Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling kennisoverdracht ondernemers MKB[Regeling vervallen per 01-01-2009.]

Geldend van 20-12-2002 t/m 31-12-2008

Regeling van de Minister van Economische Zaken houdende regels inzake de verstrekking van subsidies aan ondernemers in het midden- en kleinbedrijf ter bevordering van de toepassing van nieuwe technologieën

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2009]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. minister:

de Minister van Economische Zaken;

b. ondernemer:

een natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt;

c. groep:

een economische eenheid waarin organisatorisch zijn verbonden:

  • 1º. een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon die direct of indirect:

    • -

      meer dan de helft van het geplaatste kapitaal verschaft aan,

    • -

      volledig aansprakelijk vennoot is van of

    • -

      overwegende zeggenschap heeft over

      een of meer rechtspersonen of vennootschappen, en

  • 2º. laatstbedoelde rechtspersonen of vennootschappen;

d. technologische vernieuwing:

reeds op de markt aanwezige technologie of technologische kennis met betrekking tot producten, processen of diensten, die niet wordt toegepast binnen de onderneming van de aanvrager;

e. strategieplan:

een schriftelijk rapport waarin een beschrijving van de huidige marktpositie van de onderneming van de aanvrager is opgenomen, de gewenste marktpositie van deze onderneming op een termijn van tenminste drie jaren wordt beschreven, en waarin verschillende mogelijkheden zijn opgenomen om die gewenste positie te bereiken, waarbij wordt aangegeven welke van die mogelijkheden kunnen worden gekozen en op welke wijze deze kunnen worden gerealiseerd;

f. strategieproject:

het tot stand brengen van een strategieplan;

g. haalbaarheidsstudie:

een schriftelijk rapport, inhoudende een systematisch opgezette en afgeronde analyse en inschatting van de technische en economische mogelijkheden van de invoering van een technologische vernieuwing binnen de onderneming van de aanvrager;

h. haalbaarheidsproject:

het tot stand brengen van een haalbaarheidsstudie;

i. vernieuwingsplan:

een schriftelijk rapport waarin wordt aangegeven op welke wijze binnen de onderneming van de aanvrager een technologische vernieuwing zal worden ingevoerd met behulp van een kennisdrager, al dan niet aangevuld met vernieuwende activiteiten ter zake van de afzetmarkt of de organisatie van de onderneming welke verband houden met de invoering van de technologische vernieuwing;

j. vernieuwingsproject:

het uitvoeren van een vernieuwingsplan;

k. kennisdrager:

een natuurlijke persoon die een diploma heeft behaald aan een instelling voor hoger beroepsonderwijs of een universiteit dan wel een post-hbo of postdoctorale opleiding heeft voltooid met een certificaat;

l. project:

een strategieproject, haalbaarheidsproject of vernieuwingsproject.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een ondernemer die:

    • a. voor eigen rekening en risico een strategieproject laat verrichten door een derde die niet behoort tot dezelfde groep als de aanvrager;

    • b. voor eigen rekening en risico een haalbaarheidsproject laat verrichten door een derde die niet behoort tot dezelfde groep als de aanvrager;

    • c. een kennisdrager gedurende ten minste een jaar ten minste 32 uur per week tegen betaling van vooraf overeengekomen loon arbeid laat verrichten tot het uitvoeren van een vernieuwingsplan.

  • 2 Een subsidie als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verstrekt aan een ondernemer die een kleine of middelgrote onderneming in stand houdt in de zin van verordening (EG) nr. 70/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10).

  • 3 Geen subsidie wordt verstrekt aan een ondernemer die een onderneming in stand houdt als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van verordening (EG) nr. 69/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-verdrag op de minimis-steun (PbEG L 10).

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Geen subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en b, wordt verstrekt indien:

    • a. voor het project reeds door de minister subsidie is verstrekt;

    • b. de aanvrager voor het indienen van de aanvraag ter zake van het project verplichtingen jegens de derde is aangegaan.

