Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Verordening invoer bevroren rundvlees voor verwerking 2001[Regeling vervallen per 01-08-2008.]

Geldend van 26-12-2004 t/m 31-07-2008

Verordening invoer bevroren rundvlees voor verwerking 2001

Het bestuur van het Productschap voor Vee en Vlees heeft,

gelet op artikel 116 van de Regeling in- en uitvoer landbouwgoederen,

op 13 juni 2001 vastgesteld de navolgende

VERORDENING

Hoofdstuk 1. algemeen [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 1 [Vervallen per 01-08-2008]

Voor toepassing van het bij of krachtens deze Verordening bepaalde wordt de terminologie van de Regeling in- en uitvoer landbouwgoederen (Stcrt. 1981,50 laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 17 januari 2000, Stcrt.2000,12) overgenomen en wordt voorts verstaan onder:

1. productschap

: Productschap Vee en Vlees.

2. bestuur

: bestuur van het Productschap

3. voorzitter

: de voorzitter van het Productschap.

4. uitvoeringsverordening

: Verordening (EG) nr. 1206/2004 van de Commissie van 29 juni 2004 betreffende de opening en de wijze van beheer van een tariefcontingent voor de invoer van voor verwerking bestemd bevroren rundvlees (1 juli 2004 tot en met 30 juni 2005) (PBEG L 230);

5. Verordening (EG) nr.1291/2000

: Verordening van de Commissie houdende gemeen- schappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouw-producten, van 9 juni 2000 (PBEG L152).

6. Verordening (EG) nr. 1254/99

: verordening van de Raad houdende een gemeen- schappelijke ordening der markten in de sector rundvlees, van 17 mei 1999 (PBEG L160), zoals sindsdien gewijzigd.

7. invoercertificaat

: certificaat, zoals nader omschreven in Verordening (EG) nr 1291/2000, dat recht geeft om in te voeren en dat moet worden overgelegd bij de aanvaarding van de aangifte ten invoer

8. formulier zekerheidstelling

: formulier, als bedoeld inartikel 19, tweede lid van de Regeling in- en uitvoer landbouwgoederen.

9. formulier L

: formulier, als omschreven in artikel 19, eerste lid van de Regeling in- en uitvoer landbouwgoederen.

10. verwerker

: de natuurlijke of rechtspersoon die bevroren rundvlees verwerkt tot A-producten of B-producten of voornemens is te gaan verwerken.

11. erkende inrichting

: een overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn (EG) nr 77/99 erkende verwerkende inrichting.

12. TNO voeding

: de afdeling Nederlands Centrum voor Vleestechnologie van de Nederlandse organisatie voor toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek te Zeist.

13. rendement

: het resultaat van de berekening van het aantal in bewerking genomen kilo’s rundvlees-grondstof onder aftrek van de kilo’s uitval respectievelijk bijproduct, gedeeld door de hoeveelheid eindproduct in kilo’s.

14. A-producten of B-producten

: verwerkte producten zoals omschreven in de uitvoeringsverordening

15. productiecode

: een code waaruit de productiedatum van de A- of B-producten af te leiden is.

Artikel 2 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 De verwerker die, in het kader van het krachtens artikel 32, lid 1 van Verordening 1254/99 periodiek vastgestelde communautaire tariefcontingent, bevroren rundvlees invoert dan wel laat invoeren in Nederland met een beroep op volledige of gedeeltelijke schorsing van het specifieke deel van het douanerecht is, ter verkrijging van deze schorsing, gehouden te voldoen aan de in de uitvoeringsverordening en deze verordening vastgestelde voorschriften en bepalingen.

  • 2 De verwerker dient het ingevoerde rundvlees binnen 3 maanden na de dag van invoer te verwerken tot A-producten of B-producten.

Artikel 3 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 De aanvraag om in aanmerking te komen voor de toewijzing van importrechten in het kader van deze regeling, dient te worden ingediend bij het productschap met gebruikmaking van een model zoals dat is vastgesteld in bijlage I bij Verordening (EG) nr 1291/2000.

  • 2 De verwerker dient bij een aanvraag als bedoeld in het eerste lid naar genoegen van het productschap te hebben aangetoond dat hij voldoet aan de voorwaarden en vereisten welke de uitvoeringsverordening hiervoor stelt.

  • 3 Hiertoe dient hij een naar waarheid ingevulde en bevoegdelijk ondertekende en gedagtekende verklaring te overleggen, overeenkomstig een door het productschap uitgegeven en in bijlage I van het Besluit invoer bevroren rundvlees 2001 opgenomen model.

  • 4 Het productschap kan overgaan tot het vragen van aanvullende bewijzen ten opzichte van bovenstaande documenten.

Artikel 4 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 De aanvraag om in aanmerking te komen voor de afgifte van een invoercertificaat in het kader van deze regeling dient te worden ingediend bij het productschap, met gebruikmaking van een model zoals dat is vastgesteld in bijlage I bij Verordening (EG) nr 1291/2000.

  • 2 De door een verwerker ingediende aanvraag voor een invoercertificaat wordt pas in behandeling genomen wanneer hij de in artikel 3 bedoelde importrechten toegewezen heeft gekregen.

Artikel 5 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Een invoercertificaat wordt pas door het productschap afgegeven wanneer door de verwerker een zekerheid is gesteld zoals bedoeld in artikel 15 van Verordening (EG) nr 1291/2000.

  • 2 Tevens dient bij de invoer van de grondstoffen een zekerheid te worden gesteld bij het productschap onder gebruikmaking van een formulier L of een formulier zekerheidsstelling.

  • 3 De zekerheid wordt vrijgegeven wanneer is voldaan aan de communautaire voorwaarden zoals neergelegd in Verordening (EG) nr. 1291/2000 en de uitvoeringsverordening, alsmede wanneer voldaan is aan de voorwaarden zoals gesteld in deze verordening.

  • 4 In geval van niet-naleving van de in het derde lid bedoelde voorwaarden zal het productschap overgaan tot het verbeuren van de zekerheid, volgens de in de uitvoeringsverordening omschreven voorwaarden.

Hoofdstuk 2. A-producten en B- producten [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 6 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Iedere verwerker, die voor de eerste maal deelneemt aan de in de uitvoeringsverordening omschreven regeling, dient tenminste twee weken voorafgaande aan de eerste daadwerkelijke invoer in het kader van deze verordening, de recepturen schriftelijk aan het productschap te verstrekken. Met betrekking tot deze recepturen van de te bereiden A-producten dienen de navolgende gegevens verstrekt te worden:

    • a. benaming en productiecode van het eindproduct;

    • b. alle verwerkte grond- en hulpstoffen in een percentage van de totale hoeveelheid verwerkte grondstoffen en het eiwitgehalte van de grond- en hulpstoffen;

    • c. het rendement;

    • d. de kerntemperatuur en de tijdsduur waarop de kerntemperatuur blijft gehandhaafd tijdens be- of verwerking van het product;

    • e. de wijze van verpakking;

    • f. mager rundvleesgehalte;

    • g. totaal vleespercentage;

    • h. collageen/eiwitverhouding;

    • i. de GN-code van de grondstof en de GN-code van het eindproduct;

  • 2 Indien het gaat om bereiding van verkleind vlees of vlees met saus dient tevens het vetvrije droge stofgehalte van de overige bestanddelen niet zijnde vlees, vet of slachtafvallen, te worden verstrekt.

Artikel 7 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Iedere verwerker die voor de eerste maal deelneemt aan de in de uitvoeringsverordening omschreven regeling, dient tenminste twee weken voorafgaand aan de eerste daadwerkelijke invoer in het kader van deze verordening de benaming en de recepturen van de te bereiden B-producten schriftelijk aan het productschap te melden.

    Met betrekking tot deze recepturen dienen de navolgende gegevens verstrekt te worden:

    • a. benaming en productiecode van het eindproduct;

    • b. alle verwerkte grond- en hulpstoffen in een percentage van de totale hoeveelheid verwerkte grondstoffen;

    • c. het rendement;

    • d. de kerntemperatuur en de tijdsduur waarop de kerntemperatuur blijft gehandhaafd tijdens be- of verwerking van het product;

    • e. de wijze van verpakking;

    • f. de GN-code van de grondstof en de GN-code van het eindproduct.

  • 2 Indien het gaat om de bereiding van eindproducten die worden ingedeeld onder de GN-code 0210 20 90 dient tevens de water/eiwitverhouding vermeld te worden.

Artikel 8 [Vervallen per 01-08-2008]

In geval een verwerker het voornemen heeft om een wijziging aan te brengen in de volgens artikel 6 of 7 verstrekte receptuur of wanneer de verwerker voornemens is producten te maken volgens nog niet eerder verstrekte recepturen, dient hij tevoren met inachtneming van hetgeen in artikel 6 of 7 is bepaald, een nieuwe opgave aan het productschap te verstrekken.

Artikel 9 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 De productie van genoemde A- of B-producten, waarvan de recepturen volgens artikel 6 of 7 zijn verstrekt, kan eerst aangevangen worden, nadat het productschap daartoe schriftelijk toestemming heeft verleend. De schriftelijke toestemming bevat een datum waarop met de feitelijke productie mag worden aangevangen.

  • 2 Alvorens toestemming te verlenen, wordt door de daartoe door de voorzitter gemachtigde functionarissen van het productschap bij de betrokken aanvrager een onderzoek verricht,

    • a. naar de technische mogelijkheden om de grondstoffen tot een in de receptuur omschreven eindproduct te verwerken;

    • b. om te beoordelen of de administratie van de aanvrager op een zodanige wijze is ingericht dat te allen tijde de aankoop en de verkoop van de grondstoffen, de verkoop en de aflevering van de eindproducten op eenvoudige wijze is na te gaan.

Artikel 10 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 De verwerker, die in het kader van de in de uitvoeringsverordening bepaalde regeling, bevroren rundvlees aanvoert op zijn bedrijf, dient dit tenminste 2 werkdagen voor het tijdstip van aanvoer schriftelijk te melden aan het productschap.

  • 2 De verwerker, die beoogt over te gaan tot verwerking van bevroren rundvlees in het kader van de in de uitvoeringsverordening bepaalde regeling, dient dit tenminste 2 werkdagen voor het tijdstip van aanvang van de productie aan het productschap schriftelijk te melden.

  • 3 De verwerker is verplicht tijdens een eerste proefbereiding een daartoe door de voorzitter gemachtigde functionaris van het productschap aanwezig te laten zijn. Aan de hand van de eerste proefbereiding wordt door de functionaris een rendement berekend. Het productschap is te allen tijde gerechtigd een nieuwe proefbereiding verplicht te stellen.

  • 4 Indien uit de proefbereiding blijkt dat het bereide product niet valt onder A-product of B-product wordt de op basis van artikel 10 verleende toestemming ingetrokken.

  • 5 Indien de grondstoffen, gebruikt voor de productie van A- of B-producten naar hun aard of kwaliteit duidelijk afwijken van de bij de proefbereiding verwerkte grondstoffen, dient aan het productschap hiervan mededeling te worden gedaan en voorafgaande aan de verwerking van deze grondstoffen een nieuwe proefbereiding plaats te vinden in aanwezigheid van functionarissen van het productschap.

Artikel 11 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Teneinde te voldoen aan de verplichting tot het leveren van bewijs, is de verwerker verplicht om minimaal één maal per zes weken aan het productschap opgave te doen van de door hem bereide of afgeleverde hoeveelheden verwerkte A- of B-producten, gespecificeerd per soort. De opgave dient te geschieden door middel van een door of namens de verwerker ondertekende en gedagtekende verklaring inzake de verwerking, overeenkomstig het in bijlage Ila, Ilb of Ilc van het Besluit invoer bevroren rundvlees 2001, vastgestelde model, welke nauwkeurig en naar waarheid is ingevuld, een en ander zoals blijkens het model is vereist.

  • 2 Gebruikmaking van andere verklaringen dan die in bijlage IIa, llb of Ilc is toegestaan, mits door of namens de verwerker ondertekend, gedagtekend en voorzien van alle in de bovengenoemde bijlagen vereiste gegevens.

  • 3 De voorzitter kan, namens het bestuur, op aanvraag van de verwerker ontheffing verlenen van de verplichting om:

    • a. het door het bestuur vastgestelde model als bedoeld in het eerste lid te gebruiken voor het indienen van de verklaring inzake de verwerking

    • b. de in het eerste lid vermelde periode aan te houden voor het indienen van de verklaringen inzake de verwerking als bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 3. administratieve voorschriften [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 12 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 De verwerker die bevroren vlees invoert, is verplicht terzake van het voorhanden of in voorraad hebben, be- of verwerken, dan wel ontvangen of afleveren van het bedoelde bevroren vlees, onderscheidenlijk de daaruit verkregen producten, een dagelijks bij te houden boekhouding en voorraadadministratie te voeren en deze voorraadadministratie, alsmede de in het tweede lid bedoelde bescheiden, gedurende 5 jaar te bewaren.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde boekhouding en voorraadadministratie dienen volledig en overzichtelijk te zijn, nauwkeurig en naar waarheid te worden bijgehouden en zodanig ingericht, dat daaruit de volgende gegevens kunnen worden afgeleid, gestaafd door leveringsbewijzen, facturen en verwerkingsstaten;

