaats tussen de beveiligingsfunctionaris en de burgemeester of gemandateerde?

               

Hoe vaak rapporteert de beveiligingsfunctionaris schriftelijk aan de burgemeester of gemandateerde?

               

4.6

Welke functionaris(sen) is/zijn, naast de beveiligingsfunctionaris en de burgemeester of diens gemandateerde, nog meer betrokken bij het overleg tussen deze twee?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ De verantwoordelijk leidinggevende

□ Intern controleur

□ Accountant

□ Verder zijn geen personen betrokken bij dit overleg

□ Dit overleg vindt niet plaats

□ Anders, namelijk

4.7

Welke mogelijkheden staan de beveiligingsfunctionaris ter beschikking om zijn taken goed te kunnen vervullen?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ Vrijheid om onafhankelijk te opereren

□ Bevoegdheid om zelfstandig beslissingen te kunnen nemen die de beveiliging kunnen verbeteren

□ Een directe afstemming met de burgemeester of diens gemandateerde

□ Voldoende tijd

□ Budget voor bouwkundige zaken

□ Budget voor instructie, informatieoverdracht e.d.

□ Geen mogelijkheden

□ Anders, namelijk.........

Autorisatiebevoegden RAAS

4.8

Hoeveel IAR kaarten heeft uw uitgiftelocatie uitgesplitst naar:

 
 

Autorisatiebevoegden?

..

 

Overige gebruikers?

..

5. Het beveiligingsplan

Deze vragen gaan over het beveiligingsplan (artikel 93 PUN 2001). Doel is om vast te stellen of de gemeente over een beveiligingsplan beschikt, hoe dat plan in elkaar steekt en of werking in de praktijk wordt gevolgd.

Bestaan

5.1

Wanneer is binnen de gemeente het laatste op schrift gesteld plan voor de beveiliging van reisdocumenten opgesteld (beveiligingsplan)?

□ dd-mm-jjjj (invullen)

□ Wij zijn een uitgiftelocatie zonder eigen beveiligingsplan (ga naar 6.1)

□ Er is geen beveiligingsplan opgesteld (door naar vraag 6.1)

5.2

Op welke manier zijn de medewerkers van de afdeling Burgerzaken/Publiekszaken op de hoogte gebracht. Hoe wordt aandacht besteed aan (de inhoud van) het beveiligingsplan en de bijbehorende procedures?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ In werkoverleg / mondelinge instructie

□ Schriftelijke instructies

□ Uitreiken van procedures en het beveiligingsplan

□ Organiseren periodieke trainings- en instructiebijeenkomsten

□ De procedures / beveiligingsplan zijn opgenomen in het introductieprogramma voor nieuwe medewerkers

□ Op basis van incidenten.

□ Ad hoc

□ Dit wordt niet voldoende gedaan

□ Anders, namelijk....

5.3

Vóór 2001

Tussen 2001 en 2008

2008

2009

2010

Niet

Wanneer is het beveiligingsplan voor het laatst goedgekeurd door het college van B&W?

           

Wanneer is het beveiligingsplan voor het laatst geëvalueerd?

           

Wanneer is het beveiligingsplan voor het laatst geactualiseerd?

           
Opzet

5.4

Welke van de in de PUN 2001 artikel 93 lid 1a t/m d genoemde elementen zijn in dit laatste plan schriftelijk vastgelegd?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ Maatregelen inzake de ontvangst, het transport, de bewaring en het beheer van:

□ de van de leverancier ontvangen reisdocumenten

□ de ingehouden reisdocumenten

□ de bijschrijvingsstickers

□ de apparatuur

□ de programmatuur

□ de documentatie

□ de overige materialen

□ De verantwoordelijkheden van de beveiligingsfunctionaris als bedoeld in artikel 93, achtste lid, van de PUN 2001

□ De functiescheiding tussen het verstrekken, het beheren en het uitreiken van reisdocumenten en bijschrijvingsstickers betrokken functionarissen

□ De beveiliging van het aanvraagsysteem reisdocumenten, onder meer gericht op het voorkomen van onbevoegde toegang of gebruik van gegevens die in het systeem of tot het systeem behorende opslagmedia zijn opgenomen.

Werking

5.5

Op welke wijze wordt in de gemeente de uitvoering van het beveiligingsplan in de praktijk gewaarborgd?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ Minimaal vier maal per jaar wordt aandacht besteed aan het beveiligingsplan in het werkoverleg.

□ Minder dan vier maal per jaar wordt aandacht besteed aan het beveiligingsplan in het werkoverleg.

□ Uitvoeren (steekproef)controles

□ Bijstellingen aan het beveiligingsplan worden aan alle betrokkenen gecommuniceerd

□ De uitvoering van het plan wordt in de praktijk niet voldoende gewaarborgd

□ Anders, namelijk......

5.6

Wat wordt er binnen de gemeente met de resultaten van de controle op uitvoering van het beveiligingsplan gedaan?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ Resultaten worden teruggekoppeld aan de medewerkers.

□ Over de resultaten wordt gerapporteerd aan de burgemeester of diens gemandateerde.

□ Aanpassen van het beveiligingsplan aan de bevindingen.

□ Opstellen verbeterplan.

□ Er wordt niets met de resultaten gedaan.

□ Er vinden geen controles plaats

□ Anders, namelijk....

6. Interne informatieoverdracht (intern overleg)

Deze vragen gaan over de overdracht van informatie over beveiliging binnen de gemeente. Doel is vast te stellen welke vormen van overleg worden gebruikt, hoe men die vormen van overleg inhoud geeft en op welke wijze men controleert of het overleg haar doel bereikt.

Bestaan

6.1

Komt het onderwerp beveiliging voor op de agenda van een overleg?

□ Ja (ga naar 6.3)

□ Nee

6.2

Het onderwerp beveiliging komt op geen enkele agenda voor. Wat is/zijn hiervan de reden(en)?

(meerdere antwoorden mogelijk)

(Ga naar 6.5)

□ Beveiliging heeft geen prioriteit binnen de gemeente

□ Beveiliging is een zelfstandige verantwoordelijkheid van de beveiligingsfunctionaris en de burgemeester of gemandateerde

□ Er is gebrek aan (inhoudelijke) kennis

□ Er is gebrek aan besef

□ Anders, namelijk...

6.3

In welke vormen van overleg komt het onderwerp beveiliging voor op de agenda?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ Werkoverleg van de afdeling Burgerzaken/Publiekszaken

□ Overleg tussen beveiligingsfunctionaris en de verantwoordelijk leidinggevende

□ Overleg tussen beveiligingsfunctionaris en burgemeester of diens gemandateerde

□ Overleg tussen verantwoordelijk leidinggevende en burgemeester of gemandateerde

□ Managementteam van de gemeente

□ Collegevergadering

□ Adviescommissie

□ Sectorenoverleg

□ Overleg met de gemeentesecretaris

□ Werkgroep/commissie/projectgroep beveiliging

□ Anders, namelijk...

Opzet

6.4

Hoe vaak staat het onderwerp beveiliging op de agenda van het werkoverleg van de afdeling Burgerzaken/Publiekszaken?

□ Minimaal eens per maand

□ Elk kwartaal

□ Elk halfjaar

□ Elk jaar

□ Ad hoc

□ Anders, namelijk........

Werking

6.5

Hoe wordt binnen de gemeente gewaarborgd dat de overdracht van informatie aan medewerkers van de afdeling Burgerzaken/Publiekszaken in de praktijk leidt tot de gewenste resultaten?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ De beveiligingsfunctionaris controleert periodiek de kennis van de medewerkers

□ De beveiligingsfunctionaris voert controles in de praktijk uit

□ De beveiligingsfunctionaris organiseert minimaal één maal per jaar een instructiebijeenkomst voor medewerkers

□ Het wordt regelmatig (minstens elk kwartaal) besproken in het werkoverleg van de afdeling Burgerzaken/Publiekszaken

□ Er vindt geen waarborging plaats

□ Anders, namelijk...

7. Vragen over procedures

Deze vragen gaan over de vastlegging van de werkwijze van de beveiliging en de procedures rond de reisdocumenten. Doel is vast te stellen welke procedures zijn vastgelegd, hoe die vastlegging is opgesteld en hoe de gemeente controleert of de vastgelegde procedures ook in de praktijk worden nageleefd.

Bestaan

7.0

Heeft uw uitgiftelocatie procedures inzake de beveiliging van reisdocumenten schriftelijk vastgelegd?

□ Ja, wij hebben eigen procedures

□ Ja, wij maken gebruik van procedures van een andere locatie (ga naar 7.9)

□ Nee, wij hebben geen schriftelijk vastgelegde procedures (ga naar 7.9)

7.1

Welke procedures inzake de beveiliging van reisdocumenten zijn schriftelijk vastgelegd?

(zie bijlage 9 van BeveiligingsNet)

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ Procedures voor het beheer van reisdocumenten

□ Voorraadbeheer en inventarisatie voorraden

□ Formulier dagomzet (dagstaat)

□ Wat te doen bij afwijkingen in voorraden

□ Vernietigen van aanvraagformulieren

□ Vernietiging van reisdocumenten

□ De procedures voor de werkwijze aan het loket

□ Verificatie van de identiteit van de aanvrager (bij aanvraag en uitreiken)

□ Identificerende vragen

□ Controle op ingeleverde documenten

□ Hoe te handelen bij agressief gedrag van publiek

□ Hoe te handelen in geval van een overval

□ Onttrekking van reisdocumenten

□ De procedures op het gebied van personeel en organisatie

□ Antecedentenonderzoek van nieuwe medewerkers

□ Introductie van nieuwe medewerkers

□ Afspraken over inzet van andere afdelingen

□ Procedure van periodiek onderzoek naar effectiviteit/doelmatigheid van de beveiliging

7.2

Wanneer zijn de volgende procedures voor het laatst geactualiseerd?

Vóór 2001

Tussen 2001 en 2008

2008

2009

2010

Niet geactualiseerd

Niet beschreven

Het beheer van reisdocumenten

             

De werkwijze aan het loket

             

Procedures op het gebied van personeel en organisatie

             

Periodiek onderzoek naar effectiviteit/doelmatigheid van de beveiliging

             
Opzet

7.3

Door wie zijn de procedures rondom de beveiliging van het reisdocumentenproces opgesteld/gewijzigd?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ Door medewerkers van de afdeling Burgerzaken/Publiekszaken

□ Door de verantwoordelijk manager

□ Door de beveiligingsfunctionaris

□ Door de accountant

□ Door een extern adviseur

□ Anders, namelijk door...

7.4

Door wie zijn de opgestelde procedures gecontroleerd?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ De intern controleur

□ Door de accountant

□ Door een extern adviseur

□ Door een andere gemeente

□ Door de leidinggevende/een medewerker van Burgerzaken/Publiekszaken

□ De procedures zijn niet gecontroleerd

□ Anders, namelijk door...

Werking

7.5

Zijn de procedures het afgelopen jaar (gedeeltelijk) gecontroleerd op uitvoering ervan in de praktijk?

□ Ja

□ Nee (ga naar 7.10)

7.6

Welke van deze procedures zijn het afgelopen jaar gecontroleerd op de uitvoering in de praktijk?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ Procedures voor het beheer van reisdocumenten

□ De procedures voor de werkwijze aan het loket

□ De procedures op het gebied van personeel en organisatie

□ Procedure van periodiek onderzoek naar effectiviteit/doelmatigheid van de beveiliging

7.7

Door wie zijn deze controles uitgevoerd?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ Door medewerkers/ leidinggevende van de afdeling

□ Door de beveiligingsfunctionaris

□ Door de afdeling Interne Controle

□ Door een extern controleur

□ Anders, namelijk door...

7.8

Wat heeft de gemeente met de resultaten van deze controles gedaan?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ Resultaten zijn verwerkt in een rapportage

□ Resultaten zijn besproken met de medewerkers

□ Resultaten zijn besproken met de burgemeester of gemandateerde

□ Een actieplan is opgesteld

□ De resultaten zijn verwerkt in procedures, werkinstructies en/of het beveiligingsplan

□ Met de resultaten is niets gedaan

□ Anders, namelijk...

Incidentafhandeling

7.9

Is in de gemeente een analyse uitgevoerd van mogelijke risico’s voor de beveiliging van het reisdocumentenproces?

□ Ja

□ Nee

7.10

Hoe vaak hebben de volgende incidenten zich sinds het vorige onderzoek reisdocumenten voorgedaan die aanleiding waren om actie te ondernemen?

(aantal per incidentsoort aangeven)

□ Inbraak (met of zonder diefstal)

□ Diefstal

□ Diefstal met geweld (overval)

□ Bedreiging, verbaal en/of fysiek geweld

□ Onbevoegde aanwezigheid

□ Uitlekken van gevoelige informatie

□ Fraude zonder medewerking (intern)

□ Fraude onder druk (door klant)

□ Interne fraude (door medewerker)

□ Poging tot identiteitsfraude (look alike) tijdens aanvraagproces

□ Geconstateerde identiteitsfraude na het aanvraagproces

□ Vermissing van reisdocumenten

□ Brand/natuurrampen

□ Vandalisme

□ Geen van alle

7.11

Sinds wanneer beschikt de gemeente over een schriftelijke procedure waarin beschreven is hoe melding gemaakt moet worden van incidenten?

□ Sinds dd-mm-jjjj

□ Een dergelijke procedure is er niet

7.12

Op welke wijze waarborgt de gemeente dat medewerkers bij incidenten handelen volgens de afspraken?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ Medewerkers volgen een cursus ‘omgaan met agressie’

□ Medewerkers worden periodiek getraind

□ Periodiek worden de procedures in het werkoverleg besproken

□ Er wordt niet gewaarborgd dat medewerkers bij incidenten handelen conform de afspraken

□ Anders, namelijk.....

Vragen over functiescheiding

Bestaan

8.1

Hoeveel functionarissen zijn altijd (minimaal) betrokken bij de afhandeling van het gehele aanvraagproces (verstrekken – beheren – uitreiken)?

(met uitzondering van gevallen genoemd in artikel 93, derde lid, van de PUN 2001)

□ 1

□ 2

□ 3

□ meer dan 3

Opzet

8.2

Aan welke van de volgende eisen die de PUN 2001 voorschrijft voor elementen van functiescheiding kan in de gemeente worden voldaan?

(één antwoord mogelijk)

□ Functiescheiding tussen alle drie de functies (verstrekking, beheer en uitreiking)

□ Functiescheiding tussen verstrekking en beheer

□ Functiescheiding tussen verstrekking en uitreiking

□ Functiescheiding tussen beheer en uitreiking

□ Geen functiescheiding (ga naar 9.1)

8.3

Waaruit blijkt dat in de gemeente rekening wordt gehouden met functiescheiding?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ De werking van de functiescheiding is beschreven in de procedures

□ Het gebruikte automatiseringssysteem is zo ingericht dat functiescheiding wordt afgedwongen

□ De beveiligingsfunctionaris signaleert afwijkingen

□ De gemeente beschikt over een controleprogramma waarmee de werking van de functiescheiding periodiek wordt gecontroleerd

□ Uit de gehanteerde roosters en parafen

□ Anders, namelijk....

Werking

8.4

Hoe wordt de noodzakelijke functiescheiding gewaarborgd?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ Functiescheiding wordt periodiek aan de medewerkers geïnstrueerd

□ Het gebruikte automatiseringssysteem dwingt dit af of signaleert afwijkingen

□ Afwijkingen worden door de afdeling gerapporteerd aan de beveiligingsfunctionaris

□ Het automatiseringssysteem wordt gecontroleerd op afwijkingen

□ Steekproefsgewijze controle

□ Controle op de (correcte) naleving van het werkrooster en de parafering

□ Door beperkte autorisaties voor medewerkers

□ Dit wordt niet gewaarborgd

□ Anders, namelijk...

8.5

Controleert de gemeente de noodzakelijke functiescheiding?

□ Ja

□ Nee (ga door naar 9.1)

8.6

Op welke wijze controleert de gemeente de noodzakelijke functiescheiding?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ Aan de hand van een steekproef

□ Rapportage door de afdeling

□ Interne controle

□ Bestandscontrole

□ Anders, namelijk…

8.7

Wie controleert de functiescheiding? (meerdere antwoorden mogelijk)

□ Medewerker IC

□ Beveiligingsfunctionaris

□ Hoofd Burgerzaken/Publiekszaken

□ Afdeling zelf (coördinator / medewerkers Backoffice)

□ Anders, namelijk.....

8.8

Welke actie(s) worden ondernomen naar aanleiding van de resultaten van de controles op de functiescheiding?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ Terugkoppelen resultaten aan de afdeling Burgerzaken/Publiekszaken

□ Bespreken resultaten met de verantwoordelijk leidinggevende

□ Opstellen rapportage

□ Rapporteren aan de burgemeester of diens gemandateerde

□ Opstellen actieplan ter verbetering van de functiescheiding

□ Terugkoppeling van het resultaat aan de belanghebbende(n)

□ Geen actie

□ Anders, namelijk...

Beveiliging

Deze vragen gaan over bouwkundige en elektrotechnische voorzieningen en ICT-beveiliging.

Bestaan

9.1

Welke bouwkundige of elektrotechnische voorzieningen zijn binnen de gemeente getroffen?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ Inbraakwerende voorzieningen op de afdeling

□ Inbraakvertragende en brandwerende voorzieningen op de afdeling

□ Inbraaksignalerende voorzieningen

□ Afspraken met de alarmcentrale

□ Alarmopvolging

□ Interne alarmknoppen

□ Een kluis

□ Geen van alle

□ Anders, namelijk...

9.1a

Zijn de informatiesystemen t.b.v. de Reisdocumenten en de GBA (Reisdocumentenmodule) ondergebracht in een geïsoleerd netwerksegment dat minimaal voldoet aan de volgende twee eisen:

1. Vanuit het geïsoleerde netwerksegment is het op geen enkele wijze mogelijk om verbinding met het internet te maken;

2. Het is onmogelijk verbinding te maken met deze systemen vanaf werkplekken of vanuit andere informatiesystemen die niet behoren tot de groep Reisdocumenten en GBA.

□ Ja

□ Nee

9.1b

Is de toegang tot het geïsoleerde netwerksegment en de informatiesystemen t.b.v. Reisdocumenten en GBA geborgd door een autorisatieproces die minimaal voldoet aan de volgende twee eisen:

1. Er is een toegangsregistratie per informatiesysteem aanwezig die herleidbaar is tot natuurlijke personen.

2. Het autorisatieproces is beschreven en wordt door een proceseigenaar gecontroleerd op naleving.

□ Ja

□ Nee

9.2

Kan de gemeente voor wat betreft de getroffen voorzieningen voldoen aan de in de PUN 2001 gestelde eisen voor bouwkundige en elektrotechnische voorzieningen?

□ Ja (ga naar 9.4)

□ Nee

9.3

Om welke reden(en) kan de gemeente niet voldoen aan één van de gestelde eisen voor bouwkundige of elektrotechnische voorzieningen?

(meerdere antwoorden mogelijk).

□ Het gemeentehuis is moeilijk aan te passen aan de gestelde eisen

□ Er is geen budget om de vereiste aanpassingen te realiseren

□ Anders, namelijk...

Opzet

9.4

Voor welke van de volgende voorzieningen zijn in de gemeente afspraken gemaakt met de medewerkers van de afdeling Burgerzaken/Publiekszaken?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ Het sluiten en gesloten houden van de kluis tijdens openingstijden

□ Het gebruik van de geautoriseerde toegang tot de afdeling

□ Het opbergen van documenten tijdens de openstelling op een afsluitbare plek

□ Geen van deze afspraken zijn gemaakt

Werking

9.5

Hoe worden gemaakte afspraken met de medewerkers over de verschillende voorzieningen gewaarborgd?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ Beschreven in procedures

□ Instructie aan medewerkers (mondeling en/of schriftelijk)

□ Systeem signaleert afwijkingen

□ Dit wordt niet gewaarborgd

□ Anders, namelijk...