  • 2 Geen subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a of onderdeel b, wordt verstrekt, indien de aanvrager in de drie jaren, voorafgaande aan de indiening van de aanvraag, reeds eerder subsidie als bedoeld in het hiervoor genoemde onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, is verstrekt.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2009]

Geen subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, wordt verstrekt indien:

  • a. voor het vernieuwingsproject reeds door de minister subsidie is verstrekt;

  • b. de aanvrager reeds eerder subsidie is verstrekt ter zake van de loonkosten van een kennisdrager op grond van deze regeling of op grond van de Subsidieregeling kennisdragers in het midden- en kleinbedrijf 1998;

  • c. de aanvrager voor de indiening van de aanvraag reeds een arbeidsovereenkomst heeft gesloten met de kennisdrager, daaronder niet begrepen een onderwijsarbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel d, van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen, of een overeenkomst met betrekking tot vakantiewerk;

  • d. de aanvrager voor de indiening van de aanvraag de kennisdrager anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden voor zich heeft laten verrichten, daaronder niet begrepen werkzaamheden in de vorm van een stage of afstudeerproject.

§ 2. Eisen met betrekking tot strategieplan en haalbaarheidsstudie [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2009]

In een strategieplan wordt in ieder geval opgenomen:

  • a. een beschrijving van de markt of markten waarop de ondernemer zich tenminste de komende drie jaren wil richten en een beschrijving van de producten of diensten die hij wil leveren;

  • b. een beschrijving van de huidige marktpositie van de ondernemer aan de hand van een analyse van de sterke en zwakke punten van de onderneming en een analyse van de kansen en bedreigingen die zich in de bedrijfsomgeving voordoen;

  • c. een beschrijving van de verschillende wijzen waarop de ondernemer zijn positie op de in onderdeel a bedoelde markt of markten kan vestigen of versterken en van de problemen die zich daarbij uit technisch, financieel, commercieel en organisatorisch oogpunt kunnen voordoen;

  • d. een beschrijving van de gekozen wijze of wijzen om de positie van de ondernemer te versterken;

  • e. een planning voor tenminste de komende drie jaren van de activiteiten ter verwezenlijking van de keuze, genoemd in onderdeel d, onder vermelding van de daarbij behorende middelen.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2009]

In een haalbaarheidsstudie wordt in ieder geval opgenomen:

  • a. de beschrijving van een onderzoek naar de vraag of invoering van een technologische vernieuwing uit technisch, financieel, commercieel en organisatorisch oogpunt verantwoord is en van de resultaten van dat onderzoek;

  • b. een advies over de wijze van invoering van de technologische vernieuwing, indien uit het onderzoek, bedoeld in onderdeel a, is gebleken dat invoering verantwoord is.

§ 3. Subsidiebedrag en subsidieplafond [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie voor een strategieproject bedraagt 40 procent van de projectkosten, maar niet meer dan € 22.000.

  • 2 De subsidie voor een haalbaarheidsproject bedraagt 40 procent van de projectkosten, maar niet meer dan € 10.000.

  • 3 De subsidie voor een vernieuwingsproject bedraagt € 10.000 met dien verstande dat het subsidiebedrag wordt verminderd:

    • a. indien de arbeidsovereenkomst binnen één jaar na de inwerkingtreding ervan door de kennisdrager wordt opgezegd, naar evenredigheid van de periode gedurende welke de kennisdrager geen loon heeft ontvangen, en

    • b. naar evenredigheid van het aantal uren dat de kennisdrager per week minder werkt dan het binnen de onderneming van de aanvrager voor een voltijdaanstelling geldende aantal uren.

  • 4 Indien ter zake van de projectkosten of van een deel daarvan reeds door een bestuursorgaan of de Commissie van de Europese gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het uit het eerste, tweede of derde lid voortvloeiende bedrag.

  • 5 Het bedrag van de subsidie, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid, wordt verlaagd voor zover dit tezamen met in de drie voorafgaande kalenderjaren door een bestuursorgaan verstrekte subsidies waarvoor aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen geen goedkeuring is gevraagd meer bedraagt dan € 100.000.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Als projectkosten voor het uitvoeren van een strategieproject of een haalbaarheidsproject worden uitsluitend in aanmerking genomen de rechtstreeks aan de uitvoering van het project toe te rekenen aan de derde verschuldigde en betaalde kosten, die na indiening van de aanvraag door de subsidie-ontvanger zijn gemaakt.

  • 2 De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger die de kosten heeft gemaakt omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Ieder begrotingsjaar wordt bij ministeriële regeling een subsidieplafond vastgesteld voor het in dat jaar verlenen van subsidies op grond van deze regeling. Daarbij kunnen afzonderlijke deelplafonds worden vastgesteld voor de drie onderscheiden projectcategorieën.

  • 2 Het subsidieplafond voor het in 2001 verlenen van subsidies op aanvragen op grond van deze regeling bedraagt f 13.500.000.00, hetgeen wordt onderverdeeld in de volgende deelplafonds:

    • a. voor strategieprojecten f 3.000.000,00;

    • b. voor haalbaarheidsprojecten f 7.500.000,00;

    • c. voor vernieuwingsprojecten f 3.000.000,00.

  • 3 De deelplafonds, bedoeld in het eerste lid, vervallen met ingang van 1 oktober van elk kalenderjaar. De op dat moment nog resterende bedragen van de onderscheiden projectcategorieën worden, na aftrek van de subsidies die zijn verleend en de subsidies waarvoor de aanvraag tot verlening nog in behandeling is, samengevoegd.

§ 4. Aanvraag en beslissing op de aanvraag [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

  • 2 De aanvraag gaat vergezeld van een projectplan en een begroting voor het project, alsmede van andere bescheiden, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.

Artikel 10a [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 In afwijking van artikel 10, tweede lid, kan de aanvraag om subsidie elektronisch worden ingediend, indien de aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van de elektronische weg die daartoe is geopend en de indiening geschiedt met toepassing van de pincode en het certificaat die aan de aanvrager zijn toegekend.

  • 3 Als tijdstip waarop de aanvraag is ontvangen, geldt het tijdstip waarop de aanvraag het systeem voor gegevensverwerking van de minister heeft bereikt.

  • 4 De minister bevestigt de ontvangst van de aanvraag.

  • 5 De minister kan weigeren de aanvraag te aanvaarden indien de betrouwbaarheid of vertrouwelijkheid daarvan onvoldoende is gewaarborgd, gelet op de aard en inhoud van de aanvraag. De minister deelt een weigering zo spoedig mogelijk aan de afzender mee.

  • 6 De ontvangstbevestiging, bedoeld in het vierde lid, en de weigering, bedoeld in het vijfde lid, worden elektronisch verzonden. Als tijdstip waarop het bericht is verzonden, geldt het tijdstip waarop het bericht een systeem voor gegevensverwerking bereikt waarover de minister geen controle heeft.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister geeft een beschikking binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:

    • a. de aanvraag niet voldoet aan deze regeling;

    • b. de aanvrager op het moment van de aanvraag korter dan één jaar is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken;

    • c. onvoldoende vertrouwen bestaat in de goede uitvoering van het project.

  • 2 De minister beslist voorts in ieder geval afwijzend op de aanvraag om subsidie voor een vernieuwingsproject indien de aanvrager op het moment van indiening van de aanvraag meer dan twee kennisdragers in dienst had.

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Awb de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst geldt.

§ 5. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2009]

Op de subsidie-ontvanger rusten de in de artikelen 15 tot en met 18 opgenomen verplichtingen. Zij gelden tot de dag waarop de subsidie wordt vastgesteld.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie-ontvanger voert het project uit overeenkomstig het projectplan waarop de subsidieverlening betrekking heeft en voltooit het uiterlijk op het bij de subsidieverlening bepaalde tijdstip, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister voor het essentieel wijzigen, vertragen of stopzetten van het project.

  • 2 De subsidie-ontvanger voert het project in Nederland uit, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister voor gedeeltelijke uitvoering buiten Nederland.

  • 3 De minister kan aan een ontheffing als bedoeld in het eerste of tweede lid voorschriften verbinden.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie-ontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle projectkosten kunnen worden afgelezen. 2. De subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling aan de minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot het op hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie-ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, houdt de arbeidsovereenkomst met de kennisdrager gedurende ten minste een jaar in stand en komt deze na.

  • 2 De subsidie-ontvanger legt binnen dertien weken na de bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening een kopie van de arbeidsovereenkomst met de kennisdrager en een kopie van het diploma van de kennisdrager over aan de minister.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 2 De subsidie-ontvanger, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, dient zijn aanvraag tot subsidievaststelling in binnen drie maanden nadat sedert het in werking treden van de arbeidsovereenkomst een jaar is verstreken dan wel nadat de arbeidsovereenkomst door de kennisdrager is opgezegd.

  • 3 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

§ 6. Subsidievaststelling [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

§ 7. Overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2009]

De Subsidieregeling haalbaarheidsprojecten MKB 1998 en de Subsidieregeling kennisdragers in het midden- en kleinbedrijf 1998 worden ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op subsidies die voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling zijn aangevraagd, verleend of vastgesteld.

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling kennisoverdracht ondernemers MKB.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen, die ter inzage worden gelegd. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

's-Gravenhage, 27 april 2001

De

Minister

van Economische Zaken,

A. Jorritsma-Lebbink