    • a. de dag van invoer en ontvangst op het bedrijf en de ingevoerde en ontvangen hoeveelheden bevroren vlees, onderscheiden naar hun aard en herkomst, alsmede de naam en het adres van de leverancier;

    • b. de dag van be- of verwerkingen, de be- of verwerkte hoeveelheden bevroren vlees, alsmede de daarnaast in de voorraden bevroren vlees als gevolg van retourzendingen verliezen of soortgelijke oorzaken opgetreden wijzigingen;

    • c. de dag van aflevering en de afgeleverde hoeveelheden van de uit het ingevoerde bevroren vlees verkregen producten, onderscheiden naar aard, alsmede de naam en het adres van de afnemer.

  • 3 De in het tweede lid bedoelde gegevens dienen voor elk stadium van be- of verwerking waarin het bevroren vlees zich in het bedrijf bevindt, afzonderlijk te worden vermeld.

  • 4 De voorzitter van het productschap kan naar aanleiding van een schriftelijk verzoek van de be- of verwerker een ontheffing verlenen van de hierboven genoemde administratieve voorschriften. Zulks geschiedt met inachtneming van nader te stellen voorwaarden.

Hoofdstuk 4. monsternames [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 13 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Door of namens het productschap kunnen uit de voorraden van de in het kader van de in de uitvoeringsverordening bepaalde invoerregeling verwerkte producten, op door het productschap te bepalen tijdstippen monsters worden getrokken. De monstername kan geschieden zowel op het bedrijf van de betrokken verwerker als overal elders in de distributieschakel alwaar zodanig bewerkte producten worden aangetroffen.

  • 2 De grootte van ieder monster bedraagt voor zover het betreft verwerkte producten zonder saus tenminste 500 gram, zo mogelijk in 3 verpakkings-eenheden, voor zover het betreft de overige producten tenminste 3 van de kleinste verpakkingseenheden.

  • 3 De monsters worden door TNO voeding onderzocht.

  • 4 Indien bij het onderzoek dat door TNO voeding wordt uitgevoerd op A-producten, blijkt dat het product:

    • -

      ander vlees dan rundvlees bevat;

    • -

      de toevoegingen, met uitzondering van water, meer bedragen dan 15% van het netto gewicht van het eindproduct;

    • -

      een collageen / eiwitverhouding van 0,45 wordt overschreden;

    • -

      het minder dan 20 gewichtspercenten mager vlees bevat, of;

    • -

      bij doorsnijding van het dikste gedeelte sporen van een roseachtige vloeistof zijn waar te nemen, zal de totale in dezelfde week als het betreffende monster bereide hoeveelheid van dat product geacht worden niet in het kader van de door middel van de uitvoeringsverordening ingestelde regeling te zijn vervaardigd.

  • 5 Indien bij het onderzoek dat door TNO voeding wordt uitgevoerd op B-producten, blijkt dat het product:

    • -

      geen rundvlees bevat;

    • -

      voor een verwerkt product van GN-code 0210 20 90 de kleur en consistentie van vers vlees niet volledig is verdwenen of een water/eiwitverhouding van meer dan 3,2 heeft, zal de totale in dezelfde week als het desbetreffende monster bereide hoeveelheid van dat product geacht worden niet in het kader van de door middel van de uitvoeringverordening ingestelde regeling te zijn vervaardigd.

  • 6 Indien de betrokken verwerker zulks verzoekt, zal tegelijk met het trekken van een monster als in de leden 1 en 2 bedoeld uit dezelfde partij verwerkte producten, voorzien van dezelfde productiecode, een contra-monster van gelijke grootte worden getrokken, hetwelk op het bedrijf van de betrokkene zal worden bewaard, totdat de uitslag van het onderzoek door TNO voeding bekend is. Indien deze uitslag voor de betrokkene afwijkingen als in lid 4 of lid 5 bedoeld aan het licht brengt, kan de betrokkene verzoeken het contra-monster door het TNO voeding te doen onderzoeken. De uitslag van dit onderzoek is beslissend voor de hieraan met inachtneming van het in de leden 4 en 5 bepaalde te verbinden gevolgen.

  • 7 Onverminderd hetgeen hiervoor bepaald is, kan ingeval de uitslag van het onderzoek door het TNO voeding van een monster of contra-monster van verwerkte producten, voor de betrokkene bij herhaling enige afwijking als in lid 4 onderscheidenlijk in lid 5 bedoeld aan het licht brengen, het productschap bepalen dat het betrokken product niet in het kader van de door middel van de uitvoeringverordening ingestelde invoerregeling wordt aanvaard.

  • 8 De genomen monsters worden door het productschap niet vergoed. De kosten van het onderzoek van eventueel genomen contra-monsters komen eveneens voor rekening van de betrokken verwerker.

Hoofdstuk 6. Controle [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 14 [Vervallen per 01-08-2008]

De verwerker, die bevroren rundvlees invoert dat verwerkt zal worden tot A- of B- product is verplicht:

  • 1. te allen tijde de daartoe door de voorzitter gemachtigde functionaris(sen) van het productschap, of andere door de voorzitter gemachtigde(n) personen, in de gelegenheid te stellen de naleving van de voorschriften te controleren daaronder begrepen het toelaten van het nemen van monsters en daarbij alle verlangde medewerking te verlenen;

  • 2. zich te richten naar de aanwijzingen, welke het productschap kan geven met het oog op een juiste uitvoering van de regeling.

  • 3. ten genoegen van het productschap, binnen de termijn gesteld in de uitvoeringsverordening aan te tonen dat de desbetreffende verplichtingen zijn nagekomen.

  • 4. overigens alle inlichtingen aan het productschap te verstrekken, welke het voor de toepassing van de uitvoeringsverordening nodig oordeelt.

  • 5. als ten gevolge van een aan de be- of verwerker te wijten omstandigheid een afdoende controle van de onderhavige invoerregeling niet mogelijk is, de controlekosten aan het productschap te vergoeden.

Hoofdstuk 7. Bijzondere controleregimes [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 15 [Vervallen per 01-08-2008]

Indien verwerkers A- of B-producten afleveren aan bedrijfseenheden, waarvan zij geheel of gedeeltelijk eigenaar of vertegenwoordigingsbevoegde zijn, dan wel waarmee zij op enige wijze vennootschappelijk gelieerd zijn, dienen zij productiecontrole per week mogelijk te maken. Hiertoe moeten zij aan de volgende voorwaarden voldoen;

  • 1. Zij dienen te beschikken over een administratie die is afgestemd op een wekelijkse controle van de productie. In de vorm van productieregisters of verantwoordingsstaten, waarmee verwerkers te allen tijde de identiteit en het gebruik van het ingevoerde vlees moeten kunnen aantonen.

  • 2. Zij dienen te melden op welke dagen zij A- of B-producten vervaardigen.

  • 3. Zij dienen de verwerkte A- of B-producten op een nader afgesproken tijdstip beschikbaar te houden voor kwantitatieve controle door het productschap.

  • 4. Zij dienen er zorg voor te dragen, dat de desbetreffende productieverpakkingen zijn te identificeren. Op de verpakkingen dient een identificatie aangebracht te worden met daarop vermeld de desbetreffende bedrijfseigen productiecodes waaruit de productiedatum af te leiden is. Deze identificatie moet zodanig zijn aangebracht dat deze niet zonder beschadiging van de verpakking van het eindproduct kan worden verwijderd. De aan te brengen coderingen dienen algemeen gebruikelijk te zijn en vooraf, bij de receptuur, schriftelijk, aan het productschap bekend te worden gemaakt.

  • 5. De voorzitter is bevoegd, om onder de door hem te stellen voorwaarden, ontheffing te verlenen van het bepaalde in lid 1.

Artikel 16 [Vervallen per 01-08-2008]

  • 1 Deze verordening wordt aangehaald als de “Verordening invoer bevroren rundvlees voor verwerking 2001”.

  • 2 Deze Verordening treedt in werking op de eerste dag na die van haar afkondiging in het Verordeningenblad Bedrijfsorganisatie.

  • 3 Tegelijkertijd wordt het “Uitvoeringsbesluit bevroren rundvlees 1985 (Regeling b)” en de “Verordening invoer bevroren rundvlees 1999 (Regeling A) ingetrokken.

Voor het bestuur,

R.J. Tazelaar

voorzitter

S.B.M. Jongerius

secretaris

Goedgekeurd door de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bij beschikking van 22 juni 2001, nr. TRCJZ/2001/8863.