Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling experimentele faciliteiten ICES-KIS-2[Regeling vervallen per 01-01-2009.]

Geldend van 16-11-2002 t/m 31-12-2008

Subsidieregeling experimentele faciliteiten ICES-KIS-2

De Minister van Economische Zaken;

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies,

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 1 [Vervallen per 01-01-2009]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. minister:

de Minister van Economische Zaken;

b. experimentele faciliteit:
  • 1º. apparatuur ten behoeve van het op korte termijn verrichten van toepassingsgericht onderzoek dat ondersteunend en versterkend is voor de uitvoering van de projecten van de ICES-KIS-2-instellingen en essentieel is voor vernieuwende kennisopbouw, en

  • 2º. programmatuur die nodig is voor het gebruik of de aansturing van de onder 1° bedoelde apparatuur, die speciaal ontwikkeld is voor en een geheel vormt met die apparatuur;

c. toepassingsgericht onderzoek:

onderzoek dat leidt tot het opdoen van nieuwe kennis met als doel deze te gebruiken bij de ontwikkeling van nieuwe producten, processen of diensten of om bestaande producten, processen of diensten aanmerkelijk te verbeteren;

d. financieringsvoorstel:

het plan voor de financiering en exploitatie van de experimentele faciliteit;

e. intentieverklaring:

een ondertekende verklaring van een ondernemer dat hij het voornemen heeft om tegen een kostendekkend tarief gebruik te maken van de experimentele faciliteit onder vermelding van het tijdsbeslag overeenkomstig het model in bijlage 3;

f. kennisinstelling:
g. onderzoekinstelling:

een rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die een onderneming in stand houdt, die activiteiten verricht met als doel de algemene wetenschappelijke en technische kennis uit te breiden, zonder industriële of commerciële doelstellingen;

h. ondernemer:

een natuurlijke persoon of rechtspersoon, niet zijnde een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, die een onderneming in stand houdt;

i. samenwerkingsverband:

een geen rechtspersoonlijkheid bezittend verband, bestaande uit meerdere kennisinstellingen;

j. ICES-KIS-verklaring:

een ondertekende verklaring van een ICES-KIS-2-instelling waaruit blijkt dat zij onderschrijft dat de experimentele faciliteit aanvullend en versterkend werkt voor een project van die ICES-KIS-2-instelling, en waarin ten minste aan de orde komt:

  • 1º. welke knelpunten op het terrein van het project van de ICES-KIS-2-instelling door de experimentele faciliteit kunnen worden opgelost en op welke manier,

  • 2º. waarom deze knelpunten niet kunnen worden opgelost door alternatieven,

  • 3º. welk deel van het project van de ICES-KIS-2-instelling enkel met behulp van de experimentele faciliteit kan worden uitgevoerd;

k. ICES-KIS-2-instelling:

Stichting Biomade, Stichting Connekt, Stichting Delft Cluster, Stichting Habiforum, Stichting Kennisontwikkeling Kennisoverdracht Bodem, Stichting Ketennetwerken, Clusters en ICT, Stichting Nationaal Initiatief Duurzame Ontwikkeling, Stichting Surf, penvoerder voor Gigaport, en N.V. Wetenschaps- en Technologiecentrum Watergraafsmeer.

Artikel 2 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De minister verstrekt op een aanvraag een subsidie aan de kennisinstellingen die voor eigen rekening en risico of de deelnemers in een samenwerkingsverband die voor gezamenlijke rekening en risico een experimentele faciliteit aanschaffen en installeren.

  • 2 Indien de aanvraag wordt ingediend door een samenwerkingsverband wordt de subsidie verstrekt aan de aanvragers gezamenlijk en betaald aan de deelnemer die als indiener van de aanvraag om subsidie in de zin van deze regeling is opgetreden.

  • 3 Geen subsidie wordt verstrekt indien:

    • a. een aanvrager voor de indiening van de aanvraag ter zake van de aanschaf of installatie van de experimentele faciliteit verplichtingen is aangegaan of voortbrengingskosten heeft gemaakt;

    • b. voor de experimentele faciliteit reeds door de minister subsidie is verstrekt;

    • c. de kosten van de experimentele faciliteit in totaal:

      • 1º. minder zijn dan € 907 500, of

      • 2º. meer zijn dan € 11 400 000.

Artikel 3 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie bedraagt maximaal 50 procent van de kosten van de aanschaf en installatie van de experimentele faciliteit, maar ten hoogste €2 300 000.

  • 2 Indien ter zake van de kosten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan of de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan het bedrag ingevolge het eerste lid.

Artikel 4 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Als kosten in de zin van deze regeling worden slechts in aanmerking genomen de volgende rechtstreeks aan het aanschaffen en installeren van de experimentele faciliteit toe te rekenen en door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde kosten:

    • a. de aanschafkosten;

    • b. de licentiekosten;

    • c. de installatiekosten.

  • 2 De kosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de subsidie-ontvanger omzetbelasting niet in aftrek kan brengen.

Artikel 5 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Er is een Adviescommissie experimentele faciliteiten die tot taak heeft de minister op zijn verzoek te adviseren omtrent aanvragen om subsidie op grond van deze regeling.

  • 2 De adviezen van de commissie gaan vergezeld van een deugdelijke motivering.

  • 3 De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste 3 en ten hoogste 5 andere leden. De leden zijn deskundig op het terrein waarop de commissie een taak heeft en zijn geen ambtenaren, werkzaam bij de rijksoverheid.

  • 4 De voorzitter en de leden worden door de minister voor een termijn van één jaar benoemd.

  • 5 De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

  • 6 Een lid van de commissie neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies, indien hij een persoonlijk belang heeft bij de beschikking op de aanvraag.

  • 7 De minister kan waarnemers aanwijzen, die het recht hebben de vergaderingen van de commissie bij te wonen.

  • 8 In het secretariaat van de commissie wordt door de minister voorzien.

  • 9 Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Economische Zaken. De bescheiden worden na beëindiging van de werkzaamheden van de commissie opgeborgen in het archief van dat ministerie.

  • 10 De commissie verstrekt desgevraagd aan de minister de voor de uitoefening van zijn taak benodigde inlichtingen. De minister kan inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig is.

  • 11 De commissie stelt uiterlijk 1 februari 2002 een verslag op van haar werkzaamheden in 2001, alsmede een evaluatieverslag, waarin zij aandacht besteedt aan de doelmatigheid en doeltreffendheid van haar taakvervulling. Het jaarverslag en het evaluatieverslag worden aan de minister toegezonden en algemeen verkrijgbaar gesteld.

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2009]

Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidies op aanvragen op grond van deze regeling, ontvangen in de periode, bedoeld in artikel 7, eerste lid, bedraagt f 25.000.000,00.

§ 2. Aanvraag en beslissing op de aanvraag [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 7 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend in de periode 26 april 2001 tot en met 2 juli 2001, na afloop waarvan de aanvragen die in die periode zijn ontvangen worden behandeld.

  • 2 Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2, en gaat vergezeld van de gevraagde bescheiden, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.

  • 3 Indien de aanvraag de aanschaf en installatie van een experimentele faciliteit door een samenwerkingsverband betreft, dient één der deelnemers in het samenwerkingsverband de aanvraag mede namens de andere deelnemers in en gaat de aanvraag vergezeld van de overeenkomst waarin de samenwerking tussen de deelnemers in het samenwerkingsverband is geregeld, overeenkomstig hetgeen in het formulier is vermeld.

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister geeft een beschikking binnen zestien weken na afloop van de periode, bedoeld in artikel 7, eerste lid.

Artikel 9 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Indien de aanvraag de aanschaf en installatie van een experimentele faciliteit door een samenwerkingsverband betreft, waarop niet met toepassing van artikel 10 of 12 afwijzend wordt beslist, vermeldt de beschikking tot subsidieverlening een raming van de kosten van de aanschaf en installatie van de experimentele faciliteit per deelnemer in het samenwerkingsverband.

  • 2 Elke deelnemer in het samenwerkingsverband is tot ten hoogste het naar rato van de voor hem geraamde kosten berekende bedrag aansprakelijk voor terugbetaling van de subsidie, voor zover de subsidie-ontvangers daartoe verplicht zijn.

Artikel 10 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:

  • a. de aanvraag niet voldoet aan deze regeling;

  • b. gegronde vrees bestaat dat de betrokkenen de experimentele faciliteit niet kunnen financieren;

  • c. uit de intentieverklaringen bij het financieringsvoorstel onvoldoende belangstelling blijkt voor het gebruik van de experimentele faciliteit door ondernemers;

  • d. op grond van het onderzoeksprogramma van de aanvrager niet aannemelijk is dat de experimentele faciliteit ingezet zal worden bij de uitvoering van dit programma;

  • e. hij het aannemelijk acht, dat de experimentele faciliteit ook zonder subsidie rendabel kan worden geëxploiteerd;

  • f. hij het onaannemelijk acht, dat de experimentele faciliteit binnen 18 maanden na de datum van subsidieverlening operationeel zal zijn;

  • g. uit de ICES-KIS-verklaring onvoldoende blijkt dat een ICES-KIS-2-instelling onderschrijft dat de experimentele faciliteit aanvullend en versterkend werkt voor een project van een ICES-KIS-2-instelling.

Artikel 11 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De minister wint omtrent de aanvragen waarop niet met toepassing van artikel 10 afwijzend wordt beslist het advies in van de Adviescommissie experimentele faciliteiten.

  • 2 De Adviescommissie experimentele faciliteiten geeft aan de minister in ieder geval een negatief advies indien:

    • a. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische haalbaarheid van de experimentele faciliteit;

    • b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om de installatie en ingebruikneming van de experimentele faciliteit naar behoren te realiseren;

    • c. van de ingebruikneming van de experimentele faciliteit onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn.

  • 3 De Adviescommissie experimentele faciliteiten rangschikt de aanvragen waaromtrent zij positief adviseert zodanig, dat een aanvraag hoger gerangschikt wordt naar mate het hoger wordt gewaardeerd, gelet op de volgende relatieve criteria, met inachtneming van het daaraan toegekende relatieve gewicht:

    • a. de brede functionaliteit van de experimentele faciliteit;

    • b. de urgentie van de aanschaf;

    • c. het belang van de experimentele faciliteit voor de uitvoering van projecten van ICES-KIS-2-instellingen in verhouding tot de tijd waarbinnen de faciliteit operationeel zal zijn.

  • 4 Voor de rangschikking door de Adviescommissie experimentele faciliteiten wegen de in het derde lid genoemde criteria even zwaar.

Artikel 12 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De minister beslist afwijzend op een aanvraag indien de Adviescommissie experimentele faciliteiten een negatief advies heeft uitgebracht.

  • 2 De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van rangschikking van de aanvragen door de Adviescommissie experimentele faciliteiten.

  • 3 De minister kan afwijken van het eerste en tweede lid, indien een advies van de Adviescommissie experimentele faciliteiten in strijd is met deze regeling dan wel niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen.

§ 3. Verplichtingen van de subsidieontvanger [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 13 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Op alle subsidie-ontvangers rusten de in de artikelen 14 tot en met 17 opgenomen verplichtingen, met dien verstande dat de in artikel 16 opgenomen verplichtingen slechts rusten op de subsidie-ontvanger die als indiener van de aanvraag om subsidie in de zin van deze regeling is opgetreden.

Artikel 14 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie-ontvanger neemt de experimentele faciliteit in gebruik overeenkomstig het financieringsvoorstel waarop de subsidieverlening betrekking heeft en uiterlijk binnen 18 maanden na de subsidieverlening, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister voor het essentieel afwijken van deze termijn.

  • 2 De subsidie-ontvanger installeert de experimentele faciliteit in Nederland, behoudens schriftelijke ontheffing van de minister voor installatie buiten Nederland.

  • 3 De subsidie-ontvanger stelt de experimentele faciliteit tegen een kostendekkend tarief beschikbaar voor gebruik door ondernemers.

Artikel 15 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie-ontvanger voert een administratie die zodanig is ingericht, dat daaruit te allen tijde op eenvoudige en duidelijke wijze alle in artikel 4 bedoelde kosten kunnen worden afgelezen.

  • 2 De subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling aan de minister van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surseance van betaling aan hem of tot faillietverklaring van hem.

  • 3 De subsidie-ontvanger doet onverwijld mededeling aan de minister indien na de subsidieverlening de samenwerkingsovereenkomst wordt gewijzigd.

Artikel 16 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie-ontvanger dient zijn aanvraag tot subsidievaststelling binnen zes maanden na het tijdstip waarop de experimentele faciliteit ingevolge artikel 14, eerste lid, in gebruik moet zijn genomen in bij de minister.

  • 2 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

  • 3 De aanvraag gaat vergezeld van een verslag omtrent de aanschaf en installatie van de experimentele faciliteit alsmede de ingebruikneming daarvan, overeenkomstig het formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 De subsidie-ontvanger brengt desgevraagd aan de minister verslag uit omtrent het gebruik van de experimentele faciliteit.

  • 2 De subsidie-ontvanger zal, behoudens voorafgaande schriftelijke ontheffing van de minister niet:

    • a. de experimentele faciliteit geheel of gedeeltelijk vervreemden binnen 5 jaar na de subsidievaststelling;

    • b. de rechtspersoon ontbinden of geheel of gedeeltelijk vervreemden;

    • c. indien hij deelnemer is in een samenwerkingsverband in de vorm van een commanditaire vennootschap, een vennootschap onder firma of een maatschap, meewerken aan de ontbinding ervan of aan het uittreden van een of meer deelnemers ervan.

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister kan aan een ontheffing als bedoeld in de artikelen 14 en 17 voorschriften verbinden.

Artikel 19 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister kan bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen met betrekking tot:

  • a. de instandhouding of verspreiding van door het gebruik van de experimentele faciliteit opgedane kennis;

  • b. het verlenen van medewerking aan evaluatie van deze regeling.

§ 4. Voorschotten [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 20 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Op een subsidie ter zake waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt, kan op aanvraag van de subsidie-ontvanger door de minister eenmaal een voorschot worden verstrekt.

  • 2 Een voorschot wordt berekend naar rato van de gemaakte en betaalde kosten voor zover deze nog niet eerder bij de verstrekking van een voorschot in aanmerking zijn genomen. In totaal zal het bedrag aan voorschotten niet groter zijn dan 80 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.

  • 3 Een voorschot wordt slechts verstrekt, indien het bedrag aan voorschot ten minste 20 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag bedraagt.

Artikel 21 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1 Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5, en gaat vergezeld van een bewijs van de gemaakte en betaalde kosten.

  • 2 Indien de aanvraag een faciliteit betreft die wordt aangeschaft en geïnstalleerd door een samenwerkingsverband, dient de deelnemer in het samenwerkingsverband die als indiener van de aanvraag om subsidie in de zin van deze regeling is opgetreden, de aanvraag mede namens de andere deelnemers in.

Artikel 22 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister kan afwijzend beschikken op een aanvraag, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen.

§ 5. Subsidievaststelling [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2009]

De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.

§ 6. Slotbepalingen [Vervallen per 01-01-2009]

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 25 [Vervallen per 01-01-2009]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling experimentele faciliteiten ICES-KIS-2.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 2 tot en met 5, die ter inzage worden gelegd bij de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Economische Zaken voor technologie, energie en milieu, Senter, Grote Marktstraat 43, 's-Gravenhage.

De

Minister

van Economische Zaken,

A. Jorritsma-Lebbink

Bijlage 1 [Vervallen per 01-01-2009]

  • 1. de Stichting Energieonderzoek Centrum Nederland

  • 2. de Stichting Grondmechanica Delft

  • 3. de Stichting Maritiem Research Instituut Nederland

  • 4. de Stichting Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Laboratorium

  • 5. de Nederlandse organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek TNO

  • 6. de Stichting Waterloopkundig Laboratorium

  • 7. de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek

  • 8. de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen

  • 9. de Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek

  • 10. de Stichting Dutch Polymer Institute

  • 11. de Stichting Netherlands Institute for Metals Research

  • 12. de Stichting Top-Instituut Voedselwetenschappen

  • 13. de Stichting Telematica Instituut

  • 14. de Stichting Nederlands Instituut voor Zuivel Onderzoek

  • 15. de Stichting Hout Research te Wageningen

  • 16. het Nederlands Kanker Instituut