Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

Geldend van 29-03-2014 t/m heden

Besluit van 5 juli 2001, houdende regels over de tegemoetkoming in onderwijsbijdrage en schoolkosten (Besluit tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van 2 mei 2001, nr. WJZ/2001/15 896 (1713), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 2.2, eerste lid, 9.5, 9.6 en 11.1, eerste lid, van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;

De Raad van State gehoord (advies van 22 juni 2001, nr. W05.01.0211/III);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van 3 juli 2001, nr. WJZ/2001/27402 (1713), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1. Begripsbepaling

In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.

Artikel 2. Nationaliteit voor hoofdstuk 3 van de wet

De vreemdeling die tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 3 van de wet aanvraagt, wordt met een Nederlander gelijkgesteld indien die vreemdeling rechtmatig in Nederland verblijf heeft:

Artikel 3. Nationaliteit voor hoofdstukken 4 en 5 van de wet

  • 1 Artikel 2 is van overeenkomstige toepassing op de vreemdeling die tegemoetkoming op grond van de hoofdstukken 4 of 5 van de wet aanvraagt, met dien verstande dat de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, verleend is onder de beperking:

    • a. verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid van een Nederlander of van een vreemdeling als bedoeld in artikel 2, onderdelen a, b, c of d, of hiermee verband houdende niet-tijdelijke humanitaire gronden,

    • b. verband houdend met tijdelijke humanitaire gronden of hiermee verband houdende niet-tijdelijke humanitaire gronden,

    • c. verblijf op grond van een andere beperking dan genoemd in artikel 3.4, eerste lid, Vreemdelingenbesluit 2000, als bedoeld in artikel 3.4, derde lid, Vreemdelingenbesluit 2000 of hiermee verband houdende niet-tijdelijke humanitaire gronden, of

    • d. verband houdende met afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet als bedoeld in artikel 3.17a, onderdeel b, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 of hiermee verband houdende niet-tijdelijke humanitaire gronden.

Artikel 3a. Nationaliteit voor hoofdstuk 4 van de wet: gedeeltelijke gelijksteling

  • 1 Voor personen met de nationaliteit van een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, dan wel van Zwitserland, en hun familieleden, anders dan

    • a. werknemers,

    • b. zelfstandigen, of

    • c. personen die de status van werknemer of zelfstandige hebben behouden, en

    • d. familieleden van de personen bedoeld in onderdeel a tot en met c,

    die niet het duurzaam verblijfsrecht, bedoeld in artikel 16 van richtlijn 2004/38/EG, hebben verworven, betreft de gelijkstelling, op grond van artikel 2.2, derde lid, van de wet, een tegemoetkoming in de kosten van de toegang tot het onderwijs.

  • 4 De tegemoetkoming wordt toegekend in één bedrag per schooljaar. Indien de aanspraak gedurende een schooljaar ontstaat bestaat de aanspraak uit ééntwaalfde van het bedrag per schooljaar maal het aantal resterende maanden van dat schooljaar.

Artikel 4. Verstrekken van inlichtingen

Artikel 16 van het Besluit studiefinanciering 2000 is van overeenkomstige toepassing op de verplichting, bedoeld in artikel 9.5 van de wet.

Artikel 5. Aanpassing van bedragen

  • 1 Onze Minister past de bedragen, genoemd in de artikelen 2.23, tweede lid, en 10.5, tweede lid, van de wet, per 1 januari van ieder kalenderjaar aan met de procentuele wijziging die het indexcijfer van de CAO-lonen in het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar heeft ondergaan.

  • 2 Onze Minister past de bedragen, genoemd in de artikelen 3.5, 4.3, 4.6, 5.4, 5.10 en 10.7, derde lid, van de wet per 1 januari van ieder kalenderjaar aan met de procentuele wijziging die de consumentenprijsindex over het tweede daaraan voorafgaande kalenderjaar heeft ondergaan.

  • 3 Bij ministeriële regeling wordt bepaald wat onder de consumentenprijsindex en het indexcijfer van de CAO-lonen wordt verstaan.

Hoofdstuk 2. Overgangsrecht

Artikel 6. Overgangsbepaling artikelen 2 en 3

Degenen die op 31 juli 2001 op grond van het Besluit tegemoetkoming studiekosten rechtmatig tegemoetkoming ontvingen, voldoen aan de nationaliteitseis, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de wet.

Artikel 6a. Tijdelijke afwijking artikel 5

Artikel 5, tweede lid, is niet van toepassing in de kalenderjaren 2011 en 2012.

Hoofdstuk 3. Wijzigingen in andere besluiten

Artikel 7. Besluit geneeskundige verzorging politie 1994

[Red: Wijzigt het Besluit geneeskundige verzorging politie 1994.]

Artikel 8. Besluit studiefinanciering 2000

[Red: Wijzigt het Besluit studiefinanciering 2000.]

Artikel 9. Bijdragebesluit Zorg

[Red: Wijzigt het Bijdragebesluit Zorg.]

Artikel 10. Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000

[Red: Wijzigt het Uitvoeringsbesluit Les- en cursusgeldwet 2000.]

Hoofdstuk 4. Slotbepalingen

Artikel 11. Uitvoeringsbesluit WEB

[Red: Wijzigt het Uitvoeringsbesluit WEB.]

Artikel 12. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op 1 augustus 2001.

Artikel 13. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 5 juli 2001

Beatrix

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

L. M. L. H. A. Hermans

Uitgegeven de negentiende juli 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals