Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling tegemoetkoming duale opleidingstrajecten onderwijsfuncties BVE-sector 2001[Regeling vervallen per 31-12-2004.]

Geldend van 22-09-2001 t/m 30-12-2004

Regeling tegemoetkoming duale opleidingstrajecten onderwijsfuncties BVE-sector 2001

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

Gelet op artikel 4 van de Wet overige OCenW-subsidies,

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemeen [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 31-12-2004]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen;

  • b. wet: de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • c. bevoegd gezag: het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in de artikelen 1.3.1, 12.3.8 en 12.3.9 van de wet;

  • d. project: een samenhangend geheel van werkzaamheden gericht op het duaal opleiden van eigen onderwijspersoneel, bedoeld in artikel 2;

  • e. een onderwijskwalificatie voor het BVE-veld:

    • een bewijs van bekwaamheid als bedoeld in artikel 4.2.1, eerste lid, onderdeel b., ten eerste van de wet;

    • een bewijs van bekwaamheid als onderwijsassistent-BVE;

    • een bewijs van bekwaamheid als instructeur-BVE;

  • f. eigen onderwijspersoneel: door het bevoegd gezag als docent, onderwijsassistent of instructeur benoemd dan wel aangesteld personeel;

  • g. BVE Raad: de BVE Raad genoemd in de Kaderregeling subsidiëring BVE Raad;

  • h. de student-werknemer: het eigen onderwijspersoneelslid dat in het kader van een project een duale opleiding volgt;

  • i. tekortvakken: economische vakken, beroepsgerichte vakken in de techniek alsmede die vakken waarvan het bevoegd gezag aannemelijk maakt dat zij haar vacatures in die vakken moeilijk kan vervullen;

  • j. didactische cursus: een cursus gericht op het behalen van een bewijs van voldoende didactische bekwaamheid als bedoeld in de Regeling aanwijzing bewijzen van voldoende didactische bekwaamheid in de bve-sector;

  • k. loonverletkosten: de feitelijke loonkosten van het bevoegd gezag voor de student-werknemer voor het deel van de werktijd dat hij in het kader van een project is vrijgesteld om een opleiding te volgen.

Artikel 2. Doel omschrijving [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Doel van de regeling is het verstrekken van een tegemoetkoming in de kosten van het duaal opleiden van eigen onderwijspersoneel aan een bevoegd gezag.

  • 2 Van duaal opleiden van eigen onderwijspersoneel is, onverminderd het derde en vierde lid, sprake als eigen onderwijspersoneel, dat niet in het bezit is van enige onderwijskwalificatie voor het BVE-veld, in de gelegenheid wordt gesteld een opleiding te volgen teneinde een dergelijke kwalificatie te verkrijgen en daartoe voor een deel van de overeengekomen werktijd wordt vrijgesteld.

  • 3 In aanvulling op het tweede lid is van duaal opleiden eveneens sprake indien eigen onderwijspersoneel, dat anders dan op grond van artikel 4.2.1, derde lid, van de wet benoemd dan wel aangesteld kan worden als docent aan een instelling na uitsluitend het verkrijgen van een bewijs van voldoende didactische bekwaamheid, in de gelegenheid wordt gesteld een didactische cursus te volgen en daartoe voor een deel van de overeengekomen werktijd wordt vrijgesteld.

  • 4 In aanvulling op het tweede lid is van duaal opleiden van eigen onderwijspersoneel eveneens sprake indien eigen onderwijspersoneel dat benoemd is op grond van artikel 4.2.1, eerste lid, van de wet in de gelegenheid wordt gesteld een opleiding tot docent voor tekortvakken of tot docent NT2 dan wel een opleiding tot interne roc-coach/medeopleider te volgen en daartoe voor een deel van de overeengekomen werktijd wordt vrijgesteld.

Artikel 3. Subsidieplafond, criterium voor de verdeling en begrotingsvoorbehoud [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Voor de tegemoetkomingen die op grond van deze regeling worden verleend is maximaal een bedrag van ƒ 7.700.000,- € 3.494.108) beschikbaar.

  • 2 Indien het totaalbedrag van de aanvragen hoger is dan het beschikbare bedrag, verdeelt de minister het beschikbare bedrag in de volgorde van binnenkomst van de aanvragen, waarbij hij kan besluiten aanvragen voor een gedeelte te honoreren.

  • 3 Voor de toepassing van het tweede lid geldt als datum van binnenkomst van de aanvraag de datum waarop de aanvraag compleet is.

Artikel 4. Tegemoetkoming [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De tegemoetkoming bedoeld in artikel 2 bestaat uit:

    • de loonverletkosten tot een maximum van 8 uur per week,

    • een bedrag groot ƒ 5000,- € 2269) per cursusjaar als tegemoetkoming in de kosten van begeleiding en scholing van de studentwerknemer.

  • 2 De tegemoetkoming wordt voorzover deze bestaat uit loonverletkosten verleend voor de geplande duur van de opleiding.

  • 3

De geplande duur van de opleiding beslaat zoveel maanden als het bevoegd gezag meent dat de student-werknemer nodig heeft om de opleiding met goed gevolg af te ronden met dien verstande dat de periode waarop de aanvraag ziet op zijn vroegst 1 augustus 2000 aanvangt en uiterlijk 31 augustus 2002 eindigt.

Artikel 5. Nadere voorwaarden [Vervallen per 31-12-2004]

Het bevoegd gezag heeft slechts aanspraak op een tegemoetkoming indien:

  • a. de door de student-werknemer te volgen dan wel gevolgde opleiding naar het oordeel van de minister geschikt is om een onderwijskwalificatie voor het BVE-veld te verkrijgen.

  • b. de student-werknemer een aanvang heeft gemaakt met de opleiding dan wel een zodanige aanvang maakt in het tijdvak dat begint op 1 augustus 2000 en eindigt op 31 december 2001.

Artikel 6. Verplichtingen bevoegd gezag [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Het bevoegd gezag stelt de student-werknemer in staat de opleiding te volgen.

  • 2 Het bevoegd gezag draagt de kosten van de opleiding van de student-werknemer.

  • 3 Het bevoegd gezag vraagt geen bijdrage van de student-werknemer in de kosten van de opleiding.

  • 4 Het bevoegd gezag maakt met de opleidingsinstituten van de student-werknemers in ieder geval afspraken met betrekking tot stageverplichtingen en begeleiding van de student-werknemers.

Hoofdstuk 2. Aanvraagprocedure en termijn [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 7. Aanvraagprocedure [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Om voor de tegemoetkoming bedoeld in artikel 4 in aanmerking te komen dient het bevoegd gezag uiterlijk 15 oktober 2001 bij de BVE-Raad, Henrica van Erpweg 2, Postbus 196, 3720 AD De Bilt, een aanvraag in, met inachtneming van het hiernavolgende.

  • 2 De aanvraag bevat:

    • het adminstratienummer van het bevoegd gezag van de instelling

    • het Brinnummer, de naam en het adres van de instelling

    • copie van de akte(s) van aanstelling of benoeming van de studentwerknemer(s) waarvoor het bevoegd gezag een tegemoetkoming wil krijgen.

  • 3 In de aanvraag wordt per student-werknemer vermeld:

  • de vooropleiding van de student-werknemer;

  • de duale opleiding die de student-werknemer volgt of gaat volgen;

  • de instelling waar de student-werknemer de opleiding volgt of gaat volgen en wanneer hij deze is aangevangen dan wel gaat aanvangen;

  • de geplande duur van de opleiding bedoeld in artikel 4;

  • het aantal uren per week dat de student-werknemer gedurende de geplande duur van de opleiding gemiddeld wordt vrijgesteld om opleiding te volgen;

  • het salarisniveau van de student-werknemer gedurende de opleiding.

  • 4 Indien de tegemoetkoming wordt aangevraagd voor het omscholen van eigen onderwijspersoneel in een tekortvak niet zijnde een economisch vak of een beroepsgericht vak in de techniek omvat de aanvraag tevens een beschrijving van de inspanningen die zijn verricht om de vacatures in dat vak te vervullen.

  • 5 De Bve Raad voorziet de aanvragen van een advies aan de minister.

Hoofdstuk 3. Verlening, betaling en vaststelling [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 8. Verlening tegemoetkoming en voorschot [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De minister verleent het bevoegd gezag de tegemoetkoming binnen 8 weken na de uiterste inzenddatum van de aanvrage indien deze aan de voorwaarden van deze regeling voldoet.

  • 2 Uiterlijk in de maand volgend op de verlening wordt de tegemoetkoming bij voorschot aan het bevoegd gezag betaald.

Artikel 9. Vaststelling subsidie [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Indien het bevoegd gezag op een andere wijze subsidie ontvangt voor het duale opleidingstraject van de studentwerknemer, wordt deze in mindering gebracht op de tegemoetkoming.

  • 2 De tegemoetkoming wordt voor wat betreft de loonverletkosten vastgesteld op het aantal maanden dat de studentwerknemer daadwerkelijk vrijgesteld is geweest voor het volgen van de opleiding met inachtneming van het in artikel 4 genoemde maximale aantal uren en vermeerdert met het bedrag van f 5000,- zoals bedoeld in artikel 4 eerste lid.

  • 3 De minister kan het bedrag dat het bevoegd gezag aan hem verschuldigd is na vaststelling van de tegemoetkoming verrekenen met een subsidieverlening in een later jaar die gericht is op de bevordering van het opleiden van docenten.

Artikel 10. Verantwoording subsidie [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De subsidie wordt uitsluitend aangewend voor het doel waarvoor zij is verstrekt.

  • 2 Overeenkomstig de OCenW-Richtlijnen Jaarverslaggeving wordt in de jaarrekening de aan het verslagjaar toe te rekenen subsidie herkenbaar als bate verantwoord, en de lasten binnen de daartoe bestemde posten.

  • 3 Eventuele niet uitgegeven middelen of overschotten na afloop van het project worden in de jaarrekening als schuld aan de minister opgenomen en zullen worden teruggevorderd.

  • 4 In het bestuursverslag wordt aandacht geschonken aan de resultaten van de inzet van de met deze regeling toegewezen middelen waaruit blijkt hoeveel duale werknemers een duale opleiding hebben gevolgd, eventueel hebben afgerond, het aantal uren dat de werknemer voor de opleiding is vrijgesteld en of de student-werknemer nog werkzaam is bij de instelling en in welke functie.

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen [Vervallen per 31-12-2004]

Artikel 11. Citeertitel [Vervallen per 31-12-2004]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tegemoetkoming duale opleidingstrajecten onderwijsfuncties BVE-sector 2001.

Artikel 12. Bekendmaking en inwerkingtreding [Vervallen per 31-12-2004]

a. Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling gedaan worden in de Staatscourant.

b. Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de dagtekening van Uitleg OCenW-Regelingen waarin zij wordt geplaatst.

De

minister

van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

drs. L.M.L.H.A. Hermans