Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Programma Bilaterale Samenwerking Indonesië 2001[Regeling vervallen per 01-01-2006.]

Geldend van 04-06-2001 t/m 31-12-2005

Besluit van de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking tot vaststelling van beleidsvoornemens en een subsidieplafond voor subsidiëring op grond van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken (Programma Bilaterale Samenwerking Indonesië; PBSI)

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

Gelet op de artikelen 1.1.6, 1.1.10 en 2.1.5 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken

Besluit:

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2006]

Voor subsidieverlening op grond van artikel 2.1.5 voor activiteiten in het kader van het Programma Bilaterale Samenwerking Indonesië (PBSI) geldt tot en met 31 december 2001 het als bijlage bij dit besluit gevoegde beleidsvoornemen. Het subsidieplafond bedraagt tot en met 31 december f 3.000.000.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2006]

Dit besluit treedt in werking vier weken na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

voor Ontwikkelingssamenwerking,
namens deze,
de

Directeur-Generaal Internationale Samenwerking

.

Programma Bilaterale Samenwerking Indonesië (PBSI) 2001 [Vervallen per 01-01-2006]

Introductie [Vervallen per 01-01-2006]

In het kader van het Programma Bilaterale Samenwerking Indonesië (PBSI) kan de minister voor Ontwikkelingssamenwerking subsidies verlenen voor projecten in Indonesië die gericht zijn op ondersteuning van het proces van maatschappelijke transformatie.

Het programma valt onder de Kaderwet Subsidies Ministerie van Buitenlandse Zaken (Stb. 1998, 739) en de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken (Stcrt. 1998, 239).

Het Nederlands beleid ten aanzien van Indonesië is meest recentelijk neergelegd in de Indonesië-notitie die op 14 juli 2000 de Tweede Kamer der Staten Generaal is toegezonden (Kamerstuk 26 049, nr. 28).

De PBSI beoogt bilaterale samenwerking tussen Nederlandse niet-gouvernementele organisaties, onderwijsinstellingen, decentrale en semi-overheden en hun Indonesische tegenvoeters te ondersteunen, voorzover deze organisaties geen beroep kunnen doen op andere subsidiebronnen (zoals medefinancieringsorganisaties, vakbondsprogramma's e.d.). De te subsidiëren activiteiten dienen nadrukkelijk complementair te zijn aan activiteiten die Nederland via multilaterale kanalen uitvoert in Indonesië.

In deze brochure wordt uitleg gegeven over het programma en worden de subsidievoorschriften, waaronder de procedure, weergegeven. Tevens zijn richtlijnen bijgevoegd die gevolgd dienen te worden bij de opzet van een projectvoorstel en de begroting.

Subsidieplafond [Vervallen per 01-01-2006]

Tot en met 31 december 2001 geldt een subsidieplafond van f 3 miljoen. Dit plafond is een verplichtingenplafond en houdt in dat het beslag van de subsidieverlening ten laste van het PBSI in 2001 ten hoogste 3 miljoen bedraagt. Aangezien de uitvoering van de beschikkingen zich over de jaargrens kan uitstrekken, zal de uitbetaling van de verleende bedragen ook deels na afloop van het subsidietijdvak waarop het plafond betrekking heeft, plaatsvinden. Het plafond voor het eerstvolgende tijdvak zal tijdig in de Staatscourant worden bekendgemaakt.

Doelstellingen [Vervallen per 01-01-2006]

Het Programma Bilaterale Samenwerking Indonesië richt zich op de ondersteuning van de overgang van Indonesië naar een pluriforme, democratische rechtstaat. Het ondersteunt activiteiten die het proces van verandering stimuleren van de staat, haar instituties, organisaties van burgers en hun onderlinge verbanden. De te steunen activiteiten in dit programma worden geselecteerd op hun duurzame bijdragen aan de opbouw en de transformatie van de Indonesische samenleving, inclusief de bijbehorende capaciteitsopbouw. De activiteiten dienen nadrukkelijk aan te sluiten bij de prioriteiten van de Indonesische overheid in de samenwerkingsrelatie met Nederland. Er is sprake van een samenwerkingsverband van Nederlandse organisaties met Indonesische partners.

Subsidiabele activiteiten [Vervallen per 01-01-2006]

De projecten zijn voornamelijk gericht op overdracht van kennis en ervaring: d.m.v. technische assistentie, advisering, training en opleiding.

Omdat de te subsidiëren activiteiten een duurzaam effect beogen op het transitieproces komen de volgende activiteiten niet voor subsidiëring in aanmerking:

  • -

    de leverantie van uitsluitend materialen of goederen;

  • -

    infrastructurele of bouwactiviteiten;

  • -

    éénmalige uitwisselingen, evenementen en conferenties;

  • -

    studiebeurzen;

  • -

    humanitaire hulpacties;

  • -

    op zichzelf staande seminars of bijeenkomsten die fondsenwerving voor een vervolgactiviteit beogen;

  • -

    haalbaarheidsstudies.

Activiteiten: kwalificerende thema's [Vervallen per 01-01-2006]

Er is een aantal thema's vastgesteld, waarbinnen projectvoorstellen in overweging worden genomen. De thema's vertegenwoordigen aspecten van het maatschappelijk leven die in het kader van deze subsidieregeling van belang worden geacht voor het proces van transformatie. Om versnippering te voorkomen is aansluiting gezocht bij de sectoren die zijn gekozen voor de samenwerking met Indonesië via multilaterale kanalen. De thema's kunnen jaarlijks worden aangepast. Projectvoorstellen mogen echter niet overlappen met de activiteiten die in multilateraal verband worden uitgevoerd.

Voor 2001 zijn de kwalificerende thema's:

  • -

    Goed Bestuur

  • -

    Onderwijs

  • -

    Milieu.

Wie kan een PBSI subsidie aanvragen? [Vervallen per 01-01-2006]

Subsidies kunnen worden aangevraagd door: In Nederland gevestigde niet-gouvernementele organisaties (NGO's), decentrale en semi-overheden, onderwijsinstellingen. Een subsidie kan slechts worden aangevraagd door rechtspersonen.

De aanvragers en de Indonesische organisaties die het project uitvoeren, dienen een effectieve en efficiënte uitvoering van het project te kunnen waarborgen en in staat te zijn tot een adequaat financieel beheer van de subsidiefondsen.

Algemene eisen voor een projectvoorstel [Vervallen per 01-01-2006]

Het projectvoorstel moet voldoen aan een aantal algemene vormvereisten. Een voorstel dient in de Engelse taal gesteld te zijn en wordt schriftelijk in viervoud ingediend, voorzien van de naam van de aanvrager(s), ondertekening en datum alsmede van alle gegevens die voor een beslissing op de aanvraag nodig zijn. Een voorstel dient een goede beschrijving te geven van de probleemstelling, de doelstellingen, projectactiviteiten en -resultaten. De richtlijnen die gevolgd dienen te worden bij het opstellen van een projectdocument kunnen worden opgevraagd bij de afdeling DAO/ZO van het ministerie van Buitenlandse Zaken (tel.: 070 3486008).

Een voorstel gaat vergezeld van een inzichtelijke begroting op basis van de uit te voeren activiteiten.

De maximale projectduur is 2 jaar.

De PBSI-subsidie omvat ten hoogste 80% van het totale projectbedrag en bedraagt per jaar maximaal NLG 500.000. De maximale PBSI-subsidie voor een project bedraagt derhalve NLG 1.000.000. De minimumsubsidie voor een project is NLG 100.000.

Beoordelingscriteria [Vervallen per 01-01-2006]

Wie, wat, waar, waarom en hoe? [Vervallen per 01-01-2006]

Een projectvoorstel moet duidelijk maken welke problemen in Indonesië zijn geïdentificeerd en door wie. Voorts moet het voorstel aangeven welke activiteiten zullen worden ontwikkeld en welke concrete resultaten zullen moeten worden bereikt zodat de doelstellingen worden gehaald. Projectresultaten dienen zo concreet, tastbaar en meetbaar mogelijk te zijn omschreven en, waar mogelijk, uitgedrukt in prestatie-indicatoren.

Er dient sprake te zijn van een goed uitgewerkte projectorganisatie, inclusief afspraken over taken en verantwoordelijkheden tussen partners. Er is een uitgewerkt financieringsplan met deelbegrotingen per partner.

Bij de aangevraagde subsidie dient sprake te zijn van een goede kosten/baten-verhouding, d.w.z. dat de subsidie in evenredige verhouding staat tot aard, omvang en beoogde resultaten van de activiteiten.

Relevantie, toegevoegde waarde [Vervallen per 01-01-2006]

Het bereiken van inhoudelijk bevredigende resultaten op een bepaald terrein betekent nog niet automatisch dat daarmee ook een bijdrage wordt geleverd aan de algemene doelstelling van het PBSI. Bij de uitvoering van het PBSI wordt getoetst of een voorgestelde activiteit aantoonbare toegevoegde waarde levert (voor het scheppen van voorwaarden) voor het maatschappelijke transformatieproces in Indonesië. Het moet duidelijk zijn welke maatschappelijke doelen worden nagestreefd. De relevantie wordt beoordeeld in het licht van de lokale context. Wat is de meerwaarde van de inbreng vanuit Nederland en van de betrokken Nederlandse en lokale organisaties en hun samenwerking? Worden de voorgestelde activiteiten niet al bediend via bestaande kanalen (zoals de medefinancieringsorganisaties). Is het projectvoorstel complementair ten opzichte van de activiteiten die Nederland via multilaterale kanalen in Indonesië ondersteunt? De subsidie-aanvragers dienen voldoende ervaring in de regio te hebben.

Draagvlak en haalbaarheid [Vervallen per 01-01-2006]

Het PBSI is een vraaggericht programma. Het beoogt in het bijzonder de samenwerking te bevorderen tussen organisaties in Indonesië en in Nederland. Projecten zijn een gezamenlijk initiatief van de indienende organisatie in Nederland en de Indonesische projectpartner(s). Uit de aanvraag moet blijken dat in de betrokken plaats en regio er voldoende draagvlak voor het project bestaat. Dat draagvlak blijkt onder meer uit het expliciete verzoek van betrokkenen (counterpart resp. doelgroep) om de voorgestelde activiteit uit te voeren en - in voorkomende gevallen - uit een voldoende eigen bijdrage van de aanvragende partij of doelgroep, bij voorkeur ook uit ondersteuning door relevante overheden. Draagvlak en lokale context bepalen mede of een project haalbaar wordt geacht.

Duurzaamheid [Vervallen per 01-01-2006]

Elk voorstel dient duidelijk aan te geven op welke wijze de resultaten zullen worden verankerd, hoe de verkregen kennis wordt 'geïnstitutionaliseerd' en op welke wijze de projectresultaten worden verspreid.

Buitenlands-politieke overwegingen [Vervallen per 01-01-2006]

Een projectvoorstel kan te allen tijde worden afgewezen op grond van onverenigbaarheid daarvan met de politieke beleidsdoelstellingen van de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking, zoals kenbaar gemaakt in de toelichting bij de begroting van het ministerie, in het mondeling of schriftelijk overleg met de Staten-Generaal of in andere bronnen.

Subsidiabele kosten [Vervallen per 01-01-2006]

Subsidie wordt verleend voor de noodzakelijke kosten van de voorgenomen activiteiten in het licht van de beoogde doelstellingen en resultaten (doelmatigheid).

Voor de inzet van personen zal een genormeerde vergoeding plaatsvinden op basis van de werkelijke salariskosten (conform de lijst die onderdeel uitmaakt van de richtlijnen voor het opstellen van een projectvoorstel en begroting) waarbij over het totaal van de begroting kan worden opgenomen:

  • -

    maximaal 7,5% voor `overhead'; en

  • -

    7,5% voor `voorbereidingskosten' tot een maximum van NLG 60.000.

Eventuele eerder gemaakte tariefafspraken met het Ministerie van Buitenlandse Zaken zijn voor dit programma niet van kracht.

Een subsidie wordt niet verleend ter dekking van tekorten na afloop van een project.

Beoordelingsprocedure [Vervallen per 01-01-2006]

Indiening [Vervallen per 01-01-2006]

Subsidieaanvragen kunnen vanaf het moment van inwerkingtreding van dit besluit, vier weken na publicatie, worden ingediend bij de directie Azië en Oceanië van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Onvolledige aanvragen die ook na een verzoek om aanvulling onvoldoende gegevens bevatten, worden niet in behandeling genomen. Subsidies worden verstrekt ten behoeve van goedgekeurde projectvoorstellen op volgorde van binnenkomst. Als datum van ontvangst van aanvragen die voor inwerkingtreding van dit besluit worden ingediend geldt de datum van inwerkingtreding van dit besluit, onverminderd hetgeen hierna is gesteld. Ten aanzien van onvolledige aanvragen geldt als datum van ontvangst de datum waarop de aanvraag is aangevuld. Nadat het voorgenomen subsidieplafond is bereikt, zullen in het desbetreffende subsidietijdvak geen subsidieverplichtingen meer worden aangegaan.

Behandelingstermijnen [Vervallen per 01-01-2006]

Binnen dertien weken zal de Minister van Buitenlandse Zaken beslissen over de subsidieaanvraag. Het is mogelijk deze termijn éénmaal met maximaal dertien weken te verlengen. Indien aanvullende informatie van de aanvrager is vereist alvorens een besluit te kunnen nemen, kan de afwikkeling van een subsidieaanvraag meer tijd vergen.

Beoordeling [Vervallen per 01-01-2006]

Een projectvoorstel wordt voor advies voorgelegd aan relevante vakministeries, de Nederlandse ambassade te Jakarta en de regionale afdeling van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Met inachtneming van deze adviezen en de inhoudelijke en financiële beoordeling van het projectvoorstel zal de directeur Azië en Oceanië, namens de minister van Ontwikkelingssamenwerking, een besluit nemen op basis van de hierboven omschreven vereisten en criteria. Indien een voorstel nagenoeg voldoet aan de gestelde vereisten en slechts zeer geringe toelichting of aanpassing op enkele technische punten behoeft, kan de aanvrager in de gelegenheid worden gesteld zijn aanvraag aan te passen. De afwikkeling van de subsidieaanvraag zal dan meer tijd kunnen vergen.

Uitvoeringsaspecten [Vervallen per 01-01-2006]

Subsidieverlening [Vervallen per 01-01-2006]

In geval van goedkeuring van een projectvoorstel zal het Ministerie van Buitenlandse Zaken de aanvrager een subsidiebeschikking toesturen waarin de verplichtingen staan vermeld die aan de subsidieverlening zijn verbonden. Een modelbeschikking kan op verzoek worden toegezonden.

Betalingen [Vervallen per 01-01-2006]

Betaling van de subsidie geschiedt in termijnen bij wijze van voorschot. Bij subsidieverlening wordt een werkvoorschot verstrekt. Iedere volgende betaling is afhankelijk van ontvangst en goedkeuring van rapportage en de liquiditeitspositie van de subsidieontvanger. Maximaal 90% van de subsidie wordt als voorschot verstrekt, de resterende 10% bij subsidievaststelling, achteraf aan de hand van de eindrapportage(s) en de accountantscontrole.

Voortgangsrapportages [Vervallen per 01-01-2006]

Periodiek (meestal zesmaandelijks) dient de subsidieontvanger inhoudelijk en financieel te rapporteren over de voortgang van de projectuitvoering.

Eindrapportage/accountantsverklaring [Vervallen per 01-01-2006]

Na afronding van de projectactiviteiten dient de subsidieontvanger een aanvraag in voor subsidievaststelling, vergezeld van een inhoudelijk eindrapport alsook een financiële eindverantwoording die voorzien is van een goedkeurende accountantsverklaring.

Subsidievaststelling [Vervallen per 01-01-2006]

Na goedkeuring van de inhoudelijke en financiële eindrapportage zal de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking binnen dertien weken beslissen over subsidievaststelling. De eindafrekening geschiedt op basis van de werkelijk gemaakte kosten tot een maximum van de toegekende subsidie.