Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit erkenning tussenpersonen, mestverwerkers en exporteurs Meststoffenwet[Regeling vervallen per 01-01-2005.]

Geldend van 01-08-2001 t/m 31-12-2004

Besluit van 23 juli 2001, houdende regels over de erkenning van tussenpersonen, mestverwerkers en exporteurs (Besluit erkenning tussenpersonen, mestverwerkers en exporteurs Meststoffenwet)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 23 maart 2001, no. TRCJZ/2001/3681, Directie Juridische Zaken, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op artikel 7, eerste lid, van de Meststoffenwet, voor zover het betreft artikel 21, tweede en derde lid, gelet op artikel 58ae, tweede lid, van de Meststoffenwet, voor zover het betreft de artikelen 1, 25 en 26, gelet op artikel 58ae, derde lid, van de Meststoffenwet voor zover het betreft de artikelen 1 tot en met 4, 6 tot en met 10, 12 tot en met 15, 24, 27 tot en met 30, gelet op artikel 58ae, vierde lid, van de Meststoffenwet voor zover het betreft de artikelen 1, 3, 4, 16 tot en met 23, 27 en 28, gelet op artikel 58ae, vijfde lid, van de Meststoffenwet voor zover het betreft de artikelen 1, 3, 4, 15, 24, 27 en 28, gelet op artikel 58aka, derde lid, voor zover het betreft de artikelen 1 tot en met 5, 9 tot en met 11, 15 tot en met 17, 20 tot en met 24, 27, 28 en 30, en gelet op artikel 61, eerste lid, van de Meststoffenwet voor zover het betreft artikel 1, tweede lid;

De Raad van State gehoord (advies van 21 juni 2001, no. W11.01.0169/V);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 17 juli 2001, No. TRCJZ/2001/10201, Directie Juridische Zaken, uitgebracht mede in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemeen [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:

    • a. wet: Meststoffenwet;

    • b. afzet buiten Nederland: feitelijke aflevering buiten het Nederlands grondgebied, met uitzondering van aflevering naar in de grensgebieden gelegen landbouwgrond die tot het bedrijf van een producent behoort ingevolge de krachtens artikel 1a, tweede lid, onderdeel a, van de wet gestelde regels, waarbij de dierlijke meststoffen na aflevering niet wederom op het Nederlands grondgebied worden gebracht;

    • c. samengestelde meststoffen: samengestelde meststoffen die fosfor en stikstof dan wel ten minste één van deze elementen en kalium bevatten en die voldoen aan de eisen gesteld in richtlijn nr. 76/116/EEG van de Raad van de Europese Unie van 18 december 1975 betreffende de onderlinge aanpassing van wetgevingen van de Lid-Staten inzake meststoffen (PbEG 1976, L 24);

    • d. onomkeerbaar verwerken: onomkeerbaar verwerken tot producten die niet als dierlijke meststoffen of overige organische meststoffen kunnen worden aangemerkt of die kunnen worden aangemerkt als samengestelde meststoffen;

    • e. richtlijn: richtlijn 92/118/EEG van de Raad van 17 december 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van producten waarvoor ten aanzien van deze voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving gelden als bedoeld in Bijlage A, hoofdstuk I, van Richtlijn 89/662/EEG, en, wat ziekteverwekkers betreft, van Richtlijn 90/425/EEG;

    • f. satellietvolgapparatuur: apparatuur die periodiek de positie bepaalt van een transportmiddel en voor de overdracht van gegevens betreffende de positie van het transportmiddel gebruik maakt van communicatie via een satelliet waarbij die gegevens automatisch worden vastgelegd;

    • g. uittreksel: uittreksel van de inschrijving van de onderneming in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 1996;

    • h. buitenlandse tussenpersoon: tussenpersoon die is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte;

    • i. buitenlandse mestverwerker: mestverwerker die is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte;

    • j. buitenlandse exporteur: exporteur die is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte;

    • k. verordening: Verordening (EEG) nr. 259/93 van de Raad van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap (PBEG L 30).

  • 2 Voor de toepassing van artikel 58ae en dit besluit wordt onder «het rechtstreeks afzetten van dierlijke meststoffen buiten Nederland» mede verstaan: de afzet van dierlijke meststoffen buiten Nederland door een daartoe door de mestverwerker, exporteur of producent gemachtigde transporteur waarbij de mestverwerker, exporteur of producent het vervoer van de dierlijke meststoffen heeft verzekerd door middel van een of meer vervoersovereenkomsten met de transporteur.

  • 3 Voor de toepassing van dit besluit wordt de hoeveelheid stikstof en de hoeveelheid fosfaat in een hoeveelheid dierlijke meststoffen die is uitgedrukt in kilogrammen, bepaald op basis van het gewicht en op basis van de forfaitaire normen zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

Hoofdstuk 2. Voorwaarden voor de erkenning [Vervallen per 01-01-2005]

§ 1. Algemeen [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2005]

Onze Minister kan, als naar zijn oordeel is voldaan aan de voorwaarden gesteld in dit hoofdstuk en in hoofdstuk 3, een erkenning verlenen aan:

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2005]

Bij de verlening van een erkenning aan een tussenpersoon en bij de verlening van een erkenning aan een mestverwerker of aan een exporteur van onbewerkte, ingedikte of gedroogde pluimveemest wordt de hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in artikel 58aka, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 58al van de wet, vastgesteld tot de aanvoer waarvan de tussenpersoon, de mestverwerker of de exporteur zich na verlening van de erkenning bij mestafzetovereenkomst ten hoogste mag verplichten.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2005]

Bij de verlening van een erkenning aan een erkende producent wordt de hoeveelheid dierlijke meststoffen vastgesteld waarop artikel 58ae, eerste lid, onderdeel c, van de wet in een kalenderjaar ten hoogste van toepassing is.

§ 2. Voorwaarden voor de erkenning van een tussenpersoon [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2005]

De voorwaarden voor de erkenning van een tussenpersoon zijn:

  • a. de tussenpersoon heeft vóór de aanvraag om erkenning een of meer mestafzetovereenkomsten gesloten op grond waarvan de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvoor de erkenning wordt aangevraagd in het desbetreffende jaar kan worden afgevoerd naar een bedrijf, een erkende mestverwerker of een erkende exporteur;

  • b. de onderneming van de tussenpersoon is financieel gezond zoals blijkt uit de winst- en verliesrekening van de onderneming of gegevens over de solvabiliteit en liquiditeit van de onderneming, en

  • c. de tussenpersoon heeft in een zekerheid als bedoeld in artikel 9 van voldoende omvang voorzien.

§ 3. Voorwaarden voor de erkenning van een mestverwerker [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 De voorwaarden voor de erkenning van een mestverwerker zijn:

    • a. de mestverwerker past een methode van bewerking of verwerking toe leidend tot een product waarvoor zowel voor de hoeveelheid stikstof als voor de hoeveelheid fosfaat in dat product reële mogelijkheden voor de afzet buiten Nederland bestaan of past een methode van onomkeerbare verwerking toe leidend tot een product waarvoor zowel voor de hoeveelheid stikstof als voor de hoeveelheid fosfaat in dat product reële mogelijkheden bestaan voor de afzet binnen of buiten Nederland;

    • b. de bewerkings- of verwerkingsinstallatie van de mestverwerker heeft de capaciteit om de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvoor een erkenning wordt aangevraagd te bewerken of verwerken;

    • c. de bewerkings- of verwerkingsinstallatie is geregistreerd overeenkomstig artikel 4, tweede lid, onderdeel c, van de richtlijn door Onze Minister;

    • d. ten aanzien van de bewerkings- of verwerkingsinstallatie is een milieuvergunning afgegeven;

    • e. de onderneming van de mestverwerker is financieel gezond zoals blijkt uit de winst- en verliesrekening van de onderneming of uit gegevens over de solvabiliteit en liquiditeit van de onderneming;

    • f. de mestverwerker heeft inzicht verschaft in de wijze waarop hij voornemens is de bewerkte of verwerkte dierlijke meststoffen buiten Nederland af te zetten dan wel te doen afzetten, en

    • g. de mestverwerker heeft in een zekerheid als bedoeld in artikel 9 van voldoende omvang voorzien.

  • 2 De onderdelen c en f van het eerste lid zijn niet van toepassing indien de dierlijke meststoffen waarvoor een erkenning wordt aangevraagd onomkeerbaar worden verwerkt.

  • 3 In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdelen c en d, geldt ten aanzien van een buitenlandse mestverwerker de voorwaarde dat het hem ingevolge de in het land van vestiging geldende wettelijke regelingen is toegestaan de bewerking- of verwerkingsinstallatie in bedrijf te hebben.

  • 4 De mestverwerker heeft uiterlijk op het moment van de indiening van de aanvraag voor ten minste de helft van de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvoor een erkenning wordt aangevraagd, daarbij buiten beschouwing gelaten de hoeveelheid dierlijke meststoffen die onomkeerbaar wordt verwerkt, een of meer overeenkomsten betreffende de afname van die hoeveelheid afgesloten met afnemers gevestigd buiten Nederland. Voorzover de dierlijke meststoffen na bewerking of verwerking buiten Nederland worden afgezet door een erkende exporteur, kunnen deze overeenkomsten door de exporteur zijn afgesloten.

§ 4. Voorwaarden voor de erkenning van een exporteur [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 De voorwaarden voor de erkenning van een exporteur zijn:

    • a. indien de exporteur voornemens is een hoeveelheid dierlijke meststoffen in de vorm van onbewerkte, ingedikte of gedroogde pluimveemest buiten Nederland af te zetten, beschikt hij over reële mogelijkheden voor de afzet buiten Nederland van zowel de hoeveelheid stikstof als de hoeveelheid fosfaat in de dierlijke meststoffen waarvoor hij een erkenning aanvraagt;

    • b. de onderneming van de exporteur is financieel gezond zoals blijkt uit de winst- en verliesrekening van de onderneming of gegevens over de solvabiliteit en liquiditeit van de onderneming;

    • c. de exporteur heeft inzicht verschaft in de wijze waarop hij voornemens is de dierlijke meststoffen buiten Nederland af te zetten dan wel te doen afzetten, en

    • d. de exporteur heeft in een zekerheid als bedoeld in artikel 9 van voldoende omvang voorzien.

  • 2 De exporteur van dierlijke meststoffen in de vorm van onbewerkte, ingedikte of gedroogde pluimveemest heeft uiterlijk op het moment van de indiening van de aanvraag voor ten minste de helft van de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvoor een erkenning wordt aangevraagd een of meer overeenkomsten betreffende de afname van die hoeveelheid afgesloten met afnemers gevestigd buiten Nederland.

§ 5. Voorwaarden voor de erkenning van een producent [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 2 Tevens geldt als voorwaarde dat ten aanzien van het bedrijf van de producent een milieuvergunning is afgegeven die mede betrekking heeft op de bewerkings- of verwerkingsinstallatie van de producent.

§ 6. Zekerheidstelling [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 2 De zekerheid, bedoeld in het eerste lid, wordt geboden door aansluiting bij een waarborgfonds of door een van de volgende, gelijkwaardige vormen van zekerheid:

    • a. een waarborgsom;

    • b. een borgtocht in de zin van titel 14 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;

    • c. een verzekeringsovereenkomst;

    • d. een of meerdere met andere ondernemingen gesloten overeenkomsten op grond waarvan dierlijke meststoffen onomkeerbaar op die ondernemingen kunnen worden verwerkt;

    • e. een of meerdere met bedrijven gesloten mestafzetovereenkomsten op grond waarvan dierlijke meststoffen naar die bedrijven kunnen worden afgevoerd, of

    • f. een combinatie van de in de onderdelen a tot en met e genoemde vormen van zekerheid.

  • 3 Overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d van het tweede lid worden slechts als zekerheid in aanmerking genomen indien de verwerkingscapaciteit van de andere ondernemingen toereikend is voor de verwerking van de hoeveelheid dierlijke meststoffen die zij verplicht zijn aan te voeren op grond van mestafzetovereenkomsten en van de hoeveelheid dierlijke meststoffen die zij verplicht zijn aan te voeren op grond van de overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d van het tweede lid.

  • 4 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de gevallen waarin de zekerheid wordt aangesproken, over de vereiste omvang van de zekerheid en de andere voorwaarden waaraan deze moet voldoen.

Hoofdstuk 3. De aanvraag [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2005]

Een aanvraag om een erkenning wordt ingediend bij het Bureau Heffingen met gebruikmaking van een door de minister voorgeschreven aanvraagformulier.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 Een tussenpersoon legt bij de aanvraag over de mestafzetovereenkomsten, bedoeld in artikel 5, onderdeel a, een uittreksel, alsmede gegevens met betrekking tot:

    • a. de winst- en verliesrekening en indien deze negatief is gegevens over de solvabiliteit en liquiditeit van de onderneming, en

    • b. de zekerheid, bedoeld in artikel 9, waarin door de tussenpersoon is voorzien.

  • 2 In afwijking van het eerste lid behoeft een buitenlandse tussenpersoon het uittreksel niet over te leggen.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 Een mestverwerker legt bij de aanvraag over een bewijsstuk betreffende de registratie, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel c, een afschrift van de milieuvergunning, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, een afschrift van de overeenkomsten, bedoeld in artikel 6, vierde lid, een uittreksel, alsmede gegevens met betrekking tot:

    • a. de bedrijfsmiddelen waarover de mestverwerker de beschikking heeft;

    • b. de capaciteit van de bewerkings- of verwerkingsinstallatie;

    • c. de wijze waarop de dierlijke meststoffen worden bewerkt of verwerkt;

    • d. de hoeveelheid en de aard van de dierlijke meststoffen waarop artikel 58ae van de wet van toepassing is die hij voornemens is te bewerken of verwerken;

    • e. de afzetmogelijkheden voor de hoeveelheid dierlijke meststoffen na bewerking of verwerking waarvoor de mestverwerker een erkenning aanvraagt;

    • f. de wijze waarop hij voornemens is de bewerkte of verwerkte dierlijke meststoffen te vervoeren of te doen vervoeren;

    • g. de winst- en verliesrekening en indien deze negatief is gegevens over de solvabiliteit en liquiditeit van de onderneming, en

    • h. de zekerheid, bedoeld in artikel 9, waarin door de mestverwerker is voorzien.

  • 2 In afwijking van het eerste lid behoeft een buitenlandse mestverwerker niet het bewijsstuk betreffende de registratie, het afschrift van de milieuvergunning en het uittreksel over te leggen. De buitenlandse mestverwerker toont aan dat het hem ingevolge de in het land van vestiging geldende regelgeving is toegestaan om de bewerkings- of verwerkingsinstallatie in bedrijf te hebben en om de na bewerking of verwerking ontstane producten in dit land af te zetten.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 Een exporteur legt bij de aanvraag over een afschrift van de overeenkomsten, bedoeld in artikel 7, tweede lid, een uittreksel, alsmede gegevens met betrekking tot:

    • a. de bedrijfsmiddelen, daaronder begrepen de transportmiddelen en de vervoerscapaciteit daarvan, waarover de exporteur de beschikking heeft;

    • b. de hoeveelheid en de aard van de dierlijke meststoffen waarop artikel 58ae van de wet van toepassing is die hij voornemens is aan te voeren en de onderneming of het bedrijf waarvan deze meststoffen worden aangevoerd;

    • c. de afzetmogelijkheden voor de hoeveelheid onbewerkte, ingedikte of gedroogde pluimveemest waarvoor hij een erkenning aanvraagt;

    • d. de wijze waarop hij voornemens is de dierlijke meststoffen te vervoeren of te doen vervoeren;

    • e. de winst- en verliesrekening en indien deze negatief is gegevens over de solvabiliteit en liquiditeit van de onderneming, en

    • f. de zekerheid, bedoeld in artikel 9, waarin door de exporteur is voorzien.

  • 2 In afwijking van het eerste lid behoeft een buitenlandse exporteur het uittreksel niet over te leggen.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2005]

Een producent legt bij de aanvraag over de gegevens, bedoeld in artikel 12, eerste lid, met uitzondering van het uittreksel en de gegevens met betrekking tot de zekerheid, bedoeld in artikel 9.

Hoofdstuk 4. Bepaling van de hoeveelheid dierlijke meststoffen die bij de erkenning wordt vastgesteld [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 De hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in artikel 3 dan wel in artikel 4, die bij de erkenning van een mestverwerker of van een producent wordt vastgesteld, is afhankelijk van de mate waarin de mestverwerker of de producent naar het oordeel van Onze Minister aannemelijk heeft gemaakt dat:

    • a. zowel de hoeveelheid stikstof als de hoeveelheid fosfaat in de te bewerken of verwerken dierlijke meststoffen in de vorm van dierlijke meststoffen buiten Nederland kunnen worden afgezet of in de vorm van de na onomkeerbare verwerking ontstane producten binnen of buiten Nederland kunnen worden afgezet;

    • b. de capaciteit van de bewerkings- of verwerkingsinstallatie van de mestverwerker of de producent toereikend is voor de bewerking of verwerking van de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvoor een erkenning is aangevraagd, en

    • c. de dierlijke meststoffen kunnen worden bewerkt of verwerkt op basis van de voor de installatie van de mestverwerker of voor het bedrijf van de producent verleende milieuvergunning.

  • 2 De hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in artikel 3, die bij de erkenning van een exporteur wordt vastgesteld, is afhankelijk van de mate waarin de exporteur naar het oordeel van Onze Minister aannemelijk heeft gemaakt dat zowel de hoeveelheid stikstof als de hoeveelheid fosfaat in de dierlijke meststoffen in de vorm van onbewerkte, ingedikte of gedroogde pluimveemest, kunnen worden afgezet buiten Nederland.

Hoofdstuk 5. Verplichtingen [Vervallen per 01-01-2005]

§ 1. Algemeen [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 2 De erkende tussenpersoon, de erkende mestverwerker, de erkende exporteur en de erkende producent melden aan het begin van elk kwartaal de wijzigingen die in het kwartaal daaraan voorafgaand hebben plaatsgevonden in de gegevens die door hem aan het Bureau Heffingen ingevolge de artikelen 11, 12, 13 of 14 zijn verstrekt, aan dat bureau op een door Onze Minister voorgeschreven formulier.

  • 4 Ten aanzien van het bedrijf van de producent worden de regulerende heffingen, bedoeld in artikel 22 van de wet, geheven.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 De erkende tussenpersoon voert de hoeveelheid dierlijke meststoffen die hij verplicht is aan te voeren op grond van een mestafzetovereenkomst daadwerkelijk aan op zijn onderneming, of laat deze afnemen, indien deze meststoffen ter levering worden aangeboden.

  • 2 Elk kalenderjaar voert de erkende tussenpersoon ten minste 80% van de totale in de mestafzetovereenkomsten met een erkende mestverwerker of een erkende exporteur overeengekomen hoeveelheid dierlijke meststoffen daadwerkelijk af naar de mestverwerker of de exporteur, of laat deze naar de mestverwerker of de exporteur afvoeren. De resterende hoeveelheid wordt afgevoerd vóór 1 februari van het daarop volgende kalenderjaar.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 De erkende mestverwerker of erkende exporteur voert de hoeveelheid dierlijke meststoffen die hij verplicht is aan te voeren op grond van een mestafzetovereenkomst daadwerkelijk aan op zijn onderneming, indien deze meststoffen ter levering worden aangeboden.

  • 2 Elk kalenderjaar voert de erkende mestverwerker, erkende exporteur of erkende producent ten minste 75% van de hoeveelheid dierlijke meststoffen die is vastgesteld bij de verlening van de erkenning aan de mestverwerker, exporteur of producent, daadwerkelijk af, voor zover deze hoeveelheid aan de mestverwerker of de exporteur is afgeleverd of door de erkende producent is geproduceerd. De resterende hoeveelheid wordt afgevoerd vóór 1 april van het daarop volgende kalenderjaar.

  • 3 De erkende mestverwerker of erkende producent bewerkt of verwerkt de dierlijke meststoffen overeenkomstig de methode van bewerking of verwerking, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, en zet de hoeveelheid dierlijke meststoffen afhankelijk van die methode af in de vorm van dierlijke meststoffen, van overige organische meststoffen, van producten die niet zijn aan te merken als dierlijke meststoffen of overige organische meststoffen of die zijn aan te merken als samengestelde meststoffen.

§ 2. Afzet van dierlijke meststoffen buiten Nederland [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 De erkende mestverwerker zet de dierlijke meststoffen die op zijn onderneming zijn aangevoerd op grond van een mestafzetovereenkomst na bewerking of verwerking, uitgezonderd de dierlijke meststoffen die onomkeerbaar zijn verwerkt, rechtstreeks of door tussenkomst van een erkende exporteur buiten Nederland af.

  • 2 De erkende exporteur zet de dierlijke meststoffen die op zijn onderneming zijn aangevoerd op grond van een mestafzetovereenkomst of heeft aangevoerd van de onderneming van een erkende mestverwerker rechtstreeks buiten Nederland af.

  • 3 De erkende mestverwerker, erkende exporteur of erkende producent doet ten minste twee werkdagen vóór de afzet buiten Nederland van een vracht al dan niet bewerkte of verwerkte dierlijke meststoffen, die ingevolge het eerste lid, het tweede lid of artikel 58ae, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de wet buiten Nederland moet worden afgezet, uitgezonderd een vracht bewerkte of verwerkte dierlijke meststoffen met een droge-stofgehalte van ten minste 86%, daarvan op een door de Onze Minister voorgeschreven formulier schriftelijk mededeling of op een andere bij ministeriële regeling bepaalde wijze. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de mededeling wordt gedaan, over de gegevens die de mededeling ten minste bevat en de functionaris aan wie de mededeling wordt gedaan.

  • 4 Het vervoer van een vracht dierlijke meststoffen, die ingevolge het eerste lid, het tweede lid of artikel 58ae, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de wet buiten Nederland moet worden afgezet, uitgezonderd het vervoer van een vracht dierlijke meststoffen met een droge-stofgehalte van ten minste 86%, geschiedt met een transportmiddel dat is uitgerust met satellietvolgapparatuur.

  • 5 Met behulp van satellietvolgapparatuur worden gegevens betreffende het vervoer van de vracht dierlijke meststoffen vastgelegd. De erkende mestverwerker, de erkende exporteur of de erkende producent die het vervoer uitvoert, bewaart deze gegevens gedurende 5 jaren op zijn onderneming dan wel bedrijf en legt deze gegevens in voorkomend geval op verzoek van de Algemene Inspectiedienst over aan deze dienst. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de eisen waaraan de satellietvolgapparatuur moet voldoen, de gegevens die moeten worden vastgelegd en de wijze waarop die gegevens moeten worden vastgelegd en bewaard.

  • 6 Bij de afzet van dierlijke meststoffen buiten Nederland moet zijn voldaan aan de voorschriften van de richtlijn en de verordening.

§ 3. Verantwoording [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2005]

De erkende tussenpersoon, erkende mestverwerker, erkende exporteur en erkende producent dienen jaarlijks vóór 1 september bij het Bureau Heffingen, met gebruikmaking van een door Onze Minister vastgesteld formulier, een rapport in van een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent bevattende de bevindingen ten aanzien van de afzet van de dierlijke meststoffen, bedoeld in de artikelen 17, 18 en 19, die is opgesteld overeenkomstig een bij ministeriële regeling vastgesteld protocol. Indien de erkende tussenpersoon dierlijke meststoffen laat afnemen of laat afvoeren, als bedoeld in artikel 17, eerste en tweede lid, vermeldt de registeraccountant of de accountant-administratieconsulent in de verklaring zijn bevindingen daarover.

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 2 Indien de erkende tussenpersoon dierlijke meststoffen laat afnemen of laat afvoeren als bedoeld in artikel 17, eerste en tweede lid, houdt hij een administratie bij waaruit blijkt dat hij aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 17, eerste en tweede lid, heeft voldaan en hij bewaart deze administratie gedurende 5 jaren op zijn onderneming.

  • 3 De erkende mestverwerker, respectievelijk erkende producent houdt gedurende het kalenderjaar een administratie bij van de hoeveelheid, uitgedrukt in kilogrammen, van zijn onderneming, respectievelijk bedrijf afgevoerde producten die niet zijn aan te merken als dierlijke meststoffen of overige organische meststoffen onder vermelding van de naam, het adres en de woonplaats van de afnemer van die producten en de datum van aflevering, en bewaart deze administratie gedurende 5 jaren op zijn onderneming, respectievelijk zijn bedrijf.

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2005]

Bij ministeriële regeling wordt bepaald op welke wijze de hoeveelheid stikstof wordt vastgesteld in de dierlijke meststoffen en overige organische meststoffen die de erkende tussenpersoon op grond van een mestafzetovereenkomst afvoert naar een erkende mestverwerker of een erkende exporteur en die de erkende mestverwerker en de erkende exporteur op grond van een mestafzetovereenkomst aanvoeren op hun onderneming en afvoeren van hun onderneming ingevolge artikel 19, eerste of tweede lid.

§ 4. Het afzetplan [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 De erkende tussenpersoon dient jaarlijks vóór 1 september, met gebruikmaking van een door Onze Minister vastgesteld formulier, een afzetplan in waarin hij de hoeveelheid dierlijke meststoffen vermeldt waarvoor hij voor het komende kalenderjaar een vaststelling als bedoeldin artikel 3 wenst en legt daarbij een of meer mestafzetovereenkomsten over op grond waarvan deze hoeveelheid dierlijke meststoffen in dat jaar kan worden afgevoerd naar een bedrijf, een erkende mestverwerker of een erkende exporteur. Het afzetplan wordt aangemerkt als een aanvraag om erkenning als bedoeld in artikel 58aka, tweede lid, van de wet.

  • 2 De erkende mestverwerker, erkende exporteur en erkende producent dient jaarlijks vóór 1 september bij het Bureau Heffingen, met gebruikmaking van een door Onze Minister vastgesteld formulier, een afzetplan in waarin hij de hoeveelheid dierlijke meststoffen vermeldt waarvoor hij voor het komende kalenderjaar een vaststelling als bedoeld in artikel 3, dan wel in artikel 4, wenst en waarin ten aanzien van die hoeveelheid aannemelijk is gemaakt dat er in dat jaar mogelijkheden zijn voor de afzet buiten Nederland, dan wel, voor zover de dierlijke meststoffen onomkeerbaar worden verwerkt voor de afzet binnen of buiten Nederland. Ten aanzien van de erkende mestverwerker en de erkende producent is artikel 6, vierde lid, van overeenkomstige toepassing. Ten aanzien van de erkende exporteur is artikel 7, tweede lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de overeenkomst uiterlijk moet zijn afgesloten op het moment van de indiening van het afzetplan.

  • 3 Indien de hoeveelheid dierlijke meststoffen waarvoor de erkende tussenpersoon, de erkende mestverwerker of de erkende exporteur voor het komende kalenderjaar een vaststelling wenst, een grotere hoeveelheid is dan de hoeveelheid die bij zijn erkenning is vastgesteld, dan wel dan de hoeveelheid die voor het lopende kalenderjaar is vastgesteld, legt hij bij het afzetplan gegevens over betreffende de aanvullende zekerheid waarin door hem is voorzien.

  • 4 Bij het afzetplan voegt de erkende tussenpersoon, de erkende mestverwerker, de erkende exporteur of de erkende producent een verklaring dat nog steeds wordt voldaan aan de voorwaarden uit hoofdstuk 2.

Hoofdstuk 6. Uitbreiding na erkenningverlening [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 Ter verkrijging van een vaststelling van een grotere hoeveelheid dierlijke meststoffen dan de hoeveelheid die is vastgesteld bij de verlening van de erkenning als bedoeld in artikel 3 dan wel in artikel 4, dient de erkende tussenpersoon, erkende mestverwerker, erkende exporteur of erkende producent met gebruikmaking van een door Onze Minister vastgesteld formulier daartoe bij Bureau Heffingen een aanvraag in en legt daarbij over aanvullende gegevens betreffende de afzetmogelijkheden voor de aanvullende hoeveelheid dierlijke meststoffen en de aanvullende zekerheid waarin door hem is voorzien.

  • 2 Bij de bepaling van de aanvullende hoeveelheid dierlijke meststoffen is artikel 15 van overeenkomstige toepassing.

  • 3 De erkende tussenpersoon heeft voor de aanvullende hoeveelheid, bedoeld in het eerste lid, een of meer mestafzetovereenkomsten afgesloten met een bedrijf, een erkende mestverwerker of een erkende exporteur en legt deze overeenkomsten over tezamen met de gegevens, bedoeld in het eerste lid.

  • 4 De erkende mestverwerker, erkende exporteur of erkende producent heeft voor de aanvullende hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in het eerste lid, daarbij in voorkomend geval buiten beschouwing gelaten de hoeveelheid dierlijke meststoffen die onomkeerbaar wordt verwerkt, een of meer overeenkomsten betreffende de afname van die hoeveelheid afgesloten met afnemers gevestigd buiten Nederland en legt een afschrift van deze overeenkomsten over tezamen met de gegevens, bedoeld in het eerste lid.

  • 5 De aanvullende hoeveelheid dierlijke meststoffen voor de erkende mestverwerker, erkende exporteur of erkende producent wordt alleen door Onze Minister vastgesteld indien de mestverwerker, exporteur, of producent bij de aanvraag voor die aanvullende hoeveelheid een of meer overeenkomsten betreffende de afname van dierlijke meststoffen met afnemers gevestigd buiten Nederland overlegt voor de hoeveelheid dierlijke meststoffen ten aanzien waarvan geen afschrift van een overeenkomst als bedoeld in de artikelen 6, vierde lid, of 7, tweede lid, is overgelegd bij de indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 10, of in voorkomend geval het afzetplan, bedoeld in artikel 23, voorzover er geen sprake is van onomkeerbare verwerking.

Hoofdstuk 7. Termijn waarbinnen dierlijke meststoffen door de producent moeten worden afgevoerd [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 25 [Vervallen per 01-01-2005]

Voor de toepassing van artikel 58ae is vereist dat ten minste 80% van de hoeveelheid dierlijke meststoffen die door een producent op grond van een mestafzetovereenkomst aan een erkende mestverwerker of erkende exporteur daadwerkelijk moet worden afgeleverd zonder tussenopslag wordt afgeleverd in het kalenderjaar waarop de overeenkomst betrekking heeft. De resterende hoeveelheid wordt zonder tussenopslag afgeleverd vóór 1 februari van het daarop volgende kalenderjaar.

