Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Besluit Herinneringsmedaille Internationale Missies

Geldend van 01-07-2016 t/m heden

Besluit van 23 maart 2001, houdende instelling van de Herinneringsmedaille Vredesoperaties alsmede intrekking van het Besluit Herinneringsmedaille VN-Vredesoperaties en het Besluit Herinneringsmedaille Multinationale Vredesoperaties

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Defensie van 21 maart 2001, nr. C2001/222 gedaan in overeenstemming met Onze Ministers van Buitenlandse Zaken, van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

  • 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    • a. Onze Minister: Onze Minister van Defensie;

    • b. internationale missie: inzet of ter beschikking stellen van de krijgsmacht als bedoeld in artikel 100, eerste lid, van de Grondwet, ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde;

    • c. herinneringsmedaille: medaille, bedoeld in artikel 2;

    • d. gesp: gesp, bedoeld in artikel 2;

    • e. versierselen: herinneringsmedaille dan wel gesp.

  • 2 Met een internationale missie als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt gelijkgesteld de uitzending van politie, in overeenstemming met Onze Minister, ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde.

  • 3 Onze Minister kan missies, niet zijnde een internationale missie als bedoeld in het eerste lid onder b, waarbij niet tot de krijgsmacht behorende personen die vanwege de Staat zijn uitgezonden ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde, gelijkstellen met een internationale missie.

  • 4 Onze Minister kan operaties waarbij inzet of ter beschikking stellen van de krijgsmacht ten behoeve van de verdediging en ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk heeft plaatsgevonden, gelijkstellen met een internationale missie.

Artikel 2

Er wordt ingesteld een Herinneringsmedaille Internationale Missies, waaraan een of meer gespen worden verbonden.

Artikel 3

  • 1 De herinneringsmedaille is cirkelvormig met een middellijn van 35 millimeter en vervaardigd van bronskleurig metaal. De voorzijde van de medaille vertoont een uit de onderrand komende hand, houdende een met een lauwertak omwonden opgeheven zwaard, waarvan de punt reikt tot het midden van een uit de bovenrand komende zon met acht stralen, aan elke zijde van het zwaard vier; ter weerszijden van het zwaard stapelwolken, die reiken tot tweederde hoogte van de onderrand, alles in reliëf. De keerzijde van de medaille vertoont het Rijkswapen.

  • 2 De herinneringsmedaille is door middel van een ring verbonden aan een moiré lint van 27 millimeter breed. Het lint heeft 9 banen in de kleuren wit, paars, wit, rood, wit, blauw, wit, paars en wit in breedtes van respectievelijk 2, 4½, 4, 2, 2, 2, 4, 4½ en 2 millimeter.

Artikel 4

  • 1 Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Ministers van Buitenlandse Zaken en van Veiligheid en Justitie, gespen instellen die worden verbonden aan de herinneringsmedaille.

  • 2 De gesp is vervaardigd van bronskleurig metaal en wordt op het lint bevestigd. Op de gesp is in kapitale letters een aanduiding van de internationale missie vermeld, eventueel gevolgd door een jaartal.

Artikel 5

  • 1 De versierselen worden toegekend aan degene die:

    • a. gedurende ten minste dertig dagen aaneengesloten heeft deelgenomen aan een internationale missie; en

    • b. bij zijn deelname in alle opzichten een goede plichtsbetrachting en een goed gedrag heeft betoond.

  • 2 Voor de berekening van de diensttijd, bedoeld in het eerste lid, wordt uitsluitend in aanmerking genomen het verblijf binnen een door Onze Minister aan te wijzen missiegebied voorzover dit verblijf heeft plaatsgevonden op of na 9 oktober 2000.

  • 3 Onze Minister kan:

    • a. voor groepen van deelnemers, die uit hoofde van hun functie niet aan de in het eerste lid gestelde diensttijdeis kunnen voldoen, een afwijkende diensttijdeis vaststellen;

    • b. in een geval waarin de toepassing van de in het eerste lid gestelde diensttijdeis zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, die diensttijdeis bekorten.

  • 4 Van een besluit als bedoeld in het derde lid, onder a, wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 6

  • 1 De herinneringsmedaille wordt toegekend met een gesp.

  • 2 Aan degene die reeds is onderscheiden met de herinneringsmedaille of met een Herinneringsmedaille Vredesoperaties wordt, indien hij opnieuw voor toekenning in aanmerking komt, in plaats van de versierselen, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend een gesp toegekend.

  • 3 Indien meer gespen zijn toegekend, worden deze boven elkaar geplaatst; de eerst verkregen gesp direct boven de herinneringsmedaille of boven de Herinneringsmedaille Vredesoperaties.

  • 4 Bij herhaalde deelname aan een internationale missie waarvoor een gesp is ingesteld, wordt, indien de betrokkene ter zake van deze herhaalde deelname voor toekenning in aanmerking komt, een gesp toegekend waarop door middel van een Arabisch cijfer het aantal toegekende gespen voor de desbetreffende internationale missie wordt vermeld. Deze gesp wordt in plaats van de laatstelijk voor de desbetreffende internationale missie toegekende gesp aan de herinneringsmedaille of de Herinneringsmedaille Vredesoperaties verbonden.

Artikel 7

De versierselen kunnen door Onze Minister worden toegekend aan niet-Nederlanders.

Artikel 8

  • 1 Bij de uitreiking van de versierselen ontvangt de begiftigde tevens een uniformbaton alsmede een op naam gestelde oorkonde.

  • 2 Op de uniformbaton wordt door middel van een Arabisch cijfer het aantal malen vermeld dat aan de betrokkene versierselen zijn toegekend.

Artikel 9

De versierselen kunnen postuum worden toegekend.

Artikel 10

  • 1 Onze Minister kan de toekenning intrekken op grond van feiten of omstandigheden waarvan hij bij de toekenning redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de toekenning niet zou hebben plaatsgehad.

  • 2 Na intrekking als bedoeld in het eerste lid is de betrokkene niet langer gerechtigd de aan de toekenning verbonden versierselen te dragen en worden deze samen met de oorkonde onverwijld aan Onze Minister teruggegeven.

Artikel 11

De toekenning van de versierselen geschiedt:

  • a. aan militairen van de krijgsmacht door Onze Minister;

  • b. aan anderen door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister die het aangaat.

Artikel 12

De kosten van de versierselen komen ten laste van het Rijk.

Artikel 13

  • 1 Ingetrokken worden:

    • a. het Besluit Herinneringsmedaille VN-Vredesoperaties;

    • b. het Besluit Herinneringsmedaille Multinationale Vredesoperaties.

  • 2 Het Besluit Herinneringsmedaille VN-Vredesoperaties en het Besluit Herinneringsmedaille Multinationale Vredesoperaties, zoals deze besluiten luidden op de dag voordat zij werden ingetrokken, blijven van toepassing ten aanzien van voordrachten voor versierselen als bedoeld in de artikelen 1, onder c, van het Besluit Herinneringsmedaille VN-Vredesoperaties en 1, onder c, van het Besluit Herinneringsmedaille Multinationale Vredesoperaties die zijn gedaan voorafgaande aan het tijdstip van inwerkingtreding van het eerste lid.

Artikel 13a

Per 1 juli 2016 berust het Besluit gespen Herinneringsmedaille Vredesoperaties op het Besluit Herinneringsmedaille Internationale Missies.

Artikel 14

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juni 2001.

Artikel 15

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Herinneringsmedaille Internationale Missies.

Onze Minister van Defensie is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Kanselier der Nederlandse Orden.

's-Gravenhage, 23 maart 2001

Beatrix

De Minister van Defensie,

F. H. G. de Grave

De Minister van Buitenlandse Zaken,

J. J. van Aartsen

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K. G. de Vries

Uitgegeven de vierentwintigste april 2001

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals