Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling draagvlak natuur[Regeling vervallen per 01-04-2007.]

Geldend van 17-07-2005 t/m 31-03-2007

Regeling draagvlak natuur

De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

Gelet op artikel 2 van de Kaderwet LNV-subsidies,

Besluit:

Paragraaf 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 01-04-2007]

Artikel 1 [Vervallen per 01-04-2007]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. minister:

Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

b. Dienst Regelingen:

Dienst Regelingen van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

c. project:

geheel van afgebakende en eenmalige activiteiten met een bovenprovinciaal karakter gericht op één of meer concrete resultaten;

d. programma:

samenhangend geheel van activiteiten met een bovenprovinciaal karakter gericht op één of meer van de in artikel 21 genoemde doelstellingen, waarbij de uitvoering op grond van ontwikkelingen binnen het programma of maatschappelijke ontwikkelingen gedurende de looptijd kan worden aangepast;

e. natuur:

beleidsterreinen natuur, bos en landschap.

Paragraaf 2. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-04-2007]

Artikel 2 [Vervallen per 01-04-2007]

De minister kan subsidie verstrekken voor projecten respectievelijk programma's die een bijdrage leveren aan de realisering van de in artikel 16 respectievelijk artikel 21 geformuleerde doelstellingen.

Artikel 3 [Vervallen per 01-04-2007]

Voor subsidieverleningen komen in aanmerking stichtingen, verenigingen of samenwerkingsverbanden daarvan, waarvan het werkgebied zich uitstrekt over meer dan twee provincies.

Artikel 4 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De minister stelt jaarlijks een subsidieplafond voor de verlening van subsidies op grond van deze regeling vast voor het komende begrotingsjaar.

  • 2 De minister maakt een besluit als bedoeld in het eerste lid bekend in de Staatscourant.

Artikel 5 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 Een subsidie als bedoeld in artikel 2 kan worden verleend voor de volgende met het project of programma verband houdende kosten:

    • a. de gemaakte en te betalen loonkosten van het direct bij de uitvoering van het project of programma betrokken personeel in dienst van de subsidieontvanger berekend aan de hand van de normbedragen per salarisschaal, zoals opgenomen in de Handleiding Overheidstarieven van het Ministerie van Financiën;

    • b. kosten van verbruikte materialen of hulpmiddelen;

    • c. aan derden verschuldigde kosten ter zake van planvormings- en uitvoeringsactiviteiten tot een maximum van 35% van de in de onderdelen a, b en d genoemde kosten;

    • d. kosten van vrijwilligers, voor zover deze een vrijwilligersvergoeding ontvangen, tot maximaal het bedrag dat jaarlijks belastingvrij als vrijwilligersvergoeding kan worden verstrekt;

    • e. reis- en verblijfkosten;

    • f. de voor de vaststelling van de subsidie benodigde accountantsverklaring, tot een maximum van € 1820.

  • 2 Een subsidie voor programma's kan tevens worden verleend voor de kosten van de in artikel 24 bedoelde evaluatie tot een maximum van 10% van de in de onderdelen a tot en met e van het eerste lid genoemde kosten.

  • 3 De subsidiabele kosten worden verhoogd met een forfaitaire opslag voor overhead van 10% van de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde loonkosten.

  • 4 De subsidiabele kosten kunnen worden verhoogd met een opslag voor onvoorziene kosten van maximaal 15% van de in het eerste lid, onderdelen b tot en met f, genoemde kosten.

  • 5 De kosten, bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid, worden in aanmerking genomen met inbegrip van de verschuldigde omzetbelasting indien de aanvrager de omzetbelasting niet kan verrekenen met de door hem af te dragen omzetbelasting.

  • 6 Voor het normbedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt uitgegaan van het kosten-plus tarief gebaseerd op respectievelijk ten hoogste salarisschaal 6 voor ondersteund personeel, ten hoogste salarisschaal 11 voor uitvoerend personeel en ten hoogste salarisschaal 13 voor toezichthoudend personeel.

Artikel 6 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De subsidie bedraagt maximaal 100% van de in artikel 5 bedoelde kosten met dien verstande dat voor programma's de te verlenen subsidie gemiddeld jaarlijks ten hoogste € 56.722,53 bedraagt.

  • 2 Indien voor het project of programma waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt verleend, andere subsidies door de Rijksoverheid worden verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag op grond van deze regeling verstrekt, dat de som van de subsidies het in het eerste lid genoemde percentage niet overschrijdt.

  • 3 Indien voor het project of programma waarvoor op grond van deze regeling subsidie is verleend, subsidies door anderen dan de Rijksoverheid of financiële middelen door niet-bestuursorganen worden verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag op grond van deze regeling verstrekt, dat de som van de subsidies of de financiële middelen niet meer bedraagt dan 100% van de totale kosten van het project of programma.

Paragraaf 3. Subsidieverlening [Vervallen per 01-04-2007]

Artikel 7 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De minister stelt jaarlijks een of meer perioden vast waarin aanvragen tot subsidieverlening kunnen worden ingediend.

  • 2 De minister maakt besluiten als bedoeld in het eerste lid bekend in de Staatscourant.

Artikel 8 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 Een aanvraag tot subsidieverlening wordt gericht aan de minister en ingediend bij Dienst Regelingen met gebruikmaking van het daarvoor bestemde aanvraagformulier en gaat vergezeld van een projectplan of programmaplan.

  • 2 Het projectplan of programmaplan houdt in ieder geval in:

    • a. een beschrijving van het project of programma, waarin is opgenomen een probleemanalyse, het doel van het project of programma, de noodzaak van het project of programma alsmede de noodzaak van de kosten;

    • b. een sluitende begroting voor het project of programma alsmede een toelichting daarop; indien het een meerjarig project of programma betreft, is de begroting een meerjarenbegroting met een liquiditeitsplanning per jaar;

    • c. de doelstelling of de doelstellingen, bedoeld in artikel 16 respectievelijk artikel 21, waarop het project respectievelijk het programma betrekking heeft;

    • d. de criteria die gehanteerd worden om de resultaten van het project of programma te toetsen;

    • e. de realisatietermijn.

Artikel 9 [Vervallen per 01-04-2007]

De minister beslist binnen vier maanden na afloop van een aanvraagperiode op aanvragen die in de betrokken aanvraagperiode zijn ingediend met inachtneming van artikel 20 dan wel artikel 25.

Artikel 10 [Vervallen per 01-04-2007]

Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

Paragraaf 4. Verplichtingen van de subsidieontvanger [Vervallen per 01-04-2007]

Artikel 11 [Vervallen per 01-04-2007]

De subsidieontvanger maakt een aanvang met het project of het programma binnen één jaar na afgifte van de beschikking tot subsidieverlening.

Artikel 12 [Vervallen per 01-04-2007]

De subsidieontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle kosten van het project of programma kunnen worden afgelezen, gespecificeerd overeenkomstig de in artikel 5 onderscheiden kostenposten, waarbij ter zake van de loonkosten van het personeel in dienst van de subsidieontvanger een door middel van een sluitende tijdschrijving vastgestelde urenverantwoording aanwezig is.

Paragraaf 5. Subsidievaststelling [Vervallen per 01-04-2007]

Artikel 13 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De aanvraag tot subsidievaststelling wordt binnen vier maanden na afloop van het project of programma ingediend.

  • 2 De aanvraag gaat vergezeld van:

    • a. een financiële verantwoording van het project of programma;

    • b. een verklaring van een registeraccountant of een accountant-administratieconsulent als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek waaruit blijkt dat is voldaan aan de in deze regeling gestelde voorwaarden en verplichtingen;

    • c. de eindrapportage.

  • 3 Een aanvraag tot vaststelling van een programmasubsidie gaat tevens vergezeld van de resultaten van de in artikel 24 bedoelde evaluatie en indien van toepassing van een verantwoording van aanpassingen in de uitvoering van het programma.

  • 4 De registeraccountant of accountant-administratieconsulent, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, controleert met inachtneming van het in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen controleprotocol.

  • 5 De goedkeurende accountantsverklaring wordt opgesteld overeenkomstig de in bijlage 2 opgenomen modelaccountantsverklaring.

  • 6 De minister behoudt zich het recht voor om de Accountantsdienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij een review te laten uitvoeren op de door de accountant van de aanvrager verrichte werkzaamheden.

Artikel 14 [Vervallen per 01-04-2007]

De minister stelt binnen vier maanden na ontvangst van de in artikel 13 bedoelde bescheiden de subsidie vast.

Paragraaf 6. Voorschotverlening [Vervallen per 01-04-2007]

Artikel 15 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De minister kan de subsidieontvanger op diens verzoek voorschotten verstrekken van:

    • a. ten hoogste 80% van het verleende subsidiebedrag indien het een subsidie voor een programma betreft;

    • b. ten hoogste 95% van het verleende subsidiebedrag indien het een subsidie voor een project betreft.

  • 2 Het eerste voorschot wordt niet eerder verstrekt dan nadat het project of programma daadwerkelijk is gestart.

  • 3 De aanvraag tot voorschotverlening gaat vergezeld van een overzicht van de liquiditeitsbehoefte.

Paragraaf 7. Bijzondere bepalingen met betrekking tot projectsubsidies [Vervallen per 01-04-2007]

Artikel 16 [Vervallen per 01-04-2007]

Subsidies voor projecten worden verstrekt ter realisering van één of meer van de volgende doelstellingen:

  • a. vergroten van de kennis van de natuur door het ontwikkelen van modelprogramma's en bijbehorende trainingen voor intermediairs en leerkrachten, voor gebruik bij binnen- en buitenschoolse natuur- en milieueducatie;

  • b. vergroten van de kennis van de natuur bij groepen die een bijdrage kunnen leveren aan de realisering van natuurdoelstellingen, door het geven van voorlichting of het ontwikkelen van voorlichtingsmateriaal;

  • c. vergroten van de aandacht voor natuur door het ontwikkelen van een visie op de positie van de natuur in de samenleving, het inbrengen van deze visie in overlegsituaties en het vragen van publieke aandacht voor deze visie, of

  • d. verhogen van de organisatiegraad en verbeteren van de onderlinge contacten door het stimuleren van samenwerking tussen organisaties op het gebied van natuur en het bevorderen van informatie-uitwisseling tussen die organisaties.

Artikel 17 [Vervallen per 17-07-2005]

Artikel 18 [Vervallen per 01-04-2007]

Geen subsidie wordt verleend voor projecten:

  • a. die een looptijd hebben van meer dan 3 jaar;

  • b. waarvan de subsidiabele kosten minder dan € 11.344,51 bedragen;

  • c. met de uitvoering waarvan een aanvang is gemaakt alvorens de ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening schriftelijk aan de aanvrager is bevestigd.

Artikel 19 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De subsidieontvanger voert het project uit overeenkomstig het projectplan waarop de beschikking tot subsidieverlening betrekking heeft.

  • 2 Indien de projectduur langer is dan één jaar, rapporteert de subsidieontvanger tenminste eenmaal per jaar op een door de minister te bepalen wijze omtrent de voortgang van het project.

Artikel 20 [Vervallen per 01-04-2007]

De minister rangschikt de aanvragen die voor een subsidie in aanmerking komen zodanig dat een project hoger gerangschikt wordt naarmate:

  • a. een project meer bijdraagt aan de verwezenlijking van de doelstellingen bedoeld in artikel 16;

  • b. de subsidieaanvrager erin slaagt andere subsidies of financiële middelen voor de realisatie van het project te verkrijgen, en

  • c. het project meer aansluit bij het beleid zoals beschreven in de nota’s ‘Natuur voor mensen, mensen voor natuur’ en ‘Vitaal en samen’.

Paragraaf 8. Bijzondere bepalingen met betrekking tot programmasubsidies [Vervallen per 01-04-2007]

Artikel 21 [Vervallen per 01-04-2007]

Subsidies voor programma's worden verstrekt ter vergroting van de betrokkenheid van maatschappelijke partijen bij natuur en natuurbeleid door:

  • a. het uitwisselen van kennis en ideeën over natuur met betrokken partijen in de maatschappij, het ontwikkelen en structureren van deze kennis binnen de eigen organisatie ten behoeve van beleidsprocessen bij overheden en het inbrengen van deze kennis in alle fasen van deze beleidsprocessen;

  • b. het verbreden van de resultaten van eerder uitgevoerde projecten, waarvan de doelstelling past binnen artikel 16 van deze regeling, door de bevordering van het gebruik en de acceptatie van in deze projecten ontwikkelde methoden, programma's, ideeën en materialen bij de geëigende doelgroepen.

Artikel 22 [Vervallen per 01-04-2007]

Geen subsidie wordt verleend voor programma's:

  • a. die een looptijd hebben korter dan 3 jaar of langer dan 5 jaar;

  • b. waarvan de subsidiabele kosten gemiddeld jaarlijks minder dan € 22.689,01 bedragen;

  • c. met de uitvoering waarvan een aanvang is gemaakt alvorens de ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening schriftelijk aan de aanvrager is bevestigd.

Artikel 23 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De subsidieontvanger voert het programma uit overeenkomstig het programmaplan, behoudens door de minister goedgekeurde wijzigingen van het programmaplan.

  • 2 De minister kan aan Dienst Regelingen gemelde wijzigingen van het programmaplan goedkeuren. Deze goedkeuring wordt niet verleend voor zover het wijzigingen ten aanzien van de doelstelling betreft. De minister deelt de subsidieontvanger mede of en in welke mate de wijziging van het werkplan gevolgen heeft voor de verleende subsidie of voor de bij de verlening van de subsidie vastgestelde verplichtingen. De wijziging heeft geen verhoging tot gevolg van het bedrag van de subsidie of het bedrag waarop de subsidie overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening ten hoogste kan worden vastgesteld.

Artikel 24 [Vervallen per 01-04-2007]

De subsidieontvanger voert jaarlijks een evaluatie uit op een nader door de minister te bepalen wijze.

Artikel 25 [Vervallen per 01-04-2007]

De minister rangschikt de aanvragen die voor een subsidie in aanmerking komen zodanig dat een programma hoger gerangschikt wordt naarmate:

  • a. het programma beter aansluit bij de in artikel 21 genoemde doelstellingen en de in artikel 20, onderdeel c, bedoelde nota’s;

  • b. het programma doelmatiger kan worden uitgevoerd als gevolg van de aanwezigheid van kennis, kunde en capaciteit bij de uitvoerende organisatie, de beschikking over een netwerk en het maatschappelijk draagvlak van de uitvoerende organisatie of organisaties voor zover noodzakelijk voor het goed uitvoeren van het programma, en

  • c. de subsidieaanvrager erin slaagt andere subsidies of financiële middelen voor de realisatie van het programma te verkrijgen

Paragraaf 9. Overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 01-04-2007]

Artikel 26 [Vervallen per 17-07-2005]

Artikel 27 [Vervallen per 01-04-2007]

  • 1 De Regeling versterking maatschappelijke betekenis natuur en de Regeling subsidiëring niet-terreinbeherende organisaties worden ingetrokken.

  • 2 De in het eerste lid genoemde regelingen blijven van toepassing op grond daarvan verleende subsidies.

Artikel 28 [Vervallen per 01-04-2007]

Deze regeling treedt in werking op 1 juni 2001.

Artikel 29 [Vervallen per 01-04-2007]

Twee jaar na inwerkingtreding en voorts iedere drie jaar wordt een verslag gepubliceerd over de doeltreffendheid en de effecten van de subsidie in de praktijk.

Artikel 30 [Vervallen per 01-04-2007]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling draagvlak natuur.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 28 mei 2001

De

Staatssecretaris

van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

G.H. Faber

Bijlage 1. Controleprotocol als bedoeld in artikel 13, vierde lid, van de Regeling draagvlak natuur [Vervallen per 01-04-2007]

Bij de controle, op basis waarvan de rapportage, bedoeld in artikel 13, tweede lid, plaatsvindt, dient aan de naleving van de volgende artikelen op de daarbij aangegeven wijze aandacht te worden besteed.

Artikel Soort aandacht
Artikel 3

Speciale aandacht

Artikel 5

Speciale aandacht

Artikel 6, tweede lid

Speciale aandacht

Artikel 6, derde lid

Speciale aandacht

Artikel 11

Speciale aandacht

Artikel 13, tweede lid

Normale aandacht

Artikel 15, tweede lid

Speciale aandacht

Artikel 18, onderdeel a

Speciale aandacht

Artikel 18, onderdeel c

Speciale aandacht

Artikel 19, eerste lid

Speciale aandacht

Artikel 22, onderdeel a

Speciale aandacht

Artikel 22, onderdeel c

Speciale aandacht

Artikel 23, eerste lid

Speciale aandacht

Artikel 23, tweede lid

Speciale aandacht

Bijlage 2. Model-accountantsverklaring als bedoeld in artikel 13, vijfde lid, vande Regeling draagvlak natuur [Vervallen per 01-04-2007]

Accountantsverklaring

Wij hebben de bijgevoegde financiële verantwoording van ... (naam instelling) te ... (plaats) inzake het project (of programma) ... (naam project of programma) over de periode van ... t/m ... in het kader van de Regeling draagvlak natuur gecontroleerd. De financiële verantwoording is opgesteld onder verantwoording van ... (de leiding van naam instelling/naam persoon). Het is onze verantwoordelijkheid om een accountantsverklaring inzake de financiële verantwoording te verstrekken. Voor het onderhavige project (of programma) is bij beschikking van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, kenmerk ... (nummer) d.d. ... (datum) een subsidie verleend tot een maximum van f. ... (bedrag).

Onze controle is verricht overeenkomstig de algemeen aanvaarde richtlijnen met betrekking tot controleopdrachten en overeenkomstig de aanwijzingen die de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in het controleprotocol, behorende bij vorenbedoelde regeling, heeft gegeven met betrekking tot de controle op de naleving van de subsidiebepalingen.

Volgens de richtlijnen dient onze controle zodanig te worden gepland en uitgevoerd dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de financiële verantwoording geen onjuistheden van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek door middel van deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de bedragen in de financiële verantwoording. Voorts is aanvullend aandacht besteed aan de in vorenbedoelde controleprotocol aangegeven aspecten.

Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke grondslag vormt voor ons oordeel. Wij zijn van oordeel dat de financiële verantwoording voldoet aan de voor dit doel eraan te stellen eisen.

... (plaats en datum) ... (handtekening) ... (naam accountant) ... (naam accountantskantoor) ... (adres, postcode en woonplaats) ... (telefoon)