Artikel 26 [Vervallen per 01-01-2005]

Voor de toepassing van artikel 58ae, eerste lid, onderdeel c, van de wet is vereist dat de erkende producent de hoeveelheid dierlijke meststoffen, bedoeld in artikel 4, afzet overeenkomstig artikel 18, tweede lid.

Hoofdstuk 8. Bestuurlijke maatregelen [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 27 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 Indien een erkende tussenpersoon, een erkende exporteur, een erkende producent, of een erkende mestverwerker niet voldoet aan de voor erkenning gestelde voorwaarden opgenomen in hoofdstuk 2 en 3 of niet voldoet aan de verplichtingen opgenomen in hoofdstuk 5 kan Onze Minister:

    • a. de erkenning of de daaraan verbonden voorschriften wijzigen;

    • b. nadere voorschriften aan de erkenning verbinden;

    • c. de erkenning voor een bepaalde periode schorsen;

    • d. de erkenning intrekken.

  • 2 De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, kunnen worden gepubliceerd en de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en d, worden gepubliceerd.

Artikel 28 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 Aan een tussenpersoon, een mestverwerker, een producent of een exporteur, wiens erkenning is ingetrokken, wordt met betrekking tot het kalenderjaar volgend op de intrekking geen nieuwe erkenning verleend.

  • 2 Er wordt evenmin een erkenning verleend aan een tussenpersoon, een mestverwerker, een exporteur of een producent, die participeert in een onderneming of een bedrijf waarin natuurlijke personen participeren die participeerden in een bedrijf of onderneming waarvan de erkenning in het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag om erkenning is ingetrokken.

Hoofdstuk 9. Overige bepalingen en overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 29 [Vervallen per 01-01-2005]

Bij ministeriële regeling kunnen van de in de artikelen 6, 12 en 19, eerste lid, afwijkende voorwaarden worden gesteld voor het geval de na bewerking of verwerking ontstane dierlijke meststoffen of overige organische meststoffen niet rechtstreeks door de mestverwerker of de producent of door tussenkomst van een erkende exporteur worden afgezet buiten Nederland, maar de meststoffen eerst na verdere bewerking of verwerking of ander gebruik buiten Nederland worden afgezet.

Artikel 30 [Vervallen per 01-01-2005]

  • 1 Onze Minister kan voor het jaar 2002 een voorlopige erkenning verlenen aan een tussenpersoon, een mestverwerker, een exporteur of een producent.

  • 2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de voorwaarden waaronder een voorlopige erkenning wordt verleend.

Artikel 31 [Vervallen per 01-01-2005]

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit erkenning tussenpersonen, mestverwerkers en exporteurs Meststoffenwet.

Artikel 32 [Vervallen per 01-01-2005]

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Tavarnelle, 23 juli 2001

Beatrix

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

L. J. Brinkhorst

Uitgegeven eenendertigste juli 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Bijlage behorende bij het Besluit erkenning tussenpersonen, mestverwerkers en exporteurs Meststoffenwet [Vervallen per 01-01-2005]

Enig artikel [Vervallen per 01-01-2005]

De forfaitaire omrekennormen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, onderscheidenlijk stikstof per 1000 kilogram dierlijke meststof, onderscheiden naar diersoort en mestvorm, zijn opgenomen in de na dit artikel opgenomen tabel.

Tabel behorende bij de Bijlage bij het Besluit erkenning tussenpersonen, mestverwerkers en exporteurs Meststoffenwet [Vervallen per 01-01-2005]

Mestcode

Beschrijving

kg fosfaat per 1000 kg mest

kg stikstof per 1000 kg mest

A Rundvee    

A1

Vleeskalveren witvlees

1,6

2,7

A2

Niet stapelbare mest rundvee (excl. vleeskalveren voor witvleesproductie)

1,8

4,6

A3

Stapelbare mest rundvee

4,0

7,1

B Varkens    

B1

Niet stapelbare mest

3,5

6,0

B2

Stapelbare mest

7,4

7,8

C Pluimvee    

C1

Niet stapelbare mest

7,0

10,5

C2

Stapelbare mest

21,7

28,6

Geiten    

D

Alle mest

4,7

8,7

Vossen    

E

Alle mest

24,1

11,6

F Nertsen    

F1

Niet stapelbare mest

6,2

9,3

F2

Stapelbare mest

17,7

10,4

G Eenden    

G1

Niet stapelbare mest

4,8

7,6

G2

Stapelbare mest

8,3

9,0

H Konijnen    

H1

Niet stapelbare mest

2,1

3,4

H2

Stapelbare mest

9,5

9,2