Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Vreemdelingencirculaire 2000 (B)

Geldend op 20-03-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • De verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd (zie artikel 20 Vw) kan op aanvraag worden verleend aan de meerderjarige vreemdeling die:

    • 1. tien aaneengesloten jaren in Nederland heeft verbleven als:

      • lid van het hoogste kader, het hoofd inbegrepen, van een internationale organisatie;

      • lid van het administratief, technisch dan wel bedienend personeel van een internationale organisatie; of

      • particulier bediende/huishoudelijke hulp van voornoemde categorieën.

    • 2. in de periode, bedoeld onder 1, niet zes of meer achtereenvolgende maanden of in totaal tien of meer maanden buiten Nederland heeft verbleven;

    • 3. duurzaam en zelfstandig over voldoende middelen van bestaan beschikt;

    • 4. geen gevaar vormt voor de openbare orde;

    • 5. geen gevaar vormt voor de nationale veiligheid;

    • 6. beschikt over een toereikende ziektekostenverzekering voor hemzelf en de te zijnen laste komende gezinsleden;

    • 7. geen onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de aanvraag tot het verlenen, wijzigen of verlengen daarvan zouden hebben geleid, tenzij sinds de verlening, verlenging of wijziging een periode van twaalf jaren is verstreken; en

    • 8. voldoet aan het inburgeringsvereiste.

    Ad 1.

    Bij de berekening van de periode van tien aaneengesloten jaren van verblijf worden mede in aanmerking genomen de perioden waarin de vreemdeling rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, of l, van de Vw heeft gehad. Wel dient de vreemdeling direct voorafgaand aan de aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd verblijfsrecht op grond van een bijzondere geprivilegieerde status te hebben gehad.

    Het is niet van belang of de bijzondere geprivilegieerde status (de zogenoemde uitgezonden status) al dan niet door eigen toedoen verloren is gegaan.

    Het verblijfsrecht op grond van een bijzondere geprivilegieerde status dient te worden aangetoond aan de hand van een originele verklaring van BuZa waaruit het verblijfsrecht als geprivilegieerde vreemdeling blijkt.

    Ad 2

    Zie B1/7.1.3.

    Ad 3.

    Voor ‘zelfstandig’: zie artikel 3.73 Vb en B1/4.3.1. Voor ‘voldoende’: zie artikel 3.74 Vb en B1/4.3.3. Ten aanzien van de duurzaamheid van de middelen geldt ingevolge artikel 3.93, tweede lid, Vb een afwijkende bepaling. De middelen van bestaan zijn duurzaam indien zij op het tijdstip waarop de aanvraag werd ingediend of waarop de beschikking wordt gegeven, of enig tussenliggend moment nog gedurende ten minste één jaar beschikbaar zijn.

    Ad 4.

    Ten aanzien van deze voorwaarde wordt aangesloten bij artikel 3.95 Vb. Dit betekent dat de aanvraag wordt afgewezen, indien de vreemdeling wegens een misdrijf waartegen een gevangenisstraf van drie jaren of meer is bedreigd bij onherroepelijk geworden rechterlijk vonnis een gevangenisstraf, een taakstraf of de maatregel, bedoeld in artikel 37a WvSr, dan wel het buitenlandse equivalent daarvan, is opgelegd, en de totale duur van de straffen of maatregelen ten minste gelijk is aan de norm, bedoeld in artikel 3.86, tweede lid, Vb. Verder is artikel 3.86 Vb van overeenkomstige toepassing (zie B1/4.4 en B1/5.3.6).

    Het eerdere verblijfsrecht op grond van de bijzondere geprivilegieerde status telt niet mee bij de bepaling van de totale verblijfsduur zoals genoemd in artikel 3.86 Vb. Dit betekent dat alleen eventueel eerder rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, of l, Vw meetelt bij de bepaling van de totale verblijfsduur.

    Ad 5.

    Zie B1/4.4.

    Ad 6.

    Zie B1/5.3.3.

    Indien de vreemdeling niet voldoet aan de voorwaarden 1 tot en met 5 zoals hierboven vermeld, dan wordt de aanvraag om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (zie artikel 20 Vw) afgewezen. De vreemdeling zal dan, indien hij in aanmerking wil komen voor toelating tot Nederland, een aanvraag om eerste toelating op grond van de Vw moeten indienen. Hierbij gelden de artikelen 14, 16 en 17 Vw onverkort.

    Ad 8

    Zie B1/7.1.11.