Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Tijdelijk referendumbesluit[Regeling vervallen per 01-01-2005.]

Geldend van 27-02-2002 t/m 31-12-2004

Besluit van 16 augustus 2001, houdende regels ter uitvoering van de Tijdelijke referendumwet (Tijdelijk referendumbesluit)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 5 april 2001, nr. CW01/63983;

Gelet op de Tijdelijke referendumwet;

Gezien het advies van de Kiesraad van 31 augustus 2000, nr. KR00/71862;

De Raad van State gehoord (advies van 27 april 2001, nr. W04.01.0176/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 13 augustus 2001, nr. CW01/70125;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 In dit besluit wordt verstaan onder referendum: raadgevend correctief referendum.

  • 2 Bepalingen in dit besluit die betrekking hebben op een referendum over een wet, zijn tevens van toepassing op een referendum over de stilzwijgende goedkeuring van een verdrag.

Hoofdstuk 2. Registratie van kiesgerechtigdheid van Nederlanders die buiten Nederland wonen [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2005]

Ten aanzien van de verkrijgbaarheid van de registratieformulieren voor Nederlanders die hun werkelijke woonplaats buiten Nederland hebben, is artikel D 2 van het Kiesbesluit van toepassing.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2005]

Ten aanzien van de registratie van de kiesgerechtigdheid van Nederlanders die hun werkelijke woonplaats buiten Nederland hebben, zijn de artikelen D 3 tot en met D 5 van het Kiesbesluit van toepassing, met dien verstande dat in artikel D 5, in plaats van «artikel D 3, eerste lid, van de Kieswet» wordt gelezen: artikel 34, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.

Hoofdstuk 3. Stembureaus [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 3 De bekendmaking van de dag en het uur van de zittingen van het centraal stembureau, bedoeld in de artikelen 101, eerste lid, en 138, tweede lid, van de Tijdelijke referendumwet, geschiedt als volgt:

    • a. indien het een nationaal referendum betreft, door kennisgeving in de Staatscourant;

    • b. indien het een provinciaal of gemeentelijk referendum betreft, door kennisgeving op de in de provincie, onderscheidenlijk gemeente, gebruikelijke wijze.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2005]

Op de zittingen van het hoofdstembureau en het plaatselijk stembureau is artikel E 1 van het Kiesbesluit van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 4. Het inleidend verzoek en het definitieve verzoek tot het houden van een referendum [Vervallen per 01-01-2005]

Paragraaf 1. De aangewezen plaatsen voor het indienen van verzoeken en het afleggen van ondersteuningsverklaringen [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2005]

Burgemeester en wethouders brengen de krachtens artikel 45, derde lid, van de Tijdelijke referendumwet aangewezen plaatsen waar verzoeken tot het houden van een referendum kunnen worden ingediend, alsmede de krachtens artikel 76, derde lid, van de Tijdelijke referendumwet aangewezen plaatsen waar een verklaring ter ondersteuning van een inleidend verzoek kan worden afgelegd, ter openbare kennis op de in de gemeente gebruikelijke wijze.

Paragraaf 2. Het afleggen van ondersteuningsverklaringen per brief door kiesgerechtigden die in Nederland wonen [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 2 Het formulier is kosteloos verkrijgbaar ter secretarie van iedere gemeente waar een verklaring ter ondersteuning van de desbetreffende wet of het desbetreffende besluit kan worden afgelegd. Desgevraagd wordt het formulier, kosteloos, toegezonden.

  • 3 Voor het afleggen van een ondersteuningsverklaring per brief als bedoeld in artikel 80 van de Tijdelijke referendumwet wordt gebruik gemaakt van originele door het gemeentebestuur verstrekte formulieren of fotokopieën daarvan. Verklaringen die niet aan deze eisen voldoen, worden niet in behandeling genomen.

Paragraaf 3. Het indienen van verzoeken en het afleggen van ondersteuningsverklaringen door kiesgerechtigden die buiten Nederland wonen [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 De kiesgerechtigde die zijn werkelijke woonplaats buiten Nederland heeft, dient het verzoek tot het houden van een nationaal referendum in, onderscheidenlijk legt de verklaring ter ondersteuning van een inleidend verzoek voor een nationaal referendum af, per brief bij de gemeente 's-Gravenhage.

  • 2 Bij het verzoek, onderscheidenlijk de ondersteuningsverklaring, wordt een kopie van een geldig identiteitsbewijs overgelegd waaruit het Nederlanderschap blijkt, dan wel op een andere wijze aannemelijk gemaakt dat de betrokkene de Nederlandse nationaliteit bezit.

  • 3 Het verzoek, onderscheidenlijk de ondersteuningsverklaring, wordt opgesteld overeenkomstig een model, dat bij ministeriële regeling wordt vastgesteld. Voor het indienen van het verzoek, onderscheidenlijk het afleggen van de verklaring, kan gebruik gemaakt worden van een formulier, dat ter beschikking wordt gesteld door de gemeente 's-Gravenhage, de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen van Nederland, de Vertegenwoordiging van Nederland in de Nederlandse Antillen en de Vertegenwoordiging van Nederland in Aruba.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 2 Een verzoek dat ontvangen wordt nadat drie weken zijn verstreken na de mededeling als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Tijdelijke referendumwet dat over een wet een referendum kan worden gehouden, onderscheidenlijk een ondersteuningsverklaring die ontvangen wordt nadat zes weken zijn verstreken nadat het besluit van de voorzitter van het centraal stembureau tot toelating van het inleidend verzoek onherroepelijk is geworden, wordt niet in behandeling genomen.

  • 3 Burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage gaan zo spoedig mogelijk na of de verzoeker, onderscheidenlijk degene die de ondersteuningsverklaring heeft afgelegd, kiesgerechtigd is en of hij reeds een verzoek over dezelfde wet heeft ingediend, onderscheidenlijk een ondersteuningsverklaring over dezelfde wet heeft afgelegd. Op het formulier wordt hiervan aantekening gehouden.

  • 4 Burgemeester en wethouder van 's-Gravenhage gaan na of er met betrekking tot de verzoeker, onderscheidenlijk degene die de ondersteuningsverklaring heeft afgelegd, die zich vóór 1 oktober 1994 dan wel op of na 1 oktober 1994 buiten Nederland gevestigd heeft, gegevens bekend zijn in het persoonskaartenarchief of het schakelregister, bedoeld in artikel 139 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, onderscheidenlijk in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente waarin de kiezer is ingeschreven, en, zo dit het geval is, of deze overeenstemmen met de in het verzoek onderscheidenlijk de verklaring vermelde gegevens.

  • 5 Voor de beoordeling of aan de vereisten voor het kiesrecht is voldaan, is bepalend of dit op enig tijdstip binnen de termijn, bedoeld in het tweede lid, het geval was.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2005]

Onverminderd artikel 9, tweede lid, zijn ongeldig de verzoeken, onderscheidenlijk de ondersteuningsverklaringen, die:

  • a. zijn ingediend, onderscheidenlijk afgelegd, door personen die daartoe ingevolge artikel 44, eerste lid, onderscheidenlijk 75, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet niet gerechtigd zijn;

  • b. zijn ingediend, onderscheidenlijk afgelegd voordat de termijn, bedoeld in artikel 44, eerste lid, onderscheidenlijk 75, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet is aangevangen;

  • c. niet alle krachtens artikel 8, tweede en derde lid, vereiste gegevens bevatten;

  • d. niet door de verzoeker, onderscheidenlijk degene die de verklaring heeft afgelegd, zijn ondertekend;

  • e. afkomstig zijn van kiesgerechtigden die meer dan één verzoek tot het houden van een referendum over dezelfde wet hebben ingediend, onderscheidenlijk meer dan één verklaring ter ondersteuning van een verzoek tot het houden van een referendum over dezelfde wet hebben afgelegd;

  • f. zijn ingediend, onderscheidenlijk afgelegd, door kiesgerechtigden die hun werkelijke woonplaats niet buiten Nederland hebben.

Paragraaf 4. Controle van ingediende verzoeken en afgelegde ondersteuningsverklaringen [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2005]

Bij de controle van ingediende verzoeken en afgelegde ondersteuningsverklaringen, bedoeld in de artikelen 48, eerste lid, en 79, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet en artikel 9, derde lid, van dit besluit, kan gebruik gemaakt worden van het administratienummer, bedoeld in de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, van de verzoeker, onderscheidenlijk van degene die de verklaring heeft afgelegd.

Paragraaf 5. Vaststelling van vereiste aantallen kiesgerechtigden, verzoeken en ondersteuningsverklaringen [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 Gedeputeerde staten stellen zo spoedig mogelijk nadat de stemming voor de verkiezing van de leden van provinciale staten heeft plaatsgevonden, het aantal kiesgerechtigden voor die verkiezing vast en maken dit aantal onverwijld op de in de provincie gebruikelijke wijze bekend. Ten behoeve van de vaststelling van het aantal kiesgerechtigden verstrekken burgemeester en wethouders van de gemeenten die in de provincie zijn gelegen, zo spoedig mogelijk na de stemming de benodigde gegevens betreffende de aantallen kiesgerechtigden in hun gemeente aan gedeputeerde staten.

  • 2 Burgemeester en wethouders stellen zo spoedig mogelijk nadat de stemming voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad heeft plaatsgevonden, het aantal kiesgerechtigden voor die verkiezing vast en maken dit aantal onverwijld op de in de gemeente gebruikelijke wijze bekend.

Hoofdstuk 5. De stemming [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2005]

Ten aanzien van de stemming zijn de artikelen J 2 tot en met J 8 van het Kiesbesluit van toepassing.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2005]

Bij het gelijktijdig plaatsvinden van een stemming voor een referendum ingevolge de Tijdelijke referendumwet met een andere, door de gemeenteraad uitgeschreven, stemming zijn de artikelen J 10 tot en met J 12a van het Kiesbesluit van toepassing, met dien verstande dat in deze artikelen in plaats van «de stemming ingevolge de Kieswet» telkens wordt gelezen: de stemming ingevolge de Tijdelijke referendumwet.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2005]

Ten aanzien van het stemmen door middel van elektronische stemmachines zijn de artikelen J 13, J 15a tot en met J 17, J 19 tot en met J 25 en artikel K 1 van het Kiesbesluit van toepassing, met dien verstande dat:

  • a. in artikel J 15a, eerste lid, in plaats van «de verkiezingen» wordt gelezen «referenda» en in plaats van «andere doeleinden dan verkiezingen» wordt gelezen: andere doeleinden dan verkiezingen of referenda;

  • b. in artikel J 21 in plaats van «de datum waarop en het vertegenwoordigend orgaan waarvoor de verkiezing wordt gehouden» wordt gelezen: de datum waarop het referendum wordt gehouden en de benaming van de aan het referendum onderworpen wet of het aan het referendum onderworpen besluit, dan wel een afkorting daarvan;

  • c. in artikel J 23 in plaats van «een bepaalde kandidaat» wordt gelezen: zijn keuze inzake de wet of het besluit.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 Op de bij de stemming te gebruiken stemmachine wordt de benaming van de aan het referendum onderworpen wet of het aan het referendum onderworpen besluit vermeld en wordt aan de kiezer de keuze geboden zich voor of tegen de wet of het besluit uit te spreken.

  • 2 Bij ministeriële regeling wordt een model vastgesteld voor de wijze waarop de keuzes op de stemmachine worden vermeld.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 In of bij elk stemlokaal is instructiemateriaal aanwezig ter voorlichting van de kiezer over het gebruik van de stemmachine.

  • 2 Bij elke stemmachine is een gebruiksaanwijzing aangebracht.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2005]

Ten aanzien van de schorsing van de zitting van het stembureau zijn deartikelen J 26 tot en met J 35 van het Kiesbesluit van toepassing, met dien verstande dat in artikel J 26, tweede lid, in plaats van «tenzij het de verkiezing betreft van de leden van de gemeenteraad» wordt gelezen: tenzij het een gemeentelijk referendum betreft.

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2005]

Ten aanzien van de verzending van de briefstembescheiden naar kiezers buiten Nederland is artikel M 1 van het Kiesbesluit van toepassing.

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2005]

Ten aanzien van de extra zittingen van de briefstembureaus, bedoeld inartikel M 9 van de Kieswet, zijn de artikelen M 2 tot en met M 7 van het Kiesbesluit van toepassing.

Hoofdstuk 6. De stemopneming door het stembureau [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2005]

Het aantal kiesgerechtigden dat bevoegd is in een stemdistrict aan de stemming deel te nemen, wordt door het stembureau vastgesteld aan de hand van het afschrift, bedoeld in artikel J 17, eerste lid, van de Kieswet.

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2005]

Ten aanzien van de stemopneming door een stembureau waar met elektronische stemmachines wordt gestemd, zijn de artikelen N 2, N 3 en N 5 tot en met N 8 van het Kiesbesluit van toepassing, met dien verstande dat:

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 Onmiddellijk na de in artikel N 3 van het Kiesbesluit voorgeschreven handelingen, verricht de voorzitter de handelingen die nodig zijn om van de stemmachine een afdruk van de in het tweede lid bedoelde gegevens te verkrijgen.

  • 2 Het stembureau stelt vast:

    • a. het aantal stemmen dat voor de aan het referendum onderworpen wet of het aan het referendum onderworpen besluit is uitgebracht;

    • b. het aantal stemmen dat tegen de aan het referendum onderworpen wet of het aan het referendum onderworpen besluit is uitgebracht;

    • c. de som van de onder a en b bedoelde aantallen stemmen, zijnde het aantal geldig uitgebrachte stemmen;

    • d. het aantal kiezers dat door middel van de stemmachine te kennen heeft gegeven geen keuze te willen maken, zijnde het aantal ongeldige stemmen.

  • 3 Indien in een stemlokaal meer dan één stemmachine wordt gebezigd, worden de in het tweede lid bedoelde aantallen per stemmachine vastgesteld en de aldus vastgestelde aantallen bij elkaar geteld.

  • 4 Tevens stelt het stembureau overeenkomstig artikel 21 het aantal kiesgerechtigden vast, dat bevoegd is in het stemdistrict aan de stemming deel te nemen.

  • 5 Vervolgens maakt de voorzitter de in het tweede tot en met het vierde lid bedoelde aantallen stemmen en kiesgerechtigden bekend. Door de aanwezige kiezers kunnen mondeling bezwaren worden ingebracht.

  • 6 Het geheugen van de stemmachine waarop de stemmen zijn vastgelegd wordt daarop in een pak gedaan, dat wordt verzegeld. Indien in een stemlokaal meer dan één stemmachine wordt gebruikt, worden de geheugens gezamenlijk in een pak gedaan, dat eveneens wordt verzegeld.

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2005]

Ten aanzien van de schorsing en de hervatting van de stemopneming door briefstembureaus zijn de artikelen N 9 tot en met N 13 van het Kiesbesluit van toepassing, met dien verstande dat in artikel N 13 in plaats van «bedoeld in artikel N 6 van de Kieswet» wordt gelezen: bedoeld in artikel 122, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet.

Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 25 [Vervallen per 01-01-2005]

In afwijking van artikel 12 gelden voor de verkiezingen van de leden van provinciale staten in 1999 en de leden van de gemeenteraden in 1998 en 1999 de aantallen kiesgerechtigden, die door het Centraal Bureau voor de Statistiek ter zake van die verkiezingen zijn bekendgemaakt.

Artikel 26 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 2 Ten aanzien van wetten en besluiten waarvoor op het tijdstip van het vervallen van dit besluit de termijn voor het indienen van een referendum is ingegaan, blijft het bepaalde in en krachtens dit besluit ook na dat tijdstip van kracht.

Artikel 27 [Vervallen per 01-01-2005]

Dit besluit wordt aangehaald als: Tijdelijk referendumbesluit.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 16 augustus 2001

Beatrix

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K. G. de Vries

Uitgegeven vierde september 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals