Start van deze paginaSkip navigatie, ga direct naar de Inhoud
  • Vorige

  • Volgende

Vreemdelingencirculaire 2000 (B)

Geldend op 20-03-2012


De regeling die nu getoond wordt is dermate groot van omvang dat automatisch is overgeschakeld naar artikelsgewijze weergave. Klik op de knop hiernaast om over te schakelen naar complete weergave van de regeling. Let op: voor navigatie door de tekst in artikelsgewijze weergave maakt u gebruik van |< < > >| in de balk hierboven.

  • Inleiding

    Richtlijn 2003/109 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen geeft materiële en procedurele normen voor de toekenning en intrekking van een Europese verblijfstitel voor langdurig ingezetenen en de daarbij behorende rechten en voorwaarden waaronder langdurig ingezetenen in andere lidstaten van de EU mogen verblijven.

    De nieuwe status van langdurig ingezetene wordt, evenals de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd op nationale gronden, op aanvraag verleend. De aanvraag strekt tot het verlenen of wijzigen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 Vw.

    Systematiek

    Artikel 21 Vw regelt op hoofdlijnen de afgifte van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd volgens de voorwaarden voor toekenning van de Europese status van langdurig ingezetene, inclusief die betreffende de personele werkingssfeer. Artikel 21a Vw regelt op hoofdlijnen de afgifte dan wel verlening van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd in afwijking van artikel 21 Vw, op grond van de gunstigere nationale voorwaarden. De aanvraag wordt eerst getoetst aan de vereisten die bij of krachtens artikel 21 Vw zijn gesteld. Indien daaraan volledig wordt voldaan, wordt de gevraagde vergunning verleend met de aantekening “EG-langdurig ingezetene”. Deze aantekening wordt geplaatst achter op het reeds bestaande verblijfsdocument voor onbepaalde tijd. Indien niet (volledig) aan deze voorwaarden wordt voldaan, wordt getoetst aan de vereisten die bij of krachtens artikel 21a Vw zijn gesteld. Als aan de voorwaarden als neergelegd van artikel 21a Vw wel wordt voldaan, wordt een vergunning voor onbepaalde tijd op nationale gronden verleend.

    Algemeen

    Het is de houder van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 20 Vw, ongeacht op welke gronden die is verleend, toegestaan voor onbepaalde tijd in Nederland te verblijven. Deze vergunning behoeft dus niet te worden verlengd. Het verblijfsdocument, waaruit het verblijfsrecht op grond van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd blijkt, moet elke vijf jaren worden vernieuwd. De vreemdeling dient ervoor zorg te dragen dat het verblijfsdocument telkens vijf jaar na de afgifte daarvan wordt vervangen door een nieuw exemplaar.

    Aan de vergunning worden geen beperkingen of voorschriften verbonden.

    Het is aan de houder van deze verblijfsvergunning toegestaan om arbeid te verrichten, zonder dat een TWV is vereist. Tegen het verblijf voor onbepaalde duur van de houder van de verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd bestaan in beginsel geen bedenkingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder b, Rwn.

    De verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt slechts verleend op aanvraag, indien op het moment van de aanvraag (zie artikel 21 Vw), of de beslissing daarop (zie artikel 21a Vw), aantoonbaar aan alle voorwaarden voor de verlening wordt voldaan. Weliswaar ontstaat op grond van de Richtlijn 2003/109 aanspraak op toekenning van de status van EG-langdurig ingezetene, maar die aanspraak is afhankelijk van voorwaarden, terwijl de lidstaat onder omstandigheden kan weigeren de status toe te kennen. De status ontstaat dan ook niet van rechtswege, maar moet door de lidstaat uitdrukkelijk worden toegekend. De verlening van de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met de aantekening “EG-langdurig ingezetene” heeft derhalve niet slechts een declaratoir, maar constitutief karakter. Bij de beoordeling van de aanvraag wordt dan ook niet ambtshalve nagegaan of de aanvrager op enig moment in het verleden aanspraak zou hebben kunnen doen gelden op de verlening van de verblijfsvergunning indien die destijds zou zijn aangevraagd.

    In B1/6.1 worden de algemene voorwaarden ingevolge artikel 21 Vw juncto artikel 3.92 Vb, inzake de toekenning van de Europese status van langdurig ingezetene behandeld. In B1/7.1 en verder worden de afwijzingsgronden ingevolge artikel 21 Vw inzake de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd met de aantekening ‘EG-langdurig ingezetene’ behandeld en in B1/7.2 en verder worden de afwijzingsgronden ingevolge artikel 21a Vw juncto artikel 3.93 en 3.94 Vb inzake de toekenning van de vergunning voor onbepaalde tijd op nationale gronden behandeld.