Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Regeling huisvesting en verzorging proefdieren[Regeling vervallen per 18-12-2014.]

Geldend van 09-03-2001 t/m 17-12-2014

Regeling huisvesting en verzorging proefdieren

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op artikel 4, tweede lid, van het Dierproevenbesluit,

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 18-12-2014]

Artikel 1 [Vervallen per 18-12-2014]

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. dierverblijf:

ruimte waar proefdieren zijn ondergebracht;

b. bedding:

bodembedekkend materiaal bestaande uit bijvoorbeeld compost, (gehakseld) stro, houtkorrels, houtkrullen, houtschilfers, houtzaagsel, kleikorrels, papier, turfmolm of zand, of een combinatie van twee of meer van deze materialen;

c. dierlijk laboratoriumafval:

kadavers, delen van kadavers van dieren, faeces en urine, bedding, strooisel en voederrestanten uit de verblijven. Tevens vallen hieronder dierlijke producten die in het laboratorium zijn gebruikt, zoals eieren, bloed en melk en kunstmatig gekweekte cellen en weefsels;

d. ventilatievoud:

het aantal luchtverversingen per uur.

§ 2. Huisvesting en verzorging van proefdieren, algemene bepalingen [Vervallen per 18-12-2014]

Artikel 2 [Vervallen per 18-12-2014]

  • 1 De huisvesting is aangepast aan de behoeften van het dier. In het dierverblijf zijn bedding en verrijkingsmateriaal, passend bij de diersoort, aanwezig.

  • 2 Aan drachtige dieren wordt, voordat zij hun jongen werpen, passend nestmateriaal verstrekt.

Artikel 3 [Vervallen per 18-12-2014]

Dierverblijven zijn zo vervaardigd dat ze geen afbreuk doen aan de gezondheid of het welzijn van de dieren en de mogelijkheid bieden de dieren te inspecteren.

Artikel 4 [Vervallen per 18-12-2014]

Het gebruik van draadkooien en draadroosterbodems voor knaagdieren en konijnen is niet toegestaan.

Artikel 5 [Vervallen per 18-12-2014]

  • 1 Dieren worden uitsluitend gehuisvest in dierverblijven die goed en doelmatig kunnen worden gereinigd en zonodig worden ontsmet.

  • 2 De dierverblijven worden regelmatig gereinigd.

Artikel 6 [Vervallen per 18-12-2014]

  • 1 Gescheiden van de dierverblijven is een ruimte beschikbaar voor het opslaan van voeder, bedding, schone bakken, kooien, instrumenten en andere apparatuur.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde aparte ruimte is droog en ontoegankelijk voor insecten en andere dieren zoals honden, katten, wilde knaagdieren en vogels.

Artikel 7 [Vervallen per 18-12-2014]

  • 1 Gescheiden van de dierverblijven en de in artikel 6 bedoelde ruimte is er een aparte ruimte voor het onder hygiënische omstandigheden bewaren en afvoeren van dierlijk laboratoriumafval.

  • 2 De in het eerste lid bedoelde aparte ruimte is gemakkelijk reinig- en desinfecteerbaar en ontoegankelijk voor insecten en andere dieren zoals honden, katten, wilde knaagdieren en vogels.

  • 3 Bij weinig frequente afvoer van het dierlijk afval vindt koeling van het dierlijk laboratoriumafval plaats tot ± 0 °C of lager.

Artikel 8 [Vervallen per 18-12-2014]

Het is verboden te roken in ruimten waarin zich dieren bevinden.

Artikel 9 [Vervallen per 18-12-2014]

  • 1 Dierverblijven zijn voorzien van een goed functionerend ventilatiesysteem.

  • 2 Het ventilatievoud is afgestemd op de bezettingsgraad in de dierverblijven.

  • 3 Voor knaagdieren en konijnen is in het algemeen een ventilatievoud van 8 voldoende. Bij een hoge bezettingsgraad wordt een ventilatievoud van minimaal 15 gehandhaafd. Voor honden en katten bedraagt het ventilatievoud 10 tot 12.

Artikel 10 [Vervallen per 18-12-2014]

  • 1 Voor de temperatuur in dierverblijven waarin volwassen dieren worden gehuisvest worden de volgende onder- en bovengrenzen aangehouden:

    • a. knaagdieren: 19 tot 24 °C;

    • b. cavia's: 16 tot 24 °C;

    • c. kwartels en kleine vogels: 20 tot 24 °C;

    • d. konijnen, honden, katten, en fretten: 15 tot 24 °C;

    • e. paarden, runderen, schapen, geiten, varkens, kippen, eenden en duiven: 10 tot 24 °C.

  • 2 De temperatuur wordt minimaal eenmaal per dag nauwkeurig gecontroleerd en geregistreerd.

Artikel 11 [Vervallen per 18-12-2014]

In dierverblijven wordt de relatieve vochtigheid op 55% ± 15% gehouden en minimaal eenmaal per dag gecontroleerd.

Artikel 12 [Vervallen per 18-12-2014]

Dieren die buiten worden gehouden of gehuisvest zijn in verblijven met direct contact met de buitenlucht, beschikken over mogelijkheden tot bescherming tegen wind, regen, zonnebrand en extreme temperaturen.

Artikel 13 [Vervallen per 18-12-2014]

  • 1 In dierverblijven is een regelbare verlichting aanwezig, aangepast aan de diersoort.

  • 2 In dierverblijven bedraagt de maximaal toelaatbare lichtintensiteit, verticaal op dierhoogte gemeten, voor alle zoogdieren 350 lux, zonodig met uitzondering van de periode van inspectie, behandeling of verzorging van de dieren.

  • 3 De maximaal toelaatbare lichtintensiteit bedraagt, verticaal op dierhoogte gemeten, voor albino-dieren 60 lux, met uitzondering van de periode van behandeling of verzorging van de dieren.

  • 4 De lengte van de licht- en donkerperioden dient te zijn afgestemd op de diersoort en bedraagt:

    • a. voor honden en katten: minimaal 10 tot 12 uur licht;

    • b. voor knaagdieren en konijnen: 12 uur licht en 12 uur donker.

Artikel 14 [Vervallen per 18-12-2014]

Sterke geluidsprikkels in het bereik van de hoorbare en ultrasone frequenties worden vermeden.

Artikel 15 [Vervallen per 18-12-2014]

Alle automatische of mechanische apparatuur die noodzakelijk is voor de gezondheid en het welzijn van de dieren, wordt ten minste eenmaal per dag geïnspecteerd. Defecten worden onmiddellijk hersteld of indien zulks niet mogelijk is, worden de nodige maatregelen getroffen om de gezondheid en het welzijn van de dieren te beschermen totdat het defect is hersteld, met name door de toepassing van andere voedermethoden en het handhaven van een acceptabel leefklimaat. Bij gebruik van kunstmatige ventilatie of ingeval van zuurstofvoorziening bij vissen wordt voor een noodvoorziening gezorgd, zodat er, wanneer het systeem uitvalt, toch voldoende verse lucht of zuurstof wordt aangevoerd om de gezondheid en het welzijn van de dieren veilig te stellen, en is een alarmsysteem aanwezig om de vergunninghouder te waarschuwen wanneer het systeem uitvalt. Het alarmsysteem wordt regelmatig getest.

Artikel 16 [Vervallen per 18-12-2014]

Voer, niet zijnde ruwvoeders zoals hooi of kuilmais, wordt bewaard verpakt in gesloten zakken of in silo's. De vervaldatum van het verpakte voer is aangegeven.

Artikel 17 [Vervallen per 18-12-2014]

  • 1 Alle dieren krijgen voedingsmiddelen aangeboden op een zodanige wijze dat aan hun fysiologische en waar mogelijk ethologische behoefte wordt voldaan.

  • 2 Alle dieren beschikken ad libitum over drinkwater van goede kwaliteit.

Artikel 18 [Vervallen per 18-12-2014]

  • 1 De dieren, alsmede de omstandigheden waarin de dieren worden gefokt, gehouden of gebruikt, worden dagelijks minimaal eenmaal gecontroleerd. De uitgevoerde controles en bevindingen worden geregistreerd.

  • 2 Indien bij de controles een gebrek of lijden wordt ontdekt, worden zo snel mogelijk passende maatregelen genomen.

Artikel 19 [Vervallen per 18-12-2014]

Dieren worden alleen vervoerd, als zij geschikt zijn voor transport. In de gevallen van transport met het oog op behandeling, diagnostisch onderzoek of in het kader van de proef is passende verzorging tijdens het transport aanwezig.

Artikel 20 [Vervallen per 18-12-2014]

Ratten en muizen worden niet gezamenlijk in één dierverblijf gehuisvest.

§ 3. Overgangs- en slotbepalingen [Vervallen per 18-12-2014]

Artikel 21 [Vervallen per 18-12-2014]

De in de artikelen 4, 6, 7, 9, 10, 11 en 13 opgenomen eisen met betrekking tot dierverblijven zijn tot twee jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling niet van toepassing op dierverblijven waarvan de vergunninghouder kan aantonen dat zij vóór dat tijdstip in gebruik zijn genomen.

Artikel 22 [Vervallen per 18-12-2014]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 23 [Vervallen per 18-12-2014]

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling huisvesting en verzorging proefdieren.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De

Minister

vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport,

E. Borst-Eilers