Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling OCW-ESF 2000[Regeling vervallen per 31-12-2004.]

Geldend van 09-06-2001 t/m 30-12-2004

Subsidieregeling OCW-ESF 2000

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen, Mede namens de minister van landbouw, natuurbeheer en visserij;

Gelet op:

  • artikel 4, eerste lid, van de Wet overige OCenW-subsidies;

Besluit:

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 31-12-2004]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister:

    de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, de minister van landbouw, natuurbeer en visserij;

  • b. WEB:

    de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • c. ESF:

    het Europees Sociaal Fonds, zijnde het structuurfonds ingesteld op het terrein van de werkgelegenheid en waarvan de taken zijn bepaald bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, nader geconcretiseerd in Verordening (EG) nr. 1784/99;

  • d. EPD:

    het Enkelvoudig (Enig) programmeringsdocument voor de uitvoering van doelstelling 3 in Nederland, vastgesteld bij Beschikking nr. (2000) 1127 van de Commissie van de Europese Unie;

  • e. maatregel:

    de in het EPD benoemde maatregel "Versterking van de beroepsbegeleidende leerweg" in het kader van Prioriteit 3: "Een Leven Lang Leren, onderdeel beroepsonderwijs";

  • f. doelstelling 2 gebied:

    gebiedsdelen in Nederland die bij of krachtens Verordening (EG) 1260/99 zijn aangewezen als doelstelling 2 gebied, waarvoor andere dan ESF-3-subsidie kan worden verkregen uit de structuurfondsen;

  • g. aanvrager:

    de rechtspersoon waarvan een instelling of een landelijk orgaan uitgaat, die een project uitvoert;

  • h. instelling:

    een instelling als bedoeld in de artikelen 1.3.1 en 1.3.3 of een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 van de WEB;

  • i. landelijk orgaan:

    een landelijk orgaan als bedoeld in artikel 1.5.1 van de WEB.

Artikel 2. Doel van de regeling [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Het doel van deze regeling is het op aanvraag van aanvragers verlenen van projectsubsidie door de minister voor projecten met betrekking tot deelnemers behorend tot de doelgroepen genoemd in het EPD, ESF-doelstelling 3, gericht op de werving, opleiding en de begeleiding van deelnemers in trajecten van werkend leren, de acquisitie van praktijkopleidingsplaatsen en de deelname van regionale opleidingscentra, vakinstellingen en landelijke organen aan regionale netwerken.

  • 2 Subsidie op grond van het vorige lid kan slechts worden verleend ten behoeve van projecten op het gebied van de maatregel versterking van de beroepsbegeleidende leerweg.

  • 3 Subsidie kan slechts worden verleend aan aanvragers die voor 20 oktober 2000 een voorlopige aanvraag hebben ingediend bij de minister en die voor 1 januari 2001 daadwerkelijk met het project zijn aangevangen.

Artikel 3. Omvang van de subsidie [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Een subsidie bedraagt 50% van de subsidiabele kosten van het project. Een subsidie wordt slechts toegekend indien de aanvrager zorgdraagt voor een medefinanciering van het project voor 50% van de subsidiabele kosten.

  • 2 Indien het totaal aan subsidie en medefinanciering meer bedraagt dan 100% van de subsidiabele kosten wordt de subsidie met het meerdere verlaagd.

Artikel 4. Voorwaarden ten aanzien van de projecten en activiteiten [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Een project als bedoeld in artikel 2, tweede lid, kan uitsluitend worden uitgevoerd door een instelling en een landelijk orgaan gezamenlijk.

  • 2 De projecten zijn gericht op deelnemers zonder startkwalificatie die daadwerkelijk extra begeleiding nodig hebben om aan de beroepsbegeleidende leerweg van beroepsopleidingen als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid onder a en b, van de WEB te kunnen deelnemen.

  • 3 Geen subsidie wordt verleend voor activiteiten die ten gunste komen van deelnemers die woonachtig zijn in de provincie Flevoland.

  • 4 Geen subsidie wordt verleend voor kosten die medegefinancierd worden uit andere structuurfondsen dan ESF of communautaire middelen.

  • 5 Geen subsidie wordt verleend voor projecten die zijn aangevangen voor 1 januari 2000 of na 31 december 2000.

Artikel 5. Subsidieaanvraag [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Een aanvrager completeert uiterlijk 15 juni 2001 de voorlopige aanvraag, bedoeld in artikel 2, derde lid, met gebruikmaking van de door de minister beschikbaar gestelde elektronische formats en formulieren.

  • 2 Een instelling en een landelijk orgaan die gezamenlijk een project uitvoeren, dienen ieder afzonderlijk een subsidieaanvraag in. De aanvraag van een der partijen gaat vergezeld van een door beide partijen ondertekende samenwerkingsovereenkomst.

  • 3 De subsidieaanvraag omvat in ieder geval de navolgende gegevens:

    • a. een projectplan;

    • b. de looptijd van het project met een maximale duur van vierentwintig maanden;

    • c. de doelgroepen waarop het project zich richt;

    • d. een begroting van het project met een gespecificeerde toelichting op de omvang en berekeningswijze van de verschillende kosten en baten, waarin tenminste zijn opgenomen:

      • de kosten van het project, gespecificeerd naar aard en hoogte van de diverse kostenposten;

      • de integrale financiering van het project, uitgesplitst naar private financiering, publieke financiering en subsidie op grond van deze regeling. Bij deze uitsplitsing dient elke financierende partij te worden benoemd, de wijze waarop deze bijdragen berekend zijn, alsmede de elementaire voorwaarden waarvan verkrijging van deze financiering afhankelijk is;

    • e. het gevraagde bedrag aan subsidie;

    • f. een aanduiding van de uitvoerders, die betrokken zijn bij het project;

    • g. een schriftelijke verklaring dat de kosten van het project niet medegefinancierd worden uit andere communautaire structuurfondsen of communautaire initiatieven.

  • 4 De aanvrager verklaart ervoor zorg te dragen dat de financiering met middelen van derden uitsluitend geschiedt op basis van een schriftelijke overeenkomst of besluit. Deze overeenkomst of dit besluit specificeert de bijdrage die door de derde beschikbaar wordt gesteld, de wijze waarop deze wordt vastgesteld, de financierende partij en de elementaire voorwaarden waaronder deze bijdrage beschikbaar wordt gesteld. Een afschrift van deze overeenkomst of dit besluit wordt gevoegd bij de aanvraag.

  • 5 Een aanvrager kan slechts taken op grond van deze regeling uitbesteden aan een uitvoerder op grond van een schriftelijke overeenkomst. In deze overeenkomst bedingt de aanvrager dat de uitvoerder de voorwaarden van deze regeling naleeft.

Artikel 6. Subsidieverlening [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Subsidie ten behoeve van een project als bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt uitsluitend verleend indien de aanvraag van elk van de ten behoeve van dat project samenwerkende partijen op grond van deze regeling kan worden gehonoreerd.

  • 2 De subsidie wordt geweigerd als de kosten van het project niet in verhouding staan tot de daarvan te verwachten effecten dan wel als onvoldoende zekerheid bestaat over de financiering van de totale noodzakelijkerwijs ten behoeve van de uitvoering van het project te maken kosten.

Artikel 7. Subsidiabele kosten [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Als subsidiabele kosten worden aangemerkt kosten die door de aanvrager daadwerkelijk zijn gemaakt, die ten laste van de aanvrager zijn gebleven en die voor de uitvoering van het project noodzakelijk zijn. Desgevraagd zijn bewijsstukken van de gemaakte kosten over te leggen.

  • 2 Voor de volgende soorten kosten gelden de navolgende specifieke eisen om als subsidiabele kosten, binnen het bepaalde in het eerste lid, aangemerkt te worden:

    • a. juridische kosten, notariële kosten, advieskosten en accountantskosten, voor zover direct noodzakelijk voor de voorbereiding of uitvoering van het project en voor de verantwoording over het project;

    • b. bankkosten, gemaakt voor het openen van afzonderlijke rekeningen voor het project, indien en voor zover direct noodzakelijk op grond van deze regeling;

    • c. kosten van huur en afschrijving op gebouwen en materieel, voor zover deze direct benodigd zijn voor de inhoud en de duur van het project, en op grond van een controleerbare berekening proportioneel zijn toe te rekenen. De afschrijving vindt plaats met termijnen die in de markt gebruikelijk zijn. Deze kosten zijn uitgesloten als de aanschaf heeft plaatsgehad met medefinanciering door nationale of Europese subsidie;

    • d. kosten van de lease van materieel, voor zover leasing aannemelijk de meest opportune verwervings- en financieringsmethode is om het voor het project noodzakelijke materieel in gebruik te verkrijgen;

    • e. kosten van de aankoop van tweedehands materieel, voor zover dit wordt verkregen tegen dusdanig lagere kosten dan nieuwe apparatuur, dat het afschrijven in termijnen niet meer in de markt gebruikelijk is en voor zover de verkoper schriftelijk verklaart dat de apparatuur in de zeven voorafgaande jaren niet met medefinanciering door nationale of Europese subsidie is aangeschaft;

    • f. de door de minister vooraf goedgekeurde bijdragen in natura van derden, niet uitgaande boven een door een onafhankelijk deskundige te bepalen waarde en voor zover op grond van een controleerbare berekening toe te rekenen aan het project.

  • 3 De navolgende kosten zijn niet subsidiabel:

    • a. kosten die voor een project zijn gemaakt voor 1 januari 2000 of na de indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling voor het project;

    • b. kosten van werkervaringsplaatsen en dienstbetrekkingen die in het kader van de Wet inschakeling werkzoekenden, het Besluit in- en doorstroombanen of de Wet sociale werkvoorziening voor bekostiging in aanmerking kunnen worden gebracht;

    • c. uitgaven voor stimuleringsactiviteiten die krachtens artikel 3, eerste lid, van de Wet inschakeling werkzoekenden worden gedaan;

    • d. kosten van loonbetalingen of uitkeringen aan deelnemers;

    • e. proceskosten en kosten van boetes;

    • f. rente en kosten van financiële transacties;

    • g. kosten van adviseurs, aanvragers en onderuitvoerders die zijn bepaald als percentage van de totale kosten van het project of als percentage van de te ontvangen subsidie, alsmede kosten gemaakt voor activiteiten die de waarde van het project niet evenredig vergroten. Indien deze kosten zijn verwerkt in vergoedingen voor het voeren van administratieve werkzaamheden zijn deze niet subsidiabel voor zover deze de in de markt gebruikelijke tarieven per deelnemer overschrijden.

  • 5 Als subsidiabele kosten worden aangemerkt de kosten die tijdens de looptijd van het project zijn gemaakt, daaronder begrepen de kosten gemaakt ter voorbereiding van het project en gelegen uiterlijk drie maanden voor de startdatum van het project.

  • 6 Voor de beoordeling of de gemaakte kosten subsidiabel zijn wordt uitgegaan van de bij het verzoek tot subsidieverlening overgelegde gegevens en de dienaangaande genomen beslissingen. De aanvrager licht afwijkingen gemotiveerd toe.

  • 7 De niet-deelnemers gerelateerde kosten die gemaakt worden voor activiteiten die zowel worden verricht voor deelnemers aan een project als voor deelnemers die niet aan een project deelnemen worden naar verhouding uitgesplitst. Onder overlegging van een controleerbare berekening zijn de kosten toegerekend naar de deelnemers aan het project subsidiabel. Indien het aandeel van de niet-subsidiabele deelnemers in de activiteit minder dan 10% bedraagt, zijn alle kosten van het project naar rato subsidiabel en behoeft geen nadere uitsplitsing te worden gemaakt.

Artikel 8. Opbrengsten [Vervallen per 31-12-2004]

De aanvrager doet opgave van de inkomsten die worden ontvangen in het kader van de uitvoering van een project. Deze inkomsten worden bij de vaststelling van de subsidie in mindering gebracht op de kosten van het project.

Artikel 9. Voorschriften voor de administratie [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De aanvrager draagt zorg voor het voeren van een dusdanige projectadministratie van de gemaakte kosten dat daarin alle gegevens tijdig, inzichtelijk, betrouwbaar en volledig zijn vastgelegd en te verifiëren zijn met bewijsstukken.

  • 2 De administratie wordt dusdanig ingericht dat de gegevens die bij de projectbegroting en daarbij behorende toelichting zijn overgelegd inzichtelijk en controleerbaar zijn. De administratie biedt tenminste een volledig inzicht in:

    • a. de aard en structuur van het uitgevoerde project;

    • b. de bij de projectuitvoering ingeschakelde derden en de daarmee gesloten overeenkomsten;

    • c. de specificatie van de deelnemers aan het project gespecificeerd naar postcode en woonplaats;

    • d. aanwezigheid van deelnemers bij het project;

    • e. de bereikte resultaten op projectniveau en deelnemersniveau in verhouding tot de doelstelling;

    • f. een specificatie van de beschikbare financiering van het project en de daartoe dienende bewijsstukken;

    • g. een specificatie van de werkelijk gemaakte kosten en bewijsstukken van gemaakte kosten; h. een specificatie van de ontvangsten.

  • 3 De aanvrager draagt er zorg voor dat alle administratieve bescheiden die betrekking hebben op het project waarvoor subsidie is verleend te bewaren tot en met 31 december 2013.

Artikel 10. Voorschotten [Vervallen per 31-12-2004]

Het voorschot van 80% van de verleende subsidie wordt verleend na afgifte van de beschikking tot subsidieverlening voor een project.

Artikel 11. Valuta [Vervallen per 31-12-2004]

Bij de opmaak van subsidieaanvragen tot subsidieverlening worden geldbedragen in euro's vastgelegd. Indien feitelijke ontvangsten en betalingen van de aanvrager in nationale valuta gerealiseerd worden dient de verantwoording tevens in nationale valuta in de administratie te worden opgenomen.

Artikel 12. Wijziging of intrekking van de beschikking tot subsidieverlening [Vervallen per 31-12-2004]

Onvermninderd § 4.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht kan de beschikking tot verlening van de subsidie kan, onder verrekening van betaalde voorschotten, worden gewijzigd of ingetrokken indien:

  • a. tijdens de uitvoering van een project een onregelmatigheid wordt vastgesteld;

  • b. de uitvoering van een project achterblijft bij de in de aanvraag opgenomen planning van de activiteiten en de prognose wordt verlaagd;

  • c. na herhaald verzoek niet is voldaan aan de verplichtingen van deze regeling;

  • d. geen medewerking aan controles wordt verleend.

Artikel 13. Verzoek om een beschikking tot subsidievaststelling [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Een aanvrager dient binnen drie maanden na de in de beschikking tot subsidieverlening vermelde einddatum van het project een aanvraag tot subsidievaststelling in door overlegging van een eindrapportage en een financieel verslag dat aansluit bij de bij de subsidieaanvraag overgelegde projectbegroting en daarbij behorende toelichting. De aanvrager maakt gebruik van de door de minister beschikbaar gestelde elektronische formats en formulieren.

  • 2 Het financieel verslag bevat tenminste een gespecificeerde opgave van:

    • a. de gemaakte kosten ten behoeve van het project;

    • b. de genoten inkomsten ten behoeve van het project;

    • c. de gerealiseerde financiering ten behoeve van het project.

  • 3 De eindrapportage houdt tenminste de navolgende gegevens in:

    • a. de aard en omvang van het project waarvoor subsidie werd verleend en een vergelijking tussen de nagestreefde en de gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de verschillen, alsmede

    • b. een omschrijving van de behaalde resultaten van het project en uitstroom van de deelnemers.

  • 4 De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door het bevoegd gezag aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. In die verklaring verklaart de accountant dat het financiële verslag voldoet aan de van toepassing zijnde verplichtingen krachtens deze regeling, alsmede dat het financiële verslag verenigbaar is met de eindrapportage. De accountantsverklaring dient bovendien tot stand te zijn gekomen volgens het door de minister vastgestelde accountantsprotocol.

  • 5 De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend door overlegging van een naar waarheid ondertekend en volledig ingevuld formulier waarvan het model door de minister beschikbaar wordt gesteld.

Artikel 14. Intrekking en wijziging van de subsidievaststelling [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 De minister kan de subsidievaststelling intrekken of ten nadele van de ontvanger wijzigen:

    • a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan hij bij de subsidievaststelling redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de subsidie lager dan overeenkomstig de subsidieverlening zou zijn vastgesteld;

    • b. indien de subsidievaststelling onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten, of

    • c. indien de subsidieontvanger na de subsidievaststelling niet heeft voldaan aan de subsidie verbonden verplichtingen.

  • 2 De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.

Artikel 15. Overige verplichtingen van de aanvrager [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Een aanvrager informeert de deelnemers aan projecten dat zij deelnemen aan een door het Europees Sociaal Fonds gesubsidieerd project en verleent medewerking aan door de minister of door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid georganiseerde publicitaire en voorlichtingsactiviteiten gericht op de media, potentiële deelnemers en het grote publiek. In publicaties worden het bedrag van de subsidie alsmede het Europees embleem opgenomen.

  • 2 Een aanvrager verleent op verzoek van de minister medewerking aan de totstandkoming van een gegevensverzameling ten behoeve van de door derden te verrichten evaluaties en draagt er zorg voor dat ook aanvragers en deelnemers aan projecten verplicht worden daaraan medewerking te verlenen.

Artikel 16. Toezicht [Vervallen per 31-12-2004]

  • 1 Een aanvrager is verplicht alle medewerking te verlenen aan toezicht op de naleving door of namens de minister.

  • 2 Het bevoegd gezag verstrekt aan degene die door de minister met het onderzoek is belast, alle inlichtingen die deze voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt en geeft desgevraagd inzage in informatie, boeken en bescheiden.

  • 3 Een uitvoerder is verplicht ervoor zorg te dragen dat een zelfde medewerking aan toezicht op de naleving wordt verleend door derden die bij het project betrokken zijn.

Artikel 17. Inwerkingtreding [Vervallen per 31-12-2004]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen, waarin deze regeling is bekend gemaakt en werkt terug tot en met 1 januari 2000.

Artikel 18. Citeertitel [Vervallen per 31-12-2004]

Deze regeling wordt aangehaald als Subsidieregeling OCW-ESF 2000

Artikel 19. Plaatsing [Vervallen per 31-12-2004]

Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

De

minister

van onderwijs, cultuur en wetenschappen

drs. L.M.L.H.A. Hermans