KruimelpadGeldend op 10-02-2012
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 19 januari 2001, nr. 5075641/01/6;
Gelet op de artikelen 39, eerste en derde lid, en 40, derde lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens;
De Raad van State gehoord (advies van 27 maart 2001, Nr. W03.01.0049/I);
Gezien het nader rapport van de Minister van Justitie van 5 juni 2001, nr. 5101170/01/6;
Hebben goedgevonden en verstaan:
1.De vergoeding voor de kosten van het bericht als bedoeld in artikel 35 van de wet bedraagt € 0.23 per pagina met een maximaal bedrag van € 4.50 per bericht.
2.De verantwoordelijke mag voor de kosten van een bericht dat op een andere gegevensdrager wordt verstrekt dan papier een redelijke vergoeding in rekening brengen met dien verstande dat deze ten hoogste € 4.50 bedraagt.
De verantwoordelijke mag in afwijking van artikel 2 een redelijke vergoeding in rekening brengen met dien verstande dat deze ten hoogste € 22.50 bedraagt in het geval dat:
a. het afschrift bestaat uit meer dan honderd pagina's, of
b. het bericht bestaat uit een afschrift van een, vanwege de aard van de verwerking, moeilijk toegankelijke gegevensverwerking.
De verantwoordelijke mag voor de kosten voor het in behandeling nemen van een verzet als bedoeld in artikel 40 van de wet een redelijke vergoeding in rekening brengen met dien verstande dat deze ten hoogste € 4.50 bedraagt.
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet bescherming persoonsgegevens in werking treedt.