Overheid.nl| Zoekpagina

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Naar zoeken

Subsidieregeling beurzenprogramma DELTA[Regeling vervallen per 31-12-2005.]

Geldend van 10-12-2004 t/m 30-12-2005

Subsidieregeling beurzenprogramma DELTA

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

overwegende dat het wenselijk is dat internationale samenwerking in het hoger onderwijs wordt bevorderd en dat de concurrentiepositie van Nederlandse instellingen voor hoger onderwijs op de internationale onderwijsmarkt wordt versterkt,

overwegende dat het tevens wenselijk is dit doel te bevorderen door aan Nederlandse instellingen voor hoger onderwijs subsidie te verstrekken ten behoeve van het verstrekken van beurzen ter verhoging van de internationale mobiliteit van studenten, zoals geformuleerd in de beleidsbrief "Kennis: geven en nemen. Internationalisering van het onderwijs in Nederland", aangeboden aan de Tweede Kamer van de Staten-Generaal op 28 september 1999,

gelet op artikel 4, tweede en derde lid, van de Wet overige OCenW-subsidies,

Besluit

1. Inleidende bepalingen [Vervallen per 31-12-2005]

Artikel 1. Begripsbepalingen [Vervallen per 31-12-2005]

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,

  • b. doelgebieden: Indonesië, China, Taiwan en Zuid-Afrika,

  • c. instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, of een instelling voor hoger onderwijs in een van de doelgebieden,

  • d. instellingsbestuur: instellingsbestuur als bedoeld in artikel 1.1, onder j, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek,

  • e. hoger onderwijs: hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs, waaronder mede wordt verstaan het doen van promotieonderzoek,

  • g. NESO: Netherlands Education Support Office,

  • h. Nuffic: stichting Nuffic, Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs,

  • i. student: iemand die hoger onderwijs volgt,

  • j. studiejaar: tijdvak dat begint op 1 september van enig kalenderjaar en eindigt op 31 augustus daaropvolgend.

Artikel 2. Doelomschrijving [Vervallen per 31-12-2005]

  • 1 De minister kan subsidie verstrekken ten behoeve van het verstrekken van beurzen aan studenten uit de doelgebieden voor het volgen van hoger onderwijs in Nederland en aan studenten uit Nederland voor het volgen van hoger onderwijs in de doelgebieden.

  • 2 Het doel van de subsidieverstrekking is het bevorderen van institutionele samenwerking tussen instellingen en het versterken van de concurrentiepositie van Nederlandse instellingen op de internationale onderwijsmarkt.

Artikel 3. Aanpassing doelgebieden [Vervallen per 31-12-2005]

  • 1 De minister kan indien nodig de doelgebieden wijzigen.

  • 2 Het besluit tot wijziging van de doelgebieden wordt bekend gemaakt in Uitleg OCenW-Regelingen.

  • 3 Een besluit tot wijziging als bedoeld in het tweede lid, heeft geen gevolgen voor reeds op grond van deze regeling verstrekte subsidie.

Artikel 4. Subsidieaanvrager [Vervallen per 31-12-2005]

Subsidie wordt slechts verleend aan instellingen als bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

Artikel 5. Vaststelling subsidieplafond [Vervallen per 31-12-2005]

  • 1 Voor subsidieverlening op grond van deze regeling is in het kalenderjaar 2001 ƒ 3.350.000,- beschikbaar.

  • 2 De minister stelt voor ieder volgend kalenderjaar voor 15 november voorafgaand aan dat kalenderjaar een subsidieplafond vast.

  • 3 Het besluit tot vaststelling van het in het tweede lid bedoelde bedrag wordt bekend gemaakt in Uitleg OCenW-Regelingen.

Artikel 6. Subsidiebedrag per subsidieontvanger [Vervallen per 31-12-2005]

De subsidie wordt berekend volgens de berekening opgenomen in de bijlage bij deze regeling.

2. Subsidieaanvraag [Vervallen per 31-12-2005]

Artikel 7. Subsidieaanvraag en vereisten [Vervallen per 31-12-2005]

  • 1 Subsidie wordt op aanvraag verleend.

  • 2 De subsidieaanvraag omvat:

    • a. een beleidsplan voor positionering op de internationale onderwijsmarkt, in het bijzonder voor positionering op de onderwijsmarkt in een van de doelgebieden,

    • b. een begroting, en

    • c. een bewijs van deelname aan een NESO dan wel, indien het een NESO in oprichting betreft, een intentieverklaring tot deelname.

  • 3 De subsidieaanvraag wordt ingediend op een formulier. Dit formulier is schriftelijk opvraagbaar bij de Nuffic, Afdeling I/NP, Postbus 29777, 2502 LT, Den Haag of telefonisch via nummer: (070) 4260260.

  • 4 De aanvraag tot subsidieverlening wordt ingediend bij de Nuffic op het in het derde lid genoemde adres.

Artikel 8. Termijn indiening [Vervallen per 31-12-2005]

De subsidieaanvraag wordt ingediend voor 1 april voorafgaand aan het studiejaar waarvoor subsidie wordt verstrekt.

Artikel 9. Beslissing op subsidieaanvraag [Vervallen per 31-12-2005]

De minister beslist voor 15 mei voorafgaand aan het studiejaar waarvoor subsidie wordt verstrekt, op de subsidieaanvraag.

3. Subsidieverlening [Vervallen per 31-12-2005]

Artikel 10. Criteria subsidieverlening voor het volgen van hoger onderwijs in Nederland [Vervallen per 31-12-2005]

  • 1 Subsidie wordt verleend ten behoeve van het verstrekken van beurzen aan studenten uit de doelgebieden voor het volgen van hoger onderwijs aan een instelling als bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

  • 2 Subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt verleend ten behoeve van studenten die:

    • a. niet ouder zijn dan 35 jaar,

    • b. een niet-Nederlandse vooropleiding hebben,

    • c. ten minste drie maanden hoger onderwijs, dat is onderworpen aan het systeem van kwaliteitszorg als bedoeld in artikel 1.18 van de WHW, zullen volgen, en

    • d. voldoen aan de algemene voorwaarden van 2.1 tot en met 2.4 en 3 van de Vreemdelingencirculaire 1994, zoals vastgesteld bij beschikking van de Staatssecretaris van Justitie op 30 december 1993 (Stcrt. 1993, 252).

  • 3 Subsidie wordt verleend ten behoeve van beursverstrekking aan studenten uit doelgebieden waar een NESO of een NESO in oprichting is gevestigd, waaraan de subsidieaanvrager deelneemt respectievelijk waarvan hij een intentieverklaring tot deelname heeft.

  • 4 Een met subsidie als bedoeld in het eerste lid, te verstrekken beurs bedraagt per studiejaar ten minste de omvang van het geïndexeerde collegegeld, bedoeld in artikel 7.43, vierde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en ten hoogste € 11.344,51 (ƒ 25.000)

Artikel 11. Criteria subsidieverlening voor het volgen van hoger onderwijs in de doelgebieden [Vervallen per 31-12-2005]

  • 1 Onverminderd artikel 10, wordt subsidie verleend ten behoeve van het verstrekken van beurzen aan studenten van een instelling als bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs, voor het volgen van hoger onderwijs aan een instelling in een van de doelgebieden, indien:

    • a. dit geschiedt in het kader van institutionele samenwerking,

    • b. de subsidieaanvrager deelneemt aan of een intentieverklaring tot deelname heeft van de in het betreffende doelgebied gevestigde NESO respectievelijk NESO in oprichting,

    • c. het daarmee gemoeide bedrag niet hoger is dan 20% van het in totaal aan de subsidieontvanger te verstrekken subsidiebedrag, en d. de desbetreffende student niet ouder is dan 35 jaar en deze ten minste drie maanden hoger onderwijs zal volgen.

  • 2 Een met subsidie op grond van het eerste lid te verstrekken beurs bedraagt per studiejaar ten minste € 907,56 (ƒ 2000,-) en ten hoogste € 4.537,80 (ƒ 10.000,-)

Artikel 12. Tijdvak subsidieverlening [Vervallen per 31-12-2005]

Subsidie wordt telkens verleend voor een studiejaar.

Artikel 13. Niet vervullen begrotingsvoorwaarde [Vervallen per 31-12-2005]

In geval van het niet vervullen van de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden de op grond van artikel 4 verleende subsidiebedragen verlaagd tot het bedrag van de subsidie dat na vaststelling of goedkeuring van de begroting ter beschikking staat, een en ander naar rato van het aantal subsidieaanvragers aan wie subsidie is verleend en van de hoogte van de verleende subsidiebedragen.

4. Verplichtingen subsidieontvanger [Vervallen per 31-12-2005]

Artikel 14. Informatieplicht subsidieontvanger [Vervallen per 31-12-2005]

De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid tot versterking van de internationale concurrentiepositie van instellingen.

Artikel 15. Tussentijdse verslaglegging [Vervallen per 31-12-2005]

  • 1 Instellingen doen voor 1 december verslag van de tot dan toe gerealiseerde beursverstrekking. Het verslag beschrijft de aard en de omvang van de beursverstrekking waarvoor subsidie is verleend, en bevat een vergelijking tussen de nagestreefde en gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de verschillen alsmede, indien nodig, een op basis hiervan bijgestelde begroting.

  • 2 Naar aanleiding van de tussentijdse verslaglegging, bedoeld in het eerste lid, kan de beslissing tot subsidieverlening worden gewijzigd.

Artikel 16. Nadere eisen gegevensverstrekking [Vervallen per 31-12-2005]

De minister kan nadere eisen stellen aan de wijze waarop de voor de uitvoering van deze regeling benodigde gegevens, bedoeld in de artikelen 7, 14, 15, eerste lid, en 18, worden aangeleverd.

5. Subsidievaststelling [Vervallen per 31-12-2005]

Artikel 17. Aanvraag tot subsidievaststelling [Vervallen per 31-12-2005]

  • 1 De subsidieontvanger dient voor 1 december van het studiejaar volgend op het studiejaar waarvoor subsidie is verleend, een aanvraag in tot vaststelling van de subsidie.

  • 2 De aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend bij de Nuffic op het in artikel 7, derde lid, genoemde adres.

Artikel 18. Verslaglegging [Vervallen per 31-12-2005]

  • 1 Onverminderd artikel 18 van de Wet overige OCenW-subsidies, overlegt de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling de volgende gegevens over de studenten aan wie met subsidie op grond van deze regeling een beurs is verstrekt:

    • a. het aantal maanden dat de student met subsidie op grond van deze regeling hoger onderwijs heeft gevolgd,

    • b. de vaste woon- of verblijfplaats van de student,

    • c. het geslacht van de student,

    • d. de naam en het adres van de instelling waaraan de student hoger onderwijs heeft gevolgd en de naam van de opleiding die de student heeft gevolgd,

    • e. het met het volgen van het hoger onderwijs behaalde diploma of niveau, en f. het ten behoeve van de student ingezette subsidiebedrag.

  • 2 Indien het verleende subsidiebedrag hoger is dan € 45.378,02 (ƒ 100.000,-) wordt de financiële verantwoording, bedoeld in artikel 18 van de Wet overige OCenW-subsidies, voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

6. Betaling [Vervallen per 31-12-2005]

Artikel 19. Voorschotten [Vervallen per 31-12-2005]

De minister verleent de subsidieontvanger in september een voorschot van 40%, in december een voorschot van 20% en in februari een voorschot van 30% van het verleende subsidiebedrag. Het resterende bedrag wordt betaald na vaststelling van de subsidie, uiterlijk op 1 februari in het jaar na het studiejaar waarvoor subsidie is verleend.

7. Uitvoering door de Nuffic [Vervallen per 31-12-2005]

Artikel 20. Taken van de Nuffic onder deze regeling [Vervallen per 31-12-2005]

De Nuffic heeft tot taak:

  • a. het in naam van de minister verstrekken van de subsidie, bedoeld in artikel 2, eerste lid,

  • b. het in naam van de minister nemen van de besluiten, bedoeld in de artikelen 15, tweede lid, en 16,

  • c. het doen van onderzoekingen naar de effecten van de mobiliteit van studenten op de internationale concurrentiepositie van de subsidieontvangers,

  • d. het evalueren van de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.

Artikel 21. Informatieplicht Nuffic [Vervallen per 31-12-2005]

  • 1 De Nuffic verschaft de minister desgevraagd en uit eigen beweging informatie betreffende de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 20.

  • 2 De Nuffic doet verslag van de uitkomsten van de taak, bedoeld in artikel 20, onder d. De minister ontvangt een tussentijds evaluatieverslag voor 31 december 2003 en een eindverslag voor 31 december 2005.

Artikel 22. Onkostenvergoeding [Vervallen per 31-12-2005]

  • 1 Voor de uitvoering van zijn taken ontvangt de Nuffic jaarlijks een vergoeding.

  • 2 De minister stelt voor ieder volgend kalenderjaar voor 15 november voorafgaand aan dat kalenderjaar de vergoeding vast.

Artikel 23. Rekening en verantwoording [Vervallen per 31-12-2005]

  • 1 De Nuffic legt aan de minister jaarlijks rekening en verantwoording af over de aan de taken, bedoeld in artikel 20, verbonden uitgaven en inkomsten.

  • 2 Het afleggen van rekening en verantwoording geschiedt in de vorm van een inhoudelijk en financieel verslag. Het financiële verslag wordt voorzien van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

  • 3 De minister ontvangt het inhoudelijke verslag voor 1 februari en het financiële verslag voor 1 april na afloop van het jaar waarop het betrekking heeft.

8. Slotbepalingen [Vervallen per 31-12-2005]

Artikel 24. Bekendmaking [Vervallen per 31-12-2005]

De regeling wordt met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel 25. Inwerkingtreding [Vervallen per 31-12-2005]

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen, waarin deze regeling wordt geplaatst en vervalt op 31 december 2005, met dien verstande dat met betrekking tot de op dat tijdstip nog niet vastgestelde of uitgekeerde bedragen de regeling van toepassing blijft.

Artikel 26. Citeertitel [Vervallen per 31-12-2005]

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling beurzenprogramma DELTA.

Bijlage bij artikel 6 [Vervallen per 31-12-2005]

1. Verdeling subsidieplafond over de subsidieaanvragers [Vervallen per 31-12-2005]

Nederlandse instellingen voor hoger onderwijs, zoals bedoeld in artikel 4, komen op basis van een conform artikel 7 onderbouwde aanvraag - indien is voldaan aan de criteria van de artikelen 10 en 11 - in aanmerking voor een subsidiebedrag dat bestaat uit twee gedeeltes:

  • Een vast gedeelte dat wordt verleend op basis van de relatieve prestaties van de instelling. Het hiervoor in totaal beschikbare bedrag beslaat tweederde van de jaarlijks door de minister in het kader van deze regeling beschikbaar gestelde middelen (het subsidieplafond);

  • Een variabel gedeelte dat wordt verdeeld op basis van de ambities, in samenhang met het behaalde rendement op de investering van de instelling ten opzichte van de andere instellingen. Het hiervoor in totaal beschikbare bedrag beslaat eenderde van het jaarlijks vast te stellen subsidieplafond. Dit variabele deel van het subsidiebedrag per subsidieontvanger kan naar aanleiding van de tussentijdse verslaglegging, bedoeld in artikel 15, worden gewijzigd.

2. Berekening vaste gedeelte van het subsidiebedrag per subsidieontvanger [Vervallen per 31-12-2005]

Het vaste gedeelte wordt toegekend op basis van de relatieve prestaties van de instelling. Het vaste gedeelte wordt als volgt berekend.

Per subsidieaanvrager wordt gekeken naar het aantal studenten, zowel studenten uit de doelgebieden als Nederlandse studenten, dat in het studiejaar voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, hoger onderwijs in respectievelijk Nederland en de doelgebieden hebben gevolgd. Dit wordt uitgedrukt in het aantal maanden dat hoger onderwijs is gevolgd (studentmaanden). De beschikbare middelen worden op basis van het aantal studentmaanden naar rato over de instellingen die subsidie hebben aangevraagd, verdeeld. De bijbehorende formule ziet er als volgt uit:

 

aantal studentmaanden per subsidieaanvrager

vaste deel per subsidieaanvrager

=

---------------------------------------------------------------------

X

tweederde van het subsidieplafond

 

aantal studentmaanden alle subsidieaanvragers

3. Berekening variabele gedeelte van het subsidiebedrag per subsidieontvanger [Vervallen per 31-12-2005]

Het variabele gedeelte wordt verleend op basis van de ambities, in samenhang met het behaalde rendement op de investering van de subsidieaanvrager ten opzichte van de andere subsidieaanvragers. Hiermee wordt beoogd instellingen te stimuleren zo effectief mogelijk met de verkregen middelen om te gaan, wat ook wil zeggen aanvulling met eigen middelen en werving van zelfbetalers. Budgetten worden op deze wijze over de jaren heen herverdeeld in de richting van effectief opererende instellingen, waardoor het totaal aantal gerealiseerde studentmaanden als geheel zal toenemen.

3.1. Berekening bij aanvraag [Vervallen per 31-12-2005]

Het variabele gedeelte wordt bij aanvraag verleend op grond van de aanvraagbescheiden, waarin subsidieaanvragers hun voornemens omtrent beursverstrekking in het komende studiejaar kenbaar kunnen maken.

Voor de verlening bij aanvraag wordt per subsidieaanvrager uitgegaan van het aangevraagde subsidiebedrag, blijkens de ingediende begroting. Dit wordt gecorrigeerd door het rendement dat de instelling in het voorafgaande studiejaar heeft behaald. Het rendement van een instelling is het aantal studentmaanden gedeeld door het aan de instelling verstrekte subsidiebedrag. Het totaal beschikbare variabele gedeelte wordt naar rato over de instellingen die subsidie hebben aangevraagd, verdeeld. De bijbehorende formules zien er als volgt uit:

   

aantal studentmaanden in voorafgaand studiejaar per subsidieaanvrager

rendement

=

--------------------------------------------------------------------------------------------------------

   

in voorafgaand studiejaar verstrekt subsidiebedrag per subsidieaanvrager

wegingsfactor per subsidieaanvrager

=

aangevraagde subsidie

X

rendement

   

wegingsfactor per subsidieaanvrager

   

variabel deel per subsidieaanvrager

=

----------------------------------------------------

X

eenderde van het subsidieplafond

   

som van de wegingsfactoren

   

3.2. Berekening tussentijdse wijziging [Vervallen per 31-12-2005]

Wijziging van het bij aanvraag verleende variabele gedeelte kan plaatsvinden naar aanleiding van de tussentijdse verslaglegging, bedoeld in artikel 15. Hierbij wordt uitgegaan van een bijstelde verwachting omtrent de beursverstrekking door de subsidieontvanger, die vooral berust op de tot dan toe gerealiseerde studentmaanden. Dit wordt opnieuw gecorrigeerd aan de hand van het in het voorafgaande studiejaar behaalde rendement. De bijbehorende formules zien er als volgt uit:

   

aantal studentmaanden in voorafgaand studiejaar per subsidieaanvrager

rendement

=

--------------------------------------------------------------------------------------------------------

   

in voorafgaand studiejaar verstrekt subsidiebedrag per subsidieaanvrager

wegingsfactor per subsidieaanvrager

=

aantal gerealiseerde studentmaanden

X

rendement

   

wegingsfactor per subsidieaanvrager

   

variabel deel per subsidieaanvrager

=

----------------------------------------------------

X

eenderde van het subsidieplafond

   

som van de wegingsfactoren

   

3.3. Berekening variabele deel in het studiejaar [Vervallen per 31-12-2005]

2001/2002 Om ook instellingen die nog niet actief zijn in de doelgebieden, in de gelegenheid te stellen te participeren in het beurzenprogramma is de verdeling van het subsidieplafond voor het eerste studiejaar (2001/2002) gedeeltelijk aangepast. De aanpassing heeft betrekking op de verdeling van het variabele gedeelte. De berekening van het vaste gedeelte blijft in het eerste studiejaar ongewijzigd. Het variabele gedeelte zal in het eerste studiejaar worden berekend op basis van de studentenpopulatie van de subsidieaanvragers. De bijbehorende formule ziet er als volgt uit:

   

studentenpopulatie per subsidieaanvrager

   

variabel deel per subsidieaanvrager

=

------------------------------------------------------------

X

eenderde van het subsidieplafond

   

som van de studentenpopulaties van alle subsidieaanvragers