9.6

Op welke wijze controleert de gemeente de gemaakte afspraken met de medewerkers over de verschillende voorzieningen?

(meerdere antwoorden mogelijk)

□ Steekproef

□ Rapportage door de afdeling

□ Interne controle

□ Bestandscontrole

□ Dit wordt niet gecontroleerd

□ Anders, namelijk

9.7

Controleert de gemeente periodiek de staat en het onderhoud van de bouwkundige of elektrotechnische voorzieningen?

□ Ja

□ Nee (ga naar 10.1)

□ Niet bekend bij Burgerzaken/Publiekszaken

9.8

Is er buiten BeveiligingsNet een controleprogramma (of -plan) voor controle van de staat en het onderhoud van de bouwkundige of elektrotechnische voorzieningen?

□ Ja

□ Nee

□ Niet bekend bij Burgerzaken/Publiekszaken

Opmerkingen over het Onderzoek reisdocumenten 2010
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Tot slot

Hartelijk dank voor het invullen van de vragenlijst.

Heeft u vragen over het onderzoek, kijk dan op www.bprbzk.nl of neem contact op met het Agentschap BPR van het Ministerie van BZK, telefoonnummer 088-9001000 of stel uw vraag per e-mail naar Agentschap@bprbzk.nl.

Bijlage

Aanleggen van een onderzoeksdossier

Om de steekproef uit te kunnen voeren is het noodzakelijk dat iedere gemeente voor de uitvoering van het onderzoek reisdocumenten een onderzoeksdossier aanlegt. Dit onderzoeksdossier moet om de volgende reden worden aangelegd:

  • 1. De gemeente kan hiermee aantonen dat beveiligingsmaatregelen zijn genomen. Er is ‘bewijs’ aanwezig.

  • 2. Het Agentschap BPR zal zich voor de uitvoering van de steekproef mede baseren op de documenten die ten grondslag liggen aan de beantwoording van de vragenlijst.

De gemeente moet zich voor de uitvoering van het onderzoek reisdocumenten baseren op schriftelijke documenten en moet deze documenten in het onderzoeksdossier voegen, tenzij er sprake is van mondelinge informatieoverdracht. In dat geval kan er geen document worden opgenomen in het onderzoeksdossier.

Een paar voorbeelden.
 

Vraag 2.3. vraagt of de burgemeester op de hoogte is van het feit dat één of meerdere jaren BeveiligingsNet niet is uitgevoerd. Als dit mondeling is medegedeeld kan hiervan geen document in het onderzoeksdossier worden gevoegd.

 

Vraag 4.1. vraagt waaruit blijkt dat de leidinggevende van het reisdocumentenproces in 2010 actief is geweest op het terrein van de beveiliging rondom reisdocumenten. Als u aangeeft dat beveiliging een vast agendapunt vormt op het werkoverleg, dan moet u een kopie van de agenda’s bij het onderzoeksdossier voegen.

 

Vraag 7.6 vraagt welke van deze procedures het afgelopen jaar gecontroleerd zijn op de uitvoering ervan in de praktijk. Als er procedures zijn gecontroleerd dan moet u het verslag van de controle in het onderzoeksdossier voegen.

In deze bijlage wordt een opsomming gegeven van documenten die de gemeente kan raadplegen voor de uitvoering van het onderzoek reisdocumenten. Baseert de gemeente zich op deze documenten dan moet een kopie van deze documenten in het onderzoeksdossier bewaard worden. Heeft de gemeente zich gebaseerd op andere documenten dan genoemd, dan moet een kopie van deze documenten in het onderzoeksdossier worden gevoegd.

Voor de beantwoording van de vragen van het onderzoek reisdocumenten kan meerdere keren gebruik worden gemaakt van dezelfde documenten.

De volgende documenten kunnen gebruikt worden voor de beantwoording van de vragen van het onderzoek reisdocumenten:

  • 1. Het beveiligingsplan met het besluit van de burgemeester of het college tot vaststelling.

  • 2. De procedures voor zover deze niet in het beveiligingsplan zijn opgenomen.

  • 3. Uitgevoerde risicoanalyse

  • 4. Agenda’s en/of verslagen van het werkoverleg.

  • 5. De uitkomsten van BeveiligingsNet.

  • 6. Introductie-informatie voor nieuwe medewerkers en het document waaruit blijkt wanneer deze introductie-informatie is vastgesteld.

  • 7. Instructie-informatie om de huidige medewerkers op de hoogte te houden en het document waaruit blijkt wanneer deze instructie-informatie is vastgesteld.

  • 8. Als u ‘anders, namelijk….’ heeft ingevuld: het betreffende document waar u gebruik van heeft gemaakt voor de beantwoording van deze vraag.

  • 9. Alle memo’s, notulen of notities gericht aan de burgemeester.

  • 10. Rapportages van de beveiligingsfunctionaris aan het hoofd Burgerzaken/Publiekszaken.

  • 11. Rapportages van de beveiligingsfunctionaris aan de burgemeester.

  • 12. Rapportages van de afdeling aan de beveiligingsfunctionaris.

  • 13. Verslagen van het overleg tussen de beveiligingsfunctionaris en het hoofd Burgerzaken/Publiekszaken.

  • 14. Verslagen van het overleg tussen de beveiligingsfunctionaris en de burgemeester.

  • 15. Verslagen van het overleg tussen de beveiligingsfunctionaris, de burgemeester en het hoofd Burgerzaken/Publiekszaken.

  • 16. Verslagen van het managementteam, collegevergaderingen, vergaderingen adviescommissie of andere vormen van overleg betreffende de beveiliging van de reisdocumenten.

  • 17. Besluit tot het instellen van een beveiligingsadviescommissie

  • 18. Besluit tot aanwijzing van de beveiligingsfunctionaris.

  • 19. Functiebeschrijving beveiligingsfunctionaris.

  • 20. Controleprogramma waarmee de werking van de beveiliging periodiek wordt gecontroleerd

  • 21. Uitslagen of rapportages van de uitgevoerde controles

  • 22. Evaluatierapport van het beveiligingsplan.

  • 23. Verbeter/actieplan waarin staat hoe de voorgenomen wijzigingen en verbeteringen zullen worden uitgevoerd.

  • 24. Het document waaruit blijkt dat de burgemeester of het college het verbeter / actieplan heeft goedgekeurd.

  • 25. Proces-verbaal van de politie van opgetreden incidenten

  • 26. Rapportages van opgetreden incidenten

  • 27. Gedeelte van de applicatiebeschrijving van het automatiseringssysteem dat functiescheiding afdwingt

  • 28. Enig ander document dat aan de beantwoording van de vragen van het onderzoek reisdocumenten ten grondslag ligt.

Bijlage L. Fotomatrix

[Red: Ligt ter inzage bij het Agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.]
  • ^ [1]

    De ambtenaar geeft in het aanvraagformulier desgewenst de burgerlijke staat van de aanvrager aan. Afhankelijk van de ruimte op de houderpagina brengt de producent de uitgeschreven of afgekorte versie van de betreffende standaardclausule aan. Indien er niet genoeg ruimte is op de houderpagina wordt de tekst van de standaardclausule op een vervolgpagina aangebracht.

  • ^ [2]

    De ambtenaar geeft in het aanvraagformulier desgewenst de burgerlijke staat van de aanvrager aan. Afhankelijk van de ruimte op de houderpagina brengt de producent de uitgeschreven of afgekorte versie van de betreffende standaardclausule aan. Indien er niet genoeg ruimte is op de houderpagina wordt de tekst van de standaardclausule op een vervolgpagina aangebracht.