Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Meldingsbesluit Wbp

Geldend van 01-07-2012 t/m heden

Besluit van 7 mei 2001, houdende nadere regels over de wijze waarop de melding, bedoeld in artikel 27 of 28 van de Wet bescherming persoonsgegevens, dient te geschieden (Meldingsbesluit Wbp)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 19 januari 2001, 5075636/01/6;

Gelet op artikel 28, vijfde lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens;

De Raad van State gehoord (advies van 22 maart 2001, nr. W03.01.0051/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 27 april 2001, nr. 5095179/01/6;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder wet: de Wet bescherming persoonsgegevens.

Artikel 2

  • 1 De melding, bedoeld in de artikelen 27 en 28 van de wet, geschiedt door of namens de verantwoordelijke, dan wel door of namens elk van de betrokken verantwoordelijken.

  • 2 Indien de melding, bedoeld in de artikelen 27 en 28 van de wet, betrekking heeft op verwerkingen door of ten behoeve van meer dan één verantwoordelijke, deze verantwoordelijken allen deel uitmaken van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, en de doeleinden van de verwerkingen rechtstreeks ten dienste staan van de groep, kan de melding geschieden door één van deze verantwoordelijken, mede namens alle andere verantwoordelijken die deel uitmaken van de groep. De verantwoordelijke die de melding doet, doet daarbij mededeling van de identiteit van alle verantwoordelijken namens wie de melding mede wordt gedaan.

Artikel 3

De melding, bedoeld in de artikelen 27 en 28 van de wet, die wordt gedaan bij het College, dient te geschieden door verstrekking van de vereiste inlichtingen:

  • a. op een daartoe bestemd formulier dat door Onze Minister is vastgesteld;

  • b. op een andere informatiedrager die voldoet aan door Onze Minister vastgestelde eisen, dan wel

  • c. op elektronische wijze met inachtneming van door Onze Minister vastgestelde regels.

Artikel 4

De melding, bedoeld in de artikelen 27 en 28 van de wet, die wordt gedaan bij een functionaris, kan geschieden met gebruikmaking van een formulier als bedoeld in artikel 3, onder a, dan wel op andere passende wijze.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet bescherming persoonsgegevens in werking treedt. Bij koninklijk besluit kan een ander tijdstip worden vastgesteld waarop onderdeel c van artikel 3 in werking treedt.

Artikel 6

Dit besluit kan worden aangehaald als: Meldingsbesluit Wbp.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 7 mei 2001

Beatrix

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Uitgegeven de eenendertigste mei